1 - Telenet Users

advertisement
Laurent Van Dessel
1e licentie communicatiewetenschappen
Promotor: Prof. Jos Huypens
Startpaper:
“De rol van internet bij de nieuwsvergaring van
sportjournalisten”
Faculteit PSW
Campus Drie Eiken
Academiejaar 2005-2006
-1-
Inhoudstafel
1.
Motivering ..................................................................................................................... - 3 -
2.
Probleemstelling ............................................................................................................ - 5 -
3.
Methodologie ................................................................................................................ - 7 -
4.
Inleiding ........................................................................................................................ - 8 -
5.
Theoretisch kader ........................................................................................................ - 10 -
6.
Voorlopige inhoudsopgave ......................................................................................... - 18 -
7.
Planning & agenda ...................................................................................................... - 19 -
8.
Geannoteerde bibliografie ........................................................................................... - 20 -
-2-
1. Motivering
In het eerste deel van deze startpaper wil ik heel beknopt even toelichten hoe ik op dit
onderwerp ben gekomen en waarom het mij interesseert om dit nu uitvoerig te gaan
bestuderen.
De keuze voor het onderwerp van mijn eindverhandeling is dus met name gevallen op de
rol die het internet heeft in het nieuwsvergaringproces van de hedendaagse
sportjournalisten. De reden dat ik dit onderwerp heb gekozen, is zoals ongetwijfeld vele
andere wetenschappelijke onderzoeken te kaderen in een persoonlijke interesse in het
onderwerp. Zowel de internet- als sportjournalistiek weten me meer dan behoorlijk te
boeien en het leek me bovendien ook wel een uitdaging om eens te na te gaan hoe die
twee soorten van verslaggeving naast mekaar en nog frappanter, mét mekaar in contact
komen.
Hoe dan ook is hetgene dat ik wil gaan bestuderen een uitermate modern verschijnsel dat
zich slechts de laatste jaren tegen sneltempo aan het doorzetten is. Dit impliceert
natuurlijk dat er nog geen grote hoeveelheden literatuur over dit thema beschikbaar zijn.
Als iemand die zeer bedreven bezig is met het internet en er bovendien naar streeft om op
de hoogte zijn van de laatste nieuwtjes in de sportwereld heb ik er alleszins niet kunnen
naastkijken dat er zich de laatste jaren een nieuwe trend aan het voltrekken is. Samen met
de evolutie, of zouden we niet beter spreken van de revolutie van het internet, zien
alsmaar meer sportjournalistieke websites het licht. Bovendien maak ik zelf ook deel uit
van één van dergelijke initiatieven en ben ik wel enigszins op de hoogte van de materie,
dit geheel terzijde.
Daarnaast heb ik overigens opgemerkt dat er reeds grote Vlaamse nieuwsredacties
(bijvoorbeeld Het Laatste Nieuws) nieuws waar wij eerder mee op de proppen kwamen
simpelweg overnemen. Dit lijkt me wel een overduidelijke indicatie dat het internet een
zeer grote rol in de nieuwsvergaring van nieuwsredacties begint in te nemen.
-3-
Ik wil deze stelling hoe dan ook ook even staven met een voorbeeld waar ik zelf zeer
nauw bij betrokken was. Via een persoonlijke bron hadden we als primeur vernomen dat
Steven Defour, momenteel voetballend bij Racing Genk reeds onderhandelingen had
gevoerd met de Nederlandse topclub Ajax met het oog op een transfer voor volgend
seizoen. We wisten dat Ajax en Defour onderling reeds overeen waren gekomen over de
inhoud van het contract en besloten dus om hier een nieuwsbericht over te schrijven en het
op onze eigen website (www.voetbalprimeur.nl) te plaatsen. Wel, niet lang daarna werd
dat nieuws zonder meer overgenomen door de Vlaamse (en Nederlandse) pers.
Problematischer is echter dat het niet enkel de waarheidsgetrouwe nieuwsberichten zijn
die men van mekaar gaat beginnen overnemen. Het is al meermaals voorgevallen dat
foutieve berichten, die bijvoorbeeld gestart zijn als een grap op een publiek voetbalforum,
als waar zijnde worden gepubliceerd. Dit is hoegenaamd geen toe te juichen tendens en
kan de reputatie van de journalistiek misschien wel een deuk geven. Dit alles enkel om
aan te tonen dat het internet een al veel grotere rol in de journalistiek bekleedt dan vele
mensen zouden vermoeden.
-4-
2. Probleemstelling
We kunnen zonder twijfel vaststellen dat de technologie in een voortdurende staat van
verandering is en in het verleden is reeds herhaaldelijk aangetoond dat deze evoluties een
grote impact kunnen hebben op het dagelijks maatschappelijk én sociaal leven.
Nu, het ziet er naar uit dat met de uitvinding van het internet door Berners-Lee er zich
weer significante veranderingen gaan voltrekken. Sterker nog: volgens verschillende
auteurs lijkt het erop dat de impact van het internet veel groter zal zijn dan die van de
intrede van bijvoorbeeld de televisie en de radio. Het multimediale en interactieve
karakter van het internet zouden wel eens voor een enorme aardverschuiving kunnen gaan
zorgen.
Het zou waarschijnlijk een onrealistische opdracht zijn, moesten we de rol en/of invloed
van het internet in zijn geheel gaan onderzoeken. Dat thema is immers veel te omvattend
daarom opteren we om ons op twee specifieke doelen te gaan focussen. Enerzijds willen
we de invloed van het internet op de journalistieke nieuwsvergaring gaan achterhalen.
Langs de andere kant willen we onze grootste aandacht gaan richten op de
sportjournalisten en hoe die dus hun informatie verkrijgen. Dat het internet weldegelijk al
een zekere invloed heeft gehad op de journalistiek is al meermaals gebleken. Het ontstaan
van heel wat elektronische kranten is hier een duidelijk voorbeeld van. Reeds in 2000,
rond de definitieve doorbraak van de internetjournalistiek uitte een Nederlandse journalist
de volgende uitspraak: “Tegenwoordig bestaat de helft van onze krant uit verhalen die op
een of andere manier met het internet te maken hebben.”
In deze eindverhandeling wil ik daarom precies nagaan welke mogelijkheden het internet
biedt als journalistiek hulpmiddel voor het verzamelen en verwerken van nieuws en
informatie.
-5-
Hoe belangrijk is het internet nu als informatiebron voor de hedendaagse journalistiek?
Wat zijn de positieve en negatieve implicaties van het gebruik van internet voor de
nieuwsvergaring?
Een belangrijk aandeel van de thesis zal dan ook toegewijd worden aan de
internetjournalistiek, een nieuwe tak binnen de nieuwsverslaggeving die in sneltempo aan
belang wint.
-6-
3. Methodologie
In dit onderdeel zal ik toelichten hoe ik dit praktisch gezien wens te verwezenlijken.
Om te beginnen zal ik een uitgebreid literatuuronderzoek uitvoeren om zoveel mogelijk
relevante informatie over mijn onderwerp te vergaren. Op basis hiervan kan ik dan gaan
achterhalen wat de mogelijke invloeden zijn die het internet heeft op de alledaagse
journalistiek.
Ik zal er hoe dan ook naar streven om zowel boeken als recente tijdschriftartikels te
gebruiken. De problematiek is hoe dan ook een enorm modern fenomeen waardoor er nog
niet al te veel grote uitgaves over zullen gepubliceerd zijn. Ik verwacht overigens dat de
boeken voornamelijk zullen aangewend worden voor de brede situering van het thema.
Na dit literatuuronderzoek hoop ik alvast een stevige basis gelegd te hebben voor het
uiteindelijke onderzoek in mijn eindverhandeling.
De bedoeling is om voor het uiteindelijke onderzoek in mijn eindverhandeling gebruik te
maken van een internetenquête rondgestuurd naar een steekproef van Vlaamse
sportjournalisten. De mogelijkheid bestaat ook dat ik me ga baseren op het eerder
onderzoek van Steve Paulussen (‘De journalist van de 21e eeuw’) en eventueel mijn
resultaten met deze van 2003 ga vergelijken.
-7-
4. Inleiding
In de loop van de geschiedenis hebben nieuwe technologieën er steevast voor gezorgd dat er
nieuwe manieren ontstonden waarop het nieuws en allerhande andere informatie onder de
bevolking kon gebracht worden. In de periode na de Tweede Wereldoorlog was het
bijvoorbeeld de televisie die gold als het belangrijkste en meest krachtige nieuwsmedium dat
er toen voorhanden was. Later werd die invloed nog fors vergroot door verdere
ontwikkelingen zoals de videoband,
uitzendingen via satelliet en de moderne
kabeltechnologie.
Welnu, sedert ongeveer een decennium is er echter sprake van een nieuwe technologie, meer
bepaald het wereldwijde web. Grondlegger van dit technisch staaltje vernuft is de Brit Tim
Berners-Lee, tevens medewerker van CERN 1. In 1989 wist Berners-Lee een protocol te
ontwikkelen waarbij verschillende teksten met elkaar konden worden verbonden. Nochtans,
de echte geboorte van het web valt twee jaar later in 1991 te situeren, toen CERN de
technologie openstelde voor het grote publiek.
Deze innovatieve technologie heeft hoe dan ook een serieuze invloed op de dagelijkse praktijk
van de journalistiek. Het internet wordt een levensnoodzakelijk instrument voor de
hedendaagse journalist, zowel als communicatiemiddel als een middel dat moet instaan voor
de nieuwsvergaring. Vooral het web zal een belangrijke plaats innemen in het werkleven van
de journalist daar het zorgt voor een nooit eerder gezien hoeveelheid aan informatie,
gebundeld op één centraal medium.
1
CERN is een acroniem voor het Conseil Européen pour la Recherche Nucléaire. CERN is een Europese
organisatie die zich bezighoudt met onderzoeken waarbij gebruik wordt gemaakt van deeltjesversnellers. Op
deze manier hoopt men theorieën te vinden die de vier fundamentele krachten (namelijk de elektromagnetische
kracht, zwaartekracht, zwakke kernkracht en sterke kernkracht) kunnen verklaren vanuit één elementaire kracht.
De organisatie bevindt zich ten westen van Genève op de grens van Frankrijk en Zwitserland
(http://www.cern.ch).
-8-
De uitvinding van Berners-Lee kan men eigenlijk beschouwen als de opvolger van de
televisie, als een nieuw technologisch platform voor de journalistiek. Het publiceren van
nieuws op het internet wordt door velen aanzien als één van de meest ingrijpende wijzigingen
als gevolg van een nieuwe mediatechnologie. Vergelijk dit bijvoorbeeld maar eens met de
invloed die bijvoorbeeld de penny press, de uitvinding van de radio, televisie en kabeltelevisie
in het verleden hebben gehad. Al deze innovaties hebben zonder twijfel een grote impact
gehad, maar nooit eerder als nu hadden in zo’n korte tijdsspanne zoveel mensen toegang tot
de nieuwe mediatechnologie (Reddick en King, 2001: 161-162; Hulsens, Minnen en Van
Geel: 2001: 5-6).
We zullen in deze eindverhandeling allereerst wat toelichting geven bij de hoofdrolspeler van
dit alles: het internet. Onder meer zullen zowel het ontstaan, de ontwikkeling, de
samenstelling van het internet, … aan bod komen om vervolgens uitgebreide aandacht te
geven aan de internetjournalistiek. In het deel dat daarop volgt zal de problematiek rond het
Computer assisted reporting worden behandeld en de greep die het internet hierop heeft.
-9-
5. Theoretisch kader
Computer Assisted Reporting
De massale introductie van computers en netwerken op redacties heeft ervoor gezorgd dat de
journalisten werden geconfronteerd met heel wat nieuwe mogelijkheden. Een term die vaak
wordt gebruikt om dit fenomeen aan te duiden, is CARR (Computer Assisted Research and
Reporting). Ook andere acroniemen zoals daar zijn CAJ (Computer Assisted Journalism) en
CAR (Computer Assisted Reporting) worden hier en daar gebruikt, maar allen behandelen ze
dezelfde materie: het gebruik van de computer voor journalistieke doeleinden.
Cox meent dat CAJ verwijst naar het gebruik van de computer voor zowel on-lineresearch als
data-analyse: “The concept of computer-assisted reporting (CAR) is a broad one. It
encompasses anything that uses computers to aid in the news-gathering process. It can
involve online research and database journalism. It is sometimes called computer-assisted
journalism.” (Cox in Paulussen: 2004).
Deze definitie komt echter in sommige opzichten nog een beetje tekort. Zo wordt er niet zo
duidelijk gespecifieerd wat we onder het news-gathering process moeten verstaan. In deze
definitie wordt er als het ware enige vorm van voorkennis verondersteld. Daarom opteren we
om ook de definitie van John Herbert er bij te vermelden, die heel wat gedetaileerder is.
“Computer assisted reporting (CAR) includes the use of computers by reporters for gathering
and processing information in every phase of news story development: obtaining story ideas
from the computer databases, on-line services, networks and bulletin boards; collecting and
analysing information from government and private databases; verifying information received
from people via on-line sources and databases; and creating databases at the newspaper to
analyse statistical information for stories and graphics. (Herbert in Paulussen: 2004, H3: 4).
- 10 -
Volgens Nora Paul (1999: on-line) kan CAJ verder opgedeeld worden in vier afzonderlijke
componenten, namelijk de vier R’en: Reporting, Research, Reference, and Rendezvous.
Elke component kan evengoed zonder computer worden uitgevoerd, maar door er wel gebruik
van te maken kan het proces aanzienlijk versneld of vereenvoudigd worden.
Onder Reporting legt Paul voornamelijk de nadruk op de voordelen van de computer voor het
verwerken van grote hoeveelheden met behulp van statistische software. Daarnaast wordt de
research-taak van de journalist aanzienlijk vergemakkelijkt doordat deze on-line databanken
en bronnen ter beschikking heeft. Onder reference verstaat ze het opzoeken van kleine feiten,
definities, statistieken die een nieuwsbericht meer kleur geven. Online-woordenboeken,
kalenders, naslagwerken, cd-rom’s, etc. kunnen hier een belangrijke bron van informatie voor
zijn. Tenslotte, bij rendezvous gaat het om on-linecommunicatie met collega’s, informanten of
het publiek, zowel via discussielijsten, nieuwsgroepen, forums of chatrooms.
Het gebruik van de computer door journalisten is echter niets nieuws: reeds in de jaren ’60 en
’70 werd er al sporadisch gebruik gemaakt van de computer voor journalistieke doeleinden.
Het journalistieke computergebruik zette zich nochtans pas echt door in de jaren ‘80,
hoofdzakelijk te wijten aan de maatschappelijke doorbraak van de personal computer. Vanaf
dan werd de computer niet meer enkel gebruikt voor het productieproces van
nieuwsberichten, maar begon de computer ook een invloedrijke rol te spelen in het
nieuwsgaringproces van journalisten.
Met de lancering van het internet in 1991 is het CAJ definitief doorgebroken en is het zich tot
op de dag van vandaag blijven evolueren. Sindsdien wordt de computer alsmaar vaker
gebruikt voor journalistieke doeleinden: zowel om met anderen te communiceren als zich
uitgebreid te informeren. De communicatiefunctie wordt vooral vervuld door e-mail, de
informatiefunctie dan weer hoofdzakelijk door het worldwide web (Paulussen, 2004: H3, 5).
Dit wereldwijde web is één van de vele toepassingen van de digitalisering, een proces dat zich
reeds voordeed in de jaren ’70. Digitalisering is het proces waarbij informatie, van welke
vorm ook, gaat worden omgezet in een binaire code. Digitaal opgeslagen informatie wordt
dus door de computer gelezen als een opeenschakeling van allemaal nullen en enen. Het
- 11 -
voordeel van dergelijke digitale media is dat de drager van het medium geen fysieke
verschijningsvorm meer nodig heeft. De krant van weleer kan hierdoor op heel veel
verschillende manieren worden verspreid en gelezen (Jager en Van Twisk, 2002: 12-13).
Nora Paul omschrijft de invloed van de digitalisering voor de journalistiek als volgt:
“By taking advantage of the access to information and people available to you by using a
computer, your research and interviewing can have a range and immediacy that is simply
impossible without a computer’s assistance” (Reddick en King, 2001: III).
Benadrukt moet wel worden dat, zoals wel eens verkeerd wordt verondersteld, het worldwide
web slechts een onderdeel van het internet is. Het internet bestaat uit een scala van nog heel
wat meer protocols, zoals bijvoorbeeld e-mail en FTP 2.
Ontstaan internetjournalistiek
De ontwikkeling van dit internet zorgde ervoor dat er heel wat lucratieve initatieven
ontstonden die gebruik maakten van deze moderne communicatietechnologie. De
internetjournalistiek, misschien wel één van de meest spraakmakende nieuwigheden, maakt
de laatste jaren alsmeer meer furore. Dit wordt hoe dan ook in de hand gewerkt doordat een
relatief groot aandeel van de bevolking reeds over een (breedband)-internetaansluiting
beschikt. De onderneming wordt dus alsmaar aantrekkelijker gemaakt doordat het potentiële
publiek dat men kan bereiken tegen sneltempo groeit.
Bovendien zijn dergelijke initiatieven niet meer zo risicovol als in het verleden wel eens het
geval was. Het opstarten van een televisiestation of een gedrukte publicatie was én is nog
steeds een veel hachelijkere onderneming dan het lanceren van een nieuwe pagina op het
internet. De distributiekost van informatie op het internet staat immers vast. In tegenstelling
tot bij kranten of tijdschriften stijgen de kosten niet naarmate men meer gaat produceren of
distribueren (Reddick en King, 2001: 163-164; Jager en Van Twisk, 2002: 12-13).
2
FTP is de afkorting voor File Transfer Protocol, een internetprotocol dat de uitwisseling van bestanden tussen
computers aanzienlijk vergemakkelijkt.
- 12 -
Desondanks het feit dat er nog twijfels bestaan over onder meer de rendabiliteit van dit
medium zijn reeds vele bedrijven en dagbladen toch aan het experimenteren geslagen met dit
medium. Een heel aantal van deze experimenten zijn reeds terug opgedoekt, anderen boekten
dan weer matig tot groot succes (Beyers, 2002: 3). Niets wijst er echter op dat deze tendens in
de nabije toekomst zal gaan veranderen. Opmerkelijk is ook dat het niet meer enkel bedrijven
zijn die met on-linepublicaties van start gaan maar dat ook alsmaar meer privé initiatieven het
licht zien, hoofdzakelijk te wijten aan de lage drempelkost.
Kortom, het internet brengt dus heel wat teweeg in het van oudsher behouden wereldje van de
journalistiek. Inhoudelijk zullen de moderne journalistieke producten nog wel overeenkomen
met vroeger met actueel nieuws, analyses, achtergronden, etc. maar de ‘krant’ van morgen zal
niet enkel meer bestaan uit foto’s en tekstmateriaal. Daar zullen bijvoorbeeld beeld-,
videomateriaal en samengevoegde dossiers bijkomen. De journalist van vandaag zal bijgevolg
ook heel wat nieuwe vaardigheden moeten bijleren (Reddick en King, 2001: 163-164; Jager
en Van Twisk, 2002: 12-13).
Volgens verscheidene auteurs (Jager en Van Twisk: 2001; Reddick en King: 2001; Hall:
2001) valt de echte definitieve doorbraak van de internetjournalistiek te situeren in de periode
rond de milenniumwisseling. Het was ook rond die periode dat de snelle, permanente
internetverbindingen, zoals het breedbandnetwerk van Telenet verder verspreid onder de
brede bevolking. De internetgebruik kon sindsdien tegen een forfaitair bedrag per maand
onbeperkt op het internet kon surfen waardoor de online bestede tijd natuurlijk tegen
sneltempo toenam.
Definitie internetjournalistiek
Wat moeten we nu specifiek onder de term ‘internetjournalistiek’ gaan verstaan? Voor het
vinden van een goede definitie van internetjournalistiek wil ik me hoofdzakelijk baseren op de
mening van Steve Paulussen (2004). Volgens hem is het geen eenvoudige zaak om in de reeds
bestaande literatuur een goede definitie terug te vinden.
- 13 -
“Ofwel laten onderzoekers in de meeste recente publicaties over journalistiek een definitie
van het onderwerp gewoon achterwege (dit geldt voor bijna alle publicaties over onlinejournalistiek), ofwel ‘lenen’ ze een bestaande algemene definitie van andere auteurs met
voldoende autoriteit. Een brede omschrijving van on-linejournalistiek als ‘journalistiek op
het internet’ schept alleszins verwarring, omdat door het journalistieke gebruik van het web
en e-mail voor nieuwsgaring nagenoeg alle journalistiek gedeeltelijk op het internet wordt
bedreven. Het feit dat print-, radio- en televisiejournalisten vertrouwd zijn met onlineresearch
maakt van hen nog geen ‘on-linejournalisten’. Voor de verspreiding of ‘presentatie’ van het
nieuws en de informatie, die ze zowel on-line als off-line verzamelen, doen print- en
omroepjournalisten immers nog steeds een beroep op traditionele media: een krant,
tijdschrift, radio- of televisiezender.”
Daarom beschrijft Paulussen (2004) de on-linejournalistiek als “journalistiek die voor de
verspreiding van nieuws en informatie een beroep doet op een on-linemedium, veelal een
nieuwswebsite op het internet”. Het enige verschil tussen een internetjournalist en andere
redacteurs ligt dus in het gegeven dat hij gebruik maakt van een geheel ander medium. De
internetjournalist producteert immers ook nieuws, gebruikt dezelfde bronnen, bericht over
dezelfde onderwerpen maar brengt zijn bijdragen op het scherm van de computer in plaats van
op papier of een televisiescherm.
Men kan een onderscheid maken tussen twee soorten van internetjournalisten. Enerzijds heb
je de journalisten die werken voor een on-linepublicatie die gekoppeld is aan een klassiek
mediabedrijf (bijvoorbeeld De Standaard Online). Deze journalisten houden zich dan
voornamelijk bezig met het aanpassen van het materiaal van het moedermedium. Anderzijds
heb je ook internetjournalisten die werkzaam zijn voor een bedrijf dat zich enkel bezighoudt
met on-linejournalistiek (bijvoorbeeld Voetbalprimeur.nl) (Hulsens, Minnen en Vangeel,
2001: 26).
- 14 -
Drie typen van verspreiding
Er wordt in het algemeen een onderscheid gemaakt tussen drie typen van verspreiding van
webjournalistiek: er zijn e-mailpublicaties, webpublicaties en ten derde ook portaalsites,
websites die al de interessante nieuwtjes bundelen. E-mailpublicaties worden gekenmerkt
door de lage productie- en distributiekosten en een minimale opmaak. De verschillende
nieuwsberichten worden in dit type gewoon onder mekaar geplaatst in een eenvoudig
tekstbestand en verzonden naar de bestemmeling. Op heel wat journalistieke websites kan je
je op zo’n dergelijke nieuwsbrief abonneren. De vorm die in het algemeen bedoeld wordt met
‘internetjournalistiek’ zijn de webpublicaties. Nieuws van diverse thema’s wordt op een
centrale webpagina geplaatst en mensen kunnen op zoek gaan naar informatie dat hen
interesseert. Tenslotte onderscheiden we ook nog de portaalsite, een website die ernaar streeft
allerlei services aan te bieden. Het doel van een portaalsite is om als vaste startpagina in te
stellen, zodat je ze vanzelf regelmatig te lezen krijgt (Hulsens, Minnen en Vangeel, 2001: 1223).
Kenmerken internet-kranten
Nieuwswebsites of elektronische kranten (we scheren ze hier over dezelfde kam) kunnen
gekenmerkt worden door vier verschillende eigenschappen: de multimedialiteit, de
interactiviteit, hypertekstualiteit en tenslotte het permanent actuele karakter.
Het eerste en misschien ook wel het duidelijkste kenmerk van een nieuwswebsite is zijn
multimediaal karakter. In tegenstelling tot de in het verleden dominante nieuwsmedia heeft
het internet geen typische vorm van inhoud. De broadcastmedia verspreiden hun informatie
vrijwel uitsluitend via beeld- en geluidsmateriaal; de printmedia doen het dan weer via
tekstuele boodschappen, al dan niet vergezeld met illustraties. Het internet daarentegen
beperkt zich niet tot één enkele soort van signalen en is dus in staat om zowel geschreven
tekst, illustraties, geluids- en beeldmateriaal te verspreiden (Beyers, 2002: 4-5).
Eén van de grote toverwoorden binnen dit thema is de term convergentie. Hiermee wilt men
bedoelen dat de verschillende communicatiemedia langzamerhand met mekaar gaan
- 15 -
versmelten. In het verleden hadden de verscheidene nieuwsmedia verschillende mandaten en
functioneerden deze op hun eigen specifieke wijze. Deze traditionele verschillen tussen de
verscheidene media zien we tegenwoordig alsmaar vervagen. Door toedoen van het Internet
Protocol en het leggen van (transatlantische) glasvezelkabels kunnen deze verschillende
communicatiediensten tegenwoordig gebruik maken van gemeenschappelijke netwerken. Een
goed voorbeeld hiervan is het zogenaamde VOIP 3.
Deze convergentie stelt journalisten ook voor een nieuwe, ongekende uitdaging. Iedere
journalist moet zien te leren hoe elk van deze media op hun effectiefst kan benut worden. Dit
is meteen ook de belangrijkste reden waarom de gevolgen van de opkomst van het internet
veel ingrijpender kunnen worden dan de gevolgen van bijvoorbeeld de opkomst van de
televisie in zo’n vijftig jaar geleden (Reddick en King, 2001: 177-178; Wikipedia: on-line).
Vervolgens worden nieuwswebsites ook gekenmerkt door hun interactiviteit. Deze
interactiviteit laat zich bij de nieuwswebsites voelen op twee vlakken. Enerzijds is er sprake
van interactie door deel te nemen aan het communicatieproces (bijvoorbeeld chatten of
discussieforums). Hier spreekt men van communicatie-interactiviteit. Langs de andere kant
kan interactiviteit ook te maken hebben met het feit dat lezers zelf kiezen welke informatie ze
willen lezen en welke ze onberoerd laten. Hij of zij kan met name op doelgerichte wijze op
zoek gaan naar nieuws dat beantwoord aan zijn persoonlijke interesses. De afstand tussen de
lezer en zijn bron van informatie wordt dus vele malen kleiner als voordien.
Ten derde werd er met de komst van nieuwswebsites een nieuwe soort dimensie gecreeërd
waardoor het mogelijk werd om verschillende stukken informatie aan elkaar te koppelen door
het leggen van verbanden (of ‘links’). Een andere veel gebruikte mogelijkheid is het
aanleggen van dossiers, waarin men links aanbrengt naar eeder verschenen artikelen rond
hetzelfde thema.
Tenslotte blijven nieuwswebsites permanent actueel. Journalisten die voor een papieren
krantredactie werken, worden steeds geconfronteerd met een te behalen deadline. Bij e-
3
VOIP is de afkorting van Voice Over Internet Protocol, het telefoneren via het internet.
- 16 -
kranten is dit hoegenaamd niet het geval: het internet is immers het enige medium waar men
niet van vast tijdstip en vaste periodiciteit voor de publicatie van het nieuws kan spreken.
Nieuwswebsites werken als het ware met een permanente deadline, ze dienen 24 uur per dag
en 7 dagen per week up-to-date te zijn. Online nieuwsberichten worden hierdoor gekenmerkt
door hun korte en bondige stijl. Er wordt immers meer aandacht besteed aan het snel
verspreiden van het nieuws dan aan het verwerken van een brede analyse (Beyers, 2002: 5-6).
Soorten internet-kranten
Beyers (2002) onderscheidt twee soorten van online kranten. Na een studie in Vlaanderen
kwam hij tot de conclusie dat er een onderscheid kan gemaakt worden op basis van de
informatie die aan het publiek wordt aangeboden. Enerzijds zijn er kranten die werkelijk
online-nieuws aanbieden en die daarom bestempeld worden als content-sites. Deze websites
bieden inhoudelijk en actueel nieuws over verscheidene thema’s. Anderzijds kan men nog een
andere groep internet-kranten onderscheiden die bestaan uit de business-to-business en/of de
business-to-consumer websites. Op deze websites vinden we bijvoorbeeld informatie voor
adverteeerders en contactinfo maar vooral informatie over bedrijven (Beyers, 2002: 6).
- 17 -
6. Voorlopige inhoudsopgave
DEEL 1:

INLEIDING

PROBLEEMSTELLING EN MAATSCHAPPELIJKE RELEVANTIE

METHODOLOGIE
DEEL2: LITERATUURONDERZOEK

HET HEDENDAAGSE MEDIALANDSCHAP
o INLEIDING
o CONVERGENTIE
o INTERNET

Ontstaan en geschiedenis internet

Huidige situatie

Zes
verschillende
internet-protocols
(www/email/IRC/FTP/Usenet/Telnet)

JOURNALISTIEK
o INLEIDING
o INTERNETJOURNALISTIEK

COMPUTER ASSISTED REPORTING
o INLEIDING
O HET INTERNET ALS JOURNALISTIEK INSTRUMENT

communicatiefunctie

informatiefunctie
DEEL 3: ENQUÊTE BIJ VLAAMSE SPORTJOURNALISTEN
- 18 -
7. Planning & agenda
Reeds gedaan:
-
Literatuuronderzoek op basis van de gevonden bronnen in:
o Bibliotheek van Plantijn Hogeschool Meistraat
o Bibliotheek Campus Drie Eiken
o Seminariebibliotheek PSW Stadscampus
-
Startpaper
Juli – September:
-
Verdere verwerking van de gevonden bronnen
-
Meer bronnen zoeken
-
Bij al de bronnen de belangrijkste stukken kopiëren, lezen en samenvatten
Eerste semester 2006-2007:
-
Oktober: Uitwerken van de probleemstelling
-
November: De methodologie op verfijnde wijze opstellen
-
December: Literatuur onderzoek afwerken
Tweede semester 2006-2007:
Februari-April: Uitvoeren van het onderzoek
Mei: Afwerken thesis
- 19 -
8. Geannoteerde bibliografie
Gelezen teksten:

REDDICK, R. en KING, E. (2001), The online journalist: using the internet and other
electronic resources (third edition), Harcourt College, 277 p.
 Biedt voornamelijk een praktijkgerichte handleiding voor (beginnende)
internetjournalisten.

JAGER, R. en VAN TWISK, P. (2002), Internetjournalistiek, Amsterdam: Uitgeverij
Boom, 224 p.
 Soortgelijke bron als de eerste, biedt voornamelijk tips voor internetjournalisten.
Kan gebruikt worden als stof voor de inleiding.

HULSENS, E., MINNEN, K. en VANGEEL, J. (2001), Webjournalistiek, Brussel:
Uitgeverij De Boeck, 280 p.
 Tevens een praktijkgericht handboek, biedt interessant doch beknopt theoretisch
kader

BEYERS, H. (2002), De kr@nt van morgen, nog steeds op papier? Leeronderzoek ‘de ekrant’, Wilrijk: PSW-papers, 28 p.
 Behandelt een onderzoek naar het profiel en mediagedrag van de
internetgebruiker en de e-krantlezer. Werd gebruikt voor de beschrijving van de
kenmerken van internetkranten.

VAN MILDERS, M. (2003), Ontstaan en ontwikkeling van de geschreven
sportjournalistiek in Antwerpen (1866-1900), Wilrijk: PSW-papers, 31 p.
 Geeft een mooi overzicht van de beginjaren van de Antwerpse sportjournalistiek.
Helaas niet echt bruikbaar omwille van de specificatie voor de Antwerpse bladen.
- 20 -

PAULUSSEN, S. (2004), [email protected]: een studie naar de mogelijkheden
en gevolgen van het internet voor de journalistieke nieuwsgaring en nieuwsproductie,
Gent, 374 p.
 Zeer uitgebreid proefschrift over de journalistieke rol van internet. Gebruikt in
startpaper voor het theoretisch kader rond CAJ. Biedt ook resultaten van een
onderzoek aan over internetgebruik vlaamse beroepsjournalist.

PAUL, N. (1999), Computer-Assisted Research: A Guide to Tapping Online Information,
http://www.poynterextra.org/extra/newcar, on line, gelezen op 20/05/06
 Te gebruiken voor het hoofdstuk over CAR. Het is nog wel nodig de papieren
versie van de website in handen te krijgen, is veel uitgebreider.
Nog te lezen:

HITCHCOCK, J. R. (1991), Sportscasting, Boston/ London: Focal Press, 107 p.

HALL, J. (2001), Online journalism: a critical primer, London: Pluto Press, 265 p.

LUYCKX, T. (1978), Evolutie van de communicatiemedia, Brussel: Elsevier Sequoia,
576 p.

DEFLEUR, M.H. (1997), Computer-assisted investigative reporting: development and
methodology
- 21 -
Download