Strijd tegen management-terreur - Rijnland

advertisement
Strijd tegen management-terreur
Mathieu Weggeman is een man met een missie. De
Eindhovense hoogleraar en organisatie-adviseur trekt ten
strijde tegen management-terreur. Vandaar de ietwat
provocerende titel van zijn boek ‘Leiding geven aan
professionals? Niet doen!’, dat is uitgeroepen tot
Managementboek van het Jaar.
door Chris Paulussen
Hij brengt zijn verhaal met een kwinkslag. Hij houdt van humor. Zijn
boodschap is er niet minder serieus om. Mathieu Weggeman steekt niet voor
niks de draak met managers.
„Hoe komt het toch dat managers altijd zo druk willen doen? Ik zie zo weinig
managers met hun handen in hun zak rond lopen en genieten van de
prestaties die geleverd worden.”
Weggeman richt zich als adviseur op organisaties waar kenniswerkers of
professionals – mensen met een hoger beroeps- of wetenschappelijke
opleiding – werkzaam zijn. Het is zijn overtuiging dat in die organisaties
weinig leiding nodig is.
„Professionals weten zelf wel wat van hun verwacht wordt. Een chirurg heeft
negen jaar gestudeerd om eindelijk zijn vak te kunnen uitoefenen. Die heeft
geen economisch directeur nodig om hem te motiveren. Hij wil niets liever
dan zijn werk doen. Voorwaarde is wel dat de kenniswerker zijn vak verstaat.
Anders heeft de manager alle recht om in te grijpen.”
‘Leiding geven aan professionals? Niet doen!’ gaat over de kunst van het
leiding geven aan professionals en waarom dat maar een beetje nodig is.
„Maar die paar dingen die echt nodig zijn moeten dan wel goed gedaan
worden. De leidinggevende dient er alleen te zijn op het juiste moment, niet
daarvoor en ook niet daarna.
Dat vergt alertheid, een goede timing en de nodige bescheidenheid.”
Dienend leiderschap noemt Weggeman dat. Hij put voor zijn boek uit zijn
ervaringen bij onder meer Philips, Shell, TNO, advocatenkantoren,
ziekenhuizen en grote orkesten. „Voor een koekjesfabriek word ik niet
gevraagd. Daar zou ik ook weinig kunnen bijdragen.' Leiders in een
kennisorganisatie moeten volgens Weggeman uit het vak komen.
Rechters moeten geleid worden door een rechter, leraren door een leraar,
ingenieurs door een ingenieur. „Ze hoeven niet de beste te zijn – het is zonde
als de beste onderzoeker gaat managen, maar ze moeten wel weten waar ze
het over hebben. Een directeur van een biomedisch laboratorium die het
verschil niet weet tussen een bacterie, een virus en een parasiet wordt echt
niet serieus genomen.”
Het stoort Weggeman dat in Nederland bijna kritiekloos zoveel wordt
overgenomen van de Anglo-Amerikaanse managementstijl, die vooral gericht
is op korte termijn- succes. Hij moet niets hebben van de MBA’s, de Masters
of Business Administration, die alleen maar hebben geleerd om te managen.
„MBA’s hebben geleerd om organisaties te zien als geldmachines. Of daar
hutkoffers, computers of kranten uitkomen interesseert ze geen zier. Soms
zijn ze letterlijk disconnected van de organisatie. Ze vestigen zich in het
centrum van de stad in designpaleizen en laten zich afschermen door stewardess- achtige dames.”
Bij gebrek aan vakinhoudelijk kennis zoeken de MBA’s hun toevlucht in
regels en procedures. Met als gevolg dat kenniswerkers worden lastig
gevallen door tijdschrijfsystemen, afdelingsbudgetten, nacalculaties,
verplichte groepsplannen, voortgangsrapporten, inkoopbonnen,
reisaanvraagformulieren, parkeerregelingen, kwaliteitsrichtlijnen, taak- en
functie-omschrijvingen en andere ‘infantiele bureaucratische nikserigheid’. De
alom nagestreefde transparantie is volgens Weggeman synoniem voor
gebrek aan vertrouwen. „Daarom zijn we voortdurend bezig om verantwoording af te leggen. In de publieke sector gaat door bureaucratische
geldverspilling veertig procent van het budget op aan overhead.”
Kenniswerkers ontwikkelen volgens Weggeman hun eigen manieren om
onder de toenemende regelzucht – planning & control – uit te komen. Ze
gaan ‘mee-stribbelen’. „In plaats van te protesteren spelen ze het spel een
beetje mee. Ze hebben ontdekt dat tegen zijn meer energie kost dan de boel
– een beetje – foppen. Dat verklaart hoe het mogelijk is dat ondanks het
dramatische beeld dat de commissie Dijsselbloem schetst, toch nog
behoorlijk onderwijs wordt gegeven. Veel dingen uit Den Haag worden
gewoon beleidsarm ingevoerd. Een beetje wel en veel niet.”
Hoe het wel moet? Weggeman pleit voor ontbureaucratisering en dienend
leiderschap. Hij vroeg ooit aan Kees Bulthuis wat die in zijn tijd als baas van
het Natuurkundig Laboratorium van Philips als zijn belangrijkste taak zag.
„Zorgen dat het volk niet van de leg raakt”, luidde het antwoord. Bulthuis –
afgestudeerd fysicus – vond dat hij als een hitteschild moest dienen voor de
ruis die van stafdiensten, divisiedirecties en raad van bestuur kwam.
De groepsleider moet er volgens Weggeman voor zorgen dat de
kenniswerkers zo goed mogelijk hun werk kunnen doen. En dat ze kunnen
blijven leren, want kennis veroudert steeds sneller. Voor het aansturen van
de organisatie moet er een collectieve ambitie zijn. „Dat moet een hogere
waarde zijn die buiten de organisatie ligt.
Een product of dienst die op prijs wordt gesteld. Een krantenredactie zou zich
de vraag kunnen stellen wat het voor veel mensen betekent als ze niet meer
dagelijks een krant bij hun ontbijt hebben. Met een rendementsdoelstelling
van vijftien of zeventien procent motiveer je professionals niet. Als een
manager daarmee aankomt, vraag ik of we daar nu tweeduizend jaar
beschaving voor nodig hebben gehad.”
Weggeman juicht het toe dat bij Philips en Shell weer ingenieurs aan de
macht zijn en geen financiële mensen of kruideniers.
„Van de Veer weet hoe de olie- en gasreserves van Shell heel precies
moeten worden berekend. En het is geen wonder dat Boonstra af wilde van
de spaghetticultuur bij Philips. Hij begreep niet wat er gebeurde en zag de
patronen niet. Van de andere kant is het goed dat zijn opvolger Kleisterlee
ook over marketing praat. Anders gingen ze allemaal weer knutselen bij Philips.”
Weggeman trekt een vergelijking met het ouderschap. Hij vindt het belachelijk
dat opa’s en oma’s een certificaat zouden moeten hebben om op hun
kleinkinderen te passen. „Voor het opvoeden van kinderen bestaat geen
opleiding. Management hoef je ook niet te leren. Belangstelling tonen,
meegenieten en gemakkelijk communiceren. Dat is het wel zo’n beetje. Het is
jammer dat ze zich daar niet toe beperken.”
Mathieu Weggeman: „Management hoef je niet te leren”. foto René Manders
Powered by TECNAVIA
Copyright (c)2008 Eindhovens Dagblad 22/03/2008
Download