Borstvoeding, het beste voor uw baby

advertisement
Borstvoeding
H.313118.1014
Het beste voor uw baby
Voorwoord
Dit voorlichtingsboekje wordt u aangeboden door het RöpckeZweers ziekenhuis. Ons ziekenhuis is een gecertificeerde instelling,
dat wil zeggen dat wij een “diploma” hebben gekregen van de WHO
en UNICEF: Baby Friendly Hospital, omdat wij moeders die
borstvoeding geven begeleiden. Een goede begeleiding begint bij
voorlichting, vandaar dit boekje.
2
Inhoud
Bladzijde
Hoofdstuk 1
Waarom moedermelk
4
Hoofdstuk 2
Borstvoeding geven
6
Hoofdstuk 3
Praktische problemen bij moeder en kind
17
Hoofdstuk 4
Afkolven en bewaren van moedermelk
25
Hoofdstuk 5
Bijvoeden
31
Hoofdstuk 6
Algemene adviezen voor de moeder
33
Hoofdstuk 7
Borstvoeding in bijzondere omstandigheden
36
Hoofdstuk 8
Overzicht telefoonnummers
38
Tien vuistregels
39
3
Hoofdstuk 1
Waarom moedermelk
Borstvoeding geven betekent intimiteit en bescherming voor de baby
op de meest natuurlijke manier en met de beste samenstelling.
Het is eigenlijk logisch dat uw eigen moedermelk het beste is voor
uw baby. Het wordt tenslotte door uw lichaam zelf aangemaakt met
als doel uw baby van voeding te kunnen voorzien. Moedermelk heeft
altijd de juiste samenstelling en de goede temperatuur. Dit zijn
natuurlijk grote voordelen ten opzichte van flesvoeding.
Uit onderzoek blijkt steeds weer dat moedermelk stoffen bevat die
uw baby beschermen tegen allerlei infecties. Vooral in de eerste
melk, het zogenaamde ‘colostrum’, zitten heel veel van deze
belangrijke antistoffen. Deze antistoffen zijn nodig omdat uw baby
vlak na de geboorte nog zo klein is en daarom sneller vatbaar voor
infecties. In uw buik zat uw baby lekker beschermd en kreeg via uw
bloed ook antistoffen.
Als de baby ongeveer een week oud is, komt u in de fase van de
‘overgangsmelk’. Hierin zit geleidelijk minder eiwit terwijl de
hoeveelheid vet en melksuiker (en daarmee de calorische waarde)
toeneemt.
Ongeveer twee weken na de geboorte produceren de borsten rijpe
moedermelk. Hoewel de concentratie van antistoffen nu lager is dan
in het colostrum, is ook na de eerste weken de beschermende
waarde van moedermelk van groot belang voor de gezondheid van
uw baby.
Het geven van borstvoeding is dus een perfecte manier om uw baby
na de bevalling op een natuurlijke manier te beschermen.
Uit onderzoeken tussen borst- en niet borstgevoede kinderen blijkt
dat borstgevoede kinderen minder kans hebben op
luchtweginfecties, oorontstekingen, ontstekingen van de
hersenvliezen en maagdarminfecties. Moedermelk heeft daarnaast
een beschermende werking bij kinderen die een erfelijke aanleg
hebben voor allergische aandoeningen. Als deze klachten zich al
voordoen, dan komen ze vaak later en in een mildere vorm.
Ook voor de moeder is het geven van borstvoeding goed.
4
Door het geven van borstvoeding herstelt de baarmoeder zich
sneller en u komt makkelijker terug op uw oude gewicht. Op de
langere termijn heeft het geven van borstvoeding nog meer
voordelen. U loopt minder risico op bepaalde vormen van kanker als
u een tijdlang borstvoeding hebt gegeven en uw botten zijn op latere
leeftijd steviger.
Begeleiding nodig
Uw baby de borst geven gaat niet altijd probleemloos. Hoe minder u
door eigen opvoeding en ervaringen met dit natuurlijke proces
vertrouwd bent geraakt, des te meer hulp kunt u erbij gebruiken.
Goede raad komt van alle kanten. Het is een hele kunst om de weg
te vinden in een wirwar van goedbedoelde, maar vaak tegenstrijdige
adviezen. Met wat kennis van zaken wordt dit een stuk eenvoudiger.
Het gaat erom dat uw zelfvertrouwen tegen een stootje kan en dat u
uw eigen verantwoordelijkheid kunt nemen.
Door dit boekje en de begeleiding van onze kraam- en
kinderverpleegkundigen proberen we u een steuntje in de rug te
geven. Wij bieden u daarnaast specifieke begeleiding aan van onze
borstvoedingsconsulente en onze lactatiekundige. Zij bezoeken u zo
mogelijk tijdens uw verblijf in het ziekenhuis. Achterin dit boekje
vindt u hun namen en telefoonnummers.
5
Hoofdstuk 2
Hoe bereid je je voor op borstvoeding
Wil borstvoeding een kans van slagen hebben, dan is de motivatie
van beide aanstaande ouders erg belangrijk. De vrouw is diegene
die de borstvoeding geeft, maar de steun van de partner speelt
daarbij een belangrijke rol.
Borstvoeding geven is heel natuurlijk. Je lichaam is er tenslotte op
gebouwd. Twijfelt u misschien of u wel borstvoeding kunt geven
omdat u bijvoorbeeld platte of ingetrokken en gevoelige tepels hebt?
Overleg dit dan met uw verloskundige, gynaecoloog,
verpleegkundige of de lactatiekundige.
Aanleggen in het eerste uur
Het grote moment is daar! Uw baby is net geboren en ligt uit te
rusten op uw buik. Ook voor hem of haar is de bevalling een hele
klus. Dit is het beste moment om uw baby voor het eerst aan te
leggen. De zuigreflex is namelijk het eerste uur na de geboorte heel
erg sterk. Als een soort ‘oerdrang’ zal uw baby gemakkelijk uw tepel
vinden en gaan zuigen.
De verpleegkundige helpt u uw baby binnen een uur na de
bevalling aan te leggen. Dit eerste lichamelijke contact is belangrijk
voor de emotionele binding tussen u en uw baby. Meestal likt het
kind eerst wat voordat het de tepel pakt.
Als u via een keizersnede bevalt is het niet altijd mogelijk uw baby
binnen een uur aan te leggen. We raden de papa dan aan om te
kangoeroeën (buidelen): de blote baby op zijn blote borst.
De verpleegkundige, die u begeleidt bij het geven van borstvoeding,
leert u hoe u kunt aanleggen of helpt vader met het buidelen.
Aandachtspunten daarbij zijn:
 uw baby ligt goed gesteund, dicht tegen u aan;
 uw baby ligt met lichaam en hoofd in één lijn: buikje richting
moeder;
 de neus van uw baby bevindt zich tegenover de tepel;
 u ondersteunt de borst met vier vingers aan de onderkant, ver
van de tepelhof;
6
 u kietelt met de tepel de onderlip van uw baby, of drukt eventueel
zacht tegen de kin, totdat de mond wijd opengaat;
 u brengt uw baby naar de borst en niet de borst naar uw kind;
 uw baby moet voldoende van de onderkant van de borst in de
mond kunnen nemen;
 de onderlip en bovenlip zijn naar buiten gekruld, de tong komt
onder de tepelhof;
 bij de bovenlip blijft meer zichtbaar van de tepelhof dan bij de
onderlip. Dit is vooral door omstanders te zien, en niet zozeer
door uzelf;
 u drukt de kin van uw baby tegen de borst, waardoor de
neusgaten vrij zijn.
Let op: het vrijhouden van de neus van uw baby door met een
vinger de borst in te drukken is af te raden vanwege het risico dat
enkele melkgangen worden afgesloten.
Rooming-in
Tijdens de kraamdagen en ook daarna is het voor de borstvoeding
van belang dat moeder en baby zoveel mogelijk in één ruimte
verblijven. Dit heet rooming-in. Dit geeft u als moeder de beste
mogelijkheid om goed in te spelen op het gedrag van de baby. Zo
herkent u de hongersignalen zoals smakgeluidjes, sabbelen op de
handjes, tongbeweging en draaien met hoofdje en kunt u daarop
inspelen door sneller aan te leggen.
Dit is van belang voor het op gang brengen van de borstvoeding en
het stimuleren van voeden op verzoek.
Doordat u meer bij u baby bent kunt u ook vaker knuffelen iets wat
jullie beiden goed zal doen.
7
Verschillende houdingen om uw kind te voeden
Liggend voeden
Vlak na de bevalling is het prettig uw baby liggend te voeden.
Daarbij zijn de volgende punten van belang:
 zorg dat u en uw baby beiden goed op de zij naar elkaar toe
gedraaid liggen. Voorkom dat uw baby op de rug draait door een
opgerolde handdoek in zijn/haar rug te leggen;
 uw baby ligt met hoofdje, buik en beentjes naar u toegedraaid.
Trek daarbij de billen en beentjes goed tegen u aan;
 uw hoofd ligt op het hoofdkussen, de arm waarop u steunt
omhoog, waarbij uw schouder niet op, maar onder het kussen
ligt;
 het neusje van uw baby bevindt zich tegenover uw tepel.
Zittend voeden
Zittend voeden is handig om het aanleggen te leren omdat u dan
twee handen kunt gebruiken en goed overzicht heeft.
Kies een houding waarin u prettig en ontspannen zit. Voorkom dat u
onderuit of opzij zakt tijdens het voeden. Gebruik eventueel een
voetenbankje of een kussen onder uw ellebogen. Ook een kussen
op uw schoot, zodat u daarop uw baby kunt leggen, is vaak prettig.
8
Dit voorkomt dat u voorover gaat buigen en dat de baby gaat
hangen aan de tepel. Dat kan leiden tot een pijnlijke rug, nek en
schouders of geïrriteerde tepels.
 Uw baby ligt met het nekje in de holte van uw elleboog en u
houdt met uw hand de billetjes/bovenbeentjes vast;
 het armpje van uw baby wordt onder uw arm gelegd, zodat de
baby met het buikje naar u toegekeerd ligt;
 het hoofdje en nekje van uw baby liggen in een rechte lijn,
de tepel bevindt zich tegenover het neusje van uw baby.
Rugby-houding/bakerhouding.
Dit is een goede houding wanneer u via een keizersnede bent
bevallen. Uw baby ligt dan niet op het litteken van de buikwond. In
het begin zult u bij deze houding wat hulp nodig hebben.
 uw baby ligt op een kussen waarbij het gezichtje naar u is
toegekeerd en de beentjes onder uw arm door liggen. De baby
ligt op uw onderarm, u heeft met dezelfde arm het hoofdje vast;
 rug en nekje vormen een rechte lijn. Uw baby kan de tepel zo
pakken;
 zorg voor voldoende steun voor uw voeten zodat u niet voorover
gaat leunen. Met uw vrije hand kunt u de borst sturen.
Niet goed aangelegd
In de volgende gevallen is uw baby niet goed aangelegd en kunt u
beter uw baby van de borst halen en opnieuw aanleggen:
 hoofd en lijfje van de baby liggen niet in een lijn, de baby “hangt”
aan de borst. Hierdoor kunnen problemen met ademhalen
ontstaan;
9
 de baby drinkt met een tuitmondje, zijn onderlipje raakt de basis
van de tepel. Hij heeft niet voldoende borstweefsel in de mond,
waardoor efficiënt legen van de borst moeilijk wordt;
 het hoofdje van de baby is naar beneden gebogen, hij houdt de
kin op de borst en ligt met zijn lijfje niet dicht tegen de moeder
aan. Daardoor heeft hij te weinig houvast en komt zijn neusje in
de borst;
 het mondje glijdt op en neer over de tepelhof. De baby blijft
oppervlakkig zuigen, de wangetjes worden naar binnen gezogen
en/of er is een klikkend smakgeluid hoorbaar;
 voeden is pijnlijk. De pijn blijft gedurende de hele voeding;
 na de voeding blijken de tepels beschadigd: een blaar, roodheid
of witte huid door slechte doorbloeding.
Bij een goede aanleghouding is het neusje van uw baby vrij en is het
voeden niet pijnlijk. Het eerste aanzuigen van uw kind kan wel
gevoelig zijn, maar als uw baby de borst en tepel goed in de mond
neemt, mag het na het eerste aanzuigen geen pijn meer doen.
Vooral in het begin gaat het aanleggen nog niet zo gemakkelijk,
maar na een paar keer zult u zien dat u hier al meer vertrouwd mee
raakt.
Het voeden
Toeschietreflex
De toeschietreflex wordt gestimuleerd door speciale hormonen
waaronder oxytocine, die ervoor zorgen dat de melk door de
melkkanaaltjes naar de tepels stroomt. Bij elke voeding komt de
toeschietreflex op gang als uw baby een paar keer aan uw tepels
heeft gezogen, meestal na 1 à 4 minuten voeden. Iedere vrouw
ervaart de toeschietreflex anders. Voor sommige vrouwen is het een
stekende pijn of tinteling en andere vrouwen voelen helemaal niets.
Deze ervaringen zijn normaal te noemen. Na het voeden voelt de
moeder zich vaak loom en moe. Dit is de tijdelijke werking van de
oxytocine, die een soort natuurlijke rust veroorzaakt.
10
Het op gang brengen van de borstvoeding
Borstvoeding wordt gestimuleerd door vaak en goed aanleggen. Om
de melkproductie op gang te brengen is het goed om uw baby de
eerste 2 a 3 dagen in ieder geval elke 2 a 3 uur aan beide borsten
aan te leggen. Leg uw kind langer dan 5 minuten per borst aan,
omdat de toeschietreflex na 3 a 4 minuten optreedt. De totale
melkproductie wordt hoger door vaak en goed aanleggen.
Meestal komt de melkproductie pas goed op gang vanaf de derde of
vierde dag.
Voeden op verzoek. Hoe doe je dat
Voeden op verzoek betekent dat u uw baby gaat voeden op het
moment dat hij een teken van voedingsbehoefte/honger geeft.
Een teken kan zijn: onrustig slapen, lichte slaap, ontwaken,
zoekgedrag met mond en/of handen, smakken.
Deze tekenen moeten niet verward worden met
vermoeidheidsignalen: onrustig/druk worden, jengelen, huilen, u niet
meer aankijken, afwenden, wit worden, rode wangetjes of oortjes,
gapen, in ogen wrijven.
Clustervoedingen: het is normaal als uw baby soms een paar keer
vlak achter elkaar wil drinken en dan een langere tijd slaapt.
Duur van een voeding
De duur van een voeding wordt door de baby bepaald. Het is
afhankelijk van de frequentie van het voeden en ligt over het
algemeen tussen de 10 en 20 minuten. In principe laat een baby de
borst vanzelf los als het voldoende gedronken heeft.
Signalen dat een baby genoeg heeft gehad zijn:
 in slaap vallen;
 loslaten van de borst;
 sabbelen of onregelmatig slikken.
Hoeveel voedingen geef je per dag
De eerste 10 dagen
Voed de eerste 10 dagen om de 2 à 3 uur (’s nachts om de 4 à 5
uur).
11
Na 10 dagen
Op verzoek blijven voeden.
Na 4 tot 8 weken
Uw baby heeft nu meestal een eigen ritme gevonden. Veel baby’s
willen ’s nachts ook nog gevoed worden. Dit is normaal, omdat
borstvoeding heel licht verteerbaar is.
Voldoende voeding? Waar moet je op letten
Om te weten of uw baby voldoende voeding binnen krijgt, kunt u
letten op de volgende aanwijzingen:
 is uw baby tevreden en alert na het wakker worden;
 een tevreden baby maakt een ontspannen indruk;
 plast uw baby voldoende;
 hoe is de ontlasting van uw baby;
 groeit uw baby voldoende.
Het ontlastingpatroon en natte luiers
Als u borstvoeding geeft, ruikt de ontlasting van uw baby neutraal, in
tegenstelling tot de ontlasting van een baby dat flesvoeding (kunst
voeding) krijgt. Uw baby krijgt de eerste weken meerdere keren per
dag ontlasting. De kleur is afhankelijk van wat u eet en drinkt. De
ontlasting kan korrelig, zacht of heel dun zijn. Na 4-6 weken hebben
borstgevoede baby’s geleidelijk minder vaak ontlasting en kan dat
zelfs afnemen tot eens per tien dagen.
Wanneer de voeding op gang is gekomen, meestal vanaf de vierde
dag, moet uw baby bij elke verschoning een natte luier hebben. Dat
komt neer op ongeveer 6 – 8 natte luiers per dag. Dit geldt niet voor
de eerste dagen, in deze periode is 1 natte luier in 24 uur
voldoende.
Wegen
Naast bovenstaande aanwijzingen is het gewicht ook een aanwijzing
om te kunnen zien of uw baby voldoende voeding binnen krijgt.
Tijdens de kraamtijd wordt uw baby regelmatig gewogen. Daarna
gebeurt dit door de wijkverpleegkundige thuis of op het
consultatiebureau.
12
Groei
Het geboortegewicht van de baby geeft geen aanwijzing voor de te
verwachten groei. Hoe zwaar de baby is bij zijn geboorte wordt
voornamelijk bepaald door het functioneren van de placenta.
Geleidelijk komt de baby op zijn eigen ‘groeilijn’ terecht. Aanleg en
lichaamsbouw van de ouders spelen daarbij natuurlijk mee.
Uitgangspunten
 Afvallen gedurende de eerste dagen is een normaal verschijnsel.
Het gewichtsverlies kan oplopen tot 10% van het
geboortegewicht.
 De meeste baby’s zijn na 10 dagen weer op hun
geboortegewicht.
 Met name bij een zware baby duurt het soms tot een week of drie
voor hij het geboortegewicht weer heeft bereikt; van belang is dat
een kind na ongeveer een week begint aan te komen.
 Nadat de baby terug is op het geboortegewicht, zal hij ongeveer
90 – 200 gram per week aankomen.
 De standaardgroeicurven, die gebaseerd zijn op baby’s die
flesvoeding krijgen, kunnen onjuiste verwachtingen wekken voor
uitsluitend borstgevoede zuigelingen. De ervaring leert dat borst
gevoede baby’s, de eerste twee tot drie maanden vaak sneller
groeien dan de curve aangeeft. Rond de leeftijd van vier
maanden gaat het echter minder hard. De afvlakking van de
groeicurve moet naar alle waarschijnlijkheid als een normaal
patroon worden beschouwd. Het is dus geen teken van een
teruglopende melkproductie.
 Op www.borstvoeding.com kan een groeicurve ingevuld worden,
die gebaseerd is op borstgevoede baby’s.
Vitamine K en D
Alle borstgevoede baby’s krijgen vanaf de 8ste dat tot de 3de
levensmaand extra vitamine K. Daarnaast krijgen alle baby’s tot 4
jaar vitamine D. vraag uw hulpverlener nar de op dit moment
geldende richtlijnen. Voedende moeders hebben ook extra vitamine
D nodig.
13
Borstvoeding en een baan buitenshuis
Het is in de wet bepaald dat een moeder die borstvoeding geeft
bijzondere rechten heeft:
 een werkneemster die haar baby borstvoeding geeft heeft, indien
zij de werkgever hiervan in kennis heeft gesteld, gedurende ten
hoogste 9 maanden na de geboorte van het kind, recht de arbeid
te onderbreken, om in de nodige rust en afzondering het kind te
zogen of om te kolven;
 als de werkneemster tenminste 3 uur per dag arbeid verricht,
heeft zij er recht op om voor het voeden in ieder geval een vierde
van de totale arbeidstijd per dag te gebruiken. Dat is bij een
werkdag van 4 uur, één uur voeden;
 voor het kolven geldt dat de onderbreking in ieder geval per keer
tenminste een half uur mag bedragen;
 de onderbrekingen worden beschouwd als werktijd.
De mogelijkheden
 de baby gaat mee naar het werk.
 De baby wordt bij de moeder gebracht voor de voedingen.
 Afkolven op het werk, de baby krijgt thuis afgekolfde
moedermelk.
 Afkolven op het werk om de productie in stand te houden, terwijl
het kind onder werktijd flesvoeding krijgt. Op vrije dagen wordt
dan volledig borstvoeding gegeven.
 Geleidelijk minder borstvoeding geven voor de moeder weer gaat
werken.
 Alleen nog voeden als de moeder thuis is.
Bij de keuze tussen bovenstaande oplossingen spelen een aantal
zaken een rol zoals: de aard van het werk, de faciliteiten op het
werk, de afstand tussen het werk en het kind en het vervoer.
Wanneer laat u uw baby wennen aan het drinken uit een fles
Een baby die borstvoeding gewend is moet leren hoe hij uit een fles
moet drinken. Het is verstandig te wachten met oefenen tot de
borstvoeding voor moeder en baby makkelijk gaat. Rond 6 à 8
weken na de geboorte is een goede tijd om te gaan oefenen.
Biedt u de fles te vroeg aan en/of vele voedingen achter elkaar, dan
bestaat de kans dat de baby vergeet hoe hij de borst moet pakken.
14
Begint u na een maand of drie dan weigeren sommige kinderen
absoluut de fles. U kunt vanaf 6 weken na de geboorte ’s morgens
één borst geven en de andere borst daarna afkolft. De in de koelkast
bewaarde melk kan uw partner, of uzelf ’s avonds in een flesje
geven. Zo kunt u mogelijk fles weigeren voorkomen.
Het afbouwen van borstvoeding
Tot ongeveer 6 maanden heeft uw baby voldoende aan alleen
borstvoeding. Het consultatiebureau geeft advies over het geven
van bijvoeding. Hiermee gaat u geleidelijk de borstvoeding
vervangen en de melkproductie zal dan ook geleidelijk afnemen. Wilt
u eerder stoppen met borstvoeding, dan zult u over moeten gaan op
kunstvoeding. UNICEF en de WHO bevelen aan de borstvoeding
voort te zetten tot ver in het tweede levensjaar. Het immuunsysteem
van kinderen is pas rond het vijfde jaar op volle sterkte. Het is
daarom zinvol de borstvoeding zolang te continueren als moeder en
baby dat willen. Voor het kind is dit een gezondheidsbonus.
Het afbouwen gaat als volgt:
 van de voedingen overdag laat u eerst de voeding vervallen die
het minst fijn verloopt. Deze vervangt u door kunstvoeding.
Meestal is dat de late middag voeding ;
 vervolgens bouwt u de borstvoeding zo gelijkmatig mogelijk over
het etmaal af;
 stop als een na laatste met de voeding voor de nacht;
 als allerlaatste stopt u met de ochtendvoeding.
Tips
 Neem vooral de tijd voor het afbouwen. Stoppen gaat niet van de
ene op de andere dag.
 Je kunt borstvoeding afbouwen door 1 voeding per 5 à 7 dagen
te laten vervallen. Het kan eventueel sneller maar dit is
afhankelijk van hoe uw borsten reageren op het afbouwen. Wacht
bij een gespannen gevoel of harde plekken in de borsten met het
afbouwen van nog een voeding.
 In flesvoeding zitten vitamine D en K. Overleg met de
wijkverpleegkundige, hoe om te gaan met deze vitamines tijdens
het afbouwen van de borstvoeding.
15
 Vragen over het afbouwen van borstvoeding kunt u altijd stellen
aan de wijkverpleegkundige of aan een van de
borstvoedingsdeskundigen die achterin dit boekje met naam en
telefoonnummer staan..
Moet u door omstandigheden toch ineens stoppen, dan zult u
moeten afkolven. Om de borstvoeding sneller te laten afnemen, is
het goed om overdag en 's nachts een stevige beha te dragen. Kolf
regelmatig en in afnemende mate een klein beetje voeding af.
Hiermee vermindert u de spanning op uw borsten en voorkomt u
een eventuele borstontsteking.
Voor het acuut stoppen van borstvoeding is zonodig ook
medicatie te gebruiken. Overleg hierover met uw verloskundige,
huisarts of de lactatiekundige.
16
Hoofdstuk 3
Praktische problemen bij moeder en baby
Uw baby ligt op een andere afdeling dan u
Het kan voorkomen dat uw baby op de kinderafdeling ligt. Het is dan
niet altijd mogelijk om zelf borstvoeding te geven. Vaak is het wel
mogelijk om afgekolfde melk via lepelen, een cupje of via een sonde
aan uw kind te geven. De verpleegkundige zal dit dan met u
bespreken. Gun uzelf de tijd en de rust om het kolven te leren.
Pijnlijke tepels en tepelkloven
De eerste dagen heeft bijna elke moeder aan het begin van de
voeding wel eens last van gevoelige of pijnlijke tepels. Als de baby
goed is aangelegd verdwijnt deze pijn na een paar minuten.
Oorzaken van pijnlijke tepels en/of kloofjes kunnen zijn:
 niet goed aanleggen van uw baby; de baby pakt de borst niet
goed;
 huidirritatie door overgevoeligheidsreactie op crèmes,
zoogkompressen, zeep of wasmiddelen;
 spruw (schimmelinfectie) in de mond van uw baby en op uw
tepel;
 verkeerd gebruik van een borstkolf;
 een gevoelige of droge huid.
Advies
 Voedt niet dapper door als het pijn doet. Leg uw baby opnieuw
zorgvuldig aan.
 Begin met de minst pijnlijke kant te voeden. De baby zuigt
krachtiger in het begin van de voeding.
 Ga vaker en korter voeden, uw baby is dan minder hongerig en
zal rustiger drinken.
 Voedt uw baby in wisselende houdingen, uw tepels worden dan
anders belast.
 Doe na de voeding wat moedermelk op de tepels en laat de
tepels onbedekt drogen. Doe dit niet bij aanwezigheid van spruw.
17
 Vraag eventueel wat neutrale vette zalf, lanoline (wolvet) voor op
de tepel aan de verpleegkundige.
 Draag het liefst een katoenen beha en zoogkompressen, vervang
deze elke voeding.
 Om de pijn te verlichten, kunt u kort voor de voeding een
ijsklontje (in een washandje) tegen de tepel aanhouden. Dit heeft
een verdovend effect.
 Gebruik zonodig tijdelijk een tepelhoedje. Het liefst onder
begeleiding van een lactatiekundige.
 Vraag via de kraamverpleegkundige advies aan de
lactatiekundige als de pijn met voorgaande maatregelen na 24
uur niet minder wordt.
Te weinig borstvoeding
Iedere moeder heeft wel eens het gevoel dat zij onvoldoende
borstvoeding heeft.
Oorzaken hiervan kunnen zijn:
 uw baby drinkt niet vaak en niet lang genoeg of niet effectief
genoeg;
 uw baby is niet goed aangelegd;
 de toeschietreflex werkt niet goed bijvoorbeeld door stress of pijn;
 uw baby krijgt bijvoeding;
 u gebruikt tepelhoedjes;
 regeldagen.
Signalen:
 uw baby heeft te weinig natte luiers (6 tot 8 per dag is normaal);
 uw baby is niet tevreden; kan veel huilen, maar ook slaperig en
lusteloos zijn;
 uw baby groeit nauwelijks of valt af;
 uw baby heeft weinig donkergekleurde en soms harde ontlasting.
Advies
 Bied beide borsten aan. Geef de tweede borst pas als uw baby
goed aan de eerste borst heeft gedronken en vanzelf loslaat of
nauwelijks meer slikt.
18







Leg uw baby goed en vaak aan. Er geldt geen maximum aantal
voedingen.
Maak uw baby zonodig wakker voor een voeding.
Wissel uw borsten af zodat uw baby weer wat actiever gaat
drinken.
Neem zelf voldoende rust.
Zorg voor goede voeding en drink voldoende (2 liter per 24 uur).
Geef uw baby geen bijvoeding tenzij dit door een deskundige
wordt geadviseerd.
Geef uw baby geen fopspeen.
Te veel voeding
Na stuwing kan te veel voeding voorkomen. De hoeveelheid voeding
past zich vanzelf weer aan.
Signalen
 Uw baby geeft een gedeelte van de voeding terug.
 Uw baby kan buikkrampjes krijgen en daardoor veel huilen.
 Uw baby heeft veel natte luiers en dunne groene ontlasting.
 Uw borsten zijn gespannen, ook na de voeding.
Advies
 Voed op verzoek, maar niet extra tussendoor als troost.
 Geef één borst per keer, laat deze borst wel goed leegdrinken.
 Draag een goed passende, niet knellende beha.
 Leg na de voeding koude doeken op uw borsten; dit heeft een
remmend effect op de borstvoeding.
 Ga tijdens het voeden op uw rug liggen en leg uw baby aan met
zijn buik op uw buik, zie plaatje hieronder.

Laat de eerste melk wegstromen.
19

Verschoon regelmatig de zoogkompressen in uw beha.
Dreigende borstontsteking
Mogelijke oorzaken van een dreigende borstontsteking kunnen zijn:
 een verstopt melkkanaaltje;
 te volle borsten, bijvoorbeeld door het overslaan van een
voeding;
 te strakke beha of beugelbeha;
 spruw in het mondje van uw baby;
 oververmoeidheid of stress.
Signalen:
 u hebt een pijnlijke harde rode plek op uw borst die niet verdwijnt
na de voeding;
 u krijgt later een grieperig gevoel en lichte verhoging. Dit kan
overgaan in koorts, hoofd- en spierpijn;
 de pijnlijke plek in de borst kan zich uitbreiden en zeer pijnlijk
worden.
Advies:
 stop vooral niet met borstvoeding geven;
 neem rust;
 ga vaker voeden en begin dan met de pijnlijke kant;
 masseer tijdens de voeding met uw hele hand de pijnlijke plek
zachtjes mee in de richting van de tepel. Dit mag geen pijn doen.
Onder de douche kan deze massage ook goed;
 houd uw borsten goed warm met bijvoorbeeld natte, warme
kompressen, dit verwijdt de melkkanalen. Dit is met name voor
het voeden van belang;
 tegen de pijn kunt u gerust paracetamol gebruiken.
 als de klachten binnen 24 uur niet verminderen, overleg dan met
uw lactatiekundige, (huis)arts of de verloskundige.
Regeldagen
Uw baby kan zogenaamde 'regeldagen' hebben, waarop het totale
voedingsschema omgegooid wordt. Dit gebeurt meestal rond de 10
tot 14 dagen, zes weken en rond drie maanden. Gemiddeld
20
genomen zijn dit twee à drie dagen. Uw baby kan onrustig zijn en
veel huilen. Het kan ook gebeuren dat uw baby plotseling 's nachts
weer wakker wordt en gaat huilen om voeding. Deze regeldagen
worden door de baby ingesteld om hem of haar in de grotere
behoefte aan moedermelk te voorzien en de aanmaak in uw borsten
te stimuleren. Het aantal voedingen tijdens deze regeldagen zal dan
ook hoger zijn dan normaal. Het beste kunt u gewoon doorgaan met
voeden op verzoek. Blijf er vooral kalm onder, het gaat weer over en
voordat u het weet heeft uw baby een nieuw ritme gevonden.
Voed niet bij met kunstvoeding, want dan loopt uw
borstvoedingproductie terug.
Spruw
Spruw is een schimmelinfectie, veroorzaakt door de candida
albicans die gedijt op melk. Na gebruik van antibiotica of bij
tepelkloven is er een verhoogde kans op deze infectie.
Eventuele verschijnselen bij de moeder:
 een jeukende, schilferige, rode plek op de tepel of de
tepelhof;
 een stekende pijn in de borst tijdens of na het voeden of
tussen de voedingen door;
 vaginale afscheiding, jeuk of branderig gevoel;
 tepelkloven;
 soms is er niets te zien.
Eventuele verschijnselen bij uw baby:
 uw kind krijgt witte plekjes op het gehemelte, in de wangen,
op de kaakjes, of een witte tong, die niet we te vegen zijn met
een gaasje.
 omdat drinken pijn doet, wordt uw baby onrustig. Tijdens het
drinken is vaak een klakkend geluid te horen en laat de baby
regelmatig los;
 soms heeft uw baby ook luieruitslag;
 niet altijd is er iets te zien bij uw baby.
21
Advies
 Aangezien spruw bij borstvoeding zeer vervelende problemen
kan geven is een behandeling op zijn plaats. Het is belangrijk dat
zowel moeder als baby worden behandeld. Voor de baby wordt
vaak nystatine suspensie voorgeschreven. Dit dient in kleine
hoeveelheden (1 ml) met de vinger of een wattenstaafje op het
slijmvlies in de mond van uw baby aangebracht te worden en
niet op de tepels. Voor de moeder wordt vaak daktarin crème
voorgeschreven.
 Om de pijn te verlichten, kunt u beter wat vaker en korter
voeden.
 Bewaar geen afgekolfde melk in deze periode. Vries de
afgekolfde melk niet in.
Wilt u toch melk invriezen zorgt u er dan voor dat u weet dat dit
melk is van tijdens de spruw periode, door bijvoorbeeld het flesje
te markeren. Als u de melk wilt gebruiken verwarm deze dan tot
minimaal 60 graden. Zo weet u zeker dat de spruw schimmel
dood is en geeft u toch moedermelk.
 Zorg voor een goede hygiëne; zoogkompressen zeer regelmatig
zo niet elke keer vervangen, (fop)spenen dagelijks uitkoken en
na één week vervangen.
 Vraag advies aan de lactatiekundige.
De slaperige baby
Wanneer uw baby zo slaperig is dat hij/zij zichzelf niet meldt voor
een voeding, is het verstandig uw kind toch om de 2 á 3 uur wakker
te maken. Manieren om uw baby voor de voeding te interesseren:
 kleed uw baby niet (te) warm, bij warmte neemt de zuigactiviteit
af;
 verwissel de luier;
 ‘loop’ met uw vingers over de rug langs de ruggengraat van uw
baby;
 beïnvloed het evenwicht van uw kind, door het kind op schoot te
laten zitten en beweeg het hoofdje en de romp voor en achteruit;
 wissel regelmatig van borst, als uw baby de interesse in het
zuigen verliest;
 druppel iets moedermelk op de lipjes;
 neem verschillende voedingshoudingen aan.
22
Darmkrampjes
Darmkrampjes komen zowel voor bij baby’s die borstvoeding als
flesvoeding krijgen. Dit komt met name door onrijpheid van maag
en darmpjes.
Er zijn verschillende oorzaken die ook darmkrampjes bij uw baby
kunnen veroorzaken:
 uw baby krijgt te veel lucht binnen tijdens het drinken;
 de darmspieren van uw kind trekken te krachtig samen;
 uw baby wordt prikkelbaar door invloeden van buitenaf;
 u rookt ;
 u drinkt veel alcohol;
 uw eigen menu kan de oorzaak zijn bijvoorbeeld het gebruik van
veel koffie of uien (dit blijft grotendeels een kwestie van zelf
uitproberen!);
 uw baby is ergens allergisch voor;
 soms is er geen oorzaak te vinden.
Signalen:
 uw baby huilt veel en trekt de knietjes tegen de buik;
 uw baby gaat plotseling hard huilen;
 uw baby is niet te troosten;
 de ontlasting is vaak dun schuimig en groen;
 uw baby drinkt erg onrustig;
 uw baby heeft een grote zuigbehoefte en last van winderigheid.
Advies:
 houd uw baby dicht tegen u aan zodat er een gevoel van
geborgenheid is;
 leg een warme doek op de buik van uw baby, of geef het een
warm badje;
 wieg uw baby zachtjes of draag uw baby in buikligging op uw
arm;
 zorg voor rust in de omgeving en voor rust in het slaap - waak
ritme van uw baby;
 babymassage kan helpen;
 als u een heftige toeschietreflex heeft waardoor uw baby bijna
‘stikt’ in de voeding, laat dan eerst wat voeding weglopen of kolf
23
wat af. Als de baby rustig kan drinken zal hij/zij veel minder lucht
happen.
24
Hoofdstuk 4
Afkolven en bewaren van moedermelk
Er zijn verschillende situaties waarin afkolven noodzakelijk is.
Voorbeelden hiervan zijn:
 er is een scheiding van u en uw baby door opname op de
kinderafdeling;
 uw baby is te vroeg geboren;
 uw baby kan (nog) niet (alle) voedingen zelf uit de borst drinken;
 uw baby is, om een bepaalde reden, te slaperig en niet actief;
 u gebruikt tijdelijk medicijnen die schadelijk kunnen zijn voor uw
kind. Vraag hierover advies aan de lactatiekundige ;
 er is extra stimulans van de moedermelkproductie nodig;
 het zwangerschapsverlof is om en u gaat weer werken.
Moedermelk kan op verschillende manieren worden afgekolfd. Elke
methode heeft zijn voor- en nadelen. Als het noodzakelijk is om de
melk af te kolven dan is het volgende belangrijk:
 afkolven is een vaardigheid die je moet leren ;
 het is normaal dat er in het begin maar enkele druppels melk uit
de borst komen;
 de hoeveelheid afgekolfde melk kan wisselen, evenals de
hoeveelheid per borst;
 net zoals het vaker voeden kan ook het vaker afkolven de
melkproductie opvoeren;
 het streven is dat u na 10 tot 14 dagen een productie hebt van
750 cc tot 1 liter per 24 uur.
Hygiëneregels
Voor alle methoden van afkolven geldt het volgende:
 was vóór het kolven uw handen met water en zeep, droog
daarna goed;
 het is niet nodig de tepels extra te wassen, eenmaal per dag
onder de douche of afspoelen met water is voldoende. Teveel
'poetsen' verwijdert juist de beschermlaag van de huid.
25
Voorbereiding op het afkolven
Afkolven gaat het beste als u zich kunt ontspannen en u op uw
gemak voelt. Zoek daarom een rustige omgeving; in het ziekenhuis
is het praktisch als u naast uw kind kunt afkolven met de
bedgordijnen dicht. Psychische factoren hebben invloed op het
kolven.
Als u zich niet prettig voelt bij het afkolven, kan dit een sterke
invloed hebben op de melkproductie. Daarom de volgende tips:
 probeer in de nabijheid van uw kind te kolven;
 denk aan uw kind, kijk eventueel naar een foto of video;
 pas borstmassage toe en leg eventueel warme doeken op uw
borst, dit kan helpen om de melk makkelijk te laten stromen.
Frequentie van kolven
Voor een snelle maar ook voor voldoende melkproductie op de
lange termijn, is minimaal 7x per dag stimuleren effectief. Als uw
baby op de kinderafdeling ligt, kunt u met de kinderverpleegkundige
of lactatiekundige overleggen over de benodigde hoeveelheid en
hoe die te bereiken.
Kolfmethoden
Als een baby na een moeizame geboorte misselijk of te moe is en
geen zin heeft in de borst is dat een aanleiding om met de hand te
kolven, zodat niet direct een kolf hoeft te worden gekocht.
Het kolven met de hand simuleert het meest het drinken van de
baby door de positieve druk die de melk uit de borst verwijdert. Dit
zorgt voor het opwekken van de toeschietreflex. Het is prettig om de
borst te kunnen legen zodat het niet oncomfortabel wordt als de
baby op dat moment niet bij je is of zelf niet kan drinken.
Het legen van de melkreservoirs
Probeer een houding te vinden die je het beste ligt. Zorg er wel voor
dat de hand een ‘C’ vormt.
 leg de duim boven de tepel en de wijsvinger onder tepel,
ongeveer 2 tot 3 cm van de tepel af, hoewel niet noodzakelijk aan
de uiteinden van de tepelhof
 knijp niet in de borst
26
 beweeg de vingers richting borstkas
 voorkom het spreiden van de vingers
 bij grotere borsten; eerst de borst optillen en pas daarna richting
borstkas drukken
 rol duim en vingers tegelijkertijd naar voren. Deze rollende
beweging zorg ervoor dat de melkreservoirs geleegd worden
zonder het tere borstweefsel te beschadigen. Let op de plaatsing
van duim en nagels op het einde van de ‘rol’
 herhaal de beweging ritmisch om de reservoirs volledig te legen.
 vang de melk op in een schoon plastic bakje met een wijde
opening
 verplaats de duim en vingers om andere reservoirs volledig te
legen, zowel bij de linker- als de rechterborst door zowel de
linker- als de rechterhand.
Voorkom de volgende bewegingen
 knijp niet in de borst, dit kan kneuzing van het borstweefsel
veroorzaken
 laat de handen niet over de borst glijden
 niet aan de tepel trekken, ook dit kan beschadiging van het
weefsel veroorzaken.
27
Het opwekken van een toeschietreflex
 masseer de melkgangen en –kliertjes door met een vlakke hand
van boven af richting de tepel te drukken
 maak ronddraaiende bewegingen met de vingers, concentreer
de bewegingen gedurende enkele seconden op één plek voor je
de vingers verplaatst. Ga in een ronde beweging richting
tepelhof. Deze methode is gelijk aan de handeling bij een
borstonderzoek

strijk licht van de bovenkant van de borst richting tepelhof.
Probeer er bij te ontspannen, omdat dit bevorderend werkt op de
toeschietreflex

wat ook kan helpen is gebruik maken van de zwaartekracht door
voorover te leunen en te ‘schudden’.
Wanneer en voor wie geschikt
Deze methode is zowel geschikt voor moeders die een (volledige)
voeding af willen kolven, maar niet op een regelmatige basis, als
voor het op gang brengen, in stand houden of verhogen van de
melkproductie.
 Kolf elke borst totdat de melktoevoer langzamer wordt/stopt.
 Help de toeschietreflex door toepassen van massage. Beide
borsten kunnen tegelijk gemasseerd worden.
28
 Herhaal de hele procedure van kolven en masseren nogmaals,
eventueel ook nog een tweede keer. De toeschietreflex en het
stromen van de melk neemt over het algemeen af na de tweede
of derde keer. Dit is een teken dat de reservoirs goed geleegd
zijn. Ook het soepeler aanvoelen van de borsten wijst daarop.
Afkolven met de elektrische kolf
Omdat er verschillende kolfapparaten op de markt zijn verwijzen wij
u voor het juiste gebruik naar uw hulpverlener, lactatiedeskundige,
of instructies van uwe kolfapparaat.
Verder:
 plaats het kolfsetje met de tepel goed in het midden;
 zet het apparaat aan, regel de zuigkracht tot het prettig voelt en
goed werkt. Kolven mag géén pijn doen!
 kolf het flesje niet te vol;
 sluit het flesje en plak er een etiket op met de naam van uw kind,
datum en tijd van het afkolven en zet het achter in de koelkast;
 spoel het kolfsetje eerst met koud en daarna met heet water af en
maak het droog;
 bewaar het setje in een schone doek, thuis in de koelkast, in het
ziekenhuis op de plank boven de wieg of couveuse;
 als er melk in de zuigslang is gekomen spoelt u hem eerst met
koud en dan met heet water goed door en laat hem drogen. In
het ziekenhuis vraagt u om een nieuwe slang.
Bewaren van afgekolfde melk
U kunt uw afgekolfde moedermelk in een kunststof bakje, zakje of
glazen flesje bewaren. Wilt u de moedermelk invriezen, dan is het
belangrijk dat de afgekoelde melk binnen 24 uur in de vriezer wordt
geplaatst.
Om de moedermelk te bewaren, kunt u gesteriliseerde flesjes (deze
worden gebruikt in het ziekenhuis) of moedermelkbewaarzakjes van
kunststof gebruiken (verkrijgbaar bij een kinderspeciaalzaak).
Schone kunststofflesjes of bakjes van tevoren altijd afwassen in heet
water met afwasmiddel en goed naspoelen.
29
De maximale bewaartijd van moedermelk
 Verse moedermelk op kamertemperatuur; 4 uur.
 In de koelkast in het ziekenhuis; 48 uur.
 In de koelkast thuis; maximaal 5 dagen.
 In vriesvak in een koelkast; 2 weken.
 In klein vrieskastje dat vaak open en dicht gaat; 3-4 maande.
 In vrieskist tot –18 C°; 6 maanden.
Let op: zet de moedermelk midden achter in de koelkast; niet in de
deur.
Ontdooien en opwarmen van moedermelk
 Laat de melk in de koelkast ontdooien, dus niet op
kamertemperatuur.
 U kunt eventueel de melk onder een stromende kraan ontdooien
die u steeds warmer zet. Doe dat nooit onder een hete kraan:
hierdoor verliezen de antistoffen hun werking.
 Ontdooide, maar nog niet opgewarmde moedermelk blijft 24 uur
goed, mits u die in de koelkast bewaart.
 Gooi restjes voeding na het opwarmen weg, dus warm ze niet
nogmaals op en vries ze niet meer in.
 Warm de moedermelk op in een flessenwarmer of ‘au-bain
marie’, niet in de magnetron.
 Opgewarmde melk niet opnieuw opwarmen en na één uur
weggooien.
 Ingevroren en weer ontdooide moedermelk kan er schilferig
uitzien. Dit is géén teken van bederf. U kunt deze melk met een
gerust hart aan uw baby geven.
 Let op de datum en gebruik de oudste melk het eerst.
30
Hoofdstuk 5
Bijvoeden
Alles, dus ook water, wat aan een baby wordt aangeboden naast de
borstvoeding is bijvoeding. Een baby krijgt alleen bijvoeding als daar
een medische reden voor is. Deze reden wordt dus bepaald door
een verloskundige, kinderarts, huisarts, of lactatiekundige.
Bijvoeden bij een gezonde voldragen baby is niet nodig. Voor de
eerste twee dagen heeft hij/zij nog reserves genoeg meegekregen
uit de zwangerschap. Het afvallen van uw baby tijdens de eerste
dagen komt doordat het vocht uitplast, ontlasting loost en energie
verbruikt. De verpleegkundige weegt uw baby regelmatig naakt, voor
het baden.
Als uw baby goed groeit, is het de eerste 6 maanden niet nodig
om bijvoeding te geven (zoals fruithapjes e.d.) Mocht u twijfelen,
vraag dan advies aan uw wijkverpleegkundige op het
consultatiebureau, of een contactpersoon van de V.B.N.
Vormen van bijvoeden
Er bestaan omstandigheden waarbij de baby niet (alles) zelf uit de
borst kan drinken. Dit kan gevolgen hebben voor de
moedermelkproductie van de borsten. Wellicht is extra stimulatie
nodig met behulp van afkolven om de moedermelkproductie op peil
te brengen of te houden. Te vroeg geboren baby’s kunnen soms niet
alles uit de borst drinken en moeten worden bijgevoed met
afgekolfde moedermelk.
De volgende alternatieven kunnen gebruikt worden:
voeden met behulp van een lepeltje, een klein kopje of plastic cupje,
een sonde of door middel van vingervoeden. (vingervoeden mogen
ouders wel doen, verpleegkundigen niet i.v.m. hygiëne).
De alternatieve methoden van bijvoeden hebben tot doel dat deze
zuigverwarring wordt voorkomen en dat de baby toch de
moedermelk binnen krijgt. De verpleegkundige zal u de
verschillende methoden uitleggen. Vervolgens kiest u samen voor
één van de methoden. Regelmatig wordt besproken of de gekozen
methode goed werkt, of dat een andere methode zal worden
gekozen.
31
Fop speen
Het gebruik van een (fop)speen wordt afgeraden. Ten eerste om de
zuigverwarring te voorkomen, daarnaast kan je door het gebruik van
een fopspeen de hongersignalen missen en zo het vraag en aanbod
principe verstoren. Ook is het zuigen op een fopspeen vermoeiend
en kan de baby in slaap vallen, waardoor een voedingsmoment
gemist wordt. Er zijn situaties waarin we wel met een fopspeen
werken (prematuren). Dit zijn speciale fopspenen en worden nooit
zonder toestemming gebruikt.
32
Hoofdstuk 6
Algemene adviezen voor de moeder
Rust
Het is vooral in de eerste weken na de bevalling belangrijk dat u
voldoende rust krijgt. Borstvoeding geven kost energie en men voelt
zich na een bevalling meestal niet direct de oude. Probeer tijdens
het voeden te gaan liggen of rustig te gaan zitten. Gebruik ook
regelmatig andere momenten van de dag om uit te rusten.
Verzorging van de borsten
Enkele punten die van belang kunnen zijn bij de verzorging van de
borsten in de periode dat er borstvoeding wordt gegeven zijn:
 neem altijd de hygiëne in acht (handen wassen, schone kleding
enzovoort);
 was de tepels alleen met water, niet met zeep;
 draag overdag een goede, stevige en schone beha ter
ondersteuning van de borsten, bij stuwing, ook ’s nachts. Zorg
ervoor dat de beha nergens knelt. Een andere mogelijkheid is om
’s nachts de beha uit te laten en een warme handdoek over de
borsten te leggen. Hierdoor kan de melk spontaan aflopen. Dit is
minder pijnlijk en maakt het aanleggen makkelijker ;
 als er sprake is van lekken, kunt u zoogkompressen gebruiken.
Ook kan een schone zakdoek als zoogkompres dienen. Er zijn
ook kant-en-klaar kompressen te koop. Verschoon de natte
zoogkompressen regelmatig ;
 om tepelkloven te voorkomen wrijft u een druppel moedermelk
over de tepelhof en laat deze even aan de lucht drogen. Dit niet
doen bij aanwezigheid van spruw;
 controleer 1 keer per dag de borsten op harde, pijnlijke plekken.
De eet- en drinkgewoontes van de moeder
Borstvoeding geven kost extra energie. Daarom is het belangrijk dat
u goed en gevarieerd eet. Ga niet op dieet tijdens de
borstvoedingsperiode. Dan kunt u een tekort aan energie krijgen en
gaat u zich slap en lusteloos voelen. Bovendien kan sterk
gewichtsverlies tijdens het geven van borstvoeding ook zorgen voor
meer schadelijke stoffen in de moedermelk.
33
U hoeft de prikkelende voedingsstoffen niet direct uit uw menu te
schrappen. Dit is erg afhankelijk per kind, dus u kunt dit uitproberen.
Voedingsmiddelen die u zeker nodig hebt:
 6-7 sneetjes (volkoren)brood
 4-5 aardappelen
 4 groentelepels groente (150-200 gram)
 2 stuks fruit (200) gram
 3 glazen melkproduct (450 ml)
 1-2 plakken kaas (20-40 gram)
 125 gram kip/vlees/ei/vis/vleeswaren
 50 gram halvarine of margarine
 2 liter vocht
 als extra vitamine: 5 microgram vitamine D (net als uw kind)
Roken, alcohol en drugs
Als u rookt, veel alcohol drinkt of drugs gebruikt heeft dit nadelige
effecten op de borstvoeding. Nicotine, alcohol en drugs verminderen
het toeschieten van melk en er wordt minder melk geproduceerd.
Als u rookt heeft borstvoeding toch de voorkeur boven flesvoeding.
Hetzelfde geldt voor het drinken van alcohol.
Medicijngebruik door de moeder
Het beste is natuurlijk om geen medicijnen te gebruiken, maar soms
kunt u niet zonder. Veel medicijnen kunnen gebruikt worden tijdens
de borstvoedingsperiode, het is dus lang niet altijd nodig dat u
besluit geen borstvoeding te geven of voortijdig te stoppen. Overleg
met de lactatiekundige, zij heeft een lijst van medicijnen die wel en
niet gecombineerd kunnen worden met het geven van borstvoeding.
In ieder geval kunt u tegen pijn paracetamol innemen, als u de
toegestane dosis niet overschrijdt.
Borstvoeding en anticonceptie
Houd er rekening mee dat u na de bevalling in principe vruchtbaar
bent. Wanneer u borstvoeding geeft kan de menstruatie langer
uitblijven. Dat wil echter niet zeggen dat u minder vruchtbaar bent.
Over borstvoeding als betrouwbare vorm van anticonceptie kan de
lactatiekundige u voorlichten.
34
Het gebruik van de pil kan de productie van moedermelk remmen.
Wij raden u aan om een andere vorm van anticonceptie te gebruiken
tijdens de periode dat u borstvoeding geeft. Mocht dat problemen
geven dan is de anticonceptiepil met alleen progesteron de beste
keus.
Het gebruik van een spiraal (IUD), condoom of pessarium is niet van
invloed op de borstvoeding.
35
Hoofdstuk 7
Borstvoeding in bijzondere omstandigheden
Borstvoeding na een keizersnede
De melkproductie komt ook na een keizersnede gewoon op gang, zij
het vaak wel een dag later. Van belang is een goede houding en
steun in verband met wondpijn.
Borstvoeding bij een tweeling
Het geven van borstvoeding aan een tweeling is heel goed mogelijk.
Het systeem van vraag en aanbod zorgt in principe voor voldoende
melkproductie. Wel is het aan te raden om in het begin met één
baby te oefenen. Als dit goed gaat kunt u beide baby’s tegelijk
aanleggen. Natuurlijk mag u wat extra steun en hulp verlangen van
mensen in uw omgeving. Er zijn speciale bijeenkomsten voor
(aanstaande) ouders met meerlingen en borstvoeding in
samenwerking met de Ned. Vereniging Ouders van Meerlingen.
Een couveusebaby en borstvoeding
Zeker voor een baby die in de couveuse moet blijven, is
borstvoeding de beste voeding
De moedermelk van moeders waarvan het kind te vroeg geboren is,
is aangepast aan de behoefte van het kind. Ze bevat meer calorieën
en antistoffen. Bij baby’s die veel te vroeg geboren zijn worden
moedermelkverrijkers aan de moedermelk toegevoegd.
U krijgt in het ziekenhuis begeleiding in het omgaan met
borstvoeding en uw te vroeg geboren kind.
Borstvoeding bij een baby met een lip-, kaak- en/of
gehemeltespleet
Wanneer een baby geboren wordt met een lip-, kaak- en/of
gehemeltespleet is borstvoeding geven vaak wel mogelijk. Voor
specifieke informatie hierover verwijzen wij naar de lactatiekundige.
De kinderarts brengt u in contact met het Schisisteam.
Borstvoeding na een borstoperatie
Borstvoeding na een borstoperatie, borstverkleining en
borstvergroting, is vaak mogelijk. Er zijn wel een aantal factoren
36
waarmee rekening moet worden gehouden. Het is belangrijk de arts
die de operatie heeft verricht, te vragen naar details. Hoe meer
bekend is over de ingreep, des te beter de gevolgen ervan voor de
borstvoeding zijn in te schatten.
Borstvoeding en diabetes
Zeker als u suikerziekte heeft is borstvoeding de beste voeding voor
uw baby. Monitoring van uw bloedsuikers is, net als in de
zwangerschap, van groot belang. Tijdens de periode dat u
borstvoeding geeft, heeft u een geringere insulinebehoefte. Dit kan
wel 1/3 minder zijn. Het is van belang dat u regelmatig contact met
uw internist heeft over uw bloedsuikercurve.
U heeft meer kans op het krijgen van spruw of een borstontsteking.
Let dus extra op de verschijnselen daarvan bij u en uw baby.
Diabetes kan leiden tot vertraagd op gang komen van de
melkproductie. Contact met een lactatiedeskundige is aan te raden.
Extra steun en hulp
We benoemen hier niet alle bijzondere omstandigheden, maar als
uw situatie erom vraagt krijgt u extra steun en aandacht, zowel op
de kraam- als de kinderafdeling. Op de kraamafdeling is een
verrijdbare kar met DVD’s en boeken over borstvoeding. Vraag erom
aan de verpleegkundige.
Als u voor een dreigende vroeggeboorte bent opgenomen is het
mogelijk om alvast een rondleiding op de kinderafdeling te krijgen,
zodat u enigszins bent voorbereid op wat u tegenkomt als uw baby
in de couveuse komt te liggen.
Op dinsdag komt de borstvoedingsconsulente langs bij alle (a.s.)
moeders, op donderdag komt de lactatiekundige.
Vraag thuis extra steun aan uw partner, uw (schoon)ouders,
vrienden en de wijkverpleegkundige.
Wij hopen dat ook dit boekje u tot steun kan zijn.
Team kraamafdeling
Team kinderafdeling
37
Hoofdstuk 8
Overzicht telefoonnummers
Lactatiekundige Röpcke-Zweers Ziekenhuis
 (0523) 276855
Borstvoedingsconsulente: Ageeth Bolks  (0529) 454103
www.borstvoeding.com www.borstvoedingnatuurlijk.nl
Vereniging Borstvoeding Natuurlijk
 (0343) 576626
Contactpersoon VBN in deze regio Miranda Hartgers
 (0523) 676970
[email protected]
La Leche League Nederland
 (0111) 413189
Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen
 (0900) 5228284
Stichting Down’s syndroom
 (0522) 281337
Vereniging Keizersnede Ouders
 (076) 5037117
Vereniging Kind en Ziekenhuis
 (078) 6146361
Vereniging Ouders van Couveusekinderen
 (070) 3862535
Nederlandse Vereniging van Ouders van Meerlingen
 (036) 5318054
Schisisvereniging BOSK
 (030) 2459090
38
Tien vuistregels
De WHO en UNICEF ontwikkelden ‘Tien vuistregels voor het
welslagen van de borstvoeding’. Alle instelling voor moeder- en
kindzorg dienen er zorg voor te dragen.
 Dat zij een borstvoedingsbeleid op papier hebben, dat standaard
bekend wordt gemaakt aan alle betrokken medewerkers.
 Dat alle betrokken medewerkers de vaardigheden aanleren, die
noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van dat beleid.
 Dat alle zwangere vrouwen worden voorgelicht over de voordelen
en de praktijk van borstvoeding geven.
 Dat moeders binnen een uur na de geboorte van hun kind
worden geholpen met borstvoeding geven.
 Dat aan vrouwen wordt uitgelegd hoe ze hun baby moeten
aanleggen en hoe zij de melkproductie in stand kunnen houden,
zelfs als de baby van de moeder moet worden gescheiden.
 Dat pasgeborenen geen andere voeding dan borstvoeding
krijgen, noch extra vocht, tenzij op medische indicatie.
 Dat moeder en kind dag en nacht bij elkaar op een kamer mogen
blijven.
 Dat borstvoeding op verzoek wordt nagestreefd.
 Dat aan pasgeborenen die borstvoeding krijgen geen speen of
fopspeen wordt gegeven.
 Dat zij contacten onderhouden met andere instellingen en
disciplines over de begeleiding van borstvoeding en dat zij de
ouders verwijzen naar borstvoedingorganisaties.
39
40
Download