bewijsstuk 7.8 - Mateo van`t Spijker

advertisement
Lifestyle programma
Studenten InHolland
Studenten:
Hans van den Burg
Mateo van’t Spijker
Casper Engel &
Alwin Aarts
Tutor:
Kiem The
Periode 11
Bewegen en leefstijl
04 – 04 - 2013
Samenvatting
Gedurende de 20 weken voeren 4 HBO sport en beweeg professionals vanuit de hogeschool
InHolland een lifestyleprogramma uit voor zes studenten. Via verschillende social media heeft
een groep studenten zich opgegeven voor het lifestyle programma. Vanuit deze groep zijn 6
studenten uitgekozen om het programma te doorlopen.
Doormiddel van een intake gesprek, antropometrische- en fysieke metingen en een
literatuurstudie is het lifestyle probleem in beeld gebracht. De studenten eten over het
algemeen te weinig en zouden graag strakkere billen, buik en benen willen krijgen. Dit willen
ze realiseren door meer kennis over voeding en bewegen te krijgen. Tijdens het intake
gesprek is besproken wat de huidige lifestyle is van de studenten en welke lifestyle aspecten
ze graag zien veranderen. Na het uitvoeren van de antropometrische en fysieke metingen is
een SMART doelstelling geschreven.
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat een lessenreeks met betrekking tot voeding de kennis
vergroot en het gedrag positief beïnvloed. Daarom is besloten om elke week een les te geven
over voeding. Onderwerpen die worden behandelt zijn onder andere macro-, micronutrienten,
ontbijt, lunch, avond eten en tussendoortjes.
Naast de lessenreeks wordt een beweeg interventie aangeboden. Per week zullen de
studenten een Tabata training ondergaan. Een Tabata training bestaat uit een cyclus van 20
seconden workout en 10 seconden rust. Deze cyclus wordt 8 keer herhaald. Een Tabata
workout staat gelijk aan een cardio training van 45 minuten. Het is belangrijk om bewegingen
uit te kiezen waar meerdere spiergroepen tegelijk worden getraind. Voorbeelden hiervan zijn:
Squat, Lunge, Sit-up en een Twist.
Aan de hand van antropometrische- en fysieke metingen en de voedingstest wordt gekeken
of het programma effectief is geweest en aan de hand van feedback wordt een evaluatie
verslag opgesteld
2
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Inhoudsopgave
Samenvatting ...................................................................................................................... 2
Inleiding ................................................................................................................................. 4
1. Deskresearch.................................................................................................................. 5
1.1. Bewegen........................................................................................................................... 5
1.2. Roken................................................................................................................................ 7
1.3. Alcohol .............................................................................................................................. 9
1.4. Voeding........................................................................................................................... 11
1.5. Ontspanning................................................................................................................... 14
2. Intake............................................................................................................................... 15
2.1 Nut intake gesprek ......................................................................................................... 15
2.2. Testprotocollen .............................................................................................................. 16
2.3. Resultaten intakegesprekken ...................................................................................... 23
2.4 ASE model ...................................................................................................................... 35
3. Voedingsinterventie.................................................................................................. 37
4. Beweeginterventie ..................................................................................................... 41
5. Evaluatieplan ............................................................................................................... 44
6. Bronnenlijst .................................................................................................................. 45
6.1 Deskresearch .................................................................................................................. 45
6.2 Interventie voeding......................................................................................................... 47
6.3 Interventie bewegen ...................................................................................................... 47
Bijlage 1 Par-Q vragenlijst .......................................................................................... 48
Bijlage 2 inschrijfformulier ......................................................................................... 50
Bijlage 4 reflectie verslagen....................................................................................... 53
Casper Engel ......................................................................................................................... 53
Alwin Aarts ............................................................................................................................. 55
Hans van den Burg ............................................................................................................... 60
Mateo van’t Spijker ............................................................................................................... 64
3
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Inleiding
Het lifestyle programma van de studenten van InHolland Haarlem is in opdracht gemaakt
voor de opleiding HBO Sport & Bewegen. Vier studenten uit het derde leerjaar hebben dit
programma in elkaar gezet met als doel om de leefstijl en het gedrag van een groep
studenten definitief te veranderen.
Door middel van insite.inholland.nl, Facebook.nl/InHolland en Twitter.com/InHolland hebben
zich 30 studenten opgegeven voor het lifestyle programma. Alle studenten die zich hadden
opgegeven hebben een inschrijfformulier ingevuld die is bijgevoegd in Bijlage 2. Door middel
van dit formulier zijn zes studenten geselecteerd om mee te doen aan het programma. Alle
zes de studenten hebben aangegeven een strakkere buik, strakkere billen en strakkere
benen te willen hebben. Ook geven ze allemaal aan meer kennis te krijgen over voeding. Wat
een gezond voedingspatroon is en wat nou eigenlijk goed is voor het lichaam.
Het lifestyle programma is in de volgende volgorde opgemaakt:
In hoofdstuk 1 bevindt zich de desk research. Dit wordt ook wel de literatuurstudie genoemd.
In dit hoofdstuk wordt elk leefstijl aspect van de doelgroep in kaart gebracht. Met behulp van
de resultaten uit de desk research kan er een verantwoord en onderbouwd programma
geschreven worden voor de doelgroep. Hoofdstuk 2 bevat het intake gesprek, de metingen
met protocollen en de resultaten hiervan. Zo wordt de doelstelling en beginsituatie van de
doelgroep gemeten. Vanuit deze resultaten en de resultaten uit de desk research wordt de
voedingsinterventies in hoofdstuk 3 en de beweeginterventies in hoofdstuk 4 tot in detail
omschreven. Er wordt omschreven hoe de interventies tot stand komen, hoe het wordt
geïmplementeerd en wat het inhoudt. In hoofdstuk 5 wordt het evaluatieplan uitgelegd. Om te
meten of de interventies werken en resultaat geven moet er worden geëvalueerd. Aan de
hand van de evaluatie wordt het programma dan aangepast indien dit nodig is. Aan het eind
van het verslag bevinden zich de bronnenlijst in hoofdstuk 6 en de bijlagen in hoofdstuk 7. In
de bronnenlijst staat de literatuur volgens APA-regels op volgorde die gebruikt zijn om het
programma tot stand te brengen. In de bijlagen staan documenten waar naar verwezen wordt
in de tekst van het programma.
4
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
1. Deskresearch
Volgens de Dikke van Dalen is een student iemand tussen de 15 en 30 jaar die kan aantonen
een dagopleiding te volgen, die langer dan zes maanden duurt. In 2010 telde Nederland
524.00 middelbaar beroeps onderwijs (MBO) studenten dit steeg ten opzichte van 2009 met
twee procent. Het aantal hoger beroeps onderwijs (HBO) studenten steeg met vijf procent ten
opzicht van 2009 en telde in 2010 403.000 studenten. (CBS, 2010)
Uit onderzoek van TNO in 2011 blijkt dat studenten een slechte leefstijl hebben. In dit
onderzoek is gekeken naar bewegen, sedentair gedrag, alcohol, voeding, drugs en veilige
seks. Van deze studenten heeft 14 % overgewicht en 4 % obesitas.
1.1. Bewegen
2.1.1. Relatie tussen voeding en beweging
Beweging en voeding gaan hand in hand samen als het gaat om gewichtscontrole. Beweging
wordt ook wel energieverbranding genoemd. Het kan als hulpmiddel worden ingezet bij
voeding om af te vallen, aan te komen of om op gewicht te blijven. Indien iemand wil afvallen
dan is de kerngedachte dat hij of zij meer energie moet verbranden dan innemen. Op die
manier wordt er geen extra energie opgeslagen in het lichaam maar extra opgeslagen
energie uit het lichaam wordt verbrand. Wanneer iemand wil aankomen dan moet er meer
energie ingenomen worden dan dat er verbrand wordt. De extra energie kan dan opgeslagen
worden in het lichaam in de vorm van extra vet of spiermassa. Hierdoor komt iemand aan.
Om op gewicht te blijven moet de energie inname gelijk zijn aan de energie verbranding, niet
meer en niet minder.
Specialisten raden aan om wekelijks 150 minuten middelmatig intensief te bewegen of 75
minuten per week zwaar intensief te bewegen om de kans op hart- en vaatziekten te
verkleinen. Om af te vallen met beweging is er geen richtlijn hoeveel er bewogen moet
worden en hoe intensief per week, dit verschilt per persoon. Zoals hierboven beschreven kan
beweging wel helpen om samen met je basaal metabolisme (minimale energieverbranding
om je lichaam draaiende te houden) de totale energieverbranding te vergroten. Zo kan er
meer energie verbrand worden dan er wordt ingenomen. (National Institute of Health, 2006)
2.1.2. Relatie tussen roken en beweging
Beweging kan in stoppen met roken interventies leiden tot selectieve vermindering in
cardiovasculaire schade van het roken binnen drie maanden. Dit is gebleken uit een
onderzoek die beweging implementeerde in hun stoppen met roken programma van 15
weken. Er werd verbetering gezien in rode en witte bloedcellen, de VO2max, de hartslag en
cholesterol in het bloed. Dit werd mede mogelijk gemaakt en versnelt door de lichamelijke
inspanning. Gewichtstoename en een verhoogde BMI was ook het gevolg van het stoppen
met roken. Dit is wel geminimaliseerd met het toegepaste middelmatige intensieve
beweegprogramma. Matig intensieve beweging kan dus een zeer positieve invloed hebben
op de schade herstel van roken in het lichaam en de gezondheid verbeteren. (Korhonen, e.a.
, 2011)
2.1.3. Relatie tussen alcohol en bewegen
Het is algemeen bekend dat alcohol voor of na beweging de resultaten of verbetering negatief
kan beïnvloeden. Wat is de oorzaak hiervan? Daar is ook onderzoek naar gedaan. Het blijkt
dat het effect van alcohol beïnvloed wordt door meerdere factoren. Hiermee wordt het aantal
en type alcohol bedoeld wat ingenomen wordt. Ook de tolerantie en verwerking van alcohol
verschilt per lichaam en is hierom van invloed. De omgeving (bijv. sociale druk) kan ook van
invloed zijn. In het lichaam beïnvloed alcohol het metabolisme en cardiovasculaire systeem
5
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
wat prestaties verminderd. Alcohol tast ook het zenuwstelsel aan wat de motoriek en reactie
vermogen verminderd. Dit verlaagt ook weer de prestaties. Dit zijn alleen acute gevolgen van
alcohol inname. Wat de lange termijn invloed is van alcohol op beweging is in dit onderzoek
niet onderzocht. Gevolgen van alcohol op de beweeg prestaties kunnen ook positief zijn. Zo
kan met gedoseerde inname eventuele pijn of angst weggenomen worden door alcohol. Dit
kan er toe leiden dat iemand net wat verder gaat en de wedstrijd wint dan iemand die wel net
dat beetje angst of pijn heeft en niet wint. (Suter, Schutz, 2008)
2.1.4. Relatie tussen ontspanning en bewegen
Beweging, of dit nou sporten, (huishoudelijke) klusjes zijn of een actieve hobby, leidt er toe
dat een persoon tussen de 19 en 63 jaar, man of vrouw, minder kans heeft op hart- en
vaatziekten dan iemand die in zijn vrije tijd weinig doet aan beweging. Dit is gebleken uit een
onderzoek uit Finland naar de gevolgen van actief bezig zijn in je vrije tijd. Mensen leefden
langer die niet belemmerd waren om actief bezig te zijn in hun vrije tijd en die nooit gerookt
hadden. (Haapanen, e.a., 1996) Intensief bewegen heeft ook een positieve invloed op stress.
Er wordt endorfine aangemaakt bij het bewegen. Dit leidt tot een blij gevoel, hier zorgt
endorfine voor. Na een dag vol stress kan intensieve beweging ook een goede uitlaatklep zijn
waar u alle frustraties kunt laten gaan, daarbij komt endorfine vrij en voelt u zich opgelucht en
gelukkig na een goede workout. Wanneer een workout met intensieve beweging succesvol
wordt volbracht, kan dit ook uw zelfvertrouwen vergroten. Voldoening, opluchting en u
gelukkig voelen na een succesvolle intensieve workout zorgt er voor dat u voelt dat u er weer
tegen aan kan. Zo kan intensief bewegen of sporten helpen om stress te verminderen.
(Salmon, 2001) (Barbour e.a., 2007)
2.1.5. Hoe kan bewegen ingezet worden om het lifestyle probleem op te lossen?
Bewegen kan, met bovenstaande informatie, gebruikt worden voor leefstijl problemen als
hulpmiddel om het op te lossen. Leefstijl problemen kunnen voorkomen in voeding, roken,
alcohol gebruik of ontspanning (stress). Door alleen te bewegen kan het probleem niet
opgelost worden maar beweging kan wel een onderdeel zijn in de gehele aanpak van het
probleem. Met beweging wordt alle lichamelijke bezigheden buiten de dagelijkse
noodzakelijke beweging bedoeld. Bijvoorbeeld het lopen of fietsen naar werk is noodzakelijk
en valt hier niet onder. Alle extra beweging zoals (huishoudelijke) klusjes in vrije tijd, zwaar
intensieve beweging, middelmatig intensief bewegen, sporten, recreatief fietsen en wandelen
valt onder de beweging wat kan helpen een leefstijl probleem op te lossen. (National Institute
of Health, 2006) (Korhonen, e.a. , 2011) (Suter, Schutz, 2008) (Haapanen, e.a., 1996)
(Salmon, 2001) (Barbour e.a., 2007)
6
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
1.2. Roken
2.2.1. Omvang van het probleem
In tabel 1 is te zien wat de omvang is van de rokers in Nederland. In deze tabel worden
verschillende doelgroepen apart weergeven, mannen/vrouwen, per leeftijdsklasse en op
onderwijsniveau. Tijdens dit onderzoek zal vooral gekeken worden naar 16 tot 20 jaar en 20
tot 30 jaar en de onderwijsniveaus MBO en HBO.
Tabel 1 (CBS 2012)
2.2.2. Diverse factoren beïnvloeden de kans dat iemand gaat roken
Diverse factoren zijn van invloed op de kans dat jongeren (gaan) roken. (zie tabel 2)
Deze factoren zijn onder te verdelen in:
 Omgevingsfactoren, zoals de verkrijgbaarheid van tabak, tabaksreclame en het
rookgedrag van ouders en leeftijdsgenoten.
 Persoonsgebonden factoren, zoals de houding ten aanzien van roken,
persoonlijkheidskenmerken, genetische aanleg en vaardigheden (bijvoorbeeld
weerbaarheid).
De huidige theoretische inzichten verklaren of voorspellen slechts gedeeltelijk de kans dat
iemand gaat roken. Het is maar beperkt mogelijk om aan te geven welke factoren de
belangrijkste zijn. Dit hangt onder meer samen met de leeftijd en de mate waarin een jongere
al bezig is met experimenteren met sigaretten. Rookgedrag ontstaat namelijk stapsgewijs en
in elke fase zijn andere factoren van invloed. (Pieterse & Willemsen, 2005)
2.2.3. De omgeving is van invloed op het beginnen met roken
De kans dat iemand met roken begint te experimenteren, wordt sterk bepaald door de mate
waarin roken een sociaal geaccepteerd gedrag is binnen vooral het eigen sociale netwerk
(gezin, vrienden en school) en in mindere mate de samenleving als geheel. (zie tabel 1)
Ouders beïnvloeden met hun eigen rookgedrag (voorbeeldgedrag) en met hun
opvoedingsstijl het rookgedrag van adolescenten. De invloed van ouders lijkt vooral in de
vroege adolescentie van belang te zijn, terwijl de invloed van leeftijdsgenoten toeneemt
naarmate het kind ouder wordt. (Pieterse & Willemsen, 2005)
7
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
De invloed van rokende leeftijdsgenoten (imitatiegedrag) is een sterke voorspeller van
beginnen met roken. Er is hierbij nog wel discussie over de vraag of dit komt door
beïnvloeding en navolging of dat het ook zo is dat kinderen die al geïnteresseerd zijn in roken
hun vrienden daarop selecteren. Waarschijnlijk spelen beide processen een rol. (Harakeh,
2006)
2.2.4. Roken gaat vaak samen met ander risicogedrag
Het rookgedrag van jongeren maakt vaak deel uit van een breder patroon van riskant,
rebellerend en afwijkend gedrag, zoals rijden onder invloed van alcohol, antisociaal gedrag of
het gebruik van andere genotmiddelen. (zie tabel 1)
Jongeren die roken, hebben een bijna zeven keer grotere kans om alcohol te drinken of op
jonge leeftijd seks te hebben. De kans op cannabisgebruik is bij rokende jongeren bijna 22
keer zo groot als bij niet-rokende jongeren. (Schrijvers & Schoemaker, 2008)
Tabel 2 (Nationaal Kompas 2012)
2.2.5. Motivatie om te roken
Uit een onderzoek van Pérez-Milena A, et al (2012) zijn meerdere redenen gekomen waarom
adolescenten (beginnen met) roken. Het roken geeft een ontspannen gevoel en het verbeterd
het zelfbeeld, bij jongens geeft het een versterkt veilig gevoel en het verbeterd de omgang
met het andere geslacht. Bij meiden is een reden dat ze roken dat het invloed heeft op het
gewicht.
Vrienden oefenen een bepaalde druk uit waardoor jongeren eerder beginnen met roken of
blijven roken. Op de middelbare school begint vaak het experimenteel roken.
8
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
1.3. Alcohol
2..3.1. Omvang van het probleem
In tabel 3 is een overzicht te zien over de alcoholinname van de Nederlandse bevolking. Dit is
in verschillende groepen onderverdeeld, mannen/vrouwen, per leeftijdscategorie en per
onderwijsniveau. Voor dit onderzoek zal er vooral gekeken worden naar de leeftijd 16 tot 20
en 20 tot 30 en de onderwijsniveaus MBO en HBO.
Tabel 3. (CBS 2012)
2.3.2. Omgevingsfactoren beïnvloeden het alcoholgebruik
Hoeveel iemand drinkt en hoe vaak iemand drinkt hangt onder meer samen met een aantal
factoren in de omgeving van de drinker. De volgende omgevingsfactoren beïnvloeden het
drinken van alcohol:
 Sociale factoren: de status van alcohol in de sociale omgeving.
 Financiële factoren: de betaalbaarheid van alcohol.
 Fysieke factoren: de verkrijgbaarheid van alcohol.
Alcoholpreventie(beleid) grijpt vaak in op bovengenoemde omgevingsfactoren. (Kuunders &
Laar, 2009)
2.3.3. De status van alcohol beïnvloedt het alcoholgebruik
Hoe in de sociale omgeving van de drinker met alcohol wordt omgegaan, draagt bij aan het
alcoholgebruik. Deze omgeving reikt van de media, cultuur, religie tot de vriendengroep en
het gezin. (Anderson & Baumberg, 2006; Monshouwer et al., 2007)
Zo is bijvoorbeeld blootstelling aan massa mediale reclame geassocieerd met het gaan
drinken en meer drinken onder jongeren. (Anderson et al., 2009)
En hebben duidelijke en strikte regels van ouders invloed op het beginnen met alcohol
drinken, zo blijkt uit Nederlands onderzoek. (Van der Vorst et al., 2007)
9
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
2.3.4. Hoe betaalbaarder alcohol is, hoe meer wordt gedronken
De betaalbaarheid van alcoholhoudende drank beïnvloedt het alcoholgebruik. Natuurlijk
hangt dit af van hoeveel iemand te besteden heeft. Maar het hangt ook samen met de prijzen
van alcoholhoudende drank in de winkel en horeca, en hoe hoog de accijns is. (Anderson &
Baumberg, 2006)
2.3.5. Hoe gemakkelijker alcohol verkrijgbaar is, hoe meer wordt gedronken
De verkrijgbaarheid van alcoholhoudende drank beïnvloedt het alcoholgebruik. De
verkrijgbaarheid hangt onder meer samen met het aantal verkooppunten in de buurt (winkels
en horeca) en met de openingstijden van deze verkooppunten. Ook hangt dit samen met het
verstrekken van alcohol aan minderjarigen. (Anderson & Baumberg, 2006)
Het feit dat jongeren denken dat alcoholhoudende drank moeilijk verkrijgbaar is, kan al een
factor zijn voor minder alcoholgebruik.
2.3.6. Risicofactoren voor het ontstaan van het probleem
Hoe jonger kinderen en jongvolwassenen beginnen met alcohol drinken, hoe groter het risico
op het ontwikkelen van probleemgebruik en alcoholafhankelijkheid op latere leeftijd.
(Carpenter-Hyland & Chandler, 2007)
Mensen met depressie en stemmingsstoornissen hebben meer kans om een hoog
alcoholgebruik of alcoholafhankelijkheid te ontwikkelen. Andersom geldt hetzelfde: mensen
met een hoog alcoholgebruik en mensen met alcoholafhankelijkheid hebben meer risico op
deze psychische stoornissen. (Anderson & Baumberg, 2006)
2.3.7. Risicogroepen
Verschillende soorten genen spelen een rol in de erfelijkheid van schadelijk alcoholgebruik.
Er zijn bijvoorbeeld genen die invloed hebben op het alcoholmetabolismesysteem in de lever
(ADH en ALDH genen) en er zijn (neurotransmitter)genen die bepalen hoe de hersenen
reageren op alcohol. (NIAAA, 2003)
Erfelijkheid bepaalt naar schatting tussen de 50% en 60% van het risico op
alcoholafhankelijkheid. (Anderson & Baumberg, 2006)
Bovengenoemde genen verklaren hiervan hooguit enkele procenten. Een tiental
neurobiologische kandidaat genen, deels bevestigd met GWAS-studies, bepaalt
waarschijnlijk mede het risico. Deze genen lijken ook een rol te spelen bij andere
verslavingen.
10
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
1.4. Voeding
2.4.1. Kenmerken voedingspatroon adolescenten
Adolescenten zitten in een fase van hun leven waarin zij het meeste energie nodig hebben,
meer dan in andere leeftijdsklassen. (Voedingscentrum, 2009)
Voor de toename van spiermassa, skelet, bloedvolume en alle andere weefsels is de
behoefte aan energie, eiwitten, vitamines en mineralen sterk verhoogd. (Stegeman, 2009)
Bij voeding die vooral bestaat uit frisdranken, vette snacks en snoep, zal de energietoevoer
geen probleem vormen. De voorziening van vitamines, mineralen en eiwitten zullen marginaal
of onvoldoende zijn. Volgens Stegeman(2009) is uit onderzoek gebleken dat meisjes, tussen
de 15 en 20 jaar, sprake is van een onvoldoende inname van jodium, ijzer en vitamine-C. Dit
ligt vooral aan een lage brood- en fruitconsumptie. Een volgend kenmerk van dit
voedingspatroon is dat adolescenten over het algemeen vrij veel geld te besteden hebben,
wat de consumptie van frisdrank, snoep en snacks bevorderd. (Stegeman, 2009)
Daarnaast is de sociale druk onder deze groep hoger, omdat men niet buiten de boot wilt
vallen, wat leidt tot een verhoogde inname van alcohol en vette snacks. Ten slotte leidt
nieuwsgierigheid naar nieuwe producten en het willen uitproberen van genotsmiddelen tot
een ongezond voedingspatroon. (Stegeman, 2009)
2.4.2. Theorie ontstaanswijze voedingspatroon
Volgens Stegeman(2009), zijn de volgende factoren met hun kenmerken bepalend voor het
voedingspatroon van een individu:
 Omgevingsfactoren: geografische, klimatologische, technologische, economische en
politieke factoren die bepalen welk voedsel beschikbaar is,
 Sociaal- culturele factoren: die bepalen welk voedsel als eetbaar wordt beschouwd
en welke betekenis voedsel heeft in de omgang met elkaar. Sociale groepsdruk bij
adolescenten valt hieronder.
 Persoonsgebonden factoren: fysiologische en psychologische factoren die bepalen
wat de voedselbehoefte is en wat voeding voor iemand betekent. Hieronder valt ook
kennis van voeding.
2.4.3. Risico’s van een ongezond voedingspatroon
Gezonde voeding is voeding die qua hoeveelheid en samenstelling gewenst is voor de
gezondheid. (Nationaal Kompas[NK], 2009)
Gezonde voeding wordt gekenmerkt door een zodanige balans in voedingsstoffen en
energie-inname dat risico’s op ziekten tot een minimum worden beperkt en traditionele
deficiëntieziekten (zoals, scheurbuik) worden voorkomen. (NK, 2009)
Een ongezond voedingspatroon is een belangrijke risicofactor voor een aantal chronische
ziekten, waaronder: hart- en vaat ziekten, diabetes mellitus type 2, kanker en osteoporose.
(NK, 2009)
2.4.4. Voedingspatroon adolescenten in cijfers
Uit onderzoek van TNO(2011), onder meer dan 7.500 MBO studenten, blijkt dat 62% van alle
deelnemers dagelijks ontbijt. 28% van de ondervraagden at dagelijks voldoende groente en
21 % voldoende fruit. Daarnaast dronk 53% maximaal een glas frisdrank per dag en 74% was
matig met het nuttigen van tussendoortjes (maximaal 3 stuks/porties per dag). Ruim de helft
van de deelnemers vond gezond eten en drinken belangrijk en 26% vond het zelfs heel
belangrijk. 22% van de deelnemers was van plan om gezonder te gaan eten en drinken.
Vrouwen voldeden ten opzicht van de mannen vaker aan de fruitnorm, maar minder aan de
groentenorm. Daarnaast waren vrouwen vaker matig met frisdrank en tussendoortjes en
vonden zij gezond eten en drinken vaker belangrijk dan mannen. Ten slotte waren vrouwen
vaker van plan om gezonder te gaan eten dan mannen. Ten opzicht van 2008-2009 zijn er
minder studenten die voldoen aan de fruitnorm. In 2009-2010 water meer studenten matig
met frisdrank dan in 2008-2009. In onderstaande tabel 4 zijn de resultaten van het onderzoek
verduidelijkt en zijn de verschillen zichtbaar tussen mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen.
11
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Aantal
Voldoen aan
7.971
ontbijtnorma
Voldoen aan
7.952
groentenormb
Voldoen aan
7.962
fruitnormc
Matig met
7.937
frisdrankd
Matig met
7.921
tussendoortjese
Gezond eten
7.899
en drinken is:
Heel
belangrijk
Belangrijk
Belangrijk/
onbelangrijk
Onbelangrijk
Heel
onbelangrijk
Van plan
7.881
gezonder te
eten en
drinken
Tabel 4 Bron: TNO(2011)
Totaal
(%)
62
Tabel 4
Mannen (%)
15-16 jr
(%)
69
17 jr
(%)
63
18+ (%)
64
Vrouwen
(%)
61
28
36
22
27
29
29
21
19
22
19
22
22
53
42
63
57
51
51
74
70
78
74
73
74
26
22
30
22
26
31
55
17
51
24
59
10
58
18
55
17
52
15
1
1
2
1
1
0
1
1
1
1
1
1
22
19
24
23
21
21
56
A:
Elke dag ontbijten (Voedingscentrum, 2007)
Dagelijks minimaal 200 gram groente (Voedingscentrum, 2007)
C: Dagelijks minimaal 2 stuks fruit (Voedingscentrum, 2007)
D: Maximaal 1 glas per dag (Voedingscentrum, 2007)
E: maximaal 3 stuks/porties snoep of snacks per dag (Voedingscentrum, 2007)
B:
Uit dit onderzoek van TNO(2011) blijkt dat mannelijke MBO studenten ten opzichten van
vrouwelijke MBO studenten een risicogroep vormen ten aanzien van een gezond
voedingspatroon en attitude.
Uit een ander onderzoek van Rodriques, Pereira, Cunha, Sichieri, Ferreira, Vilela &
Goncalves-Silva(2012) is de dagelijkse voedingswaarden gemeten onder adolescenten. In
tabel 5 staan de gemiddelde voedingswaarden onder 1280 adolescenten.
12
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Product
Tabel 5
Gemiddelde inname uit
onderzoek in grammen,
van Rodriques et
al.(2012)
1 stuk fruit
230
Aanbevolen hoeveelheid volgens
de schijf van vijf in gram, tenzij
anders vermeld.
(Voedingscentrum, 2013)
200 & 2 stuks fruit
250
Groente & Fruit
Aardappelen, rijst,
pasta, peulvruchten
Brood
107.5
245
Kaas
30
Melkproducten
240
450 ml
Vlees, vis, kip, eieren
210
100-125
en vleesvervangers
Bak-, braad- en
103.3
50
frituurproducten, olie,
boter
Dranken (incl. melk)
1500-2000 ml
Tabel 5 (Rodriques et al. 2012) & (Voedingscentrum 2013)
In tabel 5 is duidelijk dat er dubbel zoveel bak-, braad- en frituurproducten, olie en boter
worden genuttigd dan de aanbevolen hoeveelheid. Daarnaast wordt er de helft qua brood
gegeten dan de aanbevolen hoeveelheid. Hetzelfde geldt voor melkproducten. Over kaas,
groente en vocht waren geen duidelijke cijfers zichtbaar.
2.4.5. Risicofactoren en risicogroepen
Volgens Stegeman(2009) zijn risicofactoren die leiden tot een ongezond voedingspatroon
sociale druk en nieuwsgierigheid naar genotsmiddelen, wat kenmerkend is voor deze
leeftijdsklasse. Daarnaast vormen adolescenten in het algemeen een risicogroep, omdat ze
over het algemeen vrij veel geld te besteden hebben. Adolescenten van het vrouwelijk
geslacht vallen in een hogere risicogroep, omdat zij over het algemeen te weinig ijzer, jodium
en vitamine-C binnenkrijgen. (Stegeman,2009)
Dat vrouwelijke adolescenten vallen in een hogere risicogroep wordt tegengesproken door
TNO(2011), die aangeven dat mannelijke adolescenten een hogere risicogroep vormen door
attitude. In onderstaande tabel 6, zijn de risicogroepen- en factoren weergegeven in een
overzicht.





Tabel 6
Risicofactoren
Sociale druk (Stegeman, 2009)
Vrij veel geld hebben (Stegeman, 2009)
Onvoldoende kennis van voeding
(Stegeman, 2009)
Attitude (TNO, 2011)




Risicogroepen
Vrouwelijke adolescenten
(Stegeman, 2009)
Adolescenten (Stegeman, 2009)
Mannelijke adolescenten
(TNO,2011)
Tabel 6
13
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
1.5. Ontspanning
2.5.1. Definitie stress
Stress is bedoeld om te overleven, wanneer iemand zich in een gevaarlijke situatie verkeerd
zorgt stress dat het lichaam in actie komt. De stress factor is van groot belang en erg nuttig.
Na een periode van stress is het belangrijk dit te compenseren met ontspanning, voldoening
of opluchting. (verkuil, 2007)
2.5.2. Het ontstaat van stress bij studenten
Wanneer de ongezonde stress geen plaats maakt voor ontspanning, opluchting of voldoening
kost dit het lichaam veel energie en kan het uiteindelijk de oorzaak zijn voor overspanning,
burn-out of depressies. (verkuil,2007)
Deze Psychologische problemen komen steeds vaker voor bij studenten. Er wordt gesproken
over faalangst, depressies en persoonlijke crisissen. Uit onderzoek van de Universiteit van
Leuven (2010) blijkt dat deze problemen sinds 1999 verviervoudigt zijn. Een oorzaak van
deze problemen is vaak examenstress. De werkdruk wordt hoger waardoor de studenten
meer stress ervaren.
2.5.3. De gevolgen van stress of een burn-out
De symptomen van stress zijn per individu verschillend. De een krijgt last van zijn darmen, de
ander ervaart hoofdpijn en ook kan het zijn dat iemand somber wordt. Wanneer iemand te
lang stress ervaart heeft hij de kans totaal uitgeput te raken. Letterlijk vertaald betekend het
dat ze opgebrand zijn, een burn-out. Kenmerken van ongezonde stress op het lichaam zijn;
1.
2.
3.
4.
Spierklachten
Maag/darm klachten
Allergische klachten
Griepklachten
Wanneer deze klachten te lang aanhouden en chronisch worden vergroot de stress kans op
hart en vaatziekten. Naast de lichamelijke klachten heeft de ongezonde stress ook invloed op
het concentratievermogen daarnaast zal kan het beslissingsvermogen afnemen en kan
iemand vergeetachtig worden.
Bij studenten komt het vaak voor dat ze gaan twijfelen aan hun eigen capaciteiten en gaan de
studenten onnodige fouten maken (Verkuil, 2007).
2.5.4. Omgaan met stress en burn-out van een student
Het voorkomen van stress gaat gepaard met een gezonde voeding. Vitamine, mineralen,
magnesium en essentiële vetzuren zijn uiterst belangrijk voor het lichaam en de geestelijke
gesteldheid. Naast een gezonde voeding kan stress voorkomen worden door sport en
bewegen. Dit komt doordat het zweet de stoffen die stress veroorzaken eruit halen.
Daarnaast wordt het immuunsystemen vergroot door bewegen. (Straaten, 2011)
14
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
2. Intake
2.1 Nut intake gesprek
Het doel van de deskresearch is om er achter te komen wat het lifestyle probleem van de
studenten is. Hierin wordt gekeken wat de doelstellingen van het programma zijn en wat ze
verwachten van het programma. Door middel van een intakegesprek, metingen en een
literatuurstudie zal een op maat gemaakt advies worden geschreven die doormiddel van een
lifestyle programma uit gevoerd zal worden.
Het intake gesprek is vaak het eerste contact wat er is met de cliënt. Tijdens dit gesprek
wordt kennis gemaakt met elkaar en wordt besproken wat er van elkaar verwacht wordt.
Omdat het eerste gesprek als spannend ervaren kan worden is dit gesprek in 2e gedeeld. Het
eerste gesprek was om kennis met elkaar te maken, aan te geven wat er van elkaar verwacht
wordt en om te kijken hoe de cliënt tegenover lifestyle verandering staat. Dit gesprek vond
plaats in een lokaal van InHolland Haarlem. Er is hiervoor gekozen omdat dit een veilige
omgeving is voor de cliënt. In het 2e gesprek werd besproken hoe het is gesteld met de
lifestyle van de cliënt. Dit gesprek vond plaats bij in de fitnesszaal van InHolland Haarlem.
Beide gesprekken vinden plaats aan de hand van een half gestandaardiseerd gesprek. Bij
een half gestandaardiseerd gesprek heeft de interviewer voorafgaand aan het gesprek een
aantal onderwerpen op papier gezet. Bij dit type interview is er voldoende ruimte om door te
vragen en uit te wijken naar verschillende onderwerpen maar blijft de structuur behouden en
wordt de kans dat onderwerpen worden vergeten verkleind (Bruinooge, 2004). Het eerste
intake gesprek werd met de hele groep gevoerd, hierdoor leerde de studenten elkaar kennen
en was de drempel minder hoog om naar het gesprek te komen. Het tweede gesprek is
individueel gevoerd omdat de kans hierdoor groter is open te staan om te praten over hun
eigen lifestyle.
Er wordt gebruik gemaakt van een half gestandaardiseerd intake gesprek. Om de structuur te
behouden is er voor beide gesprekken een agenda gemaakt met daarin de punten die
besproken moeten te worden.
Agenda eerste intake gesprek:
•
•
•
•
Doel intake gesprek vertellen
Introductie van trainers
o Wie de trainers zijn
o Waarom de trainers de cliënten kunnen helpen
o Persoonlijke aspecten (leeftijd, woonplaats leefsituatie etc.)
Introductie cliënt
o Wie de cliënt is
o Wat de cliënt doet in het dagelijkse leven
o Persoonlijke aspecten (leeftijd, woonplaats leefsituatie etc.)
Aangeven wat er verwacht wordt van de cliënten
Afspraken maken
•
•
PAR-Q formulier invullen
Contract formulier invullen
•
Agenda tweede intake gesprek

Lifestyle cliënt
o Bespreken van beweeg gedrag
 Eventuele voordelen en nadelen van dit gedrag bespreken
Bespreken van rook gedrag
 Eventuele voordelen en nadelen van dit gedragen bespreken
o Bespreken van alcohol inname
 Eventuele voordelen en nadelen van dit gedragen bespreken
o Bespreken van voeding patroon
 Eventuele voordelen en nadelen van dit gedragen bespreken
o Bespreken van mate van stress
 Eventuele voordelen en nadelen van dit gedragen bespreken
Zelf genomen interventies bespreken
Bespreken van motivatie tot verandering
Opstellen van SMART doelstellingen
o




Trainingsafspraken maken
o Frequentie van trainingen met trainer
o Frequentie van trainingen alleen
o Intensiteit van trainingen
o Locatie van trainingen
o Coaching en advies gesprekken
Eventuele vragen behandelen en vervolg afspraak maken
2.2. Testprotocollen
3.2.1 Body Mass Index (BMI) (Eknoyan, 2008)
Meting
Het meten van de lengte, leeftijd en gewicht meet of de cliënt voor haar lengte en leeftijd het
juiste gewicht heeft of niet.
tabel. 7 (Bron: voedingswaardetabel.nl)
Doel
Het meten van de lengte, leeftijd en gewicht meet of de cliënt voor zijn/haar lengte en leeftijd
het juiste gewicht heeft of niet. De volgende meting moet op eenzelfde moment worden
genomen om het zo betrouwbaar mogelijk te maken. De omstandigheden zijn dan hetzelfde
als bij de eerste meting.
Validiteit en betrouwbaarheid
Deze test is valide omdat hier de BMI wordt gemeten en dat is precies wat de bedoeling is.
De test is betrouwbaar gemaakt door de test driemaal achter elkaar uit te voeren. De
gegevens worden alleen gebruikt wanneer ze alle drie de keren hetzelfde zijn.
16
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Waarde meting
De leeftijd is gemeten in jaren
Het gewicht is gemeten in kilogrammen
De lengte is gemeten in meters
Referentietabel
Tabel 8 (Bron: welenzijn.nl)
3.2.2. Bovenarms bloeddrukmeting (CBO & NHS, 2000)
Meting
Systolische bloeddruk meting:
Betekenis: de maximale druk die wordt opgebouwd in de aorta of hoofdlichaamsslagader bij
het samentrekken van de linker hartkamer.
Diastolische bloeddruk meting:
Betekenis: het minimum van de druk die optreedt tussen twee samentrekkingen van het hart
in, als de linker hartkamer zich weer met bloed vult.
Doel
Er achter komen of de cliënt een te hoge bloeddruk heeft, dit kan namelijk leiden tot hart- en
vaatziekten.
Validiteit en betrouwbaarheid
Deze test is valide omdat hier de bloeddruk wordt gemeten en dat is precies wat de bedoeling
is. De test is betrouwbaar gemaakt door de test driemaal achter elkaar uit te voeren. De
gegevens worden alleen gebruikt wanneer ze alle drie de keren hetzelfde zijn.
Waarde meting
Millimeters kwikdruk
Uitvoering
Stap 1: De cliënt mag plaatsnemen op de stoel naast de tafel. De testleider zal uitleggen dat
hier de bloeddruk gemeten wordt via een elektrische bloeddrukmeter. Dit houdt in dat met
één druk op de knop, de ballon zich vult met lucht en deze weer vanzelf leegloopt.
Stap 2: De band wordt geplaatst om de bovenarm ten hoogte van het hart. Zodra de
testleider op de knop drukt zal de ballon zich laten vollopen. Zodra de meting klaar is zal je
een systolische druk te zien krijgen (bovendruk) en diastolische druk (onderdruk). Deze
waarden noteert de testleider op zijn resultatenformulier.
17
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Materiaal
Bloeddrukmeter die is goedgekeurd door de British Hypertension Society (BHS), de
European Hypertension Society (EHS) en de Food and Drug Association (FDA)
Referentietabel
Tabel 9 (Bron: swsportmassage.nl)
3.2.3. 4-punts huidplooimetingen (Durnin, 1974) (Nooyens et al, 2007)
(McArdle, 2007)
Doel
In kaart brengen hoeveel vetpercentage een persoon in zijn lichaam heeft.
Validiteit en betrouwbaarheid
Deze test is redelijk valide omdat de huidplooien met onderliggende vet wordt gemeten. Dit is
nodig om de vetpercentage te berekenen. De test is betrouwbaar gemaakt door de test
driemaal achter elkaar uit te voeren. De gegevens worden alleen gebruikt wanneer ze alle
drie de keren hetzelfde zijn.
Waarde meting
In millimeters
Uitvoering
HPM = huidplooimeter
1. Bij het gebruik van de HPM knijp je zachtjes een huidplooi tussen duim en wijsvinger.
2. 1 cm opzij van je vingers plaatst je de te meten punten van de HPM
3. Laat de huidplooi met je hand los zodat alleen de HPM de huid klemt. Wacht 1-2
seconden voordat je de uitslag opmeet en opschrijft.
4. Herhaal daarna nog eens 2 keer de huidplooimeting op dezelfde plek. Het
gemiddelde van de 3 aflezingen gebruik je dan als resultaat.
Materiaal
Een plastic 842-SK-001 huidplooimeter.
18
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Referentietabel
Tabel. 10 (Durnin, 1974)
19
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
3.2.4. Middel-heup ratio (Brown, 1996)
Doel
De middel-heup ratio geeft een indicatie aan hoeveel vet er is opgeslagen rond de buikholte.
Te veel vet rond de buikholte kan gevaarlijk zijn voor de gezondheid.
Validiteit en betrouwbaarheid
Deze test is valide omdat de middel omtrek en heup omtrek wordt gemeten zodat de ratio kan
worden berekend. Dit is nodig om te kunnen concluderen of de cliënt een verhoogd risico
heeft op hart- en vaatziekten of niet. De test is betrouwbaar gemaakt door de test driemaal
achter elkaar uit te voeren. De gegevens worden alleen gebruikt wanneer ze alle drie de
keren hetzelfde zijn.
Waarde meting
Er wordt gemeten in centimeters
Uitvoering
De omtrek van de middel wordt gemeten in het midden van de afstand tussen de onderste rib
en de iliaca rand. Het meetlint moet overal op gelijke hoogte zitten. Voer de test meerdere
malen uit en gebruik het gemiddelde om de test betrouwbaar te maken. De heup meting moet
1 cm boven de rand van de iliaca gemeten worden. Pak de huid en het onderliggende vet
vast in lijn met de iliaca rand.
Middelomtrek : heupomtrek = middel-heup ratio
Referentietabel
Tabel 11 (Brown, 1996)
3.2.5. Vet vrije massa (Vrijens, 2007)
Doel
Deze berekening brengt in kaart hoeveel van het totale lichaamsgewicht vet bevat en vet vrij (spier,
bot, organen en vocht) is. Indien de client aankomt of afvalt dan kan er berekend worden of zij aan
spiermassa (vetvrij) of vet is aangekomen of afgevallen. Deze test kan alleen slagen indien zijn
lichaamsgewicht en vetpercentage bekend zijn.
Validiteit en betrouwbaarheid
Deze test is minder valide omdat eerst het lichaamsgewicht en vetpercentage bekend moet zijn. In
deze testen kan het één en ander mis zijn gegaan. Dit beïnvloed de gegevens van de vet vrije massa.
Verder kan de vochtbalans in het lichaam de uitslag ook beïnvloeden. De test is betrouwbaar gemaakt
door de test driemaal achter elkaar uit te voeren. De gegevens uit de test worden alleen gebruikt
wanneer ze alle drie de keren hetzelfde zijn.
Formule berekening
Vet massa = vetpercentage / 100 x lichaamsgewicht
Vet vrije massa = lichaamsgewicht – vet massa
Vet vrije massa in percentage = vet vrije massa in kg x 100 / lichaamsgewicht
3.2.6 harvard steptest
Doel meting
De test geeft een beeld van het aeroob uithoudingsvermogen van de testpersoon. Dit gebeurt
doormiddel van de hartslag na 1 2 en 3 minuten na de test.
Waarde meting
Hartslag per minuut.
Protocol uitvoering
Stap 1:
Er dient 30 keer per minuut op- en afgestapt te worden. Dit moet gedurende 5 minuten
gedaan worden.
Stap 2:
Het is aanbevolen om een minuut te wennen aan het ritme, alvorens met de test
gestart wordt.
Stap 3:
Er mag telkens met dezelfde voet het eerst op- en afgestapt worden. Toch is het
raadzaam om de minuut van opstapbeen te wisselen. Bij het opstappen dienen de
knieën telkens volledig gestrekt te worden. Er mag niet gesprongen worden. Het is
belangrijk dat de testleider het ritme blijft aangeven: om de seconde of de twee
seconden een signaal geven.
Stap 4:
na 1 2 en 3 minuten na de test wordt de hartslag genoteerd en ingevoerd op
www.condititesten.nl (conditietesten)
Referentiekader
Geslacht uitstekend bovengemiddeld Gemiddeld Onder gemiddeld slecht
man
> 90
80 - 90
65 - 79
55 - 64
< 55
vrouw
> 86
76 - 86
61 - 75
50 - 60
< 50
Tabel 12 referentie kader hardvard steptest
22
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
2.3. Resultaten intakegesprekken
Lisa:
Algemene gegevens:
- Initialen Cliënt:
- Datum gesprek:
- Telefoonnummer:
- E-mailadres:
- Woonplaats:
- Postcode:
- Straat:
- Duur gesprek (min):
- Coaches
- Eventueel anderen aanwezig:
Lisa
28-3-2013
06 27 10 89 20
[email protected]
Haarlem
2023 BD
Verspronckweg 127
circa 20 minuten
Alwin Aarts & Casper Engel (notulist)
Hans, Mateo en een cliënt
Thuissituatie
Lisa woont doordeweeks op zichzelf en in het weekend is ze thuis in Culemborg. Ze volgt de opleiding
Dans op het Nova College en heeft 5 dagen in de week les. Ze heeft geen bijbaan in Haarlem, maar
geeft in het weekend wel 4 uur dansles. Thuis in Culemborg heeft ze een zusje van 14, een zusje van
16, een vader en een moeder. Ze danst ook in Tilburg. Verder heeft ze niet verteld dat ze meedoet
aan dit programma aan haar ouders, omdat ze bang is voor negatieve reacties van haar ouders.
Reden waarom ze meedoet aan het programma
Ze wilt haar conditie verbeteren, omdat ze vaak moe is. Daarnaast wilt ze weten wat qua voeding
goed voor haar is. Hierdoor hoopt ze ook meer energie te krijgen.
Hoe voel Lisa zich op een schaal van 1-10
Een 7, omdat ze een auditie heeft gehaald, daardoor meer zelfvertrouwen. Voor de auditie voelde ze
zich een 5. Voor een 8 of een 9 is meer zelfvertrouwen nodig en het gevoel dat ze beter in haar
lichaam zit.
BRAVO
- Lisa danst elke dag een aantal uur voor school, geeft in het weekend dansles en danst
daarnaast zelf ook nog.
- Lisa rookt niet.
- Lisa drinkt geen alcohol.
- Lisa slaapt gemiddeld 9,5 uur per nacht met wisselende slaapkwaliteit. Daarnaast heeft ze
veel last van stress. Dit uit zich in veel moe zijn en een verminderde controle op zaken.
Voordelen en nadelen huidig gedrag
+ Ze eet op dit moment voldoende fruit.
- Vaak moe. Denkt dat ze teveel beweegt. Onregelmatig eetpatroon.
Voordelen en nadelen toekomstig gedrag
+ Betere conditie. Meer energie in de les door verbeterd voedingspatroon.
- Moeite om zoete snacks te laten liggen.
Wat weerhield Lisa van het gewenste gedrag
Geen motivatie om in haar eentje haar conditie te gaan verbeteren. Vorig jaar had ze een tussenjaar
en had een abonnement bij de sportschool, maar ze is zelden geweest.
Steunpilaren
Klasgenoten kunnen haar steunen. Ze denkt dat haar ouders haar niet steunen. In het studentenhuis
heeft ze geen steunpilaren.
Doelen Bravo
Nog invullen.
Vertrouwen, bereidheid en belangrijkheid
Lisa geeft een 7.5 in vertrouwen dat ze de doelstelling gaat halen, omdat ze voeding heel belangrijk
vind i.v.m. haar opleiding.
Overige punten
Af en toe last van haar knieën. 3 jaar geleden een knieblessure gehad.
Par-Q vragenlijst
1. Nee
2. Nee
3. Nee
4. Nee
5. Nee
6. Nee
7. Nee
Voor volledige vragenlijst zie bijlage 1.
Antropometrische gegevens
BMI:
Leeftijd: 19


Gewicht: 64
Lengte: 1,70
= BMI: 22.1
Bloeddruk:


Systolische: 136
Diastolische: 64
= Bloeddruk: 136 / 64 spm
4-punts huidplooimetingen:




Triceps: 20
Biceps: 10
Subscapulair: 18
Supra-iliacaal: 16
64 mm = vetpercentage: 30%
Middel-Heup Ratio:


Middel omtrek: 73
Heup omtrek: 79
= Ratio: 0.92
Vet vrije massa percentage:






Vet massa = vetpercentage / 100 x lichaamsgewicht
Vet massa = 19.2 kg
Vet vrije massa = lichaamsgewicht – vet massa
Vet vrije massa = 44.8 kg
Vet vrije massa in percentage = vet vrije massa in kg x 100 / lichaamsgewicht
Vet vrije percentage = 70%
24
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Jessica:
Algemene gegevens:
- Initialen Cliënt:
- Datum gesprek:
- Telefoonnummer:
- E-mailadres:
- Woonplaats:
- Postcode:
- Straat:
- Duur gesprek (min):
- Coaches
- Eventueel anderen aanwezig:
Jessica Trippelvitz ( J.T.)
28-3-2013
06 43 97 16 11
[email protected]
Haarlem
2022 DA
Rijksstraatweg 2B
circa 20 minuten
Alwin Aarts & Casper Engel (Notulist)
Hans, Mateo en een cliënt
Thuissituatie
Jessica woont samen met haar vriend. Ze heeft geen hobby’s die ze als zodanig wilt omschrijven,
maar ze houdt van reizen. Daarom volgt ze de opleiding HBO Toerisme bij InHolland. Ze werkt bij een
touroperator op kantoor. Dit werk bestaat uit zittend computerwerk. Ze sport op dit moment niet, maar
fietst ongeveer elke dag een half uurtje. Ze wilt in de toekomst wel 2x in de week gaan sporten met
een vriendin.
Reden waarom ze meedoet aan het programma
Ze wilt graag weer meer gaan bewegen. Ze doet dit op dit moment niet, omdat ze dat niet in haar
eentje wilt doen en ze vind dat ze een figuurlijke ‘schop onder de kont nodig heeft’ om dit te
bewerkstelligen. Daarnaast wilt ze graag meer kennis over voeding opdoen, omdat ze door alle
verhalen niet meer weet wat goed voor haar is. Daarnaast wilt ze ontspanning ook aanpakken.
Hoe voel Jessica zich op een schaal van 1-10
Een 4, omdat ze vaak moe is en slecht is in plannen.
BRAVO
- Jessica fietst ongeveer 30 minuten per dag, maar sport verder niet.
- Jessica rookt niet
- Jessica drink niet regelmatig. Af en toe een paar glazen in het weekend,
- Jessica eet.. (zie voedingsdagboek)
- Jessica slaapt ongeveer 7-8 uur per nacht.
Voordelen en nadelen huidig gedrag
+ Meer tijd voor andere dingen. Geen gedoe met nadenken over voeding.
- Vaak moe s’ avonds, terwijl ze niet in slaap kan komen. Ze heeft het gevoel dat haar
voedingspatroon verkeerd is en daarnaast voelt ze zicht minder fit dan ze wilt.
Voordelen en nadelen toekomstig gedrag
+ Fitter voelen, vertrouwen op nieuw voedingspatroon
- Minder tijd voor andere dingen.
Steunpilaren
Een vriendin waarmee ze gaat sporten. Haar vriend kan haar helpen met voeding.
Doelen Bravo
Nog invullen.
Vertrouwen, bereidheid en belangrijkheid
Jessica zegt er veel voor over te hebben de doelstelling te halen.
Par-Q vragenlijst
1. Nee
2. Nee
3. Nee
4. Nee
5. Nee
6. Nee
7. Nee
Voor volledige vragenlijst zie bijlage 1.
Antropometrische metingen
BMI



Leeftijd: 24
Gewicht: 66
Lengte: 1,64
= BMI: 24.5
Bloeddruk


Systolische: 127
Diastolische: 47
= Bloeddruk: 127 / 47 spm
4-punts huidplooimetingen




Triceps: 24
Biceps: 12
Subscapulair: 22
Supra-iliacaal: 24
82 mm = vetpercentage: 33.5%
Middel-Heup Ratio


Middel omtrek: 80
Heup omtrek: 93
= Ratio: 0.86
Vet vrije massa percentage






Vet massa = vetpercentage / 100 x lichaamsgewicht
Vet massa = 22.1 kg
Vet vrije massa = lichaamsgewicht – vet massa
Vet vrije massa = 43.9 kg
Vet vrije massa in percentage = vet vrije massa in kg x 100 / lichaamsgewicht
Vet vrije percentage = 66.5%
26
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Rachel:
Algemene gegevens
- Initialen Cliënt:
- Datum gesprek:
- Telefoonnummer:
- E-mailadres:
- Woonplaats:
- Postcode:
- Straat:
- Duur gesprek (min):
- Coaches
- Eventueel anderen aanwezig:
Rachel
28-03-2013
06 28 09 27 38
[email protected]
Hoofddorp
2135 LS
Elisa van Calcarstraat 78
circa 20 minuten
Hans van den Burg & Mateo van ’t Spijker (notulist)
Casper, Alwin en een cliënt
Thuissituatie
Onbekend
Reden waarom ze meedoet aan het programma
Uithoudingsvermogen, afvallen hoeft niet, maar heup vet mag er wel af.
Reden: ze is nu snel buiten adem met hardlopen, niet met traplopen.
Waarom ze nog geen actie heeft ondernomen: ze heeft de motivatie nog niet gehad om van de
gedachte een actie te maken.
Hoe voelt Rachel zich op een schaal van 1-10
Een 7. Ze zit prima in haar vel, school en privé gaat het goed. Ze wil nog beter in haar vel zitten.
Belang van uithoudingsvermogen trainen: een 8. Ze vind het wel belangrijk
BRAVO
- Rachel doet aan paardrijden, 1 uur intensief per week, al 11 jaar op gevorderde niveau
- Rachel rookt niet
- Rachel drinkt in het weekend, 3 glazen, alleen op zaterdag, met uitzondering van speciale
feesten op andere dagen.
- Rachel eet.. (zie voedingsdagboek)
- Rachel slaapt ongeveer 8 uur per nacht, voelt zich wel vaak moe overdag. Leest, kijkt tv.
Voordelen en nadelen huidig gedrag
Geen
Voordelen en nadelen toekomstig gedrag
Als ze eenmaal de smaak te pakken krijgt dan hoopt ze het sport ritme zelf vast te houden.
Steunpilaren
Onbekend
Doelen Bravo
Nog invullen.
Vertrouwen, bereidheid en belangrijkheid
Bereid om dat te behalen: ze moet zich wel echt inzetten, een 9 geeft ze haar bereidheid.
Par-Q vragenlijst
1. Nee
2. Nee
3. Nee
4. Ja, is hiervoor al een keer bij de huisarts geweest en ze mocht wel sporten.
5. Nee
6. Nee
7. Nee
Voor volledige vragenlijst zie bijlage 1.
Antropometrische metingen
BMI



Leeftijd: 20
Gewicht: 63
Lengte: 1,76
= BMI: 20.3
Bloeddruk


Systolische: 137
Diastolische: 90
= Bloeddruk: 137 / 90 spm
4-punts huidplooimetingen




Triceps: 16
Biceps: 12
Subscapulair: 14
Supra-iliacaal: 18
60 mm = vetpercentage: 29.1%
Middel-Heup Ratio


Middel omtrek: 72
Heup omtrek: 90
= Ratio: 0.8
Vet vrije massa percentage






Vet massa = vetpercentage / 100 x lichaamsgewicht
Vet massa = 18.3 kg
Vet vrije massa = lichaamsgewicht – vet massa
Vet vrije massa = 44.7 kg
Vet vrije massa in percentage = vet vrije massa in kg x 100 / lichaamsgewicht
Vet vrije percentage = 70.1%
28
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Chei:
Algemene gegevens:
- Initialen Cliënt:
- Datum gesprek:
- Telefoonnummer:
- E-mailadres:
- Woonplaats:
- Postcode:
- Straat:
- Duur gesprek (min):
- Coaches
- Eventueel anderen aanwezig:
Chei Lont (C.L.)
28-03-2013
06 37 19 89 89
[email protected]
Amsterdam
1069 VW
Wierderstraat
circa 20 minuten
Hans van den Burg & Mateo van ’t Spijker (Notulist)
Casper, Alwin en een cliënt
Thuissituatie
Onbekend
Reden waarom ze meedoet aan het programma
Gewicht verliezen, vind zichzelf te zwaar.
Wil dit realiseren door verder te gaan met sporten en strakker op haar voeding te letten.
Ze wil terug naar 70. Wil afvallen maar heeft nog geen actie ondernomen.
Hoe voelt Chei zich op een schaal van 1-10
Onbekend
BRAVO
- Chei doet 2x per week aan zelfverdedigingslessen (wing tjung). Ze wil dit gaan vervangen met
yoga. 1x per week heeft ze voetbal training 19:00 uur tot 20:30 uur en 1x een wedstrijd.
- Chei rookt niet
- Chei drinkt Heel af en toe, niet eens 1x per maand. Als ze drinkt dan gemiddeld 3 glazen. Als
ze drinkt dan wijn bij eten, af en toe met uitgaan, maar ze gaat niet vaak uit.
- Chei eet.. (zie voedingsdagboek)
- Chei spreekt vaak met vriendinnen af (sporten, thuis chillen), tv kijken, muziek luisteren en
dansen. Slaap: gemiddeld 8 uur per nacht. In het weekend slaapt ze meer. Ze voelt zich af en
toe wel moe als ze lang slaapt. Daarom blijft ze soms wat langer liggen.
Voordelen en nadelen huidig gedrag
Onbekend
Voordelen en nadelen toekomstig gedrag
Als ze eenmaal de smaak te pakken krijgt dan hoopt ze het sport ritme zelf vast te houden.
Steunpilaren
Haar moeder en nichtje steunen haar in dit proces.
Doelen Bravo
Nog invullen.
Vertrouwen, bereidheid en belangrijkheid
Veel vertrouwen, een 7 op schaal. Niet hoger omdat ze twijfelt aan haar inzet. Dit kan alleen als ze
100% geeft. Maar dit moet ze wel eerst doen.
Belang om af te vallen: een 9,
Bereid om af te vallen: een 9
Qua sport lukt het wel, ze sport genoeg maar qua voeding wil ze geholpen worden.
Par-Q vragenlijst
1. Nee
2. Nee
3. Nee
4. Nee
5. Nee
6. Nee
7. Nee
Voor volledige vragenlijst zie bijlage 1.
Antropometrische metingen
BMI



Leeftijd: 22 jaar
Gewicht: 81 kg
Lengte: 1,81
= BMI: 24.7
Bloeddruk


Systolische: 138
Diastolische: 89
= Bloeddruk: 138 / 89 spm
4-punts huidplooimetingen




Triceps: 19
Biceps: 16
Subscapulair: 16
Supra-iliacaal: 14
65 mm = vetpercentage: 30.2%
Middel-Heup Ratio


Middel omtrek: 74
Heup omtrek: 113
= Ratio: 0.66
Vet vrije massa percentage






Vet massa = vetpercentage / 100 x lichaamsgewicht
Vet massa = 24.5 kg
Vet vrije massa = lichaamsgewicht – vet massa
Vet vrije massa = 56.5 kg
Vet vrije massa in percentage = vet vrije massa in kg x 100 / lichaamsgewicht
Vet vrije percentage = 69.8%
30
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Bo:
Algemene gegevens
- Initialen Cliënt:
- Datum gesprek:
- Telefoonnummer:
- E-mailadres:
- Woonplaats:
- Postcode:
- Straat:
- Duur gesprek (min):
- Coaches
- Eventueel anderen aanwezig:
Bo Vermeij (B.V.)
28-03-2013
06 41 39 98 50
[email protected]
Heiloo
1851 PB
Oosterzijweg 23A
circa 20 minuten
Casper Engel & Hans van den Burg (notulist)
N.V.T.
Thuissituatie
Woont op dit moment thuis. Ze heeft 2 buitenlandse stages gedaan, 3 maanden in Mexico in een
animatieteam en 3 maanden in Amerika op een summercamp. Ze heeft ook op zichzelf gewoond in
Amsterdam.
Reden waarom ze meedoet aan het programma
Bo wil graag meer leren over voeding en wil van haar vreetbuien af. Ook wil ze een strakkere buik en
als het kan dunnere benen.
Hoe voelt Bo zich op een schaal van 1-10
Ze geeft een 7, ze is nu weer op, voor haar, een licht gewicht, 72 kilo. Ze sport weer veel en voelt
daardoor goed. Het kan een 8 of 9 worden als ze minder toegeeft aan vreetbuien.
BRAVO
- Ze gaat regelmatig naar de sportschool, op maandagavond, woensdagavond,
donderdagavond en zaterdag. Ze doet dan vaak 2 lessen achter elkaar en op
donderdagavond geeft ze zelf les, Les Mills,
- Rookt niet meer, is 2 jaar geleden gestopt. Ze rookte toen in 1,5 dag 1 pakje. Ze geeft zelf aan
dat ze ging roken om het roken, niet omdat ze er trek in had. Daarnaast kost roken veel geld
en merkt ze dat ze nu een betere conditie heeft.
- Alcohol drinkt ze heel weinig, af en toe een wijntje in het weekend. Gemiddeld 1 of 2 wijntjes
per week.
- Zie voedingsdagboek
- Om te ontspannen doet ze leuke dingen met vriendinnen, dansen en sporten.
Voordelen en nadelen huidig gedrag
Geen
Voordelen en nadelen toekomstig gedrag
+ Het zal haar een lekker gevoel geven om geen vreetbuien meer te hebben
+ Ze zal lekkerder in haar vel zitten.
- Ze ziet in eerste instantie geen nadelen.
Steunpilaren
- In de zomer gaat haar zus trouwen, dit is voor haar een extra motivatie en haar zus zal haar ook
steunen.
- Larissa, is een klasgenoot die ook meedoet aan dit traject. Zij zullen elkaar hier dan ook in steunen.
- Haar moeder.
Doelen Bravo
Nog invullen.
- Strakke buik
- Dunnere benen
- Lekker in me vel zitten
- Geen vreetbuien meer
Vertrouwen, bereidheid en belangrijkheid
Voor het vertrouwen om de doelen te behalen geeft ze een 9. Ze heeft in het verleden gemerkt dat als
ze zich ergens echt toe zet dat het haar dan lukt.
Hoe belangrijk ze het vind geeft ze een 8, geen 10 omdat ze het niet het belangrijkste vind wat er is in
haar leven om te behalen. Ze vind het wel belangrijk omdat ze zich dan beter voelt.
Voor bereidheid geeft ze een 9.
Par-Q vragenlijst
1. Nee
2. Nee
3. Nee
4. Nee
5. Nee
6. Nee
7. Nee
Voor volledige vragenlijst zie bijlage 1.
Antropometrische metingen
BMI



Leeftijd: 20 jaar oud
Gewicht: 73 Kilo
Lengte: 1,79.
= BMI: 22,8
Bloeddruk


Systolische: 125
Diastolische: 83
= Bloeddruk: 125 / 83 spm
4-punts huidplooimetingen




Triceps: 19 mm
Biceps: 8 mm
Subscapulair: 10 mm
Supra-iliacaal: 10 mm
47 mm = vetpercentage: 25,6%
Middel-Heup Ratio


Middel omtrek: 76 cm
Heup omtrek: 88 cm
= Ratio: 0,86
Vet vrije massa percentage






Vet massa = vetpercentage x lichaamsgewicht / 100
Vet massa = 18,7 kg
Vet vrije massa = lichaamsgewicht – vet massa
Vet vrije massa = 54,3 kg
Vet vrije massa in percentage = vet vrije massa in kg x 100 / lichaamsgewicht
Vet vrije percentage = 74,4%
32
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Larissa:
Algemene gegevens
- Initialen Cliënt:
- Datum gesprek:
- Telefoonnummer:
- E-mailadres:
- Woonplaats:
- Postcode:
- Straat:
- Duur gesprek (min):
- Coaches
- Eventueel anderen aanwezig:
Larissa van Nimwegen (L.N.)
28-03-2013
06 19 94 32 86
[email protected]
Beverwijk
1945 PS
Kingsvoortsmithstraat
circa 20 minuten
Casper Engel & Alwin Aarts (notulist)
N.V.T.
Thuissituatie
Larissa woont momenteel thuis bij haar vader en moeder. Haar ouders zijn getrouwd en ze wonen in
een huis samen met haar broer en broertje. Haar zus is uitwonend. Ze heeft een relatie.
Ze volt een opleiding voor toerisme aan de hogeschool InHolland en zit in haar tweede jaar. Haar
hobby’s zijn paardrijden maar heeft daar geen tijd meer voor.
Ze heeft een bijbaantje bij Pathe Haarlem en gaat werken bij een stradtent bij wijk aan zee.
Reden waarom ze meedoet aan het programma
Larissa heeft zich opgegeven omdat ze meer wilt gaan sporten.
Momenteel sport ze twee keer in de week, ze volgt dan een bootcamps. Af en toe gaat ze naar de
sportschool. Door meer te gaan sporten wil ze een strakkere buik krijgen en haar conditie verbeteren.
Ze is vegetarisch en wilt meer informatie over voeding.
Hoe voelt Larissa zich op een schaal van 1-10
ze geeft zich zelf een 7. Ze wordt ongelukkig wanneer ze een leuk jurkje aan heeft en haar buik daar
door heen komt. Vorig jaar vonden haar moeder en vriend haar beetje te dik maar die zijn nu
tevreden. Ze wilt nu uit haar zelf meer gaan sporten.
BRAVO
 Larissa slaapt gemiddeld 8 uur per dag. Hier heeft ze genoeg aan geeft ze aan.
 Larissa rookt in het weekend ongeveer 4 sigaretten. Dit is iets wat ze niet wilt veranderen en
geeft aan niet verslaafd te zijn.
 Larissa eet wienig, vooral weinig groente en fruit.
 Ze drinkt geen koffie omdat ze dit niet zo lekker vind.
 Gemiddeld drinkt ze 3 tot 4 glazen alcohol per week, vooral in het weekend. Bij vakanties kan
dit wel uitlopen.
Voordelen en nadelen huidig gedrag
Voordelen van het huidige gedrag zijn dat ze meer vrije tijd heeft en niet te veel hoeft na te denken
over wat ze eet en moet mee nemen.
Nadelen van het huidige gedrag is dat ze zich zelf niet prettig voelt in haar lichaam.
Voordelen en nadelen toekomstig gedrag
Voordelen van het toekomstige gedrag is dat ze haar jurkjes weer kan aandoen en niet hoeft na te
denken of het wel kan of niet.
Nadelen van het toekomstige gedrag is dat ze minder vrije tijd heeft en op haar voedingspatroon moet
gaan letten. Ook wil ze niet te dun worden en haar vrouwelijke vormen behouden.
Steunpilaren
Haar vriend zal haar steunen en helpen waar nodig.
Doelen Bravo
Nog invullen.
Vertrouwen, bereidheid en belangrijkheid
Ze geeft een 8 voor de kans van slagen. Ze wilt er helemaal voor gaan en heeft veel
doorzettingsvermogen, daarnaast wilt ze weer met zelfvertrouwen in de spiegel kunnen kijken.
Par-Q vragenlijst
1. Nee
2. Nee
3. Nee
4. Nee
5. Nee
6. Nee
7. Nee
Voor volledige vragenlijst zie bijlage 1.
Antropometrische metingen
BMI



Leeftijd:
Gewicht:
Lengte:
22 jaar oud
50 kilogram
159 cm
= BMI: 19,8
Bloeddruk


Systolische (boven):
Diastolische (onder):
134
87
= Bloeddruk: 134 / 87 spm
4-punts huidplooimetingen




Triceps: 14 mm
Biceps: 4 mm
Subscapulair: 10 mm
Supra-iliacaal: 12 mm
40 mm = vetpercentage: 23,4%
Middel-Heup Ratio


Middel omtrek: 67 cm
Heup omtrek: 80 cm
= Ratio: 0,84
Vet vrije massa percentage






Vet massa = vetpercentage x lichaamsgewicht / 100
Vet massa = 11,7 kg
Vet vrije massa = lichaamsgewicht – vet massa
Vet vrije massa = 38,3 kg
Vet vrije massa in percentage = vet vrije massa in kg x 100 / lichaamsgewicht
Vet vrije percentage = 76,6%
34
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
2.4 ASE model
Het ASE model gaat over het kunnen verklaren van een bepaald gedrag. Het ASE model gaat er van
uit dat gedrag uit een intentie wordt verklaard. De intentie wordt weer verklaard door drie
determinanten. De houding (attitude), sociale invloed en eigen effectiviteit (eigen wil) vormen een
intentie wat zich kan uiten in een bepaald gedrag. Voor dit gebeurt zijn de eigen vaardigheden en
barrières die in de weg kunnen zitten om van een intentie een actie in gedrag te maken.
figuur. 13 (Brug et al, 2008)





Attitude houdt in: Een houding ten aanzien van een onderwerp, gedrag, geloof, opinie, object,
individu etc.
Sociale invloed houdt in: Wat is de norm van de directe omgeving? Hier moet vaak aan
worden voldaan. Zijn er vrienden/familie die steun bieden of juist druk uitoefenen? Het gedrag
wat de persoon vaak ziet in zijn of haar omgeving kan invloed hebben op het gedrag van de
betrokken persoon. Sociale steun kan in meerdere vormen worden gegeven. Emotionele
steun, informatieve steun of materiële steun kan van toepassing zijn. Informatieve sociale druk
is bijvoorbeeld iemand die je probeert te overtuigen met argumenten om iets ook te
doen/zijn/kopen etc. Normatieve sociale druk wordt uitgeoefend op wrang, gebaseerd op
angst voor erge consequenties.
Eigen effectiviteit (eigen wil) houdt in: De grote van vertrouwen in iemands eigen kunnen om
een bepaald gedrag te kunnen uitvoeren. Eigen effectiviteit wordt opgebouwd uit eerdere
ervaringen, ervaringen van anderen, fysieke/mentale staat en overtuiging dat hij/zij het kan.
Eigen effectiviteit voor iets wordt bepaald op de moeilijkheidsgraad van de nodige
vaardigheden om het te halen, de grote van het probleem/obstakel en het eigen
zelfvertrouwen.
Vaardigheden houdt in: Hoe slim of vaardig de persoon in kwestie is bepaald de kans van
slagen. Als de persoon heel slim, veel kennis heeft over of zeer vaardig is in het probleem of
gedrag dan vergroot dat de kans van slagen. Dit stimuleert de intentie om zich te uiten in
gedrag.
Barrières houdt in: Alles wat verder extern een barrière kan zijn. Ergens mee in verleiding
komen of iets niet kunnen, lusten of willen.
Dit kan allemaal invloed hebben op de betrokken persoon zijn of haar gedrag
35
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
3. Voedingsinterventie
Bestaande interventies:
Bessems , van Assema, Martens, Paulussen, Raaijmakers, de Rooij & de Vries (2012) hebben een
interventie uitgevoerd onder bijna 2000 studenten. De ene groep onderging het Krachtvoer
programma en de andere groep vormde de controlegroep. De metingen verliepen door zelfrapportage
over de consumptie van fruit, vruchtensap, ontbijt en tussendoortjes. Het Krachtvoerprogramma
speelde op deze onderwerpen in, tijdens 8 lessen met elk een ander onderwerp. Het programma is
gebaseerd op het ASE-model en het Zelfregulatiemodel. Bessems et al.(2012) vonden significante
verschillen in fruitinname en vruchtensapconsumptie. In het aantal tussendoortjes werden geen
verschillen gevonden. In de keuze van tussendoortjes werden wel gezondere keuzes gemaakt.
In een ander onderzoek door Podell, Keller, Mulvihill, Berger & Kent (1978) is er gemeten wat het
effect is van een voedingsprogramma bij studenten. Het programma was gericht op het verbeteren
van kennis, attitudes en zelf gerapporteerd eetgedrag. Een school diende als controlegroep en de
ander diende als interventieschool. Het programma bestond uit een lessenreeks over gezonde
voeding. Uit de resultaten bleek dat er significante verbeteringen waren in kennis over voeding, een
verbeterde attitude en daarnaast in eetpatronen.
Uit bovenstaande interventies kan worden geconcludeerd dat het gebruik van een lessenreeks bij
studenten werkt. Op basis hiervan is een lesprogramma ontwikkeld voor dit onderzoek. Om ervoor te
zorgen dat de deelnemers meer stof opnemen tijdens een les, is het volgens Stadhouders(2008)
belangrijk om actieve werkvormen te gebruiken tijdens een les. Daarnaast geeft Stadhouders (2008)
aan: hoe interactiever de les, hoe beter de stof wordt opgenomen.
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Soort les
Macronutrienten +
schaaltest
Micronutrienten
Ontbijt
Lunch
Week 5 Avondmaaltijd
Tussentijdse
Week 6 kennistoets
Week 7 Tussendoortjes
Week 8 Superfood
Week 9 Krachtvoer
Voedingsdagboek
Week
bijhouden en de
10
schaaltest
Tabel 14 voedingslessen
Doel
Eiwitten, koolhydraten, vetten en alcohol (powerpoint is toegevoegd
in bijlage 3)
Mineralen en vitamine
Waarom is ontbijt belangrijk en wat is een gezond ontbijt
Waarom is een lunch belangrijk en wat is een gezonde lunch
Waarom is een avondmaaltijd belangrijk en wat is een gezonde
avondmaaltijd
Om te meten of ze meer kennis hebben door de lessen die gegeven
zijn.
Wat zijn tussendoortjes, wat zit er in welk tussendoortje enz.
Wat is superfood? Als we het woord superfood horen denken we snel
aan super gezond voedsel dat slechts te koop is in de reform of
biologische winkel. Tegenwoordig verstaan we onder superfood de
gezondste voedingsmiddelen uit de supermarkt.
Het doel van krachtvoer is de preventie van chronische ziekten door
het verbeteren van voedingsgedrag: het verhogen van de consumptie
van fruit, het verhogen van het aantal dagen waarop een ontbijt
gegeten wordt, het verbeteren van de voedingswaarde van het
ontbijt, het verlagen van de consumptie van tussendoortjes met veel
verzadigd vet.
Om te meten of het voedingspatroon van de cliënten is veranderd.
Tijdens de lessen zullen geen kant en klare maaltijden en voedingspatronen worden gegeven. Het
doel is om ze in te laten zien welke hoeveelheid je van welke voedingsstof nodig heb en waar deze
voedingsstoffen in zitten. Op deze manier zullen de cliënten niet zomaar de maaltijden kiezen die ze
voorgeschoteld word tijdens de lessen maar zullen ze zelf ontdekken waar welke voedingsstoffen in
zitten.
Om te onderzoeken of de kennis is vergroot van de studenten is een vragenlijst ontwikkeld die
weergeeft wat de kennis is van de studenten. De eerste les is het formulier wat hieronder is
weergegeven ingevuld door de studenten. Aan het einde van de lessenreeks wordt dit formulier
nogmaals ingevuld en deze twee formulieren kunnen geanalyseerd worden waar een conclusie uit
getrokken kan worden.
Voeding Test
Beste deelnemer,
Op de volgende bladzijde staan 7 vragen over voeding. Deze vragen worden beantwoord
aan de hand van een schaal. Omcirkel het juiste getal met een rondje.
Bijvoorbeeld:
1. Hoe leuk vind je klassieke muziek, op een schaal van 1-10?
1
2
3
4
5
6
7
8
1= Ik vind er niks aan
9
10
10= Het leukste wat er is
Als er een fout is gemaakt en het moet worden verbeterd, dan kan dit op de volgende
manier:
1 Hoe leuk vind je klassieke muziek, op een schaal van 1-10?
1
2
3
4
1= Ik vind er niks aan
5
6
7
8
9
10
10= Het leukste wat er is
Alvast bedankt voor het invullen.
Naam:
Datum: …./……../2013
38
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Voeding vragenlijst
1. Hoeveel kennis heb jij van voeding, op een schaal van 1-10?
1
2
3
4
5
6
7
8
9
1= geen kennis
10
10= zeer veel kennis
2 Hoeveel zelfvertrouwen heb je, dat je de juiste voeding kan kiezen?
1
2
3
4
5
6
7
8
1= geen zelfvertrouwen
9
10
10= zeer veel zelfvertrouwen
3 Hoeveel verstand heb jij van portiegroottes ?
1
2
3
4
5
6
7
8
9
1= geen kennis
4.
10
10= zeer veel kennis
Hoeveel eetmomenten zijn volgens jou nodig per dag?
1
2
3
4
5
6
7
8
1 eetmoment
9
10 +10
+10= meer dan 10 eetmomenten
5 Geef een cijfer voor het volgen van de schijf van vijf:
1
2
3
4
5
6
7
1= Ik volg niet de schijf van vijf
8
9
10
10= Ik volg altijd de schijf van vijf
6 Geef aan hoeveel jij weet over energie-inname en energieverbruik:
1
2
3
4
5
6
7
8
1= Ik weet hier niets over
9
10
10= Ik weet hier alles van.
7 Geef aan hoeveel controle jij heb over je eigen consumptie.
1
2
3
4
1= Weinig controle
5
6
7
8
9
10
10= Zeer veel controle
Onderbouwing vragenlijst
39
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Bij de vragenlijst is het de bedoeling om de mening van de deelnemers op bovenstaande
onderwerpen te peilen. Aan het eind van het programma is het de bedoeling dat de deelnemers van
het programma hebben geleerd en daarom moet het meetbaar zijn. Gratton & Jones (2007) geven
hier het volgende over weer: “ De Likert-schaal wordt over het algemeen gebruikt om meningen te
meten. Een Likert-schaal geeft de respondent de mogelijkheid om aan te geven in welke mate ze het
eens zijn met een bepaalde uitspraak”.
De vragenlijst wordt twee keer afgenomen. De eerste keer wordt deze voordat het leefstijlprogramma
begint afgenomen. De tweede keer wordt de vragenlijst na het leefstijlprogramma afgenomen. Daarna
worden de antwoorden met elkaar vergeleken en is er wellicht een verbetering opgetreden.
De vragen zijn gebaseerd op de voedingsdagboeken van de deelnemers. Bovenstaande items zijn
verbeterpunten, qua voeding en energiebalans. Vraag 1,2 en 7 zijn vragen over zelfvertrouwen,
controle en kennis. Door middel van het leefstijlprogramma worden deze cijfers wellicht beter ingevuld
na het programma. Vraag 3,4,5 en 6 gaan over voeding en in welke mate zij kiezen voor gezonde
voeding.
Het Voedingscentrum(2013) geeft in de Schijf van Vijf aan wat de aanbevolen dagelijkse
hoeveelheden zijn voor mannen en vrouwen. Daarnaast adviseert het Voedingscentrum(2013) om
maximaal zeven eetmomenten per dag aan te houden. Drie van deze maaltijden zijn bestemd als
hoofdmaaltijden en de overige als tussendoor. Dit adviseren ze, omdat dit regelmaat en structuur
geeft. Tevens voorkomt een beperkt aantal eetmomenten dat de tanden niet de hele dag blootstaan
aan zuuraanvallen.
De vraag over energie-inname en energieverbruik refereert naar het metabolisme en kilocalorieinname. Volgens Vrijens et al.(2007) leidt een hogere energie-inname dan energieverbruik tot
overgewicht. Tevens gaven de deelnemers aan hier bijna niks over te weten, ondanks dat ze het wel
belangrijk vinden.
40
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
4. Beweeginterventie
Een High-intensity intervaltraining (HIIT) is een training om cliënten vetverbranding en spieropbouw te
laten plaats vinden. HIIT is een vorm van cardiovasculaire training en kan variëren tussen de 4 en 20
minuten. Een gehele HIIT workout bestaat uit een warming-up en oefeningen. Elke oefening zal
bestaan uit drie tot tien herhalingen. Het eindigt met een aantal oefeningen die zorgen voor afkoeling.
Er is geen specifieke formule om een HIIT training aan te tonen, dit is afhankelijk van het niveau van
de cardiovasculaire ontwikkeling oorspronkelijk staat het protocol op 2:1 verhouding. Dit betekend 2
keer zo veel workout als rust. Bijvoorbeeld 20 seconden workout gevolgd door 10 seconden rust
(Laurens, 2002).
Een voorbeeld van deze HIIT training is de Tabata Workout. Tabata is een van de beste interval
trainingen en daarnaast ook de meest intensieve methode. Het is in te zetten wanneer de cliënt
sterker wil worden, zijn of haar conditie wil verbeteren en vet verliezen. Tijdens de training wordt
gebruik gemaakt van 20 seconden ultra intensieve oefening (met een intenstiteit van ongeveer 170%
van de VO2max) na de 20 seconden workout volgt 10 seconden rust. Deze cyclus wordt 8 keer
uitgevoerd. De Tabata methode van 8 keer 20 seconden staat gelijk een gemiddelde cardio training
van ongeveer 45 minuten (Tabata, 1996) (Tremblay, 1994).
Proef personen die mee deden aan het onderzoek van de studie van dr. Tabata verhoogde hun
anaerobe capaciteit met meer dan een kwart en naast het anaerobe vermogen werd ook het aeroob
verbeterd. De trainingen geven je metabolisme. Dit komt door EPOC. EPOC staat voor Excess PostExcercise Ozygen Consumption. Dit betekend dat er na je training nog steeds calorieën worden
verbrand. Hoelang dit actief blijft hangt af van de grote van de Tabata workout (Tabata, 1996). .
Bij de Tabata trainingen is het belangrijk oefeningen te kiezen waar meerdere spiergroepen tegelijk
worden getraind (Tabata, 1996). Wanneer de doelgroep een strakkere buik, strakkere billen en
strakkere benen wilt creëren is het belangrijk de spieren te trainen die daar aan vast hechten.
Voorbeeld voor het creëren van strakkere billen is het uitvoeren van een squat (Smith, 2013).
Andere trainingen
Tabata training is niet de enige manier om het uithoudingsvermogen te trainen. In het geval van dit
onderzoek is dit wel de best passende manier van trainen om de volgende redenen:



Tabata training maakt gebruik van oefeningen die meerdere spiergroepen tegelijk, in
samenwerking, trainen. Hier worden betere resultaten mee gehaald dan oefeningen die
spieren geïsoleerd trainen. Spieren geïsoleerd (1 tegelijk) trainen gebeurt vaak op fitness
apparaten. Hier wordt geen gebruik van gemaakt (Distefano, Frank, Clark & Padua, 2013)
Tabata training duurt maximaal 20 minuten. In combinatie met de voedingspresentatie duurt
de interventie dan in totaal ongeveer een uur. De agenda’s van de cliënten laten het niet toe
om een langere interventie te houden. Bij duurtraining wordt het aerobe systeem getraind.
Hiervoor moet er langer dan 30 minuten worden getraind. Aangezien dit niet mogelijk is wordt
deze training niet toegepast. (Vrijens et al, 2007)(Wolters, 2005)(Kuipers, 2006)
Tabata maakt vaak gebruik van eigen lichaamsgewicht oefeningen en soms oefeningen met
losse gewichten. (Tabata, 1996) Hier is niet veel materiaal voor nodig. Dit komt in dit
onderzoek het beste uit omdat er niet altijd gebruik kan worden gemaakt van veel materiaal.
Dit komt door het geringe aanbod van locaties met materiaal waar gebruik van kan worden
gemaakt bij InHolland Haarlem.
41
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
F.I.T.T. voor cliënt
Frequentie training: één keer per week Tabata training
Intensiteit training: Tijdens de Tabata training zal per oefening zo veel mogelijk aantal herhalingen
worden verricht binnen de 20 seconden workout.
Tijd (duur) training: De gehele training zal inclusief warming-up en cooling-down 30 minuten duren.
Type training: de Tabata training zal bestaan uit de oefeningen die zijn weergegeven in tabel 15
Oefening
Afbeelding
Squat
Betrokken spieren
Gluteus maximus
Rectus femoris
Vastus lateralis en medialis
Adductor magnus
Soleus
Crunch
Rectus abdominus,
obliquus externus
abdominus, quidriceps rectus
femoris
tensor fasciae latae
Lunge
Vastus lateralis
Gluteus maximus
Rectus femoris
Abbductor magnus
soleus
42
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Twist
External abdominal oblique
Internal abdominal oblique
Tensor fasciae latae
Rectus femoris
Sartorius
Rectus abdominus
Burpees
Gluteus maximus
Rectus femoris
Vastus lateralis en medialis
Adductor magnus
Soleus
Pectoralis major
Deltoideus
Triceps brachii,
anconeus
Sit-up
Rectus abdominus
Tensor fasciae latae
Rectus femoris
Sartorius
External abdoinal oblique
Internal abdominal
Tabel 15 oefeningen Tabata training (Delavier, 2011)
43
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
5. Evaluatieplan
De deelnemers hebben aan het begin doelen voor zichzelf opgesteld. Om te bepalen of deze doelen
op het eind behaald zijn zullen er een aantal metingen en testen gedaan worden. Deze metingen en
testen zijn dezelfde als die gedaan zijn om de beginsituatie van de deelnemers te meten, de
protocollen van deze metingen en testen kunt u vinden in hoofdstuk 2.2 testprotocollen.
Om te bepalen of voedingsinterventie effect heeft gehad zal er ook weer een meting worden
uitgevoerd. Om de beginsituatie te bepalen over kennis van voeding is er aan het begin van het
programma een schaalmeting gedaan. Aan het eind van het programma zal deze zelfde schaalmeting
gedaan worden. Naast de schaalmeting zullen de deelnemers nogmaals een voedingsdagboek
bijhouden. Op die manier kunnen de onderzoekers zien of de voedingsinterventie ook in de praktijk is
gebracht bij de deelnemers en of ze hun voedingspatroon hebben aangepast.
Aan de hand van een vragenlijst zal met de deelnemers geëvalueerd worden hoe ze het hebben
ervaren en wat ze ervan vonden. In deze vragenlijst zullen alle aspecten van het programma naar
voren komen, de voedingslessen, de trainingen, de trainers, het contact tussen trainers en
deelnemers enz.
6. Bronnenlijst
6.1 Deskresearch
Bewegen






Weight control Information Network (WIN) (2006) “Physical Activity and Weight Control”, in
opdracht van National Institute of Diabetes and Digestive and Kidney Diseases (NIDDK),
onderdeel van het U.S. National Institute of Health, publication no. 03-4031.
Korhonen T., Goodwin A., Miesmaa P., Dupuis E.A., Kinnunen T. (2011), “Smoking cessation
program with exercise improves cardiovascular disease biomarkers in sedentary women”,
Journal of Women Health, volume 20, number 7, Marie Ann Liebert inc.
Suter P.M., Schutz Y. (2008), “The effect of exercise, alcohol or both combined on health and
physical performance”,from the International Journal of Obesity, S48–S52;
doi:10.1038/ijo.2008.206
Haapanen N., Miilunpalo S., Vuori I., Oia P., Pasanen M. (1996), “Characteristics of Leisure
Time Physical Activity Associated with Decreased Risk of Premature All-Cause and
Cardiovascular Disease Mortality in Middle-aged Men”, from the American Journal of
Epidemiology, vol. 43, no. 9
Salmon P. (2001), “Effects of physical exercise on anxiety, depression, and sensitivity to
stress: A unifying theory”, Clinical Psychology Review.
Barbour K. A., Edenfield T.M., Blumenthal J.A. (2007), “Exercise as a treatment for
depression and other psychiatric disorders”, Journal of Cardiopulmonary Rehabilitation and
Prevention.
Roken







Pieterse M.E., Willemsen M.C. Ontstaan en voorkomen van rookgedrag bij jongeren. In:
Tabaksgebruik: gevolgen en bestrijding, Knol et al. Utrecht: Lemma BV, 2005.
Harakeh Z. Adolescents as chameleons? Social-environmental factors involved in the
development of smoking. Academisch proefschrift. Radboud Universiteit. Nijmegen: Radboud
Universiteit, 2006.
Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen, (31-10-2012), geraadpleegd op 19-022013: http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=81177NED&D1=0-1,4-5,812&D2=0-2,4-12,33-38&D3=0&D4=l&HDR=G2,T&STB=G1,G3&VW=T
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.10 (13 december 2012) Wat zijn de mogelijke
oorzaken van roken?, geraadpleegd op 19-02-2013 van:
http://www.nationaalkompas.nl/gezondheidsdeterminanten/leefstijl/roken/wat-zijn-demogelijke-oorzaken-van-roken/
Poortinga W., (2007) The prevalence and clustering of four major lifestyle risk factors in an
English adult population. Geraadpleegd op 19-02-2013 van:
http://databanken.inholland.nl/han/Ebsco/web.ebscohost.com/ehost/detail?vid=9&sid=1f29076
1-d0e7-4418-bf07b9a0fb22d55b%40sessionmgr111&hid=120&bdata=JnNpdGU9ZWhvc3QtbGl2ZQ%3d%3d#d
b=cin20&AN=2009528963
Schrijvers C.T.M., Schoemaker C.G. (2008). Spelen met gezondheid. Leefstijl en psychische
gezondheid van de Nederlandse jeugd. RIVM-rapport nr. 270232001. Bilthoven: RIVM,2008;
85-107.
Pérez-Milena A., et al (2012) Motivations for tobacco consumption among adolescents in an
urban high school, geraadpleegd op 19-02-2013 van:
http://databanken.inholland.nl/han/Ebsco/web.ebscohost.com/ehost/detail?vid=4&sid=1f29076
1-d0e7-4418-bf07b9a0fb22d55b%40sessionmgr111&hid=120&bdata=JnNpdGU9ZWhvc3QtbGl2ZQ%3d%3d#d
b=cmedm&AN=22047625
Alcohol

Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen, 31-10-2012, geraadpleegd op 19-022013: http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?DM=SLNL&PA=81177NED&D1=0-1,4-5,812&D2=0-2,4-12,33-38&D3=0&D4=l&HDR=G2,T&STB=G1,G3&VW=T
 Kuunders M.M.A.P. & Laar, M.W van (30 maart 2009) Nationaal Kompas Volksgezondheid,
versie 4.10 Wat zijn de mogelijke oorzaken van alcoholgebruik?, geraadpleegd op 19-02-2013
van:
 http://www.nationaalkompas.nl/gezondheidsdeterminanten/leefstijl/alcoholgebruik/wat-zijn-demogelijke-oorzaken-van-alcoholgebruik/
 Anderson, P. & Baumberg, B. (Juni 2006) Alcohol in Europe a public health perspective,
geraadpleegd op 19-02-2013 van:
http://ec.europa.eu/health/ph_determinants/life_style/alcohol/documents/alcohol_europe.pdf
 Monshouwer K, Van Dorsselaer S, Van Os J, Drukker M, De Graaf R, Ter Bogt T, Verdurmen
J, Vollebergh W (2007) Ethnic composition of schools affects episodic heavy drinking only in
ethnic-minority students. Geraadpleegd op 19-02-2013 van:
 http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/?term=Ethnic+composition+of+schools+affects+episodic
+heavy+drinking+only+in+ethnic-minority+students
 Anderson P, de Bruijn A, Angus K, Gordon R, Hastings G. (2009) Impact of alcohol
advertising and media exposure on adolescent alcohol use: a systematic review of
longitudinal studies. Geraadpleegd op 19-02-2013 van:
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19144976
 Van Der Vorst H, Engels R.C., Deković M., Meeus W., Vermulst A.A. (2007) Alcohol-specific
rules, personality and adolescents' alcohol use: a longitudinal person-environment study.
Geraadpleegd op 19-02-2013 van:http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/?term=Alcoholspecific+rules%2C+personality+and+adolescents'+alcohol+use%3A+a+longitudinal+personenvironment+study
 Carpenter-Hyland E.P., Chandler L.J., (2007) Adaptive plasticity of NMDA receptors and
dendritic spines: implications for enhanced vulnerability of the adolescent brain to alcohol
addiction. Geraadpleegd op 19-02-2013 van:
http://databanken.inholland.nl/han/Ebsco/web.ebscohost.com/ehost/detail?vid=4&sid=39b7f17
7-0a88-4df5-9390a82262469f3c%40sessionmgr111&hid=126&bdata=JnNpdGU9ZWhvc3QtbGl2ZQ%3d%3d#d
b=cmedm&AN=17291572
 NIAA, National Institute on Alcohol Abuses and Alcoholism (2003) The genetics of alcoholism.
Geraadpleegd op 19-02-2013 van: http://pubs.niaaa.nih.gov/publications/AA84/AA84.htm
Voeding








Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek[TNO](2011), De leefstijl van
MBO studenten in Nederland 2009-2010, Leiden: Rijpstra, A., & Bernaards, C.
http://www.gezondeschool.info/object_binary/o11360_2011.014-ROC-leefstijl-def.pdf
Voedingscentrum(2007), Een kilo minder, Baarn: Tirion Uitgevers BV
Melo Rodriques, P.R., Alves Pereira, R., Sichieri, R., Goncalves Ferreira, M., Freitas Vilela,
A.A., Goncalves-Silva, R.M.V.(2012), Factors associated with dietary patterns in adolescents:
A school-based study in Cuiaba, Mato Grosso, Cuiaba: Rev Bras Epidemiol
Voedingscentrum(2013), schijf van vijf, gevonden op 19-2-2013:
http://www.voedingscentrum.nl/nl/schijf-van-vijf/schijf.aspx
Nationaal Kompas(2009), Voeding: Wat is de relatie tussen voeding en gezondheid?,
gevonden op 19-2-2013 op:
http://www.nationaalkompas.nl/gezondheidsdeterminanten/leefstijl/voeding/wat-is-de-relatietussen-voeding-en-gezondheid/
Voedingscentrum(2009), Nederlandse voedingsmiddelentabel, Den Haag: 43e druk.
Stegeman, N.(2009), Voeding bij gezondheid en ziekte, Groningen: Noordhoff Uitgevers BV,
5e druk
46
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Ontspanning





Geerts, G. Heestermands, G (1984), “Groot woordenboek der Nederlandse taal”, Plaats
Utrecht/Antwerpen van dale lexicografie
CBS (2010) jaarboek onderwijs in cijfers 2010 Verkregen op 18-02-2013 van:
http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/F2761145-AE68-4F43-B29BB64066EAED8C/0/2010f162pub.pdf
Universiteit Leuven (1999), “Angst en stress beter de baas”, Verkregen op 18-02-2013 van:
http://www.kuleuven.be/studentenvoorzieningen/gezondheid/psycholoog/mindfulness.html
Straaten van, P (2011), “De relatie tussen dagelijkse stress, Negatief affect en de invloed van
bewegen”, Verkregen op 19-02-2013 van:
http://dspace.learningnetworks.org/handle/1820/3772
Verkuil, B en Emmerking van, A. (2007), "omgaan met stress en burnout”, Verkregen op 1902-2013 van: http://link.springer.com/article/10.1007%2FBF03072389?LI=true#page-1
6.2 Interventie voeding





Bessems, K., van Assema, P., Martens, M.K., Paulussen, T., Raaijmakers, L., de Rooij, M. &
de Vries, N. (2012), Healthier food choices as a result of the revised healthy diet programme
Krachtvoer for students of prevocational schools, Journal of Behavorial Nutrition and Physical
Activity, 9:60
Podell, R.N., Keller, K, Mulvihill, M.N., Berger, G. & Kent, D.F. (1978), Evaluation of the
effectiveness of a High School course in cardiovasculair Nutrition, AJPH: June vol. 68, no.6
Stadhouders, M. (2008) Het nieuwe leren in de praktijk: Actieve werkvormen met
meervoudige intelligenties, Universiteit Utrecht, geraadpleegd op: http://igiturarchive.library.uu.nl/student-theses/2008-0416-201004/PGO_IVLOS_MStadhouders.pdf
Voedingscentrum (2013), De schijf van vijf, geraadpleegd op 02-04-2013, op:
http://www.voedingscentrum.nl/nl/schijf-van-vijf/schijf.aspx
Gratton, C. & Jones, I. (2007), Onderzoeksmethoden voor sportstudies, Abingdon: Routledge
6.3 Interventie bewegen




Smith, M.M & Sommer, A.J. & Starkhoff, B.E. & Devor, S.T. 2013, Crossfit-based high
intensity power training improves maximal aerobic fitness and body composition.
Verkregen op 31 maart 2013
http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/23439334
Laursen, P.B.; Jenkins D.G. (2002). "The Scientific Basis for High-Intensity Interval Training:
Optimising Training Programmes and Maximising Performance in Highly Trained Endurance
Athletes". Sports Medicine 32 (1): 53–73.
Tremblay A, Simoneau JA, Bouchard C (1994). "Impact of exercise intensity on body fatness
and skeletal muscle metabolism". Metabolism: Clinical and Experimental 43 (7): 814–8.
doi:10.1016/0026-0495(94)90259-3. PMID 8028502.
47
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Bijlage 1 Par-Q vragenlijst
49
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Bijlage 2 inschrijfformulier
Inschrijfformulier
Naam: …………………………………………………………..
Leeftijd: …………………………………………………………
Lengte: ………………………………………………………….
Gewicht: …………………………………………………………
Mobiel telefoonnummer: …………………………………….
E-mailadres: ……………………………………………………
Opleiding: ………………………………………………………
School (stad): …………………………………………………..
Huidige leefstijl (benoem ook gezondheid, genetische aandoeningen en gedrag m.b.t.
leefstijl):
……………………………………………………………………………………………………………
………….………………………………………………………………………………………………
……………………….…………………………………………………………………………………
Welke factoren zijn een probleem (eventueel aanleiding voor aanmelding)?
……………………………………………………………………………………………………………
………….………………………………………………………………………………………………
……………………….…………………………………………………………………………………
Welke doelen wil je behalen?
……………………………………………………………………………………………………………
………….………………………………………………………………………………………………
……………………….…………………………………………………………………………………
Bijlage 3 Macronutriënten
Inhoudsopgave
Les 1- Macronutrienten
CASPER ENGEL
HANS VAN DEN BURG
ALWIN AARTS
MATEO VAN ‘T SPIJKER
 Doel van de les
 Wat zijn macronutriënten
 Wat zijn de functies van macronutriënten
 Het etikettenspel
 Energie
 Berekenen basaal metabolisme
 Samenvatting
Wat zijn macronutrienten
Doel van de les
 Aan het einde van de les kunnen de deelnemers
aangeven welke functies elk macronutriënt heeft.
 Macronutrienten zijn energieleveranciers
(kilocalorieën).
 Vetten
 Koolhydraten
 Eiwitten
 alcohol
Vetten
 Wordt vooral als brandstof gebruikt bij lage- tot
matig-intensieve lichamelijke activiteiten.
 Belangrijke drager van vitamines A,D en E.
 Vetten kunnen worden onderverdeeld in verzadigde
en onverzadigde vetzuren. Voor beide geldt dat deze
niet meer dan 10% van de totale energiebehoefte
mag leveren. Daarnaast zijn er nog een aantal andere
essentiële vetzuren die de energielevering in procent
nog wat opschroeven.
51
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
koolhydraten
 Zijn voedingsstoffen die energie leveren aan het lichaam.
Koolhydraten worden ook wel suikers of sachariden genoemd.
De naam verwijst naar de combinatie van koolstof en
water(hydraten). Bij hoge inspanning komt de energie vooral
uit deze voedingsstof.
 Belangrijke drager van een aantal vitamines, mineralen en
vezels.
 Vooral belangrijk voor rode bloedcellen en de hersenen. Deze
kunnen namelijk niet zonder glucose, een bepaald
koolhydraat.
 Koolhydraten zijn onder te verdelen in ‘snelle’ en ‘ langzame’
suikers en of deze verteerbaar of onverteerbaar zijn. De
woorden snelle en langzame refereren op snelheid waarmee
deze worden opgenomen.
Eiwitten
 Levert energie en is een belangrijke voedingsstof voor de
opbouw en ondersteuning van lichaamscellen.
 In eiwitten zitten aminozuren. Sommige kan het lichaam
zelf maken en sommige niet. Deze moeten uit de voeding
worden gehaald. Daarom worden deze essentiële
aminozuren genoemd.
 Eiwitten zijn onder te verdelen in plantaardige en
dierlijke eiwitten. Vooral in de dierlijke eiwitten zitten
voldoende essentiële aminozuren.
 Daarnaast spelen eiwitten een rol bij het transport van
stoffen in het bloed en in de cel.
Alcohol
Etikettenspel
 Levert energie, maar speelt geen rol bij gezonde
voeding.
Energie
Basaal Metabolisme
 De energiebehoefte is afhankelijk van:
 De energiebehoefte van iemand in rust;
 Geslacht
 Harris Benedict formule voor vrouwen:
 Lengte
 Leeftijd
 447,593 + (9,247 X G) + (3,098 X H) - (4,33 X L)
 Gewicht
 Lichamelijke activiteit
G= gewicht in Kg
H= Lichaamslengte in cm
L = Leeftijd in jaren
Samenvatting
Daadwerkelijke behoefte
 Door de activiteiten die mensen uitvoeren hebben zij




meer energie nodig. De volgende toeslagen worden
bijgeteld:
Bedlegerig +10%
Geen vaste activiteiten +20%
Geringe activiteit +30%
Gemiddelde activiteit +40%
 Wat zijn koolhydraten?
 Wat zijn vetten?
 Wat zijn eiwitten?
52
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Bijlage 4 reflectie verslagen
Casper Engel
Overzicht taken en activiteiten
Tot het tussentijdsproject hebben we een deskresearch gedaan en een leefstijlprogramma met
implementatie- en evaluatieplan. Daarnaast hebben de intake afgenomen en is er al 1 les gegeven.
We hebben besloten om de groep in tweeën te splitsen. Ik en Hans gingen ons bezig houden met
voeding en Mateo en Alwin met beweging. Aan de volgende punten heb ik gewerkt:
-
Het hoofdstuk ‘voeding’ van de deskresearch onderzocht en geschreven.
De epidemiologische analyse van het leefstijlprobleem onderzocht en geschreven.
Projectformat met de hele groep.
Voeding test gemaakt en onderbouwd.
Bestaande interventies beschreven bij voeding.
Voeding ‘les-1 macronutriënten’ ontwikkeld.
Contact onderhouden met deelnemers.
Zoeken naar doelgroep via social media, e-mail telefoon en persoonlijk bezoek.
Tijdsbesteding per week en taak:
Week 1 en 2
Week 1 en 2
Week 3 en 4
Week 3 -6
Week 3-7
Week 7
Week 8
Week 9
Week 9
Totaal
Projectformat
Vinden van doelgroep
Epidemiologische analyse
Voeding van deskresearch
Literatuur zoeken
Bestaande interventies
Afnemen intake en verwerking
Voorbereiding les, uitvoer en
ontwikkeling ervan.
Ontwikkelen van voeding test
6 uur
13.5 uur
2.5 uur
4.5 uur
6-7 uur
2 uur
3.5 uur
5 uur
3 uur
47 uur
Reflectie/ analyse van taken
Ik vind dat ik mijn producten op een kwalitatief goed niveau heb gemaakt. Ik heb alleen betrouwbare
bronnen gebruikt, zoals: overheidsinstanties, Pubmed en boeken. Daarnaast heb ik hier en daar wel
een paar uur na de afgesproken deadline een product ingeleverd. Echte problemen leverde dit niet op,
maar ik vind dit wel een verbeterpunt.
Resultaat van taken gekoppeld aan competenties
1.
Onderzoeken
1.3.1 Hanteert en ontwikkelt vragenlijsten: Ontwikkeling van vragentest voeding.
1.3.2 Onderzoekt wensen en behoeften doelgroepen: In de intake heb ik de wensen en
behoeften onderzocht van de deelnemers.
1.3.3 Neemt op een methodische wijze interviews af: Voordat ik de intake heb afgenomen
heb ik samen met de groep onderzocht wat de beste methode is.
2.
Adviseren
Op basis van de metingen heb ik samen met de groep een advies uitgebracht naar de groep. Dit
advies houd de verbeterpunten in van de leefstijl van de groep. Tijdens de uitvoerfase wordt dit advies
meegenomen in de praktijk. De volgende indicatoren horen erbij:
53
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
2.3.1. formuleert advies dat inhoudelijk is afgestemd op het doel en de doelgroep
2.3.2. voert een gestructureerd adviesgesprek met de opdrachtgever
2.3.9 geeft reëel, haalbaar advies
2.3.10 werkt klantgericht: gericht op de tevredenheid van de opdrachtgever
3.
Ontwikkelen
Op basis van evidence-based interventies en wetenschap heb ik samen met de groep een interventie
ontwikkeld. Alle indicatoren die vallen onder deze competentie is aan gewerkt.
4.
Uitvoeren
Bij de uitgevoerde les heb ik gewerkt aan de volgende indicatoren:
4.3.1
4.3.2
4.3.4
4.3.6
4.3.8
4.3.9
bereidt de uitvoering van het programma voor in een schriftelijk lesplan
geeft instructie met verbale en visuele middelen
past didactische vaardigheden toe
streeft op een methodische wijze een gezondheidsdoel na
motiveert de groep
voert een gezondheidsvoorlichting activiteit uit
6
Organiseren
Evaluatie van de gemaakte delen vallen onder organiseren. Daarnaast zijn er verbeterpunten
opgesteld aan de hand van feedback. De volgende indicatoren vallen hieronder:
6.3.1 hanteert een draaiboek voor de activiteit
6.3.2 werft en benadert deelnemers en doelgroepen
6.3.3 werkt samen met medestudenten
6.3.4 maakt afspraken en komt deze na
6.3.5 evalueert het programma en stelt verbeterpunten op
6.3.6 levert een proportionele bijdrage aan het organiseren van de activiteit
6.3.7 geeft blijk van oplettendheid, signaleert het werk dat nodig is en voert het uit
6.3.8 neemt actief deel aan besluitvorming en taakverdeling in groepen of teams en toont zich bereid
anderen te helpen, denkt met anderen mee
6.3.9 maakt gebruik van de inbreng en expertise van anderen, overlegt waar nodig of gewenst,
evalueert de samenwerking, geeft op constructieve wijze feedback
Verbeteringen voor een volgend project
Voor het volgende project wil ik een strakkere planning aanhouden, omdat ik af en toe een paar uur te
laat was met het inleveren van mijn producten. Hieruit rolt de volgende doelstelling:
-
Aan het eind van de volgende periode in dit project, wil ik mij houden aan elke deadline, door
middel van een strakke planning, waarin staat met wie ik de taak doe, wanneer en hoelang ik
daarvoor nodig heb.
54
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Alwin Aarts
Overzicht taken en activiteiten
Tijdens project 11 was ik de notulist van de projectgroep. Dit betekende dat ik alle vergaderingen
notuleerde en dit via de e-mail naar me mede groepsleden communiceerde. Daarnaast verstuurde ik
ook de afspraken die we maakte met de studenten. De overige werkzaamheden die ik verricht hebt dit
project zijn:
-
-
Het hoofdstuk ‘ontspanning van de deskresearch onderzocht en geschreven.
De sociale analyse van het leefstijlprobleem onderzocht en geschreven.
Projectformat met de hele groep.
Beweegprogramma geschreven
o Wat is HIIT
o Waarom HIIT
o Wanneer HIIT
o Welke vorm van HIIT
Contact onderhouden met deelnemers.
Zoeken naar doelgroep via social media, e-mail telefoon en persoonlijk bezoek.
Alle stukken van projectformat en het gehele verslag in een bestand verwerkt
Tijdsbesteding per week en taak:
Week
1&
Week
2
Taak
Het zoeken naar
een bedrijf
Tijdsbesteding
14 uur
Resultaat
Het zoeken naar een passend
bedrijf met lifestyle problemen
was zo makkelijk nog niet.
Tijdens deze zoektocht heb ik
veel bedrijven gebeld en
gemaild met de vraag of wij ons
programma bij het bedrijf
konden uitvoeren. Allemaal
zonder resultaat. Daarna ben ik
in mijn direct omgeving gaan
zoeken,
familieleden,buren,vrienden etc
heb ik gevraagd of ik bij hun
werk het programma kon
uitvoeren. Hierbij is veel
gebruik gemaakt van social
media. Dit was ook het middel
die ons heeft geholpen om de
onze doelgroep te vinden.
Uiteindelijk hebben namelijk 6
InHolland studenten zich
aangemeld.
De 6 studenten waren in eerste
instantie niet onze eerste keus
maar des al niet te min waren
we tevreden.
Week
3
Projectformat
4 uur
Voor het maken van het project
format heb ik vooral energie
gestoken in het maken van de
afspraken, de doelen die
moesten worden gesteld en de
Reflectie
Tijdens het zoeken
naar bedrijven had
ik meer aandacht
kunnen besteden
aan het langsgaan
van bedrijven. Ik
had de stad in
kunnen gaan en bij
bedrijven naar
binnen kunnen
lopen.
De bedrijven die ik
heb gesproken
heb ik
professioneel
aangesproken en
altijd duidelijke
afspraken
gemaakt met
wanneer ik terug
kon bellen en wat
we zouden
afspreken.
Dit lijkt altijd een
makkelijk klusje
omdat dit bij elke
project gedaan
moet worden. dit
begrippen die we zouden
gebruiken tijdens het project.
betekend niet dat
ik hier veel energie
in heb gestoken.
Duidelijke
afspraken zijn
uitermate
belangrijk bij het
uitvoeren van een
project. Daarom
heb ik ook veel
aandacht besteed
in het
communiceren van
de regels.
De email die ik
had gestuurd
waren niet te strak
en heb ik vrij open
proberen te
versturen. Het is
belangrijk om een
open houding naar
de doelgroep aan
te houden om zo
een band te
creëren. Hierdoor
zullen ze ons
eerder op de
hoogte houden
van hun
problemen.
Van te voren had
ik duidelijker
moeten
communiceren
welke opmaak
gehanteerd moest
worden. hierdoor
kosten dit extra
werk om gelijk te
trekken.
Mailen naar
studenten
1 uur
Tijdens deze week heb ik de
studenten die we hebben
uitgekozen voor ons project
gemaild en gevraagd of ze aan
konden geven op welke tijdstip
ze beschikbaar zijn.
Samenvoegen van
projectformat
2 uur
Omdat elk groepslid een deel
had gemaakt van het
projectformat stond dit in 4
verschillende bestanden. Deze
heb ik tot een samengevoegd
en ingeleverd bij de tutor
Week
4&
Week
5
Deskresearch
20 uur
Tijden het uitvoeren van de
deskresearch heb ik gekeken
naar het voedingspatroon van
studenten. Daarnaast heb ik
ook de sociale gevolgen
bekeken en aangegeven wat
een student nou eigenlijk is.
Tijdens het
uitvoeren van de
deskresearch had
ik meer moeten
kijken naar het
programma wat
we kunnen gaan
uitvoeren. Nu staat
er veel informatie
en heeft dit later
veel tijd gekost om
het alsnog aan te
passen.
Week
7
Bestaande
interventies
10 uur
Aangegeven welke interventies
er bestaan en welke de meest
geschikt vorm is voor de
doelgroep die wij aan het
Had beter kunnen
aangeven waarom
we deze vorm van
trainen gebruiken
56
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
trainen zijn.
en niet een andere
vorm.
Week
8
Wat is HIIT
5 uur
Duidelijk in gegaan op wat een
HIIT training is en wanneer het
een HIIT training genoemd kan
worden. duidelijk onderbouwt
met bronnen.
Er zijn voldoende
bronnen gebruikt.
Wel hadden er op
verschillende
websites gezocht
worden naar
bronnen.
Week
9
Welke oefeningen
HIIT
2 uur
Mooi schema gemaakt met
verschillende oefeningen.
Hele verlsag
componeren
6 uur
Alles in een bestand gezet
Er staat een
schema met
verschillende
oefeningen.
Misschien beter
aan kunnen geven
waarom deze
oefeningen
Van te voren een
opgeslagen
bestand moeten
openen. Hierdoor
alles halverwege
kwijt geraakt.
Resultaat van taken gekoppeld aan competenties
1.
Onderzoeken
1.3.1 Hanteert en ontwikkelt vragenlijsten: Vragenlijst over kwaliteit van leven gezocht en aangepast
waar nodig.
1.3.2 Onderzoekt wensen en behoeften doelgroepen: Tijdens de intake heb ik gekeken naar de
wensen en behoefte van de studenten. Daarbij geprobeerd door te vragen en alles eruit te trekken.
1.3.3 Neemt op een methodische wijze interviews af: voorafgaand eerst onderzocht welke wijze
effectief is en deze gebruikt tijdens het intake gesprek.
2.
Adviseren
Doormiddel van metingen, intakegesprekken en literatuurstudie over de doelgroep studenten. Door dit
samen tevoegen kan een persoonlijk advies worden gegeven. Dit is gebeurt bij de verschillende
studenten. De volgende indicatoren horen erbij:
2.3.1. formuleert advies dat inhoudelijk is afgestemd op het doel en de doelgroep
2.3.2. voert een gestructureerd adviesgesprek met de opdrachtgever
2.3.9 geeft reëel, haalbaar advies
2.3.10 werkt klantgericht: gericht op de tevredenheid van de opdrachtgever
3.
Ontwikkelen
Op basis van evidence-based interventies en wetenschap heb ik samen met de groep een interventie
ontwikkeld. Alle indicatoren die vallen onder deze competentie is aan gewerkt.
4.
Uitvoeren
Tijdens alle interventies heb ik verschillende taken uitgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn het uitvoeren
van metingen, het geven van een voedingspresentatie of het ondersteunen van een opdracht. Dit alle
in het teken van de gezondheidsvoorlichting. De volgende indicatoren horen hierbij:
57
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
4.3.1
4.3.2
4.3.4
4.3.6
4.3.8
4.3.9
bereidt de uitvoering van het programma voor in een schriftelijk lesplan
geeft instructie met verbale en visuele middelen
past didactische vaardigheden toe
streeft op een methodische wijze een gezondheidsdoel na
motiveert de groep
voert een gezondheidsvoorlichting activiteit uit
6
Organiseren
Voorafgaand aan de lessen is een voorbereiding noodzakelijk, wat gaat verteld worden wat gaan
gegeven worden enz. Dit moet allemaal gecommuniceerd worden met mijn medestudenten. De
volgende indicatoren vallen hieronder:
6.3.10 hanteert een draaiboek voor de activiteit
6.3.11 werft en benadert deelnemers en doelgroepen
6.3.12 werkt samen met medestudenten
6.3.13 maakt afspraken en komt deze na
6.3.14 evalueert het programma en stelt verbeterpunten op
6.3.15 levert een proportionele bijdrage aan het organiseren van de activiteit
6.3.16 geeft blijk van oplettendheid, signaleert het werk dat nodig is en voert het uit
6.3.17 neemt actief deel aan besluitvorming en taakverdeling in groepen of teams en toont zich
bereid anderen te helpen, denkt met anderen mee
6.3.18 maakt gebruik van de inbreng en expertise van anderen, overlegt waar nodig of gewenst,
evalueert de samenwerking, geeft op constructieve wijze feedback
7.
Managen en ondernemen
Tijdens het maken van het project zijn we gestart met het maken van projectformat en daarin de
verschillende taakverdelingen. Tijdens het project heb ik mijn taken uitgevoerd en geprobeerd de
groep te sturen waar nodig. Aan de volgende indicatoren heb ik gewerkt:
7.3.1 stelt een plan van aanpak op volgens het projectformat
7.3.2 kan de projectgroep voorzitten, notuleren en beheren van logboek
7.3.3 neemt initiatief, onderneemt actie m.b.t. gerezen vragen, problemen of conflicten
7.3.4 werkt gestructureerd, volgens een planning, bewaakt grote lijnen
7.3.10 vervult een voortrekkers- of leidersrol, toont zich doortastend en besluitvaardig en bewaakt
grote lijnen.
8.
Professionaliseren
Tijdens het project heb ik door middel van SMART doelstellingen en een professionele houding
gewerkt aan mijn professionalisering. De volgende indicatoren horen daarbij:
8.3.1 reflecteert op professioneel niveau over sport en bewegen in relatie tot gezondheid
en betrekt hierin actuele ontwikkelingen
8.3.2 integreert in een eigen visie t.a.v. sport, bewegen en gezondheid eigen ervaringen,
wetenschappelijke gegevens, actuele ontwikkelingen en anticipeert op toekomstige
ontwikkelingen
8.3.3 draagt een eigen visie uit op sport en bewegen in relatie tot gezondheid in schrift en
woord
8.3.4 levert een bijdrage aan scholingsprogramma’s
8.3.5 heeft een pro-actieve en positieve houding t.a.v. andere culturen en internationale
verschillen. Er is begrip, empathie en respect voor verschillen.
9.
Innoveren
Doormiddel van evidenced base beweeginterventies te bekijken heb ik een geschikte interventie
kunnen ontwikkelen voor de studenten. Hierbij horen de volgende indicatoren:
58
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
9.2.1
9.2.2
9.3.7
Verschaft zich toegang tot relevante literatuur in verschillende media.
Leest wetenschappelijke artikelen.
Innoveert bestaande sport-, beweging- en voorlichtingsprogramma’s
Verbeteringen voor een volgend project
Tijdens een volgend soortgelijk project zijn er een aantal punten die ik zou verbeteren. Zo zal ik tijdens
het onderzoeken naar interventies meer aandacht besteden aan verschillende interventies.
Momenteel is er één beweeg interventie maar wanneer deze niet bevalt bij de doelgroep is daar op
korte termijn geen back-up plan voor.
Bij het zoeken naar bedrijven moet ik meer energie steken in het langsgaan bij bedrijven momenteel is
er alleen telefonisch en mail contact geweest en heb ik niet mijn gezicht laten zien. Dit kan stimulerend
werken op het komen tot een akkoord.
Naar mijn mede studenten moet ik beter communiceren. De stukken die ik onderzocht hebt moet
duidelijk gecommuniceerd worden naar mijn mede studenten zodat zij op de hoogte blijven van de
mogelijke interventies.
Tijdens het uitvoeren van het programma komen er ongetwijfeld nog een aantal verbeterpunten naar
voren.
59
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Hans van den Burg
Overzicht taken en activiteiten
Tot het tussentijdsproject hebben we een deskresearch gedaan en een leefstijlprogramma met
implementatie- en evaluatieplan. Daarnaast hebben we de intake afgenomen en is er 1 voedingsles
gegeven. Voor de 1ste les hebben Casper en ik ons gericht op het stuk voeding en Alwin en Mateo op
het beweeg gedeelte.
De volgende punten zijn mijn taken geweest binnen het project tot nu toe.
-
Zoeken naar een project bij bedrijven, via social media, e-mail, telefoon, persoonlijk bezoek en
via de website van Inholland.
Projectformat met de hele groep.
Inschrijfformulier gemaakt voor studenten.
Het hoofdstuk ‘roken’ van de deskresearch onderzocht en geschreven.
De gedragsanalyse van het leefstijlprobleem onderzocht en geschreven.
Gezocht naar een quality of life vragenlijst en gevonden.
Contact onderhouden met deelnemers.
1 intake gesprek genotuleerd en verwerkt en 2 intake gesprekken gevoerd.
4 metingen genotuleerd.
Tijdsbesteding per week en taak:
Week 1 en 2
Week 1 en 2
Week 2
Week 3 en 4
Week 3 -6
Week 3-7
Week 8
Week 9
Week 9
Week 1 t/m 9
Week 1 t/m 9
Totaal
Projectformat
Vinden van doelgroep
Inschrijfformulier gemaakt
Gedragsanalyse
Roken van deskresearch
QOL-vragenlijst
Afnemen intake en verwerking
Voorbereiding les, ontwikkelen
en uitvoering ervan.
Ontwikkelen van voeding test
Contact met deelnemers
Werken aan verslag
6 uur
13.5 uur
0,5 uur
5 uur
5 uur
3 uur
3.5 uur
5 uur
3 uur
10 uur
15 uur
66,5 uur
Reflectie/ analyse van taken
Vaak hebben we een taakverdeling gemaakt met een deadline. Deze deadlines zijn we vaak soepel in
geweest en het is regelmatig voorgekomen dat ik iets niet voor de deadline af had. Dit heeft geen
invloed gehad op het project, maar als je iets afspreekt moet je je daar ook aan houden.
Contact met de deelnemers kan soms wat beter. Soms komt het voor dat we een dag van te voren
pas de concrete afspraak maken met de deelnemers voor de volgende dag. Om de deelnemers meer
duidelijkheid te geven is het beter om meerdere dagen van te voren de afspraken door te geven. De
communicatie naar de deelnemers is professioneel wat een goed punt is.
De quality of life vragenlijst die we hadden bleek uiteindelijk misschien toch niet helemaal geschikt te
zijn. De vragenlijst is voor mensen vanaf 16 jaar, maar sommige vragen geven meer het idee dat het
een vragenlijst voor ouderen is.
De intake gesprekken zijn goed gegaan. We hebben de informatie van de deelnemers gekregen die
we wilden en we hebben een goed beeld van wie ze zijn, wat ze doen enz.
Resultaat van taken gekoppeld aan competenties
1.
Onderzoeken
Tijdens de eerste 10 weken van het project heb ik aan de onderstaande indicatoren gewerkt van de
competentie onderzoeken. Voor de voedinginterventie is er een vragenlijst opgesteld om de
beginsituatie te meten. Ik heb 2 intake gesprekken gehouden, dit valt onder de indicator 1.3.3.
Indicator 1.3.4 en 1.3.5 heb ik aan gewerkt tijdens de deskresearch en bij het ontwikkelen van de
voedingsinterventie.
1.3.1 hanteert en ontwikkelt vragenlijsten
1.3.3 neemt op methodische wijze interviews af.
1.3.4 betrekt in onderzoek informatie uit literatuur.
1.3.5 onderzoekt de effectiviteit van sport-, bewegings- en voorlichtingsprogramma’s
2.
Adviseren
Na de deskresearch, de metingen en de intakegesprekken is er met de projectgroep een plan
gemaakt wat we gaan doen en hoe we ze gaan adviseren. Mijn taak was om samen met casper een
plan te maken voor de voedingsinterventie. Doormiddel van presentaties gaan we de groep adviezen
geven over voeding en we geven die presentaties zullen interactief zijn waardoor de deelnemers zelf
veel bezig zijn. Op die manier willen we draagvlak creëren. Onderstaande indicatoren heb ik aan
gewerkt tijdens de eerste 10 weken van het project.
2.3.1. formuleert advies dat inhoudelijk is afgestemd op het doel en de doelgroep
2.3.2. voert een gestructureerd adviesgesprek met de opdrachtgever
2.3.3. presenteert het advies zowel schriftelijk als mondeling met gebruik van moderne
communicatiemiddelen
2.3.4. structureert het advies planmatig (organisatorisch, strategisch, commercieel)
2.3.5. past de wijze van communiceren aan het niveau van de opdrachtgever aan
2.3.8 verwerkt actuele ontwikkelingen in het advies
2.3.9 geeft reëel, haalbaar advies
2.3.10 werkt klantgericht: gericht op de tevredenheid van de opdrachtgever
2.3.11 creëert draagvlak voor het advies
3.
Ontwikkelen
Tijdens het project is aan alle indicatoren gewerkt die onder de competentie ontwikkelen vallen.
3.3.1. sluit aan op de beginsituatie van de doelgroep, in de zin van wensen, behoefte en
niveau
3.3.2. hanteert een methodische werkwijze
3.3.3. werkt didactisch verantwoord
3.3.4. is gericht op het ontwikkelen van programma’s op basis van bewezen effectiviteit,
(evidence based) door wetenschappelijke gegevens toe te passen
3.3.5. onderbouwt de potentie van het programma om gezondheid positief te kunnen
beïnvloeden
3.3.6 ontwikkelt gezondheidsvoorlichting programma’s
3.3.7. gaat bij de ontwikkeling van het programma uit van de gezondheidsbehoefte van de
doelgroep en de door de opdrachtgever gestelde randvoorwaarden
61
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
4.
Uitvoeren
Tijdens de eerste voedingsles die ik heb uitgevoerd heb ik gewerkt aan onderstaande indicatoren van
de competentie uitvoeren.
4.3.1 bereidt de uitvoering van het programma voor in een schriftelijk lesplan
4.3.2 geeft instructie met verbale en visuele middelen
4.3.3 communiceert effectief met de doelgroep en past gedrag op sociale verhoudingen aan
4.3.4 past didactische vaardigheden toe (opbouw, aansluiten bij beginsituatie, evalueren,
etc.)
4.3.6 streeft op een methodische wijze een gezondheidsdoel na
4.3.8 motiveert de groep
4.3.9 voert een gezondheidsvoorlichting activiteit uit
4.3.12 creëert een stimulerende omgeving
5
Begeleiden
Tijdens de intake gesprekken heb ik gewerkt aan een aantal indicatoren van de competentie
begeleiden. Tijdens het gesprek heb ik gelet op het gedrag van de deelnemers en heb ik geopereerd
binnen de randvoorwaarden/cultuur van een persoon. Verder stimuleren we allemaal
gedragsverandering van de deelnemers
5.3.1 observeert het gedrag van individuele deelnemers
5.3.4 stimuleert planmatig gedragsverandering van de deelnemers
5.3.8 opereert binnen de randvoorwaarden/cultuur van de deelnemer
6
Organiseren
Bij het project komt veel organiseren kijken. Er zijn 6 deelnemers en om alles zo te organiseren dat
iedereen op een bepaald tijdstip kan en de locatie dan beschikbaar komt een hoop kijken. Er is dan
ook aan bijna elke indicator van de competentie organiseren gewerkt.
6.3.19 hanteert een draaiboek voor de activiteit
6.3.20 werft en benadert deelnemers en doelgroepen
6.3.21 werkt samen met medestudenten
6.3.22 regelt de ruimte en middelen om activiteit(en) te laten plaatsvinden
6.3.23 maakt afspraken en komt deze na
6.3.24 evalueert het programma en stelt verbeterpunten op
6.3.25 levert een proportionele bijdrage aan het organiseren van de activiteit
6.3.9 neemt actief deel aan besluitvorming en taakverdeling in groepen of teams en toont zich bereid
anderen te helpen, denkt met anderen mee
6.3.10 maakt gebruik van inbreng en expertise van anderen, overlegt waar nodig of gewenst,
evalueert de samenwerking, geeft op constructieve wijze feedback
6.3.11 blijft in spanningsvolle situaties rustig en houdt het overzicht
6.3.14maakt meningsverschillen bespreekbaar en hanteert daarbij het “win-win principe”
62
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
7.
Managen en ondernemen
Tijdens het project is er een projectformat gemaakt, ben ik voorzitter van de groep en werken we
doelgericht naar een bepaald resultaat toe. Het eerst wat voor dit project gedaan moest worden is een
opdracht verwerven, de deelnemers van dit programma zijn 6 studenten die hun leefstijl willen
veranderen.
7.3.1 Stelt een plan van aanpak op volgent het projectformat
7.3.2 kan de projectgroep voorzitten, notuleren en beheren van logboek
7.3.9 werkt doelgericht naar een oplossing of resltaat toe
7.3.12 verwerft opdrachten
8.
Professionaliseren
Als ik iets gemaakt heb voor het project stuur ik het naar de rest van de groep en vraag hierbij om
feedback. Aan het begin hebben we leerdoelen SMART opgesteld. Voor het opstellen van het
programma is veel onderzoek gedaan naar de relatie van sport en bewegen tot gezondheid en hierbij
is ook gelet op actuele ontwikkelingen. Er is gewerkt aan onderstaand indicatoren.
8.3.5 staat open voor feedback en vraagt om feedback
8.3.6 formuleert leerdoelen SMART
8.3.10 reflecteert op professioneel niveau over sport en bewegen in relatie tot gezondheid en betrekt
hierin actuele ontwikkelingen
8.3.13 levert een bijdrage aan scholingsprogramma’s
9.
Innoveren
Tijdens het project heb ik veel gezocht naar wetenschappelijke literatuur die relevant zijn voor het
onderzoek dat we doen naar de leefstijl determinanten van de deelnemers. Hierbij kom ik ook nieuwe
ontwikkelingen tegen en hebben we met de groep een eigen programma opgesteld.
9.2.1 verschaft zich toegang tot relevante literatuur in verschillende media
9.2.2 leest wetenschappelijk artikelen
9.3.6 signaleert nieuwe ontwikkelingen binnen opvattingen t.a.v. sport, bewegen en gezondheid en de
markt en vertaalt dit naar concepten voor nieuwe sport-, bewegings en/of voorlichtingsprogramma’s
9.3.7 innoveert bestaande sport-, bewegings en voorlichtingsprogramma’s
Verbeteringen voor een volgend project
Ik kan mezelf soms moeilijk motiveren om te beginnen aan een stuk literair onderzoek. Ik vind het
lastig om langere tijd wetenschappelijke teksten door te nemen. Hierdoor stel ik het vaak uit tot het
laatste moment waardoor ik het dan erg druk heb.
Leerdoel: Van nu tot het eind van het project wil ik de taken die ik krijg gelijk uitvoeren, waardoor ik
niet over de deadline heen ga en ik niet vlak voor de deadline nog moet stressen om het af te krijgen.
63
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Mateo van’t Spijker
Overzicht taken en activiteiten
Tot het tussentijdsproject is er een deskresearch gedaan en een leefstijlprogramma met
implementatie- en evaluatieplan. Daarnaast is de intake afgenomen en is er al 1 les
gegeven. Er is besloten om de groep in tweeën te splitsen. Casper en Hans gingen zich
bezig houden met voeding, Alwin en ik met beweging.
Aan de volgende punten heb ik gewerkt:
-
Doelgroepen en bedrijven opgezocht die benaderd kunnen worden voor het
project;
Ook zoeken naar doelgroep via social media, e-mail telefoon en persoonlijk
bezoek.
Het project inhoudelijk goed doorlezen en begrijpen wat er gedaan moet
worden;
Het projectformat met de hele groep gemaakt;
Voor de desk research heb ik het hoofdstuk ‘bewegen’ gemaakt;
Een selectie gemaakt wie mee kan doen aan het programma;
Een mail gestuurd naar degene die zich hadden opgegeven maar het niet zijn
geworden;
Tijdstippen, locatie, inhoud en aanpak bespreken met de groep over de
interventies;
Contact gehouden met de deelnemers die het wel zijn geworden wanneer de
eerste bijeenkomst is;
Vragenlijst met Hans gecreëerd over lekker in je vel zitten;
Antropometrische metingen en protocollen voorbereiden en in elkaar zetten;
Bestaande beweeg interventies opgezocht en in het verslag verwerkt voor de
beweeg interventie;
Beweeginterventie met Alwin in elkaar zetten;
Antropometrische metingen uitgevoerd bij alle deelnemers.
Tijdsbesteding per week en taak:
Week 1 en 2
Week 1 en 2
Week 3 en 4
Week 4
Week 4-7
Week 4-7
Week 4-7
Week 6
Week 4-7
Week 4-7
Vinden van doelgroep
Projectformat
Desk research bewegen
Selectie maken
Mail versturen
Antropometrische metingen
en protocollen opzoeken
Besprekingen houden met
groep
Contact opnemen met
deelnemers
Vragenlijst opzoeken/creëren
met Hans
Bestaande beweeg
13.5 uur
6 uur
20 uur
30 minuten
30 minuten
10 uur
3 uur
30 minuten
4 uur
16 uur
64
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Week 7
Week 7
interventies opzoeken en in
verslag verwerken voor
beweeg interventie
Beweeg interventie maken
Antropometrische metingen
uitvoeren
Totaal
4 uur
30 minuten
78.5 uur
Reflectie/ analyse van taken
Tot nu toe heb ik mijn taken met succes afgerond. Ik ben tevreden over mijn inzet. Het was
wel moeilijk om twee grote verslagen te combineren en hier je volledige aandacht bij te
houden omdat je steeds moest omschakelen.
Resultaat van taken gekoppeld aan competenties
1.
Onderzoeken
1.3.1 Hanteert en ontwikkelt vragenlijsten: Ontwikkeling van vragentest voeding.
1.3.2 Onderzoekt wensen en behoeften doelgroepen: In de intake heb ik de wensen en
behoeften onderzocht van de deelnemers.
1.3.3 Neemt op een methodische wijze interviews af: Voordat ik de intake heb afgenomen
heb ik samen met de groep onderzocht wat de beste methode is.
2.
Adviseren
Op basis van de metingen heb ik samen met de groep een advies uitgebracht naar de groep.
Dit advies houd de verbeterpunten in van de leefstijl van de groep. Tijdens de uitvoerfase
wordt dit advies meegenomen in de praktijk. De volgende indicatoren horen erbij:
2.3.1.
2.3.2.
2.3.9
2.3.10
formuleert advies dat inhoudelijk is afgestemd op het doel en de doelgroep
voert een gestructureerd adviesgesprek met de opdrachtgever
geeft reëel, haalbaar advies
werkt klantgericht: gericht op de tevredenheid van de opdrachtgever
3.
Ontwikkelen
Op basis van evidence-based interventies en wetenschap heb ik samen met de groep een
interventie ontwikkeld. Alle indicatoren die vallen onder deze competentie is aan gewerkt.
4.
Uitvoeren
Bij de uitgevoerde les heb ik gewerkt aan de volgende indicatoren:
4.3.1
4.3.2
4.3.4
4.3.6
4.3.8
4.3.9
bereidt de uitvoering van het programma voor in een schriftelijk lesplan
geeft instructie met verbale en visuele middelen
past didactische vaardigheden toe
streeft op een methodische wijze een gezondheidsdoel na
motiveert de groep
voert een gezondheidsvoorlichting activiteit uit
65
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
6
Organiseren
Evaluatie van de gemaakte delen vallen onder organiseren. Daarnaast zijn er verbeterpunten
opgesteld aan de hand van feedback. De volgende indicatoren vallen hieronder:
6.3.26 hanteert een draaiboek voor de activiteit
6.3.27 werft en benadert deelnemers en doelgroepen
6.3.28 werkt samen met medestudenten
6.3.29 maakt afspraken en komt deze na
6.3.30 evalueert het programma en stelt verbeterpunten op
6.3.31 levert een proportionele bijdrage aan het organiseren van de activiteit
6.3.32 geeft blijk van oplettendheid, signaleert het werk dat nodig is en voert het uit
6.3.33 neemt actief deel aan besluitvorming en taakverdeling in groepen of teams en toont
zich bereid anderen te helpen, denkt met anderen mee
6.3.34 maakt gebruik van de inbreng en expertise van anderen, overlegt waar nodig of
gewenst, evalueert de samenwerking, geeft op constructieve wijze feedback
7.
Managen en ondernemen
Het opstellen van het plan van aanpak, de organisatie om het project en de werving van deelnemers
vallen onder deze competentie. Aan de volgende indicatoren heb ik gewerkt:
7.3.5 stelt een plan van aanpak op volgens het projectformat
7.3.6 kan de projectgroep voorzitten, notuleren en beheren van logboek
7.3.7 neemt initiatief, onderneemt actie m.b.t. gerezen vragen, problemen of conflicten
7.3.8 werkt gestructureerd, volgens een planning, bewaakt grote lijnen
7.3.10 vervult een voortrekkers- of leidersrol, toont zich doortastend en besluitvaardig en bewaakt
grote lijnen.
8.
Professionaliseren
Door middel van het SMART opstellen van doelen, het ontvangen van feedback en de
verwerking daarvan, heb ik aan deze competentie gewerkt. De volgende indicatoren horen
daarbij:
8.3.5 reflecteert op professioneel niveau over sport en bewegen in relatie tot gezondheid
en betrekt hierin actuele ontwikkelingen
8.3.6 integreert in een eigen visie t.a.v. sport, bewegen en gezondheid eigen ervaringen,
wetenschappelijke gegevens, actuele ontwikkelingen en anticipeert op toekomstige
ontwikkelingen
8.3.7 draagt een eigen visie uit op sport en bewegen in relatie tot gezondheid in schrift en
woord
8.3.8 levert een bijdrage aan scholingsprogramma’s
8.3.5 heeft een pro-actieve en positieve houding t.a.v. andere culturen en internationale
verschillen. Er is begrip, empathie en respect voor verschillen.
66
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
9.
Innoveren
Doordat ik wetenschappelijke artikelen heb gelezen, heb ik op basis daarvan, samen met
mijn projectgroep, een interventie ontwikkeld. Hierbij horen de volgende indicatoren:
9.2.1 Verschaft zich toegang tot relevante literatuur in verschillende media.
9.2.2 Leest wetenschappelijke artikelen.
9.3.7 Innoveert bestaande sport-, beweging- en voorlichtingsprogramma’s
Verbeteringen voor de volgende 10 weken
Voor de volgende 10 weken wil ik beter plannen wanneer ik aan welk project zit en meer
duidelijkheid krijgen vanuit school wat er nou precies ingeleverd moet worden, hoe dit moet
worden ingeleverd en wat er wanneer verwacht wordt. Dit was voorheen vaak nog
onduidelijk.
-
Aan het eind van het project heb ik mij aan elke afspraak gehouden en de
taken professioneel ingevuld en volbracht door meer betrokken te zijn bij het
project en mijn aandacht beter te verdelen over de verschillende
verplichtingen op school
67
v/d Burg, van’t Spijker, Engel & Aarts
Lifestyle program studenten
Download
Random flashcards
fff

2 Cards Rick Jimenez

Create flashcards