1 Zuursel in de hoevezuivelproductie

advertisement
TAD Zuivel, ILVO
april 2006
1
Zuursel in de hoevezuivelproductie
Menig hoevezuivelaar heeft ze in huis en gebruikt ze dagelijks voor de yoghurt-, kaas- en/of boterbereiding. Niemand
zal tegenspreken dat ze belangrijk zijn voor de verschillende productieprocessen in de thuisverwerking, maar wat is nu
een zuursel, ferment of startercultuur eigenlijk en wat doet het precies?
Auteurs: I. De Boosere, K. Coudijzer & G. Vlaemynck
Melkzuurbacteriën
De melkzuurbacteriën kunnen op 3 manieren worden ingedeeld, op basis van hun optimale
groeitemperatuur, op basis van de producten die ze kunnen vormen uit melksuiker en op basis van
hun functie.
1)
Op temperatuursbasis worden er 2 soorten onderscheiden: de mesofiele en de thermofiele
bacteriën. De mesofiele soorten groeien het best bij temperaturen van 30 - 33 °C en worden
gebruikt bij de boter-, kaas- en platte kaasproductie. Vandaar dat kaas wordt gestremd bij 30 - 32
°C, de melkzuurbacteriën leven dan bij hun favoriete temperatuur en kunnen het snelst groeien
en de melk laten verzuren.
Thermofiele melkzuurbacteriën daarentegen verkiezen hogere,
“tropische” temperaturen van 40 - 45 °C. Ze worden toegevoegd bij de bereiding van yoghurt
en verschillende types kaas, waaronder de Italiaanse Pasta Filata zoals mozzarella.
2)
De homofermentatieve melkzuurbacteriën of zuurvormers zetten, zoals de naam doet
vermoeden, het melksuiker hoofdzakelijk om tot melkzuur. De zuurvormers vormen hierdoor
de basis van een zuursel. De heterofermentatieve melkzuurbacteriën of aromavormers vormen
naast melkzuur nog stoffen die kunnen bijdragen tot de smaak, zoals azijnzuur, maar ook andere
stoffen, denken we aan koolzuurgas of CO2 die ogen vormt in de kaas. Voorbeelden van
zuurvormers zijn Lactococcus lactis, Lactobacillus delbrueckii subsp. bulgaricus en Streptococcus
thermophilus, deze laatste 2 bacteriën zijn trouwens beter bekend als de yoghurtbacteriën. Tot de
aromavormers behoren de Leuconostoc species.
Of zuurvormers en/of aromavormers aanwezig zijn in een zuursel bepaalt op zijn beurt het type
zuursel: 0-zuursel (“nul”zuursel) bevat alleen zuurvormers, meer bepaald Lactococcus lactis en/of
1
TAD Zuivel, ILVO
april 2006
2
Lactococcus cremoris.
cheddarkaas.
Dit zuursel wordt gebruikt bij de productie van cottage cheese en
Dit verklaart waarom cheddarkaas geen gaten heeft, deze melkzuurbacteriën
vormen namelijk geen nevenproducten zoals koolzuurgas. De andere types zuursel (L-, D- en
LD-) bevatten naast één of beide van deze “basis”zuurvormers daarbovenop ook
aromavormers. Deze L en D hebben overigens niets te maken met het al dan niet aanwezig zijn
van links- of rechtsdraaiend melkzuur, maar wel met de naamgeving van de aanwezige bacteriën.
L-zuursel, vroeger B-zuursel genaamd, bevat bovenop de basiszuurselbacteriën ook een
aromabacterie behorende tot de familie Leuconostoc die enig koolzuurgas (oogvorming) en diacetyl
(boteraroma) vormt. De “L” werd trouwens afgeleid van “Leuconostoc”. Het botersmaakje maakt
het zuursel al dan niet bruikbaar voor een bepaalde bereiding. Het zuursel kent toepassingen in
de boter-, kaas- en kwarkproductie.
In D-zuursel daarentegen zit er geen Leuconostoc, maar Lactococcus diacetylactis (“D” van
“diacetylactis”) die niet alleen de nevenproducten koolzuurgas en het boteraroma produceert,
maar ook een weinig acetaldehyde of yoghurtaroma. Dit zuursel wordt bijgevolg zelden gebruikt
voor de boterbereiding aangezien boter met een yoghurtsmaakje ongewenst is.
In een LD-zuursel worden naast het basiszuursel met zuurvormers, zowel Leuconostoc sp. als
Lactococcus diacetylactis als aromavormers teruggevonden. Dit zuursel moet echter met de nodige
zorg worden gekweekt aangezien het evenwicht tussen L. diacetylactis en Leuconostoc sp. heel
temperatuursgevoelig is. Het zuursel is voor de bereiding van verschillende zuivelproducten
(boter, karnemelk, kwark en diverse kaassoorten) bruikbaar omdat het yoghurtaroma er niet zo
uitgesproken is als in D-zuursel.
Een samenvatting van deze verschillende soorten zuursels en de erin aanwezige bacteriën, met
hun volledige naamgeving, vindt u in tabel 1.
3)
Alle bacteriën van de 0-, L-, D- en LD-zuursels worden ingedeeld onder de
basiszuurselbacteriën. Het zijn bacteriën die reeds jaren worden gebruikt en die minimaal
noodzakelijk zijn voor de productie van bijvoorbeeld boter.
De laatste decennia is de
“zuurselmarkt” verder geëvolueerd op het vlak van de aanvullende zuursels. Deze zuursels zijn
niet noodzakelijk voor de zuivelproductie, maar zorgen voor een meerwaarde. Een typisch
voorbeeld is de toevoeging van een bacteriestam met een gezondheidsbevorderend effect, de
probiotica. Enkele voorbeelden volgen verder in dit artikel.
2
TAD Zuivel, ILVO
april 2006
3
Functie
De taken van het zuursel zijn heel veelzijdig en voor de selectie van een geschikt zuursel dient te
worden nagedacht over het gewenste eindproduct, bespreek dit zeker met uw leverancier.
1)
Zoals reeds werd vermeld, breken de melkzuurbacteriën melksuiker af tot melkzuur met een
pH-daling (daling in de zuurtegraad) als gevolg. Deze verzuring beschermt de producten tegen
ziekteverwekkende en andere, technologisch ongewenste, bacteriën. Een lage zuurtegraad remt
daarenboven de groei van de melkzuurbacteriën zelf. Daarenboven beperkt de aanwezigheid van
een grote hoeveelheid toegevoegde melkzuurbacteriën de groei van schadelijke bacteriën door de
onderlinge competitie voor voedingsstoffen.
2)
Een andere taak van zuursel is te vinden op technologisch vlak, de verzuring bevordert namelijk
ook de samentrekking van de kaaswrongel en bevordert hierdoor de weiuitdrijving bij de
kaasbereiding. Melkzuurbacteriën spelen ook een rol in de eiwitafbraak en in mindere mate in de
vetsplitsing die voor de bewaring van melk en melkdranken ongewenst is, maar belangrijk is
voor de smaak en geur tijdens de kaasrijping.
3)
De aromavormers vormen daarenboven allerhande nevenproducten die belangrijk zijn voor de
smaak en de geur van zuivelproducten. Denken we aan het boter- en yoghurtaroma.
4)
Ook kan het zuursel een rol spelen bij de opbouw van de structuur en textuur van het product,
zoals de oogvorming in kaas door koolzuurgas. Het bacterieel slijmkapsel van sommige
bacteriën draagt bij tot het mondgevoel van yoghurt.
5)
De keuze van geselecteerde, aanvullende melkzuurbacteriën en andere bacteriën heeft de laatste
jaren een echte “boom” gekend, denken we aan de functionele melkdranken en yoghurt
aangerijkt met probiotica, zoals Lactobacillus acidophilus, Lactobacillus casei en Bifidobacterium sp.,
lichaamseigen darmbacteriën die de goede darmwerking stimuleren.
Ook kan er worden geselecteerd op bacteriën die melksuiker enkel omzetten naar het
gemakkelijker verteerbaar rechtsdraaiend melkzuur of D-melkzuur.
De typische
yoghurtbacteriën bijvoorbeeld produceren ongeveer 50 % linksdraaiend en 50 % rechtsdraaiend
melkzuur.
Door selectie van de bacteriecultuur kan de verhouding tussen links- en
rechtsdraaiend melkzuur wisselen.
Zo werden er vooral voor zuigelingen, die minder
linksdraaiend melkzuur kunnen afbreken, voedingsmiddelen met deze melkzuurbacteriën
ontwikkeld.
Methoden voor de zuurselbereiding
Er zijn drie methodes voor de zuurselbereiding. U kiest best zelf welke methode u wenst te
gebruiken afhankelijk van de benodigde hoeveelheid, de kostprijs, de tijd, plaats en de
3
TAD Zuivel, ILVO
april 2006
4
hygiënemaatregelen die u ter beschikking heeft voor de bereiding van het zuursel. Belangrijke
factoren waarmee rekening moet worden gehouden bij de kweek van zuursel zijn de
kweektemperatuur, de kweekduur, het entpercentage en de voedingsbodem. Bij de kweek dient er
uiterst nauwkeurig en hygiënisch te worden gewerkt zodat de eigenschappen van het zuursel zoveel
mogelijk stabiel kunnen worden gehouden en besmetting met andere organismen (bacteriofagen,
gisten en schimmels) wordt voorkomen.
1)
De omslachtigste, traditionele en meest risicovolle manier om zuursel te bereiden is via een
stam- of moedercultuur. Deze volgroeide en actieve cultuur vormt de basis voor de entcultuur.
Voor het aanhouden van een gezonde cultuur dient een deel van de moedercultuur dagelijks te
worden overgeënt op steriele melk (vrij van antibiotica en reinigingsmiddelen).
Mesofiele
culturen dienen ongeveer 20 uur bij 20°C te worden geïncubeerd aan een inentingspercentage
van 0,5 - 1 % en thermofiele gedurende een paar uren bij 40 - 45°C aan een lager percentage.
Als het zuursel voldoende is doorgezuurd, wordt het in de koelkast verder bewaard gedurende
max. 36 uur. Overenting dient te gebeuren buiten het bereidingslokaal in een propere, droge
ruimte waar niet met zuivel wordt gewerkt om een verschuiving in de bacteriële flora en een
besmetting met fagen te voorkomen. Uit het moederzuursel wordt een dag voor de productie
het bedrijfs- of grootzuursel aangemaakt. De entcultuur wordt uiteindelijk bekomen uit dit
grootzuursel.
2)
Een meer toegepaste en minder omslachtige methode slaat de stap van het moederzuursel over.
De producent koopt hierbij zuursel aan waaruit het bedrijfszuursel wordt onder strikt
hygiënische omstandigheden gekweekt na oplossing van het zuursel in een speciaal melkpoeder.
Uit het bedrijfszuursel wordt het uiteindelijke entmateriaal gehaald.
3)
De eenvoudigste, veiligste en bedrijfszekerste methode, is de aankoop van zuurselconcentraten
of gevriesdroogde (= gelyofilseerde) zuursels die rechtstreeks aan de melk worden toegevoegd.
Hoewel de aankoop van dit zuursel duurder is, is er geen tijdsopslorpende kweek met het daarbij
benodigde materiaal en infrastructuur meer nodig. Deze methode heeft de afgelopen jaren op
de hoeve steeds meer terrein gewonnen.
Zuurseltoediening
1)
In melk komen van nature melkzuurbacteriën voor. Het spreekt vanzelf dat na een pasteurisatie
of andere hittebehandeling niet alleen pathogene kiemen, maar ook de gewenste
melkzuurbacteriën worden afgedood. Deze dienen bijgevolg opnieuw te worden toegediend
voor een goeie fermentatie en voor de biologische veiligheid van uw product.
Een
technologisch ongewenste bacterie, zoals een boterzuurbacterie, of een pathogene bacterie, zoals
4
TAD Zuivel, ILVO
april 2006
5
Listeria monocytogenes, heeft namelijk bij een nabesmetting, in de afwezigheid van andere bacteriën,
het hele rijk voor zich. Zo kan het zuivelproduct worden overwoekerd door deze ene,
ongewenste soort.
2)
Een andere reden voor het toedienen van zuursel is een betere procesbeheersing en de
mogelijkheid voor een procesaangepaste selectie van de soorten melkzuurbacteriën zodat door
een verkeerde verzuring geen hele productlijn dient te worden afgeschreven. Bij spontane
verzuring is de verzuringduur namelijk niet constant en is de verzuring sterk afhankelijk van de
aanwezige (melkzuur)bacteriën in de melk. De producenten van rauwmelkse hoeveboter die
geen zuursel toevoegen, zullen dit probleem herkennen.
3)
De huidige melkwinning en de koele bewaring van de melk in koeltanks, zorgde namelijk de
afgelopen decennia niet enkel in een daling van het kiemgetal, maar ook in verschuiving van de
aanwezige “soorten” bacteriën.
Vandaag de dag komen vooral koudelievende
bacteriesoorten (=psychrotrofen), zoals Pseudomonas sp., voor in rauwe koeltankmelk. Hoe
langer de melk bij lage temperatuur wordt bewaard, hoe meer deze koudelievende soorten het
overwicht in de melk zullen krijgen. Aangezien Pseudomonas sp. geen bijdrage levert tot de
verzuring, zal deze bijgevolg langer duren.
Bovendien draagt Pseudomonas sp. bij tot de
eiwitafbraak en kan zodoende de oorzaak zijn van een minder lange houdbaarheid van
zuivelproducten. Het toedienen van een zuursel, en dus melkzuurbacteriën, zou dus niet alleen
de verzuring versnellen, maar ook de overwoekering van Pseudomonas sp. verminderen door de
onderlinge competitie in voedingsstoffen van de bacteriën. De melk dient hiervoor zo vers
mogelijk te zijn bij de inenting met zuursel.
Factoren die de zuurvorming beïnvloeden
Er zijn verschillende oorzaken van een niet of slecht op gang komende verzuring. Allereerst kan de
oorzaak bij de keuze van het zuursel liggen. Bijkomende factoren zijn:
1) Reinigings- en desinfectiemiddelen hinderen de melkzuurbacteriën.
2) Antibiotica werd ontwikkeld om bacteriën af te doden en zal dit ook doen met de
melkzuurbacteriën. Het is dus interessant om voor de productie een Delvotest of andere
antibioticatest uit te voeren. De yoghurtbacterie Streptococcus thermophilus is bijvoorbeeld zeer
gevoelig voor penicilline. Verschillende hoevezuivelaars gaan ervan uit dat indien hun melk
tijdens de kaas- of yoghurtbereiding fermenteert dit een teken is dat er geen antibiotica
aanwezig zijn, maar de realiteit is anders. Een zuursel bestaat namelijk uit verschillende
soorten bacteriën die ieder een andere gevoeligheid hebben ten opzichte van antibiotica,
zoals ook de ene mens vatbaarder is voor een griepje dan een ander. Bijgevolg kan bij de
5
TAD Zuivel, ILVO
april 2006
6
kaasbereiding de kaasmelk wel goed verzuren, maar de smaak, textuur of de oogvorming niet
goed zijn. Dit valt als volgt eenvoudig te verklaren, de zuurvormers die minder hinder
ondervinden van de antibiotica fermenteren de melk, maar de aromavormers die meer
worden geremd in hun groei produceren geen aromastoffen meer.
3) De methode van zuurselbereiding heeft ook een invloed op de activiteit van de
starterculturen. Indien gelyofiliseerd zuursel wordt gebruikt, zou de zuurvorming goed
moeten
verlopen.
Zorg
ervoor
dat
de
bewaaromstandigheden
en
andere
leveranciersinstructies (o.a. procestemperatuur, inentingspercentage) nauwlettend worden
opgevolgd voor een optimale fermentatie. Het is steeds interessant om een certificaat en/of
garanties aan uw leverancier te vragen, deze kan u dan ook toevoegen aan uw
kwaliteitssysteem of autocontroleplan. Een gemakkelijke methode om na te gaan of het
zuursel gezond is, bestaat uit een korte startcontrole en procesopvolging tijdens de
verzuring: het zuursel 1) moet fris ruiken en smaken, 2) vormt na het roeren een gladde
massa (indien vloeibaar), 3) vertoont een goede zuringssnelheid, 4) is niet zichtbaar
gecontamineerd en 5) zorgt voor een voldoende daling in de zuurtegraad (via pH-meting of
titratie).
4) Een andere factor die de verzuring beïnvloedt, is de melksamenstelling: zomermelk is
verschillend van wintermelk, maar ook de aanwezige mineralen en melkvetzuren via de
keuze van het voeder van de dieren kunnen een rol spelen. Zo zijn er in het late najaar-begin
van de winter meer natuurlijke bacteriegroeiremmende stoffen in de melk aanwezig die het
zuursel in haar groei kunnen belemmeren.
5) Pasteurisatie (vooral hoogpasteurisatie) bevordert dan weer het verzuringsproces aangezien
een
verhitting
natuurlijke
bacteriegroeiremmende
stoffen
en
lipasen
(stoffen
verantwoordelijk voor de vetafbraak) vernietigt en de afbraak van de eiwitstructuur meer
voedingsstoffen voor de bacteriën oplevert.
6) Een ander probleem waarmee thuisverwerkers worden geconfronteerd zijn fagen. Jammer
genoeg kunnen zelfs hygiënische kweekomstandigheden faaginfecties niet volledig uitsluiten.
Bacteriofagen kunnen namelijk niet enkel via contact, maar ook via de lucht de melk
infecteren. Bovendien overleven ze laagpasteurisatie en zijn ze tamelijk goed bestand tegen
reinigings- en desinfectiemiddelen. Zuivelafval, afvoerputjes, werkkledij en handen zijn ideale
voedingsbodems voor fagen. De kaaswei dient hierom zo snel mogelijk uit uw lokaal te
worden verwijderd. Doordat bacteriofagen zeer bacteriespecifiek zijn, vallen ze slechts één
welbepaalde bacterie aan. Het is dus aangewezen om met een andere niet-faagverwante
cultuur voort te kweken na een infectie. Hoevezuivelproducenten die gebruikmaken van
6
TAD Zuivel, ILVO
april 2006
7
aangekochte zuursels kunnen met niet-faagverwante zuurselculturen roteren om een infectie
te voorkomen.
Toepassing van zuursels
Yoghurt
Yoghurtculturen bevatten de 2 yoghurtbacteriesoorten, Streptococcus thermophilus en Lactobacillus
delbrueckii subsp. bulgaricus. Zonder de aanwezigheid van aanzienlijke hoeveelheden van deze 2
bacteriën, in levende vorm, mag volgens de wet het eindproduct in België namelijk geen yoghurt
worden genoemd, maar is dit een gefermenteerd product.
Beide yoghurtculturen werken samen (protocoöperatie) bij de bereiding van yoghurt. L. bulgaricus,
hoofdzakelijk verantwoordelijk voor de yoghurtsmaak, heeft voor zijn groei stoffen nodig die worden
geproduceerd door S. thermophilus. Het behoud van een evenwicht tussen beide bacteriën is dus
belangrijk in de kweek van yoghurtfermenten. Voor de bereiding van roeryoghurt kunnen stammen
worden geselecteerd die extra slijm vormen en zo bijdragen tot het mondgevoel. Ook aanvullende
melkzuurbacteriën met gezondheidsbevorderend effect worden vaak toegediend.
Kaas
Naast de bacteriën die reeds werden besproken, worden in de kaasbereiding nog aanvullende
bacterie- en schimmelculturen benut zoals propionzuurbacteriën (oogvorming bij Emmentaler),
Brevibacterium linens (roodsmeerbacterie op de korst van Herve), Penicillium roquefortii en P. camemberti
(roquefort, camembert en brie), enzovoort.
Boter
Ook boter wordt meer en meer bereid door het toedienen van een zuursel. Dit zou het aantal
besmettingen van hoeveboter met Listeria monocytogenes, een ziekteverwekker, aanzienlijk kunnen doen
dalen doordat de boter zo kan rijpen gedurende een kortere tijdspanne in een gesloten vat. L.
monocytogenes is namelijk een omgevingsbacterie en kan de boter infecteren bij blootstelling aan de
omgeving.
Het boteraroma, diacetyl, wordt door de aromavormers Leuconostoc sp. en Lactococcus diacetylactis
gevormd uit citroenzuur in een voldoende zure en zuurstofrijke omgeving.
Er wordt in de
boterbereiding meestal 3-8% van een LD-zuursel ingeënt aangezien een D-zuursel te veel
yoghurtaroma zal produceren. Bij een goede verhouding aan zuurvormers/aromabacteriën wordt het
acetaldehyde of yoghurtaroma omgezet tot ethanol door de Leuconostoc sp. uit het LD-zuursel en blijft
het diacetyl of boteraroma voldoende behouden.
7
TAD Zuivel, ILVO
april 2006
8
Tabel 1. Verschillende soorten zuursels met exacte naamgeving van voorkomende bacteriën.
Soort zuursel
zuurvormers
aromavormers
0-zuursel
- Lactococcus lactis subsp. lactis
afwezig
- Lactococcus. lactis subsp. cremoris
L-zuursel
- Lc. lactis subsp. lactis
- Lc. lactis subsp. cremoris
een Leuconostoc :
a) Leuc. mesenteroides subsp. cremoris,
b) Leuc. lactis,
c) Leuc. mesenteroides subsp. dextranicum
of d) Leuc. mesenteroides subsp. mesenteroides
D-zuursel
- Lc. lactis subsp. lactis
- Lc. lactis subsp. cremoris
Lc. lactis subsp. lactis biovar. diacetylactis
LD-zuursel
- Lc. lactis subsp. lactis
- Lc. lactis subsp. cremoris
Lc. lactis subsp. lactis biovar. diacetylactis en
een Leuconostoc :
a) Leuc. mesenteroides subsp. cremoris,
b) Leuc. lactis,
c) Leuc. mesenteroides subsp. dextranicum,
of d) Leuc. mesenteroides subsp. mesenteroides
Enkele begrippen
zuursel
= ferment, = startcultuur
mesofiele bacteriën
bacteriën die gematigde temperaturen verkiezen
thermofiele bacteriën
bacteriën die tropische temperaturen verkiezen
zuurvormer
melkzuurbacterie die melksuiker enkel omzet tot melkzuur
aromavormer
melkzuurbacterie die uit melksuiker naast melkzuur ook andere
stoffen die bijdragen tot de smaak of textuur produceren
diacetyl
boteraroma
acetylaldehyde
yoghurtaroma
probioticum
een levend microbieel voedingsingrediënt dat, wanneer het in
voldoende hoeveelheden wordt ingenomen, een gezondheidsbevorderend effect heeft
nulzuursel
zuursel dat enkel bestaat uit de basis zuurvormers
LD-zuursel
zuursel bestaande uit zuurvormers en verschillende soorten
aromavormers (die zowel het boter- als het yoghurtaroma aanmaken),
8
TAD Zuivel, ILVO
april 2006
9
wordt vaak voor de bereiding van verschillende zuivelproducten
gebruikt
rechtsdraaiend D-melkzuur
melkzuur dat gemakkelijker afbreekbaar is door de lever. Als het
melkzuur in het laboratorium onder een polarisatiemicroscoop wordt
onderzocht, wordt de lichtstraal waarin de moleculen worden bekeken
naar rechts afgebogen
psychrotrofen
koudelievende bacteriën, groeien bij temperaturen onder de 7 °C
gelyofiliseerd zuursel
gevriesdroogd zuursel
vriesdrogen
Bij vriesdrogen wordt het product als geheel bevroren, waarna het
grootste deel van het bevroren water wordt verwijderd door
sublimatie. Bij sublimatie worden de ijskristallen omgezet naar
waterdamp, zonder eerst in vloeibaar te worden. Dit proces behoudt
de structuur en de biologische activiteit van het product.
Voor
voedingsmiddelen is het belangrijkste voordeel dat de smaak
(bacterio)fagen
behouden blijft.
virussen die specifiek bacteriecellen van 1 bacteriestam vernietigen
Referenties
o M.C. Van Der Haven & H. Oosterhuis (1991). Boerenzuivel
o Cursus Hoevezuivel en probiotica, Hogeschool Gent, Tony Ruyssen
o G. Vlaemynck, In: BCZ-cursus
o P. Walstra, T.J. Geurts, A. Noomen, A. Jellema & M.A.J.S. Van Boekel (1999). Marcel Dekker
Inc., Walstra, P.; Geurts, T.J.; Noomen, A.; Jellema, A. & Van Boekel, M.A.J.S. (1999). Dairy
Technology. Principles of Milk Properties and Processes. 727 p.
Deze informatie werd door het Vlaams Gewest met de meeste zorg en nauwkeurigheid opgesteld. Er wordt
evenwel geen enkele garantie gegeven omtrent de juistheid of de volledigheid van deze informatie. De gebruiker
van deze brochure ziet af van elke klacht tegen het Vlaams Gewest of zijn ambtenaren, van welke aard ook,
met betrekking tot het gebruik van de via deze brochure beschikbaar gestelde informatie.
In geen geval zal het Vlaams Gewest of zijn ambtenaren aansprakelijk gesteld kunnen worden voor eventuele
nadelige gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van de via deze brochure beschikbaar gestelde informatie.
9
Download