COLON (DIKDARM)

advertisement
COLON (DIKDARM)

Colitis: dikke darm ontsteking

Coloscopie: endoscopie van de dikke darm

Colectomie: verwijderen van de dikke darm
2 organen waarop stress invloed heeft : hart en darmen
Dikke darm loopt over de hele buik dus bij problemen hiermee kan de pijn ook over
de hele buik lopen.
STRUCTUUR
MUSCULARIS

Glad spierweefsel

Transport stoelgang: via contracties voort duwen

Bij problemen: hardnekkige constipatie

Klep van Bauhin: onderhoudt steriliteit dunne darm

Anale sfincter: tegenhouden stoelgang
MUCOSA

Enkellagig  mogelijkheid op adenocarcinoom

Absorptie van water en elektrolyten

Door absorptie wordt de massa geconcentreerd

Normaal in uw stoelgang 100ml water dus er wordt 1,4 liter water geabsorbeerd

Als uw dikdarm slijmvlies ziek is (colitis) dan heb je diarree want het slijmvlies
absorbeert niet meer
ONDERZOEKSMETHODEN


Structureel

RX Colon (« RX Contrastlavement »: via lavement wordt contrast anaal
ingespoten)
o Barium
o Gastrografine: bij vermoeden perforatie

Endoscopie
o Coloscopie: lange buis anaal opvoeren
o Rectoscopie: metalen buis van 15-20cm, enkel rectum nakijken
o Anuscopie: kort buisje van 5 cm
o Inspectie en biopsiename van mucosa
Functioneel

Anale manometrie

In de stoelgang allerlei dingen nakijken: bv. occult bloedverlies, vetten,
ziekteverwekkende bacteriën bv. salmonella, parasieten bv. lintworm
PATHOLOGIE
1. ACUTE APPENDICITIS

Rechts in onderbuik

Begrip


Acute ontsteking van de appendix

Mogelijk evolutie naar perforatie en peritonitis
Symptomen

Abdominale pijn
o Begint epigastrisch(epigastrium t.h.v. maag)
o Rechter fossa iliaca syndroom: lokale peritonitis (ontsteking buikvlies):
enkel rechter onder

Anorexie, nausea, braken

Matige koorts (38-38,5°C), verhoogde leucocytose (witte bloedcellen/
leucocyten): één welbepaald soort beschermt tegen bacteriën en een
appendicitis is een bacteriële infectie  dus als er geen verhoogd aantal
witte bloedcellen is dan gaat de chirurg niet opereren

Therapie

Appendectomie: wegnemen bij kijkoperatie

Geen functioneel gevolg na wegnemen appendix
2. IRRITABLE BOWEL SYNDROOM (SPASTISCH COLON: VEEL BEPERKTER)

Meer dan enkel dikke darm syndroom, vaak ook maagklachten

Functionele aandoening (niet organisch: geen kanker of ontsteking): je kan er
oud mee worden, spierprobleem

Neurovegetatieve stoornis: psychosomatische symptomen
BEGRIP

Frequent voorkomend

Functionele stoornis van spijsverteringstelsel

Colonstoornissen: “spastisch colon” syndroom

Doch ook klachten van hoog GI stelsel

Belang van psychologische factoren: stress

Motorische stoornis als antwoord op verschillende prikkels: emoties, voeding
(kunnen niet tegen kolen, koffie, enz.) , …
SYMPTOMEN


Abdominale pijn (heel frequent!)

Wisselende ernst: soms licht en knagend, soms naar spoed

Wisselende lokalisatie: dikke darm loopt overal dus pijn kan overal zitten,
pijn zet zich vaak vast op sigmoid dus vnl. in fossa iliaca (linker)

Wisselend van aard: knagend of brandend of steken

Geen nachtelijke pijn: bij darmkanker daarentegen van pijn wakker worden
‘s nachts

Uitgelokt door stress, maaltijden

Verbetering door stoelgang en flatus
Abdominale opzetting

Geen spannende kledij verdragen, gevoel dat buik is opgezwollen terwijl de
dokter dat niet kan zien van buiten


Gestoord stoelgangspatroon

Diarree: ‘s morgens een paar keer kort na elkaar naar toilet moeten gaan

Constipatie

Diarree afwisselend met constipatie: paar weken dit, paar weken dat

Geen nachtelijke diarree

Abusus/misbruik van laxativa bij constipatie: dultorax (?)

Mucusverlies : overmatig slijmverlies door de functionele stoornis
Symptomen van bovenste G.I. tractus (maagsfeer)

Nausea ! (klacht van de maag), epigastrische krampen, pyroris

Andere neurovegetatieve klachten (moe, niet lekker voelen, lastig, enz. 
klachten door stress) en cancerofobie (angst voor kanker en je kan het hen niet
uit hun hoofd praten en moet je hen gerust stellen)

Klachten van de maagsfeer bv. misselijkheid en overgeven (van de stress)
DIAGNOSE

Anamnese zeer suggestief

Vaak drukpijn op sigmoid in linker fossa iliaca: heel pijnlijk als je daar op drukt

Uitsluiten andere pathologie


Bloedonderzoek: eventueel nagaan of er een ontsteking is

Echografie abdomen (tumor uitsluiten)

Onderzoek van colon

Gynaecologisch onderzoek (bij vrouwen bij pijn in de onderbuik)
Grondig onderzoek als basis van behandeling: geruststelling als basis van
behandeling
THERAPIE


Psychologisch

Uitleggen wat fout loopt: functionele stoornis van de darm door stress

Inzicht in psychorelationele problemen

Geruststelling, belangstelling, blijvende steun: niet altijd gemakkelijk als
patiënt steeds terugkomt met die klachten
Dieet

Restenrijk dieet, evt. aangevuld met vezels: vers fruit en groenten, donker
brood (veel vezels)

Medicatie: musculotrope spasmolytica voor pijn (op lijstje!): musculotroop:
werkt in op slijmvlies, spasmolytica: ontspannen van darm


Spasmine, Spasmomen, Duspataline, …
Medicatie voor diarree

Imodium
Weinig resten  constipatie
Vezelrijk eten + beweging
Enkel bij zeer angstige kankerpatiënten: Xanax, anders geen tranquilizers
3. COLONDIVERTICULOSE

Diverticulose: meerdere divertikels hebben, divertikel: mucosa zit normaal
netjes aan de binnenkant maar hier puilt de mucosa uit doorheen de
spierwand

Als uw spierlaag overactief is dan gaat de mucosa erdoor uit puilen

Ontstaat door vezelarm dieet

Meestal op sigmoid

Blaasjes

Kan op onze leeftijd al voorkomen





Begrip

Frequent in Westerse maatschappij

Belang van voedingsvezels

Uitpuilen van mucosa doorheen spierlaag

Gevolg van hoge intraluminele druk
Symptomen

Geen

Spastisch colon
Diagnose

RX Colon

Coloscopie
Verwikkelingen

Diverticulitis: bacteriële infectie: bacteriën kruipen in de divertikels (lokale
perinitis zoals bij apendicitis maar dan aan de linkerkant)

Acute diverticulitis: hoge koorts, pijn in de buik, enz.  behandelen met
antibiotica en eventueel heelkundige resectie van stuk waarin de meeste
divertikels voorkomen

Bloeding
Therapie

Vezelrijk dieet

Antibiotica bij -itis
4. COLITIS ULCEROSA
BEGRIP

Ontstekingsziekte van het slijmvlies van de dikke darm

Chronisch inflammatoire aandoening van het slijmvlies van het colon

Samen met ziekte van Crohn vormt dit de groep IBD (inflammatory bowel
diseases): er zitten mensen in met Crohn en mensen in met colitis ulcerosa,
mensen met het één of het ander (niet bedoeld als: mensen met beide samen)

Beperkt tot het colon, als de colon weg is dan ook de ziekte ( Crohn: komt
over heel het gastro-intestinaal stelsel voor, hierbij kan dat er een afwisseling is
van een deel ziek, een deel gezond, weer een deel ziek, enz. terwijl bij colitis
ulcerosa de zieke delen aaneensluiten en hier geen afwisseling met gezonde
delen is  zo kan je mogelijks differentiëren tussen beide via endoscopie)

Vooral bij jonge mensen

Oorzaak niet gekend

Belang van psychologische factoren: zeer opvallend, er kan een opstoot of
aanvang van colitis zijn bij scheiding van een persoon waar je sterk aan gehecht
bent (“bloederige tranen bij het afscheid”)

Uitgebreidheid variabel: rectitis ~ pancolitis: je kan enkel een ontsteking van
het rectumslijmvlies (rectitis) hebben maar bij de andere kan heel de dikke
darm ontstoken zijn (=globale diffuse colitis: pancolitis)

Verloop met opstoten en remissies (net zoals bij Crohn): opstoten kunnen van
wisselende ernst zijn (kan dodelijk zijn)
SYMPTOMEN

Bloederige diarree, volgens ernst opstoot: bij lichte opstoot zo’n 3 – 4 keer per
dag maar bij zware opstoot 30-40 keer naar toilet op een dag met enkel bloed,
slijm en etter  naar ziekenhuis

Abdominale pijn, koorts

Algemene ziekteverschijnselen
DIAGNOSE

Rectoscopie: ontsteking van slijmvlies?

Coloscopie: uitgebreidheid van ontsteking?

Een stoelgangskweek/cultuur (coprocultuur?): zien of er bacteriën in zitten want
niet iedereen met bloederige diarree heeft colitis ulcerosa, het kan ook verklaard
worden door een infectie
VERWIKKELINGEN

Lokaal


Toxisch megacolon (acuut): een groot uitgezet colon: slijmvlies zodanig
ontstoken dat de wand van het colon herleid wordt tot een dun blaadje
o
RX nemen om na te gaan
o
Kans dat het barst
o
Kan dodelijk aflopen bij perforatie
Coloncarcinoom (laattijdig): iemand met langbestaande colitis ulcerosa loopt
een verhoogd risico op kanker (algemeen: op elke plaats waar er een
chronische infectie zit  verhoogd risico op kanker)  jaarlijks een
coloscopie om op te volgen (met biopsie?)
BEHANDELING


Medicamenteuse therapie: ontsteking bestrijden

Corticoiden bij acute opstoten

5-ASA (AminoSalicilicAcid, afgeleide van aspirine) preparaten per os (pil) of
in lavement: ontstekkingsremmend effect op de darmwand
o Met lavement behandelen, is enkel bij ontsteking van rectum: enkel
lokaal behandelen
o Zorgt voor stabilisering zodat ze geen opstoten krijgen  houden
patiënten in remissie
o Bv. Pentasa, Salazopyrine

TNF-antagonisten (tumor necrosis factor)
Heelkundige therapie

Bij verwikkelingen als het niet anders kan bv. bij colonkanker

Bij chronische morbiditeit

1 operatieve behandeling: Totale colectomie met twee mogelijkheden van
herstel:
o Met ileostomie: ileum wordt aan de huid gebracht: kunstmatige anus,
hierbij 1,5 liter vocht in zakje
o Pouch ingreep met ileo-anale anastomose: anus is behouden, rectum is
weg, ileum vasthechten aan de aars door een soort pouch aan te
leggen, niet noodzakelijk diarree (Bij ontsteking van pouch: pouchitis)
5. COLONPOLIEPEN

Goedaardige tumoren van de dikke darm

Solitaire poliep

Voorlopers van kanker dus daarom preventief
stoelgangonderzoek naar occult bloedverlies 
beste preventie van dikke darmkanker

Eén of enkele poliepen

Adenomateuze poliep(en): goedaardige woekering
van het colonslijmvlies

Gesteeld (dunne steel met bol) of sessiel (breed
ingeplant)

Occult bloedverlies

Maligne ontaarding: iets goedaardig kan altijd ontwikkelen tot kwaadaardig
 belang van vroegtijdig poliepen ontdekken via bloedtest


Op tekening een grote poliep: wellicht kwaadaardig

Diagnose door coloscopie of RX colon

Therapie met polypectomie: endoscopisch een lus rond leggen, de basis
wegbranden en de poliep onderzoeken

Regelmatige follow-up: eens een poliep gehad, dan gaan er nog volgen, is
genetisch (binnen drie jaar opnieuw een coloscopie, het stomste wat je kan
doen hier is je kop in het zand steken)
FAP: familiale adenomateuze polypose

Honderden tot duizenden poliepen (heel slijmvlies ermee behangen)

Als een van de ouders het heeft, heeft de helft van de kinderen het: het is
een dominant gen

Steeds maligne ontaarding op 30-40 jaar: wordt altijd kanker, vroegtijdige
ontaarding

Behandeling: totale
anastomose (Pouch)

Heel de familie screenen!

Als uw moeder of vader FAP heeft, dan gaat op 18jaar uw dikke darm eruit
colectomie
met
ileostomie
of
met
6. COLONADENOCARCINOOM

Bij mannen en vrouwen

Begrip

Maligne ontaarding van het slijmvlies van het colon of rectum
RISICOFACTOREN

Adenoom

FAP

Colitis ulcerosa
ileo-anale


Eerste graad verwantschap met pt met colonkanker: familiaal

In het erfelijk materiaal zitten oncogenen en tumorsuppressogenen

Oncogenen: genen die tussenkomen in normale celdeling, bij mutatie hierin
geen normale celdeling, gestoorde celdeling is kenmerk van kanker 
overerving genen waardoor familiale band

Tumorsuppressogenen: houden zich bezig met het uitschakelen van
structurele fouten bij celdelingen dus bij mutatie van tumorsuppressogenen
die overgeërfd worden ook familaal doorgeven van kanker
Overgewicht, dieet rijk aan vet, arm aan vezels: komt meer voor bij obese
personen
SYMPTOMEN (schuin gedrukte zijn alarmsymptomen van colonkanker)

Verandering van stoelgangspatroon: altijd gewone stoelgang en dan ineens
constipatie (bij spastisch colon is het altijd afwisselend)

Bloedverlies per anum vermengd met faeces: anaal bloedverlies vermengd met
stoelgang, bloed zit in de stoelgang

Valse stoelgangsnood

Occult bloedverlies met ferriprieve anaemie

Abdominale pijn

Obstructie

Anorexie en vermagering
DIAGNOSE

RX Colon

Coloscopie

PPA (palpatio per anum) voor laaggelegen tumoren: we
voelen in het rectum en je voelt de tumor met je vinger als
die laag ligt (prostaat ligt ook laag dus dan kan je die ook
ineens nagaan)

Onderzoek naar metastasen

Prent: kanker zit bij pijltje, bij zwarte vlek is het een tumor,
obstructie is logisch want nog maar een kleine doorgang
(“klokhuisbeeld”)
BEHANDELING

Heelkundige therapie (Enkel heelkundig! Niet via medicatie mogelijk)

Segmentaire colectomie: enkel het segment eruit snijden waar de kanker
zit en de andere delen worden weer aan elkaar gezet

Stel bij distaal gelegen tumor in het rectum, net boven anus: Abdominoperineale resectie bij laaggelegen tumoren met colostomie
o Resectie door het abdomen
o Resectie van het perineum (onderbuik waar uw geslachtsorganen en
anus zitten): je neemt het anaal apparaat (anus + rectum) weg
o Geen pouch ingreep want anus is weg dus altijd stoma: sigmoid (deel
van de dikke darm dat overgaat in de endeldarm/rectum) aan de huid
en dan zit je definitief met een colostomie

Chemo- en radiotherapie: colonkanker reageert goed op chemotherapie
dus je kan die mensen daar jarenlang mee in leven houden

Resectie van levermetastasen en metastasen in de longen: wegsnijden van
metastasen  je kan mensen lang in leven houden door telkens de
uitzaaiingen weg te snijden (enkel bij darmkanker)
7. HEMORROIDEN - SPEEN
BEGRIP

Overgang van eenlagig naar huid gebeurt in anaalkanaal

Variceuze uitzettingen van de anale veneuze plexus

Anale spataders: uitgezette aders rond de anus

Inwendige hemorroïden: bedekt door rood, enkellagig epitheel

Uitwendige hemorroïden: bedekt door huid
SYMPTOMEN

Rood bloedverlies per anum: speen kan zwaar bloeden, je kan daar ferriptieve
bloedanemie van krijgen

Verschil met tumor!: bloed is niet vermengd met stoelgang

Prolaps

Anale jeuk, mucusverlies

Acute trombose met hevige pijn: een klonter in zo een spatader is heel pijnlijk
 speenknobbel opensnijden
BEHANDELING

Scleroserende injecties via anuscopie: spuiten een scleroserende vloeistof in die
zorgt voor een prikkelende reactie die een littekenreactie opwekt, er ontstaat
een verkleving van de vaatwand waardoor er geen bloed meer door kan (functie
wordt door een andere ader overgenomen)

Ligaturen zetten: een soort rubber bandje over de basis van de speenknobbel
zetten  knobbels verdrogen en verdwijnen

Operatief

Rechts boven: anuscopie van inwendig speen

Links boven : uitwendig speen

Twee onderste: inwendig speen dat je vanbuitenuit ziet: geeft een prolaps:
speen puilt naar buiten

Een beginnende prolaps: dan kan je dat weer naar binnen duwen

Bij ernstige prolaps kan je dit niet terug opnieuw naar binnen duwen
8. ANALE FISSUUR



Begrip

Scheurtje in het epitheel van het distale anaal kanaal

Scheurtje in het slijmvlies of huid rond de anus
Symptomen

Pijn bij defaecatie: scheurtje rekt uit of gaat terug open

Rood bloedverlies per anum

Secundaire obstipatie: bang om naar toilet te gaan want doet pijn,
waardoor ze constipatie krijgen
Diagnose

Anuscopie

Zalven
Download