De kracht van Zwolle - Gemeente Zwolle

advertisement
De kracht van Zwolle
Meerjaren Ontwikkelings Programma (MOP) 2005 - 2009
14 oktober 2004
Voorwoord
Hierbij presenteert de Gemeente Zwolle het nieuwe Meerjaren Ontwikkelings Programma
(MOP) voor de periode 2005-2009. Deze periode zal vooral in het teken staan van groei met
behoud van onze unieke kwaliteiten
Zwolle is een centrumstad met een groot verzorgingsgebied. De afgelopen jaren heeft Zwolle,
mede onder invloed van rijks- en provinciaal beleid een belangrijke regionale opvangfunctie
voor wonen, werken en voorzieningen vervuld.
Die functie hebben we en zullen we ook blijven houden.
Daarbij willen we, onder de voortdurende druk om als regionale centrumstad goed te blijven
presteren, (nog) meer gebruik kunnen maken van onze potenties met inschakeling, meer dan
tot nu toe, van onze natuurlijke partners in stad en regio.
We hebben in de voorbereiding op dit MOP onderzocht hoe we als stad ons in de volle breedte
kunnen profileren om zodoende zichtbaarder te worden in wat we willen zijn en bereiken.
Tegelijkertijd hebben we benoemd wat we willen houden, welke waarden ons lief zijn. Want we
willen niet uit het oog te verliezen waar we nu staan, en wat we bereikt hebben met z’n allen.
Hoe zijn we te werk gegaan?

Een identiteitsstudie laten schrijven door het Verwey-Jonker instituut – Moment, opname
voor een stadsfoto-. Beelden van de Zwolse identiteit (april 2003).

In 2003 op grond van bovengenoemd rapport een omvangrijk stadsdebat georganiseerd
over de toekomst van Zwolle, dat geresulteerd heeft in het rapport ´Uitgesproken´. In
februari 2004 zijn de conclusies van het stadsdebat overgenomen door de raad als
richtinggevende kaders voor het MOP en structuurplan.

Op basis van een aantal beleidsvisies en bovengenoemde rapporten is er een SWOTanalyse gemaakt die is besproken en aangescherpt in een 3-tal (afzonderlijke)sessies met
gemeenteraad, college van B&W en directieteam/e-managers.

Deze sessies hebben 6 prioriteiten opgeleverd waar Zwolle de komende jaren absoluut
werk van wil maken. Keuzes maken en niet alles uitsmeren was daarbij het uitgangspunt;

De prioriteiten zijn vervolgens naast de GSB-kaders gelegd.
De uitkomst van deze exercitie is, kort samengevat, dat we willen doorgroeien en ontwikkelen,
maar met behoud van onze kwaliteiten.
“Groei met behoud van onze kwaliteiten” is dan ook te beschouwen als de rode draad die loopt
door het Meerjaren Ontwikkelingsprogramma 2005-2009. Want of het nu gaat om de verdere
ontwikkeling van de binnenstad, de versterking van de lokale economie of om het verder
vormgeven van het voorzieningenniveau, belangrijk is dat we al het nieuwe dat we willen
inbrengen zoveel mogelijk integreren in het goede dat er al is. We moeten dus investeren in
duurzaamheid. Om zodoende te bereiken wat we met elkaar voor ogen hebben: een krachtige
stad in balans. Met een belangrijke regionale functie op het terrein van wonen, vervoer en
transport, zakelijke en maatschappelijke dienstverlening, (kennis)economie, cultuur en toerisme.
Zwolle wil samen met haar partners werken aan de stad met durf, passie en inzicht.
H.J. Meijer
Burgemeester van Zwolle
Oktober 2004
Inhoudsopgave
Voorwoord
Inhoudsopgave
Leeswijzer
1. De kop op het MOP
1.1 Inleiding
pagina 1
1.2 SWOT-analyse
pagina 4
1.3 De uitkomsten vertaald naar prioriteiten
pagina 7
2. Focus op zes prioriteiten
2.1 Inleiding
pagina 10
2.2 Iedereen doet mee
pagina 11
2.3 Binden en activeren van jongeren
pagina 22
2.4 Beleef de Binnenstad
pagina 27
2.5 Vitaliseren van de economie
pagina 34
2.6 Verstedelijkingsopgave waarmaken
pagina 45
2.7 Zwolle cultureel
pagina 53
2.8 Integraal veiligheidsbeleid
pagina 56
3. Realisatievermogen versterken
pagina 63
4. Financiële paragraaf
pagina 64
MOP: Deel B: separate bijlage
3
LEESWIJZER
Voor u ligt het Meerjaren Ontwikkelings Programma (MOP) 2005 –2009. Dit programma bestaat
uit 2 delen. In de hoofdtekst (deel A) van ongeveer 70 pagina´s wordt het MOP van de
gemeente Zwolle voor de komende 5 jaren beschreven. In deel B wordt uitwerking gegeven
aan 39 outputindicatoren waarover het Rijk met Zwolle afspraken gaat vastleggen.
De lezer die zich wil beperken tot de hoofdlijnen kan volstaan met het lezen van deel A.
Hoofdstuk 1 bevat in de inleiding (paragraaf 1.1) een beschrijving van de staat van de stad en in
paragraaf 1.2 een beknopte weergave van de uitkomsten van de SWOT-analyse. In paragraaf
1.3 zijn de uitkomsten van de SWOT-analyse vertaald naar de prioriteiten waar het de komende
jaren om moet gaan in Zwolle.
Hoofdstuk 2 bevat de uitwerking van de 6 prioriteiten waarbij zoveel als mogelijk middels een
uniforme opbouw wordt ingegaan op de probleemschets/uitdaging en reikwijdte van de prioriteit,
de (abstracte) doelstellingen en de vertaling naar de bestaande begrotingsprogramma´s.
Vervolgens wordt zo ´SMART-i´ (Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden
en Beïnvloedbaar) aangegeven per prioriteit welke prestaties in de komende 5 jaren geleverd
zullen worden. In speciale kaders binnen de tekst zijn ook de landelijke GSB
outputdoelstellingen en indicatoren hierbij vermeld.
Vanwege de specifieke aanpak van het veiligheidsbeleid en GSB-rijksdoelstellingen is het
thema veiligheid in hoofdstuk ook nader uitgewerkt.
Tot slot is per prioriteit aangegeven welke strategie zal worden gevolgd en welke partners we
onderscheiden in het proces om de resultaten te realiseren.
Hoofdstuk 3 beschrijft hoe we ons realisatievermogen kunnen versterken door het beter
benutten van onze partners (de krachten) in onze stad.
Hoofdstuk 4 bevat de financiële paragraaf waarbij per BDU: sociaal, integratie en veiligheid;
fysiek; en economie is weergeven hoe we de GSB-middelen van het Rijk gaan inzetten op de
prioriteiten.
Deel B (prioriteiten sluiten aan bij GSB-kader) bevat een uitwerking van de 39 outputindicatoren
op de GSB outputdoelstelling.
4
De kracht van Zwolle
1. De kop op het Mop
1.1 INLEIDING
z
wolle is een stad met een aantal bijzondere en waardevolle potenties. De prachtige
historische binnenstad. De vanouds strategische geografische ligging. De daarmee
verbonden evenwichtig opgebouwde en goed ontwikkelde economie. Het aantrekkelijke groene
buitengebied rondom Zwolle. De verzorgingsfunctie voor de wijde regio van tussen een half en
1 miljoen mensen. Daarbij zijn van belang de diensteneconomie, het onderwijs en de
gezondheidszorg. Dit alles heeft meegebracht dat Zwolle een goede uitgangspositie heeft.
Over het algemeen is Zwolle een stad waar het prettig wonen, werken en recreëren is.
Door de regionale centrumfunctie, mede onder invloed van rijks- en provinciaal beleid, heeft
Zwolle de afgelopen jaren een schaalsprong gemaakt. Dit heeft een grote druk meegebracht.
Om de stad in de balans te houden die inwoners en regio verwachten van Zwolle, kan niet
worden volstaan met uitbreiden en groot onderhoud. Van Zwolle wordt meer verwacht en dat is
ook de ambitie van het stadsbestuur. Er staan vele plannen aan de vooravond van uitvoering of
ze zijn in ontwikkeling zoals: ontwikkelingsprogramma Binnenstad, Grote Podium
Accommodatie (GPA), Kamperpoort (en Ijsselhallen), Schaepmanterrein, FC Zwolle stadion,
VMBO, Isala klinieken, Voorsterpoort en Hessenpoort, Stadshagen I en II, Park de
Weezenlanden, bereikbaarheid (Ceintuurbaan, Hoofdinfrastructuur Stadshagen, Hanzelijn) .
De stad is gegroeid en om die groei bij te houden (balans) zullen forse investeringen moeten
plaatsvinden. Maar er moeten ook prioriteiten worden gesteld in de bestaande stad en in zijn
relaties naar de regio en de landsdelen samen met provincie en rijk. Dat betreft dan het totale
pallet van de fysieke, sociale, economische en culturele structuur.
De inwoners van Zwolle zijn positief over hun stad (Verwey-jonker rapport, 2003). Zwollenaren
koesteren hun stad en zijn bereid zich als vrijwilliger in te zetten. Het wijkgevoel wordt
nadrukkelijk ervaren. De binnenstad is er voor het vertier (winkelen, horeca, cultuur,
evenementen), maar het dagelijkse leven speelt zich in de wijken af, waar we boodschappen
doen, samenhang vinden, elkaar ontmoeten en terecht kunnen voor primaire voorzieningen. De
mooie binnenstad, de rust, ruimte en het groen in de stad, de voorzieningen (o.a. onderwijs en
zorg), de goede werkgelegenheid, het aantrekkelijke buitengebied met de
recreatiemogelijkheden in de omgeving, de centrale ligging zowel ten opzichte van het Noorden
als de Randstad, de goede verbindingen per spoor en weg en dat alles op een overzichtelijke
schaal, maken van Zwolle een prettige stad om te wonen. De uitdaging is om de genoemde
kwalificaties vast te houden in relatie tot groei van de stad de komende jaren.
Onderwijs (ROC, Windesheim/VU), gezondheidszorg (Issala klinieken), welzijn ontwikkelden
zich de afgelopen jaren fors. De opvang van deze groei is binnen de bestaande stad via
vrijkomende ruimte, uitbreiding bestaande locaties en stadsreconstructie tot stand gekomen. Na
deze periode van de opvang van de groei is er nu vraag naar reallocatie van de voorzieningen
en van consolidatie. Dit wordt mede ingegeven door de schaalvergroting in de onderwijssfeer
via samenwerking en fusies en de ketenbenadering in de welzijnssector en de
gezondheidssector. Deze reallocatie vraagt de komende jaren forse investeringen in nieuwe
meer geconcentreerde locaties en de daarbij behorende infrastructuur en openbaar gebied.
(Deltion, Landstede, Windesheim, VMBO, Isala, zorgboulevard e.d.)
1
De kracht van Zwolle
Zwolle vormt de economische motor van de regio (regionale werkgelegenheidsfunctie) en deze
motor heeft het de afgelopen jaren goed gedaan. Door de ligging en positie in het nationale
vervoersnetwerk vervult de stad een scharnierfunctie tussen West- en Noordoost-Nederland.
De grote nationale transportassen kruisen elkaar hier: de Ijssel als noord-zuid vaarroute, de
A28 en A50, de railverbindingen tussen de Randstad, Noord-Nederland en het noorden van
Duitsland, waaronder de (nog aan te leggen) Hanzelijn, en tussen Zuid- en Noord-Nederland.
De combinatie met een uitstekend woonklimaat en goed gepositioneerde bedrijventerreinen
heeft de afgelopen jaren gezorgd voor een ongekende economische dynamiek. Zwolle is één
van de economisch meest vitale centrumsteden van Nederland (2 e plaats na Den Boschbureau Louter 2003).
Deze dynamiek heeft er toe geleid dat Zwolle fors heeft geïnvesteerd de ontwikkeling van
Hessenpoort voor m.n. grotere kavels. Het areaal uitgeefbare terreinen voor kleinere kavels is
op een punt gekomen dat er in de komende MOP periode, bij een oplevende economie, snel
voor een nieuwe lokatie gekozen moet worden omdat er anders een knelpunt gaat ontstaan die
ongewenst is. Ook is door de toegenomen economische dynamiek de belasting op ons
wegennet groot geworden. In een aantal gevallen leidend tot stagnatie.
Een gebrek aan oude gebouwen, regelgeving van de gemeentelijk overheid en onvoldoende
aandacht heeft ertoe geleid dat stadseconomie een onderbelicht issue is. Zowel in de
nieuwbouw Stadshagen als bij stadsreconstructie is er nauwelijks aandacht geweest voor een
diversiteit van behoefte aan werkplekken.
Het culturele leven van Zwolle heeft een sterke impuls gekregen door diverse initiatieven uit de
samenleving. Knelpunt is de achterblijvende infrastructuur en het gebrek aan geschikte
accommodaties, zowel voor de grootschalige podiumkunst, galeries e.d. als voor startende
kunstenaars. De beperkte aandacht van het rijk voor deze belangrijke regiofunctie noopt tot
gezamenlijk optreden van provincie en gemeente om een deel van de achterstand weg in te
halen.
Zwolle is een jonge stad, de opleidingsinstituten trekken vele jongeren, die naast studeren
willen uitgaan, wonen, bijverdienen en later willen werken, een bedrijfje willen starten etc. De
vitaliteit van de stad is erbij gebaat deze jongeren te binden. Dat heeft gevolgen voor
huisvesting, uitgaansmogelijkheden en werk. De stad heeft weinig mogelijkheden via oudere
gebouwen ruimte te bieden aan initiatieven vanuit de jeugd, die mans genoeg is zelf te bepalen
wat ze wil.
De groei heeft ook zijn effecten op duurzaamheid en leefbaarheid. Het drukkere gebruik van de
openbare ruimte, of het nu de binnenstad is of de wegen, heeft effect op hinder (geluid, lucht
en sociaal) en veiligheid (verkeer en geweld). Dit vraagt om investeren in verkeersmaatregelen,
aanpassen infrastructuur, inrichting openbaar gebied (w.o. parken), maar ook in de sociale
structuur en veiligheidsprogramma´s. Speciaal aandachtspunt is de zorg voor de specifieke
doelgroepen die manifest aanwezig kunnen zijn in het straatbeeld van verslaafden, mensen met
psychische en sociale problemen en in combinatie dak- en thuisloos zijn. Deze grote
stadsproblematiek vraagt om stevige maatregelen gericht op hulp en regulering, een balans
tussen persoonlijk en publiek belang, waarbij Zwolle ook een regiefunctie vervult.
De kwaliteit van wonen, werken en leven in Zwolle wordt in hoge mate medebepaald door het
niveau van veiligheid. Veiligheid geldt in Zwolle als basisvoorziening: voor ontwikkeling,
welbevinden en omgang. Het tegengaan van (jeugd)criminaliteit door bijvoorbeeld veelplegers,
van overlast door probleemjongeren en dak- en thuislozen, van onveiligheidbeleving bij de
2
De kracht van Zwolle
Zwolse burger en het verkleinen van de kans op onveiligheid door ongelukken staan daarbij
voorop. Het jaarlijkse Veiligheidsbeeld geeft aan hoe onze stad ervoor staat: Zwolle doet het in
vergelijking met andere steden niet slecht als het gaat om veiligheid. Dat willen we zo houden.
Een goede veiligheidsbeleving in alle Zwolse wijken maar ook bij de bezoekers van onze stad,
inzet op de Binnenstad samen met politie en de ondernemers, en ieders bijdrage aan nauwe
samenwerking bij problemen en risico’s staan daarbij voorop. Voorkomen is beter dan genezen.
De groei van de voorzieningen, werk en wonen heeft ook zijn gevolgen voor het bestaande
wegennet (m.n. ceintuurbaan en A28). De bereikbaarheid van Zwolle voor de regio en de
bereikbaarheid van de binnenstad staan onder druk. De komende jaren moet fors geïnvesteerd
worden om de bereikbaarheid voor zowel regio als eigen inwoners op peil te houden.
Toekomst
Het is voor de stad en de regio van belang dat gezamenlijk de regionale centrumpositie die in
de afgelopen jaren is opgebouwd, versterkt wordt. Zwolle wil de komende periode de regionale
opvangfunctie blijven vervullen. In samenwerking met de provincie ontwikkelt Zwolle zich met
netwerkstadpartner Kampen tot een veelzijdig regionaal en landsdelig centrum voor Noord en
Oost Nederland. Dit betekent een fors ontwikkelingprogramma voor zowel wonen, werken en
voorzieningen.
Maar de bestaande kwaliteiten van Zwolle zijn ook groot. Er is een grote potentie. Zwolle wil de
komende jaren ook gaan investeren in het beter ´vermarkten´ van die kwaliteiten via
stadsmarketing, toerisme en promotie.
Zwolle kiest daarbij voor de groei van binnen uit, het investeren in de bestaande stad en voor
de uitleg. Zowel het draagvlak van de bestaande stad, de omvang van het programma en de
aard van de vraag noopt tot deze dubbele strategie. De uitleg zal mede de investeringen in de
bestaande stad en met name de binnenstad moeten betalen. Dat betekent een dubbele
opgave: namelijk enerzijds een forse inbreidingsopgave met gezien de problematiek een lange
doorlooptijd en anderzijds een uitbreidingsopgave waar na Stadshagen en Hessenpoort en De
Marslanden nieuwe ruimte gevonden moet worden.
Hoewel niet nieuw geven de plattelandsontwikkeling en het waterbeleid nieuwe mogelijkheden
om stad en land te verbinden en tot meerwaarde te komen. Deze mogelijkheden gaan we
uitnutten.
3
De kracht van Zwolle
1.2 SWOT ANALYSE
Op basis van een aantal beleidsvisies, de identiteitsstudie Verwey-Jonker – Moment, opname
voor een stadsfoto- en de conclusies van het stadsdebat (`Uitgesproken`) is er een SWOTanalyse gemaakt die is besproken en aangescherpt in een 3-tal (afzonderlijke) sessies met
gemeenteraad, college van B&W en directieteam/e-managers. In deze paragraaf wordt de
SWOT-analyse beknopt weergegeven, op basis waarvan keuzes zijn gemaakt en de
prioriteiten voor de komende 5 jaren zijn beschreven.
De welvaart en ontplooiingskansen van Zwolle
Wat opvalt is de sterke sociaal-economische positie van Zwolle, met name door haar gunstige
ligging, in vergelijking met andere steden. De economische vitaliteit van Zwolle is zeer hoog te
noemen. Het percentage lage inkomens ligt ruim onder het gemiddelde van de 40 steden
(Nyfer). De werkloosheid is aan het stijgen maar nog relatief laag te noemen, de
werkgelegenheidsgroei zal naar verwachting enigszins gaan afvlakken. Ondanks de
aanwezigheid van grote aantallen MBO- en HBO-studenten slaagt Zwolle er niet in een
aantrekkelijk klimaat voor jongeren te creëren. Het ontbreekt aan een dynamisch, energiek en
creatief klimaat, is de klacht van velen. Ook het cultureel klimaat is onder het gewenste niveau.
Wellicht wordt dit mede veroorzaakt door het ontbreken van beeldbepalende voortrekkende
partners en individuen in de stad. De binding tussen bedrijfsleven, onderwijs en overheid is ook
niet sterk ontwikkeld. Dit terwijl de ontwikkelingen positief en kansrijk zijn in het onderwijs
(Zwols model en Windesheim) en de gezondheidszorg (Isala). De groei in dienstverlening
(kantorennetwerk en grootschalige bedrijvigheid) is kansrijk. Evenals de mogelijkheden in het
toerisme; met name het winkel- en horecapotentieel van de binnenstad, evenementen en het
aantrekkelijke historische karakter van de stad..
Ondanks de beoordeling dat Zwolle een knikkerpotje is waar welhaast vanzelf de knikkers naar
toe komen rollen, vragen de bestuurders, managers en inwoners van Zwolle om meer alertheid
op de ontwikkelingen om Zwolle heen. Daarbij is het van belang onderwijs en gezondheidszorg
meer vanuit economische principes te benaderen. Meer samenwerking te realiseren tussen
instellingen in de zorg en onderwijs. Beter te plannen met het benutten van voorzieningen in de
stad. En ook, het zo noodzakelijke netwerk van instituties beter onderhouden. Op lokaal, maar
ook op provinciaal en nationaal niveau. Jongeren zijn van levensbelang voor de stad. We
moeten de aantrekkingskracht vergroten in de keten studeren – wonen – werken.
Marktpositie
De sterke punten van Zwolle zijn logistiek, zakelijke dienstverlening, onderwijs, zorg, openbaar
bestuur en detailhandel. Zwolle heeft een sterk MKB. Over het algemeen kan worden gesteld
dat het vestigingsklimaat in Zwolle goed is.
Zwakke punten zijn het startersklimaat, op termijn de beschikbaarheid van kleinere kavels, ICTinfrastructuur, onvoldoende aantrekkingskracht op hoofdkantoren van bedrijven. Zwolle is nu
nog teveel een filialenstad. Kansrijke ontwikkelingen liggen rond de Hanzelijn, doorgaande,
opgaande (maar wel afvlakkende) lijn werkgelegenheidsgroei, de binnenstad als koop- en
toeristisch centrum, de toenemende concentratie van onderwijs, zorg en dienstverlening.
Zwolle moet de komende jaren werken aan een meer onderscheidend uniek profiel, alsmede
het ondernemend en innovatief vermogen. Nogmaals, het weglekken van goed opgeleide
studenten is hier, voor wat betreft het laatste punt debet aan. Er zijn onvoldoende
onderscheidende voorzieningen in de binnenstad (winkels, vrije tijd, cultureel,
overnachtingaccommodatie) aanwezig om het toeristisch potentieel van Zwolle goed te
benutten.
4
De kracht van Zwolle
Om de bestaande sterke positie vast te houden zal Zwolle goed moeten inspelen op externe
ontwikkelingen: verschuivingen in de internationale concurrentieverhoudingen en ICT bedreigen
de geografisch-economische sterke positie. Dus aandacht voor strategie en prioriteitsstelling.
Ondanks de benuttingsmaatregelen op de A-28 is kans op congestie in en rondom de stad
levensgroot aanwezig.
Ondanks het feit dat de marktpositie van Zwolle in positieve zin doorslaat, zijn de volgende
noties genoemd in de SWOT-analyse: Meer prioriteren; meer integraliteit in beleid; alert
reageren op omgeving (ook acquistie), houdt de stad bereikbaar, toeristische
organisatiestructuur is voor verbetering vatbaar. Creëer meer netwerken om de samenwerking
te optimaliseren (organisatie, bestuur, externen). Nut de stad uit! Ontwikkel het instrument
citymarketing en stadsmarketing samen met de Zwolse ondernemers.
Omgevingskwaliteit
De kracht van Zwolle is de prachtig historische binnenstad, de aanwezigheid van het water
(Ijssel, Vecht, grachten, Zwarte Water) de soepele overgang van stad naar het gevarieerde
buitengebied, die veel recreatieve/toeristische mogelijkheden biedt.
Focussen we in op m.n. ontwikkelingen op het gebied van wonen, dan kan worden gezegd dat
Zwolle op dat gebied onvoldoende bijdraagt aan het behoud van een goede uitgangspositie
voor de omgevingskwaliteit: Te weinig onderscheidende aantrekkelijke nieuwbouw; een tekort
aan echt centrum-stedelijke woningen (dichtbij stedelijke voorzieningen). Tot slot zijn de fysieke
verbindingen van binnenstad – buitenwijken sociaal onveilig.
Als bedreigend wordt ervaren: het dichtslibben van de belangrijke doorstroomwegen, verlies
aantrekkelijke woonpositie door teveel eentonigheid en middelmaat. Ook de dreigende
verloedering van het buitengebied is een punt van zorg.
Als kansrijk wordt gezien een onderscheidend woningbouwprogramma, nieuw imago en nieuwe
(leisure) voorzieningen. Ook de ontwikkeling van de netwerkstad (met Kampen) biedt m.n.
mogelijkheden door het sterker positioneren met het element water. De binnenstad als aanjager
van ontwikkelingen.
Zaken die Zwolle nu al goed oppakt (en behouden moeten worden) zijn: beheer en onderhoud
en herstelprogramma’s versterken nu al veel van de cultuurhistorische en groene kenmerken
van Zwolle. Ontwikkelingen netwerkstad Zwolle-Kampen, dit biedt (beperkte) mogelijkheden om
groei optimaal te accommoderen (woningen, bedrijventerreinen, toerisme).
Inbreidingsmogelijkheden worden benut. De veiligheidprogramma’s in de wijken zijn integraal,
doordacht en tonen betrokkenheid van de de burgers.
Waar we werk van moeten maken: krachtige aanpak van inbreiding; dat moeten we echt goed
gaan organiseren. De spanning met de groene vingerstructuur is evident. Daarom ook kiezen
voor hoogte. Hiermee moeten we een slag maken om vooral de zgn. verloedering van ons
buitengebied te voorkomen. De groene infrastructuur is minstens zo belangrijk in de stad en
omgeving. Ondanks de enigszins afnemende middelen voor beheer en onderhoud toch zorg
dragen voor handhaven en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit. Snelheid in ontwikkeling
voorzieningen nastreven. Bestemmingsplannen actueel maken. Ontwikkelingsvisie
buitengebied maken. Aandacht voor achterstand in wegenonderhoud en groenbeheer.
Veiligheid verankeren in beleid.
Leefklimaat
Wanneer we het leefklimaat van Zwolle beschouwen valt vooral de goede balans op tussen
enerzijds de kwaliteit van de stad (goede voorzieningen, sociale binding), terwijl van een echt
grootstedelijke problematiek geen sprake is. Zwolle wordt ervaren als een goede woonstad:
groen, rustig en veilig met een relatief jonge bevolkingsopbouw. Zwolle wordt op die manier
5
De kracht van Zwolle
gewaardeerd, anderzijds geldt Zwolle ook als een ‘brave’ stad: weinig multiculturele dynamiek,
tot basisniveau beperkt cultureel klimaat, weinig voeling met nieuwe jongerencultuur, introvert.
Daarmee is Zwolle, en het is al eerder gezegd, een weinig aantrekkelijke stad voor mensen
(jongeren) die wat meer dynamiek verwachten van een stedelijke omgeving. De sociale balans
in de oude stadswijken is nog een punt van zorg, ondanks inmiddels ingezette acties. De
mogelijkheid is aanwezig dat indien Zwolle niet bijstuurt in het huidige beeld van ´brave stad´,
dit alleen nog maar sterker zal worden, mede door de toenemende vergrijzing. De groei van de
stad moet worden benut om meer voorzieningen voor inwoners te realiseren die bijdragen aan
een meer dynamisch karakter. Met name het bestuur en raad hebben het gevoel dat de
overheid de inwoners en partners meer verantwoordelijkheid voor het leefklimaat moet geven.
Dat is nu onvoldoende ontwikkeld. Er wordt teveel geleund op het oplossend vermogen van de
lokale overheid. De burger zou meer moeten optreden als producent van haar eigen welzijn.
Het wijkgericht (o.a. Holterbroek) werken moet dan ook meer die kant op, het zelforganiserend
vermogen versterken. Het sociaal beleid mag ook meer integraal worden opgepakt. De
overheid moet zorgen dat ondanks afnemende financiële middelen toch voldoende faciliteiten
worden geboden voor veiligheidsbeleving, zorg en welzijn, middels samenhang, allocatie en
bereikbaarheid. Daarbij gebruik maken van partners. Het evenementenbeleid is een belangrijk
verbeterpunt voor de komende tijd. Nu komt dat nog onvoldoende uit de verf.
6
De kracht van Zwolle
1.3. DE UITKOMSTEN VERTAALD NAAR PRIORITEITEN
Zoals hierboven is weergegeven heeft het college van B&W samen met raad en management
mede op basis van noties van de Zwolse bevolking gedebatteerd over de staat van de stad en
de toekomst van Zwolle. En heeft daarbij uiteindelijk haar prioriteiten bepaald.
Omdat we niet alles tegelijk kunnen doen. Omdat we van mening zijn dat prioriteren beter is
dan uitsmeren, zijn er 6 prioriteiten gedefinieerd. Maar er is ook afgesproken dat de thema’s
bereikbaarheid en veiligheid in Zwolle van dermate belang zijn dat ze expliciet worden
geïntegreerd binnen de 6 prioriteiten.
Iedereen doet mee
Burgers moeten meer verantwoordelijkheid nemen en krijgen voor hun eigen welzijn en
leefklimaat. De overheid moet daarbij uit de rol dat ze alles wel regelt voor de burgers. We
moeten toe naar een situatie waarbij we de verantwoordelijkheid daar leggen waar die werkelijk
het zwaarst telt.
Het betrekken van burgers is prioriteit binnen het sociale domein. We willen de participatie en
het zelfoplossend vermogen van burgers vergroten. Met als adagium: ”De burger is producent
van zijn eigen welzijn”. Belangrijk hierbij is dat we daadwerkelijk komen tot meer sociale
samenhang in buurten en wijken. Randvoorwaarde hierbij is dat het sociale beleid zichtbaar,
integraal en wijkgericht wordt vormgegeven. Streven is een flexibele inzet van voorzieningen in
de wijken. Voorzieningen dienen zo dicht mogelijk bij de burger te worden gebracht. Zodat ook
de betrokkenheid wordt vergroot en het vrijwilligersbeleid een stevige voet aan de grond krijgt.
De Zwolse overheid zal zich de komende jaren moeten heroriënteren op haar regierol.
Uitgangspunt daarbij is de kaderstellende overheid.
Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst
Als we een bruisende en levendige stad willen zijn moeten we de jongeren letterlijk en
figuurlijke meer ruimte geven. Zwolle moet voor jongeren een aantrekkelijke stad zijn. Om te
wonen, te studeren, te werken, en om te ontspannen. Belangrijk is jongeren blijvend aan de
stad te binden. Daarmee creëren we toekomst voor de stad, maar ook nieuwe impulsen die
Zwolle lef en dynamiek oplevert.
Zwolle is stad met relatief veel jongeren. Maar het lijkt of de 40-50 jarigen de toon zetten.
Daarom vormen jongeren een specifiek aandachtspunt. In de eerste plaats door daar de juiste
randvoorwaarden voor te realiseren. Er moet een voldoende en gevarieerd aanbod gecreëerd
worden. Op het gebied van (jongeren)huisvesting, werkgelegenheid en met name op recreatief
en cultureel gebied. Daarnaast moeten jongeren ook meer geactiveerd worden om hun eigen
omstandigheden te verbeteren.
Beleef de binnenstad!
Uit alles is gebleken dat de binnenstad van Zwolle niet alleen voor onze eigen bewoners maar
ook voor de regio een grote betekenis en potentie heeft. Uit de SWOT is gebleken dat daar een
belangrijke kracht van Zwolle ligt, maar ook een forse ontwikkelopgave. Daarom kiezen we in
de eerste plaats voor een (verdere) ontwikkeling van de binnenstad. De historische binnenstad
heeft van oudsher meerdere functies: er wordt gewoond, gewinkeld, gewerkt en gerecreëerd en
het is ook onze ontmoetingsplaats. Om deze centrumfunctie(s) te kunnen blijven vervullen,
moet de binnenstad het bruisende en aantrekkelijke hart zijn van Zwolle. Om hier op in te
spelen willen we de binnenstad verder tot bloei brengen door de kwaliteit van het winkel- en
horeca aanbod te verbeteren, centrumstedelijke woonmilieus te ontwikkelen, het versterken en
differentiëren van het recreatief en cultureel aanbod en het meer benutten van het toeristisch
7
De kracht van Zwolle
potentieel. Tegelijkertijd willen we houden wat we hebben: de historische gebouwen, een goede
bereikbaarheid per auto, fiets en openbaar vervoer, rustige pleinen en een veilige omgeving.
Zwolle, economische schakel tussen de Randstad en Noord-Oost Nederland
Zwolle heeft, zoals gezegd, een goed ontwikkelde en brede productiestructuur met een
belangrijke werkgelegenheidsfunctie voor de regio. Onze strategische ligging is daarbij van
groot belang. Willen we die lijn en functie vasthouden dan zullen we moeten blijven investeren
in de toekomst. Zeker nu de werkloosheid ook in Zwolle weer oploopt. Daarom moet er
voldoende ruimte voor bedrijvigheid zijn, goede bereikbaarheid, een goed opgeleid
arbeidspotentieel en een aantrekkelijk woonklimaat. Ook zullen we de lokale (kennis)economie
bevorderen en faciliteren. Door het creëren van een nog beter vestigingsklimaat voor
ondernemers, het verder ontwikkelen van netwerken en door een goede aansluiting te
stimuleren tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. Hierbij wordt meer dan voorheen gebruik
gemaakt van de aanwezigheid van de in Zwolle gevestigde kennisinstellingen. Het dynamiseren
van de (kennis)economie vraagt om creativiteit en daadkracht. En het geven van de juiste
impulsen, gericht op het mobiliseren van een (kennis)economische voorhoede en het creëren
van ruimte voor starters en broedplaatsen. Zodat over Zwolle gesproken wordt als kennis- en
dienstenstad en het voor ondernemers aantrekkelijk wordt om zich te vestigen.
Wonen in en om de stad
Uit de SWOT analyse en het stadsdebat is gebleken dat groei (verstedelijkingsopgave) nodig is,
maar dat we meer in de bestaande (compacte) stad moeten investeren en de belasting van het
zo gewaardeerde buitengebied zo beperkt mogelijk moeten houden. Dit betekent dat we
efficiënt en creatief zullen moeten omgaan met de ruimte die er is. En een goed evenwicht
moeten zien te vinden tussen woonfuncties, bedrijvigheid, mobiliteit, groene infrastructuur en
voorzieningen, inbreiden en uitbreiden. Zwolle zal de komende jaren serieus werk gaan maken
van fysieke investeringen in de bestaande stad waarbij ook over de huidige structuren zal
gediscussieerd.
Tegelijkertijd willen we ervoor zorgen dat de grootstedelijke problemen wegblijven en dat
segregatie wordt voorkomen. Fysieke groei zal daarom in de pas moeten lopen met behoud en
versterking van sociale cohesie. Meer aandacht voor verstedelijking in de bestaande stad, hoog
voorzieningenniveau en leefbaarheid zijn hierbij sleutelbegrippen.
Overigens kan Zwolle dit niet alleen. Het stedelijke woningbouwprogramma zal onder regie van
de stad in samenwerking met partners (corporaties, ontwikkelaars, regio) worden uitgevoerd.
Zwolle cultureel
Zwolle heeft een grote culturele en toeristische potentie en daarmee ook een economische
potentie. Die potentie komt voort uit de kwaliteiten van de historische binnenstad, de ligging in
de IJsseldelta, nabij Vecht en Zwarte Water, de groene parken en singels. De vele
kunstenopleidingen die in de stad aanwezig zijn of zeer binnenkort zullen volgen, de regionale
en soms zelfs landelijke functie op het terrein van horeca, evenementen en cultuur. Deze
potentie wordt door vriend en vijand onderschreven, maar zoals al uit het rapport van het
Verweij-Jonkerinstituut bleek en uit de uitkomsten van het Stadsdebat, wordt zij nog lang niet
ten volle uitgenut. Als Zwolle groeit gaat het om meer dan inwoners en bedrijven alleen. Juist
ook daarom rept de SWOT-analyse van het beter benutten van de culturele en toeristische
potentie. In deze tijd met grote financiële problemen en het om die reden moeten maken van
keuzen ligt het bijna voor de hand, de ambities op dit onderwerp wat in de koelkast te zetten.
Dat trekt echter een zware wissel op meer dan alleen maar de culturele ambities. Juist ook de
wensen ten aanzien van de binnenstad en de economische pijler zijn gebaat bij een verdere
8
De kracht van Zwolle
ontwikkeling van het culturele profiel en het evenementenbeleid. Verschraling of stilstand op
cultureel en toeristisch terrein zal men steeds blijven voelen. Want Zwolle is een aantrekkelijke
stad, waar bewoners ook dicht bij huis goed bediend moeten worden met spannend, maar ook
het huis-tuin en keuken vermaak. De wens om Zwolle meer in de kijker te spelen en een weinig
spannend imago af te schudden leeft terecht breed.
9
De kracht van Zwolle
2.Focus op zes prioriteiten
Inleiding
U
it de SWOT-analyse komt een zestal onderwerpen naar voren waarvoor het nodig is dat
we de aanwezige potenties gaan benutten, teneinde onze missie waar te maken. We
hechten eraan om een sterke focus aan te brengen op deze zes prioriteiten om te voorkomen
dat de initiatieven verwateren.
De zes prioriteiten zijn:
1. Iedereen doet mee
2. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst
3. Beleef de binnenstad
4. Zwolle, economische schakel tussen Randstad en Noord-Oost Nederland
5. Wonen in en om de stad
6. Zwolle cultureel
Overigens beschouwen we bereikbaarheid en veiligheid eveneens als belangrijke thema’s die
aandacht vragen. Deze zijn op onderdelen in de bovenstaande zes verwerkt. Het thema
veiligheid is heeft bovendien nog een aparte paragraaf mede in het licht van de GSB-afspraken
met het Rijk.
De prioriteiten worden zo veel mogelijk als volgt beschreven:
1. Probleemschets op basis van SWOT en de reikwijdte van de prioriteit
2. Doelstellingen (abstract geformuleerd)
3. Vertaling naar de begrotingsprogramma´s
4. Formuleren van meetbare prestaties (SMART)
5. Strategie 2005-2009
6. Welke partners doen mee
10
De kracht van Zwolle
2.2 IEDEREEN DOET MEE
´Burgers producent van hun eigen welzijn´
2.2.1 PROBLEEMSCHETS
´Het sociale beleid, het sociale profiel van de gemeente Zwolle´: een zin die veel gebruikt wordt,
maar waarbij verschillende beelden gehanteerd worden. Hieronder een greep uit de termen en
uitspraken die in de afgelopen jaren zijn gedaan.
Het college akkoord uit 2002: ´We zetten in op het versterken van de sociale pijler.´
Een uitgangspunt voor herijking II: ´Het sociale beleid mag niet verder worden aangetast dan bij
de eerste herijkingoperatie van deze collegeperiode is gebeurd.´ Nog een uitspraak uit herijking
I: ´We gaan de komende jaren het profijtbeginsel toepassen.´
Tijdens het stadsdebat vormden uitspraken als ´vasthouden aan de sociale cohesie in Zwolle´,
´de groei van Zwolle moet gelijke tred houden met het sociale profiel van Zwolle´ belangrijke
ingrediënten.
Uit de SWOT analyse blijkt dat Zwolle redelijk goed scoort op de terreinen leefbaarheid,
omgevingskwaliteit, sociale samenhang en kwaliteit van wonen. Daarnaast lijkt het met de
grootstedelijke problematiek in Zwolle over het algemeen mee te vallen, al scoort Zwolle ten
opzichte van andere grote steden volgens de Atlas van gemeenten niet goed op bijvoorbeeld
typisch grootstedelijke problemen als geweldsdelicten, vernielingen en onveiligheidsgevoelens
in de buurt.
In stadsdebat en SWOT wordt de betrokkenheid van de stad geroemd, even als het ´dorpse´
karakter van Zwolle. Uit het stadsdebat bleek overigens dat Zwollenaren deze kwaliteiten graag
willen behouden. In de dimensie realisatievermogen blijkt echter dat wij vinden dat er sprake is
van te weinig eigen oplossend vermogen in de stad, te weinig eigen verantwoordelijkheid voor
het leefklimaat en het sociale beleid is te weinig integraal. Er is vooral sprake van veel
projecten, deels ontstaan in de vorige GSB periode. We doen van alles een beetje en er
ontbreekt een integrale visie. Ten slotte zijn we vooral aanbodgericht. Dit alles wordt op dit
moment ook nog eens geplaatst in een situatie waarin sprake is van economische
laagconjunctuur, de sociale gevolgen van de nieuwe Wet Werk en Bijstand en het sociale
perspectief van de komende Wet Maatschappelijke Ondersteuning.
2.2.2 MAATSCHAPPELIJKE EFFECTEN / DOELSTELLINGEN
Procesdoelstellingen:

Definiëring en invulling van de term sociaal beleid, hetgeen leidt tot een heldere, duurzame

Een heldere prioriteitstelling in programma´s, vertaald naar projecten en producten die een

Een toetsingskader voor sociaal beleid dat te hanteren is bij de groei en ontwikkeling van
en discriminerende visie op sociaal beleid.
bijdrage leveren aan onze doelstellingen.
Zwolle.
11
De kracht van Zwolle
Inhoudelijke doelstellingen:

Het verminderen van het beroep van inwoners van Zwolle op ondersteuning door de
gemeente Zwolle en het bevorderen van hun zelfredzaamheid door:
a.
Het realiseren van de basisvoorzieningen als uitgangspunt te nemen en voor
het overige te streven naar flexibiliteit van voorzieningen in wijken, gebaseerd
op kennis van een wijk en de behoefte van een wijk en de noodzakelijkheid
van de voorziening.
b.
Daarbij vooral in te zetten op preventie en signalering van kwetsbare groepen
om te voorkomen dat zij een beroep doen op ondersteuning en zorg.
c.
Het uitgangspunt te hanteren dat het zelfoplossend vermogen en de kracht
van inwoners van Zwolle aanwezig is dan wel versterkt wordt de komende vijf
jaar.
Een heldere visie op sociaal beleid begint met de vooronderstelling dat niet alles wat wij in het
verleden in ´de sociale pijler´ hebben gerangschikt tot ons sociale beleid behoort. Dit klinkt
procedureel, maar heeft in belangrijke mate een inhoudelijke achtergrond. Sociaal beleid richt
zich primair op het versterken van de stad. Hoe minder een beroep op de (lokale) overheid
hoeft te worden gedaan omdat mensen zich zelf niet redden, hoe sterker het sociale beleid is.
Uit het stadsdebat blijkt dat veel mensen in Zwolle zichzelf prima kunnen redden. Ze hebben
een huis, een baan, financiële middelen en voldoende perspectief voor de toekomst. Het
versterken van deze kracht in de stad betekent dat basisrandvoorwaarden zoals een baan, een
huis en voldoende inkomen ingevuld moeten zijn. Wij willen daar in ons sociale beleid ook van
uitgaan en de eigen kracht van mensen, bijvoorbeeld in de wijken, verder versterken. Voor deze
grote groep mensen in Zwolle geldt dat als de basisrandvoorwaarden en voorzieningen op orde
zijn er niet of nauwelijks een beroep op ons wordt gedaan. Voor mensen die of geen baan,
geen huisvesting, onvoldoende financiële middelen of onvoldoende perspectief voor de
toekomst hebben of waarbij al die voorwaarden ontbreken, geldt dat zij zichzelf vaak niet
kunnen redden en onze hulp nodig hebben.
Op basis van quick scans van wijken maken we inzichtelijk welke voorzieningen verder nodig
zijn om te kunnen voldoen aan de betekenis van een sociaal sterke stad. Dit hoeft niet altijd te
betekenen dat alle voorzieningen in dezelfde mate in alle wijken aanwezig zijn. Ook kan dit in
de loop van de tijd, bijvoorbeeld als gevolg van de zich wijzigende bevolkingssamenstelling in
een wijk, veranderen. Enige flexibiliteit in het aanbod van voorzieningen is nodig en wenselijk.
De quick scans hebben betrekking op de stad zoals hij nu is, maar we groeien de komende
jaren verder. Juist bij het bouwen van nieuwe wijken, het herstructureren in de bestaande stad
of de uit het stadsdebat gekomen wens om bebouwing vooral in de bestaande stad te
realiseren, moeten wij goed kijken naar de woondifferentiatie in een wijk of stadsdeel, de
voorzieningen die nodig zijn, de sociale veiligheid, de inrichting van het gebied, de verhuizing
binnen de stad als gevolg van nieuwbouw en de mate van grootschaligheid die mogelijk is of
kleinschaligheid die gewenst is, gelet op de sociale structuur van Zwolle. Pro-actie! Voorkomen
dat de nieuwbouw van nu de herstructurering over 20 jaar wordt.
Naast basisvoorzieningen in bestaande en nieuwe wijken vragen mensen in wijken ook andere
zaken van ons. Juist daarvoor geldt dat we de kracht van een wijk en haar inwoners zelf willen
versterken. Het principe: u vraagt en we kijken gezamenlijk wat u daar ook zelf aan kunt doen is
voor ons leidend.
Sociaal beleid in deze betekenis is dus bijvoorbeeld niet: zorgen voor een levendig cultureel
klimaat, goede winkelvoorzieningen in de binnenstad en het behoud van ons mooie
buitengebied. Vanuit andere ambities zoals de versterking van ons toeristisch profiel, de
12
De kracht van Zwolle
versterking van de topsport en de versterking van de binnenstad komt dit wel terug, maar we
rekenen het niet tot de uitgangspunten van ons sociaal beleid. Belangrijkste verschil is
misschien wel de rol die we moeten vervullen. Het primaat kan juist bij het versterken van
elementen zoals cultuur, sport, toerisme en binnenstad liggen bij partners in onze stad (en
daarbuiten). Wij kunnen dat partnerschap zoeken, stimuleren, maar wij alleen kunnen er niet
voor zorgen dat het ook gebeurt. Overigens betekent het ook voor bijvoorbeeld cultuur dat onze
basisvoorzieningen in de stad op orde moeten zijn. Daarin is onze verantwoordelijkheid groter.
Bij het sociaal beleid zoals hierboven omschreven ligt de rolverdeling anders. Mensen die echt
hulp nodig hebben, zijn vaak aangewezen op de overheid. Ook hier kunnen we partners
zoeken, maar deze partners maken vaak ook deel uit van de overheid of worden in stand
gehouden met overheidsmiddelen. Wel willen we in gesprek met partners in onze stad om vast
te stellen wat primair tot ons sociale beleid hoort, welke basisvoorzieningen daarvoor nodig zijn
en hoe het sociale beleid versterkt kan worden. Ook willen wij kijken wat deze partners veel
beter kunnen doen dan wij zelf. Uitgangspunt is dan dat de randvoorwaarden en het beleid op
hoofdlijnen worden vastgelegd, maar dat er in hoge mate vrijheid is voor partners bij het
concreet invullen van de uitvoering. Partners die we al kennen, maar misschien ook wel
partners die nieuw zijn in het sociale veld.
2.2.3 STRATEGIE 2005 -2009
Wij onderscheiden twee onderdelen bij het formuleren van doelstellingen. Voor elk van deze
onderdelen werken wij hieronder een strategie uit.
A. Het realiseren van de basisvoorzieningen als uitgangspunt te nemen en voor het
overige te streven naar flexibiliteit van voorzieningen in wijken, gebaseerd op kennis
van een wijk en de behoefte van een wijk en de noodzakelijkheid van de voorziening.
Voor een belangrijk deel richten de sociale basisvoorzieningen zich op preventie en
signalering van kwetsbare groepen om te voorkomen dat zij een beroep moeten
doen op ondersteuning en uiteindelijk (als sluitstuk) op ondersteuning voor mensen
die zichzelf (al dan niet tijdelijk) niet meer kunnen redden.
 Definiëring van basisvoorzieningen en ´kwetsbare groepen´. Wat heeft de stad in ieder
geval nodig en voor welke groepen inwoners?
 Quick scan voor de stad en per wijk. Welke basisvoorzieningen zijn er al, wat wordt nog
gevraagd en hoe kunnen we deze basisvoorzieningen realiseren? Zowel voor de stad
als geheel als per wijk.
 Welke voorzieningen worden verder per wijk gevraagd en hoe kunnen we daarop
inspelen?
 Hoe realiseren we flexibiliteit in het aanbod aan voorzieningen en scherpte in de vraag
naar voorzieningen?
 Grenzen van de ondersteunende taak bepalen.
 Sluitende aanpak voor kwetsbare groepen realiseren.
B. Het uitgangspunt te hanteren dat het zelfoplossend vermogen en de kracht van
inwoners van Zwolle aanwezig is dan wel versterkt wordt de komende vijf jaar.
 Hoe gaan we de kracht van de stad, in wijken, de komende vijf jaar versterken dan wel
continueren?
13
De kracht van Zwolle
2.2.4 UITWERKING
Op de verschillende sociale beleidsvelden kunnen basisvoorzieningen worden gedefinieerd. Die
beleidsvelden zijn: sport, onderwijs, maatschappelijke zorg, cultuur, welzijn en werk en
inkomen.
A. Basisvoorzieningen
Wij verstaan onder basisvoorzieningen het sociale voorzieningniveau dat een stad als Zwolle
met ruim 110.000 inwoners minimaal nodig heeft. We richten ons daarbij primair op
basisvoorzieningen waarvoor de gemeente (mede) verantwoordelijkheid draagt. Voor een deel
richten die basisvoorzieningen zich op alle inwoners (bijv. bibliotheekvoorziening,
jeugdgezondheidszorg, sportvoorziening) en voor een deel op inwoners die (tijdelijk)
ondersteuning nodig hebben (bijv. mensen in maatschappelijke opvang, voortijdig
schoolverlaters, een deel van de ouderen).
Sport
Sport is een bron van plezier en uitlaatklep voor veel burgers. Bovendien kan sport bijdragen
aan onderlinge ontmoeting en omgang van inwoners en aan hun welbevinden en gezondheid.
Wel is de plek van sport in de samenleving aan het veranderen. De binding aan en het
draagvlak van verenigingen neemt af, terwijl de vraag naar flexibele sportvoorzieningen
toeneemt. Dit uit zich onder meer in de afname van leden bij verenigingen, de opkomst van
commerciële sportscholen en de toenemende vraag naar sport- en bewegingsfaciliteiten in de
openbare ruimte (b.v. skatebanen- of ATB-routes, fiets- en wandelvoorzieningen, trap- en
basketbalveldjes).
Om inwoners van Zwolle, individueel en in verenigingsverband, in staat te stellen om te sporten
en te bewegen dient er voldoende ruimte (binnen en buiten) beschikbaar te zijn. Velden om op
te voetballen, routes om veilig te kunnen fietsen of skaten, zwemfaciliteiten, sport- en gymzalen
waarvan scholen, verenigingen én individuele burgers gebruik kunnen maken. Onze inzet op
het gebied van ruimtes voor sport en bewegen zullen wij formuleren in het kader van het
strategisch sportaccommodatiebeleid dat in 2005 zal worden vastgesteld. Daarbij zullen wij ons
ook rekenschap geven van de functie en spreiding van voorzieningen voor wijk en stad. Het
realiseren van een nieuwe zwemwatervoorziening en een nieuw stadion voor FC Zwolle staan
hoog op onze agenda.
In het gebruik van sportvoorzieningen én in het stimuleren van sport en bewegen speelt
Sportservice Zwolle vanaf 2005 een belangrijke rol. Daarbij willen wij zoveel mogelijk aansluiten
bij sportorganisaties en grote onderwijsinstellingen in Zwolle die actief zijn op het gebied van
sport. Sportservice zal die intermediaire rol ook gaan vervullen voor het breedtesportbeleid. Wij
zullen in 2006 op basis van een evaluatie van het programma breedtesport 2000-2005 een
nader besluit nemen over de voortzetting van breedtesportactiviteiten die in dit kader zijn
opgezet. Daarbij willen wij ons met name inzetten voor het stimuleren van sport en bewegen
door jeugd.
Onderwijs
Scholen zorgen voor adequaat onderwijs, waarmee kinderen en jongeren zo goed mogelijk
worden toegerust en overeenkomstig hun capaciteiten en talenten worden voorbereid op een
14
De kracht van Zwolle
plek in de samenleving. Ter ondersteuning van het onderwijs verzorgen wij drie belangrijke
basisvoorzieningen.
Wij dragen in de eerste plaats zorg voor adequate huisvesting van onderwijsvoorzieningen in de
stad, zowel voor primair als voor voortgezet onderwijs. De komende jaren willen wij het streven
naar goede doorlopende leerlijnen VMBO-MBO-HBO faciliteren door clustering van huisvesting
van een aantal scholen voor voortgezet onderwijs en van de beide ROC´s in Zwolle. Daarnaast
willen wij de ontwikkeling naar huisvesting van speciaal onderwijs in de nabijheid van medische
voorzieningen ondersteunen. Hierdoor kan specialistische kennis worden gebundeld en kan
gebruik worden gemaakt van elkaars voorzieningen. Voldoende spreiding van basisscholen
over de Zwolse woonwijken is een voortdurend aandachtspunt.
In de tweede plaats blijven wij ons inzetten om schooluitval te voorkomen. Daarom investeren
wij de komende jaren in voor- en vroegschoolse educatie gericht op het voorkomen van taal- en
leerachterstanden bij jonge kinderen (peuterspeelzalen), handhaving van de leerplicht en een
adequate zorgstructuur rondom het primair en voortgezet onderwijs. Wat dit laatste betreft
bereiden wij een convenant met de provincie Overijssel voor gericht op het realiseren van een
goede aansluiting tussen gemeentelijke voorzieningen en provinciale jeugdzorg. In dit kader
zullen wij nog in 2004 besluiten over de continuering van de buurtnetwerken jeugdhulpverlening
of vervangende inzet in de vorm van schoolmaatschappelijk werk. Uiteindelijk is ons streven
erop gericht dat alle jongeren in Zwolle een startkwalificatie haalt of via een passende
leerwerktraject een plaats op de arbeidsmarkt verwerft.
GSB-outputdoelstelling:
Vergroten van ontwikkelingskansen van jeugdigen van 0-23 jaar door (a) voorkomen en verminderen van
onderwijsachterstanden, (b) het vergroten van het aantal jongeren dat een startkwalificatie behaalt en (c)
vergroten van het aantal deelnemers aan een educatief traject.
Outputindicatoren:
a. Aantal (t.o.v. doelgroep achterstandsleerlingen) allochtone en autochtone peuters en kleuters dat
deelneemt aan voor- en vroegschoolse programma´s
b. Aantal in te richten schakelklassen
c. Aantal (t.o.v. doelgroep voortijdigschoolverlaters) allochtone en autochtone scholieren dat herplaatst is en
alsnog een startkwalificatie behaalt.
d. Aantal deelnemers aan trajecten: Voortgezet Algemeen Volwassenenonderwijs (VAVO), Breed
Maatschappelijk Functioneren / Toeleiding vervolgonderwijs, Sociale Redzaamheid (met onderscheid
tussen NT2-onderwijs en Alfabetisering van autochtone Nederlanders) of Staatsexamen NT2opleidingen.
Ten slotte zijn er nog de voorzieningen op het gebied van educatie. Naast leerwerktrajecten en
leerbanen (MKB) als randvoorwaarden voor het succesvol doorlopen van het onderwijs gaat het
daarbij ook om inburgering van oud- en nieuwkomers. Wij willen in overleg met de ROC´s, het
MKB, de CWI´s en de gemeenten in de regio de beschikbare instrumenten gericht op de
aansluiting van educatie en arbeidsmarkt verder ontwikkelen teneinde werkloze en werkende
jongeren zonder startkwalificatie alsnog een startkwalificatie te laten halen teneinde hun positie
op de arbeidsmarkt te versterken. Daarnaast willen wij kritisch kijken naar de gevolgen van het
nieuwe rijksbeleid voor educatieve activiteiten ten behoeve van oud- en nieuwkomers.
Inburgeringcursussen moeten hen in staat stellen om zichzelf te redden in de Nederlandse en
15
De kracht van Zwolle
Zwolse samenleving. Beheersing van de Nederlandse taal is daarvoor een basisvoorwaarde.
Wij zullen in de komende jaren met name inzetten op duale trajecten richting sociale en
professionele redzaamheid.
GSB-outputdoelstelling:
Verbetering beheersing Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving onder etnische
minderheden.
Outputindicatoren:
a. Gegevens nieuwkomers volgens jaarlijkse monitor inburgering
b. Gegevens oudkomers volgens jaarlijkse monitor inburgering.
Cultuur
Onze verantwoordelijkheid op het gebied van cultuur ligt primair in ondersteuning van een
aanbod van culturele voorzieningen en activiteiten die passen bij Zwolle als 100.000 plus stad
met een belangrijke regionale functie. In het kader van sociaal beleid gaat het enerzijds over
instandhouding van de daarvoor benodigde accommodaties en anderzijds over het
activiteitenaanbod dat op dit terrein wordt gerealiseerd. Nog in 2004 willen wij in samenspraak
met partijen uit het veld komen tot een nieuw cultuurprofiel van Zwolle. Hierin komt ook de
vraag naar basisvoorzieningen in de cultuur aan de orde. Uitgangspunten daarbij zijn
versterking van het culturele aanbod, bevordering van samenhang en ruimte voor makers van
kunst. Wij willen ons daarbij rekenschap geven van de betekenis van de faculteiten muziek,
drama en beeldende kunst van Hogeschool Constantijn Huygens in Zwolle, de verhouding met
particuliere initiatieven in de stad en het bevorderen van cultuurparticipatie van jeugdigen.
Zorg
De gemeentelijke basisvoorzieningen op het gebied van de zorg richten zich vooral op
(potentiële) kwetsbare groepen in Zwolle. We hebben het dan over jeugdige, oudere en
gehandicapte inwoners met een ondersteuningsvraag en over meer specifieke groepen als daken thuislozen, slachtoffers van huiselijk geweld, prostituees en verslaafden. Het beroep van
deze groepen op algemene voorzieningen neemt ook in Zwolle toe door de
vermaatschappelijking van de zorg. Met de komst van de nieuwe Wet Maatschappelijke
Ondersteuning (WMO) in 2006 krijgt de gemeente een nog grotere verantwoordelijkheid om te
zorgen voor (tijdelijk) ondersteuning van die groepen. Een groot aantal voorzieningen die nu
onderdeel uitmaken van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), de Wet
Voorzieningen Gehandicapten (WVG) en de Welzijnswet zullen hiervan onderdeel uitmaken. De
wet zal aangeven welke voorzieningen minimaal in de stad aanwezig moeten zijn
(´prestatievelden´) en geeft daarnaast de mogelijkheid om aan te geven welke voorzieningen wij
van belang vinden voor de stad. In verband met de invoering van de WMO zullen wij in 2006
het ondersteuningsaanbod voor inwoners die zichzelf (tijdelijk) niet zelfstandig kunnen redden
vastleggen in een kadernota zorg. De groepen waarvoor wij deze voorzieningen treffen zullen
wij daarin nader definiëren. Investeren in wat kwetsbare inwoners wel zelf kunnen, overleg met
betrokken partners, vraaggericht werken en een integrale aanpak van wonen, welzijn en zorg
zullen daarbij uitgangspunten zijn. Hierbij kunnen we voortbouwen op het reeds bestaande
aanbod van zorg en welzijn voor ouderen en gehandicapten in onze stad. We moeten daarbij
wel rekening houden met de groei (absoluut) van het aantal ouderen in de stad.
Tegelijk met de invoering van de WMO neemt het rijk zelf verantwoordelijkheid voor de AWBZ.
In dit verband zullen wij de verantwoordelijkheid voor indicatiestelling AWBZ (RIO Zwolle) met
16
De kracht van Zwolle
ingang van 2005 overdragen aan het nieuwe Landelijk Centrum Indicatiestelling. Daarvoor in de
plaats zullen wij in 2005 besluiten over de toegang tot individuele voorzieningen op grond van
de WMO. Lokale zorgloketten kunnen daarin een functie vervullen. We willen met de veelal
AWBZ gefinancierde zorgaanbieders in de stad in gesprek gaan over de aansluiting tussen het
gemeentelijke ondersteuningsaanbod en de meer gespecialiseerde zorg en hulpverlening die
nodig zijn wanneer ouderen en gehandicapten niet meer zelfstandig kunnen blijven wonen.
Wij streven ernaar de wettelijke verplichte vierjaarlijkse nota gezondheidsbeleid voor de periode
2006-2009 te integreren in de kadernota zorg. Speerpunten voor gezondheidsbeleid zullen
worden uitgewerkt in actieplannen. Tot de speerpunten voor de komende periode behoort in elk
geval de verdere ontwikkeling van de integrale jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar
(gezondheidsonderzoeken GGD, consultatiebureaus thuiszorg).
Tevens zullen wij samen met de overige gemeenten in het werkgebied in 2006 het basispakket
van de GGD opnieuw vaststellen voor de periode 2007-2010.
In aansluiting op onze gezondheidstaken en ons jeugdbeleid is een belangrijk aandachtspunt
de invulling van functies die binnen gemeenten aanwezig moeten zijn in aansluiting op de
provinciale jeugdzorg (conform de nieuwe wet op de jeugdzorg die in 2005 in werking zal
treden). Hiertoe worden momenteel afspraken voorbereid tussen de provincie Overijssel en de
gemeente Zwolle die zullen worden vastgelegd in een bestuurlijk convenant. Bureau Jeugdzorg
Overijssel is een belangrijke partner in deze.
In het verlengde van onze taken in de openbare gezondheidszorg zetten wij ons in voor de
beschikbaarheid en toegankelijkheid van curatieve zorg
De komende jaren vraagt de eerstelijns gezondheidszorg, met name de huisartsenzorg,
aandacht. Nog in 2004 maken wij afspraken met betrokken partijen over maatregelen om een
toekomstig tekort aan huisartsen zoveel mogelijk te voorkomen.
GSB-outputdoelstelling:
Aanpak van overgewicht onder 0-19 jarigen.
Outputindicator:
De maatschappelijke opvang is eveneens een basisvoorziening op zorggebied. Uitgangspunt
Het aantal 0-19 jarigen met overwicht dat (1) via JGZ wordt opgespoord en (2) voor wie
gezondheidsinterventies
voor ons beleid blijft de Ketenaanpak Zorg vóór Overlast. Deze aanpak richt zich enerzijds op
worden ingezet.
opvang, zorg en begeleiding voor dak- en thuislozen en anderzijds op voorkomen en bestrijden
De maatschappelijk opvang is eveneens een basisvoorziening op zorggebied. Uitgangspunt
voor ons blijft de ketenaanpak Zorg voor overlast. Deze aanpak richt zich enerzijds op opvang,
zorg en begeleiding voor dak- en thuislozen en anderzijds op voorkomen en bestrijden van
overlast van en door dak- en thuislozen. In de afgelopen periode hebben wij een groot aantal
(soms tijdelijke) voorzieningen voor deze doelgroep gerealiseerd. Wij streven de komende
periode naar realisatie van definitieve huisvesting van tenminste dagopvang en gebruiksruimte.
Wij willen daarbij zo veel mogelijk aansluiten bij de ontwikkelingen in de gehele OGGZ-sector.
Zowel landelijk als lokaal neemt de doelgroep steeds verder in omvang toe. Het is dan ook van
steeds groter belang om te voorkomen dat mensen dak- en of thuisloos worden. Daarom willen
we investeren in preventie. Als mensen uiteindelijk toch terechtkomen in maatschappelijke
opvang en/of verslavingszorg zullen zorg en ondersteuning zodanig moeten worden ingezet dat
mensen zich weer zelfstandig kunnen redden. Doorstroom naar andere voorzieningen (b.v.
begeleid wonen) en uitstroom naar reguliere huisvesting, in combinatie met werk, zijn het doel.
In veel gevallen is dan nog wel begeleiding benodigd om terugval te voorkomen.
17
De kracht van Zwolle
GSB-outputdoelstelling:
Verbetering van de doorstroming in de maatschappelijke opvang
Outputindicator:
Gemiddelde verblijfsduur in de maatschappelijke opvang
GSB-outputdoelstelling:
Verbeteren van het bereik van de ambulante verslavingszorg.
Outputtindicator:
Het aantal cliënten (a) dat in behandeling is bij het CAD en (b) waarvan het traject regulier wordt afgerond.
Een specifiek aandachtspunt is huiselijk geweld. Veel vrouwen, en ook steeds vaker mannen,
zijn slachtoffer van huiselijk geweld. Wij zullen inzetten op preventie en het bieden van zorg en
hulpverlening voor de slachtoffers. De GGD heeft in 2004 opdracht gekregen om een plan van
aanpak regionale aanpak huiselijk geweld op te stellen.
GSB-Outputdoelstelling:
Vergroten van de capaciteit in de vrouwenopvang.
Outputindicator:
Het aantal plaatsen in de vrouwenopvang.
Welzijn
Basisvoorzieningen op het gebied van welzijn raken soms aan basisvoorzieningen op andere
terreinen als onderwijs (peuterspeelzalen, brede school), cultuur (bibliotheek) en zorg (welzijn
ouderen), soms is sprake van specifieke welzijnsvoorzieningen als wijkaccommodaties,
kinderopvang en sociaal-cultureel werk.
Nu er verschillende brede scholen in Zwolle tot ontwikkeling komen, komt de vraag naar voren
naar de positionering van het brede school concept. Wij willen in de periode 2005-2009 een
evaluatie uitvoeren. Die moet antwoord geven op de vraag of voorzetting van het brede concept
met voorzieningen voor alle betrokken kinderen, ouders en wijkbewoners gewenst is of dat de
brede school juist moet focussen op voorzieningen voor kwetsbare kinderen en hun ouders.
Voor de kinderopvang vervullen we uitsluitend een kwaliteitsrol. De komst van de Wet
Basisvoorziening Kinderopvang in 2005 geeft aanleiding tot een evaluatie van het huidige
beleid.
Verder willen wij kritisch kijken naar de basisfunctie die het sociaal cultureel werk vervult (het
toeleiden van mensen naar activiteiten) in relatie tot de rol van het opbouwwerk en die partijen
die activiteiten organiseren. We willen het eigen initiatief van de burgers daarbij stimuleren en
tegelijk voorkomen dat Zwollenaren buiten de boot vallen. De spreiding en mate van inzet van
welzijnsactiviteiten wordt daarbij afgestemd op de behoefte in wijken. Specifieke aandacht
willen wij geven aan het verkleinen van de afstand die wordt ervaren tussen allochtone en
autochtone Zwollenaren. Voor het welbevinden van beide is wederzijdse inzet van allochtone
én autochtone Zwollenaren nodig.
18
De kracht van Zwolle
-integratieDe Zwolse multi-etnische samenleving ziet er volgens de verschillende etnische groepen op dit
moment uit als een samenleving waarbij er een zekere afstand bestaat tussen de verschillende
groepen. Terwijl de allochtonen weinig afstand wensen te bewaren tot de autochtonen, wensen
de autochtonen veel afstand te bewaren tot de etnische minderheidsgroepen. Dat terwijl
autochtone Zwollenaren tegelijkertijd vinden dat ‘contacten hebben met Nederlanders’
nadrukkelijk onderdeel is van integratie. Zie ook hoofdstuk 2.
Het bevorderen van sociale contacten wordt in Zwolle nader vorm gegeven aan de hand van de
onderdelen ‘Beeldvorming en interetnische contacten’, ’culturele oriëntatie’ en
‘interculturalisatie’ en ‘anti-discriminatie’.
Naast het onderdeel Sociale Contacten zijn de beheersing van de Nederlandse taal en
spreiding essentieel (zie conclusies Integratieatlas). Deze vormen de speerpunten van het
integratiebeleid voor de komende jaren.
Zwolse stadspecifieke MOP doelstelling:
Het verbeteren van de sociaal economische en sociaal-culturele integratie van allochtone en
autochtone Zwollenaren.
Outputindicatoren:
-
Gegevens Integratieatlas (0-meting)
-
Gegevens Checklist Multiculturalisering Gemeentelijk Beleid
Werk en inkomen
De basisvoorzieningen op het gebied van werk en inkomen hebben per definitie betrekking op
kwetsbare groepen. Met de huidige economische situatie neemt het beroep op die
voorzieningen fors toe. Met de invoering van de Wet Werk en Bijstand hebben wij onze ambities
opnieuw geformuleerd. Wij willen maatschappelijke uitsluiting voorkomen, maar ook het
bijstandsvolume zoveel mogelijk beperken door alle cliënten in beweging te brengen. Onze
inzet is daarbij gericht op weg naar reguliere arbeid, gericht op eigen verantwoordelijkheid en
niet vrijblijvend. Het voorkomen en tegengaan van werkloosheid onder jongeren heeft voor ons
prioriteit.
B. Versterking stad
Hoewel grootstedelijke problemen ook Zwolle niet voorbij gaan, valt ten aanzien van het
leefklimaat de goede balans in de kwaliteit van de stad (goede voorzieningen, sociale binding)
op. Nog altijd is Zwolle een vrijwilligers-, sport- en verenigingsstad, kent het sterke kerkelijke
netwerken en heeft het een relatief jonge leeftijdsopbouw. De balans in de stad is in belangrijke
mate te danken aan de inwoners. Waar vinden wij als gemeente onder deze burgers nu onze
partners, hoe kunnen wij hun kwaliteiten aanspreken en omzetten in productieve energie voor
de wijken en daarmee de stad om deze in balans te houden en zonodig te versterken?
De kracht in wijken
De ervaringen over de afgelopen jaren met wijkgericht werken hebben geleerd dat er veel
energie in wijken aanwezig is. Dat Zwolle al ruim acht jaar wijkplatforms kent die goed bezocht
worden, getuigd daarvan. Ook de activiteiten die uitgevoerd worden in het kader van ‘Premie op
actie’, de opkomst bij trajecten voor wijkontwikkelingsplannen en de inzet van een groep
19
De kracht van Zwolle
wijkbewoners in een zogenaamd Kwaliteitspanel (Holtenbroek) zijn hiervan aansprekende
voorbeelden.
Dat een deel van de wijkbewoners ook best de handen uit de mouwen wil steken, blijkt als
ingezoomd wordt op buurt- en straatniveau. Dan zijn er regelmatig bewoners te vinden die al
dan niet gezamenlijk meewerken aan de leefbaarheid van wijk, buurt of straat: mee
onderhouden van speelplekken en groen, bewonerstoezichthouders in al zijn gedaanten,
buurtbijeenkomsten of de projecten in het kader van Onze Buurt aan Zet (Kamperpoort en
Diezerpoort). Vaak hebben initiatieven betrekking op zaken voor kinderen of actieve ouderen.
De gemeente heeft de Zwolse burger als het om samenwerking gaat vooral aangesproken om
mee te weten en mee te denken. De gemeente had en heeft de behoefte om wijkbewoners te
informeren dan wel mee te laten denken over ontwikkelingen die de stad en/of hun wijk aan
gaat. En dat wordt ook gewaardeerd.
De uitdaging
Als het gaat om het versterken van het zelfoplossend vermogen dan gaat het veel om samen
doen, om het aanspreken van bewoners op hun eigen verantwoordelijkheid. Dit is een
trendwijziging ten opzichte van de huidige inzet. Het vraagt niet alleen om een
cultuurverandering binnen de gemeentelijke organisatie, maar ook om invulling van
burgerschap (‘de burger als producent van leefbaarheid en veiligheid’). Wij signaleren daarbij
een aantal spanningsvelden:
 ´De burger van Zwolle of ´de´ wijkbewoner bestaat niet. Zwolle kent een grote
verscheidenheid onder de burgers, allen met hun eigen achtergrond, belangen en ideeën.
Bestonden deze verschillen voorheen vooral tussen wijken, in toenemende mate is hiervan
ook sprake op buurt- en zelf straatniveau (heterogeniteit, soms botsende levensstijlen).

De burgers worden steeds mondiger en zijn er steeds minder op ingesteld om uitvoering te
geven aan dat wat door een ander (lees de overheid) voor hem bepaald is. Daadkracht
wordt verwacht van de overheid.

Het is maar de vraag of er zoiets bestaat als een gemeenschappelijke belang waarop
burgers zich laten aanspreken en willen inzetten.
Met inachtneming van deze spanningsvelden is onze ambitie om de betrokkenheid en het
zelfoplossend vermogen van deze burger verder te vergroten. Wij willen mensen
medeverantwoordelijk maken voor zijn of haar eigen welzijn en leefklimaat en voor die van
medeburgers. Dit vraagt om inzicht en beleid om de stad in handen te leggen of te laten van
burgers, al dan niet georganiseerd in verenigingen, vrijwilligerswerk etcetera. Of anders gezegd
om het creëren van een modern actief burgerschap. Concreet willen wij ruimte laten voor
initiatieven. Dit betekent:

Aansluiten bij speerpunten en belangen van wijkbewoners en hen hierin een eigen

Samenwerkingsprojecten als bewonerspanels, bewonerstoezichthouders etcetera.

Flexibele inzet van middelen (x% van de begroting flexibel aanwenden).
verantwoordelijkheid geven ((deel)opdrachtgeverschap).
Het kan nodig zijn om bewoners en wijken hierbij te ondersteunen. In een aantal wijken zullen
bewoners zelf in staat zijn hun vraag aan ondersteuning te formuleren (afhankelijk van het
onderwerp waar aan gewerkt wordt). In andere wijken zal ook hulp nodig zijn bij het formuleren
van de vraag naar ondersteuning. Wijkplatforms blijven hiervoor van belang, maar daarnaast
zal meer ingezoomd moeten worden op buurtniveau (buurtgesprekken). Wij willen verder beter
gebruik gaan maken van wijkanalyses.
20
De kracht van Zwolle
Kijken we naar de verschillende wijken dan liggen er bijvoorbeeld kansen in:

Kamperpoort  Bewonerstatuut

Holtenbroek  Beter benutten van Kwaliteitspanel

Zwolle Zuid  de wens voor een leefbare wijk met buurten, waar mensen wonen en blijven

Aalanden, Berkum, Zwolle Zuid en Assendorp: actieve werkgroep ‘Ouderen’: niet over ons

Assendorp: broedplaats voor allerlei initiatieven.
wonen
maar met en door ons.
2.2.5 VERANKERING IN BELEID
De hernieuwde positionering van ons sociale beleid moet de drager vormen voor ons handelen
in de komende jaren. We plaatsen het in het kader van het nieuwe MeerJarenOntwikkelingsplan
(MOP), omdat dit als katalysator kan werken, maar zien deze positionering niet alleen vanuit dat
kader. Zwolle heeft hoe dan ook behoefte aan een (her)positionering van ons sociale beleid,
zoals haarscherp blijkt uit de SWOT-analyse. De uitwerking ervan krijgt dan ook zijn beslag op
vrijwel alle terreinen waarop we nu beleid ontwikkelen of ontwikkeld hebben.
Daarnaast hebben we te maken met een herijkingoperatie. Een scherpere definiëring van ons
sociale beleid helpt niet alleen bij het stellen van prioriteiten, maar is ook leidraad voor het
benoemen van zaken waar we niet meer op inzetten.
21
De kracht van Zwolle
2.3 BINDEN EN ACTIVEREN VAN
JONGEREN
`Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst`.
2.3.1 PROBLEEMSCHETS
Zwolle zelf kent in vergelijking met de G26 een iets meer dan gemiddeld aantal jongeren. Daar
komt elke dag een groot aantal studerende jongeren en scholieren bij op weg naar één van de
vele middelbare scholen of scholen voor beroepsonderwijs in de stad. Zeker op
onderwijsgebied, maar ook op het gebied van cultuur, topsport en uitgaansleven heeft Zwolle
dan ook een regiofunctie voor jongeren.
Voor het merendeel van de jongeren is voldaan aan de basisvoorwaarden voor een gezonde
sociale ontwikkeling. Tot die basisvoorwaarden rekenen wij huisvesting, stabiele thuissituatie,
vrije tijdsbesteding en perspectief (onderwijs, werk). Dat is belangrijk voor jongeren zelf, maar
ook voor de stad. Door de aantrekkelijke woonsituatie en de aanwezigheid van veel
onderwijsinstellingen heeft Zwolle goede mogelijkheden om jonge, creatieve mensen aan de
stad te binden en daarmee een innovatief sociaal, economisch en cultureel klimaat te
bevorderen. Nu Zwolle zich meer en meer als grote stad ontwikkelt, willen wij de bijdrage van
jongeren aan de stad dan ook blijvend versterken. Hierbij wordt vooral gedacht aan de groep
van 12 tot 23 jaar. Wij willen ze uitdagen en in staat stellen om zelf actief mee te doen aan de
samenleving.
Kinderen van 0-12 jaar zien we in dit kader passen in ´iedereen doet mee´. Zij zijn in deze
levensfase meer gebonden aan hun ouders en minder aan de stad.
Hoewel Zwolle de afgelopen jaren ook in de ogen van jongeren dynamischer is geworden en
meer te bieden heeft, worden nog wel tekorten ervaren. Volgens de SWOT analyse biedt de
stad jongeren nog onvoldoende ontplooiingsmogelijkheden op het gebied van wonen, werken
en vrije tijd.
Huisvesting is vooral voor studenten en starters een probleem. Om deze groepen voor langere
tijd binnen de stad te houden, dienen er op korte termijn meer en betaalbare woningen en
kamers beschikbaar te komen. Uitbouw van het hoger onderwijs met wetenschappelijke
opleiding zou door onvoldoende studentenkamers en sociaal-culturele voorzieningen voor
studenten gehinderd kunnen worden.
Wat werkgelegenheid betreft profiteren hoog opgeleide jongeren mee van de sterke
economische positie van Zwolle. Doordat Zwolle vooral een dienstenstad is, ligt dit voor laag
opgeleide jongeren moeilijker. Uit onderzoek in de regio IJssel-Vecht blijkt dat een deel van de
jongeren ervoor kiest om buiten de eigen woonplaats een opleiding te volgen en dan dagelijks
heen en weer te pendelen om daarna aan het einde van de opleiding een baan in de eigen
woonplaats te zoeken. Het gaat dan doorgaans om middelbaar opgeleiden, maar ook wel om
hoger opgeleiden. Een ander deel volgt ook een opleiding elders, maar wil uitdrukkelijk niet
meer terug. Voor zover dit Zwolse jongeren betreft, is er sprake van een braindrain. Aangezien
jongeren belangrijke dragers zijn van creatief, innovatief en ondernemend klimaat in de stad en
daarmee een stimulans voor economische ontwikkeling vinden wij het gewenst hen meer aan
Zwolle te binden.
22
De kracht van Zwolle
Op het gebied van vrije tijd bestaat mede naar aanleiding van het stadsdebat een sterke indruk
dat jongeren voldoende voorzieningen en een uitdagend cultureel klimaat in Zwolle missen en
er weinig voeling met jeugdcultuur is. Opvallend genoeg vragen jongeren zelf overigens vooral
aandacht voor de veiligheid op straat vóór zaken als studentenhuisvesting, ruimte om buiten te
sporten en elkaar te ontmoeten, uitgaansmogelijkheden en activiteiten en evenementen voor
jongeren.1
Jeugd 12-18
Binnen de groep jongeren van 12-23 jaar onderscheiden we de groep 12-18 jaar en de groep
18-23 jaar. Jongeren van 12-18 jaar zijn veelal scholieren op voortgezet onderwijs (waarvan
60% in VMBO) of middelbaar beroepsonderwijs. Meestal wonen ze nog gewoon thuis, in Zwolle
zelf of in één van de omliggende gemeenten.
De jongerencultuur binnen de groep 12-18 jaar is altijd sterk in ontwikkeling. Met die dynamiek
willen wij zoveel mogelijk rekening houden. Flexibiliteit in beleid en voorzieningen voor jongeren
zijn daarom een belangrijk aandachtspunt. Dit kan door voldoende activiteiten op het terrein van
sport en bewegen, muziek en cultuur, voldoende vrije ruimte in wijken en rond het centrum (b.v.
skate- of andere sportmogelijkheden, JOP´s). Het actieplan cultuurbereik – dat zich de
komende jaren vooral richt op jongeren van het VMBO – is door de koppeling met het vak
Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) in het middelbaar onderwijs een goed voorbeeld van
een project om jongeren uit te dagen zelf actief bij te dragen aan de culturele ontwikkeling van
Zwolle. Culturele instellingen krijgen hierdoor bovendien meer voeling met de jeugdcultuur in de
stad. Ook de programmalijn ´Zwolse jeugd in beweging´ binnen het breedtesportprogramma en
het topsportproject ´talentherkenning, ontwikkeling en begeleiding´ bieden kansen.
Jeugd 18 en ouder
Jongeren van 18 jaar en ouder zijn vooral MBO- (11.300) en HBO-studenten (11.500) en
werkende jongeren. Anno 2004 zijn er 3.500 wooneenheden voor studenten in de stad (15%
van aantal MBO- en HBO-studenten). Hoewel studerende jongeren een grote groep vormen,
zijn er ook binnen die groep belangrijke verschillen. Jongeren die een MBO-opleiding volgen,
zijn veelal jonger en hebben andere interesses en bezigheden dan HBO-studenten. Ook woont
de eerste groep vaker thuis, terwijl uit de tweede groep een groter deel op kamers in de stad
woont. HBO-studenten en MBO-scholieren zijn dan ook niet zomaar te vergelijken. Studerende
jongeren kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het sociale, culturele en economische
klimaat in Zwolle. Overigens zijn hedendaagse studerende jongeren over het algemeen heel
mobiel. Zij laten zich niet gemakkelijk binden aan een bepaalde stad.
Nu is vooral de aanwezigheid van enkele grote onderwijsinstellingen de reden voor jongeren
om in Zwolle te gaan studeren. Om ze tijdens hun studie meer aan de stad te binden, zijn
investeringen nodig in betaalbare studentenhuisvesting en andere (mede) op studerende
jongeren gerichte voorzieningen, vooral rondom de campus van VU/Windesheim en rond de
binnenstad. Om ze ook na hun studie vast te houden zal nadrukkelijk rekening gehouden
moeten worden met deze groep, onder meer bij de verdere ontwikkeling van de binnenstad in
Zwolle. Het winkel- en horeca-aanbod moet aansluiten bij hun vraag, er moeten meer
centrumstedelijke woonmilieus worden ontwikkeld en het recreatief en cultureel aanbod moet
worden versterkt. Voor wonen willen wij aansluiten bij de uitkomsten van het onderzoek naar de
23
De kracht van Zwolle
huisvestingsituatie uit 2002. In aanvulling daarop is een uitgebreid onderzoek nodig om ook op
andere terreinen precies in beeld te brengen wat studerende jongeren van 18-23 jaar missen in
Zwolle. Studenten van de beide ROC’s, VU/Windesheim en de kunstopleidingen in Zwolle
kunnen hier een belangrijke rol bij spelen.
Inzet
Om grip te krijgen op wat jongeren bindt aan de stad Zwolle en om hen actief bij de stad te
betrekken, willen we:

Rekening houden met de variëteit van groepen jongeren en de spreiding over verschillende

Zicht houden op eigen prioriteiten van jongeren: waar lopen zij warm voor, wat bindt hen
wijken in de stad.
met de stad of kan hen met de stad verbinden?

Vooral inzetten op initiatieven van jongeren zelf en hiervoor ruimte laten of scheppen.

Maatschappelijke instellingen en bedrijven stimuleren om te investeren in jongeren.
2.3.2 DOELSTELLINGEN (abstract)

Zwolle wordt meer en meer ´studentenstad´ met onder meer op studerende jongeren
gerichte (culturele) evenementen, goede aansluiting tussen onderwijs en bedrijfsleven
(stages, sponsoring) en tussen onderwijs, vrijwilligerwerk/sport/zorg (maatschappelijke
stages, vrijwilligers), meer betaalbare studentenhuisvesting en aantrekkelijke stedelijke
woonmilieus én grotere betrokkenheid van studenten van Zwolse onderwijsinstellingen bij
de ontwikkeling van de stad op het gebied van wonen, werken en verblijven. De
samenwerking met VU / Windesheim draagt hier in belangrijke mate aan bij.

In Zwolle bestaat voldoende ‘vrije ruimte’ waar jongeren zelf invulling kunnen geven aan
hun ideeën en ambities op het gebied van ondernemerschap en werk, vrije tijd, sport en
bewegen, muziek en cultuur. Daarbij willen we ons rekenschap geven van spreiding van
die ruimte over wijken. Initiatieven van jongeren worden gestimuleerd en ondersteund,
bijvoorbeeld door bewust ´rafelranden´ in de stad in de vorm van oude gebouwen in stand
te houden en door de toegankelijkheid van de gemeente voor initiatieven van jongeren te
vergroten.
2.3.3. VERTALING NAAR BEGROTINGSPROGRAMMA´S
Wij zullen de inzet van de stad gericht op het binden en activeren van jongeren uitwerken in met
name de volgende deelprogramma´s:

Cultuur (b.v. actieplan cultuurbereik)

Sport

Jeugdbeleid (b.v. studentenonderzoek i.s.m. VU/Windesheim, peilingen jongeren internet
panel)

Leefbaarheid en wijkgericht werken

Volkshuisvesting (b.v. uitbreiding betaalbare studentenhuisvesting, ontwikkeling stedelijk
woonmilieus)

Ruimtelijke plannen (b.v. mogelijke bijdrage oudere gebouwen aan ondersteunen initiatieven
op cultureel, economisch of recreatief gebied)

Recreatie (b.v. speelruimtekaart 12+)
24
De kracht van Zwolle

Toename arbeidsparticipatie (b.v. meer aandacht voor fysieke ruimte voor jonge, startende
ondernemers)
Vanuit onze inzet om jongeren aan de stad te binden en actief te laten bijdragen aan de stad
liggen er tevens aanknopingspunten bij de volgende rijksdoelstellingen uit het beleidskader
GSB III:

Betere balans tussen vraag en aanbod op gebied van wonen. Hier liggen kansen voor
uitbreiding van huisvesting voor hier studerende jongeren en voor ontwikkeling van
stedelijke woonmilieus om ze ook na hun studie te kunnen vasthouden.

Fysieke ruimte scheppen voor sociale voorzieningen. Hier liggen kansen voor het realiseren
van vrije ruimte waar jongeren kunnen experimenteren.
Organisatie
De inzet ten behoeve van de prioriteit binden en activeren van jongeren strekt zich uit over
meerdere beleidsterreinen en maatschappelijke sectoren. Ten behoeve van de inzet op deze
prioriteit zal een interne en externe afstemming rondom de prioriteit jongeren worden
gerealiseerd, gekoppeld aan de jaarlijkse begrotingscyclus. De coördinator jeugdbeleid is
verantwoordelijk voor het organiseren van deze afstemming.
2.3.4. MEETBARE PRESTATIES

Zwolse jongeren van 12-23 jaar voelen zich in 2009 meer betrokken bij de stad;

Het aantal in Zwolle studerende en wonende jongeren is toegenomen. In 2006 is er beter

in 2009 zijn er meer jongeren van 12-18 jaar tevreden over sport- en speelfaciliteiten;

inzet van jeugd- en jongerenwerk voor sociaal-culturele activiteiten is in 2009 goed
inzicht in de vragen en behoeften van jongeren en studenten in Zwolle;
afgestemd op de vraag van jongeren;

in 2009 vinden er jaarlijks vier – mede of uitsluitend – op HBO-studenten gerichte festivals in
Zwolle plaats;

in 2009 is er een samenwerkingsrelatie met het MBO, HBO en Universitair onderwijs waarbij
we monitoren hoeveel jongeren uitstromen en een eigen bedrijf starten. En op welke wijze
we dit kunnen stimuleren.

Een 0-meting op deze indicatoren is nog niet beschikbaar.
Wordt nader uitgewerkt in deel B.
2.3.5. STRATEGIE 2005 –2009
Hoe gaan wij dit aanpakken?

Geregeld en gericht bevragen van Zwolse jongeren: Wat bindt hen aan de stad Zwolle of
wat is er nodig om hen aan de stad Zwolle te binden? Waar willen zij zich voor inzetten?
Wat willen zij er zelf aan doen? Wat is er verder nodig? Kortom: zoveel mogelijk aansluiten
bij initiatieven van jongeren zelf.

In aanvulling op de basisvoorwaarden die voor elke jongere gelden als huisvesting, veilige
thuissituatie, vrijtijdsbesteding en perspectief (werk, onderwijs) zijn ook voor jongeren
basisvoorzieningen nodig op het gebied van welzijn, onderwijs, zorg, sport en cultuur. Wij
25
De kracht van Zwolle
willen deze basisvoorzieningen die jongeren in staat stellen actief mee te doen aan de
samenleving opnieuw definiëren.

Met partners in de stad willen wij met inachtneming van voorgaande punten een visie op
binding en activeren van jongeren aan de stad formuleren als basis voor
gemeenschappelijk jeugdbeleid in de periode 2005-2009.

Vanuit die visie concrete programma’s en projecten benoemen die een bijdrage leveren aan
het realiseren van de doelstellingen en hieraan prioriteit geven voor de komende vijf jaar
(gezamenlijke agenda). Dit kan tegelijkertijd aanleiding zijn voor herijking van huidige
activiteiten op het gebied van jeugd en jongeren waarbij de gemeente (meestal als
subsidiënt) betrokken is.
2.3.6. PARTNERS
Tot de partners rekenen wij in de eerste plaats jongeren zelf. Wij spreken dan over jongeren die
in Zwolle wonen, werken of een opleiding volgen. We maken daarbij onderscheid tussen
jongeren van 12-18 jaar en jongeren van 18-23 jaar. Een specifieke doelgroep is de grote groep
HBO-studenten. Met het in 2003 gestarte structurele overleg tussen gemeente,
studentenverenigingen en HBO-instellingen is een goede start gemaakt (Studenten Overleg
Orgaan Zwolle).
Ter versterking van het cultureel klimaat voor jongeren zijn naast sterk op jongeren gerichte
instellingen als poppodium Hedon, De Muzerie en festivalorganisaties enerzijds ook grote
onderwijsinstellingen in de stad als Landstede, Deltion, VU/Windesheim, CALO, Hogeschool
voor de Kunsten en studentenverenigingen (groep 18-23 jaar) en scholen voor voortgezet
onderwijs en ROC´s (groep 12-18 jaar) anderzijds belangrijke spelers. Met name voor groep
HBO-studenten speelt Studentertainment een belangrijke intermediaire rol. Hierbij kunnen ook
ondernemers in de horeca worden betrokken.
Op het gebied van sport is naast de CALO ook het partnerschap van sportverenigingen en
Sportservice Zwolle een belangrijke ontwikkeling.
Projectontwikkelaars en woningcorporaties hebben het heft in handen als het gaat om
uitbreiding van betaalbare studentenhuisvesting en het ontwikkelen van stedelijke woonmilieus
om studerende jongeren ook na hun studie aan Zwolle te kunnen binden.
De Kamer van Koophandel en MKB spelen een sleutelrol in het faciliteren van initiatieven van
jonge, startende ondernemers, arbeidsmarktbeleid voor jongeren en de afstemming met
onderwijsinstellingen in de stad.
Noten
1. In een eind 2003 gehouden peiling onder het jongeren internetpanel van de gemeente
Zwolle (12-23 jaar) geeft 43% als hoogste prioriteit ‘veiligheid op straat’ aan vóór
‘huisvesting van studerende jongeren’ (18%), ‘ruimte om buiten te sporten of elkaar te
ontmoeten’ (15%), ‘uitgaansmogelijkheden’ (14%) en ‘activiteiten en evenementen voor
jongeren’ (11%).
26
De kracht van Zwolle
2.4 “BELEEF DE BINNENSTAD”
2.4.1. INLEIDING EN PROBLEEMSCHETS BINNENSTAD
Versterking als regionaal centrum
Zwolle vervult een belangrijke regionale centrumfunctie. Die vertaalt zich in de opvang
van woningzoekenden, groeiende bedrijvigheid en in een bijpassend
voorzieningenapparaat. In tien jaar wordt de groei geraamd op ongeveer 15.000
inwoners; hiermee behoort Zwolle met ruim 125.000 inwoners in 2020 tot de vierde
sterkst groeiende Nederlandse stad. De Zwolse binnenstad is van grote betekenis
voor deze centrumfunctie. Ze is een belangrijke motor van de stedelijke economie en
vormt de centrale blikvanger van de stad. Wil Zwolle ook in de toekomst een
belangrijk regionaal koop- en ontmoetingscentrum blijven, dan zal het nodige
verbeterd moeten worden door:
 creatief in te spelen op de vraag naar en versterking van het aanbod van
winkels en andere centrumvoorzieningen;
 vergroting van de bereikbaarheid (routing en parkeren);
 en verbetering van het woon- en verblijfsklimaat met een verzorgd aanzien
van pleinen, straten en panden en met borging van veiligheid, een schone,
duurzame binnenstad.
Binnenstadsonderwerpen
De volgende vier binnenstadsonderwerpen worden onderscheiden:
1. Structuur en inrichting openbaar gebied, zoals het verbeteren van de
herkenbaarheid en inrichtingskwaliteit van het netwerk van pleinen, routes via
straten en stadsentrees als poorten.
2. Structuur en kwaliteit centrumfuncties, zoals:
 economische versterking: beter benutten van Zwolle als regionaal
koopcentrum door in te spelen op de vraag naar en versterking van het
aanbod van winkel- en horecafuncties;
 beter benutten culturele potenties;
 verbeteren van de toeristische potentie van de (binnen)stad, zoals verbeteren
profilering en organisatie van toeristische sector gecombineerd met creëren
van meer verblijfsmogelijkheden;
 toevoegen stedelijke woonmilieus om een gevarieerder aanbod van
woonmilieus te bewerkstelligen voor verschillende doelgroepen in de stad.
3. Bereikbaarheid, zoals verbeteren positie voetgangers en fietsers, expeditie,
openbaar vervoer en parkeerbeleid voor de auto en fiets.
4. Leefklimaat:
 verbeteren (sociale) veiligheid, zoals veiligheidsbeleving en bestrijden van
overlast en winkelcriminaliteit;
 schoon, heel en veilig, zoals: aandacht voor de kwaliteit en aanzien van
bestaande panden, beheer en onderhoud van de openbare ruimte en
verlichting.
27
De kracht van Zwolle
2.4.2. DOELSTELLINGEN
Inrichting openbaar gebied
Verbetering van de functionaliteit en het aanzien van pleinen en straten is cruciaal. Uitbreiding
met pleinen vergroot de levendigheid en kan bezoekers verlokken de binnenstad nader te gaan
ontdekken. Pleinen, straten en stegen dienen een continu netwerk van ruimten te vormen met
een duidelijke structuur en identiteit: structuur door onderscheid te maken in een herkenbaar
assenkruis Melkmarkt-Gasthuisplein/ Luttekestraat-Roggenstraat met de Grote Markt als
Stadshart; identiteit door de ertussen gelegen wijken een eigen vorm- en functieprofiel te geven.
Bebouwingswanden volgen de rooilijn en gevels refereren aan het historisch
bebouwingsstramien. Pleinen krijgen hierbij bijzondere betekenis als maatschappelijk
ontmoetingspunt door onderscheid te maken naar pleintype en thema. Versterking van het
aanzien en inrichting van poorten en aanloopstraten is gewenst op plaatsen, waar de stadsrand
doorbroken wordt. Ook is ontwikkeling van nieuwe poorten cruciaal via een brug bij
Willemspoort en Diezerpoort in relatie tot herontwikkelen gebieden en bronpunten net buiten de
singelgracht.
Centrumfuncties
De ambitie is om een stevigere en meer overzichtelijke winkelstructuur te maken. Dit kan door
het feitelijke kernwinkelgebied uit te breiden richting Grote Markt en Gasthuisplein en ook
andere plekken te intensiveren met nieuwe winkels. Winkels die ingevolge branchering, schaal
en maat niet in het kernwinkelgebied passen, worden gesitueerd bij binnenstadsentrees. Er is
een kwaliteitsslag nodig naar een grotere diversiteit in en vergroting van het horeca-aanbod.
Dit kan door het aanwijzen van een groter horecaconcentratiegebied op de as MelkmarktNietzmaneiland. Het huidige aanbod in kunst en cultuur is breed, er ontbreekt echter een grote
trekker. Het economisch belang van toerisme ligt in een toename van het aantal bestedingen
van mensen die niet in Zwolle woonachtig zijn. Dit is uiteindelijk weer uit te drukken in
werkgelegenheid. Het belang van toerisme is overigens bij uitstek meer dan alleen economisch.
Het ligt met name in het vergroten van de bekendheid van de stad. Ook belangrijk is dat de
eigen bevolking ´profiteert´ van allerlei activiteiten op toeristisch gebied. Doelstellingen zijn het
versterken van het evenementenbeleid, het vergroten van de hotelcapaciteit en voor
(boot)passanten en het verstevigen van de congresfunctie. Ook dienen stadsmarketing en
toerisme hand in hand te gaan. Meer stedelijke woonmilieus zijn van belang voor versterking
van de vitaliteit, sociale veiligheid en sfeer van het centrum.
Bereikbaarheid
Het voetgangersgebied dient substantieel uitgebreid te worden. De toenemende druk op met
name de Diezerstraat en omgeving kan deels worden tegengegaan door te stimuleren dat
bezoekers meerdere ‘lussen’ door de stad kunnen maken. Daarbuiten zal de binnenstad geheel
autoluw gemaakt worden.
De looproutes vanaf de transferpunten dienen breed, obstakelvrij en aantrekkelijk te zijn.
De positie van fietsers verdient versterking. Om het fietsgebruik blijvend te stimuleren is het
noodzakelijk om te werken aan meer herkenbare duidelijke ‘overstapplaatsen’ bij de stallingen
aan de randen van het kernwinkelapparaat.
Afhankelijk van het op te stellen bevoorradingsprofiel binnenstad, zijn maatregelen denkbaar
wat betreft voertuigen, expeditieroutes en stimulering van particuliere initiatieven van
stadsdistributie.
Het openbaar vervoer zal zijn functie voor de binnenstad dienen te behouden en waar mogelijk
versterkt moeten worden. De bestaande busroutes en haltering blijven gehandhaafd.
Het parkeeraanbod in de binnenstad neemt af ingevolge autoluw maken, opheffing
accommodatie Noordereiland, alsmede minder vergunninghouders (200). De periferie zal deze
afname van het binnenstadsaanbod op moeten vangen, alsmede een toename van de vraag
28
De kracht van Zwolle
ingevolge winkelgroei. Bestaande locaties dienen beter benut te worden, ook zullen nieuwe
accommodaties nodig zijn. Tevens is het van belang, dat verkeer op de centrumring niet verder
toeneemt.
Leefklimaat
Doelstellingen voor (sociale) veiligheid:
- consolideren van het veiligheidsgevoelen van de Zwolse burger over de Binnenstad;
- afname van criminaliteit en geweld in de Binnenstad;
- afname van overlast;
- wij zullen burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties stimuleren activiteiten te
ondernemen om de leefbaarheid en veiligheid in de Binnenstad te bevorderen;
- zorgdragen voor definitieve huisvesting voor de voorzieningen t.b.v. dak- en thuislozen,
verslaafden.
Op grond van de BOR-systematiek heeft de raad een streefbeeld voor ´schoon, heel en veilig´
vastgesteld. Hierin staat o.a. dat de binnenstad op niveau ‘hoog’ onderhouden moet worden,
terwijl voor het meubilair in de binnenstad niveau ‘zeer hoog’ geldt. Gezien de beschikbare
middelen is er echter voor gekozen dat momenteel voor de gehele stad kwaliteitsniveau ‘basis
+’ wordt gehanteerd, al zijn de reguliere budgetten niet geheel toereikend om voor alle
onderdelen niveau ‘basis’ te halen.
Een aspect dat apart aandacht verdiend is de verlichting in de Binnenstad. De huidige
verlichting is deels verouderd en aan vervanging toe en deels voldoet de verlichting
niet meer aan de eisen van de maatschappij van nu.
2.4.3 BEGROTINGSPROGRAMMA’S
Er ligt een relatie met de volgende begrotingsprogramma´s
- Participatie
- Veiligheid
- Economische structuurversterking
- Woon en leefomgeving
- Mobiliteit
- Duurzaamheid
- Ruimtelijke structuur
- Leefbaarheid en wijkgericht werken
- Groen
2.4.4 MEETBARE PRESTATIES ONTWIKKELING BINNENSTAD
A. Meetbare prestaties inrichting openbaar gebied
1. Verbetering ruimtelijke structuur en inrichting openbaar gebied
Door het creëren van continuïteit in het netwerk van openbare ruimten, meer pleinen,
herkenbare stadsentrees en gebruik maken van eenduidig materiaal.
 Meetbaar in cijfers: bepalen waardering bezoekers van de binnenstad. Opstarten monitor
 Meetbaar via projecten: (herinrichting openbaar gebied al dan niet met belendend vastgoed)

realisatie vernieuwing Grote Markt als nieuw stadshart in 2005

vernieuwing Melkmarkt als centrale wandelstraat in 2006

realisatie Rode Torenplein als evenementenplein in 2006

realisatie Meerminneplein als stadsentree en winkelplein in 2007
29
De kracht van Zwolle

realisatie Tanerij als nieuw cultuurplein in 2006

realisatie opknap Diezerpoortenplas als stadsentree in 2006

realisatie Achter de Broeren als nieuw winkel en woonplein in 2005

realisatie plein Kraenbolwerk als woonplein in 2008

realisatie Nijkerckplein als nieuw woonplein in 2009

inrichten Luttekepoort als groene stadsentree in 2009
B. Meetbare prestaties centrumfuncties
1. Versterken van de positie van Zwolle als regionaal koop- en ontmoetingscentrum
 Meetbaar via cijfers:
-
Meting oriëntatie index (de verhouding van het draagvlak, bestaande uit klanten uit binding
en toevloeiing ten opzichte van het inwoneraantal van een plaats). Dit wordt in het
vijfjaarlijkse koopstromenonderzoek gemeten. In 2005 vindt weer zo´n onderzoek plaats:
(index voor niet-dagelijkse artikelen moet groten zijn dan 157)
-
Bepalen waardering (rapportcijfer) bezoekers van de binnenstad. Opstarten monitor
 Meetbaar via projecten:

uitbreiding kernwinkelgebied met circa 5.500 m² bvo winkelruimte (o.a.: Melkmarkt Zuid
(3000 m²), Rodetorenplein (250 m²), Xenosstrip (1250 m²), HEMA (1000 m²) en
Luttekepoort (100m²).

uitbreiding ´niet kernwinkelgebied´ met circa 2.500 m² bvo winkelruimte (thematische
winkels in Flevogebouw (1500 m²) en op Kraenbolwerk (1000 m²)).

uitbreiding horeca (excl. hotels) op de as Grote Markt-Melkmarkt-Maagjesbolwerk-eiland
Nietzman

versterking cultuurvoorzieningen (stadstheater bij Tanerij, Odeon en Broerenkerkcomplex).
2. Versterken van de positie van Zwolle als toeristische stad
 Meetbaar via cijfers:
-
Toename bezoekersaantallen en aantal evenementen met regionale of landelijke uitstraling.
-
Toename bezoekersaantallen bij VVV. (meten nulsituatie)
-
Toename overnachtingen bij verblijfsaccommodaties (meten nulsituatie)
 Meetbaar via projecten:
-
Ontwikkelen en uitvoeren eenduidige promotie en marketingstrategie
-
Ondersteuning evenementen met regionale en/of landelijke uitstraling
-
Uitbreiding hotelcapaciteit (circa 50 bedden)
3. Toevoegen stedelijke woonmilieus ten einde een gevarieerder aanbod van
woonmilieus te bewerkstelligen voor verschillende doelgroepen in de stad.
 Meetbaar via projecten:

toevoeging circa 160 woningen via wonen boven winkels (o.a. Korte Smeden en

toevoeging circa 200 woningen op Noordereiland locatie Nijkerckenbolwerk en Tanerij

toevoeging circa 150 woningen op Noordereiland locatie Kraenbolwerk

toevoeging circa 28 woningen op Melkmarkt
Jufferenwal)
C. Meetbare prestaties bereikbaarheid
1. Autoluw maken van de binnenstad
 Meetbaar door te kijken in welke delen van de binnenstad in 2009 auto´s mogen komen
30
De kracht van Zwolle
 Meetbaar in cijfers: bepalen waardering bezoekers van de binnenstad. Opstarten monitor
 Meetbaar via projecten:

Autoluw maken binnenstad met per saldo circa 600 p.p. in 2009
2. Handhaven en verbeteren bereikbaarheid van de binnenstad per fiets
 Meetbaar via cijfers: gemiddelde snelheid fietsers in centrum (via landelijke monitor
stedelijke bereikbaarheid)
 Meetbaar via projecten:

toename aantal fietsparkeerplaatsen in binnenstad: 700 bewaakte (Bankenlocatie
Melkmarkt, Meerminnenplein) en 675 onbewaakte plaatsen (voor ‘08 verspreid in het
openbaar gebied)

realisatie fiets- en voetgangersbrug tussen Kamperpoort/Pannenkoekendijk en

realisatie nieuwe verbinding voetgangersbrug ter plaatse van GPA
Maagjesbolwerk
3. Handhaven bereikbaarheid van de binnenstad voor distributie
 Meetbaar via projecten:

opstellen bevoorradingsprofiel, afhankelijk hiervan worden nadere maatregelen getroffen
4. Handhaven bereikbaarheid binnenstad per openbaar vervoer
 Meetbaar via cijfers: gemiddelde snelheid OV gedurende spitsuren (via landelijke monitor
stedelijke bereikbaarheid)
 Meetbaar door na te gaan of consolidatie bestaande lijnvoeringen en halteplaatsen
openbaar vervoer daadwerkelijk heeft plaatsgevonden
5. Handhaven bereikbaarheid van de binnenstad voor de consument per auto
 Meetbaar via projecten:

benutten overcapaciteit van de Diezerpoortgarage (400), het provinciehuis (150), terrein

inzetten van een pendelbus (300 p.) op zaterdag voor werkers

realiseren van uitbreidingen, zoals op Emmadek (315 p.p.) en bij de Branie (250 p.p.).

realiseren nieuwe accommodaties, zoals bij de Willemspoort (550 p.p.).

mogelijk gaat per 1 januari 2005 de nieuwe tarieven en zonering voor betaald parkeren in.

parkeer verwijssysteem op de Buitenring en de A 28
Zamenhofsingel (150), Van Royensingel (50) en Turfmarkt (100).
D. Meetbare prestaties leefklimaat
1. Consolidatie van het veiligheidsgevoel van de Zwolse burger over de binnenstad
 Meetbaar in cijfers: waardering burgers (subjectief) veiligheidsbeleving in uitgaanscentra
(via het Omnibusonderzoek, wordt meegenomen in het jaarlijkse Veiligheidsbeeld).
2. Bevorderen van veilig uitgaan en het tegengaan van winkelcriminaliteit en
zakkenrollerij
 Meetbaar in cijfers: aantal aangiften bij politie, aantal meldingen van overlast bij
politie/gemeente, aantal geregistreerde overlastgevers en veelplegers bij
politie/zorginstellingen/gemeente
 Meetbaar via projecten:

Aanpak zakkenrollerij (jaarlijks plan)
31
De kracht van Zwolle

Project Veilig op Straat (convenant van de gemeente met politie, horeca en openbaar
ministerie)

Project doorstart winkelcriminaliteit (tweede helft 2004, in samenspraak met onder meer City
Centrum, politie, Stichting Veiligheidszorg IJsselland, brandweer en Kamer van
Koophandel)
3. Afname van criminaliteit en geweldsdelicten
Specifieke doelgroepen: veelplegers, risico-jeugd, criminele Antillianen/Arubanen en overlastgevende dak- en
thuislozen/drugsgebruikers.
 Meetbaar via cijfers: politie
 Meetbaar via projecten:

De nieuwe Zwolse A/Anpak (Antillianen/Arubanen)

Convenant Veelplegers (met Deventer, politie, Openbaar Ministerie en reclassering)

Aanpak Loverboys

Ketenaanpak Zorg voor Overlast
4. Tegengaan van overlast door problematische dak en thuislozen en drugsgebruikers
 Meetbaar via cijfers: aantal aangiften bij politie, aantal meldingen van overlast bij
politie/gemeente, aantal geregistreerde overlastgevers en veelplegers bij
politie/zorginstellingen/gemeente
 Meetbaar via projecten:

Zorgdragen voor definitieve huisvesting t.b.v. dak- en thuislozen

Toewerken naar een SER (sociale effect rapportage).
5. Kwaliteitsslag schoon, heel en veilig
Realisatie streefbeeld: beheer en onderhoud van het openbaar groen, de verharding en het
water met de oevers moet eind 2008 kwaliteitsniveau ´hoog´ en meubilair ´zeer hoog´ hebben
 Meetbaar door eind 2009 te kijken of het kwaliteitsniveau gehaald is
 Meetbaar door projecten:

Fase 1 van het project ´verbeteren openbare verlichting binnenstad´ (realisatie zomer/najaar

Opstellen masterplan verlichting binnenstad

Realisering masterplan ondergrondse containers in 2006

Opknappen Korte Smeden als cruciale loopverbinding naar Het Eiland in 2005
2004).
2.4.5 STRATEGIE 2005 -2009
De ontwikkeling en versterking van de binnenstad tot 2009, zoals in dit hoofdstuk
beschreven, maakt deel uit van het Ontwikkelingsprogramma Binnenstad 2015. Dit
programma geeft het ruimtelijk kader voor de integrale ontwikkeling van de
binnenstad. Het geeft richting en de grenzen aan voor alle toekomstige beleidsnota´s
en initieert projecten, maar ook de daarmee samenhangende herzieningen van
bestemmingsplannen.
De ontwikkelingsstrategie is erop gericht om per collegeperiode tot 2015 afgestemd
op elkaar projecten van ontwikkeling en beheer te programmeren. Deze projecten,
voor zover van belang tot 2009, zijn reeds in hoofdstuk 3.2.4 uiteengezet.
32
De kracht van Zwolle
Programmamanagement, centrummanagement en centrale coördinatie wordt ingezet
om ook daadwerkelijk daadkracht te tonen bij de uitvoering van alle
binnenstadsprojecten.
Naast het uitvoeren van de ontwikkelingsstrategie van het Ontwikkelingsprogramma
Binnenstad zal specifiek voor de onderdelen toerisme en (sociale) veiligheid nog een
integraal marketingplan en het Zwolse Veiligheidsprogramma 2005-2009 opgesteld
gaan worden.
2.4.6 WELKE PARTNERS DOEN MEE?
Het daadwerkelijk realiseren van de ambities, doelstellingen en projecten is mede afhankelijk
van de samenwerking met diverse betrokken partijen en organisaties. De gemeente vervult
hierbij met name de regisserende en stimulerende rol.
-
ADMA Consultants
Nederland
Bewonersvereniging Binnenstad Zwolle
Zwolle
Binnenstadsperspectief
Stadsgeschiedenis
BPF Bouwinvest
Zwolle
Centrale Vereniging Ambulante Handel
Citycentrum
Tielbeke Transport
Nederland
De Stad als Theater
DLH Projectontwikkeling
Fietsersbond Zwolle
Zwolle
Historisch Centrum Overijssel
Kamer van Koophandel
Regionale VVV Kampen -Zwolle - Overijssels Vechtdal
Politie - Stichting Veiligheidszorg IJsselland
Recron
33
- Koninklijke Horeca
- Stichting Evenementen
- Stichting Levende
- Stichting Stadsherstel
- Stichting Zwolle Groenstad
- Ten Hag Makelaardij
- Transport en Logistiek
- Vrienden van de Stadskern
- VVV
- Woonschepen Overleg
- Zwolse Gehandicaptenraad
- De Muzerie.
- Projectontwikkelaars
De kracht van Zwolle
2.5 Vitaliseren van de economie
´Zwolle, economische schakel tussen Randstad en Noord-Oost Nederland`
2.5.1 PROBLEEMSCHETS
De economie van Zwolle is in de kern gezond. Zwolle heeft een veelzijdige economische
structuur en telt ruim 77.000 arbeidsplaatsen. Dit is meer dan de potentiële beroepsbevolking
van Zwolle. Uit economische analyses van bureau Louter (2004) blijkt dat Zwolle en regio een
belangrijke scharnierfunctie vervult binnen het nationaal stedelijke systeem. Dat geldt zowel
voor logistiek en transport als voor de kantorensector. Tevens bleek Zwolle en regio binnen een
wijde omtrek de belangrijkste economische groeipool te vormen en daarmee ook een
economische en verzorgende kernpositie in te nemen in een (landsdelige) regio die delen van
Gelderland, Overijssel, Flevoland, Friesland en Drenthe omvat. Het kunnen blijven vervullen
van de twee rollen zal leiden tot verdere groei. Dat vergt evenwel aanzienlijke investeringen op
het vlak van infrastructuur, bedrijven- en kantoorterreinen, voorzieningen en hoogwaardig
wonen. De impact van die investeringen overstijgt het lokale/regionale niveau.
Ondanks de vele sterke punten zijn er wel degelijk een aantal bedreigingen aanwezig. De
belangrijkste zijn:
 Binnen vier jaar heeft Zwolle geen vestigingsmogelijkheden meer voor bedrijven kleiner
dan 1 ha;
 De relatief goede bereikbaarheid van Zwolle komt steeds meer onder druk te staan;
 Ondanks het uitgebreide aanbod aan winkels is de toekomstige positie van de Zwolse
binnenstad niet onomstreden c.q. veiliggesteld;
 Door de beperkte aanwezigheid van kennisoverdracht van onderwijsinstellingen naar
bedrijfsleven en omgekeerd, vernieuwt de productiestructuur van Zwolle en de regio
zich onvoldoende;
 Door de - in vergelijking met andere grote steden - minder positieve beoordeling van de
gemeentelijke dienstverlening, zouden bedrijven iets minder snel voor Zwolle kunnen
kiezen;
 Door het tekort aan overnachtingsmogelijkheden en onvoldoende organisatie van de
toeristische sector profiteert Zwolle onvoldoende van de economische potentie van die
sector;
 Door de relatieve onbekendheid van Zwolle en het ontbreken van een samenhangende
marketing strategie lopen we bedrijven en potentiële toeristen mis.
Het is nodig om deze bedreigingen zo veel mogelijk het hoofd te bieden, zodat onze sterke
economische positie niet in het geding komt.
2.5.2 DOELSTELLINGEN
De doelstellingen zijn geformuleerd op basis van de stand van zaken van de
economie en de sterkte-zwakte analyse.
Algemene doelstelling is het tot stand brengen van een vitale economische structuur
met een soepel functionerende arbeidsmarkt en voldoende werkgelegenheid. Dit
willen we tezamen met onze partners bereiken door:
34
De kracht van Zwolle
* realiseren van voldoende vestigingslocaties voor bedrijven en instellingen.
* stimuleren van de vernieuwing van de economie.
* verbeteren van de dienstverlening aan bedrijven en instellingen.
* versterken van de positie van Zwolle als toeristische stad.
* versterken van de positie van Zwolle als regionaal koopcentrum.
* versterken van de bereikbaarheid van Zwolle.
* beter vermarkten van Zwolle.
* versterken van de regionale samenwerking.
Met uitzondering van de laatstgenoemde (is een instrument om de doelen te bereiken)
worden de doelstellingen onderstaand beknopt uitgewerkt.
A. Realiseren van voldoende vestigingslocaties voor bedrijven en instellingen
Een succesvol economisch beleid valt of staat met het kunnen aanbieden van
geschikte vestigingslocaties voor bedrijven en instellingen. Succes op economisch
gebied is namelijk voor een groot deel afhankelijk van de mate van groei van
bestaande en nieuwe bedrijven en instellingen. Als bestaande Zwolse bedrijven niet
kunnen uitbreiden en bedrijven die een vestigingsplaats in Zwolle zoeken zich
onmogelijk kunnen vestigen, zal er geen of slechts een geringe
werkgelegenheidsgroei optreden. Uitgangspunt is het streven om de veelzijdige
productiestructuur zo veel mogelijk te handhaven. Als we daarbij tegelijkertijd kijken
naar de belangrijkste bedrijfssectoren van de Zwolse economie dan richten we ons
hierbij vooral op:
 Het faciliteren van zakelijke diensten, onderwijs, zorg, detailhandel en logistiek
vanuit kracht
 het faciliteren van industrie en assemblage om de brede productiestructuur te
handhaven
Ten aanzien van de programmering van bedrijventerreinen vindt afstemming met
Kampen plaats.
Nieuwe bedrijventerreinen
Uit onderzoek blijkt dat Zwolle de komende jaren rekening moet houden met een gemiddelde
jaarlijkse vraag van 16 ha (12 ha voor kavels groter dan 1 ha en 4 ha voor kavels kleiner dan 1
ha).
Op dit moment beschikt Zwolle over ruim 65 ha bedrijventerrein, dat terstond kan worden
uitgegeven. Op Hessenpoort I is nog circa 40 ha vrij uitgeefbaar (niet gereserveerd en/of in
optie uitgegeven) en op Marslanden nog bijna 20 ha. Hessenpoort is bedoeld voor bedrijven
groter dan 1 ha en Marslanden voor bedrijven kleiner dan 1 ha. Op Autopark de Vrolijkheid
resteert nog circa 1,5 hectare.
De planvoorbereiding voor de uitbreiding van Hessenpoort (170 hectare bruto) is inmiddels
gestart. Verwacht wordt dat in 2006 Hessenpoort 2 uitgeefbaar is.
Het proces om te komen tot een opvolger voor Marslanden G is echter nog niet gestart. Dit
terwijl Marslanden G nog maar voor enkele jaren uitgeefbare voorraad tot haar beschikking
heeft. Dit betekent dat de voorbereiding van een opvolger van Marslanden een acuut vraagstuk
vormt en prioriteit dient te hebben.
35
De kracht van Zwolle
Bestaande bedrijventerreinen
Naast de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen zijn ook de bestaande bedrijfslocaties van
essentieel belang voor een gezonde economische ontwikkeling. In Zwolle loopt sinds enige
jaren het project “Duurzame Versterking Bedrijventerreinen Zwolle”. Het doel van het project is
om samen met het bedrijfsleven te komen tot een duurzame kwaliteitsverbetering van de
bedrijventerreinen Voorst en Marslanden. De samenwerking is gericht op het verbeteren van
het bedrijfseconomisch resultaat, de vermindering van milieubelasting en een efficiënter
ruimtegebruik.
Woon-werk locaties
De beleidsopgave voor de komende jaren is er op gericht om ruimte te bieden voor
functiemenging in de te herstructureren (Holtenbroek, Kamperpoort) en nog te ontwikkelen
Zwolse wijken (Stadshagen). Daarbij zal wel nadrukkelijk rekening moeten worden gehouden
met de volgende aspecten:
 Hoe, en op welke locaties ondernemersdoelstellingen kunnen worden verenigd met
woonwensen? Welke flexibiliteit in het gebruik van ruimte voegt kwaliteit toe en wordt
door de markt ondersteund?
 Het ontwerp van woonwerkeenheden en de woonomgeving waarin ze zijn opgenomen
vraagt om een adequate afweging van de belasting van de openbare ruimte en het
gewenste kwaliteitsniveau;
 Specifieke woonwerkeenheden blijken voor een deel van de doelgroepen financieel niet
haalbaar. De oorzaak is dat een woonlocatie duurder is dan werkruimte op een
bedrijfsterrein. Het realiseren van functiemenging heeft daarmee een prijs;
 Regulering en flexibiliteit zijn vaak strijdig. Voor toekomstige projecten is het van belang
te zoeken naar systemen die gelijktijdig flexibel gebruik mogelijk maken en onveilige
en onleefbare situaties uitsluiten en tenslotte voldoende houvast bieden voor een
uitvoerbare controle en naleving.
Kantoorlocaties
Medio 2004 bedroeg de voorraad kantoorruimte in Zwolle ongeveer 600.000 m2 bvo. Dit
reflecteert het karakter van Zwolle als een dienstenstad. Want Zwolle is na Groningen de
tweede kantorenstad van Noordoost Nederland. Het totale Zwolse metrage is vergelijkbaar met
steden als Amersfoort, Apeldoorn en Breda en zelfs groter dan dat van Nijmegen, Enschede of
Tilburg. Geschat wordt dat er ruim 24.000 kantoorbanen in de gemeente Zwolle zijn. Dit betreft
éénderde van de Zwolse werkgelegenheid. Evenals bij de bedrijventerreinen die ook éénderde
van de werkgelegenheid accommoderen, onderstreept dit het belang van de kantorensector
voor de Zwolse economie.
Ter voorkoming van een directe concurrentie tussen locaties richt Zwolle zich de aankomende
jaren daarom op een beperkt aantal nieuwe locaties. Voor de beleidsopgaven die spelen in de
periode tot 2009, vervullen de locaties Hanzeland, Oosterenk/Watersteeg en Voorsterpoort dan
ook een centrale rol. Verwacht wordt dat gemiddeld genomen over deze periode de jaarlijkse
opname van 27.000 m2 kantoor kan worden gecontinueerd in de periode 2004-2009.
In onderstaand schema zijn de opgaven met betrekking tot de vestigingslocaties in de periode
2004-2009 samengevat.
36
De kracht van Zwolle
GSB-outputdoelstelling:
Verminderen aantal verouderde bedrijventerreinen en verbeteren aanbod van nieuwe bedrijventerreien
Outputindicator:
1 Aantal hectare geherstructureerde bedrijventerreinen
2 Aantal hectare nieuw aangelegde bedrijventerreinen
Outputafspraak:
1 Eind 2009 is het aantal verouderde bedrijventerreinen afgenomen met 55 ha
Voorst
40 ha bruto
Marslanden 15 ha bruto
2 Eind 2009 is planologisch geregeld:
Hessenpoort II,
Opvolger Marslanden G
100 ha netto
40 ha netto
Zwolse opgaven voor vestigingslocaties
Bedrijventerrein
Situatie
Opgaven
Hessenpoort I
Alle courante kavels zijn naar verwachting in
Verdere uitgifte Hessenpoort I
2006 uitgegeven. In 2007/ 2008 alleen minder
courante kavels onder
hoogspanningsleidingen (13 ha)
Hessenpoort II
Marslanden
De voorraad van Hessenpoort I noopt ons om
Planvorming en R.O. procedures voor
eind 2006 een opvolger beschikbaar te
Hessenpoort II zijn in 2005 merendeels
hebben: Hessenpoort II
afgerond
Op dit Modern Gemengde terrein is nog
In het nieuwe structuurplan 2005 –2010 wordt
slechts voldoende voorraad voor circa 4 jaar.
hoge prioriteit gegeven aan de ontwikkeling van
Er bestaat na 2004 een acute behoefte aan
een nieuw terrein.
een nieuw Modern Gemengd bedrijventerrein
ter grootte van 40 – 60 ha.
Bedrijventerrein
Participatie in de ontwikkeling van het
Activiteiten zijn gericht op eerste uitgifte in
Zuiderzeehaven in Kampen
watergebonden bedrijventerrein
2006.
Zuiderzeehaven
Publiekslocaties (detailhandel)
De planuitwerking voor Spoolderwerk/Voorst
De uiteindelijke reservering voor
B (Voorsterpoort) is in een vergevorderd
publieksfuncties (meubelboulevard en leisure)
stadium.
bedraagt 5 – 7 ha. Voor de autohandel is
concentratie op de Vrolijkheid voorzien.
Duurzame versterking van
Voorst, Marslanden
bestaande terreinen
Uitwerken Masterplannen Marslanden en
Voorst.
Starten met aanpak bedrijventerrein Vrolijkheid
Woon-werklocaties
Beleid m.b.t. woon-werklocaties ontbreekt.
Structureel ruimte bieden voor functiemenging
Op ad-hoc basis wordt in programma´s dit
in de bestaande en nog te ontwikkelen wijken.
wel meegenomen.
Kantoorlocaties
Hanzeland
Voor het P&R terrein zijn er bouwplannen
Start realisatie P&R terrein 30.000 m²
Oosterenk/Watersteeg
Naar verwachting wordt bestemmingsplan in
Gefaseerde uitgifte, rekening houden met
2004 goedgekeurd
segment 2.000-4.000 m²
Beoogd programma 235.000 m² kantoren,
Invulling geven aan gefaseerde ontwikkeling
Reserveren laatste perceel (20.000 m²)
Voorsterpoort
37
De kracht van Zwolle
105.000 m² detailhandel en
van het programma
40.000 m² overige functies
A28 zone/burg Roelenweg
Plannen voor herstructurering bestaand
Bestaande pand Groene Land/Achmea
kantoorpand
vervangen door nieuwbouw (18.000 m²)
B. Stimuleren van de vernieuwing van de economie
GSB Outputdoelstelling:
Vergroten aantal breedbandaansluitingen
GSB Outputindicator:
Vraagbundelingstraject, gericht op het aansluiten van (semi-)publieke instellingen op breedband, afgerond
met een aanbestedingsronde
Outputafspraak:
Eind 2009 is de aanbestedingsronde van het vraagbundelingstraject, gericht op het aansluiten van (semi-)
publieke instellingen op een fysiek netwerk, dat voorziet in de huidige en toekomstige behoefte, afgerond
GSB-outputdoelstelling (open):
Verbeteren innovatief vermogen bedrijfsleven
GSB-outputindicator:
Aantal kenniskringen
Outputafspraak:
Stimuleren project Zwolle Kennispoort. Dit moet eind 2009 leiden tot de oprichting van minimaal 6
kenniskringen
GSB-outputdoelstelling (open)
Verminderen mismatch arbeidsmarkt
GSB-outputindicator
Gemeente heeft in overleg met het Rijk een zgn. 0-ambitie opgenomen.
Vergroten kennisoverdracht van onderwijsinstellingen naar bedrijfsleven en omgekeerd
Zwolle is een beroepsonderwijsstad met een eerste aanzet tot universiteitsstad (VUWindesheim). In de regio zijn enkele bedrijven gevestigd met hoogwaardige kennis (Wehkamp,
JE Stork Air, Scania, Abbott). Het systematisch uitwisselen van kennis, aanwezig bij
onderwijsinstellingen als bij (delen van) het bedrijfsleven is nog onvoldoende ontwikkeld. Hierbij
speelt een rol dat het regionale bedrijfsleven onvoldoende is georganiseerd.
Voor een verdere versterking van de regionale economie is een intensivering van
kennisoverdracht gekoppeld aan een hogere organisatiegraad van het bedrijfsleven
noodzakelijk.
Bij het bedrijfsleven, bij onderwijsinstellingen, bij de provincie Overijssel en bij de gemeente
Zwolle leeft de wens om deze verandering te bewerkstelligen.
Tussen de gemeente en VU/Windesheim zijn afspraken gemaakt over de voor Zwolle
belangrijke kennisclusters. Het betreft o.a. logistiek en ICT en gezondheidszorg. De lectoraten
zullen mede op deze terreinen worden ingezet.
Verder is afgesproken dat tussen onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven komende jaren
kenniskringen worden ontwikkeld. Eind 2004 zal het project Kennispoort Zwolle van start gaan.
38
De kracht van Zwolle
Initiatiefnemer is de Kamer van Koophandel, overige participanten zijn: VU/Windesheim,
gemeente Zwolle, Provincie Overijssel en Syntens. Op basis van een groeimodel zullen
meerdere kenniskringen moeten ontstaan. De kringen worden getrokken door bedrijven met
expertise, de kennisinstellingen en –intermediairs zijn aanwezig bij de bijeenkomsten.
Het kenniscentrum logistiek is inmiddels gestart.
Digitale bereikbaarheid (breedband)
Het bedrijfsleven heeft breedband nodig voor hun zakelijke en commerciële dienstverlening. Het
kunnen beschikken over een hoogwaardige, betaalbare en altijd beschikbare
breedbandinfrastructuur is in toenemende mate noodzakelijk voor het primaire productieproces
en de communicatie met leveranciers en klanten. De meerwaarde van breedband wordt
optimaal benut als zowel bewoners, publieke instellingen en bedrijven zijn aangesloten op
breedband.
De lokale overheid kan operen als ‘vraag bundelaar’, financiële stimulator en launching
customer om de verdere ontwikkeling te stimuleren. Met name voor het komende GSB periode
dringt het ministerie van Economische Zaken aan op een actieve rol van de gemeente als
vraagbundelaar voor publieke instellingen.
De provincie Overijssel wil een open glasvezelring realiseren tussen de vijf grote steden in
Overijssel, in onze regio geldt dit voor de Netwerkstad Zwolle-Kampen.
Naast het fysiek realiseren van meer breedbandverbindingen willen wij in de komende GSBperiode aandacht geven aan het versterken van de elektronische dienstverlening door de
gemeente en het stimuleren van breedbanddiensten.
Voor de ontwikkeling van nieuwe terreinen zoals Hessenpoort 2 en Voorsterpoort is digitale
ontsluiting door het aanleggen van de daarvoor benodigde infrastructuur nodig. Dit mede om
het hoogwaardig karakter van deze locaties te onderstrepen.
Starters
Het startersbeleid van de gemeente Zwolle kan omschreven worden als het initiëren van dan
wel meedoen met diverse projecten voor starters zonder dat er sprake is van synergie. De
vraag dient zich aan of er een actiever startersbeleid gevoerd dient te worden. De eerst indruk
is dat dit niet het geval is. Uit de gesprekken met de zogenaamde stakeholders die zijn
betrokken bij de het opstellen van de nota economisch beleid is namelijk gebleken, dat zij
slechts een beperkte rol zien voor de gemeente. Alleen het faciliteren van starters voor wat
betreft de gemeentelijke taken, is wenselijk (uitvoering BBZ, adviseren over locaties,
vergunningverlening etc). Bij het begeleiden van starters voorziet men geen rol voor de
gemeente. Ook moet de gemeente zelf geen (fysieke) starterscentra opzetten. Dit moet men
overlaten aan de markt. Stimulering van huisvesting via het ondersteunen van marktinitiatieven
is wel wenselijk.
We zullen met alle betrokkenen op starters gebied in gesprek blijven over onze meest logische
(marktgerichte) positionering.
Verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt
Het is de komende jaren van belang, dat er een intensiever contact ontstaat tussen
regionaal bedrijfsleven en onderwijsinstellingen om meer zicht te krijgen op de
gevraagde competenties, de mate waarin de feitelijke uitstroom van studenten hieraan
voldoet, en de wijze waarop discrepanties kunnen worden vermeden. Daarnaast is
39
De kracht van Zwolle
een intensiever contact tussen bedrijfsleven en onderwijsinstellingen van belang om
de kennis en vaardigheden van het zittend personeel op peil te houden. De rol van de
gemeente is die van initiatiefnemer.
C. Verbeteren van de dienstverlening aan bedrijven en instellingen
Als het gaat om de waardering van het ondernemingsklimaat in zijn algemeenheid
scoort Zwolle goed Met name de fysieke zaken hebben we redelijk voor elkaar. De
waardering voor onze dienstverlening aan bedrijven en instellingen is volgens het
meetsysteem echter minder positief. We nemen de 18e plaats in (van de 25 grote
steden). We zullen derhalve nog veel inspanningen moeten verrichten om waar dat
mogelijk is bedrijven en instellingen zo goed en zo soepel mogelijk van dienst te zijn.
Een belangrijk project voor de komende jaren is de aansluiting bij het virtueel
ondernemersloket van kamer van koophandel en belastingdienst.
Tevens gaat het om signalen te vernemen over vraagstukken waarbij de gemeente de
helpende hand kan bieden. Dat past binnen de doelstelling om bedrijvigheid aan
Zwolle te binden, deze voor de stad te behouden en zoveel mogelijk uit te laten
groeien.
GSB-outputdoelstelling:
Verbetering dienstverlening aan ondernemers
GSB-outputindicator
1 Aansluiting bij nationaal elektronisch bedrijvenloket
2 Tevredenheid ondernemer (verbetering oordeel in de Benchmark gemeentelijk ondernemingsklimaat)
Outputafspraak:
1
Zwolle sluit zich per 1-1-2005 aan bij het ondernemersloket van kamer van koophandel en
2
Eind 2009 is het rapportcijfer dat Zwolle heeft gekregen van bedrijven en instellingen voor de
belastingdienst volgens poortmodel B
gemeentelijke dienstverlening aan ondernemers gestegen met 0,5. In 2002 was het rapportcijfer 5,8, in
2009 moet het derhalve een 6,3 zijn.
Zwolse Prioriteiten bij het relatiebeheer
Aandachtsveld
Situatie
Opgaven
Begeleiden van klanten door de
gemeentelijke organisatie
Er werkt een vestigingsteam
Verdere professionalisering
vestigingsteam, procesgerichte
Verbetering van de dienstverlening w.b.
Vergunningenverlening (bouw-, milieu-,
Parkeervergunningen)
Eenheden en afdelingen kennen nog
te veel eigen rollen, belangen,
prioriteiten
Optimalisering van de
dienstverlening aan bedrijven en
stellingen. Tot stand brengen van
een virtueel ondernemersloket,
met gegevens van de KvK,
belastingdienst en gemeente
Gebiedsgericht overleg
Er bestaat regulier overleg met de
OndernemersverenigingenHanzeland
van City
Centrum, Marslanden en Voorst,
Hessenpoort en Oosterenk-VrolijkhieidBerkum. Daarnaast is er het project
Centrummanagement.
Tot stand brengen van overleg
Branchegericht overleg
Er bestaat regulier overleg met de
Branches detailhandel en transport
& distributie en toerisme
Tot stand brengen van overleg
met de zakelijke diensten en
de (para-) medische bedrijven
en instellingen
aansturing
40
De kracht van Zwolle
D. Versterken van de positie van Zwolle als toeristische stad
GSB-outputdoelstelling:
Versterken van de positie van Zwolle als toeristische stad
GSB outputindicator:
Aantal toeristische dagbezoeken (volgens het continue vakantieonderzoek)
Outputafspraak
Het aantal bezoeken aan Zwolle is eind 2009 met 5% gestegen. Volgens het continue vakantieonderzoek
was in 2003 het aantal bezoeken 4.214.000. Eind 2009 moet dit aantal derhalve toegenomen zijn tot
4.424.700.
NB: we hebben nog meer meetbare ambities geformuleerd. Deze zullen de komende jaren in de
begrotingscyclus worden meegenomen. Het betreft:
a. Het uitbouwen van de bestaande evenementen en de ontwikkeling van 2 nieuwe
evenementen met regionale of landelijke uitstraling
b. Vergroten bekendheid van Zwolle als toeristische stad
c. Toename overnachtingen in hotels
d. Toename aantal overnachtingen (schepen) in de passantenhavens
Eigen ambities 2005 –2009
a. Eind 2009 is het aantal evenementen met regionale of landelijke uitstraling
toegenomen met 2 (situatie in 2004 = 3 evenementen)
b. Eind 2009 is het aantal informatiecontacten van de VVV met 25% toegenomen.
Situatie 1 november 2003:
Aantal bezoekers:
44.888
Telefonische aanvragen: 14.783
E-mail:
2.500
c. Eind 2009 is het aantal overnachtingen in Zwolse hotels gestegen met 30%.
situatie 2004: aantal overnachtingen ± 120.000
d. Toename aantal overnachtingen (schepen) met 15%
Situatie 2003
Passantenhaven Katerveer: 1.000
Passantenhaven binnenstad: 2.200
Het economisch belang van toerisme ligt in een toename van het aantal bestedingen van
mensen die niet in Zwolle woonachtig zijn. Dit is uiteindelijk weer uit te drukken in
werkgelegenheid. Het belang van toerisme is overigens bij uitstek meer dan alleen economisch.
Het ligt met name in het vergroten van de bekendheid van de stad. Het kan ´smoel´geven aan
de stad. Ook belangrijk is dat de eigen bevolking ´profiteert´ van allerlei activiteiten op
toeristisch gebied. Daarom liggen de toeristische belangen in het verlengde van bredere
economische belangen. Wij hebben er baat bij dat de toeristische uitstraling past in de wijze
waarop wij de stad verder vermarkten. Kortom, stadsmarketing en toeristische promotie horen
hand in hand te gaan.
Uit diverse analyses blijkt dat Zwolle veel potentie heeft (historische stad die toeristen veel te
bieden heeft gelegen in de nabijheid van verblijfsgebieden als Noord-Veluwe, Vechtdal en
Noord-Oost-Overijssel).
41
De kracht van Zwolle
De toeristische sector in Zwolle heeft derhalve nog steeds groeiperspectieven, mede omdat ze
tot nu toe nog onvoldoende tot wasdom is gekomen. Onvoldoende profilering, onbekendheid
van Zwolle, onvoldoende organisatie van de toeristische sector gecombineerd met onvoldoende
verblijfsmogelijkheden zijn hier aan debet.
Toeristische speerpuntenvoor de stad Zwolle in de periode 2004-2009 zijn:
-
Afstemmen en verder uitbouwen evenementenaanbod
-
Profileren kunst, cultuur en evenementen
-
Vergroten van de hotelcapaciteit
-
Vergroten van de capaciteit voor (boot)passanten.
-
Verstevigen congresfunctie (congrestoerisme)
Er ligt een sterke relatie met andere thema´s die in het binnenstadsprogramma aan de orde
komen zoals versterken van de cultuurhistorische uitstraling, verlevendigen van winkel- en
horecafunctie (funshoppen, terrassen, uitbuiten culinaire uitstraling), verbeteren van de
openbare ruimte, bereikbaarheid en bewegwijzering.
Organisatie en promotie
Het daadwerkelijk realiseren van toeristische ambities, visies en projecten is afhankelijk van de
slagkracht en het aanjagend vermogen dat uitgaat van de toeristische organisaties in de stad.
Effectieve samenwerking tussen alle betrokken partijen en organisaties is essentieel. De
gemeente kan daarin een initiërende rol vervullen. Het versterken van de productontwikkeling
en het afstemmen van promotionele activiteiten staat in de komende periode voor ons centraal.
In de uitvoering speelt de regionale VVV Kampen -Zwolle - Overijssels Vechtdal een belangrijke
rol.
E. Versterken van de positie van Zwolle als regionaal koopcentrum
De nadruk ligt hierbij vooral op de binnenstad. De binnenstad is de meest dynamische plek van
onze economie. Om de centrumfunctie te blijven vervullen, moet de binnenstad echter vitaal en
aantrekkelijk blijven. In het onderdeel Binnenstad van dit meerjarig ontwikkelingsprogramma
worden alle maatregelen opgenoemd.
F. Verbeteren van de bereikbaarheid van Zwolle
Gezien de toenemende drukte op de wegen rondom Zwolle als gevolg van de groei van Zwolle
(meer inwoners en meer bedrijven) gecombineerd met nog steeds toenemende automobiliteit
zijn substantiële verbeteringen nodig. Voor het economisch goed kunnen functioneren van
bedrijven is primair de bereikbaarheid per auto of vrachtwagen het belangrijkste. Het gaat
hierbij voornamelijk om de toegang tot de stad Zwolle (A 28), de buitenring waaraan een groot
deel van de bedrijven- en kantoorterreinen ligt en de toegang tot de binnenstad (zowel voor het
bevoorradend verkeer maar meer nog voor de consument uit de regio). Om de bereikbaarheid
van Zwolle de komende jaren te verbeteren staan diverse concrete maatregelen op stapel die
zich voornamelijk richten op de A 28, de Hanzelijn, de N35, de Ceintuurbaan en de afwikkeling
van het verkeer van Stadshagen.
Binnen de bdu-economie is het verbeteren van de bereikbaarheid als 0-ambitie opgenomen. Dit
betekent niet dat er in Zwolle niets gebeurt. Hiervoor verwijzen we naar MOP deel B, onderdeel
stadsspecifieke ambities, mobiliteit.
42
De kracht van Zwolle
G. Beter vermarkten van Zwolle
Bij veel Nederlanders is het matig bekend, dat Zwolle een gunstige plek is voor de vestiging van
een bedrijf of voor een toeristisch bezoek. Hierdoor loopt Zwolle veel bezoekers en bedrijven
mis en daarmee ook de inkomsten. Het is daarom wenselijk, dat het multifunctionele product
Zwolle sterker onder de aandacht wordt gebracht. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van
marketingprincipes en - technieken die gericht zijn op het profileren van Zwolle onder de
gebruikers (bewoners, toeristische bezoekers, investeerders, ondernemers). Hierbij dient
sprake te zijn van een modelmatige aanpak. Het helder benoemen van product/markt
combinaties en de ingrediënten hiervan (product, prijs, plaats, promotie en politiek).
Al veel jaren wordt gesproken over het belang van een integraal marketing en promotieplan
voor de stad Zwolle. Dit heeft echter nog niet geresulteerd in een samenhangend en eenduidig
plan. Vanuit het economische en toeristische beleidsveld willen we hiervoor een aanzet geven.
Dit zullen we mede doen met onze partners op het economische beleidsterrein. Zij zijn immers
belangrijke ambassadeurs voor de stad Zwolle.
2.5.3 Outputafspraken en inzet financiële middelen van het Rijk (zie ook kaders)
Op basis van overleg met het ministerie van EZ waarbij beider wensen aan de orde zijn
gekomen stellen we voor de financiële middelen voor de periode 2005-2009 (ad € 1.800.000)
in te zetten op
*
herstructurering bedrijventerreinen (50%)
*
verbeteren van de dienstverlening aan ondernemers (15%)
*
stimuleren van de vernieuwing van de economie met name verbeteren kennisklimaat en
ontsluiting breedband (15%)
*
versterken van de positie van Zwolle als toeristische stad met name in relatie tot de
binnenstad (20%)
In de tabel op de volgende pagina zijn ook de output doelstellingen en GSB-afspraken met het
Ministerie van EZ samengevat..
43
De kracht van Zwolle
Tabel: outputafspraken en inzet financiële middelen van het Rijk
Outputdoelstelling
Outputafspraken en bijdrage uit BDU Economie
Vestigingslocaties
1 Verbeteren aanbod nieuwe
bedrijventerreinen
2 Verminderen aantal verouderde
1 Eind 2009 is planologisch geregeld:
-
Hessenpoort II,
-
Opvolger Marslanden G
2
Eind 2009 is het aantal verouderde bedrijventerreinen
-
Voorst
-
Marslanden 15 ha bruto
bedrijventerreinen
100 ha netto
40 ha netto
Afgenomen met 55 ha
40 ha bruto
BDU: € 900.000
Vernieuwing economie
1 Vergroten kennisoverdracht van onderwijs
1 Stimuleren project Zwolle Kennispoort. Dit moet eind 2009
naar bedrijfsleven en omgekeerd
2 verbeteren digitale bereikbaarheid
leiden tot de oprichting van minimaal 6 kenniskringen
2 Eind 2009 is de aanbestedingsronde van het
vraagbundelingstraject, gericht op het aansluiten van (semi-)
publieke instellingen op een fysiek netwerk, dat voorziet in
de huidige en toekomstige behoefte, afgerond.
BDU: € 270.000
Dienstverlening aan ondernemers
1 Toename tevredenheid
1
Eind 2009 is het rapportcijfer dat Zwolle heeft gekregen van
ondernemers over de
bedrijven en instellingen voor de gemeentelijke
gemeentelijke dienstverlening
dienstverlening aan ondernemers gestegen met 0,5. In 2002
was het rapportcijfer 5,8, in 2009 moet het derhalve een 6,3
zijn.
2 Aansluiting bij het nationaal
elektronisch loket
2
Zwolle sluit zich per 1-1-2005 aan bij het ondernemersloket
van kamer van koophandel en belastingdienst volgens
poortmodel B
BDU: € 270.000
Toerisme (en binnenstad)
Toename aantal toeristische dagbezoeken
Het aantal bezoeken aan Zwolle is eind 2009 met 5% gestegen.
Volgens het continue vakantieonderzoek was in 2003 het aantal
bezoeken 4.214.000. Eind 2009 moet dit aantal derhalve
toegenomen zijn tot 4.424.700.
BDU: € 360.000
44
De kracht van Zwolle
2.6 Verstedelijkingsopgave waarmaken.
`Wonen in en om de stad`.
2.6.1 PROBLEEMSCHETS
De context.
Zwolle is de centrumstad voor een regio van tussen een half en 1 miljoen mensen. De opgave
van de stad is de kwalitatieve en kwantitatieve groei zodanig te accommoderen dat de stad
aantrekkelijk is voor de Zwollenaren en voor zijn bezoekers. In `de kop op het Mop`( paragraaf
2) is de veelzijdigheid en complexiteit van de opgave al aangegeven. Het is een spannend
traject met grote uitdagingen die samen met de partners in de stad, met provincie en rijk
opgepakt wordt. De opgave heeft betrekking op ruimte in de bestaande stad en aan de rand
van de stad. Werken in de bestaande stad met zijn grote verschillen in belangen is een
emotievolle opgave die vraagt om visie, durf en draagvlak. Specifiek voor Zwolle is de ligging in
de IJssel en Vecht Delta en daarmee de relatie van de ruimteopgave met dit interessante
kansen en bedreigingen biedende watersysteem. De geografische ligging op de verbindingen
van Zuid met Noord Nederland voor zowel rail als wegverkeer werkt voor Zwolle zelfs als een
richtinggevende context.
Relatie planvorming, structuurplan
De verstedelijkingsopgave komt niet zomaar uit de lucht vallen. Op het niveau van visievorming
en programma is inmiddels het nodige gereed (economische beleidsnota’s
binnenstadsprogramma, programma infrastructuur en parkeren) of in wording zoals woonvisie,
milieuvisie, structuurplan. Als voorloper op het structuurplan zijn er stadsdebatten gevoerd. De
structuurplanperiode heeft qua realisatie nauwelijks invloed op de MOP opgave omdat nieuw
beleid eerst uitgewerkt moet worden in plannen.
De opgave
De opgave betreft wonen, werk, voorzieningen op het gebied van onderwijs, sport, recreatie,
cultuur, gezondheidszorg, winkelen, uitgaan etc en het bereikbaar houden en maken zowel qua
infrastructuur als qua veiligheid. Voor de periode 2005-2009 zijn veel van de plannen, als het
om realisatie gaat, gereed of in een vergevorderd stadium.
Wonen
GSB outputdoelstelling:
Wonen
Betere balans vraag en aanbod op gebied van wonen
GSB outputindicator:
Mutaties in de woningvoorraad, uitgesplitst naar:
1. Aantallen nieuwbouw: a. op uitleglocaties; b. op locaties binnen bestaand bebouwd gebied van 2000
i.v.m. de uitbreidingsbehoefte; c. op locaties binnen bestaand bebouwd gebied van 2000 i.v.m.
vervangingsbehoefte;
2. Aantallen omzettingen: a. mzetting huurwoningen in koopwoningen; b. vernietigde woningen
3. Aantallen ingrijpende woningverbeteringen
4. Toename aantal volledig toegankelijke woningen.
45
De kracht van Zwolle
Woningbouw omvat ruim 4500 woningen, waarvan 870 binnenstedelijk, in vijf jaar. Dat is een
gigantische opgave gezien de recente productie in een stagnerende economie. De economie
stagneert nog steeds, maar door in te spelen op de gewijzigde vraag door de diverse partijen
moet het gaan lukken. De woningbouw zal voor ca. 2/3 deel plaatsvinden in de uitleglocatie
Stadshagen I en vanaf 2006 in Stadshagen II. De opgave in enge zin zal zijn om voldoende en
op de vraag afgestemde woningen te bouwen; in brede zin is de opgave Stadshagen te
ontwikkelen tot een volwaardig dynamisch stadsdeel, waar gewoond, gewerkt en gerecreëerd
wordt. In Stadshagen zijn er voorzieningen voor eigen inwoners, voor andere bewoners van en
mogelijk voor de regio. De ontwikkeling van de hoofdinfrastructuur voor auto, openbaar vervoer
en de fiets is een belangrijke randvoorwaarde. Spannend wordt het financieel rond krijgen van
de Hoofd Infrastructuur Stadshagen (HIS), die zorgt dat Stadshagen bereikbaar is en een
aantrekkelijk leefklimaat biedt.
De overige woningbouw zal plaatsvinden in enkele kleinere uitlegprojecten waar het initiatief bij
derden ligt en verder via een groot aantal locaties binnen bestaand stedelijk gebied. De grootste
locaties betreffen Holterbroek en Kamperpoort. Bij Holterbroek loopt de stedelijke
herstructurering, dit zal afgerond worden in de onderhavige periode en er zal een vervolg
komen. Kamperpoort zal vanuit een nota van uitgangspunten in fases worden herontwikkeld en
daarnaast wordt gewerkt aan het verder uitlijnen en concretiseren van de inhoudelijke opgave
en de ontwikkelingsstrategie.
Werk en bedrijvigheid zullen hun plaats vinden op de bedrijventerreinen Hessenpoort I met als
vervolg Hessenpoort II voor de grote, regionale bedrijven en op De Marslanden voor de
middelgrote bedrijven. Naast deze uitleglocaties zal er ook het nodige gebeuren qua
herstructurering en optimalisering van de bestaande bedrijventerreinen zoals Voorsterpoort,
Voorst, de Marslanden en De Vrolijkheid, gericht op verduurzaming, verdichting, vernieuwing.
Belangrijk afweging is functiewisseling van bedrijfsterrein naar andere functies, waarbij zowel
economische- en milieuaspecten, de stedelijke structuur en de ruimtelijke, sociale kwaliteit van
de stad als geheel een rol spelen. In het structuurplan in wording zullen belangrijke keuzes
gemaakt moeten worden. Voor de werkgelegenheid, maar ook de maatschappelijke
ontwikkeling, het binden van mensen is stadseconomie belangrijk. Dat heeft gevolgen hoe we
als gemeente omgaan met de bestaande stad en de nieuwbouw van woningen cq woningen
plus. Gevaar is dat ambitie blijft steken in beleid door niet op de ambitie afgestemde
regelgeving en houding.
Voorzieningen
GSB outputdoelstelling:
Omgevingskwaliteit: cultuurimpuls
Verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving door het integraal benutten en borgen van culturele
kwaliteiten in de praktijk van de stedelijke vernieuwing.
GSB outputindicator:
Aantal wijken waar fysieke culturele kwaliteiten aantoonbaar en integraal deel uitmaken van de
gebiedsontwikkeling, en de mate waarin deze kwaltiteiten zijn geborgd in lokale planfiguren en beleid.
GSB outputdoelstelling:
Omgevingskwaliteit: openbare ruimte
De verbetering van de kwaliteit van de (semi-)openbare ruimte
GSB outputindicator:
Oppervlak (in m2 of ha) openbare ruimte waarbij sprake is van een kwaliteitsimpuls
46
De kracht van Zwolle
Voorzieningen in brede zin zijn aanwezig en worden vernieuwd en samengevoegd of er komen
nieuwe voorzieningen, passend bij de functie en schaal van Zwolle als centrumstad voor 1
miljoen mensen. Met uitzondering van Stadshagen zullen deze mutaties plaats vinden binnen
de bestaande stad. Dat zijn ingewikkelde langlopende trajecten. Randvoorwaardelijk is dat de
bereikbaarheid verzekerd is en de openbare ruimte afgestemd op toenemende aantallen
gebruikers. De binnenstad en de ring daarom heen zijn de belangrijkste gebieden. Voor de
bereikbaarheid is de infrastructuur en vooral het parkeren (auto, fiets) van essentieel belang en
daarnaast de kwaliteit van de openbare ruimte. Het binnenstadsprogramma geeft de koers aan
en het programma gericht op realisatie. Maar er zijn meer concentratiegebieden zoals ISALA
ziekenhuis, FC Zwolle stadion en in relatie daarmee de aanpassing van de weginfrastructuur,
De Deltion unilocatie, VU Windesheim en in relatie daarmee de aanpassing van de
infrastructuur. Voor nieuwe ontwikkelingen op wat langere termijn zal het structuurplan ruimte
moeten geven.
Randvoorwaarden
In samenhang met de opgave van deze primaire functies zijn er drie functies die zowel
randvoorwaardelijk als op zichzelf van belang zijn, te weten de groenstructuur, het milieu en de
infrastructuur
GSB outputdoelstelling:
Omgevingskwaliteit: groen in de stad
De verbetering van grootschalig groen in de stad.
GSB outputindicator:
Het aantal grootschalige groenprojecten met bijbehorend oppervlak (ha).
De groenstructuur vervult veel functies, het bepaalt het gezicht van de stad, geeft structuur,
verbindt de stad met zijn omgeving en biedt ruimte voor natuur en mensen die er recreëren.
Groen kan in dit verband ook verbreed worden tot water. De groene vingersstructuur wordt
hogelijk gewaardeerd en is van belang om daar op voort te bouwen. Specifiek is er de opgave
om meer ruimte te geven aan het water. De groei van de stad leidt tot druk op de bestaande
structuur enerzijds qua gebruik en anderzijds tot de vraag of er niet gebouwd mag worden. De
toename van gebruik leidt ertoe waar mogelijk te investeren in parken en groenstructuur, zo
mogelijk in combinatie met water. Een afweging of op plaatsen toch niet gebouwd kan worden
op plaatsen waar nu groen is moet mogelijk blijven met inachtneming van het voorgaande.
Concreet ontstaat er een nieuw hoofdinfrastructuur groen in Stadshagen en wordt er
geïnvesteerd in park Weezenlanden en delen van het trace Westerveldse A. Hoewel niet nieuw
geeft de plattelandsontwikkeling en het waterbeleid nieuwe mogelijkheden om stad en land te
verbinden en tot meerwaarde te komen. Deze mogelijkheden gaan we benutten.
47
De kracht van Zwolle
Milieu
GSB outputdoelstelling:
Omgevingskwaliteit: bodemsanering
Sanering van de bodemverontreiniging in het stedelijk gebied (inclusief nazorg en asbest)
GSB outputindicator:
Aan te pakken deel van de werkvoorraad gerelateerd aan het landsdekkende beeld bodemsanering in
aantallen (sanering en onderzoek), m2 en m3 (oppervlakte en in de bodem aanwezige ernstig
verontreinigde grond) en m3 (te saneren verontreinigd) grondwater en bpe’s (bodemsaneringsprestatieeenheden) Vermelden welk deel hiervan door sanering in eigen beheer tot stand zal komen (zonder
overheidsbijdrage in de financiering)
GSB outputdoelstelling:
Omgevingskwaliteit: geluidssanering
Verbetering van de geluidsisolatie bij de zgn. A- en railwoningen.
GSB outputindicator:
Aantal A- en railwoningen (absoluut en als percentage van het totaal in de gemeente) waar de
saneringssituatie aan het eind van het ISV2 tijdvak is opgelost
GSB outputdoelstelling:
Omgevingskwaliteit: luchtkwaliteit
Verbetering van de binnenstedelijke luchtkwaliteit.
GSB outputindicator:
Het aantal meters wegvak dan naar redelijke verwachting onder de normen uit het Besluit luchtkwaliteit
wordt gebracht.
Het milieu kent vele gezichten. Aan de ene kant maken we bij onze verstedelijkingsopgave
gebruik van het bestaande prettige milieu: landschap, natuur, watersysteem en proberen we
aantrekkelijke leefmilieus te scheppen en aan de andere kant heeft de verstedelijking negatieve
effecten op ons ´grijze´ en ´groen-blauwe´milieu. In het kader van de stedelijke ontwikkeling
leidt de vraag naar binnenstedelijk bouwen bijvoorbeeld tot een hogere prioriteit voor
bodemsanering; het toenemende gebruik van de infrastructuur, al of niet in combinatie met
binnenstedelijk bouwen ,leidt tot problemen mbt geluidhinder, luchtkwaliteit en externe
veiligheid. Dit vraagt enerzijds om maatregelen en slim omgaan met functies, maar ook de
acceptatie dat in de afweging van voor en nadelen van een plek de milieusituatie niet overal
optimaal hoeft te zijn voor de gebruikers / bewoners. Op basis van milieukaarten zal de
milieukwaliteit van de stad gedifferentieerd in beeld worden gebracht en via de milieuvisie en de
watervisie zal de raad richting bepalen en prioriteiten stellen. Vooralsnog wordt voortgegaan op
eerder ingezet beleid.
Infrastructuur is in een groeiende stad een essentiële randvoorwaarde, die vanuit de financiële
problematiek vaak te laat wordt ingevuld. Wil Zwolle aantrekkelijk blijven voor de Zwollenaren
en voor haar bezoekers. Er is een helder beeld voor wat er nodig is in de stad voor wat betreft
de infrastructuur voor de auto, het openbaar vervoer en de fiets, inclusief het parkeren. De
48
De kracht van Zwolle
komende jaren zal fors geïnvesteerd moeten worden en zal vanwege de regionale functie nauw
samengewerkt worden met de provincie. Naast het investeren in de infrastructuur zal ook het
gebruik van de infrastructuur en het sturen daarop in regionaal verband (verkeersmanagement)
opgepakt worden.
De uit te voeren projecten in de periode 2005 –2009 richten zich met name op
1) Reconstructie van de Ceintuurbaan/N35
2) Hoofdinfrastructuur Stadshagen
3) Regionale projecten met participatie van de gemeente Zwolle
a) Bereikbaarheid Regio Zwolle (BREZ, trekker provincie Overijssel)
b) Bereikbaarheidsvisie Netwerkstad ZKP (trekker Netwerkstad)
c) Benuttingenmaatregelen Hattemerbroek Zwolle en Afslag Ommen-Lankhorst (“ZSM 2”,
trekker Rijkswaterstaat)
d) Planstudie A28 (trekker Rijkswaterstaat)
e) HOV Kamperlijn (trekker provincie Overijssel)
f) Realisatie Hanzelijn (trekker Rijkswaterstaat)
Toekomst
Het huidig ruimtelijke kader geeft geen antwoord op alle ruimtevragen; daarom wordt er gewerkt
aan een nieuw structuurplan en gelijktijdig aan een woonvisie, parkeerbeleid, verkenning
ontwikkeling landelijk gebied, een milieuvisie, een watervisie, recreatievisie e.d. Deze exercities
moeten leiden tot een nieuw ruimtelijk kader voor de middellange termijn en tot (aktie)
programma´s. Duidelijk is dat een belangrijk deel van de ruimte gevonden moet worden binnen
de bestaande stad door functieverandering, intensiever grondgebruik, slimme oplossingen wat
betreft meervoudig ruimtegebruik etc.
Dat zijn lastige en veelal langdurige trajecten, die vragen om andere werkwijzen gezamenlijk
met partners in de stad, om een investeringsstrategie voor qua vastgoed etc. Daarom is er een
nadere verkenning van het fenomeen inbreiden, c.q. intensiveren grondgebruik in Zwolle.
Inbreiding
GSB outputdoelstelling:
Zorgvuldig ruimtegebruik:
Per saldo intensiveren van woningbouw binnen bestaand bebouwd gebied
GSB outputindicator:
Saldo toe te voegen woningen in bestaand bebouwd gebied 2000.
De inbreidingsopgave.
Wat is inbreiden nu eigenlijk? Inbreiden wil zeggen dat er binnen de grenzen van de bebouwde
kom gebouwd wordt. De ene locatie leent zich hier beter voor dan de andere. Het is niet zo dat
er in de stad ‘lege plekken’ zijn, waar eenvoudig gebouwd kan worden. Elke plek in de stad
heeft één of meerdere functies. Bij inbreiden zal daarom altijd sprake zijn van het (deels)
opheffen, dan wel verplaatsen van de bestaande functie. Omdat er een fors programma in de
bestaande stad ingebreid moet worden, zal er ook sprake zijn van intensief en meervoudig
ruimtegebruik. Inbreiding zal gepaard moeten gaan met kwaliteitsverbetering en
structuurversterking.
49
De kracht van Zwolle
Voorbeelden van locaties in Zwolle die zich lenen voor inbreiding zijn:
-
Open plekken met een park-, sport-, plein- of parkeerfunctie. Bij parkeerplaatsen (bijv.
Turfmarkt) zal er altijd sprake moeten zijn van verplaatsen van de functie. Bij parken en
pleinen ligt het aan het gewicht dat aan de functie wordt toegekend, dat is een afweging.
-
Bestaande woonwijken. In de bestaande wijken kan sprake zijn van herstructurering; sloop
en nieuwbouw waardoor de sociale, fysieke en soms economische wijkstructuur verbeterd
wordt. In de meeste gevallen is hier echter geen sprake van verdichting, tenzij de
bebouwing aaanzienlijk hoger wordt Het is ook mogelijk dat in wijken op ‘open plekken’ van
beperkte omvang woningen of voorzieningen (bijv. multifunctionele accommodaties)
worden gebouwd.
-
Verouderde bedrijventerreinen kennen we nauwelijks in Zwolle, voorbeelden zijn het DSM
terrein en het terrein Oude Almelose kanaal. Hierbij is sprake van functieverandering en
verdichting. Bestaande bedrijventerreinen (bijv. Vrolijkheid, Voorst A, delen Marslanden)
worden wel geherstructureerd worden, waarbij de functie niet veranderd, maar er sprake is
van verdichting, kwaliteitsverbetering en duurzame ontwikkeling. De resultaatverplichting is
hiervoor opgenomen in de prioriteit `Vitalisering van de economie`.
-
Locaties langs de hoofdinfrastructuur (A28, Zwartewaterallee). Op deze locaties zijn
verschillende functies aanwezig, vooral bedrijvigheid en voorzieningen. Deze locaties lenen
zich nadrukkelijk voor intensivering en meervoudig ruimtegebruik van voornamelijk
economische programma’s. Wellicht kunnen deze ook een rol voor wonen spelen.
-
Locaties rond de binnenstad (bijv. ziekenhuis Weezenlanden, belastingkantoor). Deze
locaties lenen zich voor stedelijke functies, zoals stedelijk wonen, waar Zwolle een tekort
aan heeft.
-
Spoorzone. Deze zone kan een rol spelen bij het vestigen van alle programma’s. De mate
van dichtheid en functiemenging is afhankelijk van de uiteindelijke inbreidingsopgave.
Inbreidingsopgaven zijn zeer complex en tijdrovend. Er is meestal geen sprake van gemeente
eigendommen, maar wel van meerder eigenaren, met diverse belangen. Functies moeten
verplaatst worden, naast dat dit kostbaar is, zal er ook een vervangende locatie beschikbaar
moeten zijn.
Inbreiding betekent ook een intensiever gebruik van de bestaande infrastructuur. De vraag is in
hoeverre de bestaande infrastructuur deze toename aan kan. Staat de bereikbaarheid van de
inbreidingslocaties niet bij voorbaat al onder druk? De bereikbaarheidsproblemen moeten
vooraf worden opgelost, niet achteraf.
De leefomgevingskwaliteit mag door de inbreiding niet in het geding zijn. Het stedelijk groen is
een belangrijk aspect van de leefomgevingskwaliteit. Het ligt dan ook niet voor de hand de
parken voor inbreiding op te offeren. De parken zullen wel anders en intensiever gebruikt gaan
worden. Er zal sprake zijn van meervoudig groengebruik.
Bij inbreiding is er per definitie sprake van meervoudige milieuproblematiek. Denk maar aan
bodemvervuiling, geluidhinder, externe veiligheid etc. Er zal een creatieve manier gevonden
moeten worden om met de verschillende milieuaspecten om te gaan.
Inbreiding zal ook leiden tot verandering van de sociale cohesie in de stad. De inwoners van
Zwolle zijn positief over hun stad (Verwey-jonker rapport, 2003). Zwollenaren koesteren hun
stad en zijn bereid zich als vrijwilliger in te zetten. Het wijkgevoel wordt nadrukkelijk ervaren. De
binnenstad is er voor het vertier (winkelen, horeca, cultuur, evenementen), maar het dagelijkse
leven speelt zich in de wijken af, waar we boodschappen doen, samenhang vinden, elkaar
ontmoeten en terecht kunnen voor primaire voorzieningen. De mooie binnenstad, de rust,
ruimte en het groen in de stad, de voorzieningen (o.a. onderwijs en zorg), de goede
50
De kracht van Zwolle
werkgelegenheid, het aantrekkelijke buitengebied met de recreatiemogelijkheden in de
omgeving, de centrale ligging zowel ten opzichte van het Noorden als de Randstad, de goede
verbindingen per spoor en weg en dat alles op een overzichtelijke schaal, maken van Zwolle
een prettige stad om te wonen. In hoeverre kunnen we de genoemde kwalificaties vasthouden
als er fors wordt ingebreid?……
Dat er sprake zal zijn van een forse inbreidingsopgave is evident. Ook in de Nota Ruimte wordt
aangegeven dat de bestaande stad benut moet worden voor een groot deel van de
programma’s. De vraag is hoe ver moeten we gaan. Welke gevolgen zijn nog aanvaardbaar?
Hoe wegen we de sociale en fysieke kwaliteiten? Het is vrijwel uitgesloten dat het totale
programma voor wonen, werken en voorzieningen in de bestaande stad is in te breiden. Er zal
dan ook altijd behoefte blijven aan uitleglocaties. Ook al omdat de complexiteit van de
inbreidingsopgave niet strookt met het aantal jaarlijks op te leveren woningen…………….
Zwolse doelstelling inbreiden.
Voortzetten van de bestaande herstructureringsprojecten en voorsorteren op nieuwe
herstructurering
Plannen maken voor verdichten van bestaande woonwijken en meervoudig grondgebruik in de
stad
Intensivering en functieverandering en –menging in de schil rond de binnenstad
Visie ontwikkelen voor transformatie van de spoorzone gericht op intensivering en
functieverandering
2.6.2 DOELSTELLINGEN (abstract)
Verstedelijking
De verstedelijkingsopgave richt zich op de doorontwikkeling van Zwolle naar een krachtige
centrumstad. Het betreft een evenwichtige ontwikkeling in de zin van een complete stad waarin
het goed wonen werken en verblijven is. De opgave richt zich op de bestaande stad en op
uitbreiding van de stad en inbedding van de in zijn omgeving.
De verstedelijking vindt plaats op basis van visie, programma en project met op ieder niveau
een goede afstemming met betrokkenen en op basis van betrokkenheid.
2.6.3 VERTALING NAAR DE BEGROTINGSPROGRAMMA´S
De vertaling is terug te vinden bij de programma’s van de pijler fysiek
51
De kracht van Zwolle
2.6.4 Formuleren van meetbare prestaties
De Zwolse en GSB opgaven zijn opgenomen tussen de verschillende opgaven. In bijlage B zijn
prestaties nader uitgewerkt.
GSB outputdoelstelling:
Open doelstelling: fysieke voorwaarden voor aantrekkelijke sociale en veilige omgeving.
Fysieke ruimte scheppen voor sociale voorzieningen
GSB outputindicator: samen met rijk opstellen
2.6.5 STRATEGIE 2005 -2009
De strategie voor de kortere termijn is opgenomen onder de diverse lopende programma’s,
zowel facet of themaprogramma´s (bijvoorbeeld parkeren) als gebiedsprogramma´s
(bijvoorbeeld binnenstad). Voor de langere termijn zal het programma voor het structuurplan
maatgevend zijn. In ieder geval zal samenwerken met diverse publieke en private partners een
must zijn om de ambitieuze doelstellingen te halen.
2.6.6 WELKE PARTNERS DOEN MEE
-
Private partijen
-
Provincie
-
Rijk.
Bijzonder punt is de samenwerking in de netwerkstad Zwolle-Kampen en de samenwerking op
regionaal niveau gezien de centrumpositie van Zwolle.
52
De kracht van Zwolle
2.7 ZWOLLE CULTUREEL
2.7.1 PROBLEEMSCHETS
In de bestuurlijke reactie op het het rapport stadsdebat staan de volgende uitgangspunten:
“ Meer dynamiek en kwaliteit als het gaat om cultuur en evenementen vinden ook wij belangrijk.
Wij gaan dat ook zoveel mogelijk stimuleren en faciliteren, maar het is iets dat ook uit de stad
zelf moet komen. Wij zien veel in het stimuleren van kleinschalige initiatieven, evenementen
(groot en klein) en cultuuruitingen in de hoop dat ze kunnen uitgroeien tot activiteiten met een
promotionele waarde voor onze stad. Wij kiezen voor het van onderop stimuleren en faciliteren
van cultuur en evenementen, zonder gericht in te zetten op het aantrekken van een grootschalig
evenement van buitenaf.”
“Het toeristisch profiel van onze stad kan met het beter benutten van de huidige kwaliteiten
versterkt worden en daar gaan wij dan ook op inzetten.”
Analyse.
Uit het stadsdebat en de SWOT-analyse blijkt dat inwoners van Zwolle over het algemeen heel
tevreden zijn over Zwolle. Eén van zorgpunten is echter dat het wel dynamischer en flitsender
mag, met name in en rondom de binnenstad. Culturele uitingen op kleine schaal, grote
evenementen met regionale dan wel landelijke uitstraling, jongeren die Zwolle intenser beleven.
Het is er allemaal tot op zekere hoogte wel, maar het mag meer!
Wij zien daarnaast in de SWOT nog een aantal elementen die van belang zijn voor dit thema:

Zwolle heeft soms nog te weinig lef voor bijzondere evenementen.

Zwolle heeft in de breedte veel kwaliteiten te bieden, maar deze worden nog niet ten volle

Zwolle kan nog een culturele impuls gebruiken, los van het theater dat in ieder geval

Zwolle maakt te weinig gebruik van haar inwoners bij het op de kaart zetten van Zwolle, het

Het bestuur moet meer oog hebben voor haar eigen rol. Niet alles zelf willen doen, maar
benut.
gerealiseerd wordt.
nemen van initiatieven.
vooral faciliteren, randvoorwaarden schappen en mobiliseren.
De onlangs uitgekomen Atlas voor Gemeenten 2004 meldt bovendien dat uit cijfers blijkt dat de
aanwezigheid van veel creatieve mensen in een stad de beste garantie is voor een toename
van de werkgelegenheid. De economische groei in de noordvleugel van de Randstad houdt er
rechtstreeks verband mee. Onderzoek vanuit deze Atlas toont aan dat niet zozeer
hoogopgeleiden de motor achter de moderne economie zijn, maar mensen met innovatieve
ideeën. Hoe omvangrijker de creatieve klasse, des te groter de werkgelegenheidsgroei. Die
creatieve klasse waardeert een rijk cultureel aanbod, een historische binnenstad en een goede
bereikbaarheid. Als deze basisvoorwaarden aanwezig zijn, zal men meer moeite doen zich
blijvend te vestigen in de gemeente, wat weer een zeer gunstig effect heeft op de lokale
economie en de waardering van het klimaat in de stad. Overigens geldt dit ook voor
bijvoorbeeld het investeren in betaalbare woningen op acceptabele afstand van de binnenstad.
53
De kracht van Zwolle
Bij zoveel artistieke en kunstzinnige studenten als Zwolle binnen zijn stadsmuren ontvangt is
het hebben van ruimte om te werken een minstens zo belangrijke voorwaarde.
Ambitie:
In 2010 zijn wij er zichtbaar in geslaagd de dynamiek van Zwolle te vergroten en het culturele
klimaat te versterken vanuit onze rol als facilitator en stimulator.
2.7.2 DOELSTELLINGEN
1. Continueren en verder versterken van het in gang gezette cultuurbeleid 2000-2004 in het
volgende culturele profiel 2005-2008.
2. Inzetten op het continueren en versterken van evenementen / festivals in en rondom de
Binnenstad gebaseerd op een nieuwe nota Evenementenbeleid.
3. Vergrote van culturele potentie in de Zwolle.
Meer dynamiek, evenementen en cultuur in de stad realiseren we niet alleen door cultuurbeleid
te voeren en evenementen stimuleren. De inrichting van de binnenstad, de aanwezigheid van
creatieve mensen in de stad, de aanwezigheid van jongeren en vooral studenten dragen
hieraan ook in belangrijke mate bij. Maar ook de combinatie van dingen in de stad maakt dat
het levendig, dynamisch en cultureel wordt. Goede restaurants met landelijke uitstraling, theater
(klein- en grootschalig), horeca en een creatief alternatief winkelaanbod moeten elkaar
versterken. Dat zorgt voor extra dynamiek. Dit betekent dat het vergroten van de culturele
potentie veel te maken heeft met een aantal andere prioriteiten uit het MOP (dynamiseren
economie, jongeren en binnenstad).
Het is duidelijk dat wij als overheid vooral randvoorwaarden kunnen creëren en stimuleren van
bepaalde activiteiten. Uitstralen dat we het belangrijk vinden en dat, daar waar mogelijk, met
concrete acties ondersteunen. De echte kracht echter moet vooral uit de stad zelf komen.
2.7.3 MEETBARE PRESTATIES
Continueren en versterken van het in gang gezette cultuurbeleid

Vaststellen culturele profiel 2005-2008
2004

Realiseren van museum voor moderne en hedendaagse kunst
2004

Realiseren GPA
2006

Realiseren Tanerij als nieuw cultuurplein
2006
Inzetten op continueren en versterken van evenementen / festivals

Nota evenementenbeleid
2005

Manifestatieterrein park de Weezenlanden realiseren
2005

Realiseren Rode Torenplein als evenementenplein
2006

Horecamogelijkheden in binnenstad vergroten
2007

Inzetten op continueren van evenementen als bevrijdingsfestival,
Straatfestival en stad als theater
2005-2008
Vergroten culturele potentie in Zwolle

Continueren van de culturele werkplaats
2005-2009

Broedplaatsen voor kunst en cultuur verder stimuleren
2005-2009
54
De kracht van Zwolle

Ontwikkelen van culturele strategie voor nieuwbouwlocaties
2006

Realiseren van stimuleringsbudget kleinschalige cultuuruitingen
2007

Versterken van het netwerk “creatieve klasse”
2008
2.7.4 STRATEGIE
In feite kent het vergroten van de culturele potentie twee strategieën Enerzijds zoveel mogelijk
de goede dingen die de afgelopen jaren zijn gerealiseerd, behouden. Het op peil houden van de
voorzieningen en daar waar mogelijk verder uitbouwen. De ontwikkelingen rond de
Broerenkerk, de festivals, Hedon en de Culturele Werkplaats dragen bij aan een aantrekkelijk
profiel voor Zwolle, maar ook het hebben van een aantal goede basisvoorzieningen, zoals het
Filmhuis, Odeon een GPA moet niet worden onderschat.
Hetzelfde geldt voor de festivals en evenementen. Het bevrijdingsfestival is belangrijk voor
Zwolle, evenals een festival als de stad als theater. Ook het straatfestival trekt ontzettend veel
bezoekers. Een goede nota evenementenbeleid is een belangrijk vertrekpunt. Niet alleen vanuit
het willen reguleren van beleid, maar juist ook om zichtbaar te maken hoe we kunnen faciliteren
en stimuleren.
Aan de andere kant willen we investeren in de potentie van de stad. Hoe versterken we de
initiatieven. Wij denken door stimuleringsbudgetten beschikbaar te hebben, maar ook door
actief op zoek te gaan naar de creatieve klasse, waar in het rapport Atlas voor gemeenten over
wordt gesproken. Hoe we dat gaan doen werken we het komende jaar verder uit.
55
De kracht van Zwolle
2.8 Integraal veiligheidsbeleid
2.8.1 Probleemschets en reikwijdte
De kwaliteit van wonen, werken en leven in Zwolle wordt in hoge mate medebepaald door het
niveau van veiligheid. Veiligheid geldt in Zwolle als basisvoorziening: voor ontwikkeling,
welbevinden en omgang.
Het tegengaan van (jeugd)criminaliteit, van overlast, van onveiligheidsbeleving en het
verkleinen van de kans op onveiligheid staan daarbij voorop. Voorkomen en aanpakken, maar
ook het inschakelen van zorg en inzet voor een weer normaal functioneren bij bijvoorbeeld
“draaideurcriminelen” en overlastgevende dak- en thuislozen moeten daarbij uitgebalanceerd
hand in hand gaan.
Er wordt nauw samengewerkt door alle betrokken partijen om, stedelijk waar dat moet en in de
wijk waar dat kan, veiligheid te verbeteren.
Daarbij vinden wij het belangrijk wat de Zwolse burger en ondernemer van die inspanningen
windt, hoe het staat met het “veiligheidsgevoel”.
Die objectieve cijfers laten zien dat het beeld van Zwolle als geheel, vergeleken met de
veiligheid in andere grote gemeenten, relatief gunstig is. De inzet van de afgelopen jaren werpt
vruchten af. Goede voorbeelden zijn de integrale aanpak van overlastgevende dak- en
thuislozen en harddrugsgebruikers, de inzet op jeugd via het programma jeugd & veiligheid en
de op veiligheid en leefbaarheid gerichte activiteiten in het kader van veilig wonen, veilig
ondernemen en veilig voelen.
Ook tegengaan van huiselijk geweld en loverboy-praktijken zijn gestart, en er zijn goede
resultaten behaald bij de aanpak van criminele Antillianen en Arubanen en veelplegers, waarbij
de inzet van de gemeente zo veel mogelijk is gericht wordt op voorkomen en begeleiden.
Ook de Binnenstad van Zwolle doet het relatief goed ten opzichte van de binnensteden van 15
vergelijkbare Nederlandse gemeenten. Er wordt bijvoorbeeld al meer dan 10 jaar nadrukkelijk
ingezet op veilig uitgaan. Samen met horeca en politie is camerabewaking gerealiseerd, het
horecapersoneel heeft anti-agressiecursussen gevolgd, vrijwillige horecascans in het kader van
veilig ondernemen worden uitgevoerd en er is een jaarlijkse campagne ´Outgaan in Zwolle´
(tegen overmatig alcoholgebruik) in het uitgaansleven onder jongeren. Met een fors aantal
ondernemers zijn acties uitgevoerd om de winkelcriminaliteit tegen te gaan, bijvoorbeeld via
onderlinge alarmering en trainingen. De verlichting wordt verbeterd. Tijdens de zomermaanden
en bij openlucht-festiviteiten zoals de Blauwvingerdagen wordt de zakkenrollerij ook preventief
bestreden. “Niets erin, niets eruit” geldt als slogan bij het aanpakken van autocriminaliteit en
waar jeugdoverlast de kop op steekt volgt gezamenlijke actie.
Andere activiteiten bij het tegengaan van verloedering van de Binnenstad zijn de geplaatste
plaszuilen, veiligheid rond pinautomaten en de actie “Stappen kan rustig”.
Dit alles komt ook aan de bezoekers uit de regio ten goede.
Wij beschouwen de Binnenstad als een “smeltkroes” die bepalend is voor het gezicht van
Zwolle: wij hechten veel belang aan het hebben èn houden een veilige Binnenstad en willen
daar de komende jaren specifiek op inzetten.
Al met al hebben wij een redelijk optimistisch beeld onze stad Zwolle.
56
De kracht van Zwolle
Maar dat kan veranderen, bijvoorbeeld door de stevige groei van de stad de komende jaren en
overloop uit andere steden, met als effect een ongewenste ´inhaalslag´. Daarom zullen wij
nadrukkelijk blijven inzetten op de integrale aanpak van veiligheid.
2.8.2 Doelstellingen
Stedelijk:

Toename van de veiligheidsbeleving bij de Zwolse burger (op stedelijk niveau, in de wijken

Afname van criminaliteit en geweldsdelicten door volwassenen en jeugdigen met speciale
en in de Binnenstad)
aandacht voor veelplegers, risico-jeugdigen, criminele Antillianen/Arubanen, loverboys en
problematische dak- en thuislozen/drugsgebruikers

Afname van (herhaling van) huiselijk en relationeel geweld

Voldoene inzet toezichthouders waarborgen

Uitwerken en versterken van de ketenaanpak externe (fysieke) veiligheid/rampenbestrijding

Kwalitatieve verbetering registratie doelgroepen en monitoring
Gebiedsgericht:

Afname van criminaliteit in risicogebieden door een gebiedsgerichte aanpak:
veilig ondernemen: beveiliging van bedrijventerreinen; afname van criminaliteit tegen
bedrijven en ondernemers, afname van winkelcriminaliteit in met name winkelcentra en
winkelstraten; veilig wonen: het bevorderen van inbraakpreventie; beveiliging van
parkeerterreinen en vermindering autocriminaliteit; afname van fietsendiefstal

Afname van overlast door problematische dak- en thuislozen/harddrugsgebruikers:
uitvoering van beheersplannen; een laagdrempelige voorziening waar burgers terecht
kunnen met klachten; het ontwikkelen van instrumenten voor activering van de doelgroep

Bevorderen van leefbaarheid en veiligheid ; het bevorderen van burgerschap en sociale
samenhang en handhaving; toename verkeersveiligheid; afname jeugdoverlast
Binnenstad

Afname van criminaliteit en geweld in de Binnenstad:
bevorderen veilig uitgaan (Veilig op Straat); afname van winkelcriminaliteit, zakkenrollerij en
fietsendiefstal

Het verbeteren van de stadsverlichting

Afname van overlast:
aanpak problematische dak- en thuislozen, problematische jongeren en stappers
tegengaan van verloedering, bijvoorbeeld graffiti
De doelstellingen worden gemeten via het jaarlijkse Veiligheidsbeeld, waarin onder meer de
uitkomsten van het Omnibus-onderzoek en de politiegegevens worden opgenomen.
2.8.3 Vertaling naar de begrotingsprogramma´s
De inzet ten behoeve van veiligheid strekt zich uit over meerdere begrotingsprogramma’s en
organisatieonderdelen van de gemeente Zwolle:
- programma Veiligheid
- programma Leefbaarheid en Wijkgericht werken, deelprogrogramma Leefbaarheid
- programma Volksgezondheid en Zorg, deelprogramma Maatschappelijke Opvang en Zorg.
57
De kracht van Zwolle
2.8.4 Meetbare prestaties
GSB –outputdoelstelling:
Het verminderen van de criminaliteit gepleegd door volwassen en jeugdige veelplegers, mede door de
realisatie van preventieve maatregelen en een sluitend systeem van nazorg ten behoeve van deze
doelgroep.
GSB outputindicatoren:
-
Het percentage jeugdige en volwassen allochtonen en autochtone veelplegers waarvoor door een stad
nazorg- en/of resocialisatietrajecten worden a.aangeboden en b. afgerond ten opzichte van het totale
aantal geregistreerde jeugdige en volwassen veelplegers (in HKS)
GSB –outputdoelstelling:
Het verminderen van overlast op straat veroorzaakt door personen, mede door de realisatie van een
sluitende aanpak van sociale opvang en hulpverlening gericht op overlastgevende personen.
GSB outputindicatoren:
Het percentage overlastgevenden dat in maatschappelijke opvang (24 uur per dag beschikbaar in
crisissituaties) kan worden geplaatst ten opzichte van het totale aantal geregistreerde overlastgevenden.
GSB –outputdoelstelling:
Het verbeteren van de aanpak van huiselijk geweld, leidend tot een vermindering van (herhaling van)
huiselijk geweld.
GSB outputindicatoren:
-
Aanwezigheid van een convenant/arrangement tussen alle lokale partijen betrokken bij de aanpak van
-
De aanwezigheid van een advies- en meldpunt huiselijk geweld (uiterlijk geregeld in 2008).
-
Het aantal (eerste) meldingen van huiselijk geweld en van herhaling van huiselijk geweld (bron AMHG,
huiselijk geweld.
bij ontbreken)
GSB –outputdoelstelling:
Het verminderen van criminaliteit in risicogebieden en in de woonomgeving mede door een gebiedsgerichte
aanpak.
GSB outputindicatoren:
Gegevens Trendrapportage en Veiligheidsbeeld
GSB –outputdoelstelling: Open Zwolse doelstelling
Voorkomen en bestrijden van jeugdcriminaliteit
Outputindicatoren:
-
De sores op geprioriteerde risicofactoren in Zwolle-Zuid in het onderzoek naar risicofactoren en
beschermende factoren (onderzoek Communities that Care)
-
De score op de probleemgedragingen ´jeugddelinquentie´ in het stedelijk onderzoek ´Communities that
Care`.
-
Het aantal minderjarige verdachten (12-24 jaar) per 1000 jeugdige inwoners zoals dat blijkt uit de
politiecijfers
-
Het percentage jongeren dat in het gemeentelijk onderzoek aangeeft de afgelopen 12 maanden wel
eens criminaliteit te hebben gepleegd.
58
De kracht van Zwolle
2.8.5 Strategie 2005-2009
Meer programmatische aanpak
De veiligheidsaanpak krijgt gestalte via het Programma Veiligheid, dat jaarlijks waar nodig wordt
bijgesteld, met als onderdelen:

Stedelijk: het ontwikkelen van actieprogramma’s ten aanzien van bepaalde (categorieën
van) daders en delicten.
Daarbij gaat het om veelplegers, risico-jeugd, huiselijk geweld, criminele
Antillianen/Arubanen en overlastgevende dak- en thuislozen. De verwachting is dat door
het toepassen van deze aanpak op bovengenoemde groepen de criminaliteit en overlast in
de stad fors kan dalen.

Gebiedsgebonden: het ontwikkelen van gebiedsgerichte programma´s
Er zijn locaties die onder druk staan door een grotere mate van criminaliteit en overlast.
Hierbij is een integrale aanpak nodig.

Binnenstad: specifiek veiligheidsprogramma: het op peil brengen en houden van de
veiligheid in de binnenstad. Dit is een apart programma omdat er sprake is van een
complexe problematiek, grote toestroom van bezoekers en vele samenwerkingspartners.
Er wordt een concreet actieprogramma opgesteld per doelgroep of gebied met realistische
doelen, wijze van uitvoering, resultaatmeting en inzicht in financiën.
Deze doelgroepen- en gebiedsaanpak komt niet in de plaats van bestaand beleid. Recht
overeind blijft dat het in de wijken en woonbuurt leefbaar, heel en veilig moet blijven. Dit geldt
eveneens voor voldoende en effectief toezicht.
Zo’n werkwijze wordt ook uitgevoerd bij fysieke veiligheid: een ketenaanpak waarbij pro-actie
(risico´s voor zijn via bestemmingsplannen/beleid van de brandweer), preventie (vergunningen
en handhaving) preparatie en repressie (rampenbestrijding in brede zin) en nazorg.
Omdat niet alle veiligheidsproblemen op stadsniveau kunnen worden aangepakt, maar vooral
ook omdat burgers zelf een bijdrage kunnen en moeten leveren aan de veiligheid en
leefbaarheid van hun omgeving kiezen wij voor een werkwijze waarbij stedelijke
veiligheidsinitiatieven worden aangevuld met initiatieven op wijkniveau en omgekeerd.
Bewoners worden hier actief bij betrokken en hebben een grote mate van invloed op te nemen
maatregelen.
Veiligheidsgevoel verbeteren
Het verminderen van het verschil tussen veiligheidsgevoel en objectieve cijfers wordt aangepakt
via het programma Dit is Zwolle. Via beïnvloeding en bewustwording wordt de beleving van
onveiligheid geanalyseerd en vervolgens verminderd. Concreet gaat het daarbij onder meer om
buurtgesprekken, de aanpak van bromfietsoverlast, toezicht door bewoners en
handhavingsacties. Ook wordt voorzien in aanpak van specifieke doelgroepen door (verslaafde)
dak- en thuislozen en risicojongeren een actieve bijdrage te laten leveren aan de kwaliteit van
leven in de stad.
Wij willen deze aanpak versterken via gerichte communicatie over een duidelijke toedeling van
verantwoordelijkheid van de overheid en verantwoordelijkheid van de burger bij de aanpak van
onveiligheid Daarbij hoort ook duidelijkheid over wat de gemeente doet, wat van de gemeente
mag worden verwacht en waarvoor de andere partners in de veiligheidsketen verantwoordelijk
zijn.
59
De kracht van Zwolle
Ketenaanpak veiligheid in balans
Mede ingegeven door het kabinetsbeleid is er een sterkere behoefte aan repressie te zien.
Recent zijn regioconvenanten afgesloten tussen betrokken ministers, korpsbeheerders en
politie. Dit heeft in binnen de politieregio IJsselland geleid tot een kerntakendiscussie. Inzet is
dat de politie zich op een aantal terreinen terugtrekt wat betreft pro-actie en preventie, en
mogelijk niet-probleemgerichte toezicht-houdende taken. Wij hechten veel belang aan een
goede balans in de ketenaanpak veiligheid en het cruciale belang van preventieve actie om
criminaliteit terug te dringen en overlast tegen te gaan. Onze inspanningen zullen erop gericht
zijn de balans in de ketenaanpak veiligheid te behouden, zo nodig door andere partners
ontstane lacunes te laten opvullen. Als uitwerking van deze kerntakendiscussie zullen wij met
de betrokken partners duidelijk maken wat de gevolgen zijn van herpositionering van partners
en hoe die worden opgevangen.
Wij willen ook nagaan in hoeverre preventieve taken door de samenleving zelf kunnen worden
gedaan, door Zwolse burgers, bedrijven of andere organisaties.
Daarnaast blijft de inzet van toezichthouders van belang. De invoering van de wet bestuurlijke
boete is overigens ook een uitwerking van de prestatieafspraken ingevolge het Grote
Stedenbeleid III. In het kader van de veiligheid moeten de gemeenten meer optreden tegen
kleine ergernissen in de openbare ruimte. De politie trekt zich terug op haar kerntaken en zal
mogelijk niet meer optreden tegen dit soort zaken. Daarom krijgen de gemeenten de
bevoegdheid tot het opleggen van de bestuurlijke boete.
Samenwerking verbeteren
Een krachtige samenwerking en coördinatie is nodig bij doelgroepen zoals risicojongeren:
-
versterking van de wisselwerking tussen netwerken op wijk- en stadsniveau om goed te
kunnen insteken op plekken en situaties waar problemen de kop opsteken
-
zorgen voor gelijke gebiedsindeling bij de gebiedsgerichte aanpak van met name gemeente
en politie; de teamwerkplannen van de politie en het gemeentelijk veiligheidsbeleid moeten
naadloos op elkaar aansluiten
-
nagaan of instellingen in de stad op het terrein van de reclassering en de
kinderbescherming nauwer kunnen gaan samenwerken om zo de schaarse capaciteit
optimaal te benutten, de wederzijdse wetenschap over risicojongeren beter te delen en het
overleg met bestuur en politie te vereenvoudigen.
Regie en krachtenbundeling
De gemeente krijgt steeds meer een rol als het gaat om nazorg danwel maatschappelijke
reïntegratie van problematische (overlastgevende) groepen, bijvoorbeeld dak- en thuislozen en
veelplegers.
Om invulling te geven aan de regierol en de inzet van de andere partners zullen daarbij
maatschappelijke convenanten worden afgesloten voor samenwerking, maar ook bij
bijvoorbeeld huiselijk geweld, en zo mogelijk met ondernemers van winkelbedrijven in de
Binnenstad (als eerder met de horeca) voor de aanpak van winkelcriminaliteit. Dit om de
ketenaanpak op deze speerpunten te versterken.
60
De kracht van Zwolle
Onderbouwen
Het Veiligheidsprogramma moet goed onderbouwd worden met informatie, om evaluatie
mogelijk te maken.
Hierbij gaat het niet alleen om informatie over de aard, omvang en de ontwikkeling van de
veiligheidsproblemen in (delen van) de stad, maar ook om de activiteiten die instellingen en
organisaties uitvoeren om die problemen te verhelpen. Voor de evaluatie van ontwikkelingen en
projecten wordt ook een beroep gedaan op derden.
2.8.6. Welke partners doen mee / taken en verantwoordelijkheden
Onmisbare veiligheidspartners zijn politie, openbaar ministerie en brandweer.
Om tot een goede balans tussen zorg en repressie te komen zijn echter meer partners nodig.
Bijvoorbeeld verslavingszorg, maatschappelijke opvang, reclassering en jeugdzorg.
Om preventie goed in te bedden in de ketenaanpak van veiligheid zijn met name sociale dienst,
woningcorporaties, scholen, horeca en ondernemers belangrijk.
Als medebeleidsbepaler en medefinancier zijn rijk, de provincie spelen en omliggende
gemeenten onze partners.
En last but not least: de Zwolse burgers en de bezoekers van Zwolle. Voor de Zwolse burger
geldt een medeverantwoordelijkheid voor het niveau van de veiligheid in Zwolle, door instelling
en gedrag, waar mogelijk door actieve inzet.
Bij iedere activiteit zullen waar mogelijk de inzet en verantwoordelijkheid van de trekker en
uitvoerenden worden aangegeven bij de door hen te leveren (deel)prestatie.
Regie en organisatie
Het Zwolse Integraal Veiligheidsbeleid is overkoepelend voor het beleid en de maatregelen van
de diverse (gemeentelijke) partners op het terrein van veiligheid.
Binnen dat veiligheidsbeleid is sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid.
Politie, Openbaar Ministerie en gemeente spelen een bijzondere rol die tot uitdrukking komt in
het “driehoeksoverleg”. Daarnaast neemt het aantal organisaties dat zich met veiligheid bezig
houdt toe en zijn burgers, ondernemers en maatschappelijke instellingen vanuit bijvoorbeeld
onderwijs, zorg en sport meer bereid verantwoordelijkheid te dragen voor veiligheid.
Tegelijkertijd vraagt de samenleving met meer nadruk om concrete en snelle resultaten.
In dat proces herdefiniëren partijen hun rol; goed voorbeeld is de huidige kerntakendiscussie bij
de politie.
De gemeente wil de verantwoordelijkheid voor de regierol veiligheid sterker invullen. Dat
betekent dat de gemeente de problemen definieert en zorgt voor goede beleidsafstemming.
Daarbij streven wij ernaar dat deze thema´s ook worden geprioriteerd door onze partners.
Vooral bij de politie gebeurt dat al. Op deze manier proberen wij te komen tot bundeling en
toespitsing van krachten met als doel een sluitende veiligheidsketen (van pro-actie tot nazorg)
te realiseren. Het veiligheidsbeleid van de gemeente en de teamwerkplannen moeten naadloos
in elkaar grijpen; daarbij zal de gemeente concreet aangeven wat zij van de politie verwacht.
Hierbij kan de wijkwethouder een meer regisserende rol vervullen bij de vaststelling van de
wijkplannen, ter voorbereiding van de formele vaststelling in de driehoek.
Convenanten spelen bij deze samenwerking een belangrijke rol. Het past ook bij de rol van de
gemeente als regisseur om er voor te zorgen dat afspraken worden vastgelegd en ook
61
De kracht van Zwolle
daadwerkelijk worden uitgevoerd. Afspraken die meer dan voorheen concrete en meetbare
resultaten bevatten, en duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden.
De regierol betekent niet dat de gemeente altijd trekker is of acties moet ondernemen. Het is
juist van belang partners afhankelijk van het onderwerp leading te laten zijn en dat de gemeente
partners stimuleert hun rol in de veiligheidsketen op te pakken en daaraan invulling te geven.
In het kader van de gebiedsgerichte aanpak streven wij ernaar de inwoners van Zwolle meer
invloed te geven op de inzet van acties als ook de wijze waarop de inzet wordt uitgevoerd.
De bestuurlijke regie van het integrale veiligheidsbeleid ligt op programmaniveau bij de
burgemeester. De burgemeester heeft tot taak om tot afstemming te komen met de
verschillende vakwethouders. Daarnaast is de burgemeester verantwoordelijk voor de repressie
in het kader van het IVB en de openbare orde.
De vakwethouders zijn verantwoordelijkheid voor de programma´s en projecten op
uitvoeringsniveau.
De Stuurgroep IVB geeft de bestuurlijke richting, realiseert de randvoorwaarden, geeft advies
over het IVB en beoordeelt de voortgang en de resultaten. Deelnemers zijn de burgemeester,
de portefeuillehouders wijkzaken en handhaving/zorg, de eenheidsmanagers Ontwikkeling en
Wijkzaken, hoofd Openbare Orde en Veiligheid, de districtschef politie, de
brandweercommandant en de coördinator IVB. Anderen kunnen aanschuiven als dat nodig is.
De inhoudelijke voorbereiding van de Stuurgroep geschiedt via het Beleidsoverleg IVB (zowel
fysiek en sociaal).
62
De kracht van Zwolle
3.Realisatievermogen versterken
m de gestelde doelen te bereiken en te komen tot een effectieve en efficiënte uitvoering
O
van beleid is het van belang dat er voldoende realisatiekracht is. Betekent dat de
gemeente kiest voor een bestuursstijl die aansluit op de wijze waarop we onze doelen willen
bereiken.
Uitgangspunt voor onze bestuursstijl is het faciliteren, mobiliseren en stimuleren van krachten in
de stad. Om de potenties van de stad beter te benutten en zodoende de dynamiek van Zwolle
te versterken. Want zonder burgers en strategische partners zal het niet lukken om de gestelde
doelen te bereiken. De gemeente wil dan ook inzetten op een versterking van de externe
samenwerking. Met als motto: partners zoeken, vinden, benutten en behouden.
In de eerste plaats gaat het daarbij om strategische partners, die mogelijkheden hebben om te
investeren of anderszins kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van de stad. Zoals
woningcorporaties, projectontwikkelaars, instellingen, verenigingen, welzijns- en
zorgorganisaties, de politie. Uitgangspunt is dat we waar mogelijk en zinvol strategische
partners verantwoordelijkheden willen overdragen of met hen willen delen. Door een beroep te
doen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid en hen te betrekken bij de ontwikkeling en
de daadwerkelijke uitvoering van beleid en de realisatie van prioriteiten.
Maar ook willen we de actieve betrokkenheid vergroten van de burger, de gewone man op
straat. Door het zelfoplossend vermogen van de burger te vergroten, maar ook door de burger
te betrekken bij het vergroten van het sociale en culturele klimaat. En hem of haar daarmee
medeverantwoordelijk te maken voor zijn of haar eigen welzijn en leefklimaat en die van
medeburgers, waar onder kwetsbare groepen.
3.1 ACTOR-NETWERK BENADERING
In de benadering van de gemeente om partners te mobiliseren en te activeren staat externe
netwerkontwikkeling centraal. Doel is:
-
Het beter benutten van bestaande netwerken en het ontwikkelen van nieuwe netwerken;
-
Het faciliteren van samenwerking tussen gemeente en externe partners en externe
partners onderling.
Aandachtspunten bij elk van de prioriteiten:
-
Vaststellen belangrijkste (beoogde) partners/ steakholders en het niveau waarop de
gemeente de partners wenst te betrekken;
-
In gesprek komen met noodzakelijke, maar nog ontbrekende partijen; hierin helder zijn over
doel samenwerking;
-
Helder formuleren posities, verantwoordelijkheden en rollen betrokken partijen;
-
Organiseren van effectieve en doelmatige overlegvormen;
-
Zorgdragen voor goede informatievoorziening, communicatie en promotie;
3.2 AANSTURING
Om als gemeente daadkrachtig te kunnen opereren, partners te mobiliseren en van daaruit de
regie ter hand te nemen is een verankering in de bestaande organisatie van eminent belang.
Centraal hierin staat een praktische aansturing vanuit een programmatische aanpak.
63
De kracht van Zwolle
4. Financiële paragraaf
4.1 INLEIDING
Aan het eind van dit jaar (2004) stoppen de trajecten GSB II.
Het gaat in deze paragraaf primair om de keuze voor de aanwending van de nieuwe GSB
middelen van het Rijk voor de periode 2005-2009. Dit zal onze inzet richting het Rijk zijn.
Nadat keuzes op hoofdlijnen gemaakt zijn, zullen wij deze verder uitwerken ten behoeve van
definitieve besluitvorming in november van dit jaar. Het MOP wordt dan definitief vastgesteld.
Evenals bij de PPN zullen de hoofdlijnen van keuzes in juni voorliggen.
In het kader van GSB III is door het Rijk gekozen voor 3 brede doeluitkeringen, die naast de
door onszelf gekozen prioriteiten binnenstad, jongeren en cultuur in grote lijnen (moeten)
aansluiten bij de thema´s: dynamiseren economie, sociaal beleid en verstedelijkingsopgave
Zwolle (fysiek).
 BDU sociaal, integratie en veiligheid: Dit is de breedste BDU. Het betreft een tal van
onderwerpen samenhangend met criminaliteit, overlast, integratie en sociaal beleid.
 BDU fysiek: Met name beleidskwesties rondom huisvesting, milieukwaliteit, water en
watersystemen en bereikbaarheid
 BDU economie: Met name revitalisering, innovatie, werkgelegenheid en bedrijfsleven.
Wij hebben binnen de reikwijdte van de BDU-regeling, de vrijheid de middelen naar eigen
inzicht in te zetten gericht op het behalen van resultaten. Overigens wel gebaseerd op de door
het rijk geformuleerde output-doelstellingen en resultaten. Dit laatste beperkt de
bewegingsvrijheid aanzienlijk. De BDU´s zijn onderling niet uitwisselbaar.
Ten aanzien van de Rijksmiddelen geldt, met name bij sociaal, dat wij in de afgelopen periode
structurele activiteiten met deze incidentele middelen hebben gefinancierd. Dit schept
verplichtingen. Daarnaast is het, vanzelfsprekend zo, dat we na vier jaar ook niet een totaal
andere richting in zullen gaan. Dit blijkt ook uit de door het rijk gekozen output-doelstellingen.
Veelal zullen we dus het in gang gezette beleid verder uitbouwen, doorontwikkelen en
beheersen.
Daar waar mogelijk (geen verplichtingen en gewenst breuk in het beleid) zullen wij de inzet van
middelen zoveel mogelijk koppelen aan de gekozen thema´s en prioriteiten uit het MOP.
4.2 BDU sociaal, integratie en veiligheid
In de periode 2000-2004 is voor dit onderdeel ongeveer € 55 miljoen. beschikbaar. Voor de
periode 2005-2009 is dat ongeveer € 46 miljoen. Dit is een groot verschil dat voor een
belangrijk deel verklaard kan worden door:
-
Inzet inburgering en integratie is nog niet toegevoegd aan de middelen 20052009. Wordt later dit jaar bepaald.
-
Algemeen maatschappelijk werk zat wel in GSB II is nu opgenomen in de
algemene uitkering gemeentefonds.
-
Middelen onderwijsachterstanden worden fors afgebouwd door het Rijk in
GSB III periode. Deels worden deze middelen rechtstreeks aan het onderwijs
gegeven.
64
De kracht van Zwolle
-
Aantal incidenteel gefinancierde projecten die gerealiseerd zijn en dus in GSB
III niet terugkomen: digitale trapvelden, criem en stimuleringsprojecten
allochtone groepen.
Het zal duidelijk zijn dat juist bij deze BDU de invulling van de nieuwe middelen voor een
belangrijk deel bestaat uit de vraag wat wel kan worden voortgezet en wat niet.
Bovendien zijn in deze BDU middelen opgenomen die in de afgelopen periode vooral aan
doeluitkeringen waren gekoppeld (dus: verplichte inzet voor dat beleidsterrein). Juist hier zijn
we langer lopende verplichtingen aangegaan die gecontinueerd moeten worden. Niet alleen
vanuit financiële binding, maar ook vanuit de wenselijkheid van beleid.
De BDU is gevuld met geldstromen op terreinen van Maatschappelijke Zorg, Jeugd en
Onderwijs, Veiligheid en Integratie.
Onderdeel BDU
Beschikbaar budget Inzet periode 2005-2009
Knelpunten + oplossingsrichtingen
2005-2009
Maatschappelijke
€ 28.405.000
Bevorderen doorstroom en
Voor het realiseren van definitieve
uitstroom Maatschappelijke
voorzieningen MO/VSZ is een tekort
Opvang en extra capaciteit
voorzien. Wij stellen voor dit te dekken
vrouwenopvang
vrouwenopvang
binnen de bestaande middelen
(inclusief intensivering) Intensivering:
Uit dit budget worden veel
opvang,
verslavingszorg en
+
€ 1.147.130
structurele voorzieningen
betaald. Geen vrije keuzeruimte
over.
Inlopen
€ 171.763
Voorkomen van overgewicht 0-
gezondheidsachtersta
19 jarigen.
nden
Aansluiten bij pilot GGD
(nieuwe middelen)
Output doelstelling Rijk en
N.v.t.
daardoor verplichte inzet.
Wij kiezen voor zeer beperkte
inzet en indien mogelijk
middelen over voor eerstelijns
gezondheidszorg
Jeugd en onderwijs
A. Onderwijsachtersta A. Inzet
nden
B. Voortijdig
schoolverlaten
C. Wet educatie en
beroepsonderwijs
A. Vanaf 2005/2006 beperkte
Met name bij het onderdeel
2004/2005 is
inzet
onderwijsachterstanden zullen we fors
bekend (is GSB
onderwijsachterstanden.
moeten inleveren op onze ambities. We
II). Zie jaarplan
Geen additionele lokale
creëren bewust geen knelpunt naar de
onderwijskansen.
middelen toevoegen. Inzet
toekomst hetgeen gedeeltelijk afbouwen
Daarna geringere
wordt bepaald door
van onze inzet betekent.
bijdrage Rijk +
beschikbare GSB
rechtstreeks naar
middelen.
scholen
Onze primaire inzet onderwijs:
Ruwe schatting:
- Huisvesting
€ 3.550.000
- Voorkomen schooluitval
Gericht op continueren beleid
B. € 1.454.873
en beheer
C. Niet in BDU
65
De kracht van Zwolle
sociaal
opgenomen
(zie ook
inburgering en
integratie,
koppeling aan die
middelen)
Inburgering en
Betreft
Vanaf 2005 inzetten op duale
Inzet gericht op het binnen de
integratie
regelingen
trajecten met doelperspectief.
beschikbare middelen aanbieden van
nieuwkomers en
Koppeling maken met middelen trajecten.
oudkomers.
in het kader van WEB en WWB. Het tekort wordt mede veroorzaakt door
BDU-middelen
de + uit onze nota Inburgering en
vanaf 2006.
Integratie. Uitvoeren wettelijke taak zou
Budget 2005 =
binnen budget mogelijk moeten zijn. Dit
2004 en dat
betekent aangeleverde knelpunt in
levert een tekort
bestaand beleid niet honoreren, maar
in 2004 op van €
indien nodig terugkomen op de
500.000
geformuleerde ambities in de nota I&I.
(aangemeld als
knelpunt)
Veiligheid en
€ 5.418.614
leefbaarheid
+
Inzet gericht op:
Intensivering:
A. Stedelijke veiligheid:
A. € 875.000 (incl. maatjesproject)
€ 1.547.758
- Huiselijk geweld
+ € 3.000.000 jeugd en veiligheid
- Veelplegers
(inclusief loverboys, CtC, veilige school
= totaal
- Jeugd en veiligheid
etc.
€ 6.966.370
B. Binnenstad
B. € 275.000
C. Wijkveiligheid
C. € 1.750.000
D. Stadswachten
€ 1.000.000
Dit laatste levert i.v.m. gevolgen Wet
werk en bijstad een knelpunt op.
Witwassen van een aantal
stadswachten.
Uitgewerkt bestedingsvoorstel wordt
later aan u voorgelegd. Wij gaan ervan
uit dat de gewenste inzet voor veiligheid
binnen de financiële kaders kan
plaatsvinden.
66
De kracht van Zwolle
4.3 BDU FYSIEK
In de lopende periode 2000-2004 is voor deze BDU € 10.427.000 beschikbaar gesteld.
Voor de komende periode is dat € 7.974.775,-. Een vermindering van € 2.452.225,-.
Nadrukkelijk is door het Rijk gesteld dat er bij de verdeling van het ISV-budget weliswaar met
deelbudgetten en deelsleutels is gewerkt, maar dat het resultaat 1 ongedeeld budget is, bij de
besteding waarvan de gemeenten niet binnen de grenzen van de deelbudgetten hoeven te
blijven.
In de volgende tabel wordt een vergelijking gemaakt tussen de budgetten van de ISV-perioden
1 en 2. De bedragen voor de periode 2005-2009 zijn indicatief.
ISV 2000-2004
ISV 2005-2009
Verschil
GIOS
862.000
180.000
-
682.000
Geluidsanering
548.000
1.133.000
+
585.000
Bodemsanering
2.255.000
904.000
- 1.351.000
Stedelijke vernieuwing
6.762.000
5.757.775
- 1.004.225
7.974.775
- 2.452.225
Totaal
10.427
Toelichting:
Budget grootschalig groen (GIOS)
Het landelijk beschikbare budget is op basis van een nieuwe behoefteraming anders verdeeld.
Het resultaat is dat een groter deel in het westen van het land neerslaat. Het zeer lage budget
voor Zwolle heeft gevolgen voor het tempo waarin de herinrichting van park De Weezenlanden
kan worden uitgevoerd. Het volledige GIOS-bedrag wordt voor dit project gereserveerd. In de
nieuwste ramingen voor De Weezenlanden is overigens al rekening gehouden met de lagere
GIOS-bijdrage.
Budget geluidsanering
In het ISV budget 2000-2004 zit voor slechts twee jaar (2003 en 2004) budget voor de sanering
van de zogenaamde A- en Raillijstwoningen. Voor de komende periode is in ISV-verband voor
elk van de vijf jaar een geluidbudget beschikbaar. De verdeelsleutel is aangepast aan de per 1
januari 2005 becijferde restant-opgave. De restant-opgave voor Zwolle is nog niet bekend. Dit
wordt verder uitgezocht. De eerste indruk is dat het budget toereikend zal zijn voor de komende
periode.
Budget bodemsanering
Het voorlopig bekend gemaakte budget voor bodemsanering in de ISV-periode 2005-2010 is
fors lager dan het bedrag dat nodig is om het gemeentelijk bodemsaneringsprogramma te
kunnen uitvoeren. Met dit bedrag kunnen we afmaken waar we mee bezig zijn (=Dellen Wuyts)
en er kunnen geen nieuwe projecten worden gestart.
67
De kracht van Zwolle
Budget stedelijke vernieuwing
Dit budget is in de huidige ISV-periode grotendeels ingezet / gereserveerd voor de
herstructurering Holtenbroek en Kamperpoort, de herinrichting van woonwagenstandplaatsen,
de aanleg van nieuwe woonwagenstandplaatsen, particuliere woningverbetering en restauratie
gemeentelijke monumenten.
Duidelijk is dat het lagere budget voor stedelijke vernieuwing gevolgen heeft voor de
gemeentelijke inzet bij de genoemde onderdelen. De prioriteitstelling zal moeten plaatsvinden in
het kader van het MOP 2005-2009.
4.4 BDU ECONOMIE
In de periode 2000-2004 was voor dit onderdeel (fysiek € 1,3 en niet fysiek € 0,6) een bedrag
van € 1.973.900 beschikbaar.
Voor de nieuwe periode 2005-2009 is € 1.840.400 beschikbaar gesteld. Een vermindering van €
133.500.
Voorstel GSB III:
Outputdoelstelling
Outputafspraken met EZ
Projecten 2005-2009
Financiële middelen
Hessenpoort II
Exploitatie
Vestigingslocaties
1. Verbeteren aanbod nieuwe
1 Planologisch geregeld:
bedrijventerreinen
-
Hessenpoort II,
-
Opvolger Marslanden G
100
Opvolger Marslanden G
€ 900.000
ha netto
40
ha netto
2. Verminderen aantal
2 Bedrijventerreinen
verouderde
-
bedrijventerreinen
-
3. Verbeteren aanbod
Voorst
40 ha bruto
Duurzame versterking Voorst en
Exploitatie
Marslanden
Marslanden 15 ha bruto
3 Geen outputafspraak met EZ
kantoorterreinen
Afbouw Hanzeland
Oosterenk Watersteeg
Voorsterpoort
Overige locaties
Vernieuwing economie
1 Vergroten kennisoverdracht
1 Realisatie van minimaal één
Nader te bepalen, gemeente
van onderwijs naar
nieuw kennisplatform of
initiatiefnemer
bedrijfsleven en omgekeerd
kenniscentrum in de regio Zwolle,
met een participatie van minimaal
€ 270.000
15 bedrijven
2 verbeteren digitale
bereikbaarheid
2 vergroten van het aantal
Vraagbundelingstraject
breedbandaansluitingen
Outputafspraak wordt nader
bepaald
3. stimuleren starters
3.Geen outputafspraak met EZ
Faciliteren starters ondersteuning
startersprojecten
68
De kracht van Zwolle
4. Verbetering aansluiting
5. Geen outputafspraken met EZ
Onderwijs arbeidsmarkt
Stimuleren intensiever overleg
onderwijs bedrijfsleven
Dienstverlening aan
ondernemers
1 Toename tevredenheid
1. nader bepalen aan de hand van
Optimalisering van de
ondernemers over de
de benchmark gemeentelijk
dienstverlening aan de
gemeentelijke dienstverlening
ondernemingsklimaat (rapportcijfer)
publieksbalies van het
stadskantoor
- Tot stand brengen van overleg
Hanzeland
- Tot stand brengen van overleg
met de zakelijke diensten en de
€ 270.000
(para-) medische bedrijven en
instellingen
- Verdere professionalisering
vestigingsteam
- Aansluiiting bij het
ondernemersloket van kvk en
belastingdienst
2 Aansluiting bij het nationaal
elektronisch loket
2.aansluiting bij het
ondernemersloket van Kvk en
belastingdienst
Toerisme (en binnenstad)
1 Toename bezoekersaantallen
1
en aantal grote evenementen
aantal evenementen: nader te
bepalen (1 of 2)
Ontwikkelen en uitvoeren
eenduidige promotie en
met regionale of landelijke
Bezoekersaantallen: nader
uitstraling
onderzoeken of dit mogelijk is
2. Toename
2
bezoekersaantallen bij VVV
van nulsituatie
regionale of landelijke uitstraling
3 Toename overnachtingen bij
3.nader te bepalen aan de hand
Uitbreiding hotelcapaciteit
verblijfsaccomodaties
van nulsituatie
nader te bepalen aan de hand
marketingstrategie
€ 360.000
Ondersteuning evenementen met
4.4 RELATIE GSB – PRIORITEITEN MOP
Wij hanteren als algemeen uitgangspunt, zoals ook in de PPN staat omschreven, dat onze
prioriteiten en ambities met de op dit moment beschikbare middelen (eigen dan wel Rijks of
andere derden) en binnen de financiële kaders van de meerjarenraming worden uitgevoerd. Dit
betekent dat inzet op nieuwe prioriteiten zoals in het MOP geformuleerd ten koste kunnen gaan
van “oude” prioriteiten. Oud voor nieuw is in dit opzicht ons motto.
Hierop maken wij vooralsnog slechts één uitzondering en dat is de binnenstad.
In de huidige collegeperiode hebben wij nog € 3 miljoen beschikbaar voor het uitvoeren van het
Rode Torenplein en de Melkmarkt. In de volgende collegeperiode zetten wij in op het creëren
van een werkbudget van € 1,2 miljoen in de jaren 2007 en 2008 voor het realiseren van onze
ambities in de binnenstad.
69
De kracht van Zwolle
Zoals wij in de inleiding op deze paragraaf al schreven komen de BDU uitkeringen van het Rijk
overeen met de grote lijnen van sociaal beleid, verstedelijkingsopgave en dynamiseren van de
economie.
Er zijn echter nog meer specifieke verbanden te leggen tussen onze prioriteiten en de
beschikbare GSB middelen.
In de BDU economie worden middelen gekoppeld aan de thema´s culturele potentie en
binnenstad, met name daar waar het gaat om city-markering, toerisme en evenementen
binnenstad.
In de BDU sociaal worden middelen aan het thema jongeren gekoppeld, met name daar waar
het gaat om onderwijs.
In de BDU fysiek worden middelen aan het thema verstedelijkingsopgave gekoppeld door de
inzet op stedelijke vernieuwing. Daarnaast worden middelen ingezet voor het verbeteren van
park de Weezenlanden. Deels voor het groen, maar ook om een manifestatieterrein te
realiseren waarmee onze culturele potentie kan worden vergroot.
70
Download