Blaas verwijderen volgens Bricker

advertisement
Verwijderen
van de blaas / Bricker
Urologie
Beter voor elkaar
2
Verwijderen van de blaas met aanleg van urineomleiding
Radicale cystectomie met urinedeviatie vlgs Bricker
Inleiding
Tijdens uw bezoek aan de polikliniek urologie heeft uw behandelend
uroloog met u gesproken over een tumor in uw blaas en de noodzaak of
wenselijkheid de gehele blaas te verwijderen.
De urinewegen
De urinewegen bestaan uit de nieren, urineleiders, blaas, plasbuis en bij de
man tevens de prostaat. De nieren zorgen ervoor dat een teveel aan water
en afvalstoffen uit het bloed wordt gefilterd en uit ons lichaam wordt
afgevoerd. Aan de binnenkant van de nier bevindt zich het nierbekken, een
klein reservoir voor de opvang van door de nier geproduceerde urine.
Vanuit het nierbekken loopt de urine, via de urineleiders, van elk van beide
nieren naar de blaas. De blaas fungeert als een tijdelijke opslagruimte voor
urine. Een tweede belangrijke functie van de blaas is het uitdrijven van de
opgeslagen urine. De urine verlaat het lichaam via de plasbuis.
Wat is een blaastumor
Het begrip blaastumor staat voor alle ruimte innemende processen die
uitgaan van de blaaswand. Tumor is een ander woord voor gezwel.
Een gezwel kan goedaardig of kwaadaardig zijn. Alleen onderzoek door de
patholoog-anatoom kan zekerheid geven of het verwijderde weefsel
goedaardig of kwaadaardig is. Blaastumoren zijn echter altijd kwaadaardig.
Een blaastumor kan onderscheiden worden in twee soorten.
3
De oppervlakkig groeiende blaastumor
De tumor bevindt zich op de binnenbekleding, het blaasslijmvlies, van de
blaas en is niet ingegroeid in de spierwand van de blaas. De oppervlakkig
groeiende kwaadaardige tumor wordt ook wel poliep genoemd en heeft de
vorm van een paddenstoel, soms met een steeltje vanuit de blaaswand.
Soms is er een voorstadium van blaaskanker aanwezig in het
blaasslijmvlies. Dit heet carcinoma in situ (CIS).
De invasief groeiende blaastumor
De tumor is doorgegroeid in de blaasspier of in ander omringend weefsel,
zoals het vet rondom de blaas, de prostaat of de baarmoeder.
Een blaastumor openbaart zich meestal doordat zich bloed in de urine
bevindt. Vaak is het bloeden tijdelijk of zelfs eenmalig. Dit lijkt een goed
teken, maar dat is het niet. Ondanks dat dit bloeden gestopt is, groeit de
tumor door. Zolang de tumor oppervlakkig groeit, kan deze meestal
gemakkelijk verwijderd worden. Het probleem is echter dat dit soort
tumoren vaak terugkeren. Daarom is het noodzakelijk de blaas over een
langere periode regelmatig te controleren.
Invasief groeiende tumoren zijn moeilijker te behandelen. Allereerst is via
een kijkoperatie tumorweefsel uit de blaas geschraapt. Deze operatieve
ingreep noemen we een TUR Blaas.
Dit weefsel is door de patholoog nagekeken. De patholoog heeft aan de
hand van microscopisch onderzoek vastgesteld dat de blaastumor in elk
geval tot in de blaasspier is gegroeid. Dit betekent dat er nog tumorweefsel
in de blaas (spier) mogelijk achtergebleven is. Om deze invasieve tumor te
behandelen is het noodzakelijk om door middel een operatie de blaas te
verwijderen. Dit heet ‘radicale cystectomie’.
4
Wat is een radicale cystectomie
Bij een radicale cystectomie wordt de blaas in het geheel verwijderd.
Bij een man worden bij een radicale cystectomie ook de prostaat en de
zaadblaasjes verwijderd. Bij een vrouw worden in principe de plasbuis,
baarmoeder, de vaginatop en eierstokken verwijderd. Het verwijderen van
de plasbuis ( bij de man ) is noodzakelijk als de blaastumor zich tot in de
plasbuis heeft uitgebreid. Dit is echter zelden het geval.
Mogelijkheden na blaasverwijdering
Wanneer de blaas is verwijderd, kan de urine niet meer worden opgeslagen.
Tevens kan de urine het lichaam niet meer via de natuurlijke weg verlaten.
Een operatieve verwijdering van de blaas wordt daarom altijd gevolgd door
de aanleg van een kunstmatige blaas van dunne darm (Studer) of een
kunstmatige afleiding voor de urine (urinestoma)
De urine wordt afgevoerd tot buiten het lichaam via een stukje dunne darm.
Dit heet urinestoma volgens Bricker.Bij de methode van Bricker wordt er
een stukje darm van ongeveer 15 cm tussen de dunne darm uitgehaald.
Aan één zijde wordt dit stukje darm dichtgehecht. De urineleiders worden
in het darmlisje geïmplanteerd.
De ‘open’ zijde van het darmlisje wordt door de buikwand naar buiten geleid
en in de buikwand (meestal rechtsonder) vastgehecht. De stoma steekt
idealiter boven de buikwand uit. Er is een vrijwel continue uitvloed van
urine, er is nl. een incontinent stoma. Daarom is het noodzakelijk om een
opvangzakje te dragen.
5
Gevolgen voor de seksualiteit
Als gevolg van de operatie verandert het seksueel functioneren.
Mannen kunnen ten gevolge van de operatie impotent worden. Er lopen
namelijk zenuwen langs de prostaat die belangrijk zijn voor het krijgen van
een erectie. In de praktijk is het erg lastig en niet altijd veilig, om deze
zenuwen te sparen. Omdat de prostaat en de zaadblaasjes verwijderd zijn,
treedt er geen zaadlozing meer op. Het blijft wel mogelijk om een orgasme
te krijgen. Bij vrouwen wordt door de operatie de vagina ondieper en neemt
de doorbloeding af. De vagina wordt hierdoor veelal minder vochtig.
Ook wordt de baarmoeder verwijderd, waardoor de seksualiteitsbeleving
verandert. Deze veranderingen hebben mogelijk veel invloed op uw
lichamelijk en psychisch functioneren.
Het is altijd mogelijk om over de veranderde seksualiteit te spreken met de
uroloog. Praten over de veranderingen is vaak al een eerste stap om deze
ingrijpende gebeurtenis te verwerken of om samen tot een oplossing te
komen.
Voorbereiding operatie
De operatie vindt onder volledige narcose plaats. Voor de operatie en de
anesthesie zijn enige voorbereidingen noodzakelijk, dit wordt ook wel
preoperatief onderzoek of preoperatieve screening genoemd.
Daarom gaat u naar het spreekuur van de anesthesioloog
Wat te doen als u bloedverdunnende medicijnen neemt
Vanaf enkele dagen vóór de operatie moet het gebruik van
bloedverdunnende medicijnen – in overleg met de arts - anesthesioloog
worden gestopt.
Ascal / Acetylsalicylzuur, Sintrommitis /Acenocoumarol, Marcoumar.
Stop nooit op eigen initiatief met het gebruik van bloedverdunners!!
6
Opnameduur
De opnameduur is ongeveer twee tot drie weken.
De meeste mensen moeten na de operatie ter bewaking een nacht op de
intensive care afdeling blijven. U krijgt een afspraak bij de
stomaverpleegkundige om de plaats van het stoma te bepalen. Er wordt als
proef een stomazakje op de huid geplakt, en bekeken of deze stomaplaats
voor u geschikt is. Voor de verzorging is het belangrijk dat u de stoma goed
kunt zien en bovendien moet u zo min mogelijk last hebben van dit
stomazakje.
De operatie
Tijdens de operatie bent u onder volledige narcose. De uroloog begint de
operatie met het beoordelen van de lymfeklieren in het kleine bekken.
Uitzaaiingen (metastasen) van een blaastumor verspreiden zich via de
lymfeklieren naar andere delen van het lichaam. De lymfeklieren worden
daarom weggenomen en tijdens de operatie beoordeeld door de
patholoog-anatoom. Als in de lymfeklieren uitzaaiingen worden gevonden,
maakt de uroloog een keuze om de blaas wel of niet te verwijderen.
Het kan dan noodzakelijk zijn om voor een andere behandeling te kiezen
zoals bestraling of chemotherapie.
Als u veel klachten ervaart van de blaastumor, zoals zeer vaak plassen, kan
de uroloog er toch voor kiezen om de blaas operatief te verwijderen
ondanks de uitzaaiingen in de lymfeklieren.
Duur operatie
De duur van de operatie is vijf tot zeven uur.
Na de operatie
In de buik bevinden zich een of twee slangetjes (drains) om het wondvocht
uit het operatiegebied af te voeren.
Deze drain(s) mogen worden verwijderd als er weinig wondvocht afloopt.
De urineproductie wordt regelmatig gecontroleerd. Na de operatie krijgt u
pijnstillers. Als er een urinestoma is aangelegd, loopt de urine in het
opvangmateriaal.
7
In de stoma liggen 2 kleine slangetjes die vanuit de nieren komen en via de
urineleiders en het darmlisje uit de stoma steken. Zij zorgen voor een goede
afvloed van de urine.
De eerste dagen na de operatie
De slangetjes voor de afvoer van urine vanuit de stoma of de nieuwe blaas
blijven voorlopig aanwezig om ervoor te zorgen dat het operatiegebied
goed kan genezen en om de urineproductie in de gaten te kunnen houden.
Wat u thuis kan verwachten
De eerste zes weken thuis doet u het rustig aan. U zult merken dat u nog
snel vermoeid bent. Het lichaam geeft vaak het beste aan wanneer de
belasting te groot is. Als de operatiewond nog gevoelig is, raden we u aan
paracetamol te gebruiken. Zo nodig hebt u bij ontslag uit het ziekenhuis
aanvullende pijnmedicatie meegekregen.
8
Contact opnemen
Neemt u tot de poliklinische controle na ontslag uit het ziekenhuis contact
op als:
• aanhoudende (buik-)pijn hebt, die niet verdwijnt met gebruik van de
voorgeschreven pijnstillers of 500 mg paracetamol;
• u koorts hebt boven de 38.5 °C of langer dan 24 uur vanaf 38°C;
• u bloedverlies vanuit de urinestoma of de plasbuis hebt;
• er geen urineproductie is via de urinestoma of als u plotseling niet kunt
meer plassen.
Lotgenotencontact
Sommige mensen hechten veel waarde aan contact met lotgenoten.
Zij vinden steun in het uitwisselen van ervaringen en delen van gevoelens
met mensen die zich in een vergelijkbare situatie bevinden. Vaak vormt ook
praktische informatie een belangrijke steun. Er zijn ook mensen voor wie
het contact met lotgenoten (nog) te confronterend is. Dit lotgenotencontact
kan op verschillende manieren plaatsvinden, o.a. via een telefonisch/
persoonlijk gesprek of bijeenkomsten.
Voor informatie kunt u terecht bij de onderstaande verenigingen:
www.kankerpatient.nl/waterloop: vereniging voor mensen met blaaskanker
en nierkanker
www.harry-bacon.nl: Nederlandse stomavereniging
www.kwf.nl: vereniging Nederlandse kankerbestrijding.
9
Controle
Volgens afspraak komt u op controle bij de uroloog. Als u door ziekte of een
andere reden verhinderd bent om op de afspraak te komen, neem dan
contact op met de polikliniek urologie.
Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen dan kunt u contact
opnemen met polikliniek Urologie bereikbaar van maandag t/m vrijdag
8.30—16.00 uur.
Polikliniek Urologie (route 11)
T 010 297 54 50
Urologieverpleegkundige
T 010 297 53 46
10
11
Ikazia Ziekenhuis
Montessoriweg 1
3083 AN Rotterdam
www.ikazia.nl
Blaas verwijderen volgens Bricker
800649-NL / 2014-05
Download