Centraal Examen Engels

advertisement
Centraal Examen Engels
Tekst verklaren Mavo 4
Hoe haal ik voor dit examenonderdeel een voldoende?
Om het examenonderdeel ‘tekst verklaren’ met een voldoende te halen is het
belangrijk dat je de grote lijn van de teksten begrijpt en ziet. Ook is het heel
belangrijk om in de tekst signaalwoorden te zien en in mindere mate te kunnen
analyseren.
Tijdens het onderdeel tekst verklaren moet je de teksten niet helemaal in 1 keer
lezen maar draait het allemaal om het scannen van de teksten.
Als je de bovenstaande handelingen goed beheerst kun je makkelijk een voldoende
halen voor dit examenonderdeel. Het komt allemaal neer op strategisch lezen.
Echter, als je hoger wilt scoren dan een 8 moet je begrijpend lezen goed beheersen
en moet je woordenschat voldoende zijn. Ook oog voor detail is dan van groot
belang.
Tijdens je examen mag je gebruik maken van een woordenboek EN – NE. Dit moet
je echter niet te snel en te vaak gebruiken. Je woordenboek komt pas echt van pas
tijdens de gatenteksten (gap-fill).
Hieronder vind je de stappenplannen voor de verschillende teksten die je krijgt
tijdens je examens. Als je de stappenplannen goed bestudeert en ze toepast tijdens
het examen is het behalen van een voldoende heel dichtbij.
Stappenplan voor A-B-C-D teksten
Stap 1
Lees de titel van de tekst
Bekijk het plaatje
Lees/bekijk het intro van de tekst.
 Als je deze drie onderdelen hebt gedaan, ga je voor de grote lijn van de tekst.
Waar gaat de tekst over? Wat zie je op het plaatje? Wat staat er globaal in het
intro?
Stap 2
Lees de vraag (zonder de antwoorden al te lezen)
A) Streep in de tekst aan waar je moet kijken.
- Bij 1 of meer alinea’s  hele stuk aanstrepen
- 1 zin (vaak een moeilijke zin en geen woorden opzoeken in je
woordenboek  duurt te lang)
Wat staat er in de rest van de alinea?
 Wat willen ze weten?
B) Lees de tekst, let op signaalwoorden en de dubbele punt  markeren!
Antwoord op de vraag staat vaak hier. (bij de dubbele punt of bij het
signaalwoord)
Stap 3
Onzinwoorden wegstrepen (pindakaas-antwoorden, antwoorden die nergens op
slaan).
- 2 antwoorden zijn altijd grote onzin
- 1 antwoord is bijna goed (kleine nuance  bijvoorbeeld: vaak, altijd)
- 1 antwoord is natuurlijk het goede antwoord
Stap 4
Hoe vaak komt het antwoord voor in de alinea?
- Komt het antwoord maar 1 keer voor  onzin!
- Komt het antwoord meerdere keren voor  goede antwoord!
(staan er meerdere voorbeelden van het antwoord in de alinea dan is dat
het antwoord. Komt het maar 1 keer voor dan is het onzin!)
 Wat is waar?
Hak de zin in stukjes  check de verschillende stukjes  kloppen alle
elementen?
 Let op woorden die het antwoord fout maken  bijvoorbeeld: altijd, nooit,
alleen maar, alles, vooral (Engels: more/most)
 Past het antwoord in de grote lijn van het verhaal?  de goede
antwoorden passen in de grote lijn van het verhaal.
Bij dit soort teksten (teksten met 4 antwoord mogelijkheden (a,b,c,d) is het verstandig
als je de woordenlijsten goed kent. Hierin staan signaalwoorden.
Stappenplan Gatenteksten (gap-fill)
Gatenteksten zijn teksten waarbij je woorden moet invullen in de tekst. De plaats
waar je het woord moet invullen is aangegeven met een gat.
Hieronder vind je het stappenplan om ook deze teksten goed te maken!
Stap 1
Wat is de grote lijn van het verhaal?
Lees de titel
Bekijk het plaatje
Lees eventueel intro van de tekst.
Stap 2
Als het antwoord signaalwoorden betreft moet je naar de zin ervoor en de zin zelf
kijken  hoe kun je deze twee zinnen aan elkaar plakken. (voegwoorden)
Stap 3
Als het antwoord een ander soort woord betreft moet je de zin tot het gat lezen en
de zin na het gat.
Stap 4
Zoek in de alinea/ laatste zin naar signaalwoorden of dubbele punt (zin na het gat)
Stap 5
Kijk of het antwoord negatief of positief is  is de tekst negatief  kies het negatieve
antwoord. En andersom: is het een positieve tekst  kies dan het positieve
antwoord. (bijvoorbeeld werkwoorden)
Stap 6
Kijk of er een tegenstelling is in het antwoord.
Bijvoorbeeld:
Antwoord A = koud
Antwoord B = Groot
Antwoord C = Leuk
Antwoord D = klein
Het goede antwoord is dan B of D want dit is een tegenstelling Groot – Klein.
Stap 7
Als alles hierboven niet lukt  dan gaan we gokken op de grote lijn van het verhaal.
Kies het woord dat het beste past in de tekst.
Als je stap 3 en 4 toepast heb je de grootste kan op het goede antwoord.
Stappenplan (korte) teksten
Hieronder vind je het stappenplan voor (korte) teksten.
Als je dit stappenplan toepast heb je een grote kans dat je ook deze teksten goed
maakt.
Teksten van 2 pagina’s met slechts 1 vraag.
Stap 1
Lees de vette tekst
Vraag je af: staat het hier? (in de vette tekst)
Stap 2
Ga op zoek naar woorden die met het onderwerp van de tekst te maken hebben.
Bijvoorbeeld: love, romance, feel good.
Recensies: positief of negatief?
Stap 1
Lees van elke recensie de laatste zin!
Tekst met een afbeelding (grote afbeelding, tekening, foto)
Laat je niet afleiden door de afbeelding  let op de tekst! Lees de tekst goed!
Download