TOELICHTING BIJ DE MODELSPONSOROVEREENKOMST MET EEN VERENIGING Uitgangspunt bij het opstellen van deze overeenkomst is geweest de omschrijving welke door de Nederlandse Sport Federatie (NSF) en de Vereniging Sportsponsoring Nederland (VSN) is aanvaard van het begrip 'sponsoring'. Deze formule luidt: 'Sportsponsoring is een overeenkomst, waarbij de ene partij (de sponsor) een op geld waardeerbare prestatie levert, waartegen de andere partij (de gesponsorde) communicatiemogelijkheden verschaft, voortvloeiende uit zijn sportbeoefening welke overeenkomst mede gericht is op de bevordering van deze sportbeoefening'. De toevoeging, dat sponsoring mede gericht dient te zijn op de bevordering van de sportbeoefening, is geen juridische toevoeging, doch een uitgangspunt van beleid, dat zowel door de VSN als de NSF wordt voorgestaan. De in de tekst van de overeenkomst vermelde cijfers corresponderen met de hierna volgende cijfers. 1. Over het algemeen zal de rechtsvorm van een sportorganisatie, zoals een sportbond of sportclub, die van een vereniging zijn. De stichtingsvorm komt echter wel voor. Zo zou het standaardteam van een vereniging, dat in het bijzonder voor sponsoring in aanmerking komt, van die vereniging kunnen worden afgesplitst en worden ondergebracht in een afzonderlijke stichting. Het model zal in geval van een stichting sprake is dienovereenkomstig moeten worden aangepast. Het woord vereniging zal overal moeten worden vervangen door het woord stichting. Van artikel 14, eerste lid, zal kunnen vervallen de tweede volzin; hetzelfde geldt voor de tussenzin in het tweede lid: of indien na.... tot en met afkeuren. Tenslotte kan artikel 20 vervallen. 2. In de overeenkomst wordt ervan uitgegaan, dat de inhoud hiervan niet strijdig mag zijn met de eventueel bestaande reglementen van de sportbonden op het gebied van de sponsoring. In geval van wijziging van deze reglementen gedurende de looptijd van de overeenkomst of in geval voor het eerst reglementen aangaande sponsoring worden uitgevaardigd, is het gevaar van strijdigheid aanwezig. Artikel 4, eerste lid onder c. zou in een dergelijk geval toepassing kunnen vinden. Uit een oogpunt van rechtszekerheid zullen sportbonden bestaande rechtsverhoudingen zoveel mogelijk moeten respecteren en zonodig overgangsbepalingen in hun reglementen moeten opnemen. In het bijzonder wordt erop gewezen, dat enkele sponsorreglementen van de sportbonden het voorschrift bevatten, dat een sponsorovereenkomst vooraf dient te worden goedgekeurd door de desbetreffende sportbond alvorens deze van kracht kan zijn. 3. Voorzover nodig dienen partijen ook de reglementen van de Internationale Sport Federatie, waarbij de betreffende bond is aangesloten en/of van het Internationaal Olympisch Comité met betrekking tot de amateurstatus van spelers (regel 26) in acht te nemen. 4. Een sponsorovereenkomst zal over het algemeen de gehele vereniging aangaan. Bij teamsporten zal het standaardteam of de standaardteams, waaronder hier wordt begrepen het dames- of herenteam, dat in de hoogste klasse uitkomt, hierin dan wel een voorname plaats innemen. Bij individuele sporten zal dit gelden voor de kernploeg of de selectieploeg. Doorgaans zal de vereniging de door de sponsor gewenste naam gaan dragen, terwijl de sponsor kan verlangen, dat ook de overige leden van de vereniging het door de sponsor gewenste tenue zullen dragen. Het is echter mogelijk de sponsorovereenkomst uitsluitend te beperken tot het (de) standaardteam (s), de kernploeg of de selectieploeg. Dit dient dan duidelijk in de overeenkomst te worden aangegeven. Daarbij moet worden bepaald, om welke team(s) of ploeg(en) het gaat. Op de volgende wijze kan de overeenkomst worden aangepast in geval de sponsorovereenkomst uitsluitend betrekking heeft op het (de) standaardteam (s). Opm: Volgens het Huishoudelijk Reglement van het N.H.V., hoofdstuk 9, kan een sponsorovereenkomst die leidt tot naamskoppeling uitsluitend worden aangegaan voor de gehele vereniging. Naamskoppeling voor uitsluitend de standaardteam behoort niet tot de mogelijkheden. Het eerste lid van artikel 2 luidt dan: "De vereniging verleent hierbij het recht aan de sponsor, die verklaart dit recht van de vereniging te aanvaarden, om de communicatiemogelijkheden van het (de) standaardteam (s) van de vereniging, welke voortvloeien uit zijn sportbeoefening aan te wenden ter bekendmaking van de naam, de goederen en/of diensten van de sponsor.' "Onder het (de) standaardteam(s) van de vereniging wordt (worden) in deze overeenkomst begrepen: De tekst van de overeenkomst zal verder in gelijke zin moeten worden aangepast. In het model is dit reeds op diverse plaatsen aangegeven. Men dient hierbij evenwel te bedenken, dat een aantal verplichtingen uit de sponsorovereenkomst soms slechts het standaardteam betreft, ook wanneer de sponsorovereenkomst de gehele vereniging aangaat. Op gelijke wijze als hierboven aangegeven kan de overeenkomst worden beperkt tot de kernploeg of selectieploeg. In de verdere tekst van het model en de toelichting zal gemakshalve worden uitgegaan van een vereniging met standaardteam. 5. De communicatiemogelijkheden kan alleen dan onderdeel van een sponsorovereenkomst uitmaken, indien de vereniging op dit punt volledige zeggenschap toekomt. Verder geldt, dat indien de overeenkomst uitsluitend betrekking heeft op het aanwenden van communicatiemogelijkheden van een vereniging in de vorm van het plaatsen van reclameborden bij sportevenementen, niet kan worden gesproken van sponsoring in de zin van deze overeenkomst. 6. Partijen dienen zich te realiseren, dat met name de spelers en/of speelsters van het standaardteam van de vereniging nauw bij de sponsorovereenkomst zijn betrokken. Zij zijn het, die immers de naam van de sponsor op hun of haar sportkleding zullen moeten dragen. Foto- of filmopnamen van hun of haar sportverrichtingen zullen wellicht door de sponsor commercieel worden gebruikt. Het verdient daarom aanbeveling, dat de betrokken spelers of speelsters kennis nemen van de inhoud van de overeenkomst en zich hiermee uitdrukkelijk accoord verklaren. Indien de spelers of speelsters een bepaalde vergoeding ontvangen is het gewenst een en ander uitvoerig te regelen in de spelerscontracten, welke volledig moeten aansluiten aan de sponsorovereenkomst. 7. In het algemeen gaat de voorkeur uit naar een overeenkomst voor 3 jaar. Indien van naamskoppeling sprake is, dient daar volgens de richtlijnen vanuit te worden gegaan. 8. Over het algemeen zal deze bepaling voornamelijk gelden bij teamsporten. Zonodig kan de bepaling worden weggelaten. Indien in de overeenkomst sprake is van meerdere standaardteams, zal moeten worden aangegeven op welk team de bepaling van toepassing is. 9. Hier dient te worden ingevuld de klasse waarin wordt gespeeld op het moment waarop de overeenkomst wordt aangegaan, alsmede een eventuele hogere klasse. Indien het de bedoeling van partijen is de overeenkomst bij promotie te kunnen herzien of in het uiterste geval te beëindigen, indien geen overeenstemming kan worden bereikt over de nieuwe voorwaarden (doorgaans een hoger sponsorbedrag), zo dient uitsluitend de klasse te worden vermeld waarin wordt gespeeld bij het aangaan van de sponsorovereenkomst. 10. Het komt wel voor, dat bij de aanvang van een sponsorovereenkomst of bij de aanvang van een sportseizoen door de sponsor bepaalde onkosten ineens worden voldaan. Zie hiervoor artikel 6. In het eerste lid van artikel 5 is de betaling geregeld van het sponsorbedrag, dat over het algemeen in termijnen zal worden voldaan. Op dit in artikel 5 bedoelde sponsorbedrag ziet de verrekeningsbepaling van het derde lid van artikel 4. 11. Over het algemeen zal de termijnbetaling zich uitstrekken over het sportseizoen. 12. Hier dient te worden ingevuld de datum van de eerste verjaardag van de overeenkomst. 13. Het is mogelijk de indexering achterwege te laten en de verhoging te regelen in absolute bedragen. 14. De inhoud van dit artikel is facultatief en niet volledig. Het betreft hier speciale uitgaven van de vereniging, welke niet onmiddellijk met haar gewone huishouding verband houden, doch een gevolg zijn van de aangegane verbintenis met de sponsor. 15. De sponsor kan verlangen, dat de vereniging haar naam statutair wijzigt. In dat geval dient aan het eerste lid van artikel 7 te worden toegevoegd: •De vereniging verbindt zich ten spoedigste haar statutaire en reglementaire naam te wijzigen in _____________________”. Strikt genomen is een statutaire naamswijziging niet noodzakelijk. De vereniging zal zich zonder bezwaar kunnen bedienen van haar nieuwe (roep)naam en zich aldus laten inschrijven in een competitie. In officiële stukken en in het algemeen, indien zij als rechtspersoon deelneemt aan het rechtsverkeer, zal zij echter mede haar statutaire naam moeten blijven voeren. Voor een sponsor behoeft dit niet bezwaarlijk te zijn. Het voordeel hiervan is, dat bij de aanvang en de afloop van een verbintenis geen juridische formaliteiten behoeven te worden vervuld en de aanpassing aan de nieuwe status snel kan worden gerealiseerd. 16. Het zal duidelijk zijn, dat deze bepaling vooral bedoeld is voor sponsorovereenkomsten met een aanzienlijke prestatie van de zijde van de sponsor. Maar ook in dat geval zal een sponsor veelal geen bezwaar behoeven te maken tegen reclame-uitingen, zoals bedoeld in artikel 2 lid 2 onder c. en d. van derden, mits deze niet afkomstig zijn van concurrenten in zijn branche. 17. De sponsor kan verlangen en dit zal speciaal het geval kunnen zijn bij sponsorovereenkomsten met een aanzienlijke prestatie van de zijde van de sponsor, dat hij of zijn vertegenwoordiger als lid van de vereniging, wordt gekozen als bestuurslid. Artikel 13 kan dan worden vervangen door de volgende tekst: 'De vereniging verplicht zich om desgewenst een vertegenwoordiger van de sponsor, die is ingeschreven als lid van de vereniging, op de eerstvolgende algemene ledenvergadering voor te dragen ter verkiezing als lid van het bestuur." "Dit bestuurslid kan niet zijn voorzitter, vice-voorzitter, secretaris, penningmeester, wedstrijdcommissaris, manager van het standaardteam." Hierbij is het een uitgangspunt van beleid van zowel de Vereniging Sportsponsoring Nederland als de Nederlandse Sport Federatie, dat de vertegenwoordiger van een sponsor in een dergelijk geval binnen een vereniging geen beleidsbepalende functie vervult. 18. Bij belangrijke sponsorbedragen kan de sponsor belanghebben bij het opstellen door de vereniging van haar begroting. In artikel 14 is geregeld de verplichting van de vereniging om haar begroting ter goedkeuring voor te leggen aan de sponsor. Indien partijen geen prijsstellen op inspraak van de sponsor bij de begrotingsvaststelling, kan artikel 14 vervallen. Hierdoor kan een bepaling in de plaats komen inhoudende een gespecificeerde besteding van het sponsorbedrag. Als tekst wordt voorgesteld: 'Het in artikel 5 genoemde sponsorbedrag zal door de vereniging op de volgende wijze moeten worden besteed: a. onkostenvergoeding spelers :f b. vervoerskosten standaardteam : f c. trainingsaccommodatie :f d. continuïteitsreserve :f etc." 19. Het verdient aanbeveling deze datum te stellen op circa zes maanden vóór de aanvang van het begrotingsjaar. 20. Voor de verplichting van de vereniging om de sponsor regelmatig een financieel overzicht te verstrekken alsmede voor het recht van de sponsor op inzage en controle van de boekhouding van de vereniging, geldt dezelfde opmerking als die welke gemaakt bij punt 16 voor wat betreft "belangrijke sponsorovereenkomsten." 21. De VSN en de NSF hebben een Arbitragecommissie Sportsponsoring ingesteld om geschillen voortvloeiend uit sponsorovereenkomsten te kunnen beslechten. Dit om te voorkomen dat deze geschillen voor de gewone rechter zouden moeten worden beslecht. Dringend wordt geadviseerd om deze vorm van arbitrage in de op te stellen overeenkomst op te nemen. 22. Nagegaan zal moeten worden of het bestuur van de vereniging bevoegd is om de sponsorovereenkomst aan te gaan, speciaal gelet op de naamswijziging. Een speciaal hiertoe strekkend besluit van de algemene ledenvergadering kan derhalve vereist zijn. Indien partijen door omstandigheden de overeenkomst reeds wensen aan te gaan vóór de beslissing van de algemene vergadering, kan de overeenkomst zonodig onder een opschortende voorwaarde worden gesloten. Artikel 20 dient dan te worden vervangen door de volgende tekst: •Deze overeenkomst is aangegaan onder de opschortende voorwaarde, dat de algemene vergadering van de vereniging uiterlijk binnen __ weken na het aangaan van deze overeenkomst haar goedkeuring aan de inhoud hiervan zal hebben gegeven." Pas wanneer het besluit van de algemene ledenvergadering is genomen en de goedkeuring verleend, zal de sponsorovereenkomst als volkomen geldig kunnen worden beschouwd. Versie, 21042004