Wet BIG - Wikiwijs Maken

advertisement
Werk de volgende vragen uit:
1. Waar staat de afkorting wet BIG voor?
2. Welk doel dient de wet BIG?
3. Wat houdt een voorbehouden en niet
voorbehouden handeling in?
4. Valt injecteren onder een voorbehouden
handeling?
5. Beschrijf 2 niet voorbehouden handelingen, die je als
doktersassistent uit mag voeren.
6. Aan welke 4 voorwaarden moet je voldoen
als doktersassistent om een voorbehouden handeling uit
te mogen voeren?
Kwaliteit van zorg is een kernbegrip in de gezondheidszorg. Het
bevorderen en bewaken is een taak voor alle betrokkenen.
1.
WGBO: Wet op geneeskundige behandelingsovereenkomst:
beoogt waarborgen voor een betere rechtsbescherming van
de patiënt te bieden Uitgangspunten: informatieplicht en
toestemmingsvereiste.
2.
Wet BIG: Wet op beroepen in de individuele
gezondheidszorg: stelt regels aan beroepsuitoefening.
De afkorting BIG staat voor:
Wet op Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg
Doel: De kwaliteit van de beroepsuitoefening te
bevorderen en te bewaken en de patiënt te beschermen
tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen van
beroepsbeoefenaren.
Om dit te bereiken zijn in de wet waarborgen opgenomen,
zoals:
 Titelbescherming
 Registratie in het BIG register
 Bevoegdheidsregeling voorbehouden handelingen: gaat uit van
opdrachtgever en opdrachtnemer
 Tuchtrecht: geldt voor 8 beroepsgroepen, tevens
strafbepalingen in wet vastgelegd.
Wet BIG heeft betrekking op de individuele gezondheidszorg, de
Zorg gericht op de gezondheid van een bepaald persoon.
Onder deze zorg wordt verstaan:

beoordelen

bevorderen

bewaken

beschermen

herstellen van iemands gezondheid
Individuele gezondheidszorg omvat dus niet alleen geneeskundige
handelingen, maar ook verplegende en verzorgende handelingen.
Voorbehouden handelingen: handelingen, die
onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid van de
Patiënt met zich meebrengen als ze door ondeskundigen
worden uitgevoerd.
Niet voorbehouden handelingen: handelingen op
het gebied van de individuele gezondheidszorg, geneeskundig
of niet geneeskundig, die niet op de in de wet genoemde lijst
van voorbehouden handelingen voorkomt.
13 voorbehouden handelingen:







Heelkundige handelingen
Verloskundige handelingen
Endoscopieën
Katheteriseren
Injecteren
Puncties
Narcose






Kunstmatige fertilisatie
Stenenvergruizing
Gebruik van radioactieve
stoffen en ioniserende
straling
Cardioversie
Defibrilleren
Electroconvulsie
Voorwaarden om voorbehouden handelingen als
opdrachtnemer uit te mogen voeren, indien niet
zelfstandig bevoegd:




deskundig
bekwaam
in opdracht van en volgens aanwijzingen van
zelfstandig bevoegde( niet voor elke handeling
apart>vastleggen in dossier)
mogelijk tussenkomst van de arts (behalve bij
griepvaccin en venapuntie alleen telefonisch)
ONBEKWAAM MAAKT ONBEVOEGD en is STRAFBAAR!
Zelfstandig bevoegd:



Arts
Tandartsen
Verloskundigen
Op eigen gezag is
opdrachtgever, stelt
indicatie en beslist om de
behandeling zelfstandig
uit te voeren.
Niet zelfstandig bevoegd:
 Verpleegkundigen
 Doktersassistenten
 Bejaardenverzorgende
 Helpende
Niet nodig dat het beroep
o.b.v. de WET BIG geregeld
is, het zijn opdrachtnemers.
Handelen altijd in opdracht
van opdrachtgever. Stellen
zelf geen diagnose.
Wet BIG stelt de volgende voorwaarden,
Aan de doktersassistente, als niet zelfstandig
bevoegde:
1.
2.
3.
je handelt in opdracht van een zelfstandig bevoegde
je handelt overeenkomstig de aanwijzingen van de
zelfstandig bevoegde
je mag een voorbehouden handeling alleen uitvoeren
indien zowel jijzelf als de opdrachtgever redelijkerwijs
mag aannemen dat jij beschikt over de bekwaamheid, om
de opdracht naar behoren uit te voeren>dit houdt in
handeling regelmatig moet doen om bekwaam te zijn, en
laten beoordelen ( minimaal 1 x p.j.)
Verantwoordelijkheid:
Wie in de gezondheidszorg werkt, is zelf
verantwoordelijk voor eigen aandeel m.b.t.
handelen!
Ondersteuning:
 protocollen: richtlijnen/aanwijzingen op schrift
 bekwaamheidsverklaringen: geeft aan welke
beroepsbeoefenaar waar precies bekwaam en
deskundig in is.
Burgerlijk recht: rechtsverhouding tussen burgers
onderling : patiënt en beroepsbeoefenaar (doktersassistent)
Strafrecht: plegen van een strafbaar feit, zoals toebrengen
van ernstige schade

beschrijven hoe een intracutane injectie wordt
gegeven

beschrijven hoe een subcutane injectie wordt
gegeven

Beschrijven hoe een intramusculaire injectie
wordt gegeven

beschrijven welke materialen je klaar legt,
wanneer je iemand een injectie toedient.
 het
geven van een intracutane injectie
in (binnenkant) onderarm
 het
geven van een intramusculaire injectie in
bil of bovenbeen
 het
geven van een subcutane injectie in
bovenarm


medicijn dient door een arts voorgeschreven te
zijn
volgens WIP is desinfecteren voorafgaand
aan injecteren niet nodig, tenzij het een
patiënt met verminderde weerstand betreft
Is het parenteraal, buiten het spijsverteringskanaal
om, toedienen van medicijnen.
Voordeel:
 snel (meteen) resultaat
Optie:
 orale medicatie niet of onvoldoende wordt
opgenomen via spijsverteringskanaal
 patiënt geen orale medicatie wil innemen
 medicatie alleen in injectievorm verkrijgbaar
4 verschillende manieren van injecteren:




intracutaan (i.c.)
subcutaan (s.c.)
intramusculair (i.m.)
intraveneus (i.v.)
Wat check je van te voren?
De regel van 5:
1.juiste naam en geboortedatum van patiënt
2.juiste medicijn (let op vervaldatum)
3.juiste dosis
4. juiste toedieningsvorm
5. juiste tijd en aantal keren

in de huid evenwijdig aan de oppervlakte toegediend,
met behulp van een dunne naald

de geïnjecteerde vloeistof zal zich heel langzaam
door het lichaam verspreiden

het lichaam laten reageren op een bepaalde stof,
bijvoorbeeld: allergietest, mantoux test

zeer lokaal effect van het geneesmiddel gewenst is,
bijvoorbeeld: anesthesicum
Injectieplaats: binnenkant onderarm
In het onderhuids vetweefsel toegediend
Twee methoden:
huidplooimethode (langere naald): onder een
hoek van 45 graden in een opgenomen
huidplooi
loodrechtmethode (korte naald): onder een
hoek van 90 0C loodrecht in de huid
De geïnjecteerde vloeistof wordt langzaam
opgenomen, snelheid van opname tevens bepaald door locatie.
Injectieplaatsen (afwisselen bij frequent spuiten)
 aan de buitenkant van de bovenarm
 de voor/zijkant van het bovenbeen
 in losse onderhuidse weefsel van de buikwand (buiten een
omtrek van 5 cm van navel)
Voorbeelden injectievloeistof: fraxiparine ( luchtbel niet
verwijderen), Insuline
Contra indicatie: beschadigde huid, ontstoken
huid, hematoom, shunt, mamma amputatie
met okselklier verwijdering
In spierweefsel toegediend
de vloeistof wordt snel opgenomen
 spannen van de huid
 loodrecht methode
 controle of je niet in een bloedvat zit, anders
nieuwe spuit klaar maken.

Voorbeelden: griepspuit, Hydrocobamine,Depo
provera
Injectieplaatsen:
voor in de bil geldt: de bovenste buitenste
kwadrant van de bilspier
 voor in het been geldt: de buitenzijde, van het
middelste derde gedeelte ( tussen knieschijf en
lies) van de bovenbeenspier
 voor de arm geldt: bovenste derde gedeelte van
de bovenarm aan de buitenzijde

•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
regel van 5
ampul met watje afbreken
desinfecteren rubberen dop van flacon
luchtbellen aftikken
opzuignaald vervangen door insteeknaald
let op fixeren van conus tijdens injecteren
check of je niet in bloedvat zit door terug te trekken.
langzaam vloeistof in spuiten
vloeistof niet koud inspuiten
snel naald in en uit huid
zet de huls nooit terug op de naald, nadat je iemand
geïnjecteerd hebt.
haal gebruikte naalden nooit met de hand van de spuit af,
maar doe dit met gebruik van naaldencontainer.
•
Risico beperking door veilig en hygiënisch te werken
•
Goed mogelijk laten bloeden, gelijk uitspoelen met warm
water of fysiologisch zout, desinfecteren huiddesinfectans
( jodium, alcohol 70 %, chloorhexidine)
•
Noteer van de “bron” alle beschikbare persoonlijke
gegevens
•
meld een prikaccident bij jouw leidinggevende!
Tip: Stel jezelf van te voren op de hoogte, bij de instelling
waar je werkt, hoe om te gaan met prikaccidenten.
Download