De vector in de ziekte van Lyme is in hoofdzaak de

advertisement
Borreliose.nl - Informatie over de ziekte van Lyme en andere tekeninfecties
Teken
Laatst geupdate Wednesday 16 July 2014
De vector in de ziekte van Lyme is in hoofdzaak de teek, hoewel steekvliegen en muskieten ook zijn gedocumenteerd.
De overdracht van de Borrelia is eveneens bekend van moeder op kind en in traanvocht en moedermelk werden Borrelia
aangetoond. Complicaties tijdens de zwangerschap van Lymepatiënten, vroeg geboorte en abortus zijn beschreven. Er is
nagenoeg geen literatuur die seksuele overdracht beschrijft of liever gezegd volgens Harvey, geen literatuur die het
tegendeel beschrijft.
Volgens een studie van Nohlmans in 1991 is 9% van de bloedconserven in Nederland besmet. De epidemiologische
relevantie van deze bevindingen zijn echter tot op heden niet onderzocht. Nadelman toonde aan dat na zes weken
gekoelde opslag van bloedconserven de Borrelia bacterie nog aanwezig was en dat een aan transfusie gerelateerde
Lymeziekte theoretisch mogelijk is. Verschillende andere studies komen tot dezelfde conclusie. Daar deze spirocheet
echter grote verwantschap vertoont met Treponema pallidum de veroorzaker van syfilis, wordt seksuele overdracht niet
uitgesloten geacht. Intrautarien transmissie bij honden werd door Gustafson aangetoond. Transovariële transmissie is de
infectiecyclus bij teken.
Relapsing fever veroorzaakt door Borrelia recurrentis b.v wordt overgebracht door het lichaamsvocht van de luis wat op
de huid wordt overgedragen en waardoor de bacterie vervolgens in de huid kan dringen. In een experiment met katten
kon Burgess de katten oraal infecteren en via het traanvocht. Eveneens kon een orale infectie bij muizen door hem
worden aangetoond en contact transmissie bij honden en muizen. Als orale infectie mogelijk is dan komt voedsel als
vector eveneens in aanmerking. Lischer vond B. burgdorferi in koemelk.
De teken behoren tot de geleedpotige spinachtige (Arthropods) die men onderverdeelt in de zachte Argasidae en de
harde Ixodidae teken. Er zijn wereldwijd ongeveer 800 verschillende soorten teken bekend. De Ixodus ricinus, de
schapenteek, is de vector voor de Borrelia bacterie in de ziekte van Lyme in Europa. In Amerika is dat de Ixodus
scapularis, de hertenteek . De teken doorlopen 4 verschillende stadia, ei, larve, nimf en volwassen teek, wat zich in 2 tot
3 jaar voltrekt. Alle stadia kunnen geïnfecteerd zijn door transovariale transmissie.
Er zijn 3 bloedmaaltijden (gastheren) nodig in deze cyclus. De larven voeden zich hoofdzakelijk op de veldmuis en de
woelmuis. Deze knaagdieren gelden als reservoir voor de Borrelia bacterie en hier vindt door het bloedzuigen de infectie
van de teek plaats. Volwassen teken ziet men op reptielen, vogels, schapen, runderen, herten, huisdieren en de mens.
Hun natuurlijk habitat is hout en bosrijke omgeving, grasland en weiden, onkruid, bladafval enz. Ze bewegen zich tegen
de zwaartekracht in omhoog aan halmen en stengels en hechten zich zo in het voorbij gaan door
“questing” (vastpakken met één set poten) aan de gastheer, die zij opmerken door de uitstoot van CO2.
Door het temperatuurverschil weten ze dat ze op een gastheer zijn geland.
De nimfen zijn zo groot als een kleine letter “o”en de volwassen teek als een hoofdletter “O”,
waarvan alleen het wijfje 3 tot 4 keer zo groot kan worden door zich met bloed vol te zuigen.
Kurtenbach vond dat de teken op de muizen voor 97,9% bestonden uit laven, voor 2% uit nimfen en slechts voor 0,1%
uit wijfjes. Voor de overdracht van de Borrelia bacterie zijn de nimfen en de volwassen wijfjes van belang. Alleen in het
volwassen stadium is er verschil tussen mannetjes en vrouwtjes, de laatste nemen alleen een bloedmaaltijd voordat ze
hun eitjes leggen en daarom spelen de mannetjes voor de infectie geen rol. De actieve periode en het gevaar voor de
mens ligt tussen maart en oktober.
Volgens Kurtenbach komen er in Europa 6 verschillende genospecies voor van Borrelia burgdorferi sensu lato, t.w. B.
burgdorferi s.s., B. garinii, B. afzelii, B. valaisiana, B. lustianiae en B. bissettii. De humaan pathogene relevantie is van de
laatste drie genospecies nog niet geheel duidelijk. Zijn onderzoek geeft aan dat gemiddeld in Europa 31% van de teken
besmet zijn met Borrelia. Er is dus een kans van 1:3 dat men de ziekte van Lyme oploopt na een tekenbeet.
Dit komt ongeveer overeen met het onderzoek van Burgt et al. dat bij 649 personen met een tekenbeet zich in 123
gevallen een EM ontwikkelde. Daar zich echter bij 50% geen EM ontwikkelt kan men stellen dat zich bij ongeveer 250
patiënten een infectie ontwikkelde na de tekenbeet, wat overeenkomt met 1:3. Van de geïnfecteerde teken was 39,3%
geïnfecteerd met B. afzelii, 21,2 % met B. garinii, 12,8% met B. valaisiana, 5,8% met B. lustianiae en 1,5% met B.
burgdorferi s.s. In 24% van de teken was een mixinfectie van B. garinii en B. valaisiana aanwezig.
De gegevens variëren nog al van land tot land. Zo vond Jouda in Zwitserland dat 22-47% van de volwassen teken
geïnfecteerd was en Missonne vond 23% aan geïnfecteerde teken in België. B. garinii is met 53% de meest voorkomende
Borrelia in de geïnfecteerde teken in België met vervolgens, 38% voor B. burgdorferi s.s. en B. afzelii met 9%.
Wat wel duidelijk is dat er de laatste jaren een toename te zien is van het aantal geïnfecteerde teken. Zo laat een recent
onderzoek van Kampen de volgende waarden zien voor een onderzoek in het Siebengebirge: gemiddeld 14% van de
teken was geïnfecteerd, hiervan was 43,1% B. valaisiana, 32,3% B. garinii, 12,3% B. afzelii en 1,5% B. burgdorferi s.s.
Ook in Nederland is een toename van geïnfecteerde teken te zien. Een recent uitgevoerde studie van het RIVM laat zien
http://www.borreliose.nl
_PDF_POWERED
_PDF_GENERATED 18 July, 2017, 21:47
Borreliose.nl - Informatie over de ziekte van Lyme en andere tekeninfecties
dat de met teken besmette muizen voor 98% in het larvale stadia zijn en dat circa 40% van de muizen drager zijn van de
Borrelia bacterie. Uit het onderzoek kan geconcludeerd worden dat een hoge muizenstand zorgt voor een hoge
infectiegraad. In Nederland zijn gebieden met een hogere infectiegraad zoals de Veluwe, de duinen, Drente en
Friesland, hoewel heel Nederland endemisch is. Een overzicht is hier te zien.
Het blijkt dus dat er geografisch grote verschillen voorkomen. In de VS komt alleen de B. burgdorferi s.s. voor en in
Engeland komt de B. afzelii niet voor.
De teek kan naast de Lyme-ziekte nog vele andere infecties overbrengen. Het is niet duidelijk waarom b.v. Ehrlichiosis in
Nederland zo weinig voorkomt terwijl de tekenpopulatie in Nederland met 5-20% geïnfecteerd is met Anaplasma
phagocytophila. De teken in Nederland zijn voor 10-30% geïnfecteerd met B. burgdorferi s.l. en 60% hiervan is B. afzelii
Vogels worden vooral gezien als reservoir voor B. garinii.
http://www.borreliose.nl
_PDF_POWERED
_PDF_GENERATED 18 July, 2017, 21:47
Download