1 } 3 Vergilius, dichter van Rome l l 3.1 Leven en werk Mantua me genuit, Calabri rapuere, tenet nunc Parthenope; cecini pascua, rura, duces. l l l Mantua schonk mij het leven, Calabrië roofrJe het weg, nu rust ik in Napels; ik zong van weiden en akkers en strijd. l II Dit op naam vanVergilius overgeleverde grafschrift bevat de belangrijkste gegevens over zijn leven en werk. Hij werd geboren bij Man- "7;- í tua (in 70 v. Chr.), stierf te Brindisi in Calabrië (19 v. Chr.) en werd in . 'y '., .1 'l s -. -'.,, ? '.- Ä '...' ) :l = ím 1./'-,.7 Z .,-/ F! P L. J N N il W Il Il í l ffi l il I i W ,i 4 R >'J l l è over de landbouw (rura); en het heldendichtAgngis (duces). De Bucolica, ook wel Eclogae genoemd, werden gepubliceerd in 39 v. Chr. In deze herdersgedichten wordt de pastorale wereld vermengd met de historische werkelijkheid. De beroemdste Edoga is de vierde; hierin kondigt de dichter de geboorte aan van een kind met wiens komst het Gouden Tijdperk zal terugkeren. Tien jaar na het verschijnen van de Bucolica publiceerde Vergilius de Georgica, een didactisch epos over het boerenbedrijf in vier boeken. Vergilius schreef het werk in de jaren 38-29, een periode van grote onrust. Na de slag bij Actium ontstond er naast vrees ook hoop dat er een einde zou komen aan de reeks burgeroorlogen en dat Octavianus vrede zou kunnen brengen. In de Georgica geeft Vergilius uitdrukking aan deze hoop; het werk ademt liefde voor het land en bewondering voor het eenvoudige boerenleven. 0 P Napels (Parthenope) begraven. Hij schreef drie werken: de Bucolica, een bundel herdersgedichten (pascua); de Georgica, een leerdicht l 'I Il Verguius werd geboren uit weinig bemiddelde ouders. Zijn vader had een bescheiden boerenbedrijf. Ondanks deze eenvoudige aflcomst ging hij in Rome retorica studeren, het traditionele hoger onderwijs voor jongens uít de betere standen. In Rome kwamVergilius in aanraking met een groep moderne dichters en schreef hijzelf zijn eerste verzen. Na een weinig succesvol optreden als redenaar zag hij af van een politieke carrière en verhuisde vervolgens naar Napels. Daar maakte hij kennis met de belangrijkste filosofische stromingen van zijn tijd. Vanaf 42 voor Christus - hij was toen 28 jaar - wijdde hij zich geheel aan de poëzie. Vergilius heeft de dramatische ontwikkelíngen die tot de val van de republiek hebben geleid, bewust meegemaakt. Hij was 25 toen Caesar werd vermoord en 38 toen de burgeroorlogen eindigden met de overwínning en alleenheerschappij van Octavianus. ToenVergilius op 51-jarige leeftijd stierf, was het principaat stevig gegrondvest. l ii l 24 3 Vergilius, dichter van Rome 13 -'Ql l í il í il l í il l ij il l l l l í l í l í í l 'l Il l í l i Il .é í 0 í r l il r 1 Il .a-= í Z l :r l r l í l l l i l: í '€ / I* j / 1 Á l í i Il j l 1 l l F l .1 l I I l l l l In 19 v. Chr. keerde Vergílíus doodzíek terug van een voorgenomen reis naar Griekenland. Het verhaal gaat dat híj toen in Brundísium, zíjn dood voorvoelend, zíjn eigen grafschrift geschreven heeít. Schílderíj van Angelíka Kauffmann uít 1786. ='a V 'a?? " ?' 'k=i ,m f'- J r l l l Il i I:i Il a ] J J l l l 'Il l jm I?l X* 'l- J ? í Iffi? - i l l í l I ? ií ?l Het graf van Vergilius, zoals het eÏ nu uitziet, nog steeds een toerístísche trekpleister voor bewonderaars van de grote dichter. 3 Vergilius, dichter van Rome 25 Il Il il Il i? li' ö 3.2 Vergilius, Augustus en de kring van Maecenas Zoals we zagen, wijdde Vergilius zich vanaf zijn 28ste jaar volledig aan de dichtkunst. Met de publicatie van zijn Bucolica in 39 vestigde hij zijn reputatie als dichter en trok hij de aandacht van Maecenas. Deze invloedrijke promotor en sponsor van kunst en cultuur introduceerde hem bij Octavianus. Met de dichter Horatius ontstond in die periode een hechte vriendschap. Zijn hele leven zou Vergilius met Horatius en Maecenas verbonden blijven. Toen Octavianus de alleenheerschappij had verworven en onder de naam Augustus de eerste keizer van Rome was geworden, werd Maecenas een soort minister van cultuur. Augustus voerde een bewust cultuurbeleid, gericht op herstel van traditionele normen en waarden. De dichters uit de kring van Maecenas steunden dit beleid. Zij behoorden tot de velen die dankbaar waren dat er aan de ellende van de burgeroorlogen met hun bloedvergieten, hun morele verval en hun economische neergang een einde was gekomen. Al in zijn Bucolíca had Vergílius van zijn wgardering voor Octavianus blijk gegeven. Zijn volgende werk, de Georgica, laat duidelijke verwantschap zien met de idealen van het regime van Augustus: het geluk van een eenvoudig leven, respect voor de goden, een arbeidzaam bestaan in een wereld zonder oorlog. la- ! Lr, l J l IFF ' Th í ë - : a' % 1 » 'F'4 l a ] '« J 1 % :J t!?/U fiÏ J k l p r n í 1 I k ,,4J« l/I]l IÏ J r: ë.A f W- J t:a' :'ï4 -.S:,'l ï?»= ( 1 1 L L ï iaa'+'bí':'?' *'?, q ] Maecenas was een fövloedríjke veitrouweling en adviseur van keïzer Augustus. Hij was zeer rijk en kunstlievend, en sponsorde daarom vele kunstenaars. Op dit schilderij van Charles Franí;oís Jalabert (1819-1901 ) zien we de dichters Vergilius (links), Horatíus en Varíus ten huíze van hun weldoener. 25 3 vergiíius, oichter van pome ja? jä ? l l l IIll í i Il i ?l ?l ji l l l l l In de Georgica hadVergilius al aangekondigd dat hij een epos zou gaan schrijven waarin Octavianus (Augustus) centraal zou staan. Waarschijnlijk doelde hij daarmee op de Aeneis. In de Aeneis is uiteindelijk niet Augustus, maar diens verre mythische voorvader Aeneas het belangrijkste personage geworden, een Aeneas in wie we volgens de gangbare interpretatie Augustus kunnen herkennen. l l l Het verhaal l De laatste elf jaar van zijn leven werkte Vergilius aan de Aeneis. In 19 voor Christus ondernam hij een reis naar Griekenland om daar het werk te voltooien. Maar vanwege een ziekte moest hij voortijdig terugkeren en stierf in Brindisi. Zijn laatste wens was dat het manuscript verbrand werd, maar op uitdrukkelijk verzoek van Augustus werd de Aeneis toch uitgegeven. i 3.3 De Aeneis, een nationaal epos .1 í l l De proloog l l De Aeneis vertelt de lotgevallen van de Trojaanse prins Aeneas, zoon van de godin Venus en de Trojaanse vorst Anchises. Na de val van Troje heeft hij van de goden de opdracht gekregen in Italië een nieuw vaderland te stichten voor zichzelf en zijn landgenoten die de verwoesting van hun stad overleefd hebben. Aeneas wordt gesteund door zijn moederVenus, maar tegengewerkt door Juno, die de Trojanen haat en wil voorkomen dat Aeneas een nieuw rijk sticht. l I Het begin van de Aeneis vormt een proloog waarin de dichter het onderwerp van zijn epos aankondigt. Míjn verhaal gaat over oorlog en over een man die als eerste, Trojes kusten ontvluchtend, geroepen werd naar Italië; veel zwierf hij rond over zeeën en landen, weerloze prooi van godengeweld en wraakzucht van de onverzoenlijke Juno, veel ook heeft hij doorstaan in een oorlog tot hij een stad zou Il'?i stichten, zijn goden zou brengen in Latium, land van geboorte l l voor Latijnen, Alba en de hoge muren van Rome. k Het epos gaat over een Trojaanse held, Aeneas. Zijn opdracht is in Italië een nieuw vaderland te stichten. Daaruit zal later Rome ontstaan, het uiteindelijke doel. Maar Aeneas zal yeel leed moeten doorstaan: eindeloos zwerven over land en zee en harde strijd leveren als hij eenmaal in Latium is aangekomen. Juno haat hem, zoals ze alles haat wat Trojaans is, en zal zo lang mogelijk proberen Aeneas van zijn bestemming af te houden en het ontstaan van Rome te voorkomen. 3 Vergilius, dichter van Rome 27 l Aeneis 1.1-7 Korte inhoud van de Aeneis De Aeneis bestrijkt een periode van zeven jaar, vanaf de inname van Troje tot de overwinning van de Trojanen in Latium. Als het verhaal begint, bevinden we ons echter al in het zevende jaar. In de boeken 2 en 3 worden de daaraan voorafgaande r gebeurtenissen verteld. Boek l vangt aan op het moment dat de Trojaanse vloot op weg naar Italië schipbreuk lijdt. De overlevenden belanden op de noordkust van Afrika, waar koningin Dido, gevlucht uit Phoenicië, bezig is haar stad Carthago te bouwen. De Trojanen worden gastvrij onfüangen. In boek 2 en 3 vertelt Aeneas in een terugblik (flashback) tijdens een feestelijk banket de gebeurtenissen van de voorgaande zes jaren: de inname van Troje door de list met het houten paard, de opdracht om in Italië een nieuw vaderland te stichten en de zwerftocht over zee op weg naar dat beloofde land. In boek 4 zien we de liefde tussen Aeneas en Dido opbloeien. Maar dan stuurt Jupiter Mercurius naar Aeneas om hem aan zijn goddelijke opdracht te herinneren. Noodgedwongen besluit hij te vertrekken. Dido pleegt uit verdriet en wanhoop zelfmoord. In boek 5 lezen we hoe de Trojanen door storm worden afgedreven en op Sicilië terechtkomen. Een jaar eerder was Anchises daar overleden. Aeneas herdenkt de sterfdag van zijn vader met spelen. Op raad van Anchíses, die hem in een droom verschijnt, besluit Aeneas naar Cumae (bij Napels) te gaan om daar de Sibylle, een priesteres van Apollo, te raadplegen en in de onderwereld af ?I § I 1 l l í & 4 b ! Y ? i l l i 1 '1 :lF ? :k'ï- l í l 'r l l l 7. r r J 1 1 ] l l 1 t W i % % s ( Í m ] j 4 !l aL 1 l / z b l i l 'I } ö « .- ii-T = Anchises draagt de Penaten (huisgoden) van Tro%e. « l IÍ m %. Veel schilders laten zich inspireren door het verhaal over Aeneas. Op dit schilderíj van de Italiaanse schilóer Federico Barocci uit 1598 ontvlucht Aeneas met zíjn vader, vrouw en zoont%e de brandenr3e stad. « « $ l 28 3 Vergilius, dichter van Rome 1?* W 1 l l te dalen. In boek 6 landt Aeneas bij Cumae en gaat naar de Sibylle. Zij begeleidt hem naar de onderwereld. Daar ontmoet hij zijn vader Anchises, die hem de grote toekomst van Rome tot aan keizer Augustus schetst. Na dit bezoek aan de onderwereld verliest Aeneas zijn aanvankelijke twijfel over zijn bestemming. De tweede helft van het epos (boek 7-12) beschrijft de aankomst van de Trojanen in Latium, de oorlogen die ze moeten voeren met Italische volkeren en hun overwinning. In boek 8 vraagt Venus haar echtgenoot Vulcanus een nieuwe wapenrusting voor Aeneas te maken. Op het schild is de toekomst van Rome afgebeeld tot en met de slag bij Actium in 31 voor Christus. Het epos eindigt met het tweegevecht tussen Aeneas en zijn grootste tegenstander, Turnus. Aeneas overwint zijn vijand en doodt l l l Il í li Il Il l hem. í }i l l l í'j ü ro%e Epirus % l D Cumae y 1. Thracüá ?il il (p Lycië i( C;'- t- .1 d caíthago o aó V Cyprus a Paphos úb@ A Il (% l Krela Tynïs Sidon QO '6 l l l L/( í j Il il:l De zwerftocht van Aeneas van Tro%e naar Latium. l I:íl Il í? l l I 3 Vergilius, dichter van Rome 29 Il Il Ill Il Il ji l I ] ! ! Mythe, ideologie en politiek l De Aeneis is meer dan een spannend verhaal over een dappere held die er na een reeks van gevaren en ontberingen in slaagt een moeilíjke opdracht te vervullen. In het epos komt een duidelijke ideologie naar voren, die aansluit bij het door keizer Augustus gevoerde beleid: het is door het lot en de goden bepaald dat Rome de functie van caput mundi zal gaan vervullen. Maar de Aeneis gaat ook over Augustus zelf: in de voetsporen van Aeneas is hfj de voorbestemde heerser van dit I I jl r I l Romeinse wereldrijk. 1 De stichtingsmythe: traditie en vernieuwing De keuze van Aeneas, zoon van Venus en Anchises, a]s 7 II Ä, i-,7«s»è-'?' ? i j%i . LNk ? ) . ,. l ! l ! 's t;;vad"er'v:i'n "het ;'O eko;sti ge"Rom eins e?'rij k,' was in overeenstemming met oudere tradities. Vergiy?' lius volgt deze traditie. Maar daarmee sluit hij Il m !,H 5;'jL 7i517i ;1..7S' tegelijk aan bij de reeds door Julius Caesar gevoerde propaganda. Die wilde de gens ?ulia terugvoeren op Aeneas en zijn zoon Julus, en daarmee dus op de godinVenus. Augus- .: N % $,'74.:,, '* %', ' > : m' tus zette deze lijn voort: onder zijn regering $ -,,: t werd-d;v;erin'g 'va'W"Veanus t; ;Jaats ;o ds l' (>:'K': W ..? ?.,'A fi',% dienst gffl In de heneis verheven. wordt deze mythe van de Tro- r jaanseafstammingvandeR;meinenverbonden a' Í Een munt uit de eerste eeuw v. Chr. waarop Aeneas is afgebeeld, uïtgegeven door W Julius Caesar. Op deze wijze wilde Caesar laten zien dat de gens lulia was terug te voeren op Aeneas en diens [ p moeder Venus. me't de'lokale 'mythe'vban ade tweeling aRoam'ulu; aena Remus, gevoed door de wolvin. Zi5 zijn zonen van Mars, maar via hun moeder verre afstammelingen van Aeneas. Op die manier ontstaat er een directe lijn van Venus naar Aeneas, Julus, Romulus, de familie van Julius Caesar en vandaar naar Augustus. En zo wordt tevens de (voor)geschiedenis van Rome verweven met het grote verleden van de Grieken en de Trojanen, zoals dat door Homerus was beschreven. Vergilius is overigens niet de eerste die deze verbinding legt; we treffen hem al bij Ennius aan. Heden en verleden l ',:ll W « « i In de Aeneis heeft Vergilius het mythologische verleden nauw verweven met zijn eigen heden. In het eerste boek bijvoorbeeld voorspelt Jupiter aan Venus de grootheid van Rome. In boek 6 geeft Anchises een overzicht van de toekomstige Romeinse geschiedenis. Hij wijst Aeneas de grote Romeinse helden aan die nu nog als schimmen in de onderwereld verblijven, maar later op aarde geboren zullen worden. Een van hen is Augustus, de toekomstige heerser. In boek 8 wordt beschreven hoe op Aeneas' schild de slag bij Actium is afgebeeld, waarin Octavianus zijn tegenstanders Antonius en Cleopatra, de koningin van Egypte, verslaat. mi s 30 3 Vergilius, dichter van Rome « l ll í í 'í l 1 l i l í l lí í íl Il kW k íi (l 41 l il Í l Il S l 1 / l l Il l l i il l il ,,s% l - XX l í [ 1 'l k 1 í 'l il 1 Het kwam regelmatig voor dat Vergilius tíjdens het schríjven van zijn epos delen ervan voorlas aan Augustus. Op dit schílderíj draagt Vergilíus de passage uit boek 6 voor waarín de jong gestorven Marcellus genoemd wordt. Diens moeder Octavia, de zuster van Augustus, valt op dat moment flauw. Een schilderij van de Franse schílder Tailasson (1 745-1 809). :l i Il Door deze verbinding van het verleden met het heden wordt de Pax Augusta als de zinvolle, door de goden en het fatum beschikte vervulling van de gehele voorafgaande geschiedenis voorgesteld. De geschiedenis wordt beschreven als een ontw'kkeling die naar een bepaald doel toewerkt. We kunnen dus spreken van een 'teleologische' opvatting van de geschiedenis (van het Griekse woord ÏsAó6 = doel). Aeneas en Augustus Il Il Il li In de figuur van Aeneas, die ondanks alle tegenslagen en ten koste van grote persoonlijke offers zijn goddelijke opdracht vervult, tekentVergilius de ware Romein. De idealen die de held belichaamt, komen prachtig overeen met die van Augustus: Rome als heerseres over de wereld, vrede en veiligheid in het gehele rijk en een revival van de oude Romeinse deugden (yiÏtutes). Zo kunnen we Aeneas zien als een voorafschaduwing van zijn verre nazaat, of anders gezegd: Augustus voltooit het werk waaraan Aeneas begonnen was. i Il Il Il Il í l l l 3 Vergilius, dichter van Rome 31 í li í ) i Toch was Vergilius geen kritiekloze bewonderaar van de keizer en er is geen enkele aanwijzing dat de Aeneis op welke manier dan ook 'van boven' gedicteerd werd. Het werk bevat ook passages waarin de keerzijde duidelijk wordt. De verschrikkingen van de oorlog worden in schrille kleuren getoond. Aeneas treedt in de boeken 10-12 met onbeheerste gewelddadigheid op, wellicht een verwijzing naar Octavianus' optreden tijdens de burgeroorlog. Overigens was de keizer, ook al werd de Aeneis niet in zijn opdracht geschreven, wel bijzonder geïnteresseerd. Dat weten ll í i. }I # we uit brieven die van hem zijn overgeleverd. i! Il Vergilius' grote voorbeeld Vergilius sloot aan bij de epische traditie: hij wilde bewust een Romeínse tegenhanger creëren van de nationale epen van de Grieken, Homerus' Ilias en Odyssee. De invloed van Homerus is door het hele werk heen zichtbaar. Dit betreft in de eerste plaats de hoofdstructuur van de Aeneis: de boeken 1-6 beschrijven Aeneas' zwerftochten en zijn te beschouwen als een ' Odyssee'; de boeken 7-12 gaan over oorlog en vormen dus een Romeinse 'Ilias'. Ten opzichte van de werken van Homerus is de volgorde dus omgedraaid, maar ook de verhalen zelf zijn als het ware gespiegeld: Odysseus is op weg naar zijn vaderland, Aeneas trekt vanuit zijn vaderland naar een onbekende nieuwe bestemming. In de Ilias gaat het om de verwoesting van een stad, in de Aeneis om de stichting van een stad. Maar niet alleen in deze hoofdstructuur herkennen we het voorbeeld van Homerus. Dit geldt evenzeer voor tal van grotere en kleinere scènes in het verhaal: de afdaling naar de onderwereld, het vervaardigen van de nieuwe wapens voor de held, het tweegevecht van de J ! i+i l l m ? twee protagonisten. Ook wat betreft zijn stijl plaatst Vergilius zich in de epische traditie. De 'Homerische vergelijkin- í í} gen' getuigen daarvan. ?X %y u ï* Fa w l i m k Ë ] i Ö 4 4 4 yS ';,'3 7 >j l k )»' $ ? r J A l L r i ',ép %o :J. 1 -< I 1 V l ï I sten en de verschillen zijn. l l l í Het zou echter onjuist zijn Vergilius als een slaafse navolger van een bewonderde grootheid te zien. VeÏ'gilius' epos is een eigen, originele creatie. Door te verwijzen naar passages uit Homerus, maar heel andere accenten te leggen, slaagt hij er juist dikwijls in het eigen karakter van zijn held en zijn epos meer reliëf te geven. We moeten ons daarbij realiseren datVergilius schreef voor een publiek dat Homerus zo ongeveer van buiten kende en dus een goed oog had voor wat Vergilius met zijn voorbeeld deed. In de loop van dit boek zullen we enkele passages uit de Aeneis vergelijken met het voorbeeld van Homerus en nagaan wat de overeenkom- l Een portret van Homerus. Een Romeinse kopie naar een Grieks origineel. l Í 32 3 Vergilius, dichter van Rome l 71 d Il 4 l í Schipbreuk en redding íeneis Ï í í i Voor het vertalen van onderstaande Latijnse tekst maak je gebruik van de vertaal- il hulp op pag. 50. In het losse katern dat achterin je boek ligt, schrijf je de vea'taling of maak je de nodige aantekeningen. Maak na het vertalen de vragen op pag. 53. Door bij het vertalen het katern te gebruiken, kun je de vertaalhulp en de vragen Il Il í l í naast de Latijnse tekst houden en hoef je niet te bladeren tijdens het vertalen. íl í I Prooemium 'i .i -33 Arma virumque cano, Troiae qui primus ab oris Italiam fato profugus Lavíniaque venit Il li Il l l Aankondiging van het onderwerp; verzoek aan de Muze l ij Il vi superum, saevae memorem Iunonis ob iram, Il :l multa quoque et bello passus, dum conderet urbem Il inferretque deos Latio; genus unde Latinum Il il l í l l I 5 Il Il l Iitora, multum ille et terris iactatus et alto l lí Albanique patres atque altae moenia Romae. .1 Musa, mihi causas memora, quo numine laeso quidve dolens regina deum tot volvere casus ío insignem pietate virum, tot adire labores l Il il I l I I I impulerit. Tantaene animis caelestibus irae? l I ílA-*Ä a, i l j I l i .1 ilI il l' l' Vergílíus zit met een boekrol van de peneis op zíjn schoot, geflankeerd door twee muzen: rechts van hem staat Callíope, de muze van de epische dichtkunst en línks, met een toneelmasker ín de hand, Melpomene. Zij ínspíreerde Vergilius bij het schríjven van de dramatísche epísoden ín zíjn epos. Mozaïek uít de l., l l l 3de eeuw. ? il ji l 4 Schipbreukenredding 33