Document

advertisement
1.1
PROBLEEMANALYSE MILIEUHANDHAVING
a.
Omgevingsanalyse
De gemeente Lingewaal ligt centraal in het land tussen de rivieren de Linge en de Waal en is per 1
januari 1986 ontstaan uit de samenvoeging van de voormalige gemeenten Asperen, Herwijnen,
Heukelum en Vuren. Naast deze 4 kernen maakt ook de kern Spijk deel uit van de gemeente. De
gemeente is een overwegend groene gemeente met veel rundveehouderijen en fruitteeltbedrijven.
Binnen de gemeente zijn circa 400 inrichtingen (128 rioolgemalen buiten beschouwing gelaten)
aanwezig. Dit betreffen met name agrarische bedrijven en een aantal kleine industriële bedrijven. De
16 grote (categorie-4) bedrijven betreffen grote metaalbewerkingsbedrijven.
b.
Inrichtingsgebonden taken en objecten
De inrichtingsgebonden taken en objecten van de gemeente Lingewaal uiten zich in met name de
handhaving van milieuvergunningen en Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) op grond van
artikel 8.40/8.44 van de Wet milieubeheer. Daarnaast hebben bepaalde artikelen van de Wet
milieubeheer (Wm) een rechtstreekse werking op de inrichtingen. Denk bijvoorbeeld aan hoofdstuk 10
van de Wm, die de afgifte van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke stoffen regelt, en het algemene
zorgartikel (artikel 1.1 van de Wm). Ook moet bij de handhaving van de inrichtingen de wet- en
regelgeving op grond van:
de Wet bodembescherming (Wbb) (Besluit Bovengrondse Opslag Ondergrondse Tanks
(BOOT), Lozingenbesluit bodembescherming), en
de Wet milieugevaarlijke stoffen (Wms) (Besluit ozonlaagafbrekende stoffen Wms 2003,
Besluit broeikasgassen Wms, Besluit vluchtige organische stoffen Wms),
worden betrokken.
Indien een inrichting wordt opgericht of in werking is zonder vergunning, wordt zonder meer artikel
8.1 van de Wet milieubeheer overtreden. Alle inrichtingen die vallen onder de werkingsfeer van het
Inrichtingen- en vergunningenbesluit, moeten op grond van de Wm een vergunning aanvragen of een
melding doen. Het oprichten zonder vergunning van een bedrijf vindt meestal plaats bij het midden- en
kleinbedrijf waar gemiddeld tussen twee á vijf werknemers werkzaam zijn. Het zijn klein opgezette
productie- of handelsbedrijven. Dit zijn het type bedrijven die zich in de gemeente Lingewaal
vestigen. Het is noodzakelijk dat deze bedrijven regelmatig worden geïnventariseerd en dat directe
handhaving plaatsvindt.
In het kader van de Wet verontreinigingen oppervlaktewateren (Wvo) heeft de gemeente geen
handhavende rol. Zij vervult wel een belangrijke oog- en oorfunctie. Eventuele constateringen worden
in het kader van het project Integrale Gebiedsgerichte Handhaving doorgegeven aan het
Zuiveringsschap en Rijkswaterstaat. Ook vervult de gemeente in het kader van de Wms, naast een
toezichthoudende taak, een constaterende rol. Naast directe handhaving op besluiten in het kader van
deze wet, is het de taak van de gemeente de Inspectie te informeren over overtredingen.
c.
Niet-inrichtingsgebonden taken en objecten
Niet alle milieubelastende activiteiten vinden plaats binnen inrichtingen als bedoeld in de Wm. Te
denken valt onder andere aan verbranden van afval, storten van afval in bermen, activiteiten van
particulieren, etc. Deze werkzaamheden worden aangeduid als niet-inrichtingsgebonden taken en
objecten. Handhaving van de milieuregels bij deze categorie is lastiger dan bij inrichtingen, aangezien
deze groep niet regelmatig kan worden bezocht. Overtredingen komen meestal naar voren bij klachten
van omwonenden of door een constatering van een gemeente-ambtenaar bij zijn reguliere taken
(bezoeken bedrijven of inventarisatieronde). Op de meeste overtredingen is de Algemene Plaatselijke
Verordening (APV) van toepassing. Op enkele overtredingen is een andere wetgeving van toepassing.
Hiervoor verwijzen wij u naar paragraaf d. van deze probleemanalyse.
d.
Milieuproblemen
De milieuproblemen die kunnen worden aangetroffen worden verdeeld onder de milieuthema’s:
bodem, afval, afvalwater, lucht en geluid. Per thema worden de verschillende aspecten toegelicht. Bij
deze aspecten is de van toepassing zijnde wetgeving vernoemd.
Bodem
 Bodemverontreiniging
Een bodemverontreiniging kan zijn veroorzaakt door een ondergrondse tank, onzorgvuldig
handelen of een lozing of stort op of in de bodem, die (in het verleden) heeft plaatsgevonden.
Hiervan kan sprake zijn bij bedrijven en particulieren. Bij de oprichting en beëindiging van
industriële bedrijven wordt veelal verzocht om een bodemonderzoek. Bij agrarische bedrijven is
dit ongebruikelijker en daardoor zijn bodemverontreinigingen bij deze sector moeilijker in kaart te
brengen.
In het kader van het Besluit BOOT is een grote saneringsactie bij particulieren uitgevoerd via actie
‘Tankslag’. Hiermee zijn vele ondergrondse tanks geïnventariseerd en gesaneerd. Niet alle
eigenaren hebben echter gehoor gegeven aan de oproep, zodat aandacht moet blijven bestaan voor
ondergrondse tanks bij particulieren. Vaak blijkt bij de verkoop van percelen dat er een tank
aanwezig is, waardoor onderzoek naar een eventueel aanwezige bodemverontreiniging ter sprake
komt.
 Ontbreken van vloeistofdichte vloeren of voorzieningen
Indien geen vloeistofdichte vloeren of voorzieningen aanwezig zijn bij bodemverontreinigende
activiteiten kan een bodemverontreiniging ontstaan. Via de voorschriften in de vergunning of
AMvB kunnen maatregelen bij bedrijven worden afgedwongen om bodemverontreiniging te
voorkomen.
 Illegaal storten van afval
Artikel 10, lid 2 van de Wm, artikel 13 van de Wbb en de APV worden hiermee overtreden.
Dit kan door zowel burgers als bedrijven gebeuren. Dumpingen vinden veelal plaats in het
buitengebied. Verder komt het voor dat gevaarlijk afval bij de poort van de gemeenteloods wordt
geplaatst. De ontdoeners willen op een gemakkelijke dan wel goedkope wijze af van hun afval of
zijn onbekend met de legale wegen om van hun afval af te komen.
 Lozen van afvalwater in de bodem
In het buitengebied lozen diverse particulieren al dan niet via een septictank huishoudelijk
afvalwater in de bodem. Bestaande lozingen zijn in het kader van het Lozingenbesluit
bodembescherming nog toegestaan tot 1 januari 2005, indien de riolering zich bevindt op meer
dan 40 meter afstand. Vanaf 1 januari 2005 dient dit afvalwater gezuiverd te worden via een
Individueel Behandeling Afvalwatersysteem (IBA-systeem). Nog niet alle particulieren die
huishoudelijk afvalwater in de bodem lozen zijn in kaart gebracht. Indien een andere lozing dan
huishoudelijk afvalwater plaatsvindt, is mogelijk een ontheffing ingevolge het voornoemde besluit
nodig. Dit betreffen lozingen van éénmalige activiteiten waarbij veel afvalwater vrijkomt
(bijvoorbeeld gevelreiniging).
Daarnaast vinden ook bedrijfsmatige lozingen in de bodem plaats. Dit kan nog direct via een
zakput of bij een incident of indirect via het uitrijden over het land. Indien het uitrijden van dit
afvalwater tegelijk met de mest geschiedt is hierop het Besluit gebruik dierlijke meststoffen van
toepassing. In andere gevallen is het Lozingenbesluit bodembescherming van toepassing.
 Bouwstoffen
In een werk mogen alleen bouwstoffen worden toegepast die zijn toegestaan in het kader van het
bouwstoffenbesluit. Controle hierop moet zowel in het veld als administratief geschieden.
Afval
 Verkeerd aanbieden van bedrijfsafval en gevaarlijk afval
De bedrijven dienen hun afval af te voeren conform hoofdstuk 10 van de Wm en de PMV. De
overtredingen vinden meestal plaats bij bedrijven waar gevaarlijk afval vrijkomt. Te denken valt
aan garages, metaalbedrijven, schildersbedrijven en bedrijven waarbij per jaar een kleine
hoeveelheid gevaarlijk afval vrijkomt, waaronder agrarische bedrijven.
Afvalwater
 Lozingen op het riool door bedrijven
Afvalwater wat op het riool wordt geloosd mag het rioolstelsel niet schaden. Controle van deze
lozingen vinden plaats bij de reguliere controles.
 Illegale lozing afvalwater op het riool door particulieren
In de gemeente komt het voor dat particulieren resten verf , terpentine of olieproducten op de
riolering lozen. Dit is echter moeilijk te handhaven en de bewijslast is moeilijk te onderbouwen.
 Vervuiling oppervlaktewater met mest en huishoudelijk afvalwater
Het zuiveringsschap controleert in het buitengebied en bij bedrijven die vergunningsplichtig zijn
in het kader van de Wvo of vervuiling plaatsvindt van het oppervlaktewater.
In het buitengebied lozen diverse particulieren al dan niet via een septictank huishoudelijk
afvalwater op het oppervlaktewater. Dit betreffen lozingen waarop het Lozingenbesluit Wvo
huishoudelijk afvalwater van toepassing is. De gemeente heeft hierbij geen handhavende taak,
maar vervult wel een oog- en oorfunctie.
Lucht
 Stoken in de buitenlucht door particulieren
Het verbranden van bijvoorbeeld afval door particulieren in de buitenlucht wordt hieronder
geschaard. Ook kan het in werking zijn van een open haard overlast veroorzaken. In de APV is
geregeld hoe om te gaan met stoken door particulieren in de buitenlucht en stank die wordt
veroorzaakt door particulieren.
 Luchtverontreiniging en geuroverlast door bedrijven
In de vergunning of AMvB zijn voorschriften opgenomen om luchtverontreiniging of geuroverlast
van bedrijven te voorkomen. De normen volgen uit de Nederlandse Emissie Richtlijn (NER). Geur
is echter moeilijk te kwantificeren en kwalificeren. Daarnaast is geur vaak moeilijk te traceren. Bij
bestaande bedrijven is inventarisatie van geurbronnen en klachten noodzakelijk om een traject van
reductiemaatregelen in te zetten.
 Stofoverlast
Ten gevolge van bijvoorbeeld de opslag van bergen zand, bijvoorbeeld voor de aanleg van de
betuweroute, kan stofoverlast ontstaan. In dit geval zullen maatregelen moeten worden getroffen
voor het beperken c.q. voorkomen van stofverspreiding. Dit kan bijvoorbeeld door de betreffende
berg met zand nat te houden of windschermen te plaatsen. Deze maatregelen zijn beschreven in de
milieuvergunning of de AMvB of in de APV, voor zover het geen inrichtingsgebonden activiteit
betreft.
Geluid
 Geluidsoverlast bij bedrijven
In de vergunning of AMvB zijn geluidsnormen opgenomen. Deze geluidsnormen zijn afhankelijk
van de omgeving. Handhaving van deze normen vindt niet regulier plaats. Vaak wordt pas naar
aanleiding van klachten actie ondernomen. Hierdoor wordt geluidsoverlast in een omgeving
waarin ‘men het gewend is’, niet aangepakt. Bij horecabedrijven vindt veelal de meeste
geluidsoverlast plaats ten gevolge van feesten en live muziek.
Ook indirecte geluidshinder, bijvoorbeeld ten gevolge van woon-/werkverkeer, is een belangrijk
aspect op het gebied van geluidsoverlast. Het is moeilijker om hiertegen handhavend op te treden,
om het niet direct de inrichting betreft waarvoor een milieuvergunning is afgegeven.
 Geluidsoverlast ten gevolge van evenementen
Op steeds grotere schaal worden openbare evenementen tijdens feestdagen e.d. georganiseerd.
Ook tuinfeesten kunnen geluidshinder veroorzaken. Op deze geluidsoverlast en bij particulieren
onderling is de APV van toepassing.
Externe veiligheid
 Onjuiste opslag van en werking met gevaarlijke stoffen

e.
Onveilige situaties kunnen ontstaan door onjuiste opslag van of omgaan met gevaarlijke stoffen.
In de vergunning of AMvB zijn voorschriften opgenomen om dit te voorkomen. Dit betreffen
voorzieningen en gedragsregels. Bij het verlenen van de vergunning en beoordeling van de
melding wordt de aangevraagde of gemelde situatie getoetst aan hiervoor geldende richtlijnen,
waaronder afstandseisen en brandvertragende voorzieningen.
Onveilige situaties ten gevolge van evenementen
Bij evenementen wordt vaak vuurwerk afgestoken. Dit brengt veiligheidsrisico’s met zich mee. De
APV is van toepassing op evenementactiviteiten. Daarnaast is toestemming van de provincie
nodig voor het afsteken van vuurwerk.
Effecten van potentiële en feitelijke overtredingen
Binnen de gemeente zijn geen gebieden die extra bescherming behoeven. Daardoor treffen de effecten
van potentiële en feitelijke overtredingen niet een nog groter milieubelang.
Als er niet gehandhaafd zou worden, zouden de volgende overtredingen en mogelijke effecten kunnen
optreden:
Bodem
 bodemverontreiniging door het illegaal storten van afval;
 verspreiding van bestaande bodemverontreinigingen, doordat deze onbekend zijn;
 mogelijke bodemverontreiniging door foutieve opslag van olie, brandstoffen en chemicaliën
(bijvoorbeeld geen goede lekbak);
 verontreiniging van de bodem, doordat mest niet correct wordt opgeslagen (geen goede mestplaat
of mestbassin);
 verontreiniging van de bodem door het lozen van verontreinigd afvalwater in de bodem;
 verontreiniging van de bodem (en eventueel oppervlaktewater) door het uitlogen van
verontreinigde bouwstoffen.
Afval
 afvaltoerisme, verspreiding, bodemverontreiniging en/of luchtverontreiniging door onjuiste afgifte
en verwerking afvalstoffen.
Afvalwater
 aantasting van het gemeentelijk rioolstelsel doordat schadelijke stoffen met het afvalwater op de
riolering worden geloosd; hierdoor kan weer bodemverontreiniging ontstaan;
 verontreiniging van de sloot, doordat mest niet correct wordt opgeslagen (geen goede mestplaat);
 verontreiniging van de sloot, doordat huishoudelijk afvalwater niet goed wordt gezuiverd, alvorens
het wordt geloosd;
Lucht
 Luchtverontreiniging en risico’s door verbranding van afval (met name in het buitengebied);
 Luchtverontreiniging en geuroverlast door emissies van bedrijven;
 Stofoverlast door bijvoorbeeld onjuiste opslag van zand.
Geluid
 Geluidsoverlast voor omwonenden door horecabedrijven of andere bedrijven tengevolge van
bijvoorbeeld live-muziek of woon-/werkverkeer;
 Geluidsoverlast tengevolge van evenementen
Externe veiligheid
 risico’s op brand- en ontploffingsgevaar door onjuiste opslag van en/of omgaan met gevaarlijke
stoffen; door brand en ontploffingen kan ook weer lucht- en/of bodemverontreiniging optreden.
 veiligheidsrisico’s tengevolge van evenementen.
Indien niet strak wordt gehandhaafd, zal na-aapgedrag optreden. Slecht voorbeeld doet slecht volgen.
Dit risico is extra groot omdat het een relatief kleine gemeente betreft, hoewel sociale controle
hierdoor ook groter is.
f.
Kansen op overtredingen
In de gemeente zijn geen specifieke bedrijven of bedrijfstakken te noemen waar bepaalde
overtredingen met name de aandacht vragen. Dit is meer afhankelijk van de bedrijfsvoering en status
van het bedrijf en of er veel aandacht wordt besteed aan de milieuwetgeving (naleefgedrag).
In het algemeen kan gezegd worden dat het naleefgedrag in de gemeente redelijk is. Sinds enige tijd
worden de controles structureel aangepakt, waarbij altijd een hercontrole plaatsvindt. Indien de situatie
na de hercontrole niet is opgelost, wordt overeenkomstig het stappenplan van het IOR,
bestuursrechtelijk opgetreden (dwangsom en bestuursdwang). Het Intergemeentelijk Overleg
Rivierenland (IOR) doet de handhaving van alle categorie 4 bedrijven. Een extern bureau controleert
de overige bedrijven. Hierdoor is er meer ‘afstand’ tussen bedrijf en controleur (omdat de externe
medewerker ‘verder van bedrijf af staat’) en wordt kans op ‘loyaliteitsconflict’ van de toezichthouder
verkleind. Daarnaast is er een vorm van sociale controle omdat de gemeente qua inwoners relatief
klein van omvang is.
Veel voorkomende overtredingen zijn: foutieve afvoer van tl-buizen en papier en karton, het ontbreken
van keuringscertificaten bij vloeistofdichte vloeren en bovengrondse tanks voor de opslag van olie en
propaan, het ontbreken van vloeistofdichte vloeren bij het afleveren van dieselolie bij agrarische
bedrijven en het niet (tijdig) keuren van brandblussers. Er is weinig zicht op het naleefgedrag van de
verschillende milieuaspecten van de APV.
Download