toolbox werken op hoogte

advertisement
TOOLBOX
In de vorm van toolboxen geeft Arbo Support u beknopte achtergrond informatie bij
diverse veiligheidsthema's. U kunt deze gebruiken voor uzelf of als input voor een
toolbox voor uw medewerkers. Arbo Support deelt op deze manier graag haar
kennis en expertise met u en uw medewerkers. Elke maand kunt u een nieuwe
toolbox downloaden. Heeft u een veiligheidsvraagstuk, heeft u een
veiligheidskundige nodig op uw project of is er een opleidingsbehoefte? U kunt bij
Arbo Support terecht voor advisering, projectondersteuning en trainingen op het
gebied van arbeidsveiligheid!
WERKEN OP HOOGTE
Werken op hoogte brengt risico’s met zich mee. Niet alleen
kunnen medewerkers vallen en letsel op lopen. Ook kunnen er
spullen naar beneden vallen en bij andere personen letsel
veroorzaken. Per situatie moet bekeken worden welke
veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn. De algemene regels
over werken op hoogte worden besproken in deze toolbox.
Werken op hoogte
Wettelijk moeten er veiligheidsmaatregelen worden genomen
om valgevaar weg te nemen bij werksituaties op een hoogte van
2,5 m en ook bij hoogtes < 2,5 m wanneer er sprake is van
risico verhogende omstandigheden. Voorbeelden van risico
verhogende omstandigheden zijn: werken boven/nabij water,
nabij onder spanning staande leidingen, nabij verkeer of
uitstekende delen. Ook weersomstandigheden zoals gladheid
door ijsvorming of regen en veel wind vormen extra risico’s.
In de praktijk moet deze definitie wat breder worden bekeken.
Ook een val van een hoogte < 2,5 m zonder genoemde risico
verhogende omstandigheden kan ernstig letsel veroorzaken.
Bijkomend risico van werken op hoogte is dat voorwerpen van
hoogte kunnen vallen en letsel kunnen veroorzaken bij
personen onder de werkplek. Daarom moeten per situatie
veiligheidsmaatregelen worden genomen op basis van een
risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E).
Voorkomen/beperken valgevaar
Het heeft de voorkeur om valgevaar helemaal weg te nemen,
door geen werkplekken op hoogte te maken. Dit is niet altijd
mogelijk. Wanneer er toch werkplekken op hoogte nodig zijn
dan moet het valgevaar zoveel mogelijk worden weg genomen
door het plaatsen van vaste werkbordessen voorzien van
hekken. Voor incidentele en/of kortdurende werkzaamheden
kunnen ook tijdelijke maatregelen worden genomen, zoals
gebruik van een steiger of hoogwerker. Werken vanaf een
ladder moet zoveel mogelijk beperkt worden en is daarom aan
strenge eisen gebonden (maximale hoogte, tijdsduur, kracht en
reikwijdte). Een ladder dient primair als toegangsmiddel tot een
werkplek (waarbij een vaste trap altijd de voorkeur heeft als het
om een frequent te betreden werkplek gaat).
Wanneer de genoemde typen veiligheidsmaatregelen niet
mogelijk zijn mag als laatste redmiddel gekozen worden voor
persoonlijke valbeveiliging (vangnetten of veiligheidslijnen).
Zie ook de eerder verschenen toolboxen over veilig werken met
trappen en ladders, steigers, hoogwerkers en persoonlijke
valbeveiliging.
Veilige toegang tot de verhoogde werkplek
Voor toegang tot vlakke werkplekken op hoogte (zoals platte
daken) gelden de volgende voorschriften:
 De werkplek is bij voorkeur intern te bereiken via een
trappenhuis en een dakluik of extern met een vaste ladder
(kooiladder).
 Bij de toegang tot de werkplek moet aan weerszijden van de
trap/ladder een hekwerk van minimaal 4 m lang geplaatst
worden. Dit geldt ook voor plekken waar goederen worden
aangevoerd.
 De ladder moet minimaal 1 m boven het aankomstvlak
uitsteken.
Werken/lopen op de verhoogde werkplek
Het heeft de voorkeur om het gehele verhoogde vlak langs de
randen te voorzien van hekwerk. Als niet het gehele vlak wordt
voorzien van hekwerk (wanneer er b.v. op daken gewerkt wordt
in zones) gelden de volgende voorschriften voor platte daken:
 Bij de dakrand is sprake van valgevaar. Als je daar dichtbij
komt (< 2 m afstand) dan moet er een hekwerk aanwezig
zijn dat doorvallen voorkomt. Dit hekwerk moet zich
bevinden langs de gehele werkzone plus 4 m over lengte.
 De zone van 2-4 m van de rand moet zijn aangegeven met
een tegelpad en afzetting (d.m.v. vaste paaltjes met
kettingen van 1 m hoogte), zodat men minimaal 2 m vanaf
de dakrand blijft.
 Als de afstand van de rand groot genoeg is (> 4 m) is geen
afzetting of hek nodig. Wel moet de werkplek gemarkeerd
worden met een tegelpad of belijning en een pictogram
‘valgevaar’, zodat men weet wat de veilige zone is.
Sparingen in het werk-/loopvlak groter dan 8 cm moeten worden
dicht gemaakt of op bovenstaande wijze worden
 Vangschotten of steigervloeren laten monteren langs de
(dak)randen;
 Gereedschap niet los, maar in een bijvoorbeeld een kist,
mee dragen of borgen met een gereedschapszekering
spiraalkabel;
 Afzetten zones op grondniveau.
Noodsituaties
In geval van nood moet men de verhoogde werkplek veilig en
via de kortst mogelijke weg kunnen verlaten. Algemeen
uitgangspunt is dat er vanaf een werkplek twee onafhankelijke
vluchtwegen zijn naar een veilige plaats. Bij daken betekent dat
in de praktijk dat een vluchtweg moet worden aangebracht aan
de andere zijde van het dak dan waar de opgang zich bevindt.
Het kan ook voorkomen dat een persoon niet zelfstandig de
verhoogde werkplek kan verlaten. De BHV-organisatie moet
daarom geoefend zijn in redding van personen van verhoogde
werkplekken. Ook moet gezorgd worden dat een persoon zo
kort mogelijk in zijn harnasgordel blijft hangen.
Bronnen:
gemarkeerd/voorzien van een hekwerk.
Eisen aan hekwerk bij valgevaar
De eisen aan het hekwerk bij werkplekken met valgevaar zijn:
 Hekwerk voorzien van bovenregel, tussenregel en
kantplank.
 Tijdelijke randbeveiligingen (uitvoeringsfase): hoogte
minimaal 1 m, kantplank minimaal 15 cm hoog, openingen
tussen kantplank, tussenregel en bovenregel maximaal 470
mm.
 Permanente randbeveiligingen (gebruik- en beheerfase):
hoogte minimaal 1,1 m, kantplank minimaal 10 cm hoog,
openingen tussen kantplank, tussenregel en bovenregel
maximaal 500 mm.
Er zijn tevens eisen aan de constructie en sterkte van het
hekwerk. Deze toolbox gaat daar niet op in.
Voorkomen van vallende voorwerpen
Bij werkzaamheden op hoogte bestaat het risico van vallende
voorwerpen, bijvoorbeeld bij aan- en afvoer van materialen.
Maatregelen moeten worden genomen om vallen van
voorwerpen te voorkomen:
 Materiaal aanvoeren in deugdelijk verhijsbare pakketten;
 Lasten veilig laten aanslaan door opgeleid personeel;
 Hijsen met geschikt hijsgereedschap;
 Materiaal op verhoogde werkplek deugdelijk borgen;
 Randbeveiligingen voorzien van deugdelijke
vangvoorzieningen zoals kantplanken of fijnmazig gaas;
www.arbosupport.nl
Arbowet art. 3, 5, 8
Arbobesluit art. 3.16
Arbo-Informatieblad 15 Werken op daken
Praktijkgids arbeidsomstandigheden
NEN-EN 13374 ‘Tijdelijke vloerrandbeveiligingen –
Productspecificatie – Beproevingsmethoden’.
NEN-EN-ISO 14122-3 Veiligheid van machines – Permanente
toegangsmiddelen tot machines – Deel 3: Trappen, trapladders
en leuningen’
Arbo Support kan u ondersteunen bij het opstellen
van een RI&E voor werken op hoogte! Ook kunt u bij
Arbo Support een training volgen over Werken op
hoogte.
Download