Indien er gevallen van kinkhoest, polio of mazelen bekend zijn

advertisement
Veiligheid en gezondheid
Document:
605.4
Datum:
10/04/2014
Pagina:
1 van 4
Ziektebeleid bij kinderen
Inleiding
Voor preventie en voor de situatie, waarin een kind ziek is of ziek wordt tijdens de opvang hanteert de
Stichting Kinderopvang Zuid Westhoek helder ziektebeleid.
Dagelijks worden er veel kinderen opgevangen binnen onze opvang. Het komt regelmatig voor dat
een kind ziek wordt. Behalve dat het vervelend voor het kind is, lopen andere kinderen en leiding extra
risico besmet te worden als een ziek kind op de opvang verblijft. Onze opvang is niet ingericht om
zieke kinderen op te kunnen vangen met de extra aandacht en zorg die het kind naar onze mening op
dat moment nodig heeft.
In het belang van het kind zelf (dat op het moment dat het ziek is, ook vatbaarder is voor
andere ziekten), in het belang van alle andere kinderen en leiding is dit ziektebeleid
opgesteld.
Bij het tot standkomen van het ziektebeleid wordt het advies opgevolgd van de GGD.
De richtlijnen van de GGD staan vermeld in de GGD-wijzer, die op iedere locatie aanwezig is.
Ziekte bij kinderen
In de eerste levensjaren van een kind zal het kind regelmatig ziek zijn. Binnen een kinderopvang loopt
een kind een hoger risico besmet te worden dan een kind dat in huiselijke kring verblijft. Een
“voordeel” echter is dat het kind door het vroegtijdig doorlopen van een groot aantal van deze vormen
van ziektes een weerstand opbouwt voor de rest van zijn leven. Op het moment dat het kind een
ziekte onder de leden heeft, is het echter van belang dat het kind ook de rust en tijd krijgt om zijn
ziekte geheel te overwinnen.
Als de groepsleiding opmerkt dat een kind niet lekker is ( bv warm/kil aanvoelt, veelvuldig huilt, klaagt
over pijn, extreem hangerig is - anders dan normaal) zullen we contact opnemen met de ouders.
Rijksvaccinatieprogramma
In Nederland wordt in het kader van het ‘Rijksvaccinatieprogramma’ aan alle kinderen gratis vaccinatie
aangeboden tegen een aantal infectieziekten die ernstig kunnen verlopen. Omdat er nog incidenteel
gevallen of soms epidemieën zijn van kinkhoest, mazelen en polio adviseren wij de ouders met klem
gebruik te maken van dit Rijksvaccinatieprogramma. Ouders die bewust kiezen de kinderen niet te
laten inenten zijn zelf verantwoordelijk voor eventuele risico’s.
Er wordt vanuit gegaan dat elk kind dat geplaatst wordt op de kinderopvang ingeënt is volgens het
Rijksvaccinatieprogramma. Voor meer informatie over het Rijksvaccinatieprogramma wordt verwezen
naar de GGD-wijzer.
Als een kind deze inentingen of een deel ervan niet heeft gehad (overeenkomstig inentingsschema)
dan zijn de ouders/ verzorgers verplicht dit te melden aan de groepsleiding van het kinderdagverblijf of
buitenschoolse opvang tijdens het intakegesprek. Ouders ondertekenen dit ter bevestiging op het
intakeformulier.
Indien er gevallen van kinkhoest, polio of mazelen bekend zijn vragen we advies aan de GGD met
betrekking tot het weren van niet gevaccineerde kinderen en volgen dit advies op.
Richtlijnen
De beslissing of een kind al dan niet in de groep kan blijven wordt in principe genomen door de
groepsleiding (eventueel in overleg met de leidinggevende). Het belang van het zieke kind staat hierbij
voorop, maar er moet ook rekening worden gehouden met het belang van de andere kinderen en de
groepsleiding zelf.
Een kind dat zich ziek voelt en niet met het normale dagprogramma mee kan doen, kan beter niet op
de kinderopvang blijven. Er zijn binnen de kinderopvang nauwelijks mogelijkheden om aan een ziek
kind de noodzakelijke extra aandacht te geven. Ook de belasting voor de groepsleiding kan een reden
zijn om het kind te laten ophalen.
Veiligheid en gezondheid
Document:
605.4
Datum:
10/04/2014
Pagina:
2 van 4
Ziektebeleid bij kinderen
Bijvoorbeeld als een kind met diarree zich verder wel goed lijkt te
voelen maar elk uur verschoond moet worden geeft dit de groepsleiding zoveel extra werk dat het
normale programma voor andere kinderen in het gedrang komt. Daarnaast geldt voor met name
kinderen van 0-1 jaar, dat het risico bij diarree en/of overgeven op uitdroging groot is. Ook dit kan een
reden zijn dat de groepsleiding aangeeft dat een kind niet op de kinderopvang kan verblijven.
Samengevat geldt dan dat een kind niet naar de kinderopvang kan komen of kan blijven als:
 het kind te ziek is om aan het dagprogramma deel te nemen;
 de verzorging te intensief is voor de leidsters;
 het de gezondheid van andere kinderen in gevaar brengt.
Bij twijfel wordt advies ingewonnen bij de G.G.D. en wordt dit advies opgevolgd.
Ziekten, waarbij verblijf op opvang niet mogelijk is
Uitgangspunt is het opvolgen van de adviezen van de GGD-wijzer. Een paar ziekten worden hieronder
nader uitgewerkt.
Een kind mag niet naar het kinderdagverblijf komen als:
 het kind bloederige diarree heeft;
 het kind buiktyfus heeft;
 het kind difterie heeft;
 het kind dysterie heeft;
 het kind een hersenvliesontsteking heeft;
 het kind tuberculose (TBC) heeft;
 het kind paratyfus heeft;
 het kind polio heeft;
 er door de huisarts geadviseerd wordt om thuis te blijven.
Koorts of ondertemperatuur
Onze lichaamstemperatuur is normaal gesproken tussen de 36,5 en 37,5 graden Celsius. Bij ziekte
kan de temperatuur stijgen. Als deze boven de 38,5 graden Celsius is gestegen, spreken we van
koorts. Het is een afweerreactie van het lichaam omdat de afweer beter gaat werken bij een
verhoging. Een kind met koorts is ziek en heeft extra aandacht nodig die niet in voldoende mate
gegeven kan worden op de kinderopvang. Heeft een kind 38,5 graden Celsius koorts dan wordt altijd
met een van de ouders contact opgenomen. Pedagogisch medewerkers bespreken de
gezondheidssituatie van het kind met de ouder en in overleg wordt besloten wanneer het kind moet
worden opgehaald.
Een verlaagde temperatuur kan ook duiden op ziekte. Heeft een kind een verlaagde
temperatuur onder de 36 graden Celsius (gebleken uit minimaal twee temperatuurmetingen) dan
wordt altijd met een van de ouders contact opgenomen. Pedagogisch medewerkers bespreken de
gezondheidssituatie van het kind met de ouder en in overleg wordt besloten wanneer het kind moet
worden opgehaald.
Hoofdluis
Kinderen met hoofdluis hoeven niet geweerd te worden. Wel wordt er direct na constatering contact
opgenomen met de ouders zodat er thuis met adequate behandeling kan worden begonnen. Indien de
hoofdluis op de kinderopvang wordt ontdekt starten de pedagogisch medewerkers de behandeling
d.m.v. kammen van het haar met een fijne kam. Er wordt aan ouders verzocht om thuis de
behandeling voort te zetten evt. in combinatie met een anti hoofdluismiddel.
Veiligheid en gezondheid
Document:
605.4
Datum:
10/04/2014
Pagina:
3 van 4
Ziektebeleid bij kinderen
Waarschuwen bijzondere groepen
Bij optreden van bepaalde ziekten is het van belang dat bepaalde risicogroepen gewaarschuwd
worden.
Risicokinderen
Onder risicokinderen wordt verstaan kinderen met ernstige aangeboren (long-of hart)afwijkingen en
kinderen die meer dan zes weken te vroeg geboren zijn.
Alle ouders worden via een email én een mededeling op de voordeur ervan op de hoogte gebracht als
een kind van de kinderopvang een van de volgende ziektes heeft:
- RSV (of RSvirus)
- Kinkhoest
Zwangeren
Alle ouders worden via een email én een mededeling op de voordeur ervan op de hoogte gebracht als
een kind van de kinderopvang rode hond heeft.
Verplichtingen ouders
Ouders zijn verplicht om:
- bereikbaar te zijn op de door hun opgegeven noodnummers;
- goede noodnummers door te geven (dus bijtijds eventuele wijzigingen doorgeven);
- hun kind af te melden bij de groepsleiding indien het door ziekte niet naar de kinderopvang zal
komen; afmelden vóór 8.00 uur ’s ochtends (kdv) en vóór 9.00 uur ’s ochtends (bso);
- hun kind binnen een uur op te (laten) halen indien hierom verzocht is in verband met opgetreden
ziekte van kind;
- besmettelijke ziekten van hun kind bij de groepsleiding te melden;
- te melden aan de groepsleiding wanneer ze hun kind paracetamol gegeven hebben vóór de komst
naar de opvang (omdat na uitwerking van dit medicijn koorts weer kan gaan stijgen).
Toestemming ouders
De groepsleiding en/of leidinggevende overlegt zo nodig met de GGD als er twijfel is over het al dan
niet weren van een ziek kind. . De GGD wint alleen met toestemming van de ouders eventueel
persoonlijke informatie in bij de huisarts van het kind.
Toestemming van de ouders is niet nodig indien algemene informatie of advies wordt gevraagd aan
de GGD.
Medicijnverklaring
Indien de ouders/verzorgers willen dat hun kind tijdens zijn/haar verblijf een medicijn/zorgmiddel (ook
homeopathisch) toegediend krijgt dan moeten zij hiervoor een “medicijnverklaring” ondertekenen. Om
zorg te kunnen dragen voor nauwkeurige toediening willen we dat de ouders op het formulier alle
gegevens over het medicijn en wijze van toediening noteren.
Ook voor het geven van paracetamol dient een medicijnverklaring ingevuld te worden. De
groepsleiding zal nooit zonder toestemming van de ouders paracetamol aan een kind geven.
Veiligheid en gezondheid
Document:
605.4
Datum:
10/04/2014
Pagina:
4 van 4
Ziektebeleid bij kinderen
Melding GGD
In kader van Wet publieke gezondheid heeft de Stichting Kinderopvang Zuid Westhoek de plicht om
een ongewoon aantal zieken bij de kinderdagverblijven te melden bij de GGD West Brabant.
- Wat dient gemeld te worden?
Het gaat om aandoeningen die (ook) door niet-medici kunnen worden geconstateerd: diarree,
geelzucht, huidaandoeningen of andere ernstige aandoeningen van vermoedelijk infectieuze aard
in de desbetreffende populatie of bij het verzorgend of begeleidend personeel (zie 605.6 Overzicht
ziekten met meldingsplicht). Daarnaast moeten ernstige ziekten worden gemeld, die vermoedelijk
van infectieuze aard zijn.
- Bij wie moet gemeld worden?
Bij de GGD in het werkgebied waar de instelling is gelegen. Bij een melding zal de GGD WestBrabant ondermeer vragen naar het ziektebeeld, het aantal zieken, de ernst van de ziekte en de
eerste ziektedag(en).
- Hoe moet gemeld worden?
De coördinator of directeur dient een ongewoon aantal zieken binnen één werkdag te melden aan
de GGD West-Brabant. Tijdens kantooruren kan gebeld worden naar 076-5282415. Er kan ook
gemaild worden naar [email protected]
Voorbehouden handelingen
De groepsleiding voert geen zogenaamde voorbehouden handelingen uit. Onder voorbehouden
handelingen behoren bijvoorbeeld het geven van injecties en het verrichten van catherisaties.
Zij zijn conform de Wet BIG niet handelingsbekwaam voor het uitvoeren van dergelijke verrichtingen.
Download