Triumviraat Het Eerste Triumviraat was een politieke

advertisement
Triumviraat
Het Eerste Triumviraat was een politieke bondgenootschap tussen drie
machtige mannen uit de Romeinse Republiek; Gaius Julius Caesar, Gnaeus
Pompeius en Marcus Crassus. Het werd in 60 v. Chr. gevormd en duurde tot 53
v. Chr. Alle drie hadden ze hun eigen redenen om de driemanschap te sluiten
en bij ieder van hen speelde macht een rol.
Gaius Julius Caesar (100 - 44 v. Chr.)
Caesar groeide op in een particiersfamilie, die rijk en machtig
was in Rome. Toen hij ouder was, werd hij door Sulla
benoemd tot vijand van de staat. Hij werd gedwongen om
Rome te verlaten. Toen hij terugkwam, zette hij zijn militaire
veroveringen voort. Na het behalen van een grote
hoeveelheid milaire macht, werd hij in 59 v. Chr. met behulp
van Pompeius en Crassus gekozen tot consul
Gnaes Pompeius Magnus (106 - 48 v. Chr.)
Pompeius was een militaire leider en politicus tijdens de
late Romeinse Republiek. Hij begon zijn militaire carriere in
het leger van Sulla, die destijd in conflict was met Gaius
Maius. Tijdens deze oorlog, kreeg hij de titel Magnus
toegekend. Pompeius ontwikkelde veel nieuwe steden door
zijn veroveringen. Pompeius en Crasssus werden beide in
70 v. Chr. gekozen tot consulaat.
Marcus Licinius Crassus (115 - 53 v. Chr.)
Hij werd geboren in een rijke familie. Zijn vader was een
consul. Hoewel hij een deel van het geld van zijn vader erfde,
verdiende hij veel meer geld met het kopen en verkopen van
huizen.
Crassus gebruikte het geld om in de politiek te gaan. Hij
werd in 70 v. Chr. gekozen tot consul. Hoewel hij niet een
bekwame leider was, maakte zijn rijkdom hem tot een zeer
belangrijke politicus.
Vorming van het Triumviraat
Caesar, Pompeius en Crassus zagen hoe de senaat hen tegenwerkte.
Pompeius wilde een land voor zijn veteranen, maar dit weigerde de senaat. Er
was destijds veel handelscontacten met Azië, maar de belastingen waren voor
de meeste Romeinen ondraaglijk hoog, daarom stelde Crassus voor om
korting op de belasting, maar ook dit weigerde de senaat. Caesar wilde het
consulschap van 59 v. Chr. Daarom sloten ze een pact. Hun doel was de
invloed van de senaat te onderdrukken en ervoor te zorgen dat er niets
gebeurd op politieke toneel zonder instemming van de hen.
Met de hulp van Pompeius en Crassus werd Caesar gekozen tot consul.
Eenmaal tot consul gekozen, voerde hij de afspraken van het triumviraat uit
door gronduitdelingen aan de veteranen van Pompeius. Er werd een nieuwe
belastingstelsel ingevoerd voor de provincie Azië. Om de onderlinge banden te
versterken, gaf Caesar zijn dochter, Julia, tot vrouw aan Pompeius.
Al gauw bleek dat Caesar het meeste voordeel uit het driemanschap wist te
behalen. Na zijn consulaat werd Caesar namelijk in 58 v.Chr. aangesteld als
proconsul van de provincies Gallia Cisalpina, Illyrie en later ook Gallia
Narbonenis.
Vernieuwing van het verbond
In 58 v. Chr. begon Caesar met de verovering van Gallië. Rond die tijd zorgde
Clodius ervoor dat er onrust in Rome kwam door de bekoeling van de relatie
tussen Crassus en Pompeius. Het was noodzakelijk dat de triumvirs
bijeenkwamen en dit gebeurde in 56 v. Chr. in het stadje Luca. Hier
vernieuwden ze hun bondgenootschap en Caesar besloot nog eens vijf jaar in
Gallië te blijven. In deze periode werden Pompeius en Crassus, net als in 70
v.Chr., consul.
Val van de 1ste Triumviraat
De dood van de dochter van Caesar in 54 v. Chr. , Julia, die met Pompeius was
getrouw ter verzegeling van de samenwerking, verbrak de familieband tussen
Caesar en Pompeius. Een jaar later overleed ook Crassus tijdens een strijd
tegen de Pathen. Hij ging de strijd aan, omdat hij jaloers was op Caesar en
Pompeius, die beide veel glorie en rijkdommen hadden behaald in oorlogen
tegen vijanden van het Romeinse Rijk. Hij was bang dat hij op den duur het
veld moet ruimen. Daarom zocht hij een doelwit; de Parthen, maar jammer
genoeg werd dit een nederlaag voor de Romeinen. De beide sterfgevallen
betekende het einde van het eerste triumviraat en een toekomstige
burgeroorlog tussen Julius Caesar en Pompeius, om de alleenheerschappij.
Pompeius vs. Caesar
Na de dood van Crassus, verkeerde de staat in opschudding door de dood op
Publius Clodius. Pompeius werd door de senaat benoemd als enige consul
(consul sine collega). Hij herstelde de orde in Rome. Na de Gallische Oorlog in
49 v. Chr. wou Caesar zich opnieuw kandidaat stellen voor het consulaat, maar
hij werd tegen gewerkt door de senaat, die aan de kant van Pompeius stond.
Caesar trok toen met zijn leger de rivier de Rubicon over om Italië binnen te
dringen en sprak de bekende woorden uit: “Alea iacta est”( de teerling is
geworpen). Dit was het begin van de burgeroorlog.
Pompeius en de senaat verlieten hals over kop Rome, en vluchtten naar het
Oosten. Caesar zette de achtervolging in en versloeg het leger van Pompeius.
Er kwam een einde aan de burgeroorlog toen Pomepeius door de Egyptische
Koning Ptolemaeus XIII werd vermoord. Caesar kwam hierdoor als de
overwinnaar uit de strijd.
De Gallische oorlog
De Gallische oorlog, vond plaats van 58 v. Chr. tot 51 v. Chr. in en rondom
Gallië: het gebied dat nu Frankrijk, België en delen van Nederland en Duitsland
tot aan de Rijn is. Het is een van de bekendste oorlogen uit de Romeinse tijd.
Het was eigenlijk niet één oorlog, maar een verzamelnaam voor allemaal
verschillende kleine veldslagen.De Gallische
oorlog is goed in verband te brengen met de
politieke situatie in Rome van die tijd. Het was
namelijk voor Caesar een politieke noodzaak.
In tegenstelling tot Pompeius, met wie hij
onder andere het Eerste Triumviraat had
gesloten, had hij geen belangrijke militaire
overwinningen. Door dat Triumviraat werd
Caesar proconsul voor vijf jaar van Gallia
Cisalpina en Illyrië, en een jaar later ook van
Gallia Narbonensis. Hier zag hij zijn kans en
in plaats van af te wachten tot hij werd aangevallen, ging hij zelf ten aanval.
Al zijn oorlogshandelingen schreef Caesar zelf op in een boek dat hij
Commentarii De Bello Gallico noemde, met als doel de overwinningen in Gallië
op positieve wijze bekend te maken in Rome. Aangezien in Rome verschillende
mannen streden om de macht, wilde Caesar niet vergeten worden nu hij zelf
niet in Rome was.
Het begin
De aanleiding voor de directe aanval was het Plan van de Helvetiërs om uit hun
land weg te gaan en naar de kust van de Atlantische Oceaan te trekken. Omdat
zij niet door de Romeinse Provincia konden reizen, gingen zij over Gallisch
grondgebied. De Galliërs wilden dit niet omdat de Helvetiërs zich onder andere
wilden vestigen in het meest vruchtbare deel van Gallië, en vroegen Caesar om
hulp. De Helvetiërs werden verslagen en teruggestuurd naar waar zij vandaan
kwamen. Dit was gunstig voor zowel de Galliërs als de Romeinen. Later in het
jaar vroegen de Galliërs ook om hulp om de Germanen terug te dringen. Door
deze hulp wonnen de Romeinen het vertrouwen van een aantal Gallische
stammen.
De overige overwinningen
In de jaren die volgden versloegen de Romeinen nog vele anderen. De Belgen
kwamen in opstand en bonden zich met de Germanen. Met deze overwinning
lieten de Romeinen opnieuw zien hoe machtig zij waren.
In de winter trok Caesar met zijn troepen de Alpen in. Ze bewaakten de
verbindingsroutes tussen Gallia Cisalpina en Gallia Narbonensis. Terwijl zij de
wegen open probeerden te houden, waren er enkele bergstammen die
weerstand boden.
Het lukte de Romeinen wel om de opstandelingen op afstand te houden, maar
besloten toch op een veiligere plek te verblijven.
Rond 56 v. Chr. kwamen de Veneti, een volk uit het westen van Gallië, in
opstand. Ze gijzelden Romeinen en wilden in ruil voor hen, de door Romeinen
gegijzelde mensen van hun eigen volk terug. Daarnaast hadden de Veneti een
vloot. Hierdoor kwam Caesar op het idee dat ze ook sterk op het water moesten
zijn en over een vloot moesten beschikken. De Romeinen versloegen de Veneti
zowel op het land als op zee. Met deze vloot waren de Romeinen militair gezien
sterker dan ooit.
De Eburonen wisten een Romeins legioen in de val te lokken en te verslaan.
Caesar liet dit niet ongestraft gebeuren en roeide het hele volk uit.
Beleg van Alesia
Het beleg van Alesia is het einde van de Gallische oorlog en wordt vaak gezien
als Caesars grootste en belangrijkste overwinning.
In 52 v. Chr. kwamen zuidelijke Gallische stammen in opstand tegen Caesar. Ze
werden geleid door Vercingetorix, een Gallische koning uit Auvergne. De
Romeinen trokken naar Alesia, het sterkste bolwerk van Gallië. Caesar
omsingelde Alesia en liet zijn soldaten een muur om de stad bouwen zodat
niemand Alesia zou kunnen verlaten. Vervolgens werd er een 2e muur
gebouwd om de bondgenoten tegen te houden. Het voedsel in Alesia raakte op
en het leger dat hen zou moeten komen helpen, liet lang op zich wachten. De
Galliërs besloten de vrouwen en kinderen Alesia uit te sturen en als slaven aan
de Romeinen te geven. Zonder hen zou er nog genoeg eten zijn voor de
mannen. Bovendien zouden de Romeinen hun eten met de Gallische vrouwen
en kinderen (dan slaven) moeten delen, waardoor hun voorraad op zou raken.
De Romeinen echter weigerden de vrouwen en kinderen aan te nemen als
slaven en stuurden hen terug. Maar de Galliërs wilden de poort van Alesia niet
meer openen. De 2 muren lagen als een ring om Alesia heen en in het midden
van de ring bevond zich het Romeinse leger.
De Gallische troepen kwamen, en vielen van buiten aan terwijl Vercingetorix en
zijn mensen van binnenuit probeerden aan te vallen. Ookal waren de Galliërs in
de meerderheid, het lukte de Romeinen toch om ze te overwinnen.
Vercingetorix besefte dat zij geen kans hadden en gaf zich over aan Caesar. Hij
werd naar Rome gebracht en liep als gevangene mee in de triomftocht van
Caesar en werd daar uiteindelijk ter dood gebracht. De Galliërs mochten blijven
leven, maar werden wel als slaven verkocht. Na deze nederlaag werd Gallië een
Romeinse provincie.
De slag bij Pharsalus
Rond 80 jaar voor het begin van onze jaartelling was het erg onrustig in Rome.
De uitbreidingen in het oosten zorgden voor instabiliteit van het Romeinse
Rijk. Ook waren er veel ontsnapte gladiatoren en horden slaven die plunderend
en moordend door het huidige Italië trokken, of zich aansloten bij zeerovers en
de handel ontregelden. Om de orde te laten terugkeren begon de senaat, onder
leiding van Sulla, steeds meer ondemocratische trekjes te vertonen. Daar
waren velen buiten de Senaat het niet mee eens. Zo ontstonden twee partijen in
Rome: aan de ene kant de Senaat met zijn legers en generaals: de Optimates,
en aan de andere kant stonden de tegenstanders van de dictatoriale Senaat: de
Populares, ook met legers en generaals. Toen Sulla stierf viel het leger van de
Optimates uit elkaar. De Populares werden weer machtiger onder leiding van
Crassus en Pompeius. Zij hadden beiden, ieder in een eigen deel van het
Romeinse rijk, grote overwinningen behaald met hun legers en eisten nu dat ze
deel mochten nemen aan de verkiezingen voor het consulaat in 70 v. Chr. Dat
was eigenlijk tegen de democratische wetten in, want als ze consul zouden
worden waren ze tegelijkertijd wetgevende en uitvoerende macht, omdat ze
hun legers hadden om hun plannen zonder tegenspraak uit te laten voeren.
Door zich te verenigen kregen de legerleiders het toch voor elkaar om de
Senaat over te halen. Zo konden ze hun uitvoerende macht houden. In die tijd
was de Senaat de wetgevende macht, en de legers waren de uitvoerende
macht. Crassus en Pompeius wilden dus de uitvoerende macht en de
wetgevende macht met elkaar verbinden en zo de scheiding der machten
verbreken.
Crassus en Pompeius werden gekozen tot consuls. Pompeius vertrok naar het
oosten, om daar het groeiende gevaar de kop in te drukken. Dat lukte hem, en
hij werd een soort dictator van dat gebied. In Rome zorgde dit voor veel
opschudding. De Populares voelden zich bedreigd door een nieuwe dictatuur.
Ze vertrouwden Pompeius niet, omdat hij eerder ook al misstappen had
begaan. Ook de senatoren hadden geen vertrouwen in hem, omdat hij hen al
eens had verraden, toen hij naar de Populares overliep. Toen Pompeius na een
aantal jaar als overwinnaar terugkwam in Rome werd hij niet bepaald met open
armen ontvangen. De Optimates en de Populares waren hem allemaal
vijandelijk gezind. Zijn voornaamste tegenstanders waren zijn eerdere
bondgenoot Crassus en Julius Caesar, de leiders van de Populares. Deze twee
hadden in zijn afwezigheid geprobeerd de macht in Rome over te nemen, maar
dat was mislukt. Als een echte opportunist verdween Caesar uit Rome. Hij
wachtte een beter moment af om de macht alsnog te grijpen.
Met Pompeius legde Caesar het bij, hij liet zijn dochter Julia met Pompeius
trouwen en samen met Crassus sloten ze een Triumviraat. Caesar en zijn leger
trokken naar het westen om Gallië te onderwerpen. Daar verwierf hij steeds
meer macht en hij won veel aanhangers voor zich, waardoor niet alleen
Pompeius, die de belangrijkste consul van Rome wilde blijven, maar ook de
Senaat, die eveneens haar macht wilde houden, hem begonnen te vrezen. Ze
riepen hem meerdere malen terug naar Rome, zonder leger natuurlijk. Caesar
wist dat hij, als hij zonder leger aan zou komen in Rome, niet lang zou blijven
leven, dus negeerde hij de eisen van de Senaat. Toen Caesar de Gallische
oorlogen had gewonnen keerde hij wel terug naar Rome, maar nu was hij uit op
de macht.
Het vorige is allemaal belangrijk om te weten, voordat je snapt wat daarna
gebeurde:
Caesar wachtte het beste moment af waarop hij terug kon gaan naar Rome om
de macht te grijpen en in 50 v. Chr. was dat moment aangebroken. Caesar wist
dat hij niet veilig was als hij zonder leger aankwam bij Rome, dus eiste hij dat
hij zich vanaf buiten de stad,
beschermd door zijn leger,
beschikbaar kon stellen voor het
consulschap en zijn legioenen mocht
behouden. De Senaat was het daar
natuurlijk niet mee eens, maar was
machteloos zonder bondgenoten.
Geen van de senatoren was geliefd
bij de soldaten, dus had de Senaat
geen leger om Caesar tegen te houden. Pompeius had wel een leger. De Senaat
probeerde hem over te halen om zich aan haar kant te scharen en na veel
wikken en wegen stemde hij hiermee in. In de tussentijd kon Caesar zijn leger
trainen en versterken, waardoor het er voor Pompeius niet goed voor stond
toen hij eindelijk met het verbond had ingestemd. Het grootste deel van het
leger van Pompeius was in Spanje, maar toch twijfelde Caesar of hij de rivier
over zou steken. Terwijl hij zo in dubio was, luisterden zijn soldaten naar het
fluitspel van een grote en prachtige man aan de oever. Plotseling greep de man
een van de trompetten van de soldaten en blies het marssignaal naar de
overkant van de rivier. Caesar zag dit als een wonder van de goden, en besloot
dat dit het teken was om over te steken. Hij zei: ‘Alea iacta est’: ‘de teerling is
geworpen’. Daarmee bedoelde hij dat er nu geen weg meer terug was.
Pompeius, die nu de taak had Rome te beschermen, ging naar zijn gebied in
het oosten, waar hij een enorm leger samenstelde en trainde. Daarmee zou hij,
samen met zijn leger in Spanje, Caesar verslaan. Caesar wist hier echter aan te
ontsnappen, omdat hij een veel sneller en beweeglijker leger had dan
Pompeius. Hij had namelijk geen last van senatoren die hem constant
bekritiseerden, zich mengden met zijn besluiten en steeds wilden vergaderen.
Caesar was de hoogste baas van het leger, waardoor hij heel makkelijk en snel
besluiten kon nemen. Het leger uit Spanje van Pompeius keerde terug, maar
werd door Caesar uit elkaar gedreven. Caesars legioenen leden echter ook
verliezen, waardoor hij er in de herfst van 49 v. Chr. slechter voor stond dan
zijn vijand, die een immens leger van oosterse soldaten had opgebouwd, een
vloot tot zijn beschikking had en ook nog eens veel geld had. Caesar had wel
goedgetrainde soldaten, maar weinig geld. Hij besloot om niet op Pompeius te
wachten, maar zijn leger over te brengen naar Griekenland, waar hij zelf kon
uitzoeken waar de slag zou plaatsvinden. Hij koos de vlakte bij Pharsalus.
Caesar had veel minder manschappen dan Pompeius, maar door twee slimme
zetten wist hij toch te winnen. Hij had voor het gevecht vijf cohorten achter de
hand gehouden. Toen zijn cavalerie werd aangevallen door die van Pompeius
(die zeven keer zo groot was) stuurde hij de cohorten naar voren. Hij had zijn
soldaten bevolen om hun speren in het gezicht van de vijand te gooien. Caesar
verwachtte namelijk dat de soldaten, allemaal jonge mannen die bang zijn voor
de pijn in hun gezicht en de latere verminking, meteen rechtsomkeert zouden
maken, zodra ze door zouden hebben wat er gebeurde. Caesar had dit goed
voorzien en de vluchtende cavalerie verpletterde het eigen voetvolk dat
achterop kwam. Zijn tweede slimme zet die hem naar de overwinning zou
leiden was een teken van clementie: hij beloofde elke Romeinse soldaat die
zich zou overgeven te sparen. Velen gaven zich zonder slag of stoot over,
waardoor Caesar met zijn veel kleinere, maar ook veel beter getrainde en
trouwe leger het grote, maar wanordelijke leger van Pompeius in korte tijd
versloeg. Pompeius vluchtte naar Egypte, waar hij op bevel van de koning, die
dacht dat hij Caesar hiermee had geholpen, werd vermoord. Een groot deel van
de krijgsgevangenen die Caesar had gemaakt nam hij op in zijn eigen leger of
liet hij vrij. Ook Brutus, de man die hem later zou vermoorden, liet hij vrij. Toen
Caesar in Egypte aankwam, liet de koning hem het afgehakte hoofd van
Pompeius zien. Caesar was er erg verdrietig over dat zijn vijand, bondgenoot
en schoonzoon zo vermoord was. Ook de soldaten van Pompeius die hier
gevangen waren genomen liet hij vrij.
Lupercalia
Elk jaar werd op 15 februari het feest van Lupercalia gevierd. Het was een
vruchtbaarheidsfeest, gevierd aan het begin van de lente ter ere van de god
Lupercus. Het feest is waarschijnlijk ontstaan als een herdersfeest, maar is
uitgegroeid tot een van de belangrijkste nationale feesten van het Romeinse
Rijk. De priesters van de Luperci offerden schapen en jonge honden in de grot
waar Romulus en Remus zouden zijn opgevoed door de wolvin. Het feest was
bedoeld als reinigingsritueel voor de
herders en als bescherming voor hun
schapen en honden tegen hongerige
dieren. Zodra het offeren gebeurd was,
bonden de priesters de vacht van de
geofferde schapen om zich heen en zo
renden ze door de straten. Ze sloegen de
mensen (vooral de vrouwen) met riemen
die ze ook uit de schapenvacht hadden gesneden. Iedereen die werd geraakt
zou heel vruchtbaar zijn, en het zou onheil afweren. Sommige voorname
vrouwen gingen expres met hun handen naar voren gestoken staan, zodat ze
daar geslagen konden worden. De Lupercalia waren een zeer geliefd feest van
het volk. Zo geliefd zelfs dat het nog ver in de tijd van de Christenen werd
gevierd.
Caesar wilde van de feestelijke stemming bij het volk tijdens de Lupercalia
gebruik maken. Al tijden wilde hij alle macht over Rome beschikken en had
daar de instemming van het volk voor nodig. Hij had alleen steeds
tegenwerking ondervonden omdat de herinneringen van het volk aan de laatste
koningen erg negatief waren. Al meerdere keren had Caesar dit ervaren,
bijvoorbeeld toen zijn vrienden hem koning wilden noemen. Toen hij zag dat
het volk daar heel negatief op reageerde had hij maar gauw gezegd dat hij
‘Caesar’ heette, en niet ‘koning’, maar hij vond het wel heel jammer dat het volk
zo reageerde. Ook werd hem de kroon eens aangeboden tijdens een
vergadering van de senaat. Maar toen weigerde hij omdat hij bang was dat de
instemming van het volk er niet was. Terwijl hij zei dat hij geen koning wilde
worden was hij niet eens opgestaan voor de belangrijke mensen die voor hem
stonden. Niet alleen de Senaat voelde zich beledigd, maar ook het volk, dat de
Senaat zag als de staat en dus het gevoel had dat Caesar zojuist de hele staat
had beledigd. Caesar had de situatie verkeerd ingeschat en had veroorzaakt
wat hij juist had willen vermijden: woede bij het volk. Hij ging meteen
depressief naar huis toen hij merkte wat voor sfeer was ontstaan. Hij zei tegen
zijn vrienden dat diegene die hem wilde vermoorden, dat mocht doen.
Natuurlijk deed niemand dat, en later zei Caesar tegen hen dat hij niet was
opgestaan, omdat hij last had van duizelingen als hij voor een groot publiek
een voordracht moest houden. Dat was natuurlijk niet waar. Een van zijn
vrienden had tegen hem gezegd dat hij zich moest laten behandelen als de
belangrijkste man, en dus niet voor de
senatoren hoefde op te staan. Hij had gedacht
dat het volk dat zou waarderen. Maar nee dus.
Nu hoopte hij dat de uitgelaten stemming tijdens
de Lupercalia het volk wel goedgezind zou
maken. Hij had dat bedacht voor de Lupercalia
van het jaar 44 voor onze jaartelling.
Caesar zat op een gouden stoel en had
prachtige kleren aan. Hij vond het namelijk erg
belangrijk dat hij er goed uitzag. Hij was
uitgedost als een triumphator. Het feest ging dat
jaar een beetje anders dan gewoonlijk, allemaal
geregisseerd door Caesar en zijn getrouwen. Dit jaar deed Antonius, de consul,
ook mee en rende door de straten. Toen hij aankwam op het forum gingen de
mensen meteen voor hem aan de kant. Antonius had een diadeem bij zich, dat
was omwonden met een lauwerkrans. Het was een soort kroon, en toen hij
deze aan Caesar aanbood, gaf Antonius hem eigenlijk het koningschap.
Jammer genoeg voor Caesar waren er maar heel weinig mensen die klapten, en
die deden dat alleen omdat ze van tevoren de opdracht hadden gekregen om
dat te doen. De meeste mensen waren het er niet mee eens, want ze wilden
geen nieuwe koning. Maar toen Caesar zei dat hij het diadeem niet wilde
hebben, klapte bijna iedereen. Antonius bood de lauwerkrans voor de tweede
keer aan, maar alweer weigerde Caesar. Alle burgers klapten nu. Caesar stond
op en zei dat ze de kroon naar het Capitool zouden brengen. Zodra iedereen
daar aangekomen was, zag het volk dat sommige standbeelden van Caesar al
een lauwerkrans op hun hoofd hadden. Twee volkstribunen haalden de
lauwerkransen zo snel mogelijk van de standbeelden en ze zetten de burgers
die dit hadden gedaan meteen in de gevangenis. Het hele volk was het met de
tribunen eens, maar Caesar werd zo boos, dat hij de twee volkstribunen
ontsloeg en een aanklacht tegen hen indiende. Hij zei dat hij dat deed omdat ze
hem de eer ontnamen om het koningschap te weigeren, maar waarschijnlijk
was hij zo boos omdat het nu wel duidelijk was dat iedereen tegen een nieuwe
koning was. Precies een maand na de Lupercalia eindigden Caesars pogingen
om de kroon te bemachtigen, want toen werd hij vermoord.
Moord op Caesar
Het was 15 maart 44 v.Chr. toen Caesar, 56 jaar oud, werd moord. Caesar
(kaisar) werd een begrip: Het werd de vaste titel van de latere keizers. Wij gaan
verschillende aspecten van zijn moord behandelen in dit essay.
Caesar +/- 100 v. Chr. Tot 44 v. Chr.
Oorzaak samenzwering
Caesar was voordat hij vermoord was benoemt tot alleenheerser met een
regeerperiode van 10 jaar. De senaat had hem met tegenzin tot dictator
benoemt, omdat ze bang waren dat hij anders een staatsgreep zou plegen.
Bovendien verhief hij eigenhanig zichzelf als volkstribuun, pontifex maximus
(hogepriester) en opperbevel hebber. De samenzweerders die hem hebben
vermoord wilde de macht van de senaat herstellen en de republiek redden.
Caesar uitte zich respectloos over de republiek zo zou hij gezegd hebben: De
republiek is niets anders dan een naam, zonder inhoud of werkelijkheid en de
mensen moeten wat ik zeg als wet beschouwen”. Met deze woorden stemde hij
menig voorstanders van republiek woedend.
Samenzwering tegen Caesar
Gaius Cassius Longinus was een senator aan de basis van het complot tegen
Caesar. Cassius heeft vermoedelijk de moord op Caesar gepleegd vanwege
zijn eerzucht. Ook Brutus, de zwager van Cassius, werd bij de samenzwering
betrokken. Caesar had een affaire met de vrouw van Brutus Servilia. Hoewel
Caesar hem beschouwde als een zoon, besloot Brutus aan het complot mee te
werken vanwege de affaire. Brutus was niet de enige die deel nam aan het
complot, ongeveer zestig mensen waren betrokken met als doel de republiek
terug te krijgen onder leiding van hem en Gaius Casius. In het begin twijfelden
zij of zij twee groepen zouden vormen, zodat de ene groep Caesar van de brug
kon werpen en de andere groep hem zou doden. Het andere plan was om hem
gezamenlijk bij de via sacra (de oudste en beroemdste weg in Rome) aan te
vallen. Uiteindelijk besloten zij toen een senaatszitting werd uitgeroepen op de
“idus” van maart, om hem aan te vallen bij het Senaatsgebouw van Pompeius.
En in de laatste nacht voor de dag van de moord droomde Caesar zelf eerst dat
hij zweefde boven de wolken en daarna dat hij Jupiter de hand schudde.
Bij binnenkomst gingen de senatoren om Caesar heen staan, dit was normaal
gesproken een teken van respect. TIlius Cimber nam de leidersrol op zich en
greep hem vast waarop Caesar riep: dit is warempel geweld! Senator Casca
trok vervolgens als eerste zijn dolk en raakte de heerser in zijn rug. Daarna
trokken alle samenzweerders de wapens. Caesar probeerde zich eerst nog te
beschermen. Hij deed een poging om op te springen, maar nieuwe
verwondingen maakte dit onmogelijk. Toen Caesar merkte dat hij kansloos was
omhulde hij zijn hoofd en lichaam met zijn toga om te zorgen dat hij er
behoorlijk bij zou liggen. Caesar werd 23 keer gestoken en overleed ter plekke.
Volgens de legende riep Caesar vlak voor zijn dood “Et tu Brute?” (“Ook gij,
Brutus?”) toen hij zag dat zijn ‘zoon’ ook tot het complot behoorde. Lange tijd
lag hij levenloos op de grond totdat drie slaven hem in een draagstoel naar zijn
brachten.
Had Caesaar zijn dood kunnen voorkomen?
Volgens de verhalen is Caesar vlak voor zijn dood gewaarschuwd voor de
‘Idus’ van maart. In de Romeinse tijd was de Idus de 13e of 15e dag van de
maand. Caesar nam deze waarschuwing echter niet in acht en ging alsnog naar
de bijeenkomst van de senaat. De vergadering vond plaats in het theater van
Pompeius, de Curia Pompeï, omdat de andere gebouwen van de Senaat door
brand waren verwoest. Onderweg ontvangt hij een briefje van een oude leraar
Grieks, Artemidorus, waarin het complot werd verraden. Caesar had echter
geen tijd om het bericht te lezen. Tevens had hij voordat hij het Senaatsgebouw
binnen gingen verschillende dieren geofferd, maar hoewel hij geen gunstige
voortekens had ontvangen, ging hij alsnog naar binnen. Als hij meer aandacht
aan de waarschuwingen had besteed, had hij zijn lot wellicht nog kunnen
keren.
Reactie op de moord van Caesar
De reacties op de moord van Caesar binnen het volk waren gemengd. Mensen
waren zowel woedend als verdrietig en eiste wraak. Direct na de crematie ging
de menigte naar de huizen van de leiders van de moord, Brutus en Cassius en
staken ze in brand. De moordenaars waren zelf naar het buitenland gevlucht..
Opvolging van Caesar
Wie zou de moord op Caesar nu gaan wreken en de macht naar zich
toetrekken?. Caesar had zijn achterneef Octavianus die hij per testament als
zijn zoon had geadopteerd en als zijn opvolger had aangewezen. De ogen
waren tevens gericht op de consul Marcus Antonius. In het begin wilde zij de
macht echter niet delen. Er ontstonden grote conflicten tussen de aanhangers
van beide groeperingen. Uiteindelijk verzoenden Antonius en Octavianus zich
en sloten een verbond.
Apotheose
"de verheffing van de mens tot god”
Oorsprong
Het woord Apotheose is afgeleid van het griekse woord ἀποθεόω wat het
maken tot god betekent. Apotheose betekent Oorspronkelijk de verheffing tot
de rang der goden. Bij de Romeinen werden gewoonlijk de keizers na hun dood
bij senatus consultum (Senaatsbesluit) tot goden verklaard. Deze apotheose
heette consecratio. In 44 na Christus werd Caesar nadat hij vermoord was met
een verklaring van de Senaat vergoddelijkt. De traditie van de Apotheose vindt
hier zijn oorsprong. De Apotheose van Caesar was niet slechts een beslissing
gemaakt door de senaat, het volk was er ook stellig van overtuigd dat Caesar
tot het bovenmenselijke behoorde. De Apotheose werd uitgevoerd door de
opvolger van de gestorven keizer.
Traditie
Augustus, de erfgenaam en opvolger van Caesar, gaf na de vergoddelijking
van Caesar ter ere van hem spelen. Gedurende dit festijn lichtte er zeven dagen
achterelkaar een komeet aan de hemel. Het volk geloofde dat dit licht aan de
hemel de ziel van Caesar wel die in hemel was opgenomen. Caesar werd
hierdoor vaak afgebeeld met een ster boven zijn hoofd. Het gebruik van een
ster verwijst ook naar de Latijnse spreuk per ardua ad astra wat betekent “ via
moeilijkheden naar de sterren”. Door alle moeilijkheden die Caesar heeft
doorstaan behaalde hij het uiteindelijke doel en werd hij tot god verheven en
opgenomen in de sterren. Tevens werd ter gedenkenis van deze grote keizer de
dag van zijn moord een officiële herdenking de “idus van maart” uitgeroepen
en mocht de senaat nooit meer op deze dag samenkomen om te vergaderen.
Het gebouw waarin in hij op afschuwelijke wijze is vermoord werd
dichtgemetseld. Gedurende de Apotheose werd een beeld gemaakt van de
gestorven keizer en werd deze in het openbaar tentoongesteld. Vanaf augustus
ontstond er een vast ritueel waarbij het lijk werd verbrand op het marsveld of
een wassenbeeld in een latere periode en waar tevens een adelaar vanaf de
brandstapel wegvloog om de hemelvaart te symboliseren. Caesar zette deze
belangrijke culturele en politieke traditie in gang.
Divus
Het doel van de opvolger van de keizer was om binding met het volk te
scheppen door hun geliefde keizer tot god te verheven. Bij Keizers die een
slechte naam hadden bij het volk werd deze traditie over het algemeen niet
uitgevoerd (bijvoorbeeld Nero). De Apotheose werd dus niet automatisch in
gang gezet. De Keizers die werden verheerlijkt werden betitelt met de status
“divus”. Het woord kent in deze context eerder de vertaling goddelijke in plaats
van god aangezien dit door hooggeleerden ook metaforisch zou kunnen
worden opgevat. De christenen gebruikten een soortgelijke term om personen
goddelijke eigenschappen toe te kennen wat men bij de Romeinen niet zo
bedoelde .De Apotheose kreeg een belangrijke betekenis in de Romeinse
samenleving er werd ook in literaire werken behandeld. (metamorfosen van
Vergilius).
De religio
Het woord religio verbonden de Romeinen aan het werkwoord religere
(herlezen, in acht nemen) Ook het begrip religare (goed binden) vond in de
keizertijd in het bijzonder ingang in het Christelijk milieu. In het tweede geval
duidt de persoonlijke binding van de mensen aan een macht ‘God’. Men
vervulde allerlei rituele plichten en deed iets voor de goden, omdat zij en
tegenprestatie verwachtte. De “do ut des”-mentaliteit (”Ik geef opdat jij zou
geven”) speelt hierbij een belangrijke rol.
Caesar werd door het volk en Marcus Antonius (toenmalig consul) als een God
beschouwt. Dat blijkt uit de ceremonies van zijn begrafenis. Antonius had een
positief verhaal voorgedragen, waarin stond dat iedereen hem als een god
moest beschouwen en dat we zijn bijzondere gaven niet moesten vergeten.
Toen Augustus, de opvolger van Caesar stief, werd een soortgelijk proces in
gang gezet. Dit vormde een model voor toekomstige keizers. Ocatvianus werd
benoemd tot Augustus, de verhevene, de eerbiedwaardige. Augustus noemde
zich ook Caesar, naar zijn grote voorganger.Ook de heersers na hem deden
dat. Zo werd Caesar synoniem voor heerser. Caesar was zelf ook van mening
dat hij als god beschouwd diende te worden. Caesar nam vele eerbewijzen aan
zoals het dictatorschap en consulaat voor het leven. Hij liet zich ook
eerbewijzen toekennen die de menselijke waardigheid verre overtreffen zoals
een vergulde stoel in het Senaatsgebouw en de opstelling van zijn beeltenis
naast de godenbeelden. Al was hij eerzuchtig, Caesar was trots op de vrede en
beschaving die de Romeinse heerschappij een deel van de wereld kon brengen
en een groot voorbeeld voor de andere keizers.
De apotheose in de kunst
Toen het Romeinse rijk was gevallen leefde de apotheose voort. De apotheose
van Homerus (1827) gemaakt door Jean Auguste Dominique Ingres Is een goed
voorbeeld van de apotheose in de kunst. Het neoclassicistische werk werd
geschilderd in opdracht van Koning Charles. De lof van de apotheose werd aan
Homerus toegekend omdat hij als een van de belangrijkste schrijvers uit de
klassieke oudheid werd beschouwd. Het is niet vreemd dat de apotheose juist
in een neoclassicistisch werk wordt behandeld aangezien deze stijl
nadrukkelijk verwijst naar de cultuur in de klassieke oudheid.
Een ander goed voorbeeld is de apotheose van keizer Antonius Pius die
overleed in 161 na Christus. De zuil werd gebouwd ter herdenking van de
openbare verbranding van de keizer en zijn familie. De keizer en zijn vrouw
Faustina werden naar de hemel gedragen door een geest. Dit is een attribuut
dat verwijst naar de hier bovengenoemde adelaar die de hemelvaart
symboliseert.
apotheose van Homerus
apotheose van keizer Antonius Pius
Bronnenlijst
Triumviraat
Websites:
- “Triumviraat”. Beschikbaar via
http://nl.wikipedia.org/wiki/Eerste_triumviraat (bezocht op 6 mei 2015)
-“Triumviraat”. Beschikbaar via
http://www.xtec.cat/~sgiralt/labyrinthus/roma/historia_nl/republ12_nl.htm
(bezocht op 6 mei 2015)
-“Triumviraat”. Beschikbaar via
http://ancienthistory.about.com/od/romerepublic/ss/60-50-B-C-Caesar-Crassus
(bezocht op 6 mei 2015)
-“Gnaeus Pompeius”. Beschikbaar via
http://www.britannica.com/EBchecked/topic/469463/Pompey-the-Great
(bezocht op 6 mei 2015)
-“Burgeroorlog tussen Pompeius en Caesar”. Beschikbaar via
http://www.isgeschiedenis.nl/swords-and-sandals/burgeroorlog-tussen-pompei
(bezocht op 7 mei 2015)
-“Gaius Julius Caesar”. Beschikbaar via
http://www.historical.nl/republiek/caesar.htm (bezocht op 7 mei 2015)
-“Marcus Crassus”. Beschikbaar via
http://nl.wikipedia.org/wiki/Marcus_Licinius_Crassus_Dives (bezocht op 7 mei 2015)
De Gallische Oorlog
Boeken:
- Geraadpleegd op 16 en 17 mei
‘Caesar in Gallië’ door Robert Nouwen
- Geraadpleegd op 16 en 17 mei
‘Caesar: de Gallische Oorlog’ vertaling van het Latijn door Katwijn-Knapp
- Geraadpleegd op 19 mei
http://nl.wikipedia.org/wiki/Gallische_Oorlog
De slag bij Pharsalus (Annabel Rijsenbrij)
Boeken (geraadpleegd op 13 mei):

M. Rostovtzeff: De Oude Wereld, Rome. Aula, 1964

M. Mary en T.J. Haarhoff: Leven en denken in de klassieke wereld. Aula,
1964

R.H. Barrow: De Romeinen en de Westerse beschaving. Prisma Boeken,
1960

J.H. Croon, A.R.A. van Aken: De antieke beschaving in hoofdlijnen.
Elsevier, 1966, 1981
Lupercalia (Annabel Rijsenbrij)
Boek (geraadpleegd op 19 mei):

M. Demat, J. Laloup en G. Windey : Op verkenning in de Grieks-Romeinse wereld. H.
Dessain Geerebaerd-klassieken, 1972
Site (geraadpleegd op 19 mei):

http://www.koxkollum.nl/plutarchus/Alexander%20en%20Caesar%20(4).htm
Moord
Websites:
- Geraadpleegd op 9 mei 2015 via
http://www.isgeschiedenis.nl/nieuws/messteek_in_de_rug_van_julius_caesar_na
ar_johan_cruijf/
- Geraadpleegd op 9 mei 2015 via http://nl.wikipedia.org/wiki/Julius_Caesar
- Geraadpleegd op 9 mei 2015 via http://historiek.net/de-moord-op-caesar/40691/
- Geraadpleegd op 9 mei 2015 via
http://www.rmo.nl/onderwijs/
museumkennis/vragen/waarom-werd-julius-caesar-v
erm oord-en-wat-gebeurde-
er-na-zijn-dood-met-zijn-idealen
- Geraadpleegd op 9 mei 2015 via
http://www.geschiedenis.nl/i
ndex.php?go=content.persoon&persoonID=21
Apotheose
Websites:
- Geraadpleegd op 15 mei 2015 via
http://slimmeboss.com/cate
gorie/miscellanea/apotheose.php
- Geraadpleegd op 15 mei 2015 via
http://www.gottwein.de/Lat/o
v/ovmet15745.php
- Geraadpleegd op 16 mei 2015 via
http://www.architectenweb.n
l/aweb/archipedia/archipedia.asp?id=18651
- Geraadpleegd op 16 mei 2015 via
http://www.stilus.nl/oudheid/
wdo/GRIEKEN/GEWOON/APOTHEOS.html
- Geraadpleegd op 16 mei 2015 via
http://www.artsalonholland.n
l/meesterwerken/apotheose-van-homerus-ingres
- Geraadpleegd op 16 mei 2015 via
http://anw.inl.nl/article/per%
20ardua%20ad%20astra#s=0&l=&lp
- Geraadpleegd op 16 mei 2015 via
http://nl.wikipedia.org/wiki/S
enatus_consultum
- Geraadpleegd op 16 mei 2015 via
http://woordenkracht.com/ca
tegorie/huis-en-tuin/apotheose.php
Download