Brief aan de kapucinessen

advertisement
Twee kanten van hetzelfde charisma
Rondzendbrief van de Generale Minister
Aan de Arme Zusters Clarissen
Rome, 25 maart 2017
De Annunciatie van de Heer
Lieve Zusters,
De Heer geve u zijn vrede!
Deze brief is allereerst gericht aan jullie, zusters, omdat het gaat over jullie leven. Ik begin graag met
God dank te zeggen voor jullie aanwezigheid en contemplatief getuigenis. Deze spreken ons van jullie
zoeken naar het Gelaat van God op een totale en intense wijze. Door jullie leven zijn jullie een gave
aan de hele Kerk en in het bijzonder voor onze kapucijnenfamilie. Wat zou onze missie betekenen
zonder de constante hulp van jullie trouw gebed en zonder jullie bescheiden maar onschatbare
aanwezigheid aan onze zijde?
Ik heb de wens om jullie als meditatie enkele gedachten aan te bieden. Ik ben me ervan bewust dat
dit een bijzonder moment van genade is omdat jullie in het spoor leven van de Apostolische
Constitutie Vultum Dei quaerere en aan het begin staan van het veeleisende werken aan jullie
fundamentele wetgeving, waaraan jullie nu begonnen zijn.
1. Twee kanten van hetzelfde charisma
“De Zoon van God is voor ons de weg geworden, die onze allerzaligste vader Franciscus, zijn ware
minnaar en navolger, ons door woord en voorbeeld heeft getoond en geleerd.” ( Clara, Testament, 5)
1.1 Clara heeft bijzondere nadruk gelegd op het feit dat Franciscus de stichter was van de clarissen.
Daardoor verzekerde zij zich ervan dat de Kerk de Arme Clarissen zou erkennen als deel van familie
van de Minderbroeders. Natuurlijk was Franciscus een bijzonder soort stichter. Hij gaf geen precieze
normen, maar opende alleen een ruimte voor broederlijkheid en wees een geestelijke weg (zie.
Franciscus, De Leefregel voor Clara; Het Leefmodel van Clara, VI, 3-4). Franciscus was geen patriarch
die de regels vaststelde voor zijn geestelijke dochters, maar hij handelde slechts als een broeder die
begeleidt en die zo zijn zusters vrij en autonoom maakte, met alle vertrouwen in hun rijpheid en hun
bereidheid open te staan voor de Heilige Geest.
1.2 De relatie tussen Franciscus en Clara is in wezen er een van verbinding, met het bewustzijn dat
het een uitdrukking is van twee kanten van het zelfde charisma. Deze originele relatie bepaalt de
relatie tussen onze Orden. De belofte van de stichter, wat betreft zijn broeders, om zorg te hebben
en broederlijk bezorgd te zijn, blijft tot op heden de motivatie voor onze nabijheid. Wat er echt toe
doet is niet onze juridische bijstand, ook niet de pastorale zorg of de priesterlijke dienstverlening
door pastores en biechtvaders. Wat er werkelijk tussen ons bestaat is de relatie van broederlijkheid.
1
1.3 Onze kapucijnenhervorming had als krachtig doel de terugkeer naar de oorspronkelijke
bedoelingen van Franciscus. Deze hervorming wilde in het begin geen zorg op zich nemen voor de
zusterkloosters: men meende dat dit een stabiele, vaststaande en delicate arbeid was dat daardoor
inging tegen de armoede en het onderweg-zijn. Daarom was het in de Eerste Constituties absoluut
verboden (zie Constituties van de kapucijnen van 1536, hoofdstuk XI). De Eerbiedwaardige Lorenza
Longo bewerkte een echt ‘wonder’ toen zij in 1538 de erkenning verkreeg voor haar klooster in
Napels – al goedgekeurd in 1535 – dat ze mochten leven onder de eerste regel van Clara en
toegevoegd werden aan de kapucijnen (zie Motu Proprio Cum monasterium, 10 december 10 1538).
De inspiratie en de passie van Moeder Lorenza maakten het mogelijk v oor de kapucijnenhervorming
om zich opnieuw eigen te maken de oorspronkelijke manier van uitdrukking te zijn van twee kanten
van hetzelfde charisma.
1.4 Vandaag, na bijna vijfhonderd jaar, kunnen we onszelf afvragen of onze relatie werkelijk is
gebaseerd op broederlijkheid. Of is het belangrijker voor ons om te kijken naar de juridische
afhankelijkheid, de priesterlijke bediening of de vorming? Waarderen we genoeg de vrije en
eenvoudige relatie tussen ons? Maken we onszelf tot gelijken? Zijn we in staat onze ervaringen te
delen? Dienen we elkaar op basis van wederkerigheid? Waarom is het zo moeilijk om een te zijn met
elkaar en elkaar broeder en zuster te noemen en niet vader of moeder? Is ons gezamenlijk
fundament onze oorspronkelijke identiteit?
2. Bezinning op goddelijke communicatie
“Vorm jezelf door beschouwing geheel om in het beeld van zijn godheid.” (Clara, Derde Brief aan
Agnes van Praag, 13)
2.1 Vaticanum II heeft de theologie en spiritualiteit van communio terug gebracht naar het centrum
van het leven en de zending van de Kerk. Als beeld van de wederzijdse communio van liefde, dat het
leven van de Allerheiligste Drie-eenheid is, wordt de Kerk geroepen om spiegel van eenheid te zijn
van eenheid in alle diversiteit, door middel van de communio van broederlijke liefde (zie de heilige
paus Johannes Paulus II, Novo millennio ineunte, 43). Eenheid betekent niet uniformiteit. “[Ons
model is de veelhoek, die weerspiegelt de convergentie van alle delen, die alle hun eigenheid
behouden. (Paus Franciscus, Evangelii gaudium, 236).
2.2 De werkelijkheid van de huidige culturele transformatie, met het overheersende proces van
toenemende secularisatie, brengt een serie van antropologische veranderingen met zich mee,
waardoor er vragen worden gesteld bij de fundamentele gegevens van de mensheid zelf: de bron van
menselijke waardigheid, seksualiteit, de gezinnen en sociale rolpatronen. De ideologie van gender,
die wijd verbreid is in veel sectoren van onze samenleving, brengt een crisis teweeg in de traditionele
denkwijze over het leven. Samen met deze dominante cultuur is in veel landen een zekere culturele
diversiteit de gewone en beleefde werkelijkheid geworden in de straten van de steden, ook al door
het proces van de migratie. Daardoor is interculturele dialoog een urgente noodzaak geworden om
het gevaar van gettovorming te voorkomen.
2.3 Wij lopen ook het risico om een ‘getto’ te worden, een gesloten cultuur te midden van een
wereld die ‘een andere taal spreekt’, indien wij niet beschikken over de menselijke en geestelijke
2
capaciteit tot dialoog. Vandaag de dag is de dialoog een onmisbaar middel waarmee wij werkelijke
paden van communicatie in praktijk kunnen brengen.
2.4 We worden nu opgeroepen om studie te maken van de uitdagingen van de huidige cultuur, en
daarbij kunnen we als beginpunt nemen de interculturele ervaringen die al bestaan binnen de Orde.
Ons broederlijk charisma kan een schitterend getuigenis zijn van hoe communio werkelijkheid kan
worden in onze huidige wereld. Een communio die de vrucht is van een dialoog, geboren in stilte en
in luisteren, de vrucht van een geestelijk leven dat leeft vanuit de goddelijke Liefde.
2.5 Dit brengt ons ertoe ons de vraag te stellen: weten we de cultuur van anderen te waarderen of
beoordelen we alles vanuit een vooringenomen culturele superioriteit? Zijn we bereid te leren van de
andere cultuur waar het eigen charisma is ontstaan en beleefd? Zijn we bang van diversiteit? Zijn we
in staat om een dialoog aan te gaan, om te beginnen op het niveau van de lokale gemeenschap? Zijn
we in staat om de tijd te nemen die nodig is om naar elkaar te luisteren, van twee kanten, en samen
op zoek te gaan naar de eenheid in diversiteit?
2.6 Dialoog is een onmisbaar stuk gereedschap in deze wereld in verandering. Ook op het spirituele
vlak, is de vreedzame en diepgaande dialoog is het duidelijkste teken van de kwaliteit van een
contemplatief leven en van zijn transformatieve kracht waardoor wij de spiegels zijn van God.
3. Op reis naar de heropleving van het charisma
“Kijk altijd naar je begin. Houd je houvast vast, doe wat je doet en geef niet op. Je moet met snelle
pas, met lichte tred, zonder je voeten te stoten, zodat je schreden zelfs geen stof laten opwaaien,
onbezorgd, blij en opgewekt het pad van de gelukzaligheid voorzichtig gaan.” (Clara, Tweede Brief
aan Agnes van Praag, 11-13)
3.1 De internationale bijenkomst van de Clarissen-Capucinessen van 2016 in Mexico City, was een
prachtige levende uitdrukking van onze Orde in communio, vol overtuiging bezig met de
interculturele dialoog waardoor de eenheid in diversiteit toeneemt. De voorzitters, de assistanten en
de andere deelnemers, wij allemaal, hebben hard gewerkt door te luisteren in dialoog, door onze
medewerking en in de discussie. Daardoor wilden we komen tot de heldere oriëntatie die ons zal
leiden in de komende jaren, met special aandacht voor de herziening van jullie Constituties.
3.2 Een van de voorstellen was: “Breng de vitaliteit terug waarmee we ons charisma beleven door de
herziening van de Constituties, behoud de structuur van de tekst, en heb bijzondere aandacht voor
die punten die een meer aangepaste formulering vereisen, in het licht van onze ervaringen.”
(Agreements van de II International Meeting van de Capuchin Poor Clares, Agreement 1, General
Objective, Mexico 2016).
3.3 De II Internationale Bijeenkomst was een bewijs van de rijpheid van al de zusters. We hebben
dank gezegd voor de manier waarop de Federaties veel wegen zijn gegaan sinds Vaticanum II, paden
van vernieuwing en van samenwerking tussen kloosters, van vorming en van communicatie. De
vruchten van de vorming in de afgelopen jaren, en speciaal van de zusters die in Rome hebben
gestudeerd zijn overduidelijk en zij hebben zich waar gemaakt in hun doorwrochte bijdragen. Toch
3
blijft het belangrijkste: het verlangen te voelen om nieuw leven in te blazen in de manieren waarop
het charisma wordt uitgedrukt.
3.4 De Kerk van vandaag vraagt van jullie: “Weest een baken voor wie dicht bij jullie zijn en bovenal,
voor wie veraf is. Wees en fakkel om mannen en vrouwen te geleiden op hun tocht door de nacht
van de tijd. Weest wachters van de ochtend (zie Jes 21,11-12), die de ochtend aankondigen (zie Lk 1,
78). Door jullie veranderde leven, met simpele woorden uit de stille overweging, zien wij de Enige die
de weg is, de waarheid en het leven (zie Joh 14,6), en de Heer die alleen ons vervulling kan brengen
en die ons leven laat bezitten in overvloed (zie Joh 10, 10). Roep tot ons, zoals Andreas riep naar
Simon: ‘We hebben de Messias gevonden’ (zie Joh 1, 40). Verkondig ons, zoals Maria Magdalena op
Paasmorgen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ (Joh 20, 18). Koester de profetische waarde van jullie eigen
leven van zelfopoffering. Wees niet bang om de vreugde van het evangelische leven volop te
beleven, in overeenstemming met jullie charisma” (Paus Franciscus, Vultum Dei quaerere, 6).
3.5 Na het kostbare geschenk van Paus Franciscus van de apostolische constitutie over het
contemplatieve leven, is het nu tijd om verder te gaan met de eerste taak die geformuleerd werd
tijdens de Internationale Bijeenkomst: het project van de herziening van de Constituties. We hebben
er nu meer zicht op en we kunnen een pad uitzetten om zekerder voort te gaan. Helaas moeten we
nog wachten op de Instructie van de Congregatie voor het Godgewijde leven voordat we Vultum Dei
quaerere in praktijk kunnen brengen. Toch kunnen we al de eerste fase van dit herzieningsproces
beginnen. Ook al is het moment nog niet aangebroken dat we ons kunnen concentreren op de
redactie van de tekst, toch worden jullie aangespoord om te concentreren op de punten van jullie
ervaringen die bijzondere aandacht verdienen en om vast te stellen welke ‘spanningen’ er bestaan
die nadere aandacht verdienen en waarop jullie je op speciale wijze zullen bezinnen.
3.6 De voorbereidingscommissie, of de pre-commissie, die bestaat uit acht zusters die de
verschillende regio’s van de wereld vertegenwoordigen, heeft goed werk geleverd door jullie een
gids aan te reiken. Ze zijn een Werkdocument (Instrumentum laboris) aan het ontwikkelen. Daardoor
zal jullie een serie vragen voorgelegd worden en het zal uiterst belangrijk zijn voor jullie om rustig de
tijd te nemen om je individueel en als gemeenschap hierop te bezinnen.
3.7 We worden geroepen om hierbij alle zusters en alle kloosters te betrekken. Elke zuster en elke
abdis is verantwoordelijk voor de vorming. De Federaties hebben de belangrijke taak om dit proces
gaande te houden en te begeleiden. Het Werkdocument (Instrumentum laboris) is flexibel en elke
Federatie zal zeker in staat zijn, om – afhankelijk van de omstandigheden – de eigen weg te vinden
om te werken aan de overwegingen en vragen. De kloosters die nog niet aangesloten zijn bij een
Federatie worden ook uitgenodigd om hun bijdrage te leveren en de commissie zal een speciale
uitgave voor hen maken.
3.8 Welke verwachting wekt dit project in jullie? Of welke angsten en zorgen? Met welke houding
pakken jullie deze uitdaging aan en ga je op weg? Concentreer jullie blik op de daden van Clara en de
Clarissen Capucinessen, en weet dat jullie uitgenodigd worden om vooruit te gaan met ferme pas,
onder leiding van de Geest van de Heer en Diens heilige werking.
4. Het pad van vrede en alle goeds
4
“Het is een langzame en moeizame inspanning om op te roepen tot een verlangen tot integratie en
tot een bereidheid om dit te realiseren door de groei van een vreedzame cultuur van ontmoeting die
veel facetten heeft.” (Paus Franciscus, Evangelii gaudium, 220)
4.1 De herziening van jullie Constituties is een gemeenschappelijke weg binnen de permanente
vorming, een werkelijk zoeken naar het gemeenschappelijke goed van de Orde en het opbouwen van
de opbouw van communio. Niet alleen het doel dat wij willen bereiken is belangrijk, maar niet
minder de manier waarop wij deze reis willen ondernemen. Het zou mooi zijn als we daar een
vormingsweg van kunnen maken, gebaseerd op persoonlijke reflectie die gedeeld is, en ook een
schriftelijke bijdrage. Zo kunnen we de vlam van ons charisma stimuleren en aanwakkeren.
4.2 Paus Franciscus heeft in zijn wijsheid vier principes genoemd voor gemeenschapsopbouw op de
weg van sociale vrede en onderweg naar het gemeenschappelijke goed (cf. Paus Franciscus, Evangelii
gaudium, 217-237) als basis voor een cultuur van ontmoeting. We mogen onszelf toestaan geleid te
worden door deze principes tijdens onze reflectie, en we mogen allerlei vragen laten opkomen bij het
werken aan het Werkdocument (Instrumentum laboris).
4.2.1 Tijd is groter dan ruimte. Dit principe herinnert ons eraan dat we ons de tijd moeten gunnen in
dit proces, zo dat het goed tot ontplooiing kan komen. Daarbij hoeven we ons niet te bekommeren
om directe resultaten. Het is niet belangrijk om een correct antwoord te geven, maar wel op het
spoor komen van de juiste vragen, samen nadenken, alles vergelijken met onze eigen ervaring en
uiteindelijk tot een overeenstemming komen. (cf. Paus Franciscus, Evangelii gaudium, 222-225)
4.2.2 Eenheid is belangrijker dan conflicten. Verschillen zijn noodzakelijk en vaak zijn ze de oorzaak
van conflicten. Verschillen moeten geaccepteerd worden, we moeten ermee leven in geduld en zo
gehanteerd worden dat ze worden getransformeerd in een proces van vrede en communio. Zelfs de
verschillen in denken en gevoeligheden moeten in alle vrede geuit worden. Zo kunnen ze met elkaar
verzoend worden in een eenheid die altijd groter is. (cf. Paus Franciscus, Evangelii gaudium, 226-230)
4.2.3 Werkelijkheden zijn belangrijker dan ideeën. Ideeën zijn alleen gereedschappen om beter bij
elkaar te horen en de werkelijkheid te hanteren. Het kan gevaarlijk zijn om in een ideologische
wereld te leven, een wereld van woorden en begrippen, waarin niet meer wordt gekeken naar wat
werkelijk aan het gebeuren is. In de antwoorden en de voorstellen moeten we dus absoluut niet
vergeten ‘beide benen op de grond te houden.’ (cf. Paus Franciscus, Evangelii gaudium, 231-233)
4.2.4 Het geheel is groter dan een deel. Dit laatste punt van de principes benadrukt de noodzaak om
het denken van het individu te zien in verhouding tot het geheel, het lokale te beschouwen ten
opzichte van het universele, onze individuele ervaringen in relatie tot de opgaven van de Kerk als
geheel, bijvoorbeeld de spanning tussen inculturatie en een gezonde globalisering. Het leven van de
gemeenschap speelt zich af tussen praktische zaken en het gevoel een internationale orde te zijn die
in verschillende continenten present is. (cf. Paus Franciscus, Evangelii gaudium, 234-237)
4.3 Zijn wij bereid om onze tijd te geven aan reflectie, dialoog en ontmoeting? Willen we werkelijk
het gemeenschappelijk luisteren koesteren, een omgeving van vertrouwen waarin we onszelf durven
uit te drukken? Zijn we in staat om conflicten te hanteren? Gaan we op zoek naar een verzoende
eenheid? Zijn we ons ervan bewust dat dit de manier is van boetvaardigheid doen in onze tijd, een
echte gang naar bekering, een ascetisch pad om uit onze comfort-zone te komen?
5
4.4 Als we dit pad met de vier principes inslaan, zal onze vrede en alle goeds meer worden dan een
gewone franciscaanse groet, maar een keuze voor het leven, een concrete bijdrage aan een wereld
met meer vrede.
5. Slot
Ik ben er zeker van dat jullie contemplatieve wijsheid jullie trouw zal make aan het charisma in de
meest gezonde traditie van onze Orde. Het zal jullie openheid geven voor de nieuwheid en de noden
van vandaag. Onze grote uitdaging is niet het verlies van onze identiteit voorkomen, maar in een
constante staat van hervorming leven. Ik ben ervan overtuigd, lieve zusters, dat persoonlijke
bezinning en een open en eerlijke dialoog in wederzijds respect en in een beschouwende
grondhouding, de rijkdom zal openbaren die jullie gemeen hebben, ook de diversiteit die de
verschillende uitingen zo mooi maken en het authentieke getuigenis van communio die jullie beleven
in God. Op deze wijze zullen de antwoorden die jullie zullen sturen naar de Voorbereidingscommissie
een levende vernieuwing opleveren.
Na al deze woorden rest ons allen nog onze gedachten en intenties toe te vertrouwen aan de
Moeder van God, dat zij jullie moge helpen om te onderscheiden wat het beste is voor jullie leven, in
waarheid en liefde, volgens de geest van het Evangelie.
Ik smeek voor ieder van jullie en voor elke gemeenschap de gave af van onderscheid, een rijpe vrucht
fruit van de goddelijke Geest in ons, immers: “Jullie zijn bruiden van de Heilige Geest” (Franciscus,
Leefregel voor Clara, 1), en eker, jullie Bruidegom zal jullie tegemoet komen!
Broederlijk,
Br. Mauro Jöhri
General Minister OFM Cap.
6
Download