§5: Het periodiek systeem De elementen rangschikken - Wetenschapper D.I. Mendeljev legde in 1869 met zijn rangschikking van de elementen op opklimmende atoommassa en de overeenkomsten in eigenschappen bij een chemische reactie, de grond van het periodiek systeem. Perioden en groepen - Elke atoom heeft zijn eigen nummer, wat van links naar rechts met 1 toeneemt. De getallen onder de symbolen zijn de atoommassa’s. De horizontale rijen zijn de perioden, waarvan er 7 zijn. De verticale rijen zijn de groepen, waarvan er 18 zijn en de elementen in iedere groep lijken op elkaar in gedrag bij een chemische reactie. Groepsnamen - De elementen in een groep kun je vaak met 1 naam weergeven: o Groep 1: alkalimetalen: reageren heftig met water. o Groep 17: halogenen: reageren makkelijk met metalen. Een verbinding met een metaal en een halogeen noem je een zout (halogeen = zoutvormer) o Groep 18: edelgassen. Nieuwe metalen - Mendeljev had al voorspeld dat er nog meer elementen bijkwamen, wat ook gebeurde, waardoor het 101ste element is vernoemd naar hem: mendelevium. Nu zijn er 118 elementen, waarvan uraan de zwaarste is en alle elementen vanaf 92 wordt gemaakt door kenreacties.