VRAGEN BIJ KORTE LESSEN OVER KORT BEGRIP DS. G.H.

advertisement
VRAGEN BIJ KORTE LESSEN OVER KORT BEGRIP DS. G.H. KERSTEN
De belijdenisgeschriften
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
13.
14.
15.
16.
17.
18.
19.
20.
Wat drukt de kerk in een belijdenisgeschrift uit?
Welke drie doelen hebben de belijdenisgeschriften?
Waarom spreken we van de drie Formulieren van Enigheid?
Wat zijn de algemene en wat de bijzondere belijdenisgeschriften?
Wat is de plaats van de belijdenisgeschriften ten opzichte van Gods Woord?
Welke groeperingen willen van geen belijdenisgeschriften weten?
Wat zeggen wij tegen hen?
Door wie en wanneer werd de Nederlandse Geloofsbelijdenis opgesteld?
Hoe en op welke leeftijd kwam de opsteller aan zijn levenseinde?
Wat sprak de Synode van Dordrecht uit over de Nederlandse Geloofsbelijdenis?
Wie gaf opdracht de Heidelbergse Catechismus op te stellen?
In welk jaar werd de Catechismus uitgegeven?
Wie waren de opstellers en hoe oud waren ze toen?
Door wie werd de Catechismus in Nederland bekend?
Wanneer en waar werden de Dordtse Leerregels opgesteld?
Wat is de korte inhoud van de vijf artikelen?
Door wie is het Kort Begrip opgesteld?
Waar is Kort Begrip een uittreksel van?
Welke stukken worden erin behandeld?
Welk stuk is in het Kort Begrip korter dan in de Catechismus? Hoe komt dat?
Afdeling 1: Van de staat van onze ellende
Kort Begrip vraag 1
1. Als we in Kort Begrip lezen over weten en kennen, wat is dat dan voor een weten en kennen?
2. Welke twee kenmerken van het zelfbedrog noemt ds. Kersten?
Kort Begrip vraag 2
1. Wat betekent ellendig zijn?
Kort Begrip vraag 3
1. Welke drie soorten wetten heeft de Heere op Sinaï gegeven?
2. Waarom gelden de ceremoniële wetten niet meer?
3. Wat was de diepe betekenis van het scheuren van het voorhangsel in de tempel?
4. Waarom zijn de burgerlijke wetten van het oude Israël nu niet meer van kracht?
5. In de burgerlijke wetten kunnen wel blijvende lessen liggen. Wat is de blijvende betekenis van
bijvoorbeeld Deuteronomium 22:8? En van Deuteronomium 22:5?
6. Hoe weten we dat de wet eeuwigdurend is, dat wil zeggen: voor alle eeuwen geldig is?
7. Hebben de tien geboden stuk voor stuk gezag voor deze tijd?
8. Welk verbond kondigde de Heere bij de wetgeving op de Sinaï af?
9. Wie waren de partijen in het genadeverbond?
10. Wie was het Hoofd van het genadeverbond?
11. Wie vertegenwoordigde Christus in het genadeverbond?
12. Welke andere namen heeft het genadeverbond van eeuwigheid?
13. Wanneer is het genadeverbond gesloten?
14. Wanneer werd het genadeverbond voor het eerst geopenbaard?
15. Is het verbond der verlossing een ander verbond dan het genadeverbond ?
16. Hoeveel verbonden zijn er betreffende des mensen eeuwige staat?
17. Noem de openbaringsvormen van het genadeverbond.
18. Welke werking heeft de wet?
Kort Begrip vraag 5
1. In vraag 5 wordt gesproken over een hoofdsom. Wat betekent het woord ‘hoofdsom’?
2. Wat is het kenmerk van de ware liefde tot God?
Kort Begrip vraag 6
1. Zijn de geboden van de tweede tafel van de wet minder dan die van de eerste tafel?
2. Wat eist Gods recht van ons?
Kort Begrip vraag 7
1. Wat betekent het dat wij geneigd zijn God en onze naaste te haten?
2. Hoe komt het dat er natuurlijke liefde is?
3. Waarom is het nodig dat Gods heilige wet aan ons ontdekt wordt?
4. Wat betekent de laatste zin van het hoofdstuk: Daartoe worde de wet ons een tuchtmeester tot
Christus? (lees kanttekening 108 bij Galaten 3:24)
Afdeling 2: Van de oorsprong van onze ellende
Kort Begrip vraag 8
1. In welke drie zaken bestond het beeld Gods?
2. Leg deze begrippen eens met eigen woorden uit.
3. Wat verstaan we onder ‘het beeld Gods in ruimere zin’?
4. Wat verstaan we onder ingeschapen Godskennis?
5. Wat bedoelde Pelagius met de uitdrukking dat de mens als een schoon papier wordt geboren?
6. Wat betekent het dat de mens in de val niet ziek is geworden, maar dood is gevallen? Wat is dus
voor ons allemaal nodig? (lees Efeze 2:1-8)
Kort Begrip vraag 9
1. Heeft God de zondeval besloten of heeft Hij de val alleen maar van tevoren geweten?
2. Moest Adam vallen? Leg dat uit.
3. Noem drie voorbeelden uit de Bijbel waaruit blijkt dat de mens zelf verantwoordelijk blijft.
4. Wat bedoelen we als we zeggen dat de mens vrij- en moedwillig gevallen is?
Kort Begrip vraag 10
1. Is de straf op de zonde te zwaar? Leg je antwoord uit.
Kort Begrip vraag 11
1. Met wie heeft God het werkverbond opgericht?
2. Wat beloofde God in dat verbond?
3. Waarom noemen we Adam het hoofd van het werkverbond?
4. Op grond waarvan spreken we van een werkverbond?
5. Wat betekent het dat we in een verbondsbetrekking tot Adam staan?
6. Nooit mogen we zeggen dat God de mens in het paradijs een strik spande. Waarom niet?
Kort Begrip vraag 12
1. Wat bedoelt vraag 12 met de woorden ‘onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad’?
2. Wat is de wedergeboorte?
3. Waar vinden we deze definitie?
Kort Begrip vraag 13
1. Welke zijn tijdelijke straffen?
2. Betekent dat dat mensen die veel tegenslagen hebben, meer hebben gezondigd? Leg je antwoord
uit.
3. Wat is de eeuwige straf?
Afdeling 3: Van de Middelaar
Kort Begrip vraag 14
1. Leg uit waarom we een Middelaar nodig hebben.
2. Tussen welke partijen staat de Middelaar?
3. Wat betekent ‘wederom tot genade komen’?
4. Aan welke drie eisen moest de Middelaar voldoen?
5. Waarom moest de Middelaar waarachtig God zijn? Probeer dit met eigen woorden uit te leggen.
6. Waarom moest de Middelaar waarachtig mens zijn?
7. Waarom moest de Middelaar rechtvaardig mens zijn?
Kort Begrip vraag 15
1. Hoe bewijs je uit de Bijbel dat de Heere Jezus waarachtig God is?
2. Hoe bewijs je dat de Heere Jezus waarachtig mens is?
3. Bewijs dat de Heere Jezus geen erfzonde, maar ook geen dadelijke zonde had.
4. Wat sprak het Concilie van Chalcedon uit over de naturen van Christus?
Kort Begrip vraag 16
1. Waarom kunnen de engelen onze middelaars niet zijn?
Kort Begrip vraag 17
1. Waarom worden Gods kinderen ‘heiligen’ genoemd?
2. Toch zegt de bruid in Hooglied 1:5: ‘Ik ben zwart …’ Leg dat uit.
3. Wat leert de Roomse Kerk over de heiligen?
Kort Begrip vraag 18
1. Voor wie stortte Christus Zijn bloed?
2. Welke vier dwalingen liggen in de leer van de algemene verzoening opgesloten?
3. In Johannes 3:16 staat: ‘Want alzo lief heeft God de wereld gehad …’ Leg uit wat in deze tekst
wordt bedoeld met het woord ‘wereld’.
4. Wie zeggen dat met ‘wereld’ hier alle mensen worden bedoeld?
5. Hoe leggen we de woorden ‘alle mensen’ in 1 Timotheüs 2:4 uit? (zie ook de kanttekeningen)
6. Welke namen draagt Gods volk in de Bijbel? (5x)
7. Antwoord 18 spreekt over het aannemen van de Heere Jezus met een oprecht geloof. Wat gaat er
volgens ds. Kersten aan dit aannemen vooraf? (zie ook Heid. Cat. vraag 20)
8. Wat bedoelt ds. Kersten als hij schrijft dat velen die zich gereformeerd noemen in de praktijk tot
de remonstranten overhellen? Is dit achterhaald?
Afdeling 4 Van het wezen en de hoofdsom van het geloof
Kort Begrip vraag 19
1. Over welke vier soorten geloof spreekt Gods Woord?
2. Wat doet het historisch geloof met de Bijbel? Wat niet?
3. Wat is het tijdgeloof? Hoelang houdt het tijdgeloof stand?
4. Waar richt het wondergeloof zich op? Waarop niet?
5. Wat is het verschil tussen het wezen van het geloof en de oefeningen van het geloof?
6. Wat bedoelt ds. Kersten als hij schrijft dat in de gelovige twijfel is, maar niet in het geloof?
Kort Begrip vraag 20
1. Hoe zijn wij aan de Twaalf Artikelen gekomen?
Kort Begrip vraag 21
1. Bewijs uit de Bijbel, dat er één God is.
Kort Begrip vraag 22
1. Is de Drie-eenheid te bewijzen met het verstand of uit de natuur?
2.
3.
4.
5.
6.
Bewijs de Drie-eenheid Gods uit het Oude Testament en het Nieuwe Testament.
Wat hebben de drie Personen gemeenschappelijk?
Welke zijn de Personele eigenschappen?
Wat leerde Arius over de Zoon?
Wat is in het bijzonder het werk van God de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest?
Kort Begrip vraag 23
1. Wat is scheppen?
2. Het overgrote deel van de geleerden hangt de evolutietheorie aan. Wat zeg je daarop?
3. Mogen we de scheppingsdagen uit Genesis 1 ook opvatten als perioden?
4. Welke orde treffen we aan in de scheppingsdagen?
5. Op welke dag zijn de engelen waarschijnlijk geschapen?
6. Wat betekent het woord ‘voorzien’ in de Bijbel?
7. Noem zes andere namen voor voorzienigheid in de Bijbel.
8. Regeert God ook over de zonde?
9. Welk nut werpt de leer der voorzienigheid voor Gods kinderen af (drie zaken)?
Afdeling 5: Van de Namen van de Middelaar
Inleiding:
1. Hoe worden de Twaalf Artikelen verdeeld?
Kort Begrip vraag 24
1. God is de Vader van Christus en de Vader van Zijn kinderen. Leg uit wat het grote verschil is.
2. De moderne theologie spreekt graag over Jezus als een goed mens. Hoe staan wij daartegenover?
3. In Galaten 4:4 staat dat God in de volheid des tijds Zijn Zoon uitzond. Wat betekent deze
uitdrukking?
Kort Begrip vraag 25
1. Maria, de moeder van de Heere Jezus, was een zondares. Hoe kon de Middelaar dan heilig zijn,
daar niemand een reine kan geven uit een onreine?
2. Welke naturen heeft Christus?
Kort Begrip vraag 26
1. Gods Zoon heeft Zichzelf vernietigd (Filippenzen 2:7). Leg dit uit.
Kort Begrip vraag 27
1. Nam de Heere Jezus een menselijk persoon aan?
2. Waarom is het belangrijk dat Hij ook een menselijke ziel aannam?
Kort Begrip vraag 28
1. Op welke wijze is de menswording het werk van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest?
2. Christus werd Zijn broederen in alles gelijk, uitgenomen de zonde (zie ook Hebreeën 2:17 en
4:15). Wat betekent dit?
Kort Begrip vraag 29
1. Wat is de eigennaam van de Middelaar? En wat de ambtsnaam?
2. Wat betekent de Naam Jezus? Hoe luidt Zijn Naam in het Hebreeuws?
3. Wat is zaligmaken?
4. Hoe werkt Hij de zaligheid?
5. Waarom is ook de toepassing van de zaligheid noodzakelijk?
Kort Begrip vraag 31
1. Wat betekent de Naam Christus? Hoe luidt die Naam in het Hebreeuws?
2. Tot hoeveel ambten is Christus gezalfd?
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
Hoe werd die zalving in het Oude Testament afgeschaduwd?
Wat houdt de zalving in?
Wanneer is Christus verordineerd en wanneer is Hij bekwaam gemaakt?
Waarmee is Christus gezalfd?
Wat doet Christus als Profeet?
Hoe onderwees Christus Zijn volk in het Oude Testament? En hoe nu?
Wat doet Christus als Priester?
Wat heeft Christus geofferd? Voor wie?
Wat wordt bedoeld met de woorden dat Christus niet alleen een advocaat van voorspraak, maar
ook van verzoening is?
12. Wat doet Christus als Koning?
Afdeling 6a: Van de staten van de Middelaar
Inleiding:
1. Wat wordt bedoeld met de staten van Christus?
2. Hoeveel staten zijn er in een rechtszaak?
3. Hoe stond Christus dus tegenover de Vader in de staat van Zijn vernedering?
4. En in de staat van Zijn verhoging?
5. Ten behoeve van wie was Christus schuldenaar en vrijgesprokene?
6. Welke zijn de trappen van Christus’ vernedering?
7. Welke zijn de trappen van Christus’ verhoging?
8. Wat is de eerste trap van Zijn vernedering?
Kort Begrip vraag 32
1. Wanneer begon het lijden van Christus?
2. Hoelang duurde het lijden van Christus? Noem enkele voorbeelden.
3. Wat heeft het lijden van Christus het meest verzwaard?
4. Waarom moest Hij door de rechter veroordeeld worden?
5. Noem drie kenmerken van de kruisdood.
6. Christus heeft Zich aan het oordeel van de drievoudige dood onderworpen. Leg dit uit.
7. Door wie is Christus begraven? Zoek in je Bijbel iets meer over deze personen op.
8. Waarom is Christus begraven? (twee redenen)
9. Wat houdt de nederdaling ter hel in?
10. Welke dwaling heeft de Roomse Kerk over de nederdaling ter hel?
11. Hoe legt de Westminster Catechismus de nederdaling ter hel uit?
Kort Begrip vraag 33
1. Waarom kan Christus niet lijden in de goddelijke natuur?
2. Heeft Christus ook in Zijn ziel geleden? Bewijs het eens.
Kort Begrip vraag 34
1. Waaraan heeft Christus in de staat van Zijn vernedering genoeg gedaan?
2. Wat betekent het woord ‘genoegdoening’?
3. Waarom was Christus’ verhoging noodzakelijk?
4. Hoe is de verhoging van Christus in het Oude Testament voorzegd?
5. Hoe is de verhoging van Christus in het Oude Testament afgeschaduwd?
Afdeling 6b: De trappen der verhoging
Kort Begrip vraag 35
1. Geef vijf bewijzen dat de Heere Jezus werkelijk is opgestaan.
2. Christus had na Zijn opstanding nog altijd een echt lichaam. Hoe weten we dat?
3. De opstanding is het werk van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Hoe?
4. Wat heeft onze viering van de zondag als rustdag met de opstanding van Christus te maken?
5. Welke vijf weldaden liggen in de opstanding van Christus besloten voor Zijn Kerk?
Kort Begrip vraag 36
1. Hoe wordt in het Oude Testament over de hemelvaart geschreven? Noem vier voorbeelden.
2. Hoe wordt in het Nieuwe Testament over de hemelvaart gesproken? Noem vier uitdrukkingen.
3. Wat bedoelen we ermee, als we zeggen, dat de hemelvaart ‘waarlijk, zichtbaar en plaatselijk’ was?
4. Wat leerde Luther over de menselijke natuur van Christus na de hemelvaart?
Kort Begrip vraag 37
1. Wat betekent het dat Christus is gezeten aan Gods rechterhand?
2. Over Christus aan de rechterhand van de Vader wordt op drie manieren gesproken. Welke? Leg ze
ook uit.
3. Wat doet Christus aan de rechterhand van Zijn Vader?
Kort Begrip vraag 38
1. Wat leren de aanhangers van het duizendjarig rijk, de chiliasten?
Afdeling 7: Van de Heilige Geest en van de Kerk
Kort Begrip vraag 39
1. Hoe bewijzen we dat de Heilige Geest waarachtig en eeuwig God is?
2. Jehovah’s Getuigen zeggen dat de Heilige Geest geen Persoon, maar een kracht is. Hoe weten we
uit de Bijbel dat de Heilige Geest wel een Persoon is?
3. Wat is het werk van de Heilige Geest in het hart van de uitverkorenen? (drie zaken)
4. Wat gebeurt er in de wedergeboorte?
5. Wat is het verschil tussen het wezen van de wedergeboorte en de openbaring van de
wedergeboorte?
6. Hoeveel voorspraken heeft de Kerk Gods? Wie zijn dat en waar zijn Deze?
Kort Begrip vraag 40
1. Hoe omschrijft artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis de Kerk?
2. Ziet het woord ‘Kerk’ dus allereerst op Gods kinderen of op de kerkelijke gemeente?
3. Uit welke twee delen bestaat de Kerk en waar zijn deze delen?
4. Op welke twee manieren kunnen we de Kerk op aarde bezien en wat is het verschil tussen die
twee?
5. Maar hoe kan Gods volk de onzichtbare Kerk genoemd worden? Je kunt toch zien wie Gods
kinderen zijn?
6. Uit welke gelijkenissen uit de Bijbel blijkt dat er in de zichtbare kerk niet alleen gelovigen zijn?
7. Hoe noemt ds. Kersten het als we alle leden van de gemeente als leden van Christus behandelen?
8. Wie zijn de ware leden van de Kerk?
Kort Begrip vraag 40 (de predestinatie)
1. Wat is de predestinatie?
2. Wat zijn de twee kanten van de predestinatie?
3. Wie heeft God volgens de remonstranten uitverkoren?
4. Hoe worden de remonstranten ook wel genoemd? Waarom?
5. Wanneer zijn ze veroordeeld?
6. Welke artikelen zijn toen opgesteld?
7. Wanneer heeft God Zijn besluiten genomen?
8. Kan Gods besluit veranderd worden?
9. Wat verstaan we onder supra- en infra-lapsariërs?
10. Wat bedoelt ds. Kersten dan met de zin dat God ook de middelen heeft besloten die tot volvoering
van Zijn welbehagen dienen? Leg dit in je eigen woorden uit.
11. De leer van de predestinatie wordt ook misbruikt. Toch mogen we deze leer niet verzwijgen.
Waarom niet?
12. Wat betekent het dat de Kerk algemeen, heilig en christelijk is?
Kort Begrip vraag 41
1. Wat zijn de kenmerken van de kerk?
Kort Begrip vraag 42
1. Welke weldaden schenkt God aan deze gemeente?
2. Wanneer zal de wederkomst van Christus plaatsvinden?
3. Velen verwerpen de mogelijkheid van de lichamelijke opstanding van mensen die al eeuwen zijn
vergaan, verbrand of door de dieren zijn opgegeten. Wat zeggen wij daarop?
4. Is het erg als we alleen het leerstuk van de opstanding der doden loochenen? (zie 1 Korinthe
15:16-19)
5. Hoe en met wie zal Christus verschijnen op de jongste dag?
6. Wat zullen de engelen doen bij het eindgericht?
7. Hoe spreekt de Bijbel over de verschrikkelijke werkelijkheid van de verdoemenis?
8. Wat zal Gods volk in de hemel gaan doen?
Afdeling 8: Van de bate van het geloof, dat is de rechtvaardigmaking van de zondaar voor God
Kort Begrip vraag 44
1. Waarom zijn we door het historisch geloof, het tijd- of wondergeloof niet rechtvaardig voor God?
2. Wanneer geschiedt de rechtvaardigmaking vóór het geloof?
3. Wat gebeurt er in de rechtvaardigmaking dóór het geloof?
Kort Begrip vraag 45
1. Wie spreekt de doemwaardige zondaar in de rechtvaardigmaking vrij?
2. Welke is de enige grond van de vrijspraak?
3. Hoe wordt deze enige grond de onze?
4. Wat gaat voorop: de toerekening of de aanneming van Christus’ gerechtigheid?
5. Welke twee weldaden zijn in de rechtvaardigmaking onafscheidelijk aan elkaar verbonden?
6. Welke plaats hebben de drie goddelijke Personen in de rechtvaardigmaking?
7. Hoe werpt Rome de leer van de rechtvaardigmaking omver?
8. Welke drie verschillen zijn er tussen de rechtvaardigmaking en de heiligmaking?
9. Waarom is de heiligmaking nodig als in de rechtvaardigmaking de schuld al is weggenomen?
10. Wat wil ds. Kersten duidelijk maken met het voorbeeld van de bootwerker?
11. Wanneer zal de heiligmaking helemaal volmaakt zijn?
Kort Begrip vraag 47
1. Uit welke gelijkenis blijkt duidelijk dat Gods genadeloon niet verdiend is? Hoe?
2. Wat wordt bedoeld met de rechtvaardigmaking op de wolken des hemels? (zie ook Nederlandse
Geloofsbelijdenis, artikel 37)
Afdeling 9a: Van de genademiddelen
Kort Begrip vraag 48
1. Hoe en wanneer komen Gods kinderen aan het ware geloof?
2. Waarom kan een kind van God het zaligmakende geloof nooit meer verliezen? (zie ook
Filippenzen 1:6)
3. Als een kind van God het zaligmakend geloof heeft ontvangen, hoe kan het dan dat hij vaak
twijfelt of hij genade kent?
Kort Begrip vraag 49
1 Welk middel gebruikt God om zondaren te bekeren? (zie Romeinen 10:14) Noem eens een
voorbeeld.
2 Hoe onderscheiden we de roeping? Wat is het verschil tussen beide?
3
4
5
6
7
Tot wie komt de uitwendige roeping?
Welke drie zaken liggen in de uitwendige roeping opgesloten?
Wat bedoelt ds. Kersten als hij schrijft dat de zaligheid ons welmenend wordt aangeboden?
Ds. Kersten schrijft dan dat de aanbieding van genade zal voeren tot de verheerlijking van Gods
gerechtigheid en van Zijn barmhartigheid. Leg dit eens uit.
Wat gebeurt er in de inwendige roeping?
Kort Begrip vraag 50
1 Wat is het verschil tussen het Woord en de sacramenten?
Kort Begrip vraag 51
1 Noem eens andere Bijbelse namen voor ‘sacrament’.
2 Wat is het wezen van de sacramenten?
3 Wat is het grote verschil tussen hoe de Roomse Kerk en de hervormers de sacramenten zien?
4 Waarom zijn de sacramenten heilig?
5 Wat is het doel van de sacramenten?
6 Waarom ontvangt niet iedere gedoopte en iedere avondmaalganger deze verzekering?
Kort Begrip vraag 52
1 Welke zijn de zeven roomse sacramenten?
2 Hoeveel sacramenten waren er onder het Oude Testament? Welke?
3 Wat is het verschil tussen de sacramenten van het Oude en het Nieuwe Testament?
4 Waar lezen we over de instelling van de besnijdenis en waar over de instelling van het pascha?
Afdeling 9b: Van de Heilige Doop
Kort Begrip vraag 53
1 Wat stelt het water in de doop voor?
2 Op welke twee manieren mag de doop bediend worden?
3 Waarom mag de doop niet herhaald worden?
4 Wat zijn de kenmerken van de geldige doop?
5 Mag een predikant een baby, die spoedig zal sterven, thuis of in het ziekenhuis dopen?
Kort Begrip vraag 54
1 Welke twee weldaden worden in de doop verzegeld?
2 Hoe moeten we Handelingen 22:16 uitleggen: ‘Laat u dopen en uw zonden afwassen’?
3 Bewijs uit de Bijbel, dat de doop de genade niet schenkt.
4 Wat betuigt en verzegelt God de Vader in de doop?
5 Wat verzegelt de Zoon in de doop?
6 Wat verzekert de Heilige Geest in de doop?
7 Wie hebben deel aan de in de doop beloofde weldaden en zijn dus wezenlijk in het genadeverbond
opgenomen?
Kort Begrip vraag 55
1 Waarom blijkt uit Markus 16:15-16 zo duidelijk dat je doop niet genoeg is tot de zaligheid?
2 Waarom beroepen voorstanders van de volwassendoop zich graag op Markus 16:15-16?
Kort Begrip vraag 56
1 Wie verwerpen de kinderdoop?
2 Wat zijn de belangrijkste argumenten van tegenstanders van de kinderdoop?
3 Wat antwoorden wij daarop?
4 Wat is de grond voor de kinderdoop?
5 Wie ontvangen in de doop de verzekering van de vergeving van zonden?
6 Wat wordt bedoeld met de uitwendige openbaring van het verbond?
7 Mogen wij de gedoopte kinderen voor wedergeboren houden? Wie leerde dat?
8
Wat bedoelt ds. Kersten met de opmerking dat de genade die in de doop verzegeld wordt niet de
onderwerpelijke, maar de voorwerpelijke in Christus is?
9 Wat hebben onze Dordtse vaderen in Hoofdstuk 1,17 van de Dordtse Leerregels beleden over
jonggestorven kinderen?
10 Wat wordt er in de doop versterkt?
Afdeling 10: Van het Heilig Avondmaal
Kort Begrip vraag 57
1 Noem enkele andere namen in het Nieuwe Testament voor het Heilig Avondmaal.
Kort Begrip vraag 58
1 Welke vrucht ligt er in het zien op de enige offerande van Christus aan het kruis volbracht? (twee
zaken)
Kort Begrip vraag 59
1 Waaraan moet de bediening van het Avondmaal altijd verbonden zijn?
2 Wat gebeurt er als Gods kinderen de bediening van het Avondmaal verwaarlozen?
Kort Begrip vraag 60
1 Wat leert Luther met betrekking tot het Avondmaal?
2 Wat leert de Roomse Kerk met betrekking tot het Avondmaal?
3 Waarom hebben onze vaderen de roomse leer van het Avondmaal een vervloekte afgoderij
genoemd? (zie ook de twee redenen in Heid. Cat. vraag 80)
Kort Begrip vraag 61
1 Heeft men als belijdend lid recht om ten Avondmaal te gaan?
2 Als men onbekeerd ten Avondmaal gaat, wat gebeurt er dan?
3 Waarom is de rechte prediking zo belangrijk bij het zelfonderzoek?
4 Wie mogen niet van het Avondmaal geweerd worden?
Kort Begrip vraag 62
1 Wat zijn de twee sleutelen die de Heere aan Zijn Kerk heeft gelaten?
2 Wat bedoelt ds. Kersten als hij schrijft dat de kerk deze sleutelen niet mag laten roesten?
3 Over welke twee zaken gaat de christelijke ban?
Kort Begrip vraag 63
1 Wat zijn heimelijke zonden? Noem eens voorbeelden.
2 Wat zijn openbare zonden? Noem eens voorbeelden.
3 Hoe moet je handelen als je weet dat een gemeentelid in het verborgen zonden vasthoudt? Wat is
je plicht?
4 Als hij spijt betuigt en beterschap belooft, wat is dan je plicht?
5 Als hij in het kwaad volhardt, wat moet je dan doen?
6 Welke drie trappen kent de christelijke tucht?
7 De censuur is geen vonnis maar een medicijn. Wat wordt daarmee bedoeld?
8 Wat zegt ds. Bernardus Smytegelt over de afsnijding door de ban?
Afdeling 11: Van de dankbaarheid
Kort Begrip vraag 64
1 Ds. Kersten schrijft dat de goede werken in de rechtvaardigmaking niet meetellen en in de
heiligmaking onmisbaar zijn. Leg dit uit.
2 De Bijbel spreekt over loon op goede werken. Hoe leggen we dat uit?
Kort Begrip vraag 65
1
Welke drie doelen hebben de goede werken?
Kort Begrip vraag 66
1 Welke mensen leren dat men geen goede werken behoeft te doen?
Kort Begrip vraag 67
1 Hoe vaak wordt in de Bijbel van ‘zich bekeren’ gesproken?
2 Hoe moeten we met deze oproep omgaan? We kunnen ons toch niet bekeren?
Kort Begrip vraag 68
1 Welke drie eigenschappen hebben de goede werken?
2 Waarom waren de werken van de rijke jongeling niet vol voor God?
Kort Begrip vraag 68
1 Wat zijn perfectionisten? Bewijs hun ongelijk.
2 Wat dragen Gods kinderen met zich om?
3 Welk voornemen hebben Gods kinderen?
Afdeling 12: Van het gebed
Kort Begrip vraag 70
1 In Psalm 119 valt het op dat David door de hele psalm heen afwisselend spreekt over gebed en
gebod. Er wordt wel eens gezegd: Het gebod leidt tot gebed en het gebed tot het gebod. Leg dit uit.
Kort Begrip vraag 71
1 Waarom mogen schepselen nooit aangebeden worden?
2 Waarom hebben wij in onszelf geen toegang tot God?
3 Wanneer kan ons gebed alleen aangenaam zijn voor God?
4 Wat betekent de uitdrukking ‘bidden om Jezus’ wil’?
Kort Begrip vraag 72
1 God schenkt Zijn genade niet om het gebed, maar wel op het gebed. Leg dit uit.
2 Mogen we de Heere om alles bidden?
3 Voor wie kan er geen gebed meer zijn?
Kort Begrip vraag 73
1 Wanneer vroegen de discipelen de Heere Jezus om hun bidden te leren? Waarom juist toen?
2 Waartoe gaf God het ´Onze Vader´?
3 Waar gaat het in het gebed in de eerste plaats om?
4 Is het verstandig om dan altijd een formuliergebed te gebruiken?
5 Hoe kunnen we het ´Onze Vader´ verdelen?
6 Hoe verdelen we de zes beden?
Kort Begrip vraag 74
1 Wat zoekt de ware bidder vooral in het gebed?
Ds. J.M.D. de Heer
Download