Naam: Wiskunde 1a Werkbundel: kommagetallen vermenigvuldigen en delen Kommagetallen vermenigvuldigen: Mohammed en Ezra gaan op reis naar Zuid-Amerika. Zij willen een rondreis doen te voet door Brazilië. In een wandelgids vinden ze een eerste wandeling van 12,6 mijl. Hoeveel kilometer is dat als je weet dat 1 mijl overeenkomt met 1,609 km? 1. Noteer de getallen als een breuk. 126 1609 10 1000 2. Bereken het product nu, zonder eerst de breuken te vereenvoudigen 126 1609 202 734 . = 10 1000 10 000 3. Schrijf het product als een kommagetal. 20,2734 4. Vergelijk nu het aantal cijfers na de komma bij de factoren en bij het product. Wat stel je vast? Het aantal cijfers na de komma van het product is gelijk aan de som van het aantal cijfers na de komma van de factoren. Reken volgende oefening uit op dezelfde manier. 1,21 . 0,07 = 121 100 . 7 100 = 847 = 10 000 0,0847 Mevr. Coenaert Naam: Wiskunde 1a Rekenregel: Kommagetallen vermenigvuldigen. - Vermenigvuldig de getallen zonder komma. Voorbeeld: 0,4 . 0,2 = Zonder komma’s: 4.2=8 Plaats de komma’s in je uitkomst door evenveel cijfers na de komma te plaatsen als de som van het aantal cijfers na de komma in de factoren. Voorbeeld: 0,4 . 0,2 = 0,08 Wanneer je de komma in een getal moet verplaatsen, moet je soms een 0 of een komma toevoegen. Voorbeelden: Bij het getal 0,7 de komma twee plaatsen overschuiven naar rechts geeft 70. Bij het getal 3 de komma twee plaatsen opschuiven naar links geeft 0,03. Mevr. Coenaert Naam: Wiskunde 1a Kommagetallen delen: Ezra wil graag gaan rivier raften in Brotas. Het kost 40,50 euro om 2,5 uur te mogen raften. Hoeveel kost het om 1 uur te raften? 1. Noteer de getallen als een breuk. 4050 25 100 10 2. Bereken het product nu, zonder eerst de breuken te vereenvoudigen 4050 25 4050 10 4050 1 4050 1620 ∶ = . = . = = 100 10 100 25 10 25 250 100 3. Schrijf het product als een kommagetal. 16,2 4. Vergelijk nu het aantal cijfers na de komma bij de factoren en bij het product. Wat stel je vast? Het aantal cijfers na de komma van het quotiënt is gelijk aan het verschil van het aantal cijfers na de komma van de factoren. Reken volgende oefening uit op dezelfde manier. 4,5 : 0,09 = 45 10 ∶ 9 100 = 45 10 . 100 9 = 5 1 . 10 1 = 50 Mevr. Coenaert Naam: Wiskunde 1a Rekenregel: Kommagetallen delen. - Verplaats de komma in deeltal en deler evenveel plaatsen naar rechts tot er geen komma’s meer voorkomen in deeltal en deler. Voorbeeld: 0,36 : 0,6 = Zonder komma’s: 36 . 6 = 6 Plaats de komma’s in je uitkomst door evenveel cijfers na de komma te plaatsen als de som van het aantal cijfers na de komma in de factoren. Voorbeeld: 0,36 . 0,6 = 0,6 Wanneer je de komma in een getal moet verplaatsen, moet je soms een 0 of een komma toevoegen. Voorbeelden: Bij het getal 0,7 de komma twee plaatsen overschuiven naar rechts geeft 70. Bij het getal 3 de komma twee plaatsen opschuiven naar links geeft 0,03. Mevr. Coenaert