IN CHRISTUS TILT GOD JE OVERAL BOVENUIT

advertisement
In Christus tilt God je overal bovenuit
Preek over Efeziërs 1:19 - 2:10
Lelystad, 29 juni 2005
R.J.Vreugdenhil
IN CHRISTUS TILT GOD JE OVERAL BOVENUIT
- WAT EEN OVERWELDIGENDE KRACHT
- WAT EEN OVERWELDIGENDE GENADE
Weet je nog, de preek bij het belijdenis doen.
Dat ging over: de keus maken. Jezus volgen of je eigen weg gaan.
En dan niet alleen die geloofskeus, maar ook geloofsgroei.
Kiezen om Jezus te volgen, maar dan ook die weg op gaan. Niet stil blijven staan.
Maar stel nou dat je vastzit.
Je staat bij zo’n bordje, je wilt de goede kant op, je wilt verder komen, maar je zit tot
je middel weggezakt in de modder.
Kun je je dat voorstellen?
Je probeert wel wat vooruit te komen, maar het lukt voor geen meter. Je zit vast.
Een moeras waar je langzaam in wegzakt.
Dan kun je gillend gek worden. Heer, ik wil vooruit, ik wil echt u volgen, maar ik kan
het niet!
Wat dan?
Dan moet je verder lezen wat de Heer hier via Paulus tegen je zegt.
Paulus noemt twee dingen: groeien in verwachting: vooruitzicht op wat er komt.
En ervaren hoe sterk de kracht van God is.
Hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons. De kracht waarmee God in je werkt.
Over die kracht zegt hij nog veel meer.
Vers 20: het is dezelfde kracht van God waarmee Hij Jezus Christus levend gemaakt
heeft. Jezus was dood. Kapotgegaan aan het kruis. Hij was in een graf gelegd. Het was
over en uit.
Maar nee, God komt met zijn kracht en laat Hem opnieuw levend worden.
Een dode wordt levend.
Als je zelf wel eens naast iemand hebt gestaan die overleden is en die je zo graag terug
zou halen, maar het kan niet... dan voel je iets van die overweldigende kracht van God:
Jezus werd weer levend.
Maar dat niet alleen.
Vers 20: Hij heeft Hem uit de doden opgewekt en Hem gezet aan zijn rechterhand in
de hemelse gewesten, boven alles en iedereen.
De dood van Jezus aan het kruis was een dieptepunt in een leven dat de hele tijd al
heel diep zat.
Paulus zegt dat heel sterk in Filippenzen 2: de Zoon van God is slaaf geworden; hij is
mens geworden en heeft zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, de
kruisdood.
Het ging bergafwaarts met Jezus Christus.
Alle overheden en machten stonden boven Hem en duwden Hem naar beneden: de
Joodse leiders, de Romeinse overheid; Hij is veroordeeld onder Pontius Pilatus...
Maar nu heeft God Hem overal boven gezet.
Boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij.
Alles ligt nu aan zijn voeten.
Nu staat Hij bovenaan en alles moet buigen voor Hem!
Een totale omslag.
Van dood naar levend.
Van helemaal onderaan naar boven alles uit.
Dat heeft God gedaan bij Jezus Christus.
Zo overweldigend is de kracht van God.
Maar dan meteen doorlezen.
Er begint wel een nieuw hoofdstuk, maar daar moet je je niets van aantrekken.
2:1, Ook u...
God heeft dat met Jezus Christus gedaan, die totale omslag.
En Hij doet het ook met u!
Ook u was dood, net als Jezus.
(En dan gaat Paulus uitleggen wat hij daarmee bedoelt, maar dat sla ik nu eerst even
over, dat komt straks wel).
Vers 5, Wij, we waren dood door de overtredingen, maar God heeft ons mee levend
gemaakt met Christus.
Wat God met Christus heeft gedaan, dat doet Hij ook met ons: levend maken.
En dat niet alleen.
Vers 6: en Hij heeft ons mee een plaats gegeven in de hemelse gewesten.
God heeft ons ook opgetild.
Boven alles uit omhoog.
Hij heeft ons een plek gegeven in de hemel.
Hij trok Christus vanuit de diepste vernedering omhoog tot op de hoogste positie, en
Hij trekt ons daarin mee.
Hij heeft ons een plaats gegeven in de hemel. Overal boven uit.
En dat is niet iets voor straks: straks krijgen wij een plek in de hemel.
Nee, het staat er duidelijk als iets dat al gebeurd is: Hij heeft ons die plek gegeven. Nu
al.
Dat roept natuurlijk vragen op.
Hoezo zijn wij dood - ik leef toch?
En wat is dat dan, dat we nu al in de hemel zijn? Ik leef toch hier op aarde?
Paulus legt het uit in vers 2.
U was dood- toen u zonder Jezus Christus leefde. Vroeger.
Toen was u dood door uw overtredingen en zonden.
Geestelijk dood.
Zoals de Here Jezus ergens zegt: echt leven is God kennen, zo is het ook andersom: als
je God niet kent, dan ben je dood.
Je ziet wel eens een sticker achterop een auto: mijn auto leef: hij rookt, hij wipt en hij
zuipt. Voor veel mensen is dat inderdaad de definitie van leven: eten, drinken,
genieten. Maar als het niet meer is dan dat, ben je al dood voor je overleden bent.
Zonder God is het geen leven. Het lijkt wel leven. Misschien denk je zelfs wel: dan is
het pas echt leven, zonder God, want dan ben je tenminste vrij.
Dat lijkt zo.
Maar in het echt ben je dan gevangen.
Dan leef je onder de invloed van machten die boven je staan.
Paulus noemt dat hier: leven volgens de loop van deze wereld, als slaaf van de overste
van de macht in de lucht.
Wij zeggen dat ook op die manier: iets hangt in de lucht.
Inderdaad, er zijn machten die je niet kunt zien, maar die je sturen in hoe je denkt en
wat je belangrijk vindt.
Bijvoorbeeld de dwang om een bepaald niveau van inkomsten en uitgaven te hebben.
Het idee dat je leven niet compleet is zonder alle nieuwe elektronica in huis.
Het recht hebben op genieten. Je moet meedoen met allerlei dingen, anders lig je er
buiten, dan ben je een kneusje.
En dan zit er ook nog zoveel dwang in jezelf. Vers 3: de begeerte van je vlees. Je wilt
dingen, je hebt zin en het is verdraaid moeilijk om daar goed mee om te gaan. Terwijl
je dan achteraf het gevoel kunt hebben ‘was dit het nou’?
Denk vooral niet dat als je zonder God leeft, dat je dan echt vrij bent!
Zonder God ben je dood.
Zonder God ben je onderworpen aan krachten buiten jezelf en binnen in je.
Met als gevolg dat je bij God niet terecht kunt.
Uit onszelf zijn we ‘kinderen van de toorn’ (vers 3).
Het kan niet anders: als we zonder God willen leven, zegt Hij in zijn kwaadheid: dan
maar weg met jou. Als je zonder Mij wilt, dan ook echt zonder Mij - bij Mij vandaan!
Dat bedoelt Paulus met ‘u was dood’.
Maar God heeft ons levend gemaakt.
Voor de mensen in Efeze was dat een duidelijk moment geweest.
Christus kwam in hun leven. Ze hoorden over vergeving. Ze kwamen tot bekering. Ze
gooiden hun oude manier van leven aan de kant.
Ze leefden voor God. Ze leefden met elkaar in de gemeente.
Een grote verandering.
Van geestelijk dood (eten en drinken, genieten tot je dood gaat) naar leven met de
Geest. Leven met een doel, met perspectief.
Van een leven voor zichzelf, egoïstisch tot en met, naar een leven met liefde voor God
en mensen.
Wat een overweldigende kracht van God was daar te zien geweest.
Dezelfde kracht waarmee Hij Christus had opgewekt en in de hemel gezet, daarmee
had God ook gewerkt in deze mensen. En dat hadden ze gemerkt...
En in de naam van Jezus Christus mag ik diezelfde kracht beloven aan mensen die nu
hier in de kerk zitten, of die later misschien deze preek horen via internet: als u zich
bekeert tot Jezus Christus, als u Hem vraagt om vergeving en u geeft uw leven aan
Hem, dan wil God met diezelfde kracht uw leven veranderen.
Maar de meesten van ons geloven toch al in Jezus Christus? Geldt dit nu ook voor
ons?
Ja.
De mensen aan wie Paulus deze brief schrijft, zijn inmiddels ook christenen.
En toch schrijft Paulus: ik bid dat jullie die kracht nog veel meer zullen ervaren.
Dat geldt ook voor ons.
Wij mogen God ook vragen om steeds meer van die overweldigende kracht in ons
leven.
En misschien zijn wij wel veel meer dood dan we denken.
Misschien zitten wij wel veel meer gevangen in de tijdgeest dan we doorhebben.
Heb jij in de gaten hoeveel krachten er in jouw leven werken waardoor je leven er niet
zo mooi uitziet als God het zou willen.
Krachten van de invloed van geld, of de druk van je-hebt-tijd-voor-je-zelf-nodig, of
seksuele kracht, of prestatie-drang.
Maar je kunt bijvoorbeeld ook gevangen zitten in je eigen gedachten.
Wat ik aan het begin zei: je staat bij dat bordje, je wilt de goede kant op, maar je voelt
je vastzitten in de modder. Vastgelopen in teleurstellingen.
Teleurgesteld in de kerk.
Verbitterd door hoe juist je broeders jou behandeld hebben.
Het gevoel dat het met jou toch nooit wat wordt - niemand ziet jou staan in de
gemeente...
Je energie is op, want je hebt al zo lang gevochten.
Let dan weer op die overweldigende kracht van God.
Hij heeft Jezus Christus uit de dood gehaald en boven alles op de troon gezet in de
hemel.
Met diezelfde kracht wil Hij jouw vastgelopen leven omhoog tillen en je overal boven
uit tillen.
God wil je met Christus een plek geven in de hemel.
Natuurlijk blijf je leven in deze wereld. Met beide benen op de grond.
En toch ook weer niet. Door geloof in Christus mag je leven met beide benen in de
hemel.
God leert je leven bij Hem vandaan.
Als je vanuit de hemel kijkt zien dingen er heel anders uit.
Als je vanuit de hemel kijkt, ziet een vrouw er anders uit.
Vanuit de hemel gezien heeft geld een andere waarde.
Bij God vandaan bekeken zijn ook bergen vol problemen veel minder hoog.
Bij God vandaan bekeken gaan de scherpe kanten van je eigen teleurstellingen er ook
wat af.
God wil je boven al die dingen uittillen.
Hij tilt je uit de modder waar je in vastgelopen bent.
Hij maakt dat je er weer kunt staan.
En dat je weer achter Hem aan kunt gaan.
****
Maar daar zul je toch wel flink wat voor moeten doen? God geeft je dat toch niet
zomaar.
En inmiddels zit ik al zo lang vast in die modder, ik weet niet of God mij nog wel wil
hebben....
Weet u wat genade betekent?
God haalt je uit het moeras waar je zelf in al je eigenwijsheid in gelopen bent!
God tilt je op. En als je zelf niet sterk genoeg bent om zijn touw vast te pakken, dan
legt hij het touw wel onder je armen door. Maar omhoogtrekken zal Hij je.
Je hoeft dat niet zelf te doen.
Je verdient dat niet.
Dat is alleen maar genade. Leven van wat je krijgt.
Je merkt hier dat Paulus het niet vaak genoeg kan zeggen.
Vers 5: door genade bent u behouden.
Vers 7, God wil de overweldigende rijkdom van zijn genade laten zien.
vers 8 nog eens een keer: door genade bent u behouden.
Door het geloof - natuurlijk, God wil dat je in Hem gelooft.
Maar zelfs dat geloof is niet een prestatie van jou zelf. Ook dat geloof is een geschenk
van God.
Van voor tot achter genade.
Hoe kun je ervaren dat Gods kracht werkt in je leven?
Door alles van jezelf los te laten. Ook je teleurstelling en pijn. Alles loslaten en het
alleen maar van Hem verwachten. Hem niet voorschrijven hoe het voortaan moet.
Maar bidden: Heer, til me op, heel dicht bij U. Laat me leven bij U. Here Jezus
Christus, laat uw genade in mijn leven zijn. Dat is genoeg.
Amen
Gezongen liederen:
Lied 221:1,2
Lied 228
Lied 78: 1, 2, 3
Psalm 80:10
Download