GS Diktaat DE KOLONIALE RELATIE TUSSEN NEDERLAND

advertisement
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
DE KOLONIALE RELATIE TUSSEN NEDERLAND(ERS) EN
NEDERLANDS-INDIË
Het afscheid van Van Daalen uit Atjeh
“Wilhelmus van Nassaue,
Ziet gij dien heldenstoet?
Zij schoten op de vrouwen
En drenkten 't land met bloed.
De kwasten der banieren
zijn darmen van een kind.
Licht dat ge aan hun rapieren,
nog vrouwenharen vindt”
KUSTER © LEIDEN 2007
1
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
Opmerking:
Het betreft hier aantekeningen en geen samenvatting. In dit dictaat proberen we de kern van het onderwerp
te benadrukken en sommige moeilijke kwesties wat uit te diepen. Voor de gehele stof, de begrippenlijst, de
bronnen en dergelijke verwijzen we u door naar het examenboekje.
INHOUDSOPGAVE
Inleiding
3
H1. Europese expansie en de VOC (1500-1800)
5
H2. Van VOC naar Cultuurstelsel (1800-1870)
11
H3. Imperialisme en liberalisme (1870-1900)
21
H4A. De tijd van de wereldoorlogen (1900-1940)
H4B.
26
De tijd van de wereldoorlogen (1940-1949)
H5. Van Nederlands-Indië naar Indonesië (1949-1963)
KUSTER © LEIDEN 2007
33
40
2
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
INLEIDING
De eerste maanden van dit eindexamenjaar zullen wij ons met dit boekje gaan bezighouden. Het betreft de
Nederlandse aanwezigheid in de Indonesische archipel tussen 1600 en 1963. De centrale vraag is:
“Welke relaties bestonden er tussen
Nederland(ers) en Nederlands-Indië?
Naast de kennis staan 6 vaardigheden centraal:
1.
Bron en vraagstelling
-
soorten
-
waarderen
2. Feit en objectiviteit
-
wat is de waarheid?
3. Oorzaak en gevolgen
-
causale verbanden (a = gevolg van b etc.)
-
lange- en korte termijn gevolgen onderscheiden
-
bedoelde en onbedoelde gevolgen onderscheiden
4. Continuïteit en discontinuïteit
-
blijven zaken hetzelfde
of
-
treden veranderingen op?
5. Standplaatsgebondenheid
-
elk mens wordt gevormd door zijn opvoeding, achtergrond, de periode waarin hij/zij leeft,
de normen en waarden van die tijd, etc.
-
het herkennen dat visies en meningen horen bij de standplaatsgebondenheid van een
persoon in een bepaalde tijd
6. Interpretatie
-
het verwerken van historische kennis rekening houdend met bovenstaande 5 historische
vaardigheden
Wij verzoeken u teksten, zinnen of woorden, die u niet begrijpt, op te zoeken of om aan ons verdere uitleg
te vragen. Sla deze stukken stof niet over, want in mei wordt van u verwacht dat u alles begrijpt.
KUSTER © LEIDEN 2007
3
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
Enkele tips voor de studie van dit onderwerp:
1.
Gebruik de begrippenlijst. Aan het einde van deze periode moet je alle begrippen uit je hoofd kennen.
2. De vragen zijn niet bedoeld om jullie aan het werk te houden, maar zijn oefenmateriaal.
3. Naast het oefenmateriaal in deze katern zullen we de examenbundel uitvoerig bespreken.
Begin vroegtijdig met het maken van een samenvatting. Voor hulp bij het maken van deze samenvatting kunt
u het beste bij uw docent terecht.Algemene achtergrond
De relatie Nederland-Indië/Indonesië
Rond 1600
Nederlandse zeelui komen vanuit een economische achtergrond een kijkje nemen in wat we
nu Indonesië noemen
1600-1800
De Nederlanders creëren handelsnederzettingen in de archipel. De VOC is het trefwoord in
deze periode. De Nederlanders oefenen wel politieke invloed uit, maar contact is
hoofdzakelijk economisch. Ook al vinden er vele andere soorten contacten en
beïnvloedingen plaats.
1813-1945
Tijdens het Koninkrijk der Nederlanden intensiveert zich het contact. De Nederlanders
proberen de gehele archipel onder hun politieke gezag te brengen. Dit gaat niet zonder
slag en stoot. De archipel blijft hoofdzakelijk van economisch belang voor de
Nederlanders. Toch zullen de (grotere aantallen) Nederlanders zich steeds meer op
sociaal, cultureel en mentaal vlak met de Indonesiërs gaan bemoeien.
Vanaf 1900 (Ethische Politiek) is Nederland duidelijk bezig met de opvoeding van de
Indiërs; deze opvoeding zou op een bepaalde termijn ook moeten leiden tot
onafhankelijkheid. De Nederlanders vinden de Indiërs echter absoluut nog niet rijp en
wantrouwen de lokale elite. De kloof tussen Indiërs en Nederlanders groeit langzaamaan.
KUSTER © LEIDEN 2007
4
HAVO5
DIKTAAT
1945-nu:
GESCHIEDENIS
Na de Tweede Wereldoorlog probeert Nederland haar gezag in haar kolonie nog te
herstellen, maar de ‘onafhankelijkheidsgeest’ is uit de fles. In 1949 erkent Nederland een
soeverein en onafhankelijk Indonesië. Nederland probeert echter haar gezag in de exkolonie te laten gelden. Talloze conflicten en diplomatieke rellen zijn het gevolg. Het blijft
na 1949 een problematische relatie.
Wat is Indonesië?
We zullen het hele hoofdstuk door de naam Indonesië gebruiken voor alle gebieden die nu tot de staat
Indonesië horen (zie kaartje op blz. 9).
Het gebruik van deze ene naam suggereert dat het een land is en was. Het tegendeel is het geval.
Indonesië is een groot eilandenrijk met een enorme diversiteit; namelijk:

Politiek; er waren goed ontwikkelde koninkrijken en er waren volkeren die in prehistorische
stamverbanden leefden

Economisch; Java kende al een goede landbouwcultuur voordat de Nederlanders arriveerden, terwijl
talloze Bataks en Papoea’s nog steeds leven van de jacht en visserij

Religieus; moslims, hindoeïsten, boeddhisten, christenen (na de komst van de Europeanen) en talloze
natuurgodsdiensten.
Cultureel; van zeer hoogstaand tot amper ontwikkeld1.
Europese expansie en de
VOC (1500-1800)
Europa en Nederland, 1500-1800
Veranderingen in de 15de en 16de eeuw:

Renaissance en Humanisme
-
Herontdekking van de kunst, de levensstijl en wetenschap van de Grieken en Romeinen.
-
De Renaissance-mens en de Humanisten bekeken met een kritische blik de kennis van
die tijd: zij bekritiseerden het geloof en deden vele nieuwe ontdekkingen.

Reformatie
KUSTER © LEIDEN 2007
5
HAVO5
DIKTAAT
-
GESCHIEDENIS
Onder invloed van de Renaissance en het Humanisme kwam het in de 16de eeuw tot een
scheuring in de katholieke kerk; het protestantisme ontstond.
In de 16de en 17de eeuw vochten de protestantse Nederlanders tegen hun katholieke vorst om de vrijheid van
hun gebied. Tijdens deze opstand / oorlog ontstond de Republiek der Verenigde Nederlanden. De
Republiek werd in de 17de eeuw een militaire, economische en politieke grootmacht en verwierf talloze
gebieden in de wereld, waaronder de eilanden die we nu Indonesië noemen.
In de 18de eeuw ontstond de Verlichting (de mens werd door kennis en wetenschap verlicht). De Verlichting
uitte zware kritiek op de politieke, economische en sociale verhoudingen in de maatschappij: elke burger zou
zijn eigen leven moeten inrichten en moeten meebeslissen over zijn land. Uiteindelijk zou de Verlichting in
1789 leidden tot de Franse Revolutie. Het oude Europa (het Ancien Regime) stortte ineen en nam in zijn val
de Republiek der Verenigde Nederlanden mee.
§1.
De VOC
De ontdekkingsreizen
Vanaf het midden van de 15de eeuw gingen Spanjaarden, Portugezen en Italianen op zoek naar de wereld
buiten Europa:

1488
B. Diaz ontdekt de zuidpunt van Afrika

1492
C. Columbus ontdekt Amerika (zonder dat hij dat door heeft)

1498
V. da Gama vaart als eerste Europeaan naar India

1519-1521
F. de Magelães vaart als eerste mens rond de aarde
De Nederlandse ontdekkingsreizen
In de loop van de 16de eeuw werden steeds meer Nederlanders geïnteresseerd in het geld dat te verdienen
was in den vreemde: voornamelijk specerijen waren hun gewicht in goud waard (denk aan de uitdrukking:
“peperduur”). Met name het reisverhaal van J.H. van Linschoten Itinerario stimuleerde de interesse.
KUSTER © LEIDEN 2007
6
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
De Eerste Schipvaart

1595

o.l.v. C. de Houtman, P.D. de Keyser en G. van Beuningen

kwamen in Indië aan, maar de reis leverde weinig tot niets op

Gevolgen
-
men was overtuigd dat er veel geld te verdienen was in Indië
-
om de reis beter te organiseren moest men beter samenwerken: de voorcompagnie
ontstond
De Tweede Schipvaart

1598

o.l.v. De Houtman en De Keyser

in dienst van de Oude Compagnie van Amsterdam

de reis werd een groot succes: men verdiende 1,5 miljoen gulden
Concurrentiestrijd, 1598-1602
Onder de Europese landen en onder de voorcompagnieën ontstond een concurrentiestrijd om het “goud” van
Azië. De belangrijkste politicus van de Republiek, J. van Oldenbarnevelt, vond de concurrentie tussen de
voorcompagnieën slecht voor het land en de economie. Onder zijn leiding werd de Verenigde Oost-indische
Compagnie (VOC) opgericht.
De VOC
Oprichting

Eén compagnie om gezamenlijk economisch, politiek en militair sterker te staan.

Van de Republiek verkreeg de VOC het monopolie op alle handel ten oosten van Kaap de Goede
Hoop

Door het monopolie kon de VOC zelfstandig oorlogen voeren in Azië. Door de oorlogen en militaire
aanwezigheid kon zij haar economische doel verwezenlijken.
Structuur
KUSTER © LEIDEN 2007
7
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS

5 kamers: Amsterdam, Zeeland, Rotterdam, Delft en West-Friesland (= Hoorn en Enkhuizen)

De Heren XVII: het dagelijks bestuur

De VOC kwam aan geld door aandelen uit te geven
Handel

Intercontinentale handel
De handel van met name specerijen (kruidnagelen, nootmuskaat
en foelie en peper) van
Azië naar Europa
KUSTER © LEIDEN 2007
8
HAVO5

DIKTAAT
GESCHIEDENIS
Inter-Aziatische handel
De handel tussen factorijen (handelsnederzettingen) in Azië. Middels deze handel hoopte de VOC
aan geld en handelswaar te komen om specerijen te kunnen kopen (opium [amfioen], olifanten,
zilver, katoen, etc.)
In de loop van de 17de eeuw werd de VOC een enorm bedrijf met tienduizenden werknemers. Zij
KUSTER © LEIDEN 2007
9
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
was de eerste multinational van de wereld en stimuleerde de economie van de Republiek.
KUSTER © LEIDEN 2007
10
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
Het verval van de VOC in de 18de eeuw:
1. Corruptie binnen de VOC
-
dienaren mochten van de VOC bijverdienen door zelf handelswaar mee te nemen in de
schepen en te verhandelen
-
“morshandel”; de handel in opium was dermate lucratief dat vele VOC-dienaren hiermee
probeerden bij te verdienen.
Al deze soorten handel gingen ten koste van de winst van de VOC
2. De Britse concurrentie
In de 18de eeuw werd Groot-Brittannië economisch het machtigste land ter wereld en had het qua
vloot (marine en handel) de Republiek voorbijgestreefd. De Engelsen namen delen van de handel
van de VOC over en tijdens oorlogen werden de Nederlanders altijd verslagen.
3. Een toenemend kapitaalgebrek
Het kostte de VOC steeds meer moeite om de handel te financieren: het zilver werd steeds duurder.
Daarnaast verschoof de handel naar producten (koffie, thee, etc.) waar de VOC geen monopolie op
had.
Met name de Vierde Engelse Zeeoorlog (1780-1784) wordt wel gezien als de laatste druppel die het
definitieve ondergang van de VOC inluidde:

de handel kwam compleet tot stilstand

meerdere factorijen werden door de Engelsen ingenomen

de VOC bleef dividend uitkeren, terwijl de kas leeg was
Na deze oorlog was de VOC op sterven na dood.
Het einde van de VOC
Aan het einde van de 18de eeuw was in de Republiek de strijd ontbrand tussen de Prinsgezinden (de
aanhangers van het Ancien Regime) en de Patriotten (de aanhangers van de Verlichting). In 1795 namen de
Patriotten met hulp van de Fransen de Republiek over en richtten de Bataafse Republiek op.
KUSTER © LEIDEN 2007
11
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
De patriotten hadden een hekel aan de VOC (een onderdeel van het Ancien Regime: corrupt,
monopolistisch, etc.) Doordat de VOC een gebrek aan geld had, was het steeds afhankelijker geworden van
de overheid. De patriotten maakten van deze afhankelijkheid gebruik door de macht over de VOC over te
nemen. De VOC werd uiteindelijk in 1796 failliet verklaard en in 1800 nam de Bataafse Republiek de
bezittingen van de VOC over.
In de 19de eeuw zou het VOC-monopolie worden ingeruild voor een staatsmonopolie, maar daarover meer in
hoofdstuk 2.
§2.
Politiek-economische contacten
De VOC was in Azië om te handelen en geld te verdienen. Door het monopolie had de VOC echter een
aantal bevoegdheden gekregen:

zij mocht handelen en verdragen sluiten met lokale vorsten

zij mocht nederzettingen (factorijen stichten)

zij mocht oorlogen voeren en vrede sluiten
!!! In feite kon de VOC in Azië optreden als een zelfstandig land. De VOC gebruikte politieke en
economische bevoegdheden om economisch haar zin te krijgen.
De basis voor de VOC in de Indische archipel werd gelegd door gouverneur-generaal, J.P. Coen:

hij stichtte op Java het hoofdkantoor van de VOC: Batavia

onder Coen ontstonden twee soorten van handelsvoering:
1. Het Contingentenstelsel
Op Java en op de Molukken sloot de VOC met de lokale elite verdragen. De lokale elite kreeg
van de VOC steun (meestal tegen de Portugezen); de VOC kreeg een vastgestelde
hoeveelheid producten (= contingent) retour.
In de 17de eeuw bemoeide de VOC zich steeds meer met de interne aangelegenheden van
Java; hierdoor kreeg zij steeds meer invloed en betere handelsafspraken
2. Banda
KUSTER © LEIDEN 2007
12
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
Op de Banda-eilanden had de VOC met de lokale elite ook afspraken gemaakt. De
Bandanezen kwamen de afspraken echter niet na en verbraken de afspraken (een verschil
tussen Europese en Bandaneze cultuur). Coen stuurde een strafexpeditie: duizenden
Bandanezen stierven en de andere inwoners werden gedeporteerd.
1746. Leveringscontract tussen VOC en lokale elite.
Conditiën en voorwaarden waar op wij Tommongongs Setja en Sasra Nagara door den Edelen Heer raad
ordinaris en commissaris over Javas oostkust Hugo Verijssel op aprobatie (=goedkeuring) van zijn Edelheid
den Hoog Edelen Heere Gustaaf Willem baron van Imhoff, Gouverneur Generaal ende Edele Heeren Raden
van Nederlands India. In het regentschap van 's compagnie district Sourabija bevestigt zijn, welke conditiën
en voorwaarden zoo als dezelve hier na zullen beschreven worden wij belove en ons verbinde, getrouwelijk
te zullen na komen en doen na koomen.
Art. 1.
Dat wij een maal des jaars op Samarang dan wel, zoo zulx gerequireerd word op Batavia in perzoon
homage zullen komen doen.
Art. 2.
Dat wij jaarlijks 350 coijangs rijst ieder ofte te samen 700 coijangs uiterlijk voor het uitgaan van de maand
october als revenuen van het land de Comp(agnie) als opper Heer van het zelve competeerende op
Sourabaija zullen op brengen dog bij aldien wij door misgewasse of eenige andere inconvenienten buiten
staat mogte weezen die quantiteit in't geheel te voldoen dat wij dan egter 500 coijangs zullen leveren en
voor het minder bedragen jaarlijks 1000 spaanse realen ieder of 2000 te samen aan de Comp(agnie) zullen
opbrengen alles op verbeurte van ons regentschap.
§3.
Cultureel-mentale ontwikkelingen:
beïnvloeding aan de oppervlakte
De wederzijdse beïnvloeding tijdens de VOC-periode was beperkt. Het merendeel van de inwoners van de
Indische archipel kwamen niet tot weinig in contact met de Nederlanders. De VOC liet immers de contacten
lopen via de lokale vorsten en elite.
KUSTER © LEIDEN 2007
13
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
De grote uitzondering: Batavia en de andere factorijen

Om de lokale vorsten en elite te gerieven moesten de dienaren van VOC gebruik maken van de
lokale gebruiken, normen, waarden en rituelen.

De Nederlanders waren protestants en de Indonesiërs islamitisch (alleen de Molukkers namen de
Europese godsdienst over).

In Indië arriveerden voornamelijk mannen. Hoge ambtenaren namen een Europese vrouw, maar de
meeste zeelui en lagere ambtenaren namen een Indische vrouw (de njai). Vanaf 1650 stimuleerde
de VOC deze huwelijken. De njai nam haar cultuur de woning binnen. De kinderen van de
Europeaan en de njai waren direct multicultureel: zij waren het resultaat van twee culturen en
werelden.
Langzaamaan ontstond er in Batavia en andere factorijen een mengcultuur: half Europees / half Indisch:
Indo-Europese mengcultuur. Hoewel nieuwkomers deze mengcultuur afkeurden, werden zij al snel
onderdeel van deze cultuur.
KUSTER © LEIDEN 2007
14
HAVO5
2.
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
Van VOC naar Cultuurstelsel (1800-1870)
Europa en Nederland 1795-1848
In 1795 veroverden de Fransen de Republiek der Verenigde Nederlanden. De Fransen gaven de patriotten
de macht in het land: zij hernoemden het in de Bataafse Republiek. De Bataafse Republiek kreeg een
grondwet en een volksvertegenwoordiging (de ideeën van de Verlichting werden uitgevoerd). De Fransen
onder leiding van Napoleon raakten in oorlog met alle landen in Europa.
De Bataafse Republiek kwam steeds verder onder Franse invloed te staan:

van semi-zelfstandigheid (Koninkrijk Holland 1806-1810) naar een Franse provincie

invoering van het Wetboek van Strafrecht en het Burgerlijk Wetboek
In 1815 werd Napoleon definitief verslagen. De koningen van Engeland, Rusland, Oostenrijk en Pruisen
richten Europa opnieuw in, deze periode kennen we als de restauratie:

de meeste verlichte ideeën werden weer afgeschaft

in alle landen keerden koningen en vorsten weer terug op de troon

de landkaart werd opnieuw getekend en het Koninkrijk der Nederlanden (Nederland, België en
Luxemburg) ontstond
Toch slaagden de koningen er niet om Europa compleet te restaureren:

de burgers hadden de Verlichte ideeën meegemaakt en bleven eisen dat er grondwetten en
parlementen kwamen

de Industriële Revolutie vond plaats: kooplieden en fabrikanten (burgers) werden een economische
macht van betekenis in West-Europa
In 1848 kwam het wederom tot talloze hele en halve revolutie is Europa. In Nederland besloot koning Willem
II dat er een grondwet moest komen. Deze grondwet werd door J.R. Thorbecke gemaakt; sindsdien was
Nederland een constitutionele monarchie met een parlementair stelsel (Nederland had een koning die zich
net als iedereen aan de grondwet moest houden en was er een gekozen volksvertegenwoordiging gekomen).
KUSTER © LEIDEN 2007
15
HAVO5
§1.
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
De overgangsperiode (1799-1830)
1799-1808 Geen contact
In 1798 waren de bezittingen van de VOC in handen van de Bataafse Republiek gekomen. Omdat de
Engelsen de zeeën beheersten en de Bataafse Republiek een bondgenoot van Frankrijk was (de Engelse
vijand) was het contact tussen Indië en Nederland nihil.
1808-1810 H.W. Daendels (de Grote Donderende Heer)
Daendels werd gestuurd om de kolonie te reorganiseren:

Het oude VOC-bestuur werd vervangen door ambtenaren

De lokale bestuurders werden ook gezien als ambtenaren (hij moest niet hebben van het oude
feodale systeem en hield geen rekening met de lokale gebruiken). Als de lokale elite niet luisterde,
schroomde hij niet om met militaire macht zijn zin te krijgen.

Hij deelde Java in negen nieuwe districten in zonder rekening te houden met oude grenzen.

Hij liet middels herendiensten de Grote Postweg aanleggen op Java

Hij liet het contingentensysteem van de VOC in tact
Het moge duidelijk zijn: Daendels maakte zich zeer onbeliefd bij:

de aanwezige Nederlanders, omdat zij vervangen werden door ambtenaren

bij de lokale elite, omdat zij als ambtenaren werden gezien en geen rekening met hun status werd
gehouden

de lokale bevolking, omdat hij hen gebruikte om de Grote Postweg aan te leggen
1811-1816 T. S. Raffles
In 1811 veroverden de Engelsen Java (Nederland was als Franse provincie in oorlog met Engeland).
De reorganisatie van Raffles:
KUSTER © LEIDEN 2007
16
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS

een modern en direct bestuurssysteem (net als Daendels wilde)

de Javaanse elite verloor onder Raffles een flink deel van haar macht (net als Daendels wilde)

Raffles schafte het contingentensysteem af en kwam met de landrente:
o
de Javaanse boeren verbouwden de grond zelf en betaalde belasting (de landrente) over
het gewas en de verbouwde grond aan de overheid)
o
De
landrente
de lokale elite was de tussenpersoon tussen overheid en lokale boer
mislukte,
want
inkomsten
vielen
tegen.
Verder
bleven
landrente-systeem
en
contingentensysteem naast elkaar bestaan.1816-1825 G.A.G.Ph. van der Capellen
In 1814 was het Koninkrijk der Nederland in het bezit gekomen van de Indische archipel. Van der Capellen,
gouverneur-generaal sinds 1816, was een idealistische man die geloofde in de ideeën van de Verlichting:

het doel was dat de kolonie geld zou opleveren voor Nederland

net als Daendels en Raffles geloofde Van der Capellen in een nieuwe aanpak en in de
reorganisatie

hij
bleef
het
landrente-systeem
van
Raffles
uitvoeren
(de
individuele
boer
als
onderhandelingspartner)

ondernemers konden land huren en bedrijfjes / plantages opzetten

de lokale bevolking (goede mensen) moesten tegen uitbuiting door de lokale elite of Nederlandse
ondernemers beschermd worden
Van der Capellen’s politiek was een grote mislukking:

het leven van de gemiddelde Javaan te verbeteren stond haaks op de wens de kolonie winstgevend
voor Nederland te maken

Van der Capellen kwam in botsing met de ondernemers. Zij gedroegen zich net zoals de Javaanse
elite. Van der Capellen werkte de ondernemers steeds verder tegen/verbood het verhuren van
land, zodat laatstgenoemden verder Java introkken waar zij wel land en arbeiders konden huren

de kolonie bleef Nederland meer kosten dan het opleverde (juist het tegenovergestelde was het
voornaamste doel geweest!!)
KUSTER © LEIDEN 2007
17
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
In 1825 stelt Koning Willem I commissaris-generaal L. du Bus de Gisignies aan als opvolger van
G.A.G.Ph. van der Capellen. Du Bus de Gisignies krijgt de volgende instructie mee.
Art. 1
De Kommissaris generaal zal als de aanleiding tot zijne zending [=naar Indië] hebben te beschouwen:
1e Het niet achtervolgen (=navolgen) door het Indische Bestuur van het op Ons gezag in den jaren 1818
vastgestelde Regeringsreglement.
2e De bestaande onregelmatige verhouding van het Bestuur in Nederlandsch Indië tot dat in het moederland,
waaruit reeds vele botsingen waren ontstaan en nog meerdere werden te gemoet gezien; 3e den slechten
financielen toestand aldaar en de vrees dat de door het bestuur te nemen maatregelen onvoldoende en de
door Ons reeds gegevene voorschriften ongenoegzaam (=ontoereikend) zullen zijn, tot herstel der zaken
4e Het bestaande gebrek aan kennis van den wezenlijken financielen toestand, lang als voordeelig
afgeschilderd, doch nu op eenmaal de krachtige hulp van den moederland behoevende
5e De Oorlogen waarin het bestuur zich gestadig (=steeds) met inlandsche Vorsten wikkelt, en die bewijzen
schijnen op te leveren van een gezindheid, welke dient te worden tegen gegaan.
1825-1830 De Javaoorlog
Oorzaken

Droogte en hongersnood leiden tot ontevredenheid

De politiek van Daendels, Raffles en Van der Capellen had de positie van de lokale Javaanse adel
aangetast: zij waren zeer ontevreden

De Midden-Javaanse adel was zwaar getroffen door het verbod van Van der Capellen om land te
verhuren
KUSTER © LEIDEN 2007
18
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
Aanleiding

In het sultanaat Djokjakarta breekt een strijd om de troonsopvolging uit. Nederland kiest partij en
creëert daarmee automatisch een tegenstander: prins Diponegoro

Diponegoro presenteert zich als Ratu Adil (de rechtvaardige oorlog) en roept een Prang Sabil
(heilige oorlog) uit.

Vele diepgelovigen Javaanse boeren en ontevreden lokale edellui sluiten zich aan bij Diponegoro
Verloop

De eerste jaren van de oorlog verlopen slechts voor de Nederlanders. Het Nederlandse leger was
niet gewend aan een guerrillastrijd

In 1827 arriveert generaal De Kock en past de Nederlandse tactiek aan die van Diponegoro aan:
o
vechten met kleine eenheden
o
gebruik maken van versterkte posten
We noemen dit een contraguerrilla.

Daarnaast laat de Kock het verbod op landverhuur intrekken. Op deze wijze weet hij vele leden van
de lokale elite weer in het Nederlandse kamp te halen

In 1830 wordt Diponegoro gevangen genomen
Gevolgen:
§2.

Het verzet van de Javaanse adel is definitief gebroken

Nederland controleert het hele eiland Java

15.000 Nederlanders en 200.000 Javanen lieten het leven

De kolonie was Nederland nog meer gaan kosten dan ten tijde van Van der Capellen

In Nederland vind een discussie plaats over de toekomst van de kolonie.
De tijd van het Cultuurstelsel (1830-1870)
KUSTER © LEIDEN 2007
19
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
De nieuwe gouverneur-generaal Johannes van den Bosch komt met de oplossing om de kolonie
winstgevend te maken: het cultuurstelsel. Het cultuurstelsel was een mengeling van de politiek van de
VOC, Raffles en Van der Capellen.
Wat was het cultuurstelsel?

de Javaanse boer bebouwt 1/5 van zijn land met een product voor Nederland (dit product koffie,
thee, suiker, indigo noemen we cultures)

Nederland bepaalt welk product hij moet produceren

de boer ruilt dit product voor het plantloon

boeren moeten landrente blijven betalen

herendiensten blijven verplicht (aanleg van wegen etc.)

de lokale elite is de tussenpersoon tussen boer en Nederland. Als vergoeding ontvangen zij
daarvoor de cultuurprocenten.

het vervoer en verkoop van producten gebeurt door de Nederlandsche Handelmaatschappij
(NHM)

de opbrengst van het cultuurstelsel noemen we het batig slot
Voor ons lijkt dit een zeer ingewikkelde manier van economie bedrijven.
En dat is het ook. Let op: zorg dat u het cultuurstelsel goed begrijpt.
Voordelen van het Cultuurstelsel

De kolonie werd voor het eerst winstgevend voor het moederland. Met het batig slot werden in
Nederland talloze infrastructurele projecten gefinancierd.

De NHM werd een succes door het alleenrecht van verhandelen en verkopen van de Indische
producten (het zgn. consignatiestelsel)

De lokale elite profiteerde als tussenpersoon van de toegenomen inkomsten (de cultuurprocenten).
Er ontstonden langzaam twee soorten besturen in Indië: een Nederlandse en een lokaal bestuur
(zie paragraaf 2.3)
Het cultuurstelsel in schema
KUSTER © LEIDEN 2007
20
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
JAVAANSE BOEREN
Naast de verplichtingen aan
Nederland had de Javaanse boer
PLANTLOON
ook talloze
verplichtingen aan zijn vorst (de
JAVAANSE ELITE
Javaanse elite), zoals de
CULTURES
herendiensten.
BATAVIA
LANDRENTE
BATIG SLOT in de
NEDERLANDSE SCHATKIST
Nadelen van het Cultuurstelsel
KUSTER © LEIDEN 2007
21
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
De Javaanse boer werd het kind van de rekening, terwijl iedereen profiteerde kreeg hij het slechter:

hij werd ondergeschikt gemaakt aan de Nederlandse economie

iedereen had belang bij het verbouwen van meer cultures (de cultuurprocenten); de druk op de
Javaanse boer nam toe. Steeds meer cultures werden verbouwd in plaats van voedsel.

in hoeverre was de ruil cultures <--> plantloon eerlijk?

naast de cultures moest de Javaanse boer ook:
o
herendiensten doen voor de Nederlanders
o
herendiensten en andere verplichtingen aan voor de lokale adel
o
landrente (belasting op rijst) betalen
Twee lijsten met de omvang van de export van koffie en indigo (donkerblauwe kleurstof bereid uit de
indigoplant) uit Java en Madura: één uit 1831 en één uit 1845. ( (1 picol = c. 61.5 kilo)
KUSTER © LEIDEN 2007
22
HAVO5
§3.
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
Versteviging van de politieke contacten
KUSTER © LEIDEN 2007
23
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
In de kolonie ontstond een dualistisch bestuurstelsel, omdat er te weinig Nederlanders waren om de kolonie
te besturen (met had op die wijze immers als tijdens de VOC gehandeld).
Nederland bestuurde de kolonie via de lokale elite: indirect.
KUSTER © LEIDEN 2007
24
HAVO5
DIKTAAT
KUSTER © LEIDEN 2007
NEDERLAND
GESCHIEDENIS
25
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
De Regerings-Almanak van Nederlandsch-Indie over het bestuur:
§4.
Sociaal-culturele contacten
tijdens het Cultuurstelsel.
Rechtvaardiging van het bezit van de kolonie:
 Het was een kolonie / een wingewest: het moest geld opleveren voor het moederland.
 Europese superioriteit / racisme
-->
de Europeanen waren / voelden zich superieur; de
onmondige Indiërs moesten zich
schikken
-->
iemand moest het land toch besturen en de bevolking beschermen tegen de lokale elite
Kritiek tegen de manier van denken en het cultuurstelsel was er vanaf het begin.
Europeanisering
De koloniale samenleving was tot Daendels een Indo-Europese samenleving met een mengcultuur geweest
(zie bladzijde 9). In de loop van de 19de eeuw europeaniseerde de kolonie.
Waarom:
 De Engelsen onder Raffles verafschuwden de mengcultuur en benadrukten de Engelse cultuur en
leefstijl
 De talloze Nederlanders die in de 19de eeuw in de kolonie kwamen, hadden
dezelfde instelling. Zij weigerden hun Nederlandse cultuur en gewoontes in te wisselen tegen de
inferieure Aziatische gewoontes.
Gevolg:
In het openbaar op straat werd de kolonie Europeser: de Europeanen spraken
Nederlands, er kwamen boekwinkels, scholen en sportclubs: de Europese cultuur. Thuis
bleef de mengcultuur gewoon bestaan: men droeg gemakkelijke Indische kleding, sprak
Indisch tegen de bedienden en at Indisch.
KUSTER © LEIDEN 2007
26
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
3. Imperialisme en liberalisme (1870-1900)
Europa en Nederland, 1870-1900
Het laatste kwart van de 19de eeuw was een periode van veel veranderingen en nieuwigheden in Europa:

De Tweede Industriële Revolutie vond plaats.

Nationalisme en imperialisme: de grote Europese landen vonden zich zelf zo belangrijk dat zij
zich allen een wereldrijk toewensten (de verdeling van Azie en Afrika begon).

Door alle bovenstaande gebeurtenissen liepen de spanningen tussen de grote landen op
(uiteindelijk zouden deze spanningen zich ontladen in de Eerste Wereldoorlog).

Daarnaast ging het vervoer en de communicatie met de rest van de wereld veel sneller
(telegrafie en Suezkanaal)
Van kolonialisme naar imperialisme
Het kolonialisme van de 17de en 18de eeuw veranderde in het Imperialisme van de 19de eeuw:

de kolonies moesten totaal in dienst van de economie van het moederland komen

de Europeanen namen steeds meer de macht van de lokale elite over: om de economie te
kunnen controleren in de kolonie wilden zij ook de politieke macht in handen hebben

verder geloofden de Europese landen dat zij superieur waren: zij kwamen beschaving brengen
in deze uithoeken van de wereld: het was een plicht!
Nederland was in de 19de eeuw een derderangs mogendheid en niet in staat
nieuwe kolonies te
veroveren. Nodig was het immers ook niet, want Nederland had immers al een grote kolonie: Indië. Onder
invloed van het imperialisme ging de Nederlandse overheid zich wel steeds meer met de kolonie bemoeien.
KUSTER © LEIDEN 2007
27
HAVO5
§1.
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
Politieke veranderingen: de vestiging van de het Nederlands gezag in de
archipel
Politiek van onthouding (vanaf VOC tot einde 19de eeuw)
Het Nederlandse gezag in de archipel was beperkt. Op Java en de Molukken hadden de Nederlanders veel
macht; daarbuiten lieten zij de macht aan de lokale elites over.
Het buitenland erkende de buitengrenzen van de kolonie en de Nederlanders wilden voornamelijk geld
verdienen. Zodoende probeerde de overheid zich zo ver mogelijk van politiek/militair ingrijpen te houden.
Zelfstandig handelen van Nederlandse ambtenaren leidde soms tot militair ingrijpen, maar Batavia onthield
zich het liefst van deze praktijken.
Pacificatie, 1890-1918
Tussen 1890 en 1918 vestigde Nederland haar politieke gezag over alle eilanden van de archipel. Waarom
had zij haar politiek van onthouding verlaten?

Economische motieven (grondstoffen, plantages)

Verspreiding van Europeanen over de eilanden nam toe en die moesten natuurlijk beschermd
worden

Angst dat andere Europese landen delen van de archipel zouden opeisen (met name Engeland
leek een begerig oog op Atjeh te werpen)
Het overnemen van de politieke macht over de eilanden (vaak met militaire middelen) noemen we pacificeren
(de orde herstellen; pax = vrede).
De Pacificatie van Lombok, 1894
Aanleiding

Lombok komt in opstand tegen de vorst van Bali. Nederland stuurt troepen om de orde te herstellen
--> het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL).
KUSTER © LEIDEN 2007
28
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
Verloop

Een bloedige strafexpeditie (= pacificatie) volgt.
Gevolgen

Nederland neemt de politieke macht over Bali en Lombok over.

Nederland is zeer enthousiast door deze pacificatie en over de politiek van onthouding wordt niet
meer gesproken.

Talloze andere gebieden worden gepacificeerd of erkennen de Nederlandse politieke macht als er
wordt gedreigd met een pacificatie.
Atjeh(oorlog), 1873-1909/1913
Aanleiding

Door het Suezkanaal (1869) veranderden de scheepsroutes van Europa naar Azië. De schepen
voeren nu door de Straat van Malakka (tussen Sumatra en Maleisië).

De noordelijkste punt van Sumatra werd gevormd door het onafhankelijke sultanaat Atjeh: een
broeinest van piraterij.

Nederland vond dat het sultanaat naar Batavia moest luisteren en stuurde het KNIL.

1873-1874: een militaire expeditie verovert de hoofdstad Banda Atjeh

1874-1899: de Nederlanders lopen vast in een guerrillaoorlog: de binnenlanden van Atjeh
Verloop
blijven in handen van Teukoe Oemar. Een diplomatieke oplossing mislukt in 1896 “het verraad
van Teukoe Oemar”.
In 1893-1894 schrijft generaal J.B. Van Heutz dat Atjeh zich alleen met een harde hand zal
laten onderwerpen. Hij baseert zich op de analyse van Atjeh door C. Snouck Hurgronje.
Snouck Hurgronje is ook de maker van de korte verklaring: een verdragsmodel tussen
Nederland en de lokale vorsten. De vorsten erkennen in de korte verklaring de Nederlandse
soevereiniteit (politieke macht)
KUSTER © LEIDEN 2007
29
HAVO5
DIKTAAT

GESCHIEDENIS
1899-1903/1909: Van Heutz onderwerpt met harde hand (= pacificatie) Atjeh. Tot 1913 zullen
guerrilla's Atjeh onveilig blijven maken.
Gevolgen

De hele archipel is in Nederlandse handen: hoewel Atjeh altijd een onrustig gewest in
gebleven.

De Nederlanders sluiten met de lokale elite van de diverse eilanden de korte verklaring.

In Nederland wordt Van Heutz een held en krijgt een standbeeld. Over dit standbeeld ontstaat
direct discussie, omdat linkse partijen de harde hand van Van Heutz bekritiseren. In de jaren
'60 laait de discussie over Van Heutz opnieuw op en blijft nog decennia een probleem.
§3.2 Economische veranderingen:
particulier initiatief en expansie
Kritiek op het cultuurstelsel en het koloniale bestuur, na 1850

Liberalen
De liberalen bekritiseerden het Cultuurstelsel, omdat zij vonden dat de overheid de economie van
de kolonie niet moest regelen. Zij wilden dat particulieren zelf hun economische ideeën moesten
kunnen uitvoeren.

Max Havelaar
E. Douwes Dekker bekritiseert de slechts leefomstandigheden van de Javaanse bevolking. De
Nederlanders en de lokale elite buiten de lokale boer uit (met name de herendiensten valt hij aan).
De liberalen hebben in de tweede helft van de 19de eeuw een meerderheid in de Tweede Kamer. Middels
wetgeving wordt het cultuurstelsel langzaamaan afgeschaft (in alle drie de wetten wordt het
overheidsmonopolie ingeruild voor liberalisme/ kapitalisme):

Mijnwet 1850
Particulieren mogen mijnbouwbedrijven stichten in de kolonie:
KUSTER © LEIDEN 2007
30
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
- Tinmijnen te Biliton
- Aardolie te Sumatra (de voorloper van Shell)

Suikerwet 1870
De suikercultures worden afgeschaft.

Agrarische Wet 1871
Particulieren mogen landbouwgebieden pachten van de staat.
Gevolgen:

Het Cultuurstelsel werd langzaamaan van al zijn onderdelen ontdaan.

De nieuwe particulieren richtten zich op alle eilanden (met name Zuid-Sumatra bleek
economisch heel rijk te zijn: “het wonder van Deli”.
Het liberalisme veranderde de kolonie opnieuw:
 Nederland werd het middelpunt van de Indische economie:
o
Banken en de NHM gaven kredieten om bedrijven in Indië te beginnen.
o
Indische grondstoffen werden in Nederland verder verwerkt: tabak in Brabant, katoen in
Twente, etc.
 De communicatie en contacten tussen moederland en kolonie namen verder toe:
o
Suezkanaal
o
Koninklijke Pakketvaart Maatschappij (KPM): communicatie en vervoer troepen)
§3.3 Sociale veranderingen
Gevolgen van de komst van het liberalisme:
 waarschijnlijk (er bestaat nog steeds een historische discussie over dit onderwerp) was de scheiding
tussen de kleine Indische bedrijven en de grote Europese bedrijven minder groot dan gedacht. De
Indiërs begrepen de marktwerking en de geldeconomie ook (met name kopra werd op grote schaal
door hen geproduceerd).
 Nieuwe ideeën en methoden werden gretig door de lokale boeren overgenomen, omdat deze hun
opbrengsten verhoogden.
KUSTER © LEIDEN 2007
31
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
 In veel gebieden waren de herendiensten al verdwenen, voordat deze in 1902 werden verboden
door Nederland. In traditionele gebieden zag men het verdwijnen van de herendiensten als een
daling op de sociale ladder: in deze gebieden was het denken in een geldeconomie nog niet
ingeburgerd.
Crises en uitbuiting:
1.
De Indiërs en de Indische economie werden een onderdeel van de wereldeconomie. Tussen 1880
en 1905 was er sprake van een wereldwijde economische crisis. De prijzen daalden en landen
sloten hun grenzen (=protectionisme). In combinatie met een bevolkingsexplosie leidde deze crisis
tot armoede en hongersnood en tot sociale onlusten.
2. Op Sumatra (Deli) sprongen nieuwe bedrijven als paddestoelen uit de grond, maar er was een
gebrek aan arbeidskrachten. In de archipel werden mensen geronseld om op de plantages en in de
mijnen van Deli te werken: de loonslaven / de koelie. De koelie ging een contract, maar verwerd
tot een slaaf van zijn eigenaar. De leefomstandigheden van de koelies waren erbarmelijk. De
koelie-ordonnantie van 1880 vergrootte de greep van de werkgevers op de koelies: op weglopen
stond gevangenisstraf en op het overtreden van regels lijfstraffen.
Toenemend westerse invloed
Door het liberalisme en de betere vervoers- en communicatiemiddelen nam het aantal Europeanen in Indië
enorm toe. De nieuwe Europeanen bleven Europeanen in alles: woningen, kledingen, eten, cultuur.
!!!
Europeanen en Indiers kwamen steeds meer met elkaar in aanraking: de afstand
tussen beide groepen werd door het superioriteitsgevoel steeds groter. De Indo-Europeanen
zochten aansluiting bij de Europeanen/Nederlanders .
De tijd rond 1900 wordt door de Nederlanders als tempo doeloe (de goede oude tijd) bestempeld. Meestal
vormen boeken en foto's het bewijsmateriaal dat die tijd zo mooi was. In werkelijkheid was Indië opgedeeld
in talloze groepen (Europeanen, Indi-Europeanen, Chinezen, Indiërs en vreemde Oosterlingen). Elke groep
KUSTER © LEIDEN 2007
32
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
had zijn eigen plek en rechten en plichten. Tempo Doeloe geldt dan ook voornamelijk voor de blanke
Europeanen.4A.
De tijd van de wereldoorlogen (1900-1940)
De wereld, Europa en Nederland, 1900-1960
Het nationalisme, het imperialisme, de industrialisatie zouden in 1914 uitmonden in de Eerste Wereldoorlog.
De oorlog en de vredes van 1918 creëerden nieuwe problemen: de communisten hadden in 1917 de macht
gegrepen in Rusland en Duitsland was door de Vrede van Versailles zo vernederd dat zij de situatie van
1918 nooit zou kunnen accepteren.
De VS waren uit WOI als één van de nieuwe grootmachten gekomen, maar wilden zich niet met de rest van
de wereld bemoeien. Toen in 1929 echter hun economie tijdens de beurskrach instortte, trokken zij de
gehele wereld in een economische crisis mee. De economieën stokten en werkeloosheid en armoede waren
een algemeen verschijnsel in Amerika en Europa.
De democratie kreeg de schuld van de algehele malaise. Agressieve nieuwe partijen wisten in Duitsland en
Italië een voet aan de grond te krijgen, terwijl in Azië Japan zich opmaakte om een wereldrijk te vestigen. In
1939 brak de Tweede Wereldoorlog uit. Japan wist geheel Zuid-Oost Azië te veroveren eer het land in 1945
door twee atoombommen op de knieën werd gedwongen. De Europeanen probeerden vanaf 1945 hun
kolonies te herstellen, maar werden door de lokale bevolking niet langer geaccepteerd. Tussen 1945 en
1960 werden de meeste kolonies zelfstandig: soms zonder en soms na een bloedige onafhankelijkheidsstrijd.
§ 4.1 Een ereschuld
§ 4.2 Irrigatie, emigratie en educatie
§ 4.3 Gezondheidszorg
§ 4.4 Onderwijs in de tropen
Kritiek en nieuwe gedachtes:
 E. Douwes Dekker en de Max Havelaar, 1860
KUSTER © LEIDEN 2007
33
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
Multatuli bekritiseerde de koloniale politiek, omdat niets werd gedaan om het welzijn van de Indiër
te bevorderen. Hij was eerder het slachtoffer van de politiek.
Multatuli had ook veel kritiek op de lokale Indische elite; hij vond dat zij de lokale bevolking
uitbuiten. Vele ambtenaren zouden tijdens de Ethische Politiek deze visie van Multatuli volgen.
 De voogdijgedachte van A. Kuyper, 1878
Nederland moest beschaving brengen in Indië; Nederland moest als voogd de onwetende Indiër
opvoeden (in de breedste zin van het woord).
 De ereschuld van C. van Deventer, 1899
Nederland heeft al eeuwen voordeel van de kolonie, maar heeft ook de plicht om goeds terug te
doen. Indië en zijn bevolking moeten van hun eigen rijkdom kunnen profiteren.
De Ethische Politiek, 1901-1942
Doel:
Indië moest uiteindelijk een zelfstandige positie ten opzichte van Nederland krijgen: opvoeding tot
zelfstandigheid. Nederlanders zouden meer gaan samenwerken (associatie): Nederland als leidende ouder
en Indië als het nog op te voeden kind.
Hoe:
 Financiële scheiding van kolonie en moederland
 Uitbreiding van het bestuur in de buitengewesten
 Opvoeding
Talloze ambtenaren probeerden het leven van de lokale bevolking door hen “op te voeden”. Dit
leidde tot een wildgroei in nieuwe departementen en regels. De opvoeding vond meestal plaats met
een Hollands vingertje (Paternalisme).
 Medezeggenschap
1. De decentralisatiewet van 1903 beoogde de de lokale bevolking inspraak te geven. Er kwam
echter bitter weinig van terecht.
KUSTER © LEIDEN 2007
34
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
2. In 1916 werd de Volksraad ingesteld. De Volksraad zou een adviserend parlement moeten zijn.
In 1925 kreeg de Volksraad medewetgevende bevoegdheden.
In de praktijk stelde het allemaal weinig voor:
o
De gouverneur-generaal benoemde 50% van de leden
o
De Volksraad kon de regering niet naar huis sturen, dus ging de regering met of zonder
toestemming van de Volksraad gewoon door met hetgeen zij wilde.
 Irrigatie, emigratie, educatie
Gouverneur-generaal Idenburg geloofde dat door irrigatie, emigratie en educatie het welzijn van de
lokale bevolking verhoogd kon worden:
o
Irrigatie: de landbouwopbrengsten verbeteren
o
Emigratie: Indiërs stimuleren dichtbevolkte gebieden te verlaten en elders in de archipel
opnieuw te beginnen (op plekken met nieuwe plantages en economieën)
o
Educatie: verspreiding van kennis over landbouw en produceren, zodat de opbrengsten
zouden stijgen.
De miljoenen van Deli
In 1902 bleek wederom in een artikel met de naam “de miljoenen van Deli” hoe slecht het gesteld was met
de levensomstandigheden van de koeloes te Deli. Een onderzoek in opdracht van de overheid o.l.v. J.
Rhemrev bevestigde het artikel.
Langzaamaan greep Den Haag in:

1902 meer bevoegdheden voor politie en bestuur

1907 instellen van een Arbeidsinspectie

1931 afschaffen van de poenale sanctie (onderdeel van de koelie-ordonnantie
 Gezondheidszorg
De gezondheidszorg was in handen van de missie (kath.) en de zending (prot.). Hoewel zij
menigmaal in conflict kwamen met de lokale Islam stichten zij waar zij konden scholen,
ziekenhuizen, vaccineerden zij en gaven medische en hygiënische voorlichting.
R.A. Kartini
KUSTER © LEIDEN 2007
35
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
Deze Javaanse regentendochter streed haar leven voor het afschaffen van het gedwongen huwelijk en voor
invoering van meisjesonderwijs. Na haar dood werd de Kartinivereniging opgericht, die op talloze plekken in
Indië meisjescholen oprichtte. Kartini werd een symbool van Indische vrouwenemancipatie.
 Onderwijs in de tropen
De kern van de ethische politiek was het opvoeden van de Indiërs. Voor dit opvoeden was
onderwijs een cruciaal punt: talloze soorten onderwijs ontstonden in Indië na 1901:
 Europees onderwijs
De Nederlanders en de lokale elite stuurden hun kinderen naar het Europese onderwijs.
 Hollands-Indische School
Kinderen van minder rijke ouders (Indische middenklasse) volgden de Hollands-Indische
School. De besten namen vervolgens deel aan het Europese onderwijs.
 Technische Hogeschool te Bandoeng
Oprichting van hoger onderwijs in Indië.
 Desaschooltjes
In de dorpen volgden kinderen lessen in eigen taal: het onderwijs was aangepast aan het
platteland en de plattelanders.
Het analfabetisme nam af en het onderwijs maakte de Indiërs kritischer. Zij gingen zichzelf vragen
stellen  basis van het nationalisme.
De grote MAAR bij de Ethische Politiek:
De Nederlanders wilden de Indonesiërs opvoeden naar zelfstandigheid, maar de Indonesiërs werden nog
steeds als minderwaardig gezien. Ze hadden zelf geen rol in de opvoeding en de Nederlanders noemden
geen tijdstip van zelfstandigheid (dan kon nog wel honderden jaren duren!!
§ 4.5 De grote crisis
Indië, 1900-1930
De kolonie europeaniseerde in snel tempo:

invloed van de westerse bedrijven

onderwijspolitiek (meer onderwijs en hoger onderwijs)
KUSTER © LEIDEN 2007
36
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS

de Indische elite en middenklasse pasten hun levensstijl aan de Europeanen aan

enorme economische groei
Crisis
De bloeiende Indische exporteconomie stortte in 1929/1930 compleet in toen de wereldwijde economische
crisis begon en de landen hun grenzen voor buitenlandse exportproducten sloten. Indië had geen andere
economieën op terug te vallen; haar economie was te eenzijdig. De lonen daalden of de werknemers werden
ontslagen: massawerkloosheid en armoede als gevolg.
In 1933 greep H. Colijn in met de aanpassingspolitiek:

het liberalisme werd gedeeltelijk losgelaten en overheid ging de economie weer leiden

lonen en prijzen moesten dalen

men produceerde wat gevraagd werd

omdat de belastinginkomsten in Indië drastisch waren afgenomen, startte Colijn een
bezuinigingspolitiek (salarissen)
Negatieve gevolgen van de aanpassingspolitiek:

Nederlandse producten werden beschermd tegen Indische producten

Exportproducten werden duurder, terwijl importproducten goedkoper werden.

Nederland hield vast aan de Gouden Standaard (koppeling van de gulden aan de
goudwaarde), waardoor de gulden duurder was dan andere munten (export daalde).Pas na het
loslaten van deze standaard in 1936 wist de economie zich enigszins te herstellen.
De muiterij op de Zeven Provinciën, 1933
Op 4 februari beginnen de matrozen (Indisch en Nederlands) een muiterij als voor de zoveelste keer de
salarissen worden verlaagd. Het protest wordt de kop ingedrukt door een vliegtuigbom op het schip te
werpen: 23 doden als gevolg. Na dit incident krijgt de Indische overheid verregaande bevoegdheden om
onlusten of anti-Nederlandse acties met geweld de kop in te drukken. Met harde hand keerde de rust terug.
KUSTER © LEIDEN 2007
37
HAVO5
DIKTAAT
KUSTER © LEIDEN 2007
GESCHIEDENIS
38
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
Petitie Soedardjo, 1936
De Volksraad bekritiseerde de bezuinigingsronde van Colijn en het wegwuiven van de Indische bezwaren
door Nederland. In 1936 werd een petitie van Soedardjo door de Volksraad aangenomen. Men verzocht een
conferentie tussen Indië en Nederland om gezamenlijk binnen 10 jaar een bepaalde vorm van
onafhankelijkheid voor Indië vast te stellen. Het Nederlandse kabinet en parlement wees zonder alternatief
het voorstel van de hand.
§ 4.6 Nationalisme
Het ontstaan van het nationalisme:

Scholing (de Indiër werd kritischer)
Met name hoogopgeleiden maakten kennis met de Europese gedachten van vrijheid en
zelfbestuur.

Voorbeeldfiguren en voorbeeldlanden
o
Japan wist in 1905 Rusland te verslaan (een Aziatisch land won van een Europees
land)
o

In Brits-Indië (= India) wist Gandhi succesvol oppositie te voeren tegen de Engelsen.
Inspraakorganen (Volksraad ed.)
In inspraakorganen raakten Indiërs gewend aan het meepraten over hun land; alleen werd er
amper naar hen geluisterd. Konden zij het zelf niet beter af?
Indische nationalistische organisaties:
Boedi Oetomo (het schone streven), 1908
➢ Javaanse beweging: streefden bewustwording na
➢ Geloofden in samenwerking met de Nederlanders
Sarekat Islam (islamitische vereniging), 1912
➢ Eisten een snelle invoering van het zelfbestuur
KUSTER © LEIDEN 2007
39
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
➢ Nederland reageerde redelijk positief om de Sarekat Islam; de blanke Indiërs vonden het al het stap
te ver.
Partai Kommunis Indonesia (PKI), 1920
➢ Communistische partij, die een klasseloze samenleving en het einde van de kolonie nastreefden.
➢ In 1926/1927 startte de PKI een opstand op Java
➢ De overheid greep hard in, verbood de partij en verbande de leiders naar Boven-Digoel (een
strafkamp)
Partai Nasional Indonesia (PNI), 1927
➢ Eisten onafhankelijkheid voor Indonesië: zij zagen de inwoners van de hele archipel als 1 volk!
Leus: één vaderland, één taal, één natie.
➢ Leiders: A. Soekarno, M. Hatta en S. Sjahrir
➢ Door massale actie en door te weigeren samen te werken (non- coöperatie) met de Nederlanders
zou de onafhankelijkheid snel bereikt worden.
➢ De Nederlandse overheid greep hard in: de partij werd verboden, de leiders opgepakt en
verbannen.
De spagaat
De Nederlandse overheid bleef vasthouden aan de Ethische Politiek: de Indiërs opvoeden voor
zelfstandigheid. Alleen kon deze opvoeding nog heel lang duren, want de Indiërs waren immers nog lang
niet rijp om zelfstandig te kunnen functioneren. Verder was deze opvoeding een Europese opvoeding: de
Europese cultuur was superieur en de Indiërs moesten wel goed luisterde.
Indiërs die dachten dat ze al rijp voor zelfstandigheid waren, hadden het bij het verkeerde eind. Als men
probeerde met geweld de zelfstandigheid te verkrijgen dan greep Nederland hard in.
KUSTER © LEIDEN 2007
40
HAVO5
4B.
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
De tijd van de wereldoorlogen (1940-1949)
§ 4.7 De Tweede Wereldoorlog (1940-1945)
september 1939
Met de aanval en verovering van Polen door Duitsland is de Tweede
Wereldoorlog in Europa begonnen.
februari 1940
De Volksraad dient opnieuw een “petitie Soetardjo” in. ; G.-G. Van Starkenborgh
Stachouwer verwerpt de petitie in alle toonaarden.
mei 1940
Nederland wordt door Nazi-Duitsland overrompelt en bezet. Koningin en regering
vluchten naar Engeland. Indië reageert verslagen, maar hoopt dat de regering in
ballingschap zich wat soepeler ten aanzien van het Indische nationalisme zal
opstellen.
december 1941
Met de aanval van Japan op Pearl Harbor ontvlamt de Tweede Wereldoorlog in
de Stille Oceaan. De Japanners beginnen hun aanval op Zuid-Oost-Azië.
januari 1942
De Japanse aanval op Nederlands-Indië begint
februari 1942
De Japanse vloot vernietigt de Nederlandse vloot in de Javazee.
maart 1942
Het KNIL geeft zich aan de Japanners over. Op enkele eilanden (uithoeken van
de archipel) wordt doorgevochten.
KUSTER © LEIDEN 2007
41
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
Indië ten tijde van de Japanse bezetting

De snelle nederlaag van de Nederlanders (en Britten en Amerikanen) vernietigt het beeld van
de superieure blanke Europeanen.

De Japanners stimuleren het Indische nationalisme
-
antiwesterse propaganda
-
de Nederlandse ambtenaren en bestuurders worden vervangen door Indische ambtenaren
en bestuurders
-
Soekarno wordt de officiële vertegenwoordiger van het Indonesische volk. Hem wordt
beloofd dat Indonesië onafhankelijk zou mogen worden.

Indonesië wordt door Japan (net als door Nederland) gebruikt:
-
de grondstoffen zijn hard nodig voor de oorlog
-
Soekarno roept de Indonesiërs op als dwangarbeiders (romusha's) voor Japan te werken.
-
de pro-Japanse stemming verandert gedurende de oorlog als snel als de bevolking inziet
dat zij ook nu weer gebruikt en misbruikt worden.

-
De Nederlanders
de militairen worden te werk gesteld in krijgsgevangenkampen (denk aan de Burmaspoorlijn)
-
kinderen en vrouwen (Nederlanders en de Indische-Nederlanders ) komen in
interneringskampen terecht (de “Jappenkampen”).
-
het leven is hard en zwaar: tienduizenden (Indische-)Nederlanders sterven in de
gevangen- of interneringskampen.
KUSTER © LEIDEN 2007
42
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
§ 4.8 De onafhankelijkheidsstrijd (1945-1949)
mei 1945
Onvoorwaardelijke overgave van Duitsland. Einde van WOII in Europa
6 augustus 1945 Hiroshima vernietigt door A-bom
7 augustus 1945
Japan laat Soekarno weten dat Japan bereid is op 18 augustus de soevereiniteit
aan de nationalisten over te dragen
9 augustus 1945 Nagasaki vernietigt door A-bom
15 augustus 1945 Onvoorwaardelijke overgave van het Japanse leger
17 augustus 1945
Soekarno en Hatta roepen de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesië uit.
2 september 1945 Onvoorwaardelijke overgave van Japan. Einde van WOII.
Bersiap-periode (augustus 1945-mei 1946)
De eerste 9 maanden na de Japanse capitulatie verkeerde de kolonie is een complete staat van chaos:

er arriveerden Engelse troepen, maar die wilden zich niet bemoeien met een ruzie tussen
nationalisten en kolonisator.

de Nederlanders in de kampen hadden geen idee wat er buiten de kampen gebeurd was
en veronderstelden dat zij het leven van voor 1942 weer konden oppakken.
KUSTER © LEIDEN 2007
43
HAVO5
DIKTAAT

GESCHIEDENIS
de nationalisten zagen in de chaos (en het wegvallen van het gezag) kans om de macht
te grijpen: met name de pemoeda's probeerden met geweld de kolonie van de
Nederlanders te ontdoen.
Spotprenten m.b.t. de periode 1945
KUSTER © LEIDEN 2007
44
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
Impasse
De nationalisten:

wilden een erkenning van de Republiek Indonesia
De Nederlanders wilden:

het koloniale gezag herstellen
KUSTER © LEIDEN 2007
45
HAVO5
DIKTAAT

GESCHIEDENIS
over een wijziging van de gezagsstructuren zou dan gesproken kunnen worden (zoals
Wilhelmina in de zgn. 7-decemberverklaring in 1942 al had genoemd)

met Soekarno weigerde men te spreken; hij had immers met de Japanners samengewerkt
Het Nederlandse gezag was te zwak om de nationalisten uit te schakelen, zodat er toch gesprekken tussen
Nederland en de Republiek Indonesië gaan plaatsvinden.
1946 Akkoord van Linggadjati
Nederland en de Republiek Indonesië sluiten een compromis:

De Republiek Indonesië krijgt het gezag over Java, Sumatra en Madoera

Naast de Republiek Indonesië worden nog twee deelrepublieken gevormd: Borneo en OostIndie.

De drie deelrepublieken vormen samen de Verenigde Staten van Indonesië (een federatie).

De Verenigde Staten van Indonesië en Nederland vormen samen een staatsrechtelijke unie.
KUSTER © LEIDEN 2007
46
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
Zowel Nederland als de Republiek Indonesië zagen niets in het Akkoord en snel begon beiden zijden het
Akkoord te saboteren.
Nederlandse sabotage:

het akkoord was zo vaag opgesteld dat Nederland erin kon lezen wat zij wilde

Nederland wilde eigenlijk nog steeds terugkeren naar de situatie van voor 1942; zij had
Indonesië hard nodig om te herstellen van de vernielingen van WOII

Nederland wilde militair ingrijpen om de situatie te herstellen en stuurde in de loop van 19461947 150.000 militairen naar de archipel
Indonesische sabotage:

Middels guerrilla-acties probeerden de nationalisten hun gezag ten koste van de Nederlanders
te vergroten.
KUSTER © LEIDEN 2007
47
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
De eerste Politionele Actie (operatie Product)

juli-augustus 1947

Nederland probeert met geweld zijn kolonie terug te krijgen (het was immers haar
grondgebied). Met name de uitvoer van producten weer op gang brengen was essentieel voor
het moederland.
Nederland weet grote delen van de archipel weer onder haar gezag te krijgen, maar slaagt er niet in de
Republiek Indonesië uit te schakelen. Langzaamaan begint de internationale gemeenschap (VN en VS)
kritiek te uiten op het Nederlandse optreden in Indonesië.
Wederom gesprekken (augustus 1947-december 1948)
Gesprekken tussen Nederland en de Republiek Indonesië leidden tot nieuwe afspraken, die beide kampen
niet willen en kunnen accepteren. Impasse.
De Tweede Politionele Actie

december 1948-januari 1949

De acties zijn een succes: de nationalistische hoofdstad Djokjakarta wordt ingenomen en de
nationalistische leiders (Hatta en Soekarno) opgepakt.

Onder binnenlandse druk (verdeeldheid) en internationale druk staakt Nederland de tweede
politionele actie:
- de VN veroordeelt het Nederlandse optreden
- de VS dreigt de Marshallhulp aan Nederland te staken
De Rondetafelconferentie 1949
Nederland droeg op 27-12-1949 de zelfstandigheid over aan Indonesië: de soevereiniteitsoverdracht.
KUSTER © LEIDEN 2007
48
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
Politioneel?
Nederland heeft het optreden in Indië altijd politionele acties genoemd. Het gebied was immers van haar en
men trad op om de rust te herstellen. We zouden dit optreden (het was immers het leger en niet de politie)
rustig een dekolonisatieoorlog kunnen noemen. De naam politioneel klinkt echter mooier en minder erg (dan
Nederland werkelijk in Indië deed).
Je kunt je afvragen of deze termen onderhands niet vervangen dienen te worden. Of is Nederlands geweld
mooier en minder erg dan ander geweld?
5.
Van Nederlands-Indië naar Indonesië
(1949-1963)
De wereld, Europa en Nederland, na 1945
In 1945 waren er nog twee grootmachten over: de VS en de SU. Al snel raakten deze twee grootmachten
verwikkeld in een strijd over hoe de naoorlogse wereld eruit zou moeten zien: de KOUDE OORLOG. De VS
zagen graag een kapitalistische en democratische wereld; de SU een communistische wereld. Langzaam
raakte de hele wereld betrokken in deze strijd en werd de wereld in twee kampen opgedeeld.
1945-1947
Europa wordt verdeeld in een communistisch Oost-Europa en een kapitalistisch WestEuropa.
1947
De VS verklaart in de zgn. Trumandoctrine dat de communistische dreiging / opmars
gestaakt moet worden: de containmentpolitiek. Beide blokken beginnen militaire
bondgenootschappen op te richten (NAVO, 1949 / Warschaupact 1955).
KUSTER © LEIDEN 2007
49
HAVO5
DIKTAAT
1948-1950
GESCHIEDENIS
De Koude Oorlog verspreidt zich naar Azië:

China wordt communistisch

Nationalistische groepen eisen in India, Vietnam en Indonesië de macht op.
De VS is bang dat de nationalistische groepen zouden kiezen voor het communisme.
Armoede was immers een goede voedingsbodem om communistisch te worden. Door de
komst van meer communistische landen zou het evenwicht verstoord worden en de VS
niet meer kunnen handelen met deze gebieden.
§ 5.1 Obstakels voor de nieuwe staat
§ 5.2 Natievorming
Op 7 december 1949 vond de soevereiniteitsoverdracht plaats en begonnen Nederland en Indonesië aan een
nieuwe periode.
Nederlandse ideeën en illusies

Nederland geloofde dat zonder Indië zij economisch niet levensvatbaar zou kunnen zijn: “Indië
verloren, rampspoed geboren”. De Nederlandse economie heroriënteerde zich echter compleet
na de oorlog, zodat van zichtbare negatieve gevolgen geen sprake was.

Nederland bleef geloven in de voogdijgedachte: zij zouden de Indonesiërs moeten opvoeden en
leiden. De Indonesiërs zaten daar na 1949 absoluut niet op te wachten.

Nederland bleef de Unie tussen beide landen benadrukken en koesteren: Nederland stuurde
geen ambassadeur maar een “Hoge Commissaris”.

De leiders van Indonesië blijven een slechte pers houden in Nederland: zij hadden immers met
de Japanners samengewerkt en waren de reden dat Nederland haar geliefde Indië had
verloren.
KUSTER © LEIDEN 2007
50
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
De opbouw van Indonesië
Soekarno had in 1945 bij het uitroepen van de onafhankelijkheid ingezet op: nationalisme, menselijkheid,
democratie en sociale rechtvaardigheid. Deze beginselen bleken in de jaren '50 al snel onder druk te komen
staan:

Economische problemen
o
de Indonesische economie was kwetsbaar en zeer afhankelijk van internationale
prijzen

o
in 1949 had Indonesië beloofd de schulden aan Nederland te betalen
o
een enorme bevolkingsgroei
Natievorming
Soekarno probeert de verschillende volkeren op al die eilanden een gezamenlijke identiteit te
geven. Het creëren van een gezamenlijke vijand: Nederland vormde daarin een belangrijk
bestandsdeel.

Politieke problemen
De Indonesische democratie liep al snel vast:
o
corruptie door een enorm ambtenarenapparaat
o
niemand was bekend en gewend te werken in een democratie
o
Soekarno holde met behulp van het leger de democratie steeds verder uit (politieke,
militaire en economische bevoegdheden komen in zijn persoon samen). In 1959
ontbindt Soekarno het parlement en begint
een “geleide democratie” onder zijn
leiding.
De scheiding van Nederland en Indonesië
KUSTER © LEIDEN 2007
51
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
Ondanks alle mooie beloften in 1949 en samenwerkingsideeën scheidden de wegen van Nederland en
Indonesië zich in de jaren '50:
o
Culturele en persoonlijke scheiding:
 Repatriatie van meer dan 100.000 Nederlanders
Sindsdien een Indische subcultuur in Nederland.
o Politieke scheiding:
 1950 De federatie (Verenigde Staten van Indonesië) wordt opgeheven en Indonesië wordt
een eenheidsstaat onder leiding van de nationalisten ( Soekarno).
 1956Indonesië zegt de Unie met Nederland op
o Economische scheiding
 1958 Alle Nederlandse bedrijven worden genationaliseerd: komen in
Indonesische handen. Met name de Indonesische economie leidt onder deze nationalisatie.
Eind jaren '50 waren alle economische en politieke banden tussen Nederland en Indonesië doorgesneden.
§ 5.3 De Molukse kwestie
Probleem:
Een deel van de inwoners van de deelrepubliek Oost-Indië waren Molukkers. Deze Molukkers waren in de
loop van de eeuwen vereuropeaniseerd. Een gedeelte was christelijk en velen hadden voor de Nederlanders
gewerkt: met name het KNIL kende veel Molukkers. De Molukkers keken met argusogen toen Soekarno in
de loop van 1950 de eenheidsstaat Indonesië aan het creëren was.
Gebeurtenis

Toen in het voorjaar van 1950 Oost-Indie zich bij de eenheidsstaat Indonesië aansloot,
weigerden de Molukkers daar deel van uit te maken.

Op 25 april 1950 riepen de Zuid-Molukkers de Republik Maluku Selatan (de Vrije Republiek
der Zuid-Molukken: de RMS) op Ambon uit.
KUSTER © LEIDEN 2007
52
HAVO5
DIKTAAT

GESCHIEDENIS
De RMS verwachtte steun van de Nederlanders te krijgen, omdat Indonesië de afspraken van
1949 schond.
Gevolgen

Soekarno stuurde met succes het leger om de Molukse afscheiding ongedaan te maken.

Tijdens deze Molukse kwestie moesten de KNIL-soldaten ontwapend worden. Het Nederlandse
kabinet haalde deze soldaten naar Nederland om problemen in Indonesië te voorkomen.

Gevluchte Zuid-Molukkers en oud-KNIL-ers richtten in Nederland de RMS-regering in
ballingschap op.

De Molukkers in Nederland raakten ernstig verbitterd: a. Nederland hielp hen niet in hun
onafhankelijkheidsstrijd en b. de behandeling van de Molukkers door Nederland liet ernstig te
wensen over.

In de jaren '70 zouden Molukkers uit verbittering en als een hulpkreet middels een aantal
acties (treinkaping en bezetting van een basisschool) de aandacht op zich vestigen.

Nog altijd is de Molukse kwestie een open wond in de Nederlandse geschiedenis.
§ 5.4 De kwestie Nieuw-Guinea
Probleem

In 1949 was besloten dat het eiland Nieuw Guinea buiten de soevereiniteitsoverdracht werd
gehouden. Het eiland zou tijdelijk in Nederlandse handen blijven.

Nederland las het woordje tijdelijk als blijvend, zodat wij toch nog meetelden en nog een
kolonie hadden. In de jaren '50 kwam een beschavingsoffensief op gang: Nederland voedde
de Papoea's op tot goede burgers. Het was de bedoeling op Nieuw-Guinea op een gegeven
moment zelfstandig te maken

Voor Soekarno betekende een stukje Nederland in de archipel dat de eenheidsstaat Indonesië
nog niet af was. Tevens gebruikte hij Nieuw-Guinea om het volk van de binnenlandse
problemen af te leiden.
Gebeurtenis
 1958 Oplopende irritaties tussen Nederland en Indonesië op.
KUSTER © LEIDEN 2007
53
HAVO5
DIKTAAT
GESCHIEDENIS
 1960 Indonesië zegt de diplomatieke relaties met Nederland op
 1962 Indonesië stuurt troepen naar Nieuw-Guinea (er vallen een aantal doden)
 1962 De VS grijpt in en Nieuw-Guinea wordt aan de VN overgedragen
 1963 Nieuw-Guinea wordt aan Indonesië overgedragen
Gevolgen

Nederland raakt het laatste stukje kolonie in de Oost kwijt.

De Papoea's krijgen geen macht over hun eigen gebied. Het Indonesische leger wordt
meermalen ingezet als de Papoea's niet willen luisteren.
Nederland en Indonesië: een moeilijke relatie 1963-heden
De relatie tussen Nederland en Indonesië blijft er door het moeilijke verleden eentje van ups and downs:
 1963
Diplomatieke banden worden hersteld
 1970
Bezoek van Soeharto (opvolger van Soekarno) aan Nederland
 1971
Bezoek van Juliana en Bernhard aan Indonesië
 70's
Kritiek van Nederland op het gebrek aan democratie en
mensenrechten
in
Indonesië
 1992
Indonesië weigert ontwikkelingshulp van Nederland: men is de
Nederlandse kritieken beu
 90's
Het bezoek van Poncke Princen (een Nederlander die in 1948 naar
Indonesische kant is overgelopen en sinds de jaren '50 een voorvechter voor
mensenrechten is) leidt in Nederland tot felle discussies: mag hem de toegang tot
Nederland worden geweigerd).
KUSTER © LEIDEN 2007
54
Download