Welkom bij Dalton Magazine Debatteam pakt

advertisement
Dalton Magazine
Nieuws voor ouders en leerlingen van
Scholengemeenschap Dalton Voorburg
juli 2015
Welkom bij Dalton Magazine
Hierbij een terugblik in tekst en beeld op enkele hoogtepunten van het afgelopen half (lustrum)jaar. De
Redactie van Dalton Magazine wenst iedereen een fijne vakantie en alvast een goede start in het nieuwe
schooljaar!
Debatteam pakt Wolfert Debat Bokaal
Ons debatteam heeft met succes de titel verdedigd bij het Wolfert Debat Festival.
Na in de poulefase de teams van het Emmauscollege, het Wolfert Lyceum en het
Melanchton verslagen te hebben, moesten we het in de finale opnemen tegen het
Gymnasium Novum. Na een spannende en goede finale wees de jury ons team als
winnaar aan en mocht de beker voor de tweede achtereenvolgende keer mee naar
het Dalton.
Geslaagd!
Alle geslaagde examenkandidaten van harte gefeliciteerd! Samen hebben we weer
mooie resultaten behaald: VMBO 99% geslaagd, HAVO 89% geslaagd en VWO 88%
geslaagd. Wij feliciteren in het bijzonder Layli Behtash die alsnog geslaagd is!
Na de examens werden de leerlingen ontvangen voor een feestelijk diner
in het exclusieve restaurant het het Dalton, Chez Scorpio
Individualiteit als
Column van de rector
hinderlijke factor?
Van massaproductie naar maatwerk
De voorzitter van de VO-Raad, Paul
Rosenmöller heeft de knuppel in het
hoenderhok gegooid. Hij eist van de
politiek op korte termijn regelgeving voor
het zogenaamde ‘maatwerkdiploma’. De
schotten tussen VWO, HAVO en VMBO
moeten weg: doe examen in je goede
vakken op het hoogst haalbare niveau en
je andere vakken op een lager niveau.
Ook vindt Rosenmöller dat slimme
VWO’ers niet in zes maar in vijf jaar hun
diploma zouden moeten kunnen halen.
Een woordvoerder van staatssecretaris
Sander Dekker heeft laten weten dat hij
juist een voorstander is van meer
maatwerk in het onderwijs, maar dat er wel
goed gekeken moet worden naar de
aansluiting van het voortgezet onderwijs
op het vervolgonderwijs.
Meer maatwerk dus, maar wat is de
huidige realiteit?
Het 5-jarige VWO-traject
In december 2014 waren afdelingsleider
Ben Wester en ik aanwezig op een
bijeenkomst op het Ministerie van
Onderwijs over het 5-jarige VWO-traject.
Samen met zo’n 15 andere VO-scholen
hebben wij toen met de ambtenaren en
met Sander Dekker gesproken. Omdat de
wet voor het VWO een 6-jarig traject
voorschrijft, waren de ambtenaren op zoek
naar scholen die in een experiment willen
deelnemen om in de onderbouw een 2jarig traject aan te bieden. De school zou
deze excellente leerlingen dan in een
aparte klas moeten zetten! De meeste
scholen reageerden afwijzend, want het 5jarige VWO-traject was eigenlijk al een feit:
ook in onze school laten we excellente
VWO-leerlingen een klas overslaan (klas 2
of 3 en één leerling heeft zelfs ooit klas 5
overgeslagen). Dat is echt individueel
maatwerk. Het idee van aparte klassen
voor de excellente leerlingen is voor de
meeste scholen een vorm van ‘oud’
denken. Immers, dan krijgen leerlingen
weer allemaal hetzelfde ‘voorgeschoteld’.
Bovendien kost het extra geld en dat
krijgen de scholen niet. Ontgoocheld
verlieten de meeste scholen het Ministerie.
Vakken op hoger niveau
Onze school biedt de leerling al de
mogelijkheid om één of meer vakken op
een hoger kwalificatieniveau te volgen en
af te sluiten in plaats van het
overeenkomstige vak van de VMBOtheoretische leerweg of de havo. Zo zijn er
bij ons leerlingen die Engels, Nederlands
of zelfs scheikunde op een hoger niveau
hebben afgesloten. Op hun cijferlijst bij het
HAVO-diploma staat dit dan vermeld.
Rosenmöller gaat een stap verder, het
diploma zelf moet een gemengd diploma
worden. Waarom? Om verspilling van
talent tegen te gaan. Door de huidige
regelgeving (de verscherpte slaagnormen
m.b.t. de kernvakken en de rekentoets)
bepaalt het zwakste vak het te behalen
diploma. Een dyslectische leerling met een
eindcijfer 4 voor Engels kan niet meer
naar de TU in Delft alhoewel hij voor de
exacte vakken gemiddeld een 8 staat.
Andersom is een 4 voor het verplichte vak
wiskunde in het VWO een belemmering
voor een talenstudie. Om over de
rekentoets maar te zwijgen: ook hier wordt
de leerling gedetermineerd op basis van
één toets (Rekenen is nog steeds geen
officieel vak, maar je mag de toets nu wel
4 keer afleggen….).
Ook hier bewijst staatssecretaris Dekker
een lippendienst aan de uitspraak van
Rosenmöller: hij is een voorstander van
meer maatwerk, maar ondertussen is zich
een ramp aan het voltrekken in alle
scholen in Nederland. Leerlingen stromen
eerder af naar een lager niveau dan dat zij
opklimmen naar een hoger niveau. Want
als je als leerling een of meer vakken op
een hoger niveau mag doen, dan krijg je
nog steeds geen toegang tot de door jou
geambieerde studie. Op die manier kan je
het ambitieniveau van leerlingen niet
stimuleren.
De toekomst:
gepersonaliseerd leren
Op de meeste scholen in Nederland wordt
individualiteit nog steeds als een
hinderlijke factor gezien. Wanneer wordt
het talent van leerlingen eens serieus
genomen? Waar zit de weerstand?
Als je pleit voor condities waarin de
natuurlijke talenten van leerlingen tot bloei
kunnen komen, dan is er in dit land een
radicale shift van gestandaardiseerde
klassen naar leren op maat noodzakelijk.
De vaste structuur van lessen en
jaargroepen is daarbij een belemmering.
Daarom is de knuppel in het hoenderhok
zo welkom en heeft Rosenmöller inmiddels
bijval gekregen van prof. dr. Alexander
Rinnooy Kan, die op 27 maart j.l. de
Kohnstamm-lezing hield aan de
Universiteit van Amsterdam. In zijn lezing
betreurt hij dat er zoveel talent in
Nederland verspild wordt. Oorzaak is de
scherpe selectie bij de overstap van basisnaar voortgezet onderwijs. Dat benadeelt
laatbloeiers. Hij bepleit daarom voor een
middenschool naar Fins of Amerikaans
model: alle jongeren in de onderbouw bij
elkaar met een later keuzemoment voor
het niveau van de examenvakken. Door te
werken met vakken op verschillende
niveaus kunnen snelle en langzame
leerlingen prima bij elkaar zitten, aldus
Rinnooy Kan.
Daltonscholen zijn niet bang voor de
toekomst of beter gezegd: tegen de
regelgeving uit Den Haag in trachten wij
die toekomst al te realiseren, trouw aan de
uitspraak van Helen Parkhurst, de
grondlegster van ons daltononderwijs:
"In the old days the student went to school
to get what the school had to offer him:
now he goes to school to satisfy a definite
need for self-development"
Helen Parkhurst - Education on the Dalton
Plan, 1922
Paul Hendriks
rector
Voor het voetlicht
Talent achter de schermen
De hoofdrolspelers van een musical krijgen het applaus en de bloemen, maar waar
zouden ze zijn zonder de grimeurs, de toneelknechten, de naaisters, de muzikanten
of de choreograaf? Nergens toch? Daarom haalt Dalton Magazine nu eens de
leerlingen achter de schermen voor het voetlicht. We spraken met een aantal
leerlingen die meewerkten aan de musical "Het vuur van Alladin".
Janneke, Carlijn, Eva, Lucas en Kimberly
zijn druk bezig met de doorloop voor de
musical ‘Het vuur van Alladin’. Kostuums
worden aan een kritisch blik onderworpen
en aangepast, de schema’s voor belichting
en het gordijn in het hoofd geprent, muziek
en dans worden bijgeschaafd. Iedereen
heeft er zin in; datgene waar ze al
maanden naar toe leven krijgt eindelijk
vorm: een spetterende voorstelling vóór en
dóór leerlingen.
In totaal werken zo’n 45 leerlingen aan
deze productie. De helft als acteur of
danser, de andere helft achter de
schermen. Het is rijp en groen door elkaar:
jonge danseressen naast ervaren
ouderejaars, ‘prille’ muzikanten naast
doorgewinterde bandleden. Het is dé plek
om talent te ontwikkelen én… om lol te
hebben. Daar zijn de leerlingen het
allemaal over eens: ze hebben samen erg
veel lol.
Kimberly Franken (5H) maakt en
vermaakt de kostuums. Ze doet dat nu al
drie jaar. Bijzonder vond ze dat ze een
paar keer kleding mocht uitzoeken bij het
Nationaal Toneel. “Ik werd drie jaar
geleden benaderd door Harry van Noord,
de productieleider. Hij had gehoord dat ik
goed kon naaien. Misschien dat ik mij ook
zelf zou hebben aangemeld, maar zeker
weet ik dat niet. Het leuke eraan is om de
acteurs te helpen ‘vormgeven’ en ze te
zien hoe alle verschillende dingen
uiteindelijk één geheel vormen.
Ik handwerk al vanaf mijn tiende en na
mijn eindexamen ga ik de
coupeuseopleiding in Amsterdam volgen.
Of ik dezelfde keuze zou hebben gemaakt
zonder deze ervaring? Misschien wel. Ik
heb overwogen de kunstacademie te gaan
doen, maar ik kies toch voor een opleiding
die echt is gericht op handwerken en
naaien. Daar is ook nog veel werk in te
vinden. Ik heb binnenkort nog wel een
toelatingsgesprek. Het is fijn dat ik door
school nu dus een aardig portfolio heb
opgebouwd.”
Lucas Mittendorff (3VM) speelt pas sinds
anderhalf jaar gitaar. Hij was blij verrast
dat hij toch werd uitgekozen voor de band.
Hij is razend enthousiast: “Ik vind het erg
leuk om met z’n allen iets te bereiken.
Daardoor doe je extra je best. En we
lachen heel wat af. De band speelt
eigenlijk boven mijn niveau, maar ik ben
de laatste tijd erg vooruit gegaan. Ik
hoorde pas dat ze er geen spijt van
hebben dat ze mij hebben binnengehaald.
Daar ben ik erg trots op. Ik was eerst erg
onzeker, maar het gaat nu veel beter.”
Carlijn Kortekaas (4H) besloot vorig jaar
om professioneel danseres te worden, na
het dansen in de schoolmusical. Ze neemt
nu lessen en oefent dagelijks fanatiek. Ze
is een laatbloeier en ze krijgt van van
school alle hulp en steun om haar droom
waar te maken. “Harry van Noord helpt me
ervoor te gaan en om door te zetten en in
mijzelf te geloven. Daar ben ik heel
dankbaar voor.”
Behalve dat Carlijn danst en zingt in de
musical maakte ze een aantal
choreografieën. “Dat betekent veel
organiseren en regelen. Ondanks dat het
druk en vermoeiend is, is het een
geweldige kans om mij te uiten en te laten
zien wat ik kan. Het werken achter de
schermen heeft mij een andere kant van
het productieproces van een musical laten
zien. Daardoor ben ik weer een ervaring
rijker.”
Janneke Stofmeel en Eva Fieira (3H) zijn
de regelaars achter de schermen, zeg
maar de vrouwelijke toneelknechten. “Wij
doen de kaartverkoop, zorgen voor licht en
gordijnen, zetten de spullen klaar, helpen
met op - en afbouw en verder
alles wat nodig is. Janneke (l.)
doet het nu voor de tweede
keer, Eva (r.) voor de eerste
keer. “Ik heb Harry gewoon
een mailtje gestuurd met de
vraag of ik mee kon helpen”,
vertelt Eva. “Het leek me leuk
om deel uit te maken van iets
groots en het is ook gezellig
om het samen met Janneke te
doen.”
Beiden: “Het is mooi om te zien
hoe de acteurs groeien in hun
rol en op den duur ook losser
met hun teksten omgaan. Omdat wij alles
moeten regelen, kennen we de productie
door en door, tot aan de liedjes aan toe.
Dus alle foutjes of wijzigingen horen wij
direct. Tips voor deze functie? Je moet
goed kunnen communiceren, regelen en
samenwerken. Wat ons betreft zijn we er
volgend jaar weer bij!”
Van de decanen
Wat doet de JGZ voor u en uw kind?
Aan onze school is een jeugdarts/schoolverpleegkundige verbonden. Haar naam is Tamara
Martina. In deze bijdrage van de JGZ (jeugd gezondheids zorg) leest u wat zij zoal doet.
Opgroeien van baby naar tiener, daar
komt heel wat bij kijken. JGZ geeft advies
over de verzorging, gezondheid en
opvoeding van kinderen en jongeren. En
we geven op de juiste momenten
vaccinaties die beschermen tegen
ziekten.
U kunt altijd met uw kind bij ons terecht,
of het nu om alledaagse vragen gaat of
om grote zorgen. De diensten van JGZ zijn gratis, met uitzondering van sommige cursussen
en themabijeenkomsten.
Gezondheidsonderzoek onderbouw
In klas 1 of 2 heeft de jeugdverpleegkundige met elke leerling een persoonlijk gesprek op
school. Allerlei onderwerpen komen aan bod die van belang zijn voor de ontwikkeling. Hoe
gaat het op school, met vrienden, thuis en met de gezondheid? Ook worden de tieners
gemeten en gewogen. Als blijkt dat er mogelijk problemen zijn, dan bespreken de
jeugdverpleegkundige en leerling met elkaar wat nodig is om tot een oplossing te komen.
Persoonlijke begeleiding
Iedere leerling kan een afspraak maken met de jeugdarts of -verpleegkundige om te praten
over onderwerpen waarover hij of zij zich zorgen maakt. Zoals ruzie thuis of met een
leerkracht, gepest worden of eenzaamheid. Ook met vragen over menstruatie, veilig vrijen,
alcohol of drugs kunnen de tieners terecht bij de JGZ.
JGZ-medewerkers hebben een beroepsgeheim. Persoonlijke informatie wordt alleen met
toestemming van de leerling met anderen besproken.
Steuntje in de rug voor ouders
De meeste pubers komen de puberteit, een tijd van verandering en onzekerheid, goed door.
Maakt u zich soms zorgen of weet u niet hoe u met uw puber kunt omgaan? Dan is het
verstandig om er tijdig met iemand over te praten. Het kan zorgen wegnemen en maken dat
het weer leuk is in huis.
Jongerencontactmoment
Jongeren van 15 en 16 jaar worden door middel van een persoonlijke vragenlijst
aangespoord om na te denken over hoe zij in hun vel zitten. In een persoonlijk gesprek kan
de jeugdverpleegkundige advies geven en, in zorgelijke situaties, doorverwijzen. De
jongeren worden door middel van (groeps)voorlichting gestimuleerd om gezonde keuzes te
maken.
Heeft u nog vragen of zorgen over de gezondheid of de ontwikkeling van uw kind? Neem
dan contact op met:
JGZ Zuid-Holland West Contactbureau:
E-mail:
[email protected]
Website:
www.jgzzhw.nl
088 - 054 99 99
Reculer pour mieux sauter*
Dalton Voorburg krijgt de daltonlicentie voor 2 jaar
Kenmerken van daltononderwijs zijn zelfstandigheid, samenwerking en vrijheid in
gebondenheid. Veel scholen richten hun onderwijs volgens deze principes in, maar een
school mag zich pas daltonschool noemen als het een licentie heeft van de Nederlandse
Dalton Vereniging (NDV). Zo blijft de daltonkwaliteit gewaarborgd. Onze school is
onlangs gevisiteerd.
Een door de NDV erkende daltonschool krijgt een licentie voor maximaal vier jaar. Na zo'n
periode wordt een licentie niet automatisch verlengd, maar wordt de onderwijskundige
kwaliteit op de school eerst weer beoordeeld. Dit leidt tot een verlenging van vier jaar als
alles in orde is, of van twee jaar, indien er verbeterpunten zijn.
Een groep van visiteurs beoordeelt de scholen. Het zijn deskundige, ervaren collega's uit het
daltononderwijs die als 'critical friends' de kwaliteit van de school onderzoeken.
Op 18 maart bezocht een team van visiteurs onze school. Voorafgaand aan de visitatie
voerde de school een zelfvaluatie uit volgens het door de NDV vastgestelde format. Dat
format ziet er als volgt uit:




Wat waren de aanbevelingen van de vorige visitatie en wat heeft de school hiermee
gedaan?
Hoe gaat de school om met de 5 kernwaarden van Dalton met kwaliteitsindicatoren
op leerling-, docent- en schoolniveau? Op leerling niveau zijn de indicatoren
geëvalueerd door leerlingen van de Leerlingenraad, op docentniveau door de 8
docenten die lid zijn van de onderwijscommissie, op schoolniveau door de
schoolleiding.
De wijze van borging van de kwaliteit (ingevuld door de schoolleiding)
Aanvullende opmerkingen van de school.
Het visitatieteam bestudeert de zelfevaluatie en voert vervolgens gesprekken met de
schoolleiding, docenten, leerlingen en ouders. Ook woont het team een aantal lessen bij.
Twee redactieleden van Dalton Magazine waren aanwezig bij de oudergesprekken en bij de
feedback van de visitatiecommissie
* Soms moet je een stapje terugdoen om verder te kunnen springen
Oudergesprek
Tijdens het oudergesprek vertelden vijf ouders over hun ervaringen met Dalton Voorburg.
Aan de orde kwamen de reden van keuze voor de school, de tevredenheid, of de school de
daltonkenmerken daadwerkelijk uitdraagt en in praktijk brengt, of de leerlingen
daltonvaardigheden krijgen aangereikt en de mate van ouderparticipatie binnen de school.
Door elke ouder het woord te geven, kon de commissie zich een beeld vormen van hoe deze
ouders de school ervoeren.
In het visitatieverslag staat de volgende weergave van het gesprek met de ouders:
Waarom heeft u gekozen voor deze school en maakt de school de verwachtingen
waar?

Dit is een prima school voor hoogbegaafde leerlingen. Je telt als kind; men kijkt
naar het kind en niet bij voorbaat naar allerlei regeltjes. Daarom zeer tevreden.

Er heerst een heel open en sociale sfeer in de school.

Je moet als ouder (soms) wel zelf aan de bel trekken als er iets niet goed gaat,
maar dan gebeurt er ook wat. Een voorbeeld daarvan: het opstellen van een
leercontract.

Er wordt altijd naar je geluisterd.

Niet alle mentoren zijn opgewassen tegen hun (zware en moeilijke) taak.

De vaardigheid ‘samenwerken’ wordt deels aangeleerd, al verschilt dat per docent.
Maar anders dan bij veel scholen is dat men hier echt kijkt naar de individuele
bijdrage van ieder kind bij samenwerkingsopdrachten.

Er is een groot aanbod van activiteiten buiten school. Voor betere/slimmere leerling
veel ruimte om te verdiepen (bijv. masterclass).

Juist de zelfstandigheid en het leren van zelfstandig handelen is goed voor de
leerlingen.

Er is vertrouwen en dat werkt bij kinderen. Een voorbeeld: een kind met veel
tekorten mocht toch door naar volgend leerjaar en wilde toen dat vertrouwen ook
waarmaken.

Er is hoge mate van flexibiliteit; er kan van alles en dat is fijn.

Soms slaat vrijheid ietwat door naar vrijblijvendheid. Er is daarbij vrij veel lesuitval.
Als voorbeeld wordt genoemd dat door de brede herkansregeling er soms hele
dagen besteed worden aan het maken van herkansingen en dat de lessen dan
uitvallen gedurende meerdere dagen op rij.

Het lukt deze school om bij bijna alle leerlingen het adviesniveau vanuit het
basisonderwijs waar te maken of leerlingen zelfs op een hoger niveau te brengen.
Dit in tegenstelling tot veel andere scholen in de omgeving.

Kinderen komen als ‘vollediger mens’ van school en dan ben je ook echt
voorbereid op studie en maatschappij.

Het ‘regime’ is wel wat scherper en strakker geworden (o.a. discussie over cijfer- of
lettersysteem, de gesloten daltonuren en het inschrijven op daltonuren).

Toch ook regelmatig onrust in lessen en soms in daltonuren.

Dalton werkt als een magneet op kinderen van andere scholen: daarom vrij veel zijinstromers.

De lessen zijn nog vrij traditioneel al verschilt dat per docent. Er wordt naar het idee
van ouders te weinig gebruik gemaakt van vernieuwende onderwijsvormen, zoals
flipping the classroom of gebruik ICT.
Ouders voelen zich op steeds meer terreinen betrokken bij de school. Er is de laatste
jaren nadrukkelijk ingezet op vergroting ouderparticipatie en dit wordt erg
gewaardeerd. Voorbeelden van ouderparticipatie die aan de orde zijn geweest zijn het
taaldorp Frans en de beroepenmarkt waarbij de stands door ouders worden bemand.
Als positieve verandering werd verder genoemd het feit dat de leerlingen mee komen
bij de 10 minuten avonden en daar reflecteren op hun handelen.
Op soortgelijke wijze
voerde het visitatieteam
gesprekken met alle
geledingen binnen de
school. Op basis
daarvan kreeg het team
een compleet beeld
van de plussen en
minnen op bestuurlijk
en onderwijskundig
niveau.
Aan het einde van de
dag bleek dat het
visitatieteam
aanbeveelt om over
twee jaar weer te
visiteren. Het Daltongehalte van de school staat niet ter discussie, aldus de voorzitter van het
team. Integendeel: het visitatieteam was trots op hoe de daltongedachte binnen deze school
wordt uitgedragen. Het visitatieteam was echter van mening dat de aanbevelingen die bij de
vorige visitatie waren gegeven, vooral die omtrent onderwijskundig eigenaarschap, niet
voldoende waren opgevolgd.
Op basis daarvan adviseert het visitatieteam de schoolleiding en de onderwijscommissie
onder meer een concreet, door alle geledingen onderschreven plan van aanpak te maken
omtrent de vormgeving van een zichtbaar onderwijskundige ontwikkeling.
Stilstaan om te kijken wat er beter kan, misschien zelfs een stapje terugdoen als sommige
plannen niet haalbaar blijken om vervolgens de sprong te maken om de school weer
optimaal te laten functioneren. “Reculer pour mieux sauter” (Soms moet je een stapje
terugdoen om verder te kunnen springen), zo vatte de voorzitter van het visitatieteam het
advies samen.
Meer over de achtergronden van het daltononderwijs: www.dalton.nl
Beelden uit een gonzende school
Onze school barst uit zijn voegen van de activiteiten in en buiten de lessen.
Hier een paar plaatjes die enkele mooie momenten in herinnering roepen.
.
Het eindexamen
Anton Sytsema is de vader van een van onze leerlingen.
Voor Dalton Magazine schreef hij volgende column.
Jarenlang leef je ernaar toe en dan
opeens is het zover; het eindexamen.
Voor de een later dan gehoopt, voor een
ander juist eerder dan verwacht, maar
altijd in de hoogste klas van de
bovenbouw. Dan wordt het eindexamen
afgenomen en wordt beoordeeld of je
tijdens je schoolperiode voldoende kennis
hebt opgedaan om in aanmerking te
komen voor een diploma of getuigschrift.
Om het einde te markeren en met het
diploma een sleutel te hebben tot een
nieuwe toekomst.Hoe goed je ook bent
voorbereid, het eindexamen blijft altijd
spannend.
Het examen is overigens niet alleen
spannend voor de kandidaten zelf. Ook
voor de docenten en vakgroepen is het
eindexamen een spannende periode. De
uitslagen zeggen immers iets over de
kwaliteit van hun gezamenlijke inspanning
over de afgelopen jaren en over de
voorbereiding op het examen in het laatste
jaar. Was het (meer dan) voldoende of valt
er iets uit te leggen? De resultaten van het
eindexamen worden ook per school
gemeten, zodat in feite ook de school
jaarlijks wordt geexamineerd. En wee de
school die te sterk afwijkt van het landelijk
gemiddelde; die school weet de
onverdeelde aandacht van velen op zich
gericht en heeft soms jaren lang iets uit te
leggen.
En dan thuis, waar het hele gezin meeleeft
en waar volop goede raad wordt gegeven.
Waar bezorgde ouders aansporen en
succesverhalen uit lang vervlogen tijden
aanhalen als voorbeeld van hoe zij het
hebben hebben aangepakt. Waar
tussentijds succes wordt gevierd en
tegenvallende tussenresultaten worden
gerelativeerd. En waar ook over verder
wordt gekeken, over de schaduw van het
examen heen. Waar gesprekken
plaatsvinden over een vervolgopleiding, of
– nee, niet meer over het vervullen van de
militaire dienst.
Het eindexamen markeert het einde van
een periode en de start van een nieuw
begin. Een belangrijke mijlpaal dus, zodat
het begrijpelijk is dat de Romeinen
hiervoor een god in het leven hadden
geroepen: Janus. Hij was de god van het
begin en van het einde, van het openen en
van het sluiten. De deur (ianua) droeg
daarom zijn naam, de eerste maand van
het jaar was naar hem vernoemd. Janus
had twee gezichten, waarmee hij
tegelijkertijd naar voren en naar achteren
kon kijken; naar het verleden en naar de
toekomst. Maar Janus was zelf niet het
begin en hij was ook niet het einde, Janus
stond er tussenin. Janus markeerde de
overgang, net zoals het eindexamen het
einde markeert van een schoolperiode.
Afgerond en niets meer aan te
veranderen. Gedane zaken nemen geen
keer, je kunt ze hooguit anders
interpreteren.
Het was de heilige overtuiging van de
Romeinen dat je met de kennis uit het
verleden beter voorbereid bent op wat
komen gaat. Dat maakt het heden ook zo
spannend, waarbij je bij elke mijlpaal weer
moet bepalen welke vervolgstap of welk
antwoord voor jou het meest succesvol
lijkt, gegeven jouw kennis uit het verleden.
Die spanning van de juiste keuze, van het
goede antwoord? Dat was Janus. Moge
Janus alle eindexamenkandidaten gunstig
gezind zijn bij hun keuzes; tijdens het
examen en daarna.
Van onder- naar bovenbouw
Dalton Magazine interviewde drie M's: mentoren: Melanie Maseland (4H), Marjori Zilvertant
(3VM) en Menno van Calcar (4V). Wat is het verschil tussen onder- en bovenbouw voor
leerlingen, ouders en mentoren?
Je bent mentor van leerlingen die net uit de onderbouw komen. In hoeverre verschilt
jouw aanpak van onderbouw en bovenbouw leerlingen?
Melanie: “Mijn leerlingen uit 4H komen in de bovenbouw ook meteen in hun examenperiode
terecht. Er moet een knop om, want de cijfers die je nu haalt, tellen mee. Als mentor
benadruk ik dát vooral. Verder bereid ik de leerlingen voor op een andere vraagstelling. Meer
gericht op inzicht en het leggen van verbanden. Goed plannen, hard leren en kennis opdoen
alleen, is niet genoeg. Vaak hebben de leerlingen de eerste Schriftelijk Examenweek (SE)
nodig om in te zien hoe die nieuwe vraagstelling werkt. Een zorgvuldige nabespreking met
de leerlingen van de foute én de goede antwoorden, helpt hen voor het volgende SE. Het is
een groeiproces dat elke nieuwe bovenbouwleerling doormaakt.”
Elke gelijkenis met de drie geïnterviewde mentoren berust uitsluitend op toeval
Marjori is dit jaar mentor van 3VMBO, volgend jaar 4 VMBO; ze gaat altijd ‘mee’ met haar
klas. “Ligt in klas 2 de nadruk op parafen halen, plannen en controleren; in klas 3 zijn ze echt
op weg naar het examen. De leerlingen kunnen herkansingen “verdienen”. Als mentor
begeleid ik vooral op sociaal emotioneel vlak en voer ik vooral heel veel persoonlijke
gesprekken. Omdat we hier op school de persoonlijke relatie met de leerlingen heel
belangrijk vinden, kan ik de begeleiding bieden die een kind nodig heeft op een bepaald
moment.”
Wat zijn volgens jou verschillen tussen onderbouw- en bovenbouw leerlingen?
Menno: “Ik denk dat bovenbouwleerlingen een beter beeld hebben van wat er van ze
verwacht wordt, hoe je je gedraagt en waartoe je in staat bent. Onderbouwleerlingen moeten
hier nog meer in begeleid worden. Bijvoorbeeld het omgaan met de agenda. Leerlingen
hebben tegenwoordig een druk programma met sport, hobby’s en sociaal zijn. Voor
onderbouwleerlingen is het soms nog moeilijk in te schatten hoe ze dit allemaal plannen. Bij
bovenbouwleerlingen is dit over het algemeen al beter ontwikkeld.”
Marjori: “In het VMBO zijn de klassen 1 en 2 onderbouw en vanaf 3 bovenbouw; de
leerlingen zijn dus wat jonger. De hoeveelheid stof die wordt getoetst in de 3e klas opeens
veel groter dan in de 2e. Veel leerlingen hebben daar moeite mee, daar probeer ik ze zo
goed mogelijk bij te begeleiden. “
Zijn er zaken waar je veel leerlingen tegenaan lopen als “verse” bovenbouw leerling?
Melanie: “De hoeveelheid stof neemt behoorlijk toe. En dat moet je goed plannen. Bovendien
komen alle toetsen samen in één SE-week per periode. Voor die tijd moeten leerlingen de
stof verwerkt én nagekeken hebben. Ter ondersteuning van hun planning zijn er
studiewijzers, net als in de onderbouw. Maar de leerlingen maken veel meer zelf hun keuzes
hoe zij plannen. Als het nodig is, help ik hen daarmee door hun overwegingen voor bepaalde
keuzes te bespreken.”
Menno: “Ik betrap mijzelf er op dat we als school soms te hoge verwachtingen hebben van
de bovenbouwleerlingen. We gaan ervan uit dat die eigen verantwoordelijkheid en het
overzicht er al zijn, maar dat is vaak nog niet zo. Dat is bijvoorbeeld zichtbaar als er
deadlines gehaald moeten. Of bij het werken aan een samenwerkingsproject hebben ze nog
niet het inzicht dat ze als individu ook een eigen verantwoordelijkheid hebben en hun rol
moeten pakken. Ze wachten tot een ander het doet. Op deze leeftijd blijkt dat toch nog
moeilijk. Het is geen onwil, maar het vermogen om te organiseren en je eigen
verantwoordelijkheid te nemen moet nog groeien. Dit gaat in het vijfde jaar al een stuk beter.”
Merk je grote verschillen tussen leerlingen, moet je veel differentiëren?
Melanie: “Sommige leerlingen hebben bevestiging nodig of ze het goed aanpakken en
anderen niet. Die laatste groep, daar ben ik alert op, want tussen zeggen en doen zit een
verschil. Een ander verschil is de mate waarin leerlingen meer of minder uitleg nodig
hebben. Dat is niet anders dan in de onderbouw. Mocht het nodig zijn dan kunnen leerlingen
uit 4H op aanraden van de mentor maar wel op vrijwillige basis de faalangst reductie training
doen.”
Marjori: “Er zijn enorme verschillen tussen leerlingen; zowel in emotionele ontwikkeling als
mate waarin ze kunnen organiseren. Dat vind ik het leuke aan mentorschap van bovenbouw
VMBO; ik heb van alles wat.”
Wat vind je belangrijk om je leerlingen mee te geven op weg naar
zelfstandigheid/functioneren als bovenbouw leerling?
Menno: “Ik besteed vooral veel aandacht aan vaardigheden om het functioneren als leerling
te verbeteren. Ik leg ze uit dat ze de school als een spel moeten zien dat ze op een slimme
of op een stomme manier kunnen spelen. Ik probeer ze er enthousiast voor te maken en
inzicht te geven hoe het werkt. Als je je er tegen verzet worden het zware jaren, als je het
slim speelt kan je het een stuk aangenamer maken. Het Dalton staat bekend om zijn
maatwerk. Iedere leerling kan zelf invulling geven aan zijn leerweg en laat je zien dat je je
verantwoordelijkheden neemt, dan krijg je vrijheid om dingen anders te doen. De leerling
heeft wel inzet en discipline nodig om het vol te houden. Toon je dit niet, dan worden de
regels strikter. Ze zullen het uiteindelijk allemaal zelf moeten doen.”
Marjori: “Heb respect voor jezelf maar ook voor anderen. Veel leerlingen onderschatten
zichzelf, dus ik wil ze leren zichzelf te leren vertrouwen. Daarnaast vind ik het belangrijk dat
ze afspraken maken en zich eraan houden. Heb respect door goede afspraken te maken.”
Hoe zie je de rol van de ouders van bovenbouwleerlingen? In hoeverre moet dat
volgens jou verschillen met de onderbouw?
Melanie: “Ik denk dat de verschillen niet zo groot zijn. Met bovenbouwleerlingen neem je als
ouder wel wat meer afstand. De kinderen regelen meer zelf. Het is een periode waarin je
steeds bepaalt in hoeverre je nog kunt of mag meekijken.
Menno: “Als ouder moet je vooral het volste vertrouwen geven aan je kind, dat doen wij ook.
Er op vertrouwen dat ze zelf hun cijfers in de gaten houden en handelen als dat nodig is. Het
is een belangrijk moment om meer los te gaan laten en de school is een veilige omgeving
om dit te doen, ook als ze daardoor een keer struikelen en eventueel een jaar over moeten
doen.
Door de leerlingen zelf na te laten denken en ruimte te geven leren ze wat ze wel en niet
kunnen en waar ze zelf tevreden mee zijn. Als je als ouder te veel de leiding neemt,
ontwikkelt de leerling dit niet voldoende.
Uiteraard moet het geen blijvende schade opleveren. Als een leerling bijvoorbeeld veel te
lang niks doet, blijft zitten en daardoor zijn vriendengroep kwijt raakt, zullen zowel de school
als de ouders maatregelen moeten nemen om de leerling meer te sturen en te begeleiden.”
Marjori: “In de rol die ouders hebben zie ik heel veel verschillen. Met sommige ouders heb ik
veel contact; met anderen nauwelijks, terwijl dat soms wel nodig is. Ik ben altijd eerlijk; als ik
ergens tegenaan loop, dan laat ik dat de ouders weten, maar ik kan geen betrokkenheid
eisen. Ik leer ze wel beter kennen omdat ik twee jaar dezelfde mentorklas heb en kan daar
dus op inspelen.”
Heb je nog tips voor ouders?
Melanie: “Altijd trots zijn en onvoorwaardelijk steunen. Welke keuzes ze ook maken, altijd
achter je kind blijven staan. Proberen te laten zien wat gevolgen kunnen zijn van keuzes. Je
kunt niet meer controleren, maar wel motiveren en je hulp aanbieden.”
Menno: “Heb er vertrouwen in dat het bij bijna alle leerlingen wel goed komt en geeft de
leerling de ruimte om zichzelf te ontwikkelen.”
Marjori: “Maak duidelijke, maar niet te strenge afspraken en besef dat je kind veel kan leren
van de fouten die hij of zij maakt.”
Personalia
Koren Pappot verving een aantal lessen biologie van Alexandra de Jonge in de onderbouw.
Karlijn Bezemer gaf wiskunde lessen als vervangster van Renze Huizinga en Linda Fois
versterkte als receptioniste de administratie, waar Diane Wiersma nog (deels) aan het
herstellen was. Renze is inmiddels weer helemaal hersteld.
Saskia Franken, docente natuurkunde, kon haar lessen na een periode van lichamelijke
klachten weer oppakken. Carolien de Graaf en Raquel Barcini hebben deze lessen tijdelijk
opgevangen.
Wie helemaal hersteld is en sinds de voorjaarsvakantie weer alle dagen als afdelingsleider
VMBO aanwezig is op Dalton is Frank Vlaardingerbroek.
Per 1 april hebben wij Lineke Tiggelaar, docente Nederlands weer verwelkomd, zij keerde
terug van haar zwangerschaps- en ouderschapsverlof.
Over Dalton Magazine
Dalton Magazine wordt gemaakt door ouders in samenwerking met Dalton Voorburg,
vertegenwoordigd door Paul Goossen. Aan deze uitgave werkten mee: Sylvia WalsarieWolff, Fenna ter Meulen, Pauline le Rûtte en Karen de Mos.
Eindredactie en lay-out: Paul Goossen
Lijkt het u leuk om mee te werken?
Neem dan even contact op met Paul Goossen: [email protected]
Wij wensen iedereen
een prettige vakantie
en tot ziens in
het nieuwe schooljaar!
Download