114_spieren

advertisement
Spieren
Het spierstelsel noemt men ook wel het actieve bewegingsapparaat. Doordat
spiercellen kunnen samentrekken, kunnen zij de skeletbeenderen bewegen,
waardoor wij bewegingen kunnen uitvoeren. Door die beweging zorgen de spieren
o.m. voor warmte voor ons lichaam.
Skeletspieren
Skeletspieren zijn de spieren die aan ons skelet verbonden zijn. Zij zorgen ervoor dat het
lichaam bepaalde houdingen kan aannemen en dat we dingen vast kunnen pakken. Zij kunnen
een beweging inzetten, een beweging volbrengen en een beweging afremmen.
Een skeletspier bestaat uit twee onderdelen:

de spierbuik

de pees
Een skeletspier heeft altijd aanhechtingen op twee verschillende botstukken d.m.v. pezen
De spierbuik
De spierbuik is het gedeelte van de skeletspier dat van spierweefsel gemaakt is. Het heeft
spierweefsels die gegroepeerd in de spier liggen. Het aantal spiervezels in een bundel bepaalt
hoe nauwkeurig we de kracht kunnen reguleren. Hoe meer vezels, hoe groffer de beweging.
Voor fijne bewegingen zijn dus minder vezels nodig in een bundel.
Het spierweefsel bevat vooral eiwitten die de spiervezels vormen. De spiervezels trekken
samen waardoor een beweging in gang gezet wordt.
Om de spierbuik heen ligt bindweefsel. Dit noemen we de spierschede. De spierschede zorgt
ervoor dat de spier wat kan verschuiven bij de beweging en voor vormvastheid bij het
ontspannen van de spier.
De pees
De spierpees loopt van de spierbuik tot het bot. De lengte van de pees kan verschillen. Zo zijn
de pezen in de vingers bijvoorbeeld vrij lang. De achillespees kan in sommige diersoorten
zelfs enkele tientallen centimeters lang zijn.
Pezen worden weinig doorbloed, waardoor genezing van een beschadigde pees langzaam
verloopt.
Een pees is omgeven door een peesschede die de pees de nodige bewegingsruimte geeft. De
peesschede is een dubbelwandige buis die gevuld is met synovia, een soort smeermiddel.
Slijmbeurs
Slijmbeurzen beschermen het bot tegen beschadigingen. Het zijn een soort zakjes gevuld met
synovia. Een slijmbeurs vindt je bijvoorbeeld in de elleboog. Als de slijmbeurs geïrriteerd
raakt dan zwelt hij op. De zwelling wordt veroorzaakt doordat er extra synovia aangemaakt
wordt. De zwelling is aan de buitenkant van het gewricht te zien als een buil, die vaak
voorkomt bij landbouwdieren, omdat die zich regelmatig stoten. Bij paarden hebben de bulten
1
speciale namen gekregen. Zo heet de slijmbeursbuil op de pols van het paard een
voorkniebuil. Een bult op de elleboog van het paard noemt men een legger.
Spierwerking
Elk gewricht heeft minimaal twee spieren. Spieren kunnen namelijk alleen kracht uitoefenen
door te verkorten. Dus om een gewricht twee kanten op te laten bewegen heeft het gewricht
twee spieren nodig. Bij de elleboog hebben we het over de biceps en de triceps. Twee spieren
die samen het bot in tegengestelde richting laten bewegen noemen we antogonisten.
Hoewel het niet zo lijkt, hebben spieren in rust toch een bepaalde spierspanning. Dit noemen
we de zogenaamde rustspanning of tonus. De kracht van de tonus bepaald de stand van het
gewricht in rust. Dit kun je goed zien bij het ontspannen van de vingers. De vingers staan in
ontspannen houding toch wat gekromd.
Ons lichaam bevat veel spieren. Er zijn enkele interessante te noemen, zoals de grote
borstspier. Deze loopt van het borstbeen naar het opperarmbeen. Ook tussen de ribben zitten
spieren, de tussenribspieren. Zij helpen de borstkas vergroten bij inademing.
Iedereen kent natuurlijk de buikspieren (en vooral de vreselijke bijbehorende
buikspieroefeningen). De mens heeft rechte buikspieren en schuine buikspieren. Buikspieren
helpen de erachter liggende organen te beschermen en zijn nodig om de wervelkolom te
kunnen buigen.
Een hele aparte spier is het middenrif. Dit is een koepelvormige spierpeesplaat. Bij
samentrekken vergroot hij de borstholte en verkleint de buikholte. Die spier gebruiken we bij
de buikademhaling.
2
Download
Random flashcards
Create flashcards