UTHERM Wall Flex - Unilin Insulation 2016

advertisement
VERWERKINGSVOORSCHRIFTEN
uTHERM Wall PIR L
Principe
De geïsoleerde spouwmuren worden als volgt opgebouwd :
• Binnenspouwblad in dragend metselwerk of in gewapend beton.
Het binnenspouwblad is luchtdicht of wordt luchtdicht afgewerkt zodat het luchtdrukverschil tussen spouw en
binnenruimte geen aanleiding geeft tot vochtdoorslag en ervoor zorgt dat de regendoorslag afloopt aan de spouwzijde
van het buitenspouwblad.
• Spouw, deels of volledig voorzien van een isolatiemateriaal. Heeft als functie capillaire snede.
• Buitenspouwblad in metselwerk; al dan niet afgewerkt met buitenpleister of verflagen. Biedt bescherming tegen regen.
Bij het ontwerpen van de spouwmuur moet rekening gehouden worden met :
• de thermische eisen
• de blootstelling van de gevel aan wind en regen
• de detaillering van de gevel: geveloppervlakte, aandeel gevelopeningen en plaats van de ramen, aanwezigheid van een
dakoversteek, dorpels, (druip)lijsten, ...
• de gevelopbouw, de integratie en de aansluiting met de andere structuurelementen (funderingen, vloeren, dak, …)
• de keuze van de materialen in relatie tot de productkenmerken, het ontwerp en de plaatsingsmethode.
VOLLEDIG GEVULDE SPOUWMUREN EN GEDEELTELIJKE SPOUWVULLING
Volledig gevulde spouwmuren
Gedeeltelijke spouwvulling
Men gaat ervan uit dat :
Men gaat ervan uit dat :
• het neerslagwater langs de buitenzijde
• het neerslagwater aan beide zijden van
van het gevelmetselwerk vrij kan
het gevelmetselwerk kan aflopen
aflopen
• luchtstromingen in de spouw kunnen
voorkomen.
• er geen luchtstromingen aanwezig zijn.
De volledige spouwvulling wordt afgeraden bij
sterk aan wind en regen blootgestelde gevels van
gebouwen zoals :
• De gevels van gebouwen in steden of op
het platteland die hoger zijn dan 25 meter
• De gevels van gebouwen in de kuststreek
die hoger zijn dan 8 meter
• Sterk dampremmende gevels
VOORDELEN
• Risico op convectiestromen wordt sterk
verminderd
• Minder kritische plaatsing
NADELEN
• Het buitenspouwblad kan enkel opdrogen
via zijn buitenzijde
• De isolatie is in direct contact met vochtig
buitenspouwblad
• Het buitenspouwblad mag niet geverfd of
opgebouwd zijn uit dampdichte
materialen
Bron: BUtgb informatieblad Geïsoleerde spouwmuren met gevelmetselwerk 2011/1
Het volgende moet vermeden worden
• mortelresten in de restspouw bij het
optrekken van het gevelmetselwerk
zodoende een correcte aansluiting tegen
het binnenspouwblad te garanderen
• luchtstromingen tussen de isolatielaag en
het binnenspouwblad.
VOORDELEN
• de eventuele inwendige condensatie
treed op aan de binnenzijde van het
buitenspouwblad
• isolatie komt niet in contact met het
condenswater
• het buitenspouwblad kan sneller drogen
ten gevolge van de ventilatie
• de isolatie is nooit in contact met het
buitenspouwblad
• het buitenspouwblad mag dampdicht zijn
of geverfd worden
NADELEN
• bij slechte plaatsing kunnen er
convectiestromingen optreden
• de uitvoering vraagt meer aandacht
VERWERKINGSVOORSCHRIFTEN
Opmerking
Bij deelvulling, in het geval van gevelmetselwerk met traditionele mortel : luchtspouw ≥ 30 mm (op plan zodat
rekening houdend met de uitvoeringstoleranties er een vrije en continue luchtspouw aan de gevelzijde
aanwezig is)
Bij deelvulling, in het geval van gevelmetselwerk met lijmmortel : luchtspouw ≥ 20 mm op plan zodat rekening
houdend met de uitvoeringstoleranties er een vrije en continue luchtspouw aan de gevelzijde aanwezig is
UITVOERING
Conform BUtgb-informatieblad met referentie 2011/1 “Geïsoleerde spouwmuren met
gevelmetselwerk” en conform NBN B24-401
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
UTHERM Wall PIR L
UTHERM Floor PIR L
Binnenspouwblad
Buitenspouwblad
Waterkerende laag
Open stootvoeg
Spouwanker met isolatieclip
Isolerende bouwsteen
Draagvloer
Randisolatiestrook
Vloerafwerkingslaag
Pleisterwerk
Een geïsoleerde spouwmuur vraagt een nauwkeurige uitvoering. Hierbij wordt aangewezen eerst het
binnenspouwblad op te trekken zodat mortelresten of baarden kunnen verwijderd worden. Op deze manier
wordt een vlakke ondergrond voor het isolatiemateriaal gerealiseerd.
Langs- en rotatieluchtstromen moeten absoluut vermeden worden.
Om het afstromende water naar buiten af te evacueren zal onderaan de spouw en boven elke
gevelonderbreking een waterdichtmembraam worden geplaatst.
Open stootvoegen (minstens 1 per lopende meter) worden voorzien boven elke waterkerende laag. De
openingen moeten onvervuild vrij zijn om toe te laten water af te voeren.
Bron: BUtgb informatieblad Geïsoleerde spouwmuren met gevelmetselwerk 2011/1
VERWERKINGSVOORSCHRIFTEN
Tijdens de duur van de werken moeten de in opbouw zijnde muren en isolatie materiaal tegen de
weersinvloeden beschermd worden.
SPOUWANKERS
Aan spouwankers worden volgende eisen gesteld:
• De spouwankers moeten corrosiebestendig zijn
• Ter bevestiging van het buitenmetselwerk is het nodig om per m² min. 5 spouwankers te plaatsen in
het binnenspouwblad.
• De maximale afstand tussen 2 spouwankers mag volgens NBN B24-401”Uitvoering van metselwerk”
niet meer bedragen dan 750mm in horizontale richting en 300mm in verticale richting.
• Voor spouwbreedtes tot en met 130mm wordt met een diameter van 4mm gewerkt, voor grotere
spouwbreedtes 5mm
• De afstand van de spouwankers tot de rand van de isolatie, loodrecht op de rand gemeten bedraagt
ongeveer 100mm.
• De isolatieplaten worden op hun plaats gehouden door klemschijven op de spouwankers te voorzien
of door speciale kunststof afstandshouders (pluggen)
• De waterdrup wordt gevormd door een vouw in de spouwankers of door een afvoervoorziening op de
klemschijven of afstandshouders
• Plaatsing van de spouwankers in een zigzag patroon word aanbevolen.
VERSNIJDEN UTHERM Wall (Flex) PIR L
De UTHERM Wall PIR L isolatieplaten worden met een handzaag op de juiste maat gezaagd. Indien de Utherm
Wall Flex PIR L isolatieplaten op maat gezaagd worden, moet eerst de minerale wol met een breekmes
doorgesneden worden op de gewenste plaats. Nadien wordt de PIR-isolatie doorgezaagd met een handzaag.
WINDDICHTING
Om een winddichting te garanderen kunnen de naden worden afgekleefd met een winddichte tape. Dit is een
optionele handeling.
Een tweelaagse opbouw heeft het voordeel dat de eerste laag reeds luchtdicht is op voorwaarde dat de platen
geschrankt ten opzichte van elkaar worden geplaatst. De naden van de tweede laag (buitenste laag) kunnen
ook afgekleefd worden om de winddichting te garanderen.
INWENDIGE CONDENSATIE
Bij gedeeltelijke spouwvulling treedt inwendige condensatie ALTIJD op aan de binnenzijde van het
buitenspouwblad en NOOIT in de isolatie.
Het ademen van muren is geen alternatief voor het ventileren (Prof. Hens).
Dampdichte isolatiematerialen zijn niet slechter en damp-open isolatiematerialen niet beter.
Goed ventileren als manier om de damp af te voeren is veel efficiënter dan het ademen van de muren.
Bron: BUtgb informatieblad Geïsoleerde spouwmuren met gevelmetselwerk 2011/1
VERWERKINGSVOORSCHRIFTEN
U WAARDE berekening volgens NBN B 62 - 002
Uc = U+ ∆Ucor + ∆Ug + ∆Uf
Waarbij:
U = 1/RT
RT= Rsi +Rspouwmuur+ Rse
Rsi = warmteovergangsweerstand aan het binnen oppervlak. Voor de spouwmuur is Rsi = 0,13 m²K/W
Rse = warmteovergangsweerstand aan het buitenoppervlak. Voor de spouwmuur is Rse = 0,04 m²K/W
∆Ucor = correctieterm voor maat en plaatsing = 1/(RT-Rcor)-1/RT
Rcor = 0,1 m²K/W
∆Ug = correctieterm voor luchtspleten en holten = 0 W/m²K bij UTHERM Wall omwille van tand en
groef verbinding
∆Uf= correctieterm voor mechanische bevestigingen
Bron: BUtgb informatieblad Geïsoleerde spouwmuren met gevelmetselwerk 2011/1
Download