Outer - Vroege Christendom

advertisement
Het Vroege Christendom tot heden
Inhoudsopgave
1
Religie...................................................................................................................................................................2
2
Christendom..........................................................................................................................................................3
2.1
Het vroege Christendom ca. 100 tot 451 (Concilie van Chalcedon) ............................................................4
2.2
De eerste vier concilies, 4e en 5e eeuw ........................................................................................................5
2.2.1
Concilie van Nicea (1) 325. ..................................................................................................................5
2.2.2
Concilie van Constantinopel (1) 381. .................................................................................................5
2.2.3
Concilie van Efese 431. ........................................................................................................................6
2.2.4
Concilie van Chalcedon 451 ................................................................................................................6
Het Christendom door credo’s bepaald. .......................................................................................................6
2.3
3
Middeleeuwen en Renaissance, ca. 1000 tot ca. 1500 ..........................................................................................7
4
Reformatie en de Contrareformatie, en daarna ~1500 - ~1750 ............................................................................8
4.1
De Reformatie...............................................................................................................................................8
4.1.1
De aflaat en de Wittenbergse stellingen ...............................................................................................9
4.1.2
De avondmaalstrijd .............................................................................................................................10
4.1.3
De genadeleer en zonden ....................................................................................................................10
4.2
De Contrareformatie ...................................................................................................................................11
4.2.1
Transsubstantiatie ...............................................................................................................................11
5
De moderne tijd, ca. 1750 tot heden ...................................................................................................................11
6
Noten ..................................................................................................................................................................13
7
Appendix ............................................................................................................................................................13
7.1
Concilies, een overzicht ..............................................................................................................................13
7.2
Literatuur, bronnen .....................................................................................................................................14
F.R. den Outer, voorjaar 2009
20-07-2017 4:48:39
1
Het vroege Christendom tot heden
1
Religie
Ter inleiding op Het vroege christendom tot heden een aantal uitspraken en omschrijvingen van 'religie'.
In vorige eeuwen zijn zeer negatieve uitspraken over religie gedaan. Bekend is wat Karl Marx en Sigmund Freud
beweerden. Ingegeven door de vele zwarte bladzijden in de wereldgeschiedenis kent Marx (1818-89) aan religie
een ontwrichtende en vervreemdende invloed toe - een vorm van bewustzijn vervalsing, een schadelijke leugen die
inzicht in eigen mens-zijn belemmert, die de mens klein maakt en eigen creativiteit vernietigt; religie die relaties
met anderen blokkeert en de mens vervreemdt van deze wereld ('opium voor het volk'); religie die een hemels rijk
predikt als compensatie voor de aardse ellende. Erger kan religie niet worden gekenmerkt … .
En dan Freud (1865-1939). Volgens hem is religie een kinderlijke behoefte aan een vaderfiguur die beschermt,
maar ook eisen stelt; dat duidt op een verborgen behoefte aan gezag, roept schuldgevoelens op, maar geeft ook
geborgenheid. Met andere woorden, zijns inziens is religie uiting van een onvolwassen houding.
Maar ook, wat recenter, sprak Carl Jung (1875-1961) zich zeer positief uit: religie is omgang met eigen onbewuste
wortels en bronnen, brengt verbondenheid met de oudste dromen van de mensheid, is gezond- en heelmakend, en
streeft naar eenheid van al het bestaande.
Hierop aansluitend nog een aantal hedendaagse omschrijvingen van wat religie inhoudt.
Uit The Oxford Dictionary of World religions:

Religion is a daughter of Hope, explaining to Ignorance the nature of the Unknowable
Religie is de dochter van Hoop; verklaart aan Onwetendheid de aard van het Onkenbare (Ambrose Bler

Religion is the human attitude towards a sacred order that includes, within it all being - human or otherwise
- i.e. belief in a cosmos, the meaning of which both includes and transcends man. (Peter Berger)
Religie is de menselijke houding tot een sacrale orde die in zich bergt al het zijnde - menselijk of
anderszins - d.i. geloof in een kosmos, de betekenis dat zowel de mens omvat als transcendeert.

Religious organizations become an end in themselves. But the creative health of religions lies in the
recognition that the system is not an end, but a means to ends which transcend the organization - indeed, to
the End (eschatology).
Religieuze organisaties kunnen gemakkelijk doel in zichzelf zijn. Maar de scheppende gezondheid van
religies ligt in de erkenning dat het systeem niet een doel in zichzelf is, maar een middel tot dat doel,
hetgeen de religieuze organisatie te boven gaat, in werkelijkheid een middel tot de voltooiing van de
schepping (eschatologie).

The importance of texts extends beyond revelation. The work of exegesis is continuous in all religions;
which means - in other words - that the working out of the meaning of any particular tradition is a
continuing task. The supreme intellectual instruments of this religious creativity are myth, rituals and
symbols. .. The myth - in fact - is one of the greatest of human achievements. Myths are narration, usually
stories, which point to truths of a kind that cannot be told in otherwise ways - e.g.: in the categories of
nature science. ..
Het belang van de geschreven overlevering gaat de openbaring te boven. Exegese is een voortdurend werk
in elke religie; dit betekent, met andere woorden, dat nagaan van de betekenis van elke bijzondere traditie
een niet eindigende taak is. De ultieme intellectuele instrumenten van deze religieuze creativiteit zijn
mythen, ritualen en symbolen … De mythe is in feite een van de grootste menselijke prestaties. Mythen
zijn vertellingen, meestal verhalen, die naar een bepaalde waarheid wijzen die op andere wijze rationeel
gezegd kan worden, d.i. op de wijze van natuurwetenschap.
Uit Het Geheim van Godsdienst, C.J. Bleeker:

Godsdienstwetenschap: wetenschap van de godsdienst (- liever spreken van religie dan van godsdienst):
verwijst eerder naar de relatie tot het transcendente dan het dienen - in godsdienst - en eren daarvan, van
God). Dus wetenschappelijke bestudering van religie: kritisch, systematisch, onbevooroordeeld. Trachten
de zin van religieuze verschijnselen duidelijk te maken

Religie wordt op twee wijzen wetenschappelijk onderzocht: in de theologie en in de godsdienstwetenschap,
nauw aan elkaar verwant. Wetenschap van het geloof resp. van de religie. Meestal wordt met theologie
20-07-2017 4:48:39
2
Het vroege Christendom tot heden
Christelijke theologie bedoeld en verwijst naar het meer dan menselijke, het transcendente; de
Godsdienstwetenschap bestudeert naast het Christendom de andere religies en in het bijzonder ook de
religie op zich. Religie staat niet los van culturele, sociale en filosofische stromingen in de samenleving.
De Godsdienstwetenschap richt zich daarom - behalve op de religieuze verschijningsvormen - ook op de
geschiedenis, sociologie, psychologie en filosofie van de religie.

2
Religie wijst naar het transcendente, dient de verloren gewaande eenheid met al het bestaande te herstellen;
dient ons in het reine te brengen met de grenssituaties van het bestaan: geboorte, dood, verlatenheid; tracht
zin te geven aan fundamentele vragen als waartoe? waarheen? waar vandaan?
Christendom
Het Christendom:

is ontstaan door het optreden van Jezus van Nazareth, later genoemd Iesu Salvator Hominus, d.i. Jezus,
Zoon van God, verlosser van de mensheid.

is een van de grote wereldgodsdiensten, naast Jodendom, Islam, Boeddhisme, Hindoeïsme.

is bepalend voor de Westerse (West-Europese) cultuur..

is ontstaan in een totaal andere samenleving dan de huidige, West Europese.
De nieuwtestamentische geschriften zijn ontstaan in de tweede helft van de eerste eeuw, en de oudtestamentische
voor het grootste deel veel eerder, in een samenleving die totaal verschilde van de huidige in West-Europa. Daar
moet terdege rekening mee worden gehouden bij het interpreteren van die geschriften.
In het begin van de christelijke jaartelling (anno domini) kende de samenleving van het landsteek van Palestina en
omgeving geen middenklasse, alleen enkele hogere klassen; de anderen, uit de lagere klasse, hadden praktisch geen
hoop op sociale mobiliteit. Er heerste grote armoede onder de plattelandsbevolking; ongeveer een derde daarvan
was slaaf. Zij waren er vaak beter aan toe waren dan de anderen van het platteland. Geneesmiddelen voor de
meeste ziekten waren er nauwelijks; vele pasgeborenen stierven, elke vrouw kreeg gemiddeld vijf kinderen, alleen
om de bevolking op peil te houden. De meeste mensen waren onontwikkeld, ongeveer negentig procent kon niet
lezen. Reizen kon alleen langzaam gebeuren en was bovendien gevaarlijk: de meesten waagden zich niet ver van
huis.
Boeken, geschriften - alle werden handgeschreven- waren er in zeer kleine aantallen. Het kon jaren duren voordat
die in andere streken bekend raakten en beschikbaar waren.
De meesten, behalve de Joden, geloofden in een veelheid van goden die betrokken waren bij het dagelijks leven,
goden die regen, gezondheid, vrede (of het tegendeel daarvan) gaven, zo meende men..
Belangrijk voor het ontstaan van het Christendom was Paulus, een Grieks sprekende jood in de diaspora, en
Romeins burger. Hij heette Saulus van Tarsus (en Paulus – in het Grieks). Hij was de eerste die de christelijke
theologie vorm gaf. Hij onderscheidde zich van de joodse praktijk en wet, gaf geen offers aan een Grieks-Romeinse
god, en beschouwde de Romeinse keizer niet als een God.
De opkomst van het Christendom vond plaats in het patristische tijdperk, het tijdperk van de 'kerkvaders' of
kerkleraren van de kerk (Patres Eccleciae), een zeer vruchtbare, strijdbare en leerstellige periode. Ook een
scheppende periode, met baanbrekende concilies die zich richtten op de christologie. De meest invloedrijke van hen
was Augustinus (354-430), kerkvader/leraar van het Westen, bisschop van Hippo Regius, nu Annaba, Algerije, Noord
Afrika. In een van zijn werken, Retract (1,13:3), komt voor: .
Datzelfde, wat wij nu Christelijke godsdienst noemen, bestond al bij de Ouden en heeft nooit ontbroken vanaf het begin
van het menselijk geslacht tot aan de komst van Christus in het vlees, van welk ogenblik af men de ware godsdienst, die
al bestond, Christelijk begon te noemen. Dit citaat is letterlijk overgenomen in de Vrij-Katholieke Beginselverklaring
(blz. 6).
Bisschoppen waren de geestelijke leiders van de christengemeenschappen, in het bijzonder de bisschoppen van
Rome (de paus), Jeruzalem, Alexandrië, Constantinopel en Antiochïe. Het werd een patriarchale kerk, met een
'orthodoxe' leer. Verzet tegen zulk een vaststaande leer kwam, en wel door 'ketters'. Ketter kreeg dus een heel
andere inhoud dat wat het woord oorspronkelijk inhield: 'getuige'.
20-07-2017 4:48:39
3
Het vroege Christendom tot heden
In het Romeins keizerrijk werden de christenen aanvankelijk vervolgd, maar met het Edict van Milaan (313) kwam
daar totale verandering in; eind vierde eeuw was het Christendom de enige en 'getolereerde' godsdienst in dat rijk,
onder keizer Theodosius.
In de eerste vijf eeuwen vormde de kerk een betrekkelijke eenheid. Maar in de loop van volgende eeuwen ontstond
een groot aantal interne tegenstellingen en politieke conflicten. Onder meer waren er tegenstellingen tussen het
Westelijk en Oostelijk deel van het Romeinse rijk, en heerste de strijd om het primaat tussen patriarch van
Constantinopel (vroeger Byzantium) en de paus van Rome, die aanspraken maakte op de absolute macht over heel
de kerk.
In 1054 leidde dat tot een definitieve breuk of schisma, maar ook, of meer nog door grote verschillen in inzicht
over de goddelijke Drie-eenheid. De oosterse kerk noemde zich daarna de rechtzinnige of Orthodoxe Kerk; de
westelijke de Katholieke (of algemene) Kerk, met de paus aan het hoofd.
In dezelfde 11e eeuw van het schisma, in het bijzonder vanaf 1095, verspreidde de Romaanse kerk zich sterk in
oostelijke richting, grotendeels door de kruistochten - daarbij werden de moslims verdreven uit Palestina, het
Heilige Land.
De grootste verandering van de westerse, dus rooms katholieke kerk ontstond door de opkomst van het
'protestantisme' in het Duitse gebied van de kerk, ingeleid in 1517 door sterke kritiek op de kerk, in het bijzonder
op de praktijk van de 'aflaat', d.i. het kopen van een aflaat voor verkrijgen van vermindering of kwijtschelding van
de straf als gevolg van zonden in dit leven die de gelovige na de dood moet ondergaan in het vagevuur, het minder
plezierige voorportaal van de hemel.. De inkomsten daarvan waren bestemd voor de herbouw van de Sint Pieter in
Rome.
Wat later in diezelfde zestiende eeuw, in 1543, ontstond de Anglicaanse staatskerk onder Elizabeth I, een
afscheiding van Rome, maar bleef een katholieke kerk, zij het met protestantse trekken. Aanleiding daartoe was de
ontbinding door Henry VIII, Koning van Engeland, van zijn eigen huwelijk met Catherine van Aragon, ten gunste
van Anne Boleyn, in strijd met de kerkelijke wetten.
Externe kritiek en sterke interne verschillen binnen de roomse kerk waren er ook, onder meer ‘de strijd om de
armoede’ (door de Franciscanen).
In onderstaand vervolg wordt verder ingegaan op de ontwikkeling van Christendom in vier opeenvolgde perioden:

ca. 100 - 451 n.Chr

de Middeleeuwen en Renaissance, ca. 1000 tot 1500 n.Chr,

de Reformatie en daarna ca.1500 tot 1750 n.Chr, en

de Moderne tijd, van ca.1750 n.Chr tot heden.
2.1
Het vroege Christendom ca. 100 tot 451 (Concilie van Chalcedon)
Afgezien van de latere politieke oriëntatie en machtsgebruik, met de pauselijke aanspraken op de absolute macht
over heel de kerk, was de periode van begin 2e eeuw tot midden 5e eeuw een zeer scheppende periode. Toen kwam
tot stand:

de omvang van de canon van het Nieuwe Testament

de vaststelling van de oecumenische geloofsbelijdenis van Nicea/Constantinopel 1, die nu nog steeds de
gemeenschappelijke geloofsbelijdenis is van de Rooms-katholieke, Anglicaanse, Protestantse,
Oudkatholieke en Vrij-Katholieke Kerken. Daarin geloofsvisies over:

Christologie: vaststellen van de twee naturen van Jezus Christus

de goddelijke Drie-eenheid: daarover heeft zowel de Oosterse als de Westerse kerk van meet af zich
uitgesproken. Het was de vraag niet óf het geloof in de Drie-eenheid juist was, maar hóe op te vatten, een
zeer belangrijk geloofspunt; het leidde tot het grote Oost-West schisma in 1054.

de genadeleer, in verband met de erfzonde 2. De mens, aan zich zelf overgelaten, kan nooit tot God komen.
Uit liefde voor de mens grijpt God in in de zondige mens … .
20-07-2017 4:48:39
4
Het vroege Christendom tot heden
De genadeleer werkte heel lang en sterk door, in de zestiende eeuwse Reformatie.

het wezen van kerk, speciaal door de westerse kerk gezien als heilig: de Heilige Katholieke Kerk. Voor het
eerst ontstond een ecclesiologie of kerkleer, inclusief de vraag naar hoe de sacramenten werkenwat deze in
wezen zijn en hoe die werken.

de rol van de traditie – gezien als een erfenis van de apostelen waardoor de kerk werd geleid en de juiste
richting kreeg gewezen bij het interpreteren van de Schriften.

de traditie, als een garantie dat de kerk trouw zou blijven aan het onderricht van de apostelen, en niet als
een ‘verborgen openbaringsbron’ naast de Schrift, een idee dat de kerkleraar Irenaeus (eind tweede eeuw)
als ‘gnostisch’ van de hand deed. Tegen het belang van de traditie kwam een sterke reactie in de
Reformatie: sola scriptura - dus alléén de heilige Schrift, niet de traditie.
2.2
De eerste vier concilies, 4e en 5e eeuw
In het jaar 313 werd het Tolerantie Edict,of Edict van Milaan, van keizers Constantijn en Licinius van kracht. Het
schonk om politieke redenen de Christelijke godsdienst vrijheid, anders zou deze godsdienst een bedreiging
vormen voor de Romeinse Staat en kon het de ideologische basis van de Staat vormen. Christendom en politiek
gingen samen, en in 380 werd het Christendom de staatsgodsdienst. De kerken kregen rechtspersoonlijkheid, de
christenen werden niet meer vervolgd.
In de periode van honderdvijftig jaar daarna ontstonden de eerste vier concilies, na een lange voorbereiding in het
voorafgaande tijdperk van de kerkvaders of -leraren. Het zijn de concilies van Nicea (1) 325, van Constantinopel
(1) 381, van Efeze 431 en van Chalcedon 451.
Het belangrijkste thema van deze concilies was Christologie; het leidde tot nauwkeurige, zij het verschillende
formuleringen van het geloof. Twee vragen stonden centraal:

Was het Christendom niet afgeweken van het strikte Bijbels monotheïsme als het niet alleen in een VaderGod, maar ook in een Zoon van God en in een goddelijke Geest geloofde? Triniteit, niet alleen een doorn
in het oog van de joden (en later de moslims), ook moeilijk in te passen in het filosofische denken van die
tijd.

Hoe kon over een mens, Jezus, gezegd worden dat Hij ook God was, zonder een mens tot een afgod te
maken of God te reduceren tot menselijke proportie waardoor God, per definitie, zou ophouden God te
zijn?
In het kort nu over deze vier concilies die binnen een periode van 125 jaar plaatsvonden.:
2.2.1
Concilie van Nicea (1) 325.
Dit concilie werd bijeen geroepen door keizer Constantijn: nauwkeurige formulering van het geloof tijdens de
eerste vier concilies. Het gemeenschappelijk thema: de Christologie.
Het Christendom was afgeweken van het monotheïsme: niet alléén de Vader-God, ook een Zoon van God en een
goddelijke Geest. Een Drievoudige God, een Triniteit, werd beleden.
Arianus (monnik/priester van Alexandrië,:† 336) verkondigde één God: de Vader. De Zoon is een schepping van de
Vader, en de Geest is schepping van de Zoon. Tijdens dit Concilie werd deze visie dus afgewezen ten gunste van de
idee van een drievoudige God. Maar het Arianisme bleef nog enkele eeuwen lang een hoofdstroming binnen het
Christendom!
2.2.2
Concilie van Constantinopel (1) 381.
Tijdens dit concilie werd voortgebouwd op dat van Nicea, werd de geloofsbelijdenis van Nicea/Constantinopel
geformuleerd (ook wel aangeduid door ‘Nicea’). Het is zowel in Oosters als Westers liturgieën opgenomen. Over
de H. Geest en de heilige, algemene kerk heerste nogal wat verwarring: sommigen zagen de Geest als een ‘Kracht’
(energeia), anderen als een Schepsel, of als God. En weer anderen konden geen keuze maken: de Schrift daarover
was immers hierover te vaag en niet duidelijk. Over de Vader en de Zoon werd nog niet gesproken over
20-07-2017 4:48:39
5
Het vroege Christendom tot heden
homoousios, gelijk van wezen (zie hieronder), maar ook niet in die zin over de Geest en de Vader, dus de Vader en
de Geest. werden niet beschouwd als 'gelijk in wezen'.
Toen al snel daarna toch wezenseenheid met de Vader en de Zoon en de Godheid van de Geest werd geponeerd om
te ontkomen aan de beschuldiging dat de Vader dus twee zonen had (de Zoon en de Geest), werd de wijze waarop
de Geest voortkwam uit de Vader beschreven. De Geest was voortgekomen als emanatie op basis van Joh 15:26:
'die van de Vader uitgaat’, in plaats van generatone, dus geschapen.
Dit concilie kende geen compromissen, maar vulde wel aan. De Vader en de Zoon zijn van hetzelfde wezen
(homoousia), dus wezensverwant (homoioesia), maar ook verwant wat de werking (energeia) van Hen betreft.
De geloofsbelijdenis van Nicea is nog steeds, zoals al gezegd, de gemeenschappelijke geloofsbelijdenis van alle
Christelijke kerken: de huidige RKK, de Protestantse Kerk, de Oosters en Russisch Orthodoxe Kerken.
2.2.3
Concilie van Efese 431.
Nestorius († 450), patriarch van Constantinopel formuleerde dat Maria de moeder van God is (Theotokos). Zij heeft
alleen de mens Jezus ter wereld gebracht, is dus niet de moeder van Jezus. Een andere patriarch, Cyrillius († 444)
van Alexandrië, was het daarmee niet eens, want dan zou Jezus niet vanaf het begin God zijn. Het concilie verwierp
de visie van Nestorius. Hoewel het het God of mens zijn betrof van Jezus, behield Maria een belangrijke plaats,
naast de goddelijke Drie-eenheid (Trinitatis). Vanaf de latere Middeleeuwen tot nu toe werd Maria als een bijna
vierde goddelijke persoon, en werd zelfs de moeder van God genoemd, hoewel God geen moeder heeft. In de VrijKatholieke liturgie (De Bezinning op de Wijsheid, tweede helft twintigste eeuw) is ook nog sprake van de moeder
van God. Beter zou zijn: Moeder Gods, maar dat verhult alleen een onmogelijke visie over haar.
2.2.4
Concilie van Chalcedon 451
(gelegen tegenover Constantinopel) is het grootste concilie tot aan het eerste Vaticaanse Concilie van 1870. Tijdens
het concilie werd het monofysitisme afgewezen dat stelde dat Christus alléén een goddelijke Natuur heeft, en niet
de twee Naturen: goddelijk en menselijk) werd afgewezen. Dit lag ten grondslag aan het latere formele schisma: de
vijf oosterse kerken (van het oostelijke Middellandse gebied van Egypte tot Armenië) erkende de besluiten van
Chalcedon niet.
Dit concilie gaf de klassieke en definitieve vorm en uitbreiding van het derde artikel over de H. Geest. En van Jezus
Christus werd vastgelegd het volledig God-zijn en volledig mens-zijn: twee naturen ongemengd, onveranderd,
ongedeeld en ongescheiden.
2.3
Het Christendom door credo’s bepaald.
Maar hoe ontwikkelde de leer zich, ondanks die gezamenlijke geloofsbelijdenissen?
De geloofsbelijdenissen, die - zoals al gezegd - in de Christelijke liturgieën nog altijd voorkomen (de Apostolische
Geloofsbelijdenis en de Geloofsbelijdenis van ‘Nicea’), werden gebruikt als norm bij het onderricht voor de doop
en initiatie in de kerk. De catechumenen moesten ze uit het hoofd kennen! Vanaf midden vierde eeuw zijn nog
verscheidene vormen van credo’s bewaard gebleven. Daarvóór, in de derde en vierde eeuw waren ‘geloofsregels’
in omloop, gekoppeld aan de namen van kerkleraren als Irenaeus, Tertulianus, Origenes. Sommige geloofsartikelen
werden toegeschreven aan apostelen om daar meer gezag aan toe te kunnen kennen. een voorbeeld hiervan is de
Apostolische Geloofsbelijdenis. Die kan niet van de apostelen afkomstig zijn: deze stamt af van de Oud Romeinse,
en heeft oosterse invloeden ondergaan, met begrippen als 'onzienlijk' en 'zienlijk'
De beide geloofsbelijdenissen - de apostolische en de Romeinse - zijn nooit opgenomen in de Griekse kerk; deze
kerk bracht haar eigen geloofsformuleringen voort. 'De Oosterse belijdenissen' zijn identiek in stijl, maar niet in
bewoordingen.
Het is opmerkelijk dat alle verschillende geloofsbelijdenissen, ontstaan rond de overgang van de derde naar de
vierde, niet zijn terug te vinden - ook niet ten dele - in de vroegchristelijke literatuur. Er bestaan daarvan geen
voorlopers, mogelijk omdat er helemaal geen behoefte bestond om duidelijk precisering en uitspraken te doen over
het geloof.
20-07-2017 4:48:39
6
Het vroege Christendom tot heden
Na aanvaarding van 'Nicea 325' bleven de plaatselijke credo’s bestaan die ook geloofsbelijdenissen van Nicea
werden genoemd! Toen in 381 in Constantinopel de officiële versie werd aanvaard, met het meer uitgewerkte
artikel over de H. Geest dan in Nicea, werd dat een plaatselijk, oosters credo.
Er zijn overeenkomsten tussen de diverse credo’s. Allen hebben een driedelige structuur: allen bevatten zij
artikelen over God de Vader, de Zoon van God en de Heilige Geest. Er wordt geen expliciete, systematische leer
van de Drie-eenheid gegeven, geen leer van God als Drie-in-Eén, wel van de drie ‘naturen’, met elkaar verbonden.
3
Middeleeuwen en Renaissance, ca. 1000 tot ca. 1500
Het Christendom bloeide in twee onderscheidene gebieden: Byzantium, en geworteld in kerkvaders/leraren als
Athanasius, de Cappadociers, en Rome waar Latijnse geschriften van Augustinus, Ambrosius, Hillarius van
Poitiers toonaangevend waren. Maar een scheuring in 1054 ontstond van de ene christelijke kerk in een westerse en
een oosterse kerk. De westerse kerk in West-Europa, met landstreken als Frankrijk, Duitsland, de lage Landen en
Noord Italië, beheerst door Rome, maar met universiteiten in Parijs en de kathedralen scholen in Frankrijk. En de
oosterse kerk in het Byzantium, met als hoofdstad Constantinopel (nu Istanbul, Turkije, een Grieks taalgebied).
Eerder was er al sprake van de oosters-orthodoxe kerken, waarvan (nu) de Russisch-orthodoxe Kerk de grootste is.
Deze kerken stellen dat zij 'echt weten wie Christus is ', en dat zij 'dicht bij de kerk van de eerste eeuwen' zijn
gebleven.
De oosters orthodoxe kerken hebben elk een onafhankelijke structuur en zijn bepaald langs oude, nationale
grenzen. Zo is er onder meer de Russisch-, Grieks-, Oekraïens-, Syrisch-, Servisch- en Bulgaars-Orthodoxe Kerk,
met doorgaans ieder een eigen patriarch (dit is het hoofd van de lokale kerk).
In tegenstelling tot de paus wordt een patriarch niet gezien als 'plaatsbekleder van Christus'. De orthodoxe kerk
aanvaardt geen juridisch primaat zoals dat van de paus. Het patriarchaat is een moreel, geestelijk primaat.
In tegenstelling tot hun rooms-katholieke collega's kunnen in de orthodoxe kerke ook gehuwde mannen de
priesterwijding ontvangen. Wie gewijd is kan niet hertrouwen. Bisschoppen worden altijd gekozen uit de
celibataire priesters 4. Na de wijding neemt de priester een orthodoxe naam aan, doorgaans van een heilige die tot
zijn verbeelding spreekt.
De belangrijkste theoloog in deze periode is Thomas van Aquino (ca. 1225-1270). Het Thomisme is westerse
theologie, ook scholastiek genoemd 5. Ook Erasmus van Rotterdam (1469-1536) behoort tot de theologen van die
periode.
De periode van Middeleeuwen en Renaissance kende ontwikkelingen en een aanzienlijke wederopleving van de
theologie in de vorm van:
- consolidatie van het erfgoed van de oude kerk: herbezinning op Augustinus van Hippo (Latijn als voertaal)
- verkenning van de rol van de rede in de theologie: theologie op betrouwbare basis. Anselmus van Canterbury
sprak over fides quaerens intellectum (geloof dat begrip zoekt), en credo ut intelligam (ik geloof om te kunnen
begrijpen): geloof gaat aan het begrijpen vooraf, maar de geloofsinhoud is desondanks rationeel, al leefde het
besef dat 'de rede beperkingen heeft'. Deze visie komt terug in de periode van de achttiende eeuwse
Verlichting.
- ontwikkeling van theologische systemen: systematiseren van het geloof: de scholastiek
- ontwikkeling van de sacramentstheologie: vroeger bestond geen overeenstemming over een duidelijke
definitie van sacrament. Wat behoorde tot de sacramenten? Aanvankelijk werden alleen twee – doop en
eucharistie – algemeen erkend; daarna werd overeenstemming bereikt over een aantal (zeven in totaal) en
definities. En kwam de leer van de transsubstantiatie! Hierover meer bij de Reformatie.
- de rol van Maria in de heilsleer. Speelt zij een rol bij de verlossing? Devotie tot Maria groeide en de
Marialogie ontwikkelde zich. Er ontstond strijd tussen de maculisten en immaculisten, tussen Maria, net als
ieder ander, belast met de smet (macula) erfzonde (wat Thomas van Aquino leerde), en Maria 'onbesmet', en
bovendien de onbevlekte ontvangenis, waarmee werd bedoeld de maagdelijke geboorte van Jezus: hij was
daarmee niet besmet met de erfzonde.
- en is Maria co-redemptrix, medeverlosser, dus middelaar van het heil van de verlossing? Zie ook Concilie van
Efeze 431: theotokos, de moeder van God.
20-07-2017 4:48:39
7
Het vroege Christendom tot heden
- terugkeer naar de Bijbelse bronnen: kritiek op de Vulgaat (de Latijnse vertaling van Hieronimus, vierde eeuw)
en op de eerste Griekse ‘grondtekst' (van Erasmus, 1516). Er waren vele fouten in de Vulgaat vertaling die
eeuwen lang heilig was voor de RKK. Correcties werden aangebracht, onder meer over Maria, de groet van de
aarstengel Gabriël: gratia plena, vol van genade, waar eerder sprake was van ‘begenadigde’, dat is die genade
gevonden heeft.
In die Middeleeuwse periode vonden opvallende (maatschappelijke) veranderingen plaats:
- bestrijding van de ketters, te vuur en te zwaard, was een vanzelfsprekendheid,
- oorlogen tegen ongelovigen aan de grenzen van het ‘Heilige Rijk’,
- herovering van het Heilige Land door de kruisvaarders. Er werden van 1096 tot 1270 zeven grote kruistochten
gehouden naar Palestina, dat al lang Arabische /Islamitisch was geworden,
- ook verdrijving van de Joden in Europa, gezien als ketterbestrijding!
- het theologisch wereldbeeld veranderde ook, maar de Dominicanen (actief ten aanzien van de Inquisitie!)
brachten toch grote theologen en mystici voort zoals Thomas van Aquino (1225-1274), belangrijkste
middeleeuws theoloog en erkenning van theologische kennis op basis van de filosofie van Griekse Aristoteles!
Meester Eckhart (1260-1327), ook Dominicaan, met zijn mystiek, de onmiddellijke nabijheid van God als een
zielevonk in iedere mens.
- crisis in de kerkelijke structuur, eind veertiende eeuw: twee of drie pausen tegelijkertijd. Het Concilie van
Konstanz (1414-1418) duurde zeer lang, maar bracht geen ingrijpende kerkelijke hervormingen. In deze tijd
werd de Boheemse hervormer Jan Huss als ketter veroordeeld en op de brandstapel gebracht (1415).
Verschillende concilies volgden elkaar op, echter zonder succes.
4
Reformatie en de Contrareformatie, en daarna ~1500 - ~1750
Voor Europa was de tijd omstreeks 1550 politiek en sociaal het begin van een nieuwe fase: boekdrukkunst,
buskruit, begin van de wetenschappelijke revolutie (Copernicus: aarde om de zon), de militaire rol van de adel was
uitgespeeld (een beroepsleger kwam), Columbus ontdekte de Nieuwe Wereld (1492), begin van de koloniale
politiek. De verovering van het Spaanse Granada door de christenen (Ferdinand en Isabella) op de moslims (1492)
was fataal voor de Joden, die daar 800 jaar in vrede konden leven. Toen werd hen de keuze gelaten: òf tot christen
te worden gedoopt, òf te vertrekken.
De politieke situatie in Duitsland (land van de eerste hervorming) liet een afname zien van de keizerlijke macht, ten
gunste van die van de afzonderlijke staten. Aan het eind van de 16e eeuw was het Westen begonnen aan een geheel
nieuwe cultuur. Men was in die eeuw geobsedeerd door gedachten over God (en toch, of juist daardoor, ontstond in
het begin van de 17e eeuw een atheïsme!).
De grote scheiding tussen katholiek en protestant werd in de 16e eeuw een feit. Hierin kwamen grote verschillen in
denken over God en verlossing tot uiting die tot op de dag van vandaag het Christelijk denken beheersen.
Verschillende vormen van Reformatie: Luthers, Calvinistisch (in Nederland), Zwingli, Radicale Katholieke
(Concilie van Trente 1545, de Contrareformatie). Weer waren vrijwel dezelfde onderwerpen van belang als vóór de
Reformatie: bronnen van de theologie, genadeleer, sacramenten en kerk
4.1
De Reformatie
De centrale figuur daarvan was Maarten Luther (1483-1546). Hij studeerde eerst filosofie (scholastiek) als
voorloper op zijn rechten studie. Hij werd echter Augustijner monnik, bestudeerde de bijbel, werd getroffen door
een zinsnede uit Paulus' brief aan de Romeinen (1: 17): 'Want de rechtvaardigheid Gods wordt daarin (in het
evangelie) geopenbaard'. Naar Aristoteles betekent rechtvaardigheid iemand iets geven wat hij verdient, dus (?) de
zondige mens wordt door de rechtvaardigheid Gods gestraft. Maar Luther komt tot een andere conclusie: God
rechtvaardigt ons zonder enige verdienste onzerzijds, om Christus' wil. De mens kan en behoeft niets anders te
doen dan deze vrijspraak met een oprecht geloof aan te nemen. Want God eist niet, Hij geeft: dit is het evangelie,
20-07-2017 4:48:39
8
Het vroege Christendom tot heden
de blijde boodschap. Zó ongeveer dacht Luther hierover. Dit is dus zijn leer over 'de rechtvaardiging door het
geloof alleen'.
De grootste verandering van de Westelijke kerk - dat is dus RK kerk - was eerder voorbereid, maar werd feitelijk
veroorzaakt in 1517 door Luther met zijn 97 stellingen, voornamelijk tegen de aflaat.
Er volgde een pauselijke bul, excommunicatie en onderdrukking van hervormers die vanaf 1529 ‘protestanten’
genoemd werden
4.1.1
De aflaat en de Wittenbergse stellingen
Zonder een hervorming te voorzien, werd de aflaathandel echter wel de aanleiding tot hervorming. De aartsbisschop
(Albrecht van Mainz) ontving onterecht ook de inkomsten van de vacante bisdommen Maagdenburg en Halberstadt; de
paus (Leo X) eiste meer dan die inkomsten voor de bouw van de St. Pieter te Rome, en stelde de aartsbisschop voor een
grote aflaathandel te organiseren. De aflaat zou niet alleen de straf voor begane zonden, maar ook de schuld
kwijtschelden. Een dominicaan werd de handelaar in aflaten: 'Als het geld in 't kastje klinkt, 't zieltje in de hemel
springt!' De aflaat kon ook in het stervensuur worden ingelost, dus werd daardoor praktisch een vrijbrief voor een
zondig leven. Luthers 95 stellingen (in het Latijn), bedoeld ter openbare discussie, in 1517 op de deur van de slotkerk te
Wittenberg geprikt, gingen over de aflaat, maar indirect ook over vele andere zaken. In feite werd het primaat van de
paus betwist; niet pausen en concilies, maar de heilige schrift alleen had beslissend gezag.
Enkele van de 95 stellingen:
Het is puur menselijk gedoe, als men beweert dat de ziel uit het vagevuur omhoogschiet, zodra de klank van het
geld in de kist rinkelt (27).
Wie denken door aflaatbrieven zeker te zijn van hun behoud zullen met hun leraren onder het eeuwig oordeel
vallen (32).
Men moet de christenen leren, dat wie aan een arme geeft of aan een behoeftige leent, beter doet dan wie een
aflaat koopt (43).
De principes van de Luthers reformatie zijn:
sola gratia: alleen de genade van God kan de mens rechtvaardigen en hem het heil geven
sola fide: alleen het geloof kan het antwoord van de mensen zijn op het aangeboden heil door God. Het doen van
goede werken is niet voldoende ('werkgerechtigheid'), maar het gevolg van het geloof.
sola scriptura: alleen de Bijbel, noch de traditie, noch het geloofsonderricht, is de maatstaf voor het juiste
christelijke geloof.
Een veroordelende pauselijke bul over Luthers uitspraken verscheen in 1520. In dat zelfde jaar schrijft hij een dertigtal
geschriften, w.o. een Bijbelse sacramentsleer. Van de zeven sacramenten - doopsel, vormsel, avondmaal of eucharistie,
absolutie, oliesel of ziekenzalving, huwelijk en (priester)wijding -. kan hij er alleen drie (doop, avondmaal, biecht) als
Bijbels gefundeerd erkennen, en de biecht nog maar nauwelijks. Hij keert zich tegen de transsubstantiatie leer en tegen
de offergedachte in de mis; vormt zijn consubstantiatie leer.
Een jaar later - in 1521 - verschijnt de banbul: Luther wordt als ketter verbannen, maar had aanvankelijk steun
gekregen van de Nederlandse humanist Erasmus.
De interne differentiatie van de middeleeuwse monopolie kerk, haar verval in standen en haar gedragswijze ten
opzichte van hervormers, zorgde er in de reformatie voor dat het tot een openlijke breuk kwam tussen het roomse
streven naar eenheid en het Europa dat zich meer en meer bewust werd van haar regionaal en spiritueel pluralisme.
Deze scheiding was moeilijker te overwinnen dan de aloude strijd tussen Rome en de orthodoxie.
De Reformatie, na de scheiding van de kerk van Rome, heeft los daarvan een verdere ontwikkeling gekregen. Daartoe
hebben sterk bijgedragen Desiderius Erasmus (1469-1636) en Ulrich Zwingli (1484-1531).
20-07-2017 4:48:39
9
Het vroege Christendom tot heden
Erasmus, die in 1516 het Nieuwe Testament in het Grieks vertaalde (voordien alleen de Latijnse Vulgata), die als basis
diende voor Luthers Duitse Bijbelvertaling. Erasmus schreef in 1524 zijn verhandeling over de vrije wil; daarin stelde
hij dat de genade alleen de mens niet kan redden: de mens aanvaardt die genade of neemt die aan uit eigen vrije wil.
De Zwitser Zwingli brengt het re-formeerde, her-vormde protestantisme dat veel radicaler is en theocratisch van
maatschappijvisie is, met sterke aanspraken op het sociale en ethische leven. Zwingli liet de hervorming verlopen langs
geordende paden, via de gemeenteraad (van Zürich). Hierdoor ontstond de Beeldenstorm: het verwijderen van altaren
met daarvoor in de plaats avondmaalstafel, het verwijderen van kaarsen, kruisen en zelfs orgels! De Mis werd geheel
afgeschaft en vervangen door een voor de voor het protestantisme kenmerkende, sobere dienst.
'Het Woord Gods' werd verkondigd niet alleen voor de gelovige, maar betrof ook het openbare leven met een
huwelijkswetgeving en een strenge zedentucht als gevolg.
4.1.2
De avondmaalstrijd
Binnen het protestantisme ontstaat een strijd over het avondmaal: voor Zwingli (onder invloed van het humanisme)
diende het avondmaal symbolisch/zinnebeeldig opgevat te worden: als Jezus zegt: Dit is mijn lichaam, bedoelt hij: Dit
betekent mijn lichaam. Niet zo volgens Luther: Christus 'woont' letterlijk met zijn lichaam en bloed in de avondmaals
elementen. Zwingli's sacramentenleer wint terrein. Er wordt een gesprek gevoerd hierover tussen beide hervormers (in
1529). Luther wil niet strijden over het hóe van Christus' tegenwoordigheid in het avondmaal, mits de ander het feit van
de werkelijke tegenwoordigheid erkennen wilde. Dat nu wilde Zwingli niet (te rooms …). Hij zag dat als een zondige
poging om de menselijke rede te laten heersen over de 'dwaasheid van het geloof''.
Luther probeerde de werkelijke tegenwoordigheid toch ook verstandelijk te benaderen. Hij onderschreef de scholastieke gedachte van de consubstantiatie leer: Christus' lichaam en bloed zijn in, met en onder de elementen aanwezig,
zoals het vuur het ijzer doorgloeit. Dit is wel wat vreemd voor hem die tot God staat door bemiddeling van het Woord
en de Geest. Hij zelf verklaart de lichamelijke tegenwoordigheid door te zeggen dat Christus' menselijke natuur
deelneemt aan de eigenschappen van de goddelijke natuur (communicatio idiomatum); zij bezit dus alomtegenwoordigheid. Deze Lutherse gedachten vinden in eigen kerk nauwelijks enige aanhang, en Zwingli's gedachten zijn voor het
gereformeerd protestantisme al vervangen door die van Calvijn, gebaseerd op Augustinus' avondmaalsleer.
De Fransman Johannes Calvijn (of Jean Cauvin; 1509-1564) was ervan doordrongen dat Christus werkelijk beslag legt
op het leven van de gelovigen. Christus is de Heer van de gemeente. Maar daarvoor is tucht nodig, niet over te laten aan
stedelijke en landelijke overheden, maar aan de kerk zelf. De heersende zedeloosheid en lichtzinnigheid worden
aangepakt. Met Luther geloofde hij in de rechtvaardiging van de zondaar, om Christus' wil, door het geloof alléén. Met
Zwingli deelde hij de overtuiging dat ons geloof of ongeloof geheel het gevolg is van Gods eeuwige voorbeschikking
(predestinatie leer, of leer der uitverkiezing): 'Onze zaligheid hangt niet af van ons wankel geloof, maar ligt vast in
Gods eeuwige trouw. We kunnen alleen door een gelovig aanvaarden van onze rechtvaardiging deze zekerheid van de
uitverkiezing verkrijgen.
Calvijns avondmaalsleer is verwant aan die van Luther: het avondmaal is allereerst een gave van God en niet een
belijdenis handeling van de mens. Brood en wijn zijn niet slechts symbolen, maar instrumenten waardoor ons het
werkelijk lichaam en bloed van Christus geboden worden. Maar dat lichaam dat voor ons gestorven is en opgewekt
werd, is nu in de hemel. Daar blijft het ruimtelijk begrensd, evenals op aarde. Luthers leer van de communicatio tast
volgens Calvijn Christus' ware mensheid aan. Hij onderscheidt het teken en de betekende:
Als de gelovige de tekenen neemt met de mond, zo wordt hij tegelijk door de Heilige Geest verbonden met Christus'
lichaam in de hemel, dat het eeuwig leven van de verlossing draagt. Dit is noch Luthers realisme, noch Zwingli's
symbolisme. De uiterlijke handeling en de gemeenschap met Christus zijn bij Calvijn parallel lopende werkelijkheden,
ongescheiden en onderscheiden. En dit gaat terug op Augustinus. (Vraag: wat betekent nu een geestelijke gemeenschap
met Christus' hemels lichaam?). Er ontstond weer een avondmaalsstrijd die ten dele terug te vinden is in de
Heidelbergse Catechismus en in het protestantse avondmaalformulier 3.
4.1.3
De genadeleer en zonden
Met het sola gratia, een van de drie principes van de Reformatie, en met een citaat uit Joh 14:6:
Zie het Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld (Ecce Agnus Dei qui tollit peccata mundi.),
20-07-2017 4:48:39
10
Het vroege Christendom tot heden
kan het wezenlijke over genade en zonden vanuit reformatorisch standpunt worden gegeven. Zie ook noot 2.
4.2
De Contrareformatie
Dit is een langzaam op gang gekomen bezinning binnen de katholieke kerk, op de vragen die de reformatie
opgeworpen had, zonder de tegenstanders op bepaalde meningen vast te leggen (de hervormers worden nergens met
name genoemd!) Hiervan is de neerslag te vinden in het Tridentinum. Dit Concilie van Trente (1545-1563) heeft ook
geleid tot een hernieuwde wereldlijke macht van de katholieke kerk, waartoe de wereldlijke geestelijken van de
Jezuïeten orde hebben bijgedragen (door Ignatius van Loyola (1491- 1556). Hij stichtte de Compagnia de Jesus;
Societa Jesu, afgekort J.S.).
Het Concilie van Trente heeft onder meer gezocht naar rechts- en leerstellige gronden in antwoord op de vragen en
stellingen van de hervormden. Een strenge moraal werd voorgeschreven (nodig door het erkende verval van de
geestelijkheid) en verschillende verboden werden afgekondigd waaronder Index Librorum Prohibitorum, de lijst van
verboden boeken, de Index, vast gesteld niet lang na de boekdrukkunst en tot voor kort nog geldig! Ook trof een
banvloek (anathema) de leer van de rechtvaardiging door het geloof alleen. De Schrift (en dan alléén in de Latijnse
vertaling, de Vulgata) en de kerkelijke overlevering kregen gelijk goddelijk gezag ('De kerk getuigt dat de kerk de
waarheid is'). Het Concilie bond zich geheel aan de paus en verzocht hem de conciliebesluiten te bekrachtigen. Dit
leidde bijna tot de onfeilbaarheid van 'Christus' plaatsvervanger', wat sinds het eerste Vaticaanse Concilie(1870) een
feit werd, zij het alleen met betrekking tot de pauselijke uitspraken ex cathedra.
4.2.1
Transsubstantiatie
De leer van de transsubstantiatie, formeel beschreven tijdens het vierde Lateraans Concilie van 1215, berust op de
filosofie van Aristoteles die onderscheid maakt tussen substantia en accidentia. De substantie van iets is het werkelijke
wezen ervan; de accidentia zijn de attributen ervan (kleur, geur, smaak, vorm enz.). De attributen van brood en wijn
blijven onveranderd bij de consecratie; hun substantie verandert van wijn en brood in het lichaam en bloed van Jezus
Christus. Hiertegen kwam protest van Reformatiezijde vanwege het inbrengen van ideeën van de Griek Aristoteles in
de christelijke theologie.
In 1551, tijdens het Concilie van Trente, ontstond het ‘Decreet over het allerheiligste sacrament van de eucharistie’.
Uitgangpunt was de waarachtige tegenwoordigheid van Christus: ‘Na de consecratie van brood en wijn is onze Heer
Jezus Christus waarlijk, werkelijk en substantieel vervat in het eerbiedwaardige sacrament van de heilige eucharistie
onder de gelijkenis van die stoffelijke dingen.’. … de substantie van het brood en van de wijn verandert in de
substantie van het lichaam en bloed van Christus. Deze verandering noemt de heilige katholieke kerk correct en
toepasselijk ‘transsubstantiatie’.
Later, in de 20e eeuw, spreekt de rooms-katholieke theoloog Edward Schillebeeckx over transsignificatie, dus de
verandering van betekenis van brood en wijn. En transfinalisatie: bij de consecratie verandert het doel van het brood
en wijn. Maar deze visie heeft geen genade gekregen van ‘Rome’
5
De moderne tijd, ca. 1750 tot heden
De achttiende eeuwse Verlichting beïnvloedt speciaal het protestantisme , en in het algemeen het Christendom; in
het bijzonder: de rede wordt bepalend (zoals al eerder bij de scholastiek) bij het verstaan van de wonderen,
openbaring, erfzonde, kwaad, de bijbel, persoon en betekenis van Jezus Christus,van God.
Oecumenische beweging, midden 20e eeuw, beoogde het tot elkaar brengen van de verschillende kerken. Daarbij
bleek de grote hindernis de houding van de RK kerk te zijn betreffende het primaat van de paus. Deze beweging
laat niets meer van zich merken.
Wereldraad van Kerken, 1948 Amsterdam, begonnen met 144 leden. In 1975 waren dat er 301. Sinds 1998 (?) .
worden beslissingen niet langer bij meerderheid van stemmen genomen, maar bij consensus. Dit houdt in een
zolang discussiëren totdat alle lidkerken het over een bepaalde zaak eens zijn. Of wanneer dit niet wordt bereikt, ,
dan verdwijnt het onderwerp van de agenda. Zo vergadert de oosterse orthodoxie sinds jaar en dag, uiterts trage
besluitvorming! Nu, bij de vergadering in 2005 weigerden drieëntwintig lidkerken aan stemmingen deel te nemen,
blokkeerde elk gemeenschappelijk eucharistie- of avondmaalsviering en dreigde met uittreding. Men wilde de
orthodoxe kerken binnen de Raad houden; zonder hen zou het een verzameling van alleen deelnemende
20-07-2017 4:48:39
11
Het vroege Christendom tot heden
protestantse kerken zijn. (De RK kerk is nooit lid geworden van de Raad). Uitspraken over de vrouw in het ambt,
intercommunie – door de oosters orthodoxen - zijn altijd principieel afgewezen.
Vetorecht geldt voor iedere lidkerk, bij elk onderwerp.
De doelstelling van de Raad is: een oecumenische beweging waarvan de deelnemende kerken naar eenheid dienen
te streven.
Waarom beslissen via consensus per definitie democratischer is (aldus de mening van de orthodoxen) dan besluiten
bij meerderheid, blijft een raadsel.
Een moderne geloofsbelijdenis
De Commissie van Tien van de Remonstrantse kerk heeft haar geloofbelijdenis uit 1940 herzien. Die belijdenis
begint niet met ‘Wij geloven ..’; dat komt pas later in de belijdenis.
De Landelijke Algemene Vergadering heeft deze nieuwe ‘proeve van belijden’ aanvaard in 2006.
De Remonstranten maken geen deel uit van de Protestantse Kerk in Nederland.
Wij weten en willen aanvaarden dat onze geest zijn rust niet vindt in de zekerheid van wat hij weet of belijdt, maar
in het verwonderd besef van wat hem toevalt en geschonken wordt; dat onze wil zijn bestemming niet vindt in
twijfel of onverschilligheid met al wat leeft; dat ons gevoel niet de gevangene van hebzucht is, maar zich ontplooien
kan in verlangen naar wat anders is en ongerept; dat ons bestaan niet voltooid wordt door wie we zijn en wat we
hebben, maar door wat oneindig groter is dan wij kunnen bevatten.
Daarom geloven wij in Gods heilige Geest , die al wat mensen scheidt te boven gaat en hen bezielt tot wat heilig is
en rechtvaardig en goed, opdat zij, van eigendunk bevrijd, biddend, zingend, handelend en zwijgend, God zullen
eren en dienen.
Wij geloven in Jezus Christus, de ware mens, die gekomen is en voorbijging en mensen lief had, het gelaat van God
dat ons aanziet en verontrust. Hij wandelde met God en werd gekruisigd maar leeft, zijn eigen dood en die van ons
voorbij.
Hij is ons voorbeeld van wijsheid en van moed en brengt ons Gods eeuwige liefde nabij, die vergeeft en verzoent.
Wij geloven dat wij zelf, zo zwak en kwetsbaar als wij zijn, door Gods genade vriend van Christus mogen heten.
Wij geloven in de toekomst van God en mens, in goddelijk geduld dat tijd schenkt om te leven, te sterven en op te
staan, in het koninkrijk dat is en zal zijn, waarde wolf en het lam samen grazen en God voor eeuwig zal zijn: Alles
in allen.
Amen.
Een moderne catechismus
Snel na het tweede Vaticaanse Concilie (1962/65) is uitgegeven De Nieuwe Catechismus (1966) voor Nederland.
Deze Nederlandse poging om geloofsvernieuwingen, tot stand gekomen tijdens dat concilie, te verwoorden werd in
1968 veroordeeld door Rome, als in strijd met de geloofsleer!
In 1986 kwam voor Nederland en België uit:
De geloofsbelijdenis van de kerk- katholieke catechismus voor volwassenen, grotendeels de vertaling van
Katholischer Erwachsenen-Katechismus - Das Glaubensbekenntnis der Kirche ,1985.
Deze Catechismus vond blijkbaar genade bij Rome.
***
Want ons kennen is stukwerk ...
Maar wanneer het volmaakte komt,
heeft het stukwerk afgedaan ..
Nu kijken wij nog in een spiegel,
20-07-2017 4:48:39
12
Het vroege Christendom tot heden
we zien raadselachtige dingen,
maar straks zien we van aangezicht tot aangezicht.
Nu kennen we nog slecht ten dele
maar dan zullen wij ten volle kennen
1 Kor: 13 ...
***
6
Noten
1. Christendom van de eerste viereeuwen - ontstaan van de geloofsbelijdenissen . +FRdO
2. De erfzonde, met verwijzing naar Joh 14:6: Zie het Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld (Ecce Agnus
Dei qui tollit peccata mundi)
Het Lam Gods, 1432, de schilder Jan en Hubert van Eyck, in de St Baafs kathedraal, Gent, bevat twaalf luiken in
geopende staat, aan beide zijden te bezichtigen. De vierentwintig beelden samen presenteren een kosmogonie van
een verbazingwekkende schoonheid en intelligentie. Met in het centrum van de kosmos het apocalyptische en
hallucinerende paneel: de aanbidding van het Lam. Hierop Adam en Eva, alle heiligen, alle engelen, God de Vader,
de Moeder Gods, het Lam zelf, iedereen is present … Alleen de verdoemden ontbreken; zij missen het visioen en
zien niets.
3. In het Avondmaalformulier wordt verwezen naar Augustinus (354-430) die over de consecratie schreef ‘de
zichtbare vorm van een onzichtbare genade’. Deze omschrijving komt overeen met de VK en Anglicaanse definitie van
sacrament. Hij voegde er nog aan toe: 'niet alleen tekenen van genade; op de een of andere manier (!) roepen zij
datgene op, of maken zij datgene mogelijk wat ze betekenen'.
Hierop is in de loop van de tijd verder ingegaan, maar niet door Augustinus zelf - over de verhouding tussen teken en
werkelijkheid.
4. In de VK Kerk worden bisschoppen gekozen uit de priesters. Of deze al dan niet getrouwd zijn, speelt hierbij
geen rol. Ontbinding van het huwelijk van een bisschop of van een priester, is mogelijk.
5. Scholastiek, naar de later 'scholastische' theoloog Duns Scotus (ca..1265 - ca. 1308.. (Dunce betekent sufferd!).
***
7
7.1
Appendix
Concilies, een overzicht
a. Zeven gezamenlijke concilies uit de oudheid
1
325
Nicea (1)
2
381
Constantinopel (1)
3
431
Efeze
4
451
Chalcedon
5
553
Constantinnopel (2)
6
680/1 Constantinnopel (3)
7
787
Nicea (3; of 2?)
b. Het omstreden 8e Concilie en een 'Tegen-concilie'
8
869/70 Constantinnopel (4)
879/89 ‘Tegenconcilie’ van de Oosterse kerk
20-07-2017 4:48:39
13
Het vroege Christendom tot heden
c. Zeven pauselijke concilies van de westerse kerk
9
1123
Rome (1)
10
1139
Rome (2)
11
1179 Rome (3)
12
1215
Rome (4)
13
1245
Lyon (1)
14
1274
Lyon (2)
15 1
311/12 Wenen
d. Drie concilies (streven naar Westerse kerkhervorming )
16
1114/18
Konstanze
17
1438/45
Basel/Ferrara/Flozance
18
1512/17
Rome (5)
e. Drie concilies van de RKK na de Reformatie
19
1545/63
Trente
20
1669/70
Rome/Vaticaan (1)
21
1962/65
Rome/Vaticaan (2)
7.2
Literatuur, bronnen
[1] Christendom van de eerste vier eeuwen - ontstaan van de geloofsregels en geloofsbelijdenissen.
F.R. den Outer, VKIS\Vroege Christendom geloofsbelijd dO 09.doc
[2] Over het christendom:
Wereldreligie in kaart gebracht, Eliad/ Couliano,1992, Aula, blz 119-156
Religie voor dummies, Pearson, Education Benelux 2002, ,
James D.G. Dunn, Hoe het Christendom begon, 1987, Ten Have.
Rosemary Drage Hale, Christendom, 2004, Libero
Peter Pawlowsky, Het Christendom, 1995, Callenbach
.
en vele andere werken over het Christendom.
[3] VK publicaties over God- en mensbeelden in Reflectie van pr Frank A. Kouwe (4.3 Godsbeelden)
en +Frank den Outer (4.1, 4.2, 4.4 en 4.5):
3.1 De vergankelijkheid van Godsbeelden - over God de Vader - uitgave VK kg Arnhem, 1999, 12 blz (A5)
3.2 God in Beelden
Reflectie 3(1) voorjaar 2006, p 5-7,
3.3 Godsbeelden
Reflectie 4(1) voorjaar 2007, p 9-17
3.4 Over het eenzijdige Gods- en Mensbeeld
Reflectie 4(3) herfst 2007, p 6-10,
3.5. Mijn ziel dorst naar God - het onkenbare benoemen Reflectie 5(2) zomer 2008, p 4-7,
[4] Ojas Th.de Ronde, De geest waait waar hij wil - over de Jezus revival in onze dagen, Reflectie zomer 2009
20-07-2017 4:48:39
14
Het vroege Christendom tot heden
[5] Frances Young, De oudste creodo's van het Christendom, 1991, Ten Have
[6] Joanne Klink, De onbekende Jezus, 1998, Ten Have,
[7] Wie schreven het Nieuwe Testament werkelijk, Burton L. Mack,1997, Ankh-Hermes
[8] Karen Armstrong,
* Een geschiedenis van god - vierduizend jaar jodendom, christendom en islam, Anthos, Baarn 1988.
(Oorspronkelijk in het Engels, 1994, Mandarin)
* De Bijbel - de biografie, Roularta Books, Roeselare, 2007
* In het Begin - een nieuwe visie op Genesis, Anthos, 1996..
* Het evangelie volgens de vrouw, Anthos, 1997
Voor verdere studie
[9] De Sacramenten, + F.R. den Outer, bestand VKIS\Sacramenten.doc
[10] A.F.L. Klijn, De wordingsgeschiedenis van het nieuwe tesament, 1965, Het Spectrum, Aula.
[11] A.F..J. Klijn, Het ontstaan van een Nieuw Testament, 1995, Callenbach
[12] Bart D.Ehrman, The Orthodox Corruption of Scripture, 1993, Oxford University Press
[13] Bart D.Ehrman, The New Testament - A historical Introduction to the Early Christian Writings,
1997, Oxford University Press
[14] Bart D. Ehrman, Misquoting Jesus - the Story Behind Who Changed the Bible and Why, 2005,
HarperSanFrancisco
[15]. Bruce M. Metzger, The Text of The New Testament - Its Transmission, Corruption. en Restoration, 1992, Oxford
University Press
[16]. Bruce M. Metzger, The Canon of the New Testament - Its origin, Development and significance, 1997, Clarondon
Paperbacks
[17]. Alister McGrath, Christelijke Theologie - een introductie, 1997 (Christian Theology, 1994/1996)
[19] Edwyn Hoskyns & Noel Davey, The Riddle of the New Testament,1958, Faber
Speciaal over Jezus:
[19} John Dominic Crassan:
The historical Jezus, T&T Clark, 1993
Jesus a revolutionary biography, HarperSanFrancisco, 1994
The essential Jesus - original sayings and early images, Castle Books, 1998
[20] Paul Verhoeven (filmregisseur), Jezus van Nazaret, een realistisch portret, Meulenhof, 2008.
(De auteur was betrokken bij het Jezus Seminar van ca. 20 jaar geleden, wilde een film over Jezus, zag er van af in
verbrand met te verwachten kritiek van de conservatieve christenen, en schreef in de plaats van een film het hier
genoemde over Jezus) .
[21] Deepak Chopra (Indiase arts), De Derde Jezus, Kosmos, 2008
[22] Osho (Indiase spirituele leraar), Het Mosterdzaad - commentaar op het (gnosische) Evangelie van Thomas, Ajren
2000
+ F.R. den Outer VKIS\Vroege Christendom - heden 09.doc
20-07-2017 4:48:39
15
Het vroege Christendom tot heden
Download