Hoofdstuk 5I 2015

advertisement
Hoofdstuk 5I: Complicatie van diabetes type 2
Duur 30 minuten
Leerdoelen deelnemers
De deelnemers
 Kennen de mogelijke complicaties van diabetes
 Weten dat complicaties van diabetes onder andere bestaan uit schade aan de grote
en kleine bloedvaten en zenuwen
 Weten dat complicaties niet alleen ontstaan door hoge bloedglucose-waarden
 Weten dat hoge bloeddruk, verhoogd cholesterol en roken het risico op
complicaties vergroten
Inhoud
Complicaties van diabetes
 Grote bloedvaten: hartinfarct, herseninfarct, problemen met de bloedsomloop (benen/voeten)
 Kleine bloedvaten: oogschade (retinopathie), nier aandoeningen (nefropathie),
erectieproblemen
 Zenuw aandoeningen (neuropathie), voeten, erectieproblemen
Factoren die het risico op deze complicaties vergroten:
 Verhoogde bloedglucose, hoge bloeddruk, verhoogd cholesterol, roken, te grote
middelomtrek/overgewicht, depressie
Jaarlijkse screening op vroege aanwijzingen voor complicaties
 Foto’s van de retina (fundusfotografie), voetcontrole, uitgebreid onderzoek in bloed en urine
© PRISMA trainershandleiding hoofdstuk 5I, Diabetescentrum VUmc, Amsterdam 2015
1
Rol trainer
Helpt deelnemers
 Te leren wat de meest voorkomende complicaties van diabetes zijn
 Te leren dat complicaties niet alleen te maken hebben met de
bloedglucosewaarden maar ook met bloeddruk, cholesterol, roken, een te grote
middelomtrek en depressie
 Te begrijpen dat complicaties niet onvermijdelijk zijn en voor een groot deel
kunnen worden beperkt door risicofactoren te verminderen
Activiteit deelnemers
De deelnemers
 Onderscheiden de meest voorkomende complicaties van diabetes
 Snappen waarom de urine, bloed, ogen en voeten worden gecontroleerd
 Weten welke risicofactoren invloed hebben op de complicaties
DRAAIBOEK
Dit is een voorbeeld van de wijze waarop u de inhoud kunt overbrengen. Als u het verhaal
liever op een andere manier wilt vertellen is dat ook goed, zolang de inhoud in grote lijnen
hetzelfde blijft en uw verhaal geen ‘schools’ karakter krijgt. Wel dienen alle flapovers
gemaakt te worden ter voorbereiding op het actieplan. Het belangrijkste is de informatie
over te brengen en de groep zoveel mogelijk zelf aan het woord te laten.
Zorg dat u in deze bijeenkomst zo min mogelijk zelf aan het woord bent. Geef de
deelnemers zoveel mogelijk gelegenheid om zelf dingen te ontdekken. Als richtlijn: stel
tenminste één vraag voor elk stukje informatie dat u geeft.
© PRISMA trainershandleiding hoofdstuk 5I, Diabetescentrum VUmc, Amsterdam 2015
2
I 1 Complicaties van diabetes
In het vorige onderdeel hebben we het gehad over de rol van glucose bij de diabetes.
De indruk kan ontstaan dat glucose het enige is dat telt maar er spelen ook andere factoren
een rol.
In deze bijeenkomst zullen we het hebben over complicaties van diabetes en (de andere)
factoren die hierbij belangrijk zijn. Maar vooral over wat u kunt doen om deze te
beïnvloeden. Dit kunt u straks gebruiken als u uw actieplan gaat maken.
Wat zijn complicaties eigenlijk?
Complicaties zijn de schadelijke gevolgen van een aandoening op langere termijn.
Ik ben me ervan bewust dat complicaties van diabetes geen plezierig
gespreksonderwerp zijn. Daarom wil ik er eerst bij stilstaan waarom we het er op dit
moment over gaan hebben. We hebben al eerder besproken (in ‘Mijn eigen verhaal’) dat
diabetes bij veel mensen al een tijdje bestond voordat het door de dokter werd vastgesteld.
Weet iemand nog wat er toen gezegd werd?
Precies. Iemand kan al jaren diabetes hebben voor het wordt ontdekt, en er werd ook
gezegd dat iemand zelfs al complicaties kan hebben voordat bekend is dat hij of zij diabetes
heeft.
Grijp waar mogelijk terug op ‘Mijn eigen verhaal’.
U kwam er bijvoorbeeld achter dat u diabetes had toen u een hartinfarct kreeg, of de
opticien zag iets aan uw ogen dat mogelijk door diabetes werd veroorzaakt en raadde u aan
om naar uw huisarts te gaan.
Gebruik waar mogelijk voorbeelden uit ‘Mijn eigen verhaal’ uit de eerste bijeenkomst.
Het is dus zaak om direct vanaf het moment dat de diabetes bij u is vastgesteld alert te zijn
op complicaties te weten welke complicaties kunnen optreden en vooral hoe deze zo goed
mogelijk te voorkomen, om het ontstaan van complicaties zoveel mogelijk te voorkomen, of
de juiste behandeling te krijgen.
© PRISMA trainershandleiding hoofdstuk 5I, Diabetescentrum VUmc, Amsterdam 2015
3
De boodschap die we u willen meegeven is dat veel problemen, die zich bij diabetes kunnen
voordoen, kunnen worden voorkomen of uitgesteld door ze goed in de gaten te houden en
op de juiste manier te behandelen.
Wat voor soort problemen kunnen zich voordoen als complicaties, of als gevolgen van
de diabetes op langere termijn?
Als er geen antwoorden komen, kunt u vragen ‘waar let de dokter op?’.
Maak de flap-over Complicaties. Maak een onderverdeling in de plek waar de schade
plaatsvindt en de gevolgen. Ze worden vaak beter onthouden als u ze in groepjes onder
verdeelt. Wanneer niet alles genoemd wordt, bespreek dit later bij de verschillende
onderdelen en vul het overzicht daarna aan.
U krijgt dan bijvoorbeeld flap-over:
Complicaties
Grote bloedvaten
Hartinfarct
Herseninfarct
Problemen met de bloedsomloop (benen/voeten)
Kleine bloedvaten
Nieren (nefropathie)
Ogen (retinopathie)
Voeten
Erectie problemen
Schade aan zenuwen
Erectie problemen
Voeten (neuropathie)
Wanneer deelnemers bijvoorbeeld zweren, gangreen of blindheid noemen kunt u deze in de
tabel opnemen als gevolgen van de complicaties.
U ziet op deze lijst dat diabetes een aantal zorgwekkende complicaties kan hebben.
Het is belangrijk dat u begrijpt dat we deze niet bespreken om u bang te maken of om u
© PRISMA trainershandleiding hoofdstuk 5I, Diabetescentrum VUmc, Amsterdam 2015
4
nachtmerries te bezorgen, maar juist om u te vertellen dat u deze gevolgen vaak kunt
voorkomen of uitstellen.
I 2 Grote bloedvaten
We bespreken de grote en kleine bloedvaten afzonderlijk, omdat ze op verschillende
manieren beschadigd kunnen raken en verschillende complicaties tot gevolg kunnen hebben,
die op een verschillende manier voorkomen en behandeld kunnen worden.
Laten we beginnen met de grote bloedvaten. Lichaamsdelen zoals het hart, de hersenen en
de benen worden van bloed voorzien door grote bloedvaten, de slagaders.
Maak een flap-over Bloedvaten. De bovenste helft is bestemd voor de Grote Bloedvaten.
Teken een grote, kronkelige buis.
Wat gebeurt er met de slagaders wanneer we ouder worden?
Ze slibben dicht en worden minder elastisch.
Teken kleine deeltjes aan de binnenkant van de buis.
Hoe wordt dat genoemd? Wat zorgt er eigenlijk voor dat de slagaderen dichtslibben?
Aderverkalking (Atherosclerose), door cholesterol daar komen we straks nog op terug.
Schrijf Cholesterol bij de tekening.
Wat is het gevolg van het dichtslibben?
Het veroorzaakt een vernauwing of verstopping.
Wat gebeurt er op de plek waar het bloed naar toe gaat? Wat doet het bloed?
Het bloed komt minder goed of helemaal niet meer waar het moet zijn. Bloed vervoert
zuurstof, dat nodig is voor het hart en de hersenen om goed te werken.
© PRISMA trainershandleiding hoofdstuk 5I, Diabetescentrum VUmc, Amsterdam 2015
5
En wat gebeurt er met het gebied dat niet meer van voldoende bloed wordt voorzien?
Wat betekent dat?
Als er op een bepaalde plek onvoldoende bloed wordt aangevoerd, kunnen cellen op die plek
beschadigd raken of afsterven. Dat gebeurt bij een hartinfarct of herseninfarct. Maar ook de
grote bloedvaten naar de benen kunnen dichtslibben, met als gevolg schade aan de benen
en voeten.
Laat duidelijk in de tekening zien dat het bloed er uiteindelijk niet meer door kan.
Het dichtslibben van de aderen, waardoor een hartinfarct of herseninfarct kan
ontstaan, is een normaal verschijnsel van het ouder worden.
Maar wat gebeurt er bij diabetes?
Het proces lijkt versneld te worden, waardoor mensen met diabetes een 2 tot 3 keer
zo grote kans hebben op een hartinfarct.
Welke factoren spelen nog meer een rol bij het dichtslibben van de bloedvaten?
Ja, naast glucose spelen andere factoren als bijvoorbeeld bloeddruk, cholesterol,
depressie, te grote middelomtrek en roken een rol.
Schrijf deze op bij de tekening van het bloedvat.
Nogmaals, het is belangrijk dat u zich realiseert dat u dingen kunt doen om deze
risicofactoren te beïnvloeden, om zo het risico op complicaties te verkleinen.
Is het tot zo ver duidelijk voor iedereen? Heeft iemand vragen of opmerkingen?
Welke gevoelens/gedachten roept deze informatie bij u op?
© PRISMA trainershandleiding hoofdstuk 5I, Diabetescentrum VUmc, Amsterdam 2015
6
I3
Kleine bloedvaten
We hebben het gehad over de invloed van diabetes op de grote bloedvaten in het
lichaam, we zullen het nu hebben over problemen die in andere delen van het lichaam
kunnen ontstaan door schade aan de kleinere bloedvaten. Weet u welke delen van het
lichaam dat zijn?
Ze staan al op een rijtje op de flap-over Complicaties. Schrijf op de onderste helft van de
flap-over Bloedvaten “Kleine bloedvaten”. Teken een dun, kronkelig bloedvat.
De ogen, de nieren, erectieproblemen en voeten.
Welke schade kan ontstaan door diabetes in de kleine bloedvaten?
Wat zorgt voor het dichtslibben van de kleine bloedvaten?
Ja, dat klopt, glucose kan in de kleine bloedvaten blijven plakken, waardoor ze nauwer
worden of zelfs geblokkeerd raken. Hierdoor krijgen bepaalde delen van het lichaam
onvoldoende zuurstof, waardoor schade ontstaat.
Schrijf het woord glucose bij de tekening en laat weer duidelijk zien wat er gebeurt als het
bloedvat verstopt is.
Laten we eerst naar het oog kijken. Welk deel van het oog raakt beschadigd?
Een gebrek aan zuurstof veroorzaakt schade aan de achterkant van het oog, de
‘retina’ of netvlies. Schade kan op verschillende manieren ontstaan, maar het meest
gevaarlijk is het wanneer bloedvaten worden afgesloten en er nieuwe bloedvaatjes gaan
groeien. Deze nieuwe bloedvaatjes zijn zwak, ze raken snel beschadigd en gaan dan
bloeden.
Hoe weet u of uw oog beschadigd is?
De eerste veranderingen in uw oog kunnen optreden zonder dat u ergens last van
heeft en u nog normaal kunt zien. Als de schade aan het oog in een vroeg stadium wordt
ontdekt, kan door een goede behandeling worden voorkomen dat u op langere termijn uw
gezichtsvermogen verliest. U moet daarom uw ogen elke twee jaar laten controleren, als u
oogproblemen heeft vaker. Op veel plaatsen worden tegenwoordig foto’s gemaakt van het
© PRISMA trainershandleiding hoofdstuk 5I, Diabetescentrum VUmc, Amsterdam 2015
7
netvlies van uw ogen (‘fundusfoto’). Wanneer er geen oogcomplicaties zijn kan de
fundusfoto op de Diabetespolikliniek of bij de opticien gemaakt worden.
En wat is er aan de hand bij wazig zien als mogelijk symptoom bij hoge
bloedglucosewaarden?
Bij hoge bloedglucosewaarden kan het zicht onscherp of wazig zijn doordat de
glucose de lens van het oog vervormt net als de lens van een fototoestel. Dit verdwijnt
meestal wanneer de bloedglucosewaarden verbeteren en zorgt meestal niet voor schade op
de langere termijn. Het is belangrijk om uw ogen te laten controleren, omdat schade aan de
ogen bij sommige mensen al snel na het ontstaan van de diabetes kan optreden. Het is niet
verstandig een (andere) bril aan te schaffen kort na de diagnose maar ook niet wanneer de
bloedglucosewaarden gedurende een periode erg wisselen en/of hoog zijn.
En dan nu de nieren. Welke invloed heeft diabetes op de nieren?
De nieren werken als een zeef. Ze houden dingen binnen die in het lichaam moeten
blijven en laten afvalstoffen door naar buiten. Als de nieren beschadigd zijn, lekken ze.
Dingen die het lichaam nodig heeft, zoals eiwit, lekken dan naar buiten. Ook kunnen
afvalstoffen zich na verloop van tijd ophopen in het lichaam.
De ogen kunnen gecontroleerd worden door erin te kijken, maar hoe kan
gecontroleerd worden of de nieren nog goed werken?
Dit kan door de urine te controleren op hele kleine hoeveelheden eiwit die naar buiten
lekken (dit wordt micro-albuminurie genoemd). Daarom wordt tijdens de jaarcontrole ook uw
urine en bloed gecontroleerd.
De kleine bloedvaten zijn dus ook belangrijk en zijn ook gevoelig voor schade door de
hoge(re) bloedglucoses. We hebben het gehad over regelmatig controleren of er schade
aanwezig is: controle of foto’s van de ogen, onderzoek van het bloed en de urine voor de
nieren. Hoe vaak denkt u dat deze controles nodig zijn?
Tenminste één maal per jaar, tenzij aanbevolen wordt dit vaker te doen. De ogen
eenmaal per twee jaar.
© PRISMA trainershandleiding hoofdstuk 5I, Diabetescentrum VUmc, Amsterdam 2015
8
I4
Schade aan de zenuwen
Ook de zenuwen kunnen niet goed tegen grote hoeveelheden glucose. Ze raken
beschadigd wanneer de bloedglucose hoog is. Wat kan er met de zenuwen gebeuren?
Geef wat tijd voor reacties en bespreek deze.
Ja, de zenuwen verliezen hun gevoeligheid. Waar gebeurt dat het eerst?
Geef tijd voor reacties en bespreek deze.
Ja, u kunt het gevoel in uw vingers verliezen, maar meestal verdwijnt eerst het gevoel in de
tenen en voeten, of deze worden juist pijnlijk. Wat kan er gebeuren wanneer u uw voeten
niet meer goed voelt?
Geef tijd voor reacties en bespreek deze.
Ja, u kunt ze op een of andere manier beschadigen, bijvoorbeeld doordat u op iets scherps
stapt, zonder het te merken. Als u uw voeten niet regelmatig controleert op kleine wondjes,
blaren, etc., en deze niet op een goede manier verzorgt, kunnen infecties ontstaan. Deze
infecties zijn moeilijk te behandelen als de bloedglucose verhoogd is, omdat ook de
bacteriën die de infectie veroorzaken goed gedijen op de glucose in uw bloed. Uiteindelijk
kan necrose (afsterven van weefsel) ontstaan, en moet misschien zelfs een amputatie
plaatsvinden.
Gelukkig is dit te voorkomen wanneer u goed op uw voeten let.
Als u uw voeten controleert, waar let u dan op, waar kijkt u naar?
Doorvragen tot de volgende antwoorden zijn gegeven:
-
Niet alleen boven op de voeten kijken maar ook onder de voeten en tussen de tenen.
Als dit lastig is, kunt u een spiegel gebruiken om onder uw voeten te kijken.
Voordoen!
-
Striemen (schoenen te nauw, veters te strak aangetrokken)
-
Rode plekjes (schoenen te nauw, veters te strak aangetrokken) of andere
verkleuringen van de huid (bijv bruine verkleuringen kunnen wijzen op
vaatproblemen)
-
Nagels op juiste manier geknipt? Recht knippen
-
Ingegroeide nagel(s)
-
Hoefijzer nagel(s)
© PRISMA trainershandleiding hoofdstuk 5I, Diabetescentrum VUmc, Amsterdam 2015
9
-
Eelt (wijst op teveel druk, schoenen te nauw, te hoge hakken) Onder eelt kunnen
wonden zitten die je niet voelt als het gevoel minder is.
-
Wondjes. Iedere wond heeft tijd nodig om te genezen maar als er geen wondgenezing
optreedt of het duurt (te) lang dan moet u de huisarts of diabetesverpleegkundige
raadplegen.
Hoe vaak zou het verstandig zijn om naar uw voeten te kijken?
Het beste is wekelijks. En als u iets afwijkends heeft gezien, zelfs dagelijks.
Het is belangrijk dat een voetinspectie een vast onderdeel van uw lichamelijke verzorging is
net als bijv. tanden poetsen. Als u regelmatig kijkt, valt het u ook op als er “iets” te zien is.
Het gevoel verdwijnt tenslotte niet van de een op de andere dag, dit gebeurt sluipend.
U kunt na de PRISMA bijeenkomst een folder over voetverzorging inzien of meenemen.
Uw voeten worden elk jaar onderzocht: er wordt met een klein staafje op uw voeten geduwd
om na te gaan of u nog voldoende voelt. Als hierbij problemen aan het licht komen, wordt u
verteld wat u kunt doen om verdere problemen te voorkomen, zoals we al hebben
besproken.
Er is nog een deel van het lichaam waar zenuwschade door de diabetes kan ontstaan. Heeft
iemand enig idee welk deel?
Een hint: het komt alleen voor bij mannen.
Het is niet ongebruikelijk dat bij mannen erectie problemen ontstaan, wanneer zij een tijdje
diabetes hebben. Dit wordt veroorzaakt door zowel schade aan de zenuwen als door
problemen met de bloedsomloop. Mensen vinden het soms gênant of moeilijk om er over te
praten, maar het helpt wel om te weten dat het vaak voorkomt en dat behandeling goede
resultaten kan geven.
Ook vrouwen kunnen problemen ervaren. Schimmelinfecties en vaginale droogte komen
vaker voor als je diabetes hebt. Dit noemen we geen complicaties maar zijn een gevolg van
hoge bloedglucosewaarden.
Als voeten en erectieproblemen nog niet genoemd zijn bij de kleine bloedvaten, dit bespreken
en aanvullen op het overzicht.
© PRISMA trainershandleiding hoofdstuk 5I, Diabetescentrum VUmc, Amsterdam 2015
10
Download