Bespreking door Philippe Lepers in Collationes

advertisement
Te verschijnen in Collationes 2012
Arnold Burms en Herman De Dijn, De sacraliteit van leven en dood. Voor een brede bioethiek, Pelckmans/Klement, Kalmthout/Zoetermeer, 2011, 127 p.
Dit boek, dat een aantal (op één na) eerder gepubliceerde artikelen bundelt van de twee
auteurs, is een absolute must voor iedereen die geïnteresseerd is in bio-ethiek of zelfs in
ethiek tout court. Geïnspireerd door Wittgenstein verwerpen de auteurs zowel een ethiek van
de objectieve natuurlijke orde als het consequentialistische model (dat zich voor een moreel
oordeel afvraagt wat de gevolgen zijn van een handeling). In plaats daarvan vertrekken zij van
de gedachte dat het menselijk leven zich steeds afspeelt binnen een ‘symbolische orde’, “een
historisch gegroeide en cultureel bepaalde samenhang van betekenissen” (p. 15). Daarmee
zijn reeds de morele waarden gegeven die onze ethische gevoeligheid bepalen en die
onvermijdelijk een contingent en arbitrair karakter hebben (te vergelijken met onze
moedertaal, die ook altijd een particulier karakter heeft). De filosofie moet de ethiek dus niet
rationeel funderen, ze moet enkel “de waarden die in een betekenisvolle leefwereld of traditie
beleefd worden en die daar een soort ‘objectiviteit’ hebben, interpreteren en verhelderen” (p.
67).
Dit brengt de auteurs tot “de overtuiging dat in de huidige debatten over bio-ethiek te weinig
recht wordt gedaan aan wat in de morele ervaring gegeven is, maar vaak impliciet blijft en
zich ook niet gemakkelijk laat expliciteren” (p. 7). Het betekent dat we meer moeten leren
vertrouwen op onze morele intuïties, ook als we die niet onmiddellijk goed kunnen
verwoorden of beargumenteren. In het boek vinden we goede voorbeelden om dit te
verduidelijken. Stel bijvoorbeeld dat we plotseling ontdekken dat we zonder het te weten
mensenvlees hebben gegeten. Zou het gevoel van walging dat ons dan zou overvallen
misplaatst zijn wanneer we daar geen precieze redenen voor zouden weten te noemen?
De positie van Burms en De Dijn staat natuurlijk niet alleen haaks op het rationalisme, maar
ook op de ideologie van de zelfbeschikking die er ten onrechte naar streeft om alle taboes uit
het bestaan te verdrijven, terwijl die “intrinsiek verbonden [zijn] met het geheel van
symbolische betekenissen en waarden die het leven en de leefwereld van een groep,
gemeenschap, cultuur bepalen” (p. 59). Vanuit die ideologie zou het bijvoorbeeld onmogelijk
zijn om nog de wenkbrauwen te fronsen bij incest tussen ‘consenting adults’.
Binnen dit kader bespreekt vooral De Dijn meer concrete ethische kwesties, terwijl Burms
zich wat minder snel uitspreekt en vooral bepaalde argumentaties kritisch onder de loep
neemt. Zo wijst de laatste er onder meer op dat telkens wanneer er derden ingeschakeld
worden om iemands kinderwens in vervulling te laten gaan, zich een interne contradictie doet
gelden, omdat men enerzijds groot gewicht toekent aan de wens om een eigen kind te hebben,
terwijl men anderzijds met betrekking tot de derden het belang van het hebben van
biologische banden als verwaarloosbaar voorstelt.
De Dijn bespreekt ‘de vermarkting van eicellen’, euthanasie en de eugenetica. Hij beseft dat
de evolutie van de techniek niet kan worden tegengehouden, maar houdt toch een indringend
pleidooi om nooit op te houden nieuwe ontwikkelingen “geval per geval [te] beoordelen in het
licht, niet van enkele abstracte principes, maar van de concrete morele waarden en attitudes
die ons leven en samenleven bepalen” (p. 65). In verband met euthanasie vreest hij dat een
van de meest fundamentele waarden van onze cultuur, nl. die van de waardigheid van elk
menselijk leven op zich, op de helling komt te staan wanneer die waardigheid gereduceerd
wordt tot levenskwaliteit. In ‘Beschouwingen bij de mediastorm rond euthanasie (maart
2008)’ wordt zijn toon wat te heftig, hetgeen echter wel de sfeer van die tijd oproept en
begrijpelijk is vanuit de verontwaardiging van iemand die het gevoel krijgt niet eens meer het
recht te hebben om een pleidooi te houden voor waarden die in zijn ogen fundamenteel zijn.
Burms’ epiloog bij deze tekst klinkt voorzichtiger: “Soms zal bij euthanasie ongetwijfeld
meer respect bestaan voor de sacraliteit van de overgang van leven naar dood dan in bepaalde
gevallen waar men door middel van therapeutische hardnekkigheid een leven in stand
probeert te houden. Maar in de overtuiging dat euthanasie zo ruim mogelijk moet worden
toegepast, klinkt soms de ijver om het sacrale uit te schakelen en de illusie dat we met de
dood ooit wel in het reine zullen komen” (p. 98). In de laatste tekst van het boek gaat Burms
in op het ‘transhumanisme’ in twee gedaanten: als verlangen om de mens met behulp van
allerlei nieuwe technologieën te verbeteren en als droom van ‘posthumane wezens’. Daarin
toont hij op fascinerende wijze aan dat beide projecten iets onmogelijks hebben omdat ze op
fundamentele misverstanden zijn gebaseerd.
In dit boek zullen velen de argumenten verwoord vinden waar zij al lang tevergeefs naar op
zoek waren en die ongetwijfeld zullen leiden tot een beter begrip van wat ethiek is en van wat
mens zijn is. De teksten zijn erg overtuigend en met goede voorbeelden geïllustreerd. In het
theologische veld komen de gedachten van Burms en De Dijn wellicht nog steeds wat
eigenaardig over omdat die noch traditionalistisch, noch modernistisch zijn. Het vraagt
daarom misschien wat tijd om hun invalshoek goed te verstaan. Vooral de (voornamelijk door
Burms, ook in zijn boek Waarheid, evocatie, symbool) nochtans goed beargumenteerde
gedachte dat onze overtuigingen altijd iets arbitrairs hebben kan daarbij weerstand oproepen.
De grote vraag na de lectuur van dit boek blijft waarom deze ideeën de ‘tegenstanders’ niet
overtuigen. Waarom blijven zij zich hardnekkig verzetten om te redeneren vanuit de waarden
die zij impliciet als sacraal erkennen? Kunnen we dat enkel verklaren vanuit de invloed van
een bepaalde ideologie? En wiens belangen weerspiegelt die ideologie eigenlijk? En kunnen
mensen zich door boeken laten bekeren? Een andere probleem lijkt de vraag wat er te doen
staat wanneer teksten zoals deze uiteindelijk weinig effect blijken te sorteren. De Dijn heeft in
verband met euthanasie wat dat betreft een soort strategisch programma uitgewerkt (cf. p. 86).
Maar als ook de wapens die hij noemt uitgeput zijn, wat dan? Kun je het op het domein van
de fundamentele, sacrale waarden wel ooit opgeven?
Philippe Lepers.
Download