Toelichting op de Verordening openbaar water Heemstede

advertisement
- CONCEPT Toelichting behorende bij Verordening openbaar water Heemstede
Algemene toelichting
Al geruime tijd was de Verordening op het gebruik van openbare havens en binnenwateren aan
herziening toe. Ook de wens van het gemeentebestuur om tot een nieuw ligplaatsenbeleid te komen
dateert al van enige tijd terug. Dit heeft geresulteerd in een nieuwe verordening: Verordening
openbaar water Heemstede. Deze bevat de kaders voor het openbare water in Heemstede en wat er
wel en niet, al dan niet met vergunning, is toegestaan.
De uitwerking wordt gegeven in een uitvoeringsregeling van het college.
Voor deze nieuwe verordening is de oude als basis gebruikt.. Bepalingen uit de modelverordening
Algemene Plaatselijke Verordening van de VNG zijn verwerkt. Voorts is aansluiting gezocht bij de
verordening van de gemeente Haarlem.
Tenslotte is het boekje 100 ideeën voor de gemeentelijke regelgeving gebruikt bij het redigeren.
Artikelsgewijze toelichting
Alleen de artikelen die enige toelichting behoeven worden hieronder toegelicht.
Artikel 2 Begripsbepalingen
- Openbaar water
Een 'openbaar water” in de zin van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek is ieder water, dat open staat
voor het publiek. “Openbaar” is hier dus synoniem aan “feitelijk voor het publiek toegankelijk”.
Het maakt hierbij niet uit wie eigenaar is van het water. Deze term wordt ook gehanteerd in het model
van de Algemene Plaatselijke Verordening van de VNG en is gelijk aan de hantering van het begrip
“openbare weg” als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994.
De algemene vergunningplicht zoals opgenomen in artikel 3, tweede lid, geldt voor een ieder. Het feit
dat iemand eigenaar is van een gedeelte van het openbare water, zorgt er wel voor dat er geen liggeld
voor het liggen van een vaartuig (precario = gebruik gemeentegrond) is verschuldigd.
De Cruquiushaven is uitgezonderd van het begrip openbaar water zoals dit door de verordening wordt
bestreken. De Cruquiushaven is de enige plaats in Heemstede waar woonschepen liggen. Deze
haven is in het bestemmingsplan Landgoederen en groene gebieden aangewezen. Het maximum
aantal woonschepen is daarin aangegeven (18) en tevens de maximale toegestane hoogte (4,75
meter), lengte (20 meter) en breedte (6 meter).
Het is niet nodig geoordeeld om een ligplaatsvergunning in het kader van deze verordening in het
leven te roepen voor het liggen met een woonschip in de Cruquiushaven aangezien hier op een
andere wijze al in is voorzien. Er wordt een huurovereenkomst gesloten tussen de gemeente en de
eigenaar van het woonschip welke de basis is om met het woonschip op de betreffende plek te liggen
en een stuk tuingrond te gebruiken. Daarnaast betaalt de eigenaar van een woonschip liggeld op
basis van de Verordening heffing en invordering van liggeld woonschepen Cruquiushaven 2006.
Artikel 3 Ligplaats vaartuigen
Op grond van de Gemeentewet is de taakverdeling tussen de raad en het college zo dat de raad de
kaders aangeeft en het college belast is met de uitvoering. Het aanwijzen van openbaar water waar
het liggen met een vaartuig verboden is (dan wel is toegestaan), is uitvoerend en behoort daarmee tot
de taak van het college. Het college zal hiervoor een uitvoeringsregeling vaststellen.
Voor het liggen in het overige openbare water is een vergunning van het college vereist. Per situatie
kan het college een afweging maken of een vergunning verleend kan worden voor een bepaalde
plaats voor een bepaald vaartuig.
Het vierde lid biedt het college de mogelijkheid om (algemene of bijzondere) voorschriften te stellen in
het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de
gemeente. Tevens mag het college beperkingen stellen naar soort vaartuig en de maximale
toegestane lengte van een vaartuig; dit alles in het licht van de plaatselijke situatie. Er wordt hierbij
onder andere acht geslagen of de breedte van het water en de mogelijkheid van verdere doorgang, de
staat van de beschoeiing en dergelijke. Het is mogelijk krachtens dit vierde lid “welstandseisen” aan
vaartuigen te stellen.
Artikel 7 Aanwijzingen ligplaats
Naast de algemene voorschriften die krachtens artikel 3, vierde lid, kunnen worden gegeven kan het
wenselijk zijn, gelet op de omstandigheden, om aan een individuele eigenaar van een vaartuig nog
nadere aanwijzingen te geven. Dit artikel biedt daarvoor de grondslag. Het ligt voor de hand deze
aanwijzingen in de vorm van een schriftelijke beschikking te gieten.
Artikel 13 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
Hier is de modelbepaling vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening van de VNG gevolgd. Dit
artikel is bedoeld ter aanvulling van een aantal andere regelingen, bedoeld om het openbaar water te
vrijwaren van activiteiten die het gebruik op enigerlei wijze nadelig zou kunnen beïnvloeden.
Dit artikel is in een aantal opzichten vergelijkbaar met artikel 2:10 in de Algemene Plaatselijke
Verordening Heemstede, het plaatsen van voorwerpen op de weg. Hierin is eveneens een vergunning
vervangen door een breed gestelde algemene regel. Daarmee legt de overheid nadrukkelijk een deel
van de verantwoordelijkheid bij de burger. In eerste instantie moet deze zelf de afweging maken of
een steiger of een meerpaal gevaar of hinder oplevert voor het vaarverkeer, of een probleem voor het
beheer en onderhoud. Omdat er hierbij, eerder dan in artikel 2:10, waar het veelal gaat om tijdelijke en
verplaatsbare objecten, gaat om permanent bedoelde zaken, is aan dit artikel anders dan bij artikel
2:10 een meldingsplicht verbonden. Op die manier kan de gemeente vooraf toetsen en met de melder
overleggen of bijvoorbeeld het onderhoud van de oevers niet in het geding is. Zo kan worden
voorkomen dat een al geplaatst object weer moet worden verwijderd, met alle financiële gevolgen van
dien.
Download