1 Inleiding - Woerden.nl

advertisement
Economische visie gemeente Woerden
(eind) concept 1 maart 2007
Inhoudsopgave
Samenvatting
Hoofdstuk 1:
1.1
1.2
1.3
1.4
Hoofdstuk 2:
2.1
2.2
2.3
2.4
2.5
Hoofdstuk 3:
3.1
3.2
3.3
3.4
3.5
Hoofdstuk 4:
4.1
4.2
4.3
4.4
4.5
Hoofdstuk 5:
5.1
5.2
5.3
5.4
5.5
5.6
Hoofdstuk 6:
6.1
6.2
6.3
6.4
Hoofdstuk 7:
7.1
7.2
4
Inleiding
14
Waarom een economische beleidsvisie?
Welke keuzes moeten in de visie gemaakt worden?
Waar richt de visie zich wel en niet op?
Wijze van totstandkoming
De beleidsmatige context
16
De gemeentelijke basisverantwoordelijkheden
Richtinggevende beleidskaders
Relevante ontwikkelingen plannen en initiatieven
Richtinggevende beleidskaders
Strategische keuzes
De economische positie in groter verband
19
Onderscheidende vestigingskwaliteiten
De positie als werkstad
De positie als streekcentrum
De positie als toeristische centrum
Conclusies
Profiel van de lokale economie
23
De bedrijvigheid
De werkgelegenheid
De arbeidsmarktbalans
De economie van de kleine kernen
Conclusies
De aantrekkelijkheid van Woerden als vestigingsplaats 35
Algemeen beeld van de werkgebieden
Het huisvestingsaanbod voor de reguliere bedrijvigheid
Het huisvestingsaanbod voor kantoren
Overige vestigingsaspecten
De ondernmers aan het woord
Conclusies
Doorkijk naar de toekomst
42
Economische veranderingen
Demografische veranderingen
De toekomstige behoefte aan bedrijven- en kantorenterreinen
Conclusies
Toekomstvisie
51
Een gunstige vertreksituatie
Een beheerste economische groei
2
7.3
7.4
7.5
7.6
7.7
7.8
Hoofdstuk 8:
8.1
8.2
8.3
8.4
8.5
8.6
Hoofdstuk 9:
Behoud traditionele sectoren
Herprofilering van de kantorenfunctie
Versterking positie als streekstad
Uitbouwen toeristische functie
Verantwoord gebruik van de ruimte
De beleidskeuzes op een rijtje
Scenario’s
58
De zoekopgave
Laissez faire
Transformatie
Nieuwaanleg
Vergelijking
Conclusies
Actieprogramma
62
3
Samenvatting
Hoofdstuk 1: Inleiding
Waarom een economische visie?
In het coalitieakkoord 2006-2010 is aangegeven dat er een samenhangend langere termijnbeeld van
Woerden nodig is en er in dat verband tevens behoefte is aan een economische visie.
Deze behoefte wordt mede ingegeven door de erfenis van de afgelopen groeiperiode en door een
aantal recente ontwikkelingen en planinitiatieven. Zij geven stuk voor stuk aanleiding tot een
heroriëntatie op de positie van Woerden als werk, winkel en vrije tijdsstad.
Welke keuzes dienen in de visie gemaakt te worden?
Waar wil Woerden over 10 tot 20 jaar economisch staan en wat is daarvoor nodig? Dat zijn de
kernvragen waar de economische visie een antwoord op moet geven. In deze beantwoording liggen
de volgende strategische keuzes besloten:
- De na te streven economische ontwikkeling
- De noodzakelijke verbetering van/toevoegingen aan het ondernemingsklimaat
- De uitvoeringsprogrammering
Hoe is de visie tot stand gekomen?
Interviews (makelaars, beleggers, bedrijvenverenigingen, Kamer van Koophandel, scholen)
Enquête onder op bedrijventerrein gevestigde bedrijfsleven
Workshops ambtelijk (Verkeer, Onderwijs en welzijn, RO, Stedebouw, Grondzaken, Economische
zaken, Milieu)
Workshop extern (makelaars, Kamer van Koophandel, bedrijvenverenigingen, scholen)
Begeleidingsgroep
Deelonderzoeken BRO
Waar richt de visie zich wel en niet op?
In de economische beleidsvisie legt de gemeente haar ambities voor de komende 15 -20 jaar neer en
geeft zij aan hoe en wanneer ze deze ambities wil realiseren.
De termijn waarop vooruitgeblikt wordt en de beperkte gemeentelijke beinvloedingsmogelijkheden
nopen tot de nodige bescheidenheid en selectiviteit zowel qua inhoud als abstractieniveau.
Inhoudelijk richt de visie zich op de hoofddragers van de stedelijke economie en op onderdelen van
het ondernemingsklimaat die als lokale overheid te sturen zijn. Het laatste betreft dan met name de
fysiek-economische infrastructuur (wegen, bedrijventerreinen, kantorenlocaties).
Verder fungeert de economische visie als inhoudelijke bouwsteen voor de nog op te stellen
structuurvisie 2025. In deze structuurvisie wordt aan de hand van een integrale afweging van
deelbelangen (waaronder economie) de gewenste stedelijke ontwikkeling voor langere termijn
uitgezet. De economische visie onthoudt zich dan ook van uitspraken over zaken die in dat kader nog
een nadere ruimtelijk-functionele afweging behoeven zoals de situering van nieuwe en functionele
invulling van bestaande werkgebieden die in aanmerking komen voor transformatie.
Hoofdstuk 2: De beleidsmatige context
De beleidsvorming voor de lokale economie start niet vanuit een blanco situatie.
Om te beginnen heeft de gemeentelijke overheid een aantal basisverantwoordelijkheden die
richtinggevend zijn voor de uit te stippelen economische ontwikkelingskoers. Het betreft dan zaken
van ‘algemeen belang’ in de sfeer van welzijn, welvaart en milieu. Daarnaast stelt bestaand
4
gemeentelijk beleid zoals vastgelegd in plannen en sectordocumenten haar kaders en dient ook
rekening gehouden te worden met de door provincie Utrecht geformuleerde beleid.
Hoofddoel
Hoofddoel van het gemeentelijk economisch beleid is om het welvaarts- en welzijnsniveau van de
eigen bevolking op een hoger plan te tillen dan wel te houden en dat tegen een zo beperkt mogelijke
belasting van woon- en leefmilieu en een zo beperkt mogelijk beslag op de schaarse natuurlijke
bestaansbronnen (energie, water en ruimte).
In dit hoofddoel liggen de volgende basisverantwoordelijkheden besloten:
•
•
•
•
Bieden van voldoende passende werkgelegenheid voor de eigen beroepsbevolking.
Realiseren van een toekomstbestendige economische structuur
Afstemmen economische ontwikkeling op de stedelijke draagkracht
Verantwoord economisch gebruiken van schaarse natuurlijke bestaansbronnen
Provinciale en gemeentelijke kaders
Een aantal recente provinciale en gemeentelijke beleidsdocumenten bevatten uitgangspunten die
(mede) richtinggevend zijn voor de te maken economische beleidskeuzes.
Dit zijn:
- Provinciale streekplan
- Nota Rode contouren Woerden
- Economisch actieprogramma
- Nota van uitgangspunten landelijk gebied Woerden, Kamerik en Zegveld
Hoofdstuk 3: De economische positie in groter verband
De toekomst van kleine lokale economieën als de Woerdense kan niet losgezien worden van hun
ruimtelijke omgeving.
In economisch opzicht maakt Woerden deel uit van twee grotere geografische verbanden: het
stadsgewest Utrecht en, op een lager schaalniveau, de regio Montfoort-Oudewater-Lopik. Op
stadsgewestelijk niveau gaat het om de concurrentiepositie van Woerden ten opzichte van
vergelijkbare stedelijke kernen. Op regionaal niveau om de centrumfunctie die Woerden op het vlak
van werkgelegenheid, bedrijfshuisvesting en verzorging vervult.
•
•
•
•
•
De belangrijkste onderscheidende vestigingskwaliteit is de ligging centraal in de randstad en
in de nabijheid van twee hoofdtransportassen.
Voor het overige onderscheid Woerden zich nauwelijks van vergelijkbare gemeenten; haar
stedelijk imago is zwak ontwikkeld, economische specialisaties ontbreken evenals
naamsbekende instellingen of instituten.
Een belangrijke negatieve vestigingskwaliteit, en dan met name voor arbeidsintensieve
bedrijven met veel personeel van buiten, is de slechte bereikbaarheid in relatie tot de A12
tijdens de spitsuren.
Woerden heeft de laatste 10-20 jaar kunnen profiteren van de schaarste aan ruimte in Utrecht
en de nodige bedrijven in de sfeer van dienstverlening en distributie binnen weten te halen.
Aan deze overloopfunctie, wat de belangrijkste motor achter de economische groei van
Woerden vormde, lijkt door de afvlakking van de kantorenmarkt en het concurrerend aanbod
in Utrecht een einde gekomen te zijn.
De kantorenhausse heeft Woerdens positie als werkstad enerzijds gemoderniseerd en
versterkt. Anderzijds heeft het de lokale economie kwetsbaarder gemaakt voor conjuncturele
schommelingen, een eenzijdig samengesteld kantooraanbod nagelaten en het niet
meegegroeide lokale weggennet onder een forse verkeersdruk geplaatst.
5
•
•
•
Woerden vervult, zo blijkt uit de koopstromen, een zeer belangrijke regionale functie als
koopcentrum en heeft deze positie recentelijk versterkt met de vernieuwing van de
binnenstad. Een uitbreiding van deze functie naar Leidsche Rijn lijkt kansrijk.
Woerden vervult regionaal een bescheiden rol op het vlak van uitgaan en overige vrije
tijdsbesteding (sport, theaterbezoek, filmbezoek). Het voorzieningenaanbod is wat dat
aangaat ook onder de maat.
Hoewel Woerden in de vorm van de groene omgeving, de kleinstedelijke ambiance en
nabijheid van historische stedelijke centra een aantal interessante toeristische basiskwaliteiten
in huis heeft, worden deze niet optimaal benut.
Hoofdstuk 4: Profiel van de lokale economie
Om weloverwogen keuzes voor de toekomst te kunnen maken is inzicht nodig in de opbouw en
vitaliteit van de lokale economie en de mate waarin deze aansluit bij de behoefte en karakteristiek van
Woerden. Wat zijn de belangrijkste dragers van de lokale economie en hoe essentieel zijn ze voor
het stedelijk functioneren uit een oogpunt van werkgelegenheid, economische spin-off en sociale
cohesie?
In onderstaande zijn de belangrijkste aspecten van de lokale economie geschetst.
De economische structuur
• De Woerdense economie kent een drietal componenten: een traditionele, een regionaal
verzorgende en een moderne component.
De traditionele component komt tot uitdrukking in veel kleinschalige bedrijven, een
oververtegenwoordiging van bevolkingsvolgende en verzorgende bedrijvigheid (bouw, handel)
en een nog stevig restant aan industriële activiteiten.
De regionaal verzorgende in een aantal grootschalige gezondheids- en onderwijsinstellingen.
De moderne component vertoont alle kenmerken van een overloopgemeente: een breed scala
aan landelijke instellingen en naamsbekende kantoren in zowel de zakelijke als niet zakelijke
dienstverlening.
• De sectoren handel en commerciële dienstverlening vormen getalsmatig de ruggengraat van
de lokale economie. Drie van de vijf bedrijven en meer dan de helft van het aantal
arbeidsplaatsen valt onder één van deze sectoren.
• Beide sectoren zijn landelijk gezien oververtegenwoordigd. Voor de ‘consumentgerichte’
sector handel is dit terug te voeren op de van oudsher belangrijke streekfunctie van Woerden
en voor de commerciële dienstverlening op haar overloopfunctie binnen het stadsgewest
Utrecht.
De regiofunctie komt tevens tot uitdrukking in het relatief omvangrijke cluster onderwijs en
zorginstellingen. In de top tien van grootste werkgevers nemen deze instellingen een
prominente plaats in.
• Landelijk gezien zijn de niet-commerciële dienstverlening (overheids en semi
overheidsinstellingen), de horeca en de transportsector ondervertegenwoordigd.
• Echte economische specialisaties of economische trekkers, zoals in het verleden de kaas en
pannenindustrie, ontbreken.
• Kleinschaligheid domineert het bedrijvenprofiel van Woerden. 85% van de Woerdense
bedrijven heeft minder dan 10 werknemers in dienst en deze 85% neemt bijna 30% van de
lokale werkgelegenheid voor haar rekening.
• De commerciële dienstverlening lijkt over haar hoogtepunt heen te zijn. De overloopfunctie die
Woerden sinds decennia voor deze sector vervulde stokt, de afgelopen vijf jaar vertrokken er
meer bedrijven dan er binnenkwamen, en de werkgelegenheid liep met bijna een kwart terug.
De achteruitgang is niet alleen te wijten aan het ongunstige conjuncturele gesternte maar
6
•
•
•
tevens aan de concurrerend kantorenaanbod in Utrecht. De afgelopen jaren verruilden een
aantal zakelijke dienstverleners hun pand in Woerden voor een moderner pand in het
economisch hart van de provincie. De aanwas van kleinschalige startende bedrijven kon dit
bedrijvenverlies wel naar aantal maar niet naar werkgelegenheid compenseren.
De consumentgerichte sectoren (handel, reparatie) hebben zich daarentegen redelijk weten te
handhaven. Hun werkgelegenheidsareaal is nauwelijks afgenomen.
In de bedrijvenstructuur heeft zich de afgelopen vijf jaar een schaalverkleining voorgedaan;
het aantal bedrijven nam met 8% toe terwijl de werkgelegenheid met 7% daalde. Een en
ander is te wijten aan het vertrek of de afslanking van een aantal grotere bedrijven en de hoge
oprichtingsdynamiek van met name kleinschalige bedrijven.
De commerciële dienstverlening vormt een eiland in de Woerdense economie en
samenleving, de stimulerende invloed op andere bedrijfssectoren is gering gebleken en van
actieve ondersteuning van het plaatselijke verenigingsleven is geen sprake. De andere
sectoren, handel, industrie en niet commerciële dienstverlening, zijn daarentegen sterker in de
Woerdense samenleving verankerd.
De ruimtelijke spreiding
• Een landelijk gezien groot deel van de typisch terreingebonden bedrijfsactiviteiten (46% van
het aantal bedrijven en 85% van de werkgelegenheid) is ook daadwerkelijk daar gevestigd.
Het verplaatsingsproces vanuit de bebouwde kom en het landelijk gebied lijkt dus grotendeels
voltooid te zijn.
• De traditionele gemengde bedrijventerreinen Honthorst, Barwoutswaarder en Snel en Polanen
vervullen een werkgelegenheidsfunctie voor met name de lager en middelbaar opgeleiden.
Het kantorenterrein Middelland met name voor de hogere opgeleiden.
• De toename van het aantal bedrijven heeft zich buiten de bedrijventerreinen voltrokken.
De arbeidsmarktbalans
• Woerdense beroepsbevolking lijkt kwalitatief (opleidings- en beroepsstructuur) redelijk in
balans te zijn met het lokale werkgelegenheidsheidsaanbod.
• De Woerdense economie voorziet in belangrijke mate in de arbeidsbehoefte van de eigen
bevolking. Van de werkzame beroepsbevolking heeft maar liefst 69% een baan binnen de
eigen gemeente. Daarmee lijkt tevens het maximum bereikt te zijn wat aan
bindingspercentage haalbaar is. Gelet op de ervaringsgegevens elders gaat het waarschijnlijk
voor een belangrijk deel om weinig pendelgeneigde lager en middelbaar opgeleiden.
• Uit de pendelgegevens blijkt dat de kantoorontwikkeling op Middelland vooral ten goede
gekomen is aan werkzoekenden van buiten de gemeente en daarmee in belangrijke mate
debet te zijn aan de scheefgegroeide pendelbalans.
• De Woerdense beroepsbevolking is welvarend en telt dankzij het ruime plaatselijk en
randstedelijke banenaanbod een relatief gering aantal werklozen. De werkloosheid
concentreert zich in de groep middelbaar/hoger opgeleide 35-55 jarigen.
Hoofdstuk 5: De aantrekkelijkheid van Woerden als vestigingsplaats
Uit het voorgaande blijkt welke sectoren essentieel en minder essentieel zijn voor de Woerdense
economie en arbeidsvoorziening van haar beroepsbevolking. Vervolgens is de vraag of de gemeente
voldoende ‘vermogen’heeft om deze doelgroepen vast te houden dan wel aan te trekken. De kwaliteit
en variëteit van de geboden vestigingsmogelijkheden zijn daarvoor maatgevende factoren.
7
Het gaat dan zowel om het huisvestingsaanbod in de traditionele economische concentratiegebieden
(bedrijventerreinen, kantorenparken en voorzieningencentra) als om de ruimte die in woongebieden
en buitengebieden worden geboden voor startende bedrijven.
Huisvestingsaanbod voor reguliere bedrijvigheid
• Ruimteaanbod voor reguliere bedrijvigheid is in kwantitatief opzicht krap. De direct uitgeefbare
reserves aan bedrijfsgrond ( 7 ha) en beschikbare bedrijfsruimten (3% leegstand) liggen
onder hetgeen respectievelijk als ijzeren voorraad (18 ha) en frictieleegstand (5%) de
basisnorm is. In de kleine kernen is geen enkele m2 bedrijfsgrond meer uitgeefbaar en zijn
expanderende bedrijven aangewezen op vrijkomende panden elders op het terrein dan wel op
de hoofdkern Woerden.
• Toekomstwaarde van Breeveld (vanwege haar geringe omvang, woonomgeving en perifere
ligging) en Honthorst (vanwege haar woonomgeving en nabijheid van het centrum) als
gemengd bedrijventerrein wordt sterk betwijfeld; Beide locaties hebben meer potentie voor
andere stedelijke functies (voorzieningen, wonen).
• Overige terreinen in Woerden en de kleine kernen hebben een duidelijk bestaansrecht als
gemengd bedrijventerrein. Om als bedrijventerrein te kunnen functioneren zijn voor aantal
verouderde terreinen enige ingrepen nodig. Dit zijn:
- Barwoutswaarder: Herontwikkeling van de zone langs Barwoutswaarder en het
centrale deel en een aantal revitaliseringsingrepen op de rest van het terrein.
- Zegveld: revitalisering Nijverheidsbuurt
Huisvestingsaanbod voor kantoren
•
Woerden kampt met zeer hoge leegstand aan kantoorruimte die gelet op concurrerend
aanbod in Utrecht en de verwachte stabilisatie van de vraag waarschijnlijk niet meer
volledig door de markt opgenomen zal worden, zelfs als er een ingrijpende modernisering
van betreffende panden plaatsvindt.
•
Dit noopt tot een afslanking en (gedeeltelijke) heroriëntatie van de positie van Woerden
als kantorenstad’. Het incourante kantoormetrage (dat zich concentreert op Middelland
noord) zal deels herbestemd (bijvoorbeeld voor stedelijke functies als wonen,
centrumvoorzieningen of zorgvoorzieningen) en deels voor de lokale kantorenvraag
herontwikkeld (‘opknippen’ in kleinere kantooreenheden) dienen te worden.
•
In combinatie met een eventueel vertrek op termijn van (één van) de distributiebedrijven
geeft dit aanleiding tot een integrale herbezinning op de toekomstige functie van
Middelland Noord.
•
Het modernere en courantere Middelland zuid heeft daarentegen duidelijk
toekomstpotenties als kantorenlocatie.
De overige vestigingsfactoren
• Het slechte bereikbaarheidsimago van Woerden is enigszins overtrokken, daar het uitsluitend
een spitsprobleem betreft, waarvan slechts een beperkte groep weggebruikers de dupe zijn
( het in Woerden werkzame personeel van elders). Het vracht en overig zakelijk verkeer
concentreert zich buiten de spitsuren en dan zijn de werkgebieden goed bereikbaar.
• Desondanks vormt de bereikbaarheidssituatie voor een aantal bedrijven mede de reden om
naar een locatie buiten de gemeente uit te zien. Uitsluitend extra asfalt zal geen soelaas
bieden voor de spitsproblematiek. Daarvoor zijn flankerende maatregelen in de sfeer van
vervoersmanagement en, in structurele zin, mogelijk een inkrimping van het kantorenmetrage
nodig.
8
•
•
Het woon en leefklimaat in Woerden is goed te noemen. Woerden heeft een gevarieerd
woningaanbod en een uitgebreid voorzieningeaanbod. Enig minpunt op het gebied van
voorzieningen is het aanbod van cultuur en horeca.
Woerden heeft een goed opgeleide beroepsbevolking. Optimalere kennisinteractie tussen
beroepsopleidingen en bedrijfsleven is nodig om nieuw beroepspersoneel de passende te
verschaffen en de kennis van bestaand personeel actueel te houden.
De ondernemers aan het woord
• Ligging, een geschikt bedrijfspand of kavel en de woonplaats van de directeur/eigenaar zijn de
belangrijkste redenen waarom bedrijven zich in Woerden gevestigd hebben. Factoren als
woon en leefklimaat, nabijheid afzetmarkt en aanwezigheid personeel speelden een
ondergeschikte rol.
• Gevestigde ondernemers zijn overwegend positief over het ondernemingsklimaat in Woerden
en over hun bedrijfslocatie. Wat het laatste betreft varieert het oordeel van ‘voldoende’ op het
vestigingstechnisch slechtste bedrijventerrein Honthorst tot ruim voldoende op het moderne
Polanen.
• Belangrijkste negatief punt noemen zij de bereikbaarheid. Tezamen met het gebrek aan
uitbreidingsmogelijkheden vormt dit de belangrijkste reden om naar een locatie buiten de
gemeente uit te zien.
Hoofdstuk 6: Doorkijk naar de toekomst
De voorgaande hoofdstukken geven een momentopname van de stand van de Woerdense economie
en het lokale ondernemersklimaat
Aan de hand van voorspellingen van het CBS en het CPB en rapportages van het NICIS en de VROM
raad zijn in dit hoofdstuk de belangrijkste trends op een rijtje gezet en is waar mogelijk een
doorvertaling gemaakt naar de lokale Woerdense situatie. Uiteraard vormen deze trends geen
blauwdruk voor de toekomst, maar geven ze een indicatie van wat kan gebeuren als bepaalde
lopende processen zich voortzetten.
•
•
•
•
•
Het proces van verdienstelijking zal het uiterlijk van bedrijventerreinen en hun effecten op de
omgeving veranderen. Anderzijds zal het de (milieu)barrieres voor bedrijfsvestiging buiten de
traditionele concentratiegebieden verlagen en een nauwere menging van werken met andere
functies (wonen, landbouw etc) mogelijk maken.
Het voortschrijdende proces van kennisintensivering en verkrapping van het personeelaanbod
maken het des te noodzakelijk om op regionaal niveau onderwijs en arbeidsmarkt goed op
elkaar te laten aan te sluiten.
Het proces van vergrijzing biedt voor Woerden kansen om haar regionale positie op het vlak
van gezondheidszorg, bouw en welzijn te versterken en zal haar positie als winkelstad
waarschijnlijk niet bedreigen.
Bij een voortzetting van de huidige demografische trends staat Woerden evenals andere
Nederlandse gemeenten de komende 20 jaar een vergrijzing, stagnatie en mogelijke krimp
van haar beroepsbevolking te wachten. Om ook in de toekomst in de arbeidsbehoefte van de
eigen bevolking te kunnen voorzien hoeft dus geen expansief werkgelegenheidsbeleid
gevoerd te worden.
Door het wegvallen van de overloopfunctie in stadsgewestelijk verband en de voltooiing van
het bedrijfsverplaatsingsproces vanuit bebouwde kom en buitengebied zal de vraag naar
bedrijven- en kantorenterrein in Woerden de komende jaren structureel lager uitvallen dan in
het verleden. Voorzichtig ingeschat is er tot 2020 per jaar gemiddeld 1-1.5 ha bedrijventerrein
netto en tot 2014 circa 4.000-5.000 m2 kantoorruimte nodig om de groei van het lokale
9
•
•
•
•
•
bedrijfsleven te kunnen voorzien. Hierbij is geen rekening gehouden met een regionale
opvangfunctie.
Wordt tevens besloten om een deel van de bestaande terreinen (Honthorst, Spoorzone
Middelland) uit de markt te nemen dan komt daar nog een vervangingsbehoefte van 10-20 ha.
netto bij.
De vraag naar bedrijventerrein zal hoofdzakelijk afkomstig zijn van bedrijven die reeds op een
bedrijventerrein gevestigd zijn, hetgeen een zorgvuldige afstemming vereist tussen nieuwe
ontwikkelingen en de aanpak van incourante voorraad. De aanmaak van meer
bedrijventerrein dan de behoefte groot is zal onherroepelijk leegstand in en mogelijke
verpaupering van het incourante deel van de bestaande terreinvoorraad tot gevolg hebben.
Landelijk wordt na 2020 een stagnatie en mogelijke krimp van de vraag naar bedrijventerrein
en kantoorruimte verwacht. Of dit fenomeen zich op dat moment en in die mate ook in
Woerden zal manifesteren valt niet te voorspellen. Bij de planning en ontwikkeling van nieuwe
werkgebieden dient een eventuele vraaguitval ingecalculeerd te worden. In een dergelijke
situatie moet de lopende ontwikkeling zonder hoge maatschappelijke kosten afgebouwd dan
wel voor andere functie aangewend kunnen worden.
Om het risico van overaanbod en kapitaalvernietiging te beperken is het aan te bevelen om de
bedrijventerreinplanning in regionaal verband af te stemmen en eventuele initiatieven voor
nieuwe terreinen zoveel mogelijk te bundelen.
Buiten de traditionele bedrijfsconcentratiegebieden zal voldoende ruimte geboden moeten
worden voor de stedelijke micro economie. Aanvullend op de bestaande regelingen is het aan
te bevelen om in nieuwe woongebieden ca 5 % van de voorraad uit zogeheten grotere
werkwoningen te laten bestaan.
Hoofdstuk 7: Toekomstvisie
De beleidskeuzes op een rijtje:
Een beheerste economische groei
• Prioriteit voor arbeidsvoorziening van de eigen beroepsbevolking
• Geen expansief werkgelegenheidsbeleid
• Handhaving postitie als werkstad
• Versterking positie als streekstad
• Uitbouw positie als toeristische stad
• Verantwoord gebruik van de ruimte
Handhaving positie als werkstad
• Behoud gevestigde reguliere bedrijvigheid
o bieden van voldoende, geschikte ruimte voor doorgroei
o op peil houden en waar nodig verbeteren kwaliteit bedrijfsomgeving
o goed faciliteren startende bedrijven
•
Herprofilering kantorenfunctie
o
geen overloopfunctie meer in stadsgewestelijk verband
o
uit de markt (laten) nemen van structureel overtollige kantoormetrages
o
ombouwen economisch verouderde kantoorpanden voor lokale kantorenmarkt
Versterken positie als streekstad
• Goed moniteren effecten Hoochwoert
10
•
•
•
•
Versterken winkelfunctie door aanboren consumentenpotentieel Leidsche Rijn
Ontwikkelen gemeente overkoepelend detailhandelsbeleid
Verbreden functie als gezondheidscentrum
Opzetten samenwerkingsverband overheid-bedrijfsleven tbv scholing en kennisinnovatie
Uitbouw positie als toeristische stad
• Betere benutting potenties voor toeristisch verblijf- en watersport
• Ontwikkelen samenhangend toeristisch beleid
Zorgvuldig gebruik van de ruimte
• Tot 2015 ca 15-22 ha. bedrijventerreincapaciteit bieden voor de doorgroei van lokale
bedrijvigheid
• Stimuleren intensivering ruimtegebruik op bestaande terreinen middels oprekken van
bebouwingsregels.
• Revitaliseren en mogelijk gedeeltelijk herontwikkelen van Barwoutswaarder, revitaliseren van
Nijverheidsbuurt/Zegveld
• Toekomstige ruimtelijk-functionele invulling Breeveld, Honthorst, Middelland Noord bepalen in
kader van structuurvisie
• Wegwerken achterstallig onderhoud Honthorst.
• Onttrekking van gemengd bedrijventerrein tbv andere stedelijke functies zoveel mogelijk
elders compenseren.
• Opzetten terreinbeheeroverleg met gevestigde bedrijven en houden jaarlijkse schouw.
• Behoudens bestaande plannen geen nieuwe kantorengebieden ontwikkelen. Toekomstige
behoefte aan kantoorruimte zoveel mogelijk opvangen binnen bestaande capaciteit.
• In woningbouwprogramma’s voor nieuwe woongebieden ruimte bieden voor werkwoningen.
• In afwachting van structuurvisie is op bestaande bedrijventerreinen vooralsnog geen
functiewijziging tbv niet terreingebonden activiteiten toegestaan.
11
Streefbeeld bestaande Woerdense bedrijvenlocaties
In onderstaande tabel is van alle bedrijvenlocaties in de gemeente Woerden de typering, de huidige
gesteldheid, de toekomstwaarde als bedrijventerrein en het streefbeeld aangegeven.
Terreinen
Typering
Huidige
gesteldheid
Toekomstwaarde
Streefbeeld/activiteit
als bedrijventerrein
Gemengd bedrijventerrein
Gemengd bedrijventerrein
Kleinschalig-functioneel
+/+/-
+
+/-
Deels transformeren
Revitaliseren
Deels Transformeren
Kantoorlocatie
Modern-representatief
Modern-representatief
+/+
++
+/+
+
Deels transformeren
Handhaven huidige kwaliteitsniveau
Handhaven huidige kwaliteitsniveau
Putkop ,Harmelen (27ha)
Kleinschalig-functioneel
+/-
+
Herstructureren oude deel
Nijverheidsbuurt,
Zegveld (1,7 ha)
Kleinschalig-functioneel
-
+
Revitaliseren
Nijverheidsweg/
handelsweg,
Kamerik (2 ha)
Kleinschalig-functioneel
+
+
Handhaven huidige kwaliteitsniveau
Gemengd gebied
Hoogwaardige woonlocatie
Woonlocatie
Gemengd gebied
-
---
Herontwikkeling
Herontwikkeling
Herontwikkeling
Ontwikkeling
Terreinen ten noorden van
het spoor:
Honthorst (18 ha)
Barwoutswaarder (41 ha)
Breeveld / Den Oudsten
Terreinen ten zuiden van
het spoor:
Middeland-Noord (57 ha)
Middeland-Zuid (27 ha)
Polanen (33 ha)
Terreinen in de kernen:
Terreinen (deels)
ontrokken aan de
voorraad:
Hoge Rijndijk
Defensieterrein
Campinaterrein
Snellerpoort
Huidige gesteldheid:
++: goede kwaliteit; +: voldoet; +/-: redelijk/matig; -:voldoet niet
Toekomstwaarde als bedrijventerrein:
+: heeft toekomstwaarde; +/-: behoeft aanpassingen; -: weinig toekomstwaarde; - -: geen toekomstwaarde
12
Hoofdstuk 8 Ruimtelijke zoekrichtingen
De zoekopgave
De ruimtelijke zoekopgave richt zich met name op het vinden van extra capaciteit aan gemengd
bedrijventerrein.
•
•
•
Een substantiele uitbreiding van het winkelbestand is na de recente realisatie van Hoochwoert
niet aan de orde.
Leegstaande panden en de nog te ontwikkelen kantorenlocatie Snel en Polanen bieden
voldoende capaciteit om de lokale behoefte aan kanoorruimte op te vangen.
De beschikbare restcapaciteit aan bedrijfsterrein en de reserve aan leegstaande panden zit
respectievelijk onder en op het niveau wat als minimumnorm gebruikelijk is en is bij lange na
niet toereikend om in de lokale behoefte te voorzien. Laat staan om eventueel een regionale
opvangtaak te kunnen vervullen.
Drie scenario’s
Afhankelijk van de overige stedelijke ambities en de beschikbare middelen kunnen in prinicipe drie
verschilllende wegen bewandeld worden om in de lokale bedrijventerreinbehoefte te voorzien:
• ‘Laissez fair’ : geen actie ondernemen en de markt haar werk laten doen
• ‘Transformatie’: herontwikkeling van incourant vastgoed en extensief benutte terreingedeelten
• ‘Nieuwontwikkeling’: aanleg van een nieuw bedrijventerrein
Het ‘laissez fair’ scenario
• Dit scenario gaat uit van de veronderstelling dat door geen nieuw terrein te ontwikkelen een
dusdanige schaarste ontstaat dat het voor marktpartijen interessant wordt om de bestaande
terreinvoorraad intensiever gaan benutten.
• Om een aantal redenen wordt hiermee onvoldoende soelaas geboden voor de lokale behoefte
aan bedrijventerrein
-de bestaande terreinen zijn over het algemeen zeer intensief bebouwd waardoor
alleen nog vertikale ruimteintensiveringsopties resteren (gestapeld en ondergronds
bouwen) die in kwantitatieve zin niet de extra hectares zullen opleveren die nodig zijn
-veel bedrijfsactiviteiten lenen zich niet voor gestapeld of ondergronds bouwen
-de markt zal de intensivering waarschijnlijk niet spontaan oppakken omdat de
toegevoegde vastgoedwaarde van extra bouwlagen in veel gevallen niet opweegt
tegen de investeringen
• Dit scenario zal naar verwachting negatieve consequenties voor de locale economie hebben
-stagnatie autonome economische groei
-wegtrekken van vitale bedrijven
-verpaupering bedrijventerreinen door buitenopslag, oneigenlijk gebruik openbare
ruimte etc.
Het ‘transformatiescenario’
• In dit scenario wordt de economisch ‘onderbenutte’ zone langs het spoor van MiddellandNoord met haar incourante kantoorpanden en extensief gebruikte distributiecentra
herontwikkeld tot gemengd bedrijventerrein.
• Bij deze transformatie zal waarschijnlijk fors geld bij moeten omdat de
herontwikkelingswaarde als bedrijventerrein vele malen lager ligt dan de huidige
vastgoedwaarde (ca € 1100 per m2)
13
•
•
•
•
•
De transformatie zal bij elkaar 12 ha netto bedrijventerrein opleveren wat bij een aantrekkende
markt waarschijnlijk niet toereikend zal zijn om in de lokale behoefte te voorzien. In dat geval
zullen zich, weliswaar op beperktere schaal, dezelfde problemen voordoen als in het vorige
scenario.
Er zal een doorstromingsproces vanuit de bestaande terreinen op gang komen wat
mogelijkheden biedt om de verouderde gedeelten te herstructureren.
Om leegloop en verpaupering van de bestaande terreinen te voorkomen is een goed
gefaseerde uitgifte geboden; er mag niet teveel nieuw terrein ineens op de markt gezet
worden.
Om te voorkomen dat de bij verhuizing vrijkomende locaties aan bedrijven van elders afgezet
worden dienen hierover met de betreffende eigenaren harde afspraken gemaakt te worden.
In dit scenario is letterlijk geen ruimte voor een regionale opvangtaak.
Het ‘nieuwontwikkelingsscenario’
• In dit scenario wordt op een nog nader te bepalen locatie en nieuw bedrijventerrein
ontwikkeld. Deze ontwikkeling zal naar verwachting minimaal kostendekkend zijn.
• Mits een locatie van voldoende omvang kan worden geboden biedt dit scenario de flexibiliteit
voor het vervullen van een regionale opvangtaak.
• Voor het overige zie het transformatiescenario
Terreineisen
De omvang, lokatiekeuze en inrichting van een nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein dienen
toekomstbestendig te zijn. Hieruit vloeien de volgende algemene eisen voort:
• Korte afstand tot en goede bereikbaarheid vanaf de A 12
• Voldoende (uitbreidings) capaciteit om de lokale en eventueel regionale behoefte voor langere
termijn op te vangen.
• Voldoende omvang om collectieve voorzieningen en parkmanagement te kunnen realiseren
(kinderopvang, gemeenschappelijk parkeren, horeca etc.).
• Dusdanige situering ten opzichte van stedelijke contour dat toekomstige uitbreidingen niet
geblokkeerd worden en potentiele conflictsituaties met andere stedelijke functies vermeden
worden.
Conclusies
• Om in de uitbreidingsbehoefte van het lokale bedrijfsleven te kunnen voorzien is tot 2025 1522 ha netto bedrijventerrein nodig.
• De via ruimteintensivering en/of transformatie van bestaande bedrijventerreinen te winnen
capaciteit is ontoereikend. Er is aanvullend nieuw bedrijventerrein nodig om in de autonome
uitbreidingsbehoefte te kunnen voorzien.
• Onvoldoende ruimte voor autonome groei kan leiden tot een ‘verrommeling’ van de bestaande
bedrijventerreinen en de economische vitaliteit van de gemeente op den duur ernstig
ondermijnen.
• Transformatie van incourante bedrijven- en kantorenlocaties naar gemengd bedrijventerrein is
een uiterst kostbare operatie die waarschijnlijk niet spontaan door de markt zal worden
opgepakt.
• In de structuurvisie dient een zorgvuldige afweging gemaakt te worden ten aanzien van de te
transformeren terreinen en de omvang en situering van het nieuwe bedrijventerrein.
14
1 Inleiding
1.1 Waarom een economische beleidsvisie?
Het economisch opereren van Woerden is tot op heden meer ingegeven geweest door de actualiteit
dan door een vastomlijnd streefbeeld voor de toekomst.
De omstandigheden gaven daar lange tijd ook alle aanleiding toe. Dankzij haar centrale ligging in de
Randstad, de uitstekende bereikbaarheid en de ruimteschaarste in Utrecht kwam de economische
voorspoed vanzelf aanwaaien en hoefde de gemeente nauwelijks moeite te doen om haar
bedrijventerreinen en kantoorgebieden vol te krijgen. Woerden heeft evenals andere randgemeenten
in het stadsgewest volop van deze situatie geprofiteerd en alles op alles gezet om zo veel mogelijk
(hoogwaardige) bedrijven en arbeidsplaatsen binnen te halen.
De groeihausse heeft de welvaart en het welzijn van de Woerdense bevolking bepaald geen
windeieren gelegd: er is een ruime en gevarieerde keuze aan werk, het werkloosheidheidspercentage
is extreem laag en het gemiddeld inkomen relatief hoog.
Ook voor andere onderdelen van de stedelijke economie als detailhandel en toerisme ontbreken
zelfstandige beleidskaders en is tot nu, veelal met succes, naar bevind van zaken gehandeld.
Nu deze tamelijk hectische overloopperiode definitief achter de rug lijkt te zijn is een moment van
bezinning en economische herorientatie aangebroken. Daarnaast geven nog een aantal ander zaken
aanleiding tot het uitzetten van een economische ontwikkelingskoers voor de langere termijn.
Om te beginnen dwingen de erfenis van de afgelopen groeiperiode en het feit dat de gemeente
ruimtelijk tegen de grenzen van de groei aanzit tot het maken van strategische keuzes ten aanzien
van haar verdere ontwikkeling als werkstad.
Verder vragen interne en externe planinitiatieven om een samenhangende economisch inbreng: de
structuurvisie 2025, de actualisatieslag bestemmingsplannen en het regionaal bedrijventerrein. Voor
het eerste zijn economische bouwstenen in de vorm van een gedegen analyse van de bestaande
situatie en een heldere visie op de toekomst nodig, voor het tweede een duidelijke afbakening van de
hergebruiksmogelijkheden van leegstaande kantoren en bedrijfspanden en voor het derde een
zorgvuldige beoordeling van economische nut en noodzaak.
Tenslotte zijn een aantal economische en demografische processen (vergrijzing, verkantorisering)
gaande die van invloed zullen zijn op de vraag naar bedrijventerreinen, de behoefte aan
winkelvoorzieningen, de arbeidsmarktverhoudingen etc en derhalve op hun mogelijke consequenties
voor de lokale economie bekeken dienen te worden.
1.2 Welke keuzes moeten in de visie gemaakt worden?
Waar wil Woerden over 10 tot 20 jaar economisch staan en wat is daarvoor nodig? Dat zijn de
kernvragen waar de economische visie een antwoord op moet geven. In deze beantwoording liggen
de volgende strategische keuzes besloten:
De na te streven economische ontwikkeling
Economische ontwikkeling is geen doel op zich maar een middel om het welvaart- en welzijnsniveau
van de eigen bevolking op een hoger plan te brengen dan wel te houden, simpeler gezegd om de
eigen bevolking materiele welstand en een zinvolle levensinvulling te bezorgen, en dat alles tegen een
zo gering mogelijk belasting van het woon en leefmilieu en een zo gering mogelijk beslag op de
schaarse natuurlijke bestaansbronnen (energie, water en ruimte). Inkomensniveau, werkgelegenheid,
arbeidsparticipatie en duurzaamheid zijn in deze de sleutelbegrippen.
De vertaling van dit algemene oogmerk naar de concrete Woerdense situatie brengt keuzes met zich
mee ten aanzien van te stimuleren, te consolideren en eventueel af te bouwen economische sectoren.
15
De noodzakelijke verbetering van/toevoegingen aan het ondernemingsklimaat
Vervolgens is de vraag of de huidige vestigingscondities in Woerden (kwalitatief en kwantitatief)
toereikend zijn om de geambieerde economische ontwikkeling waar te kunnen maken. Het gaat dan
om zaken als omvang en opleidingsniveau beroepsbevolking, gemeentelijke dienstverlening, aanbod
aan bedrijfs- en kantorenlocaties en de bereikbaarheid.
De uitvoeringsprogrammering
Om de economische ambities niet tot een dode letter te laten verworden moeten de nodige
vervolgstappen gezet worden. Deze kunnen varieren van het uitvoeren van nader onderzoek, het
uitwerken van beleid op deelterreinen tot het opstellen van concrete ontwikkeling- en
verbeteringsplannen. Aan de hand van beschikbare middelen, bevoegdheden en logische
volgtijdelijkheid moeten keuzes gemaakt worden ten aanzien van wie, wat, wanneer uitvoert.
1.3 Waar richt de visie zich wel en niet op?
In de economische beleidsvisie legt de gemeente haar ambities voor de komende 15 -20 jaar neer en
geeft zij aan hoe en wanneer ze deze ambities wil realiseren.
De termijn waarop vooruitgeblikt wordt en de beperkte gemeentelijke beinvloedingsmogelijkheden
nopen tot de nodige bescheidenheid en selectiviteit zowel qua inhoud als abstractieniveau.
Inhoudelijk richt de visie zich op de hoofddragers van de stedelijke economie en op onderdelen van
het ondernemingsklimaat die als lokale overheid te sturen zijn. Het laatste betreft dan met name de
fysiek-economische infrastructuur (wegen, bedrijventerreinen, kantorenlocaties).
Verder fungeert de economische visie als inhoudelijke bouwsteen voor de nog op te stellen
structuurvisie 2025. In deze structuurvisie wordt aan de hand van een integrale afweging van
deelbelangen (waaronder economie) de gewenste stedelijke ontwikkeling voor langere termijn
uitgezet. De economische visie onthoudt zich dan ook van uitspraken over zaken die in dat kader nog
een nadere ruimtelijk-functionele afweging behoeven zoals de situering van nieuwe en de (eventuele)
functieverkleuring van bestaande werkgebieden.
Qua abstractieniveau laat de visie zich niet met details in maar beperkt ze zich tot de hoofdlijnen en
gaat ze in haar kwantitatieve doorkijk niet verder dan wat prognosetechnisch nog betrouwbaar is (ca
15 jaar).
1.4 Hoe is de visie tot stand gekomen?
Ten behoeve van de visie zijn de ondernemers en hun vertegenwoordigers uitgebreid geconsulteerd.
De lokale ondernemersorganisaties zijn afzonderlijk gesproken en er is een schriftelijke enquête
uitgezet onder op bedrijventerrein gevestigde bedrijfsleven
Er zijn interviews geweest met makelaars, beleggers, de Kamer van Koophandel,
onderwijsinstellingenbedrijvenverenigingen en GLTO).
Door adviesbureau BRO zijn een tweetal deelonderzoeken verricht en in dat kader hebben ook een
tweetal workshops plaatsgevonden: een ambtelijke workshop (Verkeer, Onderwijs en welzijn, RO,
Stedebouw, Grondzaken, Economische zaken, Milieu) en een workshop met externen (makelaars,
Kamer van Koophandel, bedrijvenverenigingen, scholen)
Bij het opstellen van de visie is een begeleidinsgroep ingesteld waarin zitting namen: wethouder
Economische Zaken, afdelingshoofd RO, Kamer van Koophandel, vertegenwoordiger OKW en de
Provincie Utrecht.
16
2 De beleidsmatige context
Met het opstellen van de economische visie wordt beleidsmatig niet vanuit een blanco situatie gestart.
Om te beginnen heeft de gemeentelijke overheid een aantal basisverantwoordelijkheden die
richtinggevend zijn voor de uit te stippelen economische ontwikkelingskoers. Het betreft dan zaken
van ‘algemeen belang’ in de sfeer van welzijn, welvaart en meesterschap voor de komende
generaties. Daarnaast stelt bestaand gemeentelijk beleid zoals vastgelegd in plannen en
sectordocumenten haar kaders en dient ook rekening gehouden te worden met door provincie Utrecht
geformuleerde beleid.
2.1 Gemeentelijke basisverantwoordelijkheden
Hoofddoel
Hoofddoel van het gemeentelijk economisch beleid is om het welvaarts- en welzijnsniveau van de
eigen bevolking op een hoger plan te tillen dan wel te houden en dat tegen een zo beperkt mogelijke
belasting van woon- en leefmilieu en een zo beperkt mogelijk beslag op de schaarse natuurlijke
bestaansbronnen (energie, water en ruimte).
In dit hoofddoel liggen de volgende basisverantwoordelijkheden besloten:
•
Bieden van voldoende passende werkgelegenheid voor de eigen beroepsbevolking.
Om pendelstromen en de daarmee verbonden maatschappelijke kosten (belasting wegennet,
co2 uitstoot, tijdverlies, reiskosten) te beperken is het zaak om het lokale banenaanbod zo
goed mogelijk aan te laten sluiten op de eigen arbeidsbehoefte.
Een volledig gesloten woon-werk balans is in het huidige tijdsgewricht met zijn dynamische en
geografisch uiteengelegde woon-werk relaties echter als een utopie te beschouwen.
•
Realiseren van een toekomstbestendige economische structuur
Uit kwetsbaarheidsoogpunt is het belangrijk dat de lokale economie op meerdere pijlers rust
en niet, zoals in het verleden met de pannen, stenen en kaas het geval was, te zeer
afhankelijk is van een paar economische specialismen en/of conjunctuurgevoelige
bedrijfstakken.
•
Afstemmen economische ontwikkeling op de stedelijke draagkracht
Voor het gemeentelijk functioneren is het van belang dat het economisch gebruik van het
stedelijk gebied in balans is met het woon- en leefklimaat, de ruimtelijk-functionele opbouw en
de ontsluitingsstructuur. Het gaat dan om zaken als menging van wonen en werken, de positie
van bestaande en toekomstige werkgebieden in het stedelijk weefsel en de
capaciteit(sbelasting) van het locale wegennet.
•
Verantwoord economisch gebruiken van schaarse natuurlijke bestaansbronnen
Het gaat dan om een efficient gebruik van eindige bestaansbronnen als ruimte, water en
fossiele energie. De ruimte in Woerden is schaars en haar fraaie groene omgeving is
kwetsbaar. Door bestaande en te ontwikkelen werklocaties optimaal naar hun ruimtelijk
vermogen te benutten en een lange levensduur te geven kan de claim op nieuwe ruimte
beperkt worden. Verder zijn er op zowel individueel als collectief niveau diverse maatregelen
te treffen waarmee het energie en watergebruik getemperd kan worden.
17
2.2 Richtinggevende beleidskaders
Een aantal recente provinciale en gemeentelijke beleidsdocumenten bevatten uitgangspunten die
(mede) richtinggevend zijn voor de te maken economische beleidskeuzes.
De provincie
De provincie Utrecht heeft in haar streekplan 2005-2015 de volgende relevante uitspraken
opgenomen
• Stedelijke uitbreiding is pas aan de orde indien herstructurering en revitalisering van het
bestaand stedelijk gebied en vervolgens inbreiding en intensivering ontoereikend zijn om in de
toekomstige ruimtevraag te voorzien. Dit geldt zowel voor woningbouw als voor de aanleg van
bedrijventerreinen en kantorenlocaties.
•
Het ruimtebeslag van nieuwe bedrijventerreinen moet zoveel mogelijk getemperd worden
middels het realiseren van regionale bedrijventerreinen, het treffen van collectieve
voorzieningen (ondermeer centraal parkeren) en het invoeren van parkmanagement.
•
Er wordt slechts ruimte geboden voor de groei en verplaatsing van de gevestigde bedrijven en
voor nieuwe bedrijven met een duidelijk toegevoegde waarde voor de provinciale economie.
Grootschalige industriele en logistieke ondernememingen worden daar nadrukkelijk niet toe
gerekend.
•
Met het oog op de eventueel aantrekkende economie is het op grotere schaal transformeren
van kantoorlocaties ongewenst.
•
Woerden is aangemerkt als regionale opvangkern voor deelgebied west. De totale
bedrijventerreinopgave voor dit deelgebied wordt geraamd op 50 ha bruto, maar in verband
met de bijzondere kwaliteiten van dit gedeelte van het Groene Hart wordt slechts gedeeltelijk
en wel in collectieve vorm aan de verwachte vraag tegemoet gekomen. Aan de westzijde van
Woerden wordt de mogelijkheid geboden om een regionaal bedrijventerrein van ca 30 ha
bruto te realiseren.
•
Van de kleine kernen is alleen in Zegveld nog een beperkte uitbreiding van 1 ha aan
bedrijventerrein toegestaan.
De gemeente
De gemeente beschikt niet over een overkoepelend economische beleidsnota noch over beleidsnota's
voor onderscheiden deelgebieden als detailhandel en toerisme.
Wel bevatten een aantal sectordocumenten, de nota `Rode contouren Woerden', het economisch
actieprogramma 2006 en de nota van uitgangspunten landelijk gebied Woerden, Kamerik en Zegveld,
economisch relevant beleid.
De nota `Rode contouren Woerden' uit 2002 waarin gekozen is voor het stabiliseren van het aantal
arbeidsplaatsen/bedrijven kan beschouwd worden als een cultuuromslag in het gemeentelijk denken.
In plaats van economische groei is de capaciteit van de bestaande infrastructuur als leidend beginsel
voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen genomen.
Zolang deze capaciteit op het huidige niveau blijft, zo stelt de nota, kunnen er buiten de lopende
plannen (Putkop, Barwoutswaarder-west, Breeveld) geen noemenswaardige nieuwe uitbreidingen
meer plaatsvinden. Het stabilisatiemodel heeft dus een tijdelijk karakter. Zodra de Bravoprojecten zijn
afgerond en het lokale wegennet naar verwachting aanzienlijk ontlast zal zijn vervalt de noodzaak om
dit model nog langer te handhaven.
18
Naar aanleiding van de in opdracht van het lokale bedrijfsleven opgestelde studie `Woerden met stip
op 7' heeft de gemeente in 2005 een economisch actieprogramma opgesteld wat in 2006
geactualiseerd is. Het programma bevat een aantal concrete actiepunten (promoten van telewerken,
het verbeteren, herstructurering verouderde bedrijventerreinen etc) die als zodanig input voor de visie
vormen.
De nota van uitgangspunten landelijk gebied Woerden, Kamerik en Zegveld (vastgesteld in de raad
van 30 oktober 2003) bevat specfieke beleiduitgangspunten met betrekking tot de landbouw, nietagrarische bedrijfsvestigingen, recreatie en toerisme. Kort en goed komt het erop neer dat de
gemeente het huidige karakter van het buitengebied wil handhaven en haar toerischtisch- rereatieve
betekenis vergroten. Het economisch gebruik dient zich daarnaar te voegen. Wat het laatste betreft
wordt gestreefd naar:
- het zoveel mogelijk behouden aanwezige agrarische bedrijven
ƒ bieden van voldoende ontwikkelingsmogelijkheden (aanpassing, uitbreiding
bedrijfsbebouwing)
ƒ toestaan niet-agrarische nevenactiviteiten als aanvulling op ondernemersinkomen
(plattelandsvernieuwing)
ƒ zoveel mogelijk tegengaan niet-agrisch economisch gebruik
ƒ functiewijziging naar niet-agrarische bedrijvigheid toegestaan onder strikte voorwaarden
ƒ beperken uitbreidingsmogelijkheden van bestaande niet-agrarische bedrijven
ƒ sanering of verplaatsing van hinderlijke bedrijven naar bedrijventerreinen
- versterken recreatieve functie
ƒ uitbreiding rustige extensieve vormen van recreatie
ƒ toestaan boerderijtoerisme (verkoop agrarische producten, kamperen bij de boer etc)
ƒ geen zelfstandige intensieve vormen van verblijfs- en dagrecreatie
19
3 De economische positie in groter verband
De toekomst van kleine lokale economieën als de Woerdense kan niet losgezien worden van de
ruimtelijke context.
In economisch opzicht maakt Woerden deel uit van twee grotere geografische verbanden: het
stadsgewest Utrecht en, op een lager schaalniveau, de regio Montfoort-Oudewater-Lopik. Op
stadsgewestelijk niveau gaat het om de concurrentiepositie van Woerden ten opzichte van
vergelijkbare stedelijke kernen. Op regionaal niveau om de centrumfunctie die Woerden op het vlak
van verzorging, werkverschaffing en bedrijfshuisvesting vervult.
3.1 Onderscheidende vestigingskwaliteiten
Pluspunten
Woerden heeft weinig onderscheidende economische vestigingskenmerken. Haar landelijke
naamsbekendheid is gering, economische specialisaties ontbreken en binnen de gemeente zijn geen
`dragende' opleidingsinstituten of instellingen aanwezig.
De belangrijkste economische kracht van Woerden is haar geografische ligging in de randstad en aan
hoofdtransportassen. Aan deze uitstekende natuurlijke uitgangspositie is het te danken dat de
Woerdense economie zich door de eeuwen heen aan het regionale niveau wist te ontworstelen.
Ondanks de verslechterde bereikbaarheid via de weg tijdens de spitsuren is de gemeente nog steeds
een aantrekkelijke vestigingsplek voor bedrijven en instellingen die zich centraal op de as Utrecht-Den
Haag willen vestigen.
Andere positieve vestigingskenmerken van Woerden zijn het kleinstedelijke karakter en, het in het
verlengde daarvan, aangename woon- en leefklimaat en de goede bereikbaarheid per trein. Het
laatste maakt de stationsomgeving tot een in potentie aantrekkelijke vestigingsplaats voor
publieksaantrekkende instellingen en kantoren.
Minpunten
Het meest genoemde minpunt van Woerden als vestigingsplaats is haar slechte bereikbaarheid in
relatie tot de A12 . Ter relativering dient hierbij aangetekend te worden dat het
bereikbaarheidsprobleem verder reikt dan de aan en afvoerwegen maar ook de A12 zelf betreft, dat
het probleem zich beperkt tot de spitsuren, buiten de spits is Woerden nog steeds goed bereikbaar, en
dat vooral arbeidsintensieve bedrijven met veel personeel van buiten (kantoren) er hinder van
ondervinden. Voor dit type bedrijven kan de bereikbaarheidssituatie wellicht een (extra) overweging
vormen om de gemeente te verlaten dan wel zich er niet te vestigen. Voor bedrijven met weinig
personeel en/of transport verspreid over de dag wegen de bereikbaarheidsperikelen minder zwaar.
Inmiddels is Woerden samen met provincie, rijkwaterstaat en andere gemeenten in de weer om de
doorstroming op de A12 en de bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid van de dorpen en steden
langs deze transportader te verbeteren. Onder de vlag van A12 BRAVO zijn in dat kader verschillende
infrastructurele projecten voorzien waaronder een uitbreiding van de aan en afvoercapaciteit tussen
de A12 en Woerden.
Andere zwakke punten zijn het fletse gemeentelijk imago en de verwaarloosde uitstraling van
sommige werkgebieden. Verder draagt de manifest geëtaleerde leegstand aan kantoorpanden niet bij
aan het imago van een economisch vitale stad.
3.2 De positie als werkstad
Op randstedelijk niveau moet de economische positie van Woerden vooral in relatie tot grootstedelijk
Utrecht bezien worden. Tezamen met Vianen en Maarssen maakt de gemeente onderdeel uit van de
20
buitenste schil rond dit economisch kerngebied. De binnenste schil bestaat uit gemeenten als Houten,
De Bilt en Nieuwegein.
Ondanks deze enigszins perifere ligging heeft Woerden een belangrijke overloopfunctie vervuld voor
bedrijven die in Utrecht zelf geen vestigingslocatie konden vinden. Voor veel bedrijven en instellingen
vormde Woerden, evenals de andere overloopgemeenten in de stedelijke periferie, feitelijk dus een
`second best' keuze.
Door met terreinontwikkeling alert op deze schaarste in te spelen heeft Woerden de afgelopen
decennia veel zakelijke en niet zakelijke dienstverleners weten binnen te halen, waaronder een aantal
met landelijke naamsbekendheid als de FNV en de Fortisbank, en daarmee haar positie als
traditionele werkstad een moderne dimensie gegeven..
In het `lege' gebied ten zuiden van het spoor ontstond in korte tijd een nieuw economisch hart waar
tevens grootschalige openbare voorzieningen (ziekenhuis en gemeentehuis) een plek kregen en
Woerden klom in korte tijd op tot in de top 10 van Nederlandse zakensteden.
Deze economische hausse heeft niet uitsluitend positief voor Woerdens positie als werkstad
uitgepakt.
Om te beginnen is er in de zakelijke dienstverlening een categorie bedrijven binnengehaald die qua
schaal en aard niet geheel aansluiten bij het kleinstedelijke karakter van Woerden en lokaal ook
nauwelijks wortel geschoten hebben. De instroom van dit type bedrijven, dat net zo makkelijk vertrekt
als ze zich vestigen, heeft de lokale economie conjunctuurgevoeliger gemaakt.
Verder kenmerkt het areaal bedrijventerreinen en kantoorpanden dat in de jaren ` 80 en '90 aan de
voorraad is toegevoegd zich door een hoge mate van uniformiteit. In haar drang om snel te
ontwikkelen en uit te geven heeft de gemeente de nieuwe werkgebieden geen duidelijk eigen profiel
meegegeven waardoor er een menging van uiteenlopende en soms strijdige economische activiteiten
is ontstaan. Ook in de kantorenontwikkeling is sprake geweest van revolutiebouw en is in korte tijd
veel van hetzelfde neergezet.
Tenslotte is de capaciteit van het wegennet niet meegegroeid met het aantal bedrijven en
arbeidsplaatsen waardoor met name tijdens de spits het lokale weggennet volloopt met pendel van
buiten.
Door de terugval in de kantorenmarkt en een verruiming van het aanbod in Utrecht (Papendorp) is
een einde gekomen aan de overloopfunctie en lijkt Woerden de komende jaren als werkstad op haar
eigen economische kracht teruggeworpen te worden.
3.3 De positie als streekcentrum
Woerden vervult van oudsher een streekfunctie voor de omringende gemeenten hetgeen tot
uitdrukking komt in een sterke concentratie van verzorgende bedrijvigheid en instellingen.
Veel inwoners uit de omringende gemeenten zijn voor hun niet dagelijkse inkopen, onderwijs
gezondheidszorg en/of werk op Woerden georiënteerd.
Daarnaast vervult Woerden een opvangfunctie voor bedrijven die elders in de regio uit hun jasje
groeien. Over deze opvangfunctie zijn geen gegevens beschikbaar.
In deze paragraaf wordt een korte schets gegeven van de regio functies die relevant zijn voor de
stedelijke economie: de functie als koopcentrum en de functie als vrijetijdscentrum.
De functie als koopcentrum
Woerden beschikt van oudsher over een uitgebreid winkelaanbod dat goed in de behoefte van de
eigen bewoners als die van de omringende gemeenten voorziet
Maar liefst 71% van alle winkelbestedingen van Woerdenaren komt in het laatje van de lokale
middenstand terecht en ook de klantenbinding met de regio mag er wezen. Zo komt respectievelijk
21
40%, 28% en 22% van de winkelbestedingen die de inwoners van Montfoort, Oudewater en
Bodegraven buiten hun gemeente doen bij de Woerdense middenstand terecht (koopstromenanalyse
Rabobank 2003). Gelet op de concurrentie in de omgeving (Utrecht, Alphen aan de Rijn, Gouda) mag
dit een goede prestatie genoemd worden.
Alles bij elkaar levert dit een jaarlijkse omzet van ruim € 100 miljoen op waarmee Woerden de 8e
plaats in de top 25 van Utrechtse winkelsteden inneemt en de 39e plaats in de top 75 van beste
winkelcentra in de Randstad (koopstroomanalyse provincie 2004).
De hoofdkern Woerden, en dan met name de binnenstad en Polanen, nemen hierbij een sleutelpositie
in. 88% van het gemeentelijk winkelaanbod (=vloeroppervlakte) is geconcentreerd in de hoofdkern en
meer dan de helft daarvan in de binnenstad en Polanen.
De binnenstad voldeed tot voorkort echter niet aan de eisen van de moderne consument. Zowel qua
winkelaanbod, winkelrouting, parkeeraanbod als verblijfsklimaat sloot dit hoofdwinkelgebied niet aan
bij hetgeen van een gemeente van deze omvang en met een dergelijk verzorgingsgebied verwacht
mag worden.
Het recent afgeronde project Hoochwoert moet daar verandering in brengen.
Een combinatie van ingrepen (verruiming van het winkelaanbod, aanpassing van de winkelrouting,
verbetering van de verblijfskwaliteit en uitbreiding van de parkeermogelijkheden) moet er voor zorgen
dat het centrum meer winkelend publiek gaat trekken en dat dit publiek er langer verblijft. Of het
beoogde effect ook daadwerkelijk bereikt zal worden valt in dit stadium nog moeilijk te zeggen. Eerste
tekenen zijn in ieder geval bemoedigend. De vernieuwing van het stadshart is in ieder geval tijdig
genoeg afgerond om van het uitbreidende consumentenpotentieel in Leidse Rijn te kunnen profiteren.
Verdere vernieuwing of uitbreiding van het winkelbestand in het stadscentrum is in afwachting van de
effecten van Hoochwoert voorlopig niet aan de orde. Wel dient er de komende jaren wat dat aangaat
nauw vinger aan de pols gehouden te worden.
Een thema wat wel om nadere bezinning vraagt is de situering van centrumvoorzieningen die een
maatje te groot zijn voor de binnenstad zoals sportscholen, sauna's,herstelwerkplaatsen, bioscoop
etc. Deze activiteiten dienen een dusdanige plek te krijgen dat zij het functioneren van het
hoofdwinkelcentrum optimaal ondersteunen en geen afbreuk doen aan het woon en leefklimaat en de
bereikbaarheid.
De functie als vrije tijdscentrum
In tegenstelling tot het winkelaanbod heeft het commerciële vrij tijdsaanbod de regionale consument
weinig te bieden. Het horeca aanbod is onder de maat, een bioscoop en theater zijn kleinschalig en de
voorzieningen voor meer actieve vrijetijdsbesteding als sportscholen, sauna's en kartbanen zijn in
bescheiden mate aanwezig.
3.4 De positie als toeristisch centrum
Met haar fraaie historische binnenstad en aantrekkelijke groene omgeving heeft Woerden de eigen
bevolking en de bezoeker van buiten in beginsel veel te bieden.
De toeristische attracties in de binnenstad omvatten naast monumenten en musea ook terugkerende
evenementen, festivals en markten van bovenlokale bekendheid. Daarnaast is Woerden het
vertrekpunt bij uitstek voor het maken van fiets- wandel of skatetochten in het Groene Hart
(veenweidegebied, oude rijn, natuurgebied De Meije).
Verder vormt Woerden dankzij haar centrale ligging een ideale uitvalsbasis voor toeristisch bezoek
aan de grote steden in de randstad..
De indruk bestaat dat dit potentieel (commercieel) niet optimaal benut wordt. De toeristische
infrastructuur in het stedelijk gebied is zwak ontwikkeld; de overnachtingsmogelijkheden zijn beperkt,
het horeca aanbod is mager en de jaarlijkse evenementen (koeienmarkt, Woerdense vakantieweek)
zijn vooral gericht op de eigen bevolking. Evenmin wordt er veel aan stadspromotie gedaan.
22
Het horeca aanbod vormt tevens een zwak punt in het sociaal-economisch functioneren van de
binnenstad. Horeca vormt immers een belangrijke drager van de ontmoetings- en winkelfunctie van
een stadscentrum.
Het plattelandstoerisme is daarentegen verder ontwikkeld; er zijn de nodige wandel- kano en
fietsroutes uitgezet en de logeer- en kampeermogelijkheden bij de boer breiden zich gestaag uit.
3.5 Conclusies
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Woerden maakt onderdeel uit van twee economisch-geografische eenheden: het
stadsgewest Utrecht en de regio Montfoort, Oudewater, Lopik.
De belangrijkste onderscheidende vestigingskwaliteit is de ligging centraal in de randstad en
in de nabijheid van twee hoofdtransportassen.
Voor het overige onderscheidt Woerden zich nauwelijks van vergelijkbare gemeenten; haar
stedelijk imago is zwak ontwikkeld, economische specialisaties ontbreken evenals
naamsbekende instellingen of instituten.
Een belangrijke negatieve vestigingskwaliteit, en dan met name voor arbeidsintensieve
bedrijven met veel personeel van buiten, is de slechte bereikbaarheid in relatie tot de A12
tijdens de spitsuren.
Woerden heeft de laatste 10-20 jaar kunnen profiteren van de schaarste aan ruimte in Utrecht
en de nodige bedrijven in de sfeer van dienstverlening en distributie binnen weten te halen.
Aan deze overloopfunctie, wat de belangrijkste motor achter de economische groei van
Woerden vormde, lijkt door het concurrerend aanbod in Utrecht gevoegd bij de algehele
vraagterugval een einde gekomen te zijn.
De kantorenhausse heeft Woerdens positie als werkstad enerzijds gemoderniseerd en
versterkt. Anderzijds heeft het de lokale economie kwetsbaarder gemaakt voor conjuncturele
schommelingen, een eenzijdig samengesteld kantooraanbod nagelaten en het niet
meegegroeide lokale weggennet onder een forse verkeersdruk geplaatst.
Woerden vervult, zo blijkt uit de koopstromen, een zeer belangrijke regionale functie als
koopcentrum en heeft deze positie recentelijk versterkt met de vernieuwing van de
binnenstad. Het groeiende consumentenpotentieel in Leidse Rijn biedt aanknoping om deze
functie te versterken..
Woerden vervult regionaal een bescheiden rol op het vlak van actieve en passieve vrije
tijdsbesteding (uitgaan, sport, theaterbezoek, filmzoek). Het voorzieningenaanbod is wat dat
aangaat ook onder de maat.
Hoewel Woerden in de vorm van de groene omgeving, de kleinstedelijke ambiance en
nabijheid van historische stedelijke centra een aantal interessante toeristische basiskwaliteiten
in huis heeft, worden deze niet optimaal benut.
23
4
Profiel van de lokale economie
Om weloverwogen keuzes voor de toekomst te kunnen maken is inzicht nodig in de stand en vitaliteit
van de lokale economie en in de bijdrage die deze levert aan het welzijn en de welvaart van de lokale
gemeenschap. Wat zijn de belangrijkste dragers van de lokale economie en hoe essentieel zijn deze
voor de andere onderdelen van de stedelijke economie (‘spin –off’), de arbeidsvoorziening van de
eigen beroepsbevolking en de sociale cohesie? Dit zijn de centrale vragen die in dit hoofdstuk aan de
orde komen.
Voor de beantwoording van deze vragen is gebruik gemaakt van het provinciaal arbeids register
(PAR), gegevens van de Kamer van Koophandel en het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI).
Daarnaast is door BRO een deelstudie verricht naar het onderdeel arbeidsmarkt.
4.1 De bedrijvigheid
Omvang en samenstelling
Figuur 4.1: Bedrijvenstructuur van Woerden en de provincie Utrecht (2006) en landelijk (2005)
35
30
25
20
15
10
5
0
landbouw
industrie
bouw
Woerden
handel
horeca
provincie Utrecht
vervoer
fin/zak dv
kwart dv
Nederland
Bron: PAR 2006
Woerden telde in 2006 ruim 2900 bedrijven waarvan de categorie commerciële dienstverlening
(zakelijk en financieel) met 31% en de categorie handel en reparatie (waaronder detailhandel) met
26% de belangrijkste aandeelhouders zijn.
Het beeld van de commerciële dienstverlening wordt bepaald door rechtskundige dienstverlening, IT
en architecten- en ingenieurbureaus en dat van de handel en reparatie door de gespecialiseerde
detailhandel.
Vergeleken met de landelijk gemiddelde is er sprake van een sterke ondervertegenwoordiging van de
horeca en niet-commerciële (=kwartaire) dienstverlening en een sterke oververtegenwoordiging van
de bouw en de commerciële dienstverlening (=zakelijk en financieel). De relatief grote concentratie
van bouw- en handelsbedrijven heeft deels te maken met de regionale verzorgingsfunctie van
Woerden.
De aanwezige groothandel en commerciële dienstverlening ontstijgt de regionale betekenis. Woerden
vervult op deze terreinen duidelijk een bovenregionale functie.
24
Wordt naar de grootteklassestructuur gekeken dan kan bijna 85% van de Woerdense bedrijvigheid als
kleinschalig(< 10 werknemers), 13 % als middelgroot (10-50 werknemers) en 3% als grootschalig
(> 100 werknemers) bestempeld worden. De kleinschalige bedrijvigheid betreft overwegend de
bedrijfstakken bouw, handel en zakelijke dienstverlening.
Tabel 4.1 : De 10 grootste werkgevers (bedrijven) in Woerden en hun hoofdactiviteit
1
Hofpoort ziekenhuis
Ziekenhuis
880 werknemers
2
Computercentrum Fortis bank
Computercentra en data-entry
600 werknemers
3
De Sluis groep
Sociale werkvoorziening
580 werknemers
4
Schuitema
Groothandel in voedings- en genotmiddelen 500 werknemers
5
Heremalerhof
Verpleeghuis
380 werknemers
6
FNV bouw
Werknemersorganisatie
375 werknemers
7
Van Hattum en blankevoort
Bouwnijverheid
375 werknemers
8
Gemeente Woerden
Overheid
350 werknemers
9
Zorgcentrum Woerden
Verpleeghuis
340 werknemers
10 Distributiecentrum de Bijenkorf
Logistiek
330 werknemers
Bron: PAR 2005
Van de top 10 van grootste bedrijven en instellingen behoort bijna de helft tot de categorie nietcommerciële dienstverlening (gezondheidszorg, overheid, semi overheid).
Relaties en specialisaties
Het Woerdense bedrijvenspectrum laat een diffuus beeld zien. Echte specialisaties zoals in het
verleden ontbreken en de onderlinge economische relaties (toeleveranciers, afnemers) zijn beperkt.
Wel is er sprake van een lichte specialisatie op het vlak van kaasproductie en –handel (Grossetto,
ERU en Kruijt) en transport/distributie (Schuitema, Snel, Bijenkorf).
Evenmin kunnen de 10 grootste bedrijven en instellingen als economische trekkers aangemerkt
worden. Het merendeel is verzorgend en daarmee bevolkingsvolgend.
De gemeente heeft de laatste 10-20 jaar weliswaar met succes ingezet op de zakelijke
dienstverlening, maar de kantorenhausse heeft nauwelijks een impuls aan de rest van de lokale
economie gegeven en zich evenmin sterk in de Woerdense samenleving geworteld (sponsoring
verenigingsleven, organisatie evenementen etc). De bedrijven die zijn binnengehaald, zijn qua
personeel en toeleveranciers veelal niet op hun directe omgeving georiënteerd en zijn daardoor weinig
honkvast.
Ruimtelijke spreiding
Een groot deel van de bedrijvigheid is geconcentreerd in de traditioneel daarvoor aangewezen
vestigingsgebieden: 25% op bedrijventerreinen en 14% in de binnenstad of de wijkwinkelcentra.
Van de typisch bedrijfsterrein gebonden activiteiten (industrie, groothandel, reparatie bedrijven,
transport en vervoer) is een belangrijk deel (57%) ook daadwerkelijk daar gevestigd. Daarmee lijkt
verplaatsingsproces vanuit de bebouwde kom en het buitengebied naar bedrijfsterreinen grotendeels
te zijn afgerond. Wat nog resteert aan solitaire vestigingen is kleinschalig en levert geen overlast op
voor het woon- en leefmilieu.
Van bedrijventerreinen zijn de meeste bedrijven gehuisvest in Barwoutswaarder gevolgd door
Middelland Zuid en Polanen.
25
Dynamiek
Figuur4.2: Ontwikkeling aantal bedrijfsvestigingen 1996-2006
3500
3000
2500
2000
1500
1000
500
0
1996
1997
1998
1999
2000
2001
2002
2003
2004
2005
2006
Bron: PAR
In de afgelopen vijf jaar (2002-2006) is het aantal bedrijven met ca 6% toegenomen wat grotendeels
veroorzaakt werd door de sectoren commerciële dienstverlening, de bouwnijverheid en de nietcommerciële dienstverlening. De groei was niet zoals in het verleden te danken aan de
bedrijveninstroom van buiten maar aan de oprichting van nieuwe bedrijven. Het positieve
oprichtingssaldo (oprichtingen-minus opheffing) overtrof ruimschoots het negatieve migratiesaldo
(vestiging-minus vetrek)
Figuur 4.3: Bedrijvenbalans 2001-2005
1000
800
600
400
200
0
-200
migratiesaldo
oprichtingssaldo
-400
Bron: Kamer van Koophandel
Omdat het aantal bedrijfsvestigingen op bedrijventerreinen in dezelfde periode stabiel bleef moet deze
groei elders in het stedelijk gebied gerealiseerd zijn. Het feit dat het overwegend nieuw opgerichte
bedrijven betrof vormt daar mogelijk een verklaring voor. Deze groep omvat grotendeels kleinschalige
dienstverlenende bedrijven (kantoren, winkels, ateliers) die in de beginfase vaak vanuit huis opereren.
De eerdere constatering dat de overloopfunctie van Woerden stokt wordt bevestigd door het
bedrijfsmigratiesaldo. In tegenstelling tot de voorgaande perioden gaf deze over de afgelopen 5 jaar
een fors negatief resultaat te zien hetgeen met name te wijten is aan de sectoren zakelijke
dienstverlening en handel en reparatie.
26
4.2 De werkgelegenheid
Omvang en samenstelling
Figuur 4.4: Werkgelegenheidsstructuur van Woerden en de provincie Utrecht (2006) en landelijk (2005)
35
30
25
20
15
10
5
0
landbouw
industrie
bouw
Woerden
handel
horeca
provincie Utrecht
vervoer
fin/zak dv
kwart dv
Nederland
Bron: PAR 2006
De gemeente Woerden telde in 2006 bijna 25.900 banen. Met een aandeel van respectievelijk 24%,
24% en 22% zijn de sectoren handel, niet-commerciële dienstverlening en commerciële
dienstverlening de belangrijkste dragers van de lokale werkgelegenheid. Binnen de handelssector is
detailhandel met bijna 1/3 van het aantal arbeidsplaatsen de grootste werkgever, binnen de nietcommerciële dienstverlening zijn dat een paar (semi)overheids en zorginstellingen (ziekenhuis, sociale
werkplaats) en binnen de commerciële dienstverlening de bedrijfstakken rechtskundige
dienstverlening en IT.
De sector handel is landelijk gezien flink oververtegenwoordigd, wat verband houdt met de regionale
verzorgingsfunctie van Woerden, gevolgd door de commerciële dienstverlening. De niet-commerciële
dienstverlening is daarenentegen flink ondervertegenwoordigd.
Vergeleken met de sterk verdienstelijkte provinciale economie zijn in Woerden de traditionele
bedrijfssectoren, industrie, bouw en handel (nog) prominent aanwezig.
Wordt naar het werkgelegenheidsaandeel per bedrijfsgrootteklasse gekeken dan blijkt de omvangrijke
groep van kleinschalige bedrijven (<10 werknemers) voor 30% van de lokale werkgelegenheid te
zorgen en de beperkte groep grootschalige bedrijven (>100 werknemers) voor 33%.
Vergeleken met het landelijk gemiddelde nemen de kleinschalige bedrijven een relatief groot deel van
de werkgelegenheid voor haar rekening.
27
Ruimtelijke spreiding
Figuur 4.5: Ruimtelijke spreiding werkgelegenheid (2005)
Barwoutswaarder
Honthorst
Middelland
Putkop
Polanen
Zegveld
Kamerik
Centrum
Overig
Bron: PAR (2005)
Het leeuwendeel van de werkgelegenheid is geconcentreerd in de traditionele
bedrijfsvestigingsgebieden: 57 % op bedrijventerreinen, 9% in de binnenstad en 34% in
wijkwinkelcentra en wijken.
Voor de typisch terreingebonden bedrijfssectoren (groothandel, industrie etc) bedraagt eerstgenoemd
percentage zelfs 85%!
Figuur4.6: Werkgelegenheid per bedrijventerrein
Middellland-Zuid
Middelland-Noord
Polanen
Barwoutswaarder
Honthorst
Putkop
Kamerik
Zegveld
Breeveld
0
500
1000
1500
2000
2500
3000
3500
4000
4500
Bron: PAR
Wordt naar de spreiding over de afzonderlijke bedrijventerreinen gekeken dan blijkt Middelland de
meeste werkgelegenheid te huisvesten, wat verband houdt met de hoge concentratie aan kantoren,
gevolgd door Polanen en Barwoutswaarder.
28
Dynamiek
Figuur 4.7 : Werkgelegenheidsontwikkeling per sector in de periode 2001-2006
landbouw
industrie
bouw
handel
horeca
vervoer,opslag en communicatie
financiële diensten
zakelijke diensten
openbaar bestuur
onderwijs
gezondheidszorg en welzijn
overige diensten
-40
-30
-20
-10
0
10
20
30
40
Bron: PAR
De werkgelegenheid in Woerden is in de periode 2001-2006 met 8% geslonken waarbij de grootste
klappen in de commerciële dienstverlening (-29%), financiële diensten (-23%) en vervoer, opslag en
communicatie (-22%). Ook de industrie kreeg te maken met een werkgelegenheidsverlies (-11%).
Alleen de niet-commerciële dienstverlening (+ 27 %), de horeca (+4%) en de bouw (+18%) gaven een
positief ontwikkelingsbeeld te zien.
Dat tegelijkertijd het aantal bedrijven groeide wijst op een schaalverkleining van de economische
structuur: grote bedrijven vertrokken of krompen en het aantal kleine bedrijven nam sterk toe. Dit
fenomeen deed zich in verhevigde mate in de commerciële dienstverlening voor. Terwijl de
werkgelegenheid in deze sector met maar liefst 23% afnam, groeide het aantal bedrijven met 8%.
Figuur 4.8: Werkgelegenheidsontwikkeling per bedrijventerrein 2001-2006
Polanen
Middeland-Zuid
Honthorst
Kamerik
Zegveld
Middeland-Noord
Barwoutswaarder
Putkop
-30
-25
-20
-15
-10
-5
0
5
10
15
20
25
Bron: PAR
29
Wordt gekeken naar de werkgelegenheidsontwikkeling op de afzonderlijke bedrijventerreinen dan valt
op dat de terreinen met de hoogste kantorenconcentraties (Middelland noord en zuid) de grootste
achteruitgang te zien geven. Daarnaast zijn er ook op Honthorst grote klappen gevallen.
4.3 De arbeidsmarktbalans
In hoeverre voorziet het banenaanbod in de behoefte van de eigen (beroeps) bevolking? Vanuit drie
invalshoeken wordt getracht om een antwoord op deze vraag te geven:
• vergelijking tussen arbeidsaanbod en potentiële arbeidsvraag cq beroepsbevolking
• vergelijking tussen openstaande vacatures en werkzoekenden
• herkomst en richting van de pendelstromen
Arbeidsaanbod versus beroepsbevolking
Woerden telt meer banen dan de beroepsbevolking groot is. Tegenover een beroepsbevolking van
20.300 personen staan 26.100 banen hetgeen een overschot van bijna 30 % betekent.
In kwalitatief opzicht is de balans echter meer in evenwicht.
Woerden huisvest relatief veel hoogwaardige arbeid ( 25% van het aantal arbeidsplaatsen tegen een
landelijk gemiddelde van 19%) en heeft een relatief hoog opgeleide beroepsbevolking ( 33% hoog
opgeleiden tegen een landelijk gemiddelde van 28%). Verder sluiten de beroepsgroepen waarin de
Woerdense bevolking werkzaam is redelijk aan bij de structuur van het lokale
werkgelegenheidsaanbod. 49% van de Woerdense beroepsbevolking is werkzaam in commerciële
dienstverlenende bedrijfstakken terwijl deze takken zo’n 51% van het lokale arbeidsaanbod uitmaken.
Voor de niet commerciële dienstverlening is deze verhouding 28% versus 29%.
Openstaande vacatures versus werkzoekenden
Figuur 4.9: Werkloosheid naar opleidingsniveau november 2006
120
100
80
60
40
20
0
woerden
onbekend
basis
vmbo
provincie utrecht
mbo/havo/vwo
hbo/bachelor
wo/master
Bron: CWI
Dankzij het ruime banenaanbod in de eigen gemeente en de nabijgelegen economische centra
(Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht) zitten de Woerdenaren letterlijk midden in het werk.
Hierdoor is de arbeidsparticipatie hoog en de werkloosheid laag. De werkloosheid bedroeg in juni
2006 slechts 4,0% van de totale beroepsbevolking tegen 6,6% in de provincie Utrecht en 8,3%
landelijk. Wel is het lokale werkloosheidspercentage de laatste 5 jaar opgelopen. Vergeleken met het
landelijk en provinciaal gemiddelde telt Woerden relatief veel middelbaar en hooggeschoolde
werklozen (respectievelijk 57% en 25%). De grootste groep werkzoekenden bevindt zich in de
leeftijdscategorie 35-55 jarigen.
30
Tegenover de in totaal ca 800 werkzoekenden stonden in augustus 2006 88 openstaande vacatures
in Woerden zelf en 825 in de regio West Utrecht. In Woerden betroffen deze met name lager
transport- en middelbaar opgeleid technisch personeel en in de regio ook middelbare administratieve
en commercieel personeel. De uitgangspositie voor het vinden van een baan is voor de Woerdense
werkloze dus gunstig te noemen.
Pendelstromen
Evenals andere kleinere steden in het Groene Hart (Gouda, Alphen aan de Rijn) kent Woerden een
forse inkomende en uitgaande pendel.
Dagelijks verlaten zo’n 6.100 Woerdenaren, dwz 31% van de werkzame beroepsbevolking, hun
gemeente om elders te gaan werken. Bijna ¾ van de uitgaande pendelaars heeft een baan binnen de
provincie waarvan meer dan de helft in de stad Utrecht. Met name het hoger opgeleide deel zijn
‘bewuste’ forenzen die Woerden als thuis verkozen hebben vanwege het aantrekkelijke woon- en
leefklimaat, het woningaanbod en de centrale ligging. Vooral voor tweeverdieners is Woerden een
ideale woonplaats annex uitvalsbasis voor werk in de randstad.
Zo’n 69% van de werkzame beroepsbevolking heeft dus een baan binnen de eigen gemeente,
hetgeen een zeer hoog, en waarschijnlijk maximaal haalbaar, bindingspercentage is.
39% van deze groep werkt op een bedrijventerrein of kantorenpark en daarvan 36% op één van de
traditionele gemengde bedrijventerreinen (Honthorst, Putkop, Zegveld, Kamerik en Barwoutswaarder),
45 % op het kantorenpark Middelland en 19% op het moderne gemengde bedrijventerrein Polanen.
Kaart 4.1: Inkomende pendel vanuit heel Nederland
31
Kaart 4.2: Uitgaande pendel binnen de provincie Utrecht
De uitgaande pendel wordt echter verre overtroffen door de inkomende pendel die 13.200 personen
bedraagt. Meer dan de helft van het aantal banen in Woerden wordt dus ingenomen door nietWoerdenaren.
Ca 45 % van de inkomende forenzen woont in de provincie waarvan bijna 1/3 in de stad Utrecht.
Vanuit de directe omgeving (Bodegraven, Oudewater, Montfoort, Lopik en Reeuwijk) pendelen
dagelijks zo’n 2400 werknemers naar Woerden wat duidt op een redelijk bescheiden regionale
werkgelegenheidsfunctie.
64% van de inkomende forenzen is werkzaam op een bedrijventerrein of kantorenpark waarvan
62 % op kantorenpark Middellland, 16% op het moderne gemengde terrein Polanen en 22% op één
van de traditionele gemengde terreinen ( Honthorst, Barwoutswaarder, Zegveld, Putkop, Kamerik).
Deze cijfers bevestigen het vermoeden dat de inkomende pendel overwegend middelbare en
hogeropgeleiden betreft met een baan in de zakelijke dienstverlening.
Kaart 4.3: Pendelbalans per bedrijventerrein (2001)
42,9 %
57,1 %
47,0 %
28,0 %
53,0 %
32,2 %
72,0 %
67,8 %
Intern
Extern
Bron: Provinciaal pendelonderzoek
32
Uit de pendelbalans per bedrijventerrein blijkt dat de ontwikkeling ten zuiden van het het spoor vooral
ten goede gekomen is aan niet Woerdenaren daarmee tevens als belangrijkste oorzaak is van de
scheefgegroeide pendelbalans aangewezen kan worden.
Ter relativering dient hierbij aangetekend te worden dat de Woerdense pendelsituatie nog gunstig
afsteekt bij gemeenten van een een zelfde omvang, ligging en werkgelegenheidsareaal. In gemeenten
als Zeist, Vianen, Maarssen en Houten wordt een aanzienlijk groter deel van het lokale banenaanbod
door externe werknemers in beslag genomen.
4.4 De economie van de kleine kernen
Het leeuwendeel van de Woerdense bedrijvigheid, detailhandel en werkgelegenheid is in de
hoofdkern geconcentreerd. De bewoners van Kamerik, Kanis, Harmelen en Zegveld zijn voor hun
werk en niet dagelijkse inkopen in belangrijke mate op het aanbod in de stad georiënteerd.
Bedrijvigheid
Gezamenlijk tellen de kleine kernen 810 vestigingen; ofwel 28% van de totale Woerdense
bedrijvigheid. Daarvan bevindt 57% zich in de kern Harmelen.
De kleine kernen kennen vergeleken met de kern Woerden een oververtegenwoordiging van de
ambachtelijke bedrijven (agrarische, industriële en bouwsector).
Het totale aantal bedrijven is in de periode 2000-2006 toegenomen met 21% (in de kern Woerden was
dit 10%). Voor het merendeel is deze groei te wijten aan de ontwikkeling van bedrijventerrein Putkop
in Harmelen. In de kleine kernen zijn met name veel bouwbedrijven en zakelijke dienstverleners
bijgekomen.
Werkgelegenheid
De kleine kernen verschaffen gezamenlijk werk aan 3.480 personen. Dat is 13% van de totale
Woerdense werkgelegenheid. De handel, bouwnijverheid en de zorg zijn de grooste werkverschaffers
in de kleine kernen. Gezamenlijk verzorgen deze sectoren 58% van de werkgelegenheid. Ten
opzichte van de kern Woerden zijn in termen van werkgelegenheid met name de agrarische sector en
de bouw sterk oververtegenwoordigd. Daarnaast is er een lichte oververtegenwoordiging van de
horeca en de zorg. Terwijl in de kern Woerden de werkgelegenheid overall in de periode 2000-2006
met 4% afnam, groeide de werkgelegenheid in de kleine kernen met 8%. Grootste groeiers zijn de
bouw, zakelijke dienstverleners en overige diensten.
Detailhandel
Harmelen beschikt als grootste en voormalig zelfstandige kern over een vrij compleet winkelaanbod
voor de dagelijkse aankopen. Daarnaast is er een redelijk uitgebreid aanbod in de niet dagelijkse
boodschappensfeer, waarbinnen enkele grotere winkels in de branches huishoudelijke artikelen en
kleding/mode de belangrijkste trekkers zijn. De Harmelense detailhandel functioneert naar behoren.
De enige minpunten zijn de ruimtelijke spreiding en de parkeermogelijkheden langs de Dorpsstraat.
Het winkelareaal ligt verspreid over het dorp en de beperkte ruimtelijke mogelijkheden staan
concentratie, schaalvergroting en/of uitbreiding in de weg. In 2004 is wel besloten om de omgeving
rond het Kerkplein als winkelconcentratiegebied aan te wijzen. Dit houdt in dat binnen het
winkelconcentratiegebied ‘winkelen’ bestemmingsplantechnisch wordt mogelijk gemaakt.
Voor de winkels in Kamerik, Kanis en Zegveld wordt het steeds moeilijker om het hoofd boven water
te houden. Het bevolkingsdraagvlak (< 5000 inwoners) is te beperkt voor een economische
verantwoorde bedrijfsvoering. Daarnaast vloeit door schaalvergrotingstendensen en de veranderende
consumentenvoorkeuren steeds meer plaatselijke koopkracht af naar grotere supermarkten elders.
33
Het voorzieningenniveau en daarmee de leefbaarheid van de kleinere kernen dreigt daardoor in een
neerwaartse spiraal terecht te komen.
Anderzijds zijn de mogelijkheden voor de gemeente om het commerciële voorzieningen niveau
overeind te houden beperkt. Alleen een forse en gerichte verbreding (jonge gezinnen met kinderen)
van het bevolkingsdraagvlak zou het tij nog kunnen keren. Een dergelijke impuls strookt echter niet
met het het gemeentelijk en provinciaal beleid wat paal en perk stelt aan de uitbreidingen van de
kleine kernen in het groene hart.
4.5 Conclusies
Een stevig economisch fundament
• De Woerdense economie berust op drie pijlers: een traditioneel kleinstedelijke, een regionaal
verzorgende en een moderne dienstverlenende pijler .
De traditioneel kleinstedelijke component komt tot uitdrukking in de relatief sterke
vertegenwoordiging van kleinschalige en ambachtelijk industriele bedrijven, de regiofunctie in
de hoge concentratie van verzorgende bedrijvigheid (bouw, detailhandel) en de relatief
omvangrijke cluster onderwijs en gezondheidsinstellingen en de moderne dienstverlening
tenslotte in het brede scala aan kantoren in zowel de commerciele als niet commerciele
sector.
• De moderne dienstverlening vormt een eiland in de Woerdense economie en samenleving;
het stimulerend effect op andere bedrijfssectoren is gering gebleken en van een actieve rol in
het sociale leven (ondersteuning verenigingsleven, sponsoring evenementen) is geen sprake.
De andere sectoren, handel, industrie en niet commerciële dienstverlening, zijn daarentegen
van oudsher sterker in de Woerdense samenleving verankerd.
• De sectoren handel en commerciële dienstverlening vormen getalsmatig de ruggengraat van
de lokale economie. Drie van de vijf bedrijven en meer dan de helft van het aantal
arbeidsplaatsen valt onder één van deze sectoren. Beide sectoren zijn landelijk gezien
oververtegenwoordigd.
• Landelijk gezien zijn de niet-commerciële dienstverlening (overheids en semi
overheidsinstellingen), de horeca en de transportsector ondervertegenwoordigd.
• De kleinstedelijke bedrijfsfuncties en regionale verzorgingsfuncties hebben zich gedurende de
afgelopen economische recessie redelijk weten te handhaven.
De moderne dienstverlening lijkt over haar hoogtepunt heen te zijn. De overloopfunctie die
Woerden sinds decennia vervulde stokt, de afgelopen vijf jaar vertrokken er meer bedrijven
dan er binnenkwamen, en de werkgelegenheid liep met bijna een kwart terug. De
achteruitgang is niet alleen te wijten aan het ongunstige conjuncturele gesternte maar tevens
aan concurrerend kantorenaanbod in Utrecht. De afgelopen jaren verruilden een aantal
zakelijke dienstverleners hun pand in Woerden voor een moderner pand in het economisch
hart van de provincie. De aanwas van kleinschalige startende bedrijven kon dit
bedrijvenverlies wel naar aantal maar niet naar werkgelegenheid compenseren.
• In de bedrijvenstructuur heeft zich de afgelopen vijf jaar een schaalverkleining voorgedaan;
het aantal bedrijven nam met 8% toe terwijl de werkgelegenheid met 7% daalde. Een en
ander is te wijten aan het vertrek of de afslanking van een aantal grotere bedrijven en de hoge
oprichtingsdynamiek van met name kleinschalige bedrijven.
Een hoge concentratie in traditionele vestigingsgebieden
• Een landelijk gezien groot deel van de typisch terreingebonden bedrijfsactiviteiten (57 %van
het aantal bedrijven en 85% van de werkgelegenheid) is ook daadwerkelijk daar gevestigd.
34
•
•
Het verplaatsingsproces vanuit de bebouwde kom en het landelijk gebied lijkt dus grotendeels
voltooid te zijn. Conflictueuze situaties met ander functies zijn hierdoor niet meer aanwezig.
De traditionele gemengde bedrijventerreinen Honthorst, Barwoutswaarder en Snel en Polanen
vervullen een werkgelegenheidsfunctie voor met name de lager en middelbaar opgeleiden.
Het kantorenterrein Middelland met name voor de hogere opgeleiden.
De toename van het aantal bedrijven heeft zich buiten de bedrijventerreinen voltrokken.
Een zeer riante werkgelegenheidheidssituatie
• De Woerdense werkzoekende kan in de eigen gemeente en de nabijgelegen economische
centra uit een ruim en gevarieerd banenaanbod kiezen.
• Woerdense beroepsbevolking lijkt kwalitatief (opleidings- en beroepsstructuur) redelijk in
balans te zijn met het lokale werkgelegenheidsaanbod.
• De Woerdense economie voorziet in belangrijke mate in de arbeidsbehoefte van de eigen
bevolking. Van de werkzame beroepsbevolking heeft maar liefst 69% een baan binnen de
eigen gemeente. Daarmee lijkt tevens het maximum bereikt te zijn wat aan
bindingspercentage haalbaar is. Gelet op de ervaringsgegevens elders gaat het waarschijnlijk
voor een belangrijk deel om weinig pendelgeneigde lager en middelbaar opgeleiden.
• De Woerdense beroepsbevolking is welvarend en telt dankzij het ruime plaatselijk en
randstedelijke banenaanbod een relatief gering aantal werklozen. De werkloosheid
concentreert zich in de groep middelbaar/hoger opgeleide 35-55 jarigen
• Uit de pendelgegevens blijkt dat de kantoorontwikkeling op Middelland vooral ten goede
gekomen is aan werkzoekenden van buiten de gemeente en daarmee in belangrijke mate
debet is aan de scheefgegroeide pendelbalans.
Slotconclusie
• Woerden staat er economisch goed voor. De afgelopen groeiperiode heeft de gemeente een
stevig economisch fundament en veel werk bezorgd.
• De lokale economie levert een essentiele bijdrage aan de welvaart en het welzijn van de eigen
gemeenschap: de arbeidsbinding aan de eigen gemeente is zeer sterk, de werkloosheid
extreem laag en het inkomensniveau relatief hoog.
•
Anderzijds heeft de kantorenhausse de lokale economie gevoeliger gemaakt voor
conjuncturele schommelingen en de woon-werkbalans onevenwichtiger gemaakt.
35
5 De aantrekkelijkheid van Woerden als vestigingsplaats
In het voorgaande hoofdstuk is geconstateerd dat Woerden er economisch goed voorstaat en dat het
lokale bedrijfsleven in hoge mate in de eigen arbeidsbehoefte voorziet. De vraag die zich vervolgens
aandient is of de aanwezige vestigingscondities toereikend zijn om deze riante positie vast te houden.
Op de eerste plaats gaat het dan om de geboden huisvestingsvestigingsmogelijkheden in de
traditionele economische concentratiegebieden (bedrijventerreinen, kantorenparken en
voorzieningencentra) en daarbuiten.
Adviesbureau BRO heeft de bedrijven- en kantorenterreinen in Woerden op hun gesteldheid en
toekomstwaarde onderzocht. In dit hoofdstuk is slechts een tabel met hoofdconclusies opgenomen.
De aantrekkelijkheid van Woerden als vestigingsplaats wordt echter niet alleen bepaald door het
huisvestingsaanbod. Ook zaken als bereikbaarheid, woon- en leefklimaat, voorzieningenniveau en
gemeentelijke dienstverlening zijn hierop van invloed. In dit hoofdstuk wordt aan deze flankerende
aspecten in het kort aandacht besteed.
Tenslotte is aan de ondernemers middels een schriftelijke enquête hun mening gevraagd over het
ondernemersklimaat in Woerden en de kwaliteit van hun vestigingslocatie. De resultaten van deze
enquete zijn in kort bestek in dit hoofdstuk opgenomen. Bijlage 2 bevat een uitgebreid verslag van de
enquêteresultaten.
5.1 Algemeen beeld van de werkgebieden
Dominante positie in het stedelijk gebied
Met 138 ha bedrijventerrein en 84 ha kantorengebied beschikt Woerden voor een gemeente van deze
omvang over een bovengemiddeld areaal aan werkgebieden.
Bijna 1/3 van het stedelijk gebied is paars gekleurd en kantoren en bedrijfspanden bepalen op de
belangrijkste doorgangs- en toegangs wegen (A12, spoorzone) het gezicht van de stad. Niet in alle
gevallen is daarbij sprake van een positieve bijdrage aan het stedelijk imago. Met name langs het
spoor heeft Woerden de uitstraling van een ouderwetse werkstad.
De stempel van het verleden
In de ruimtelijke spreiding en het bedrijvenprofiel van de werkgebieden weerspiegelen zich de
verschillende fases in de economische ontwikkelingsgeschiedenis van Woerden.
De oudste werkgebieden (Hoge Rijndijk, Leidse straatweg) liggen langs de voormalige economische
levensader van Woerden; de Oude Rijn. Een deel ervan (Hoge Rijndijk) staat op de nominatie om aan
haar huidige bedrijfsbestemming onttrokken en tot woongebied getransformeerd te worden.
Het campinaterrein is nog een relict van de vooroorlogse bloeiperiode van de melkindustrie en staat
eveneens kandidaat voor een woonfunctie.
De eerste planmatig ontwikkelde bedrijventerreinen, Honthorst en Barwoutswaarder, dateren van de
jaren zeventig en tachtig en vervulden oorspronkelijk een opvangfunctie voor uit te plaatsen bedrijven.
Sindsdien zijn ze een voornamelijk lokale functie blijven vervullen hetgeen onder meer tot uitdrukking
komt in de herkomst van de werknemers (zie 4.3). Beide terreinen lagen aanvankelijk aan de rand
van de stad maar zijn inmiddels deels omgeven door woonwijken.
Middelland en Polanen zijn exponenten van de overloopfunctie die woerden in de jaren ’80 en ’90
actief gestimuleerd heeft.
Economische tweedeling
Er is sprake van een economische tweedeling tussen de terreinen ten zuiden en ten noorden van het
spoor. De terreinen aan de noordzijde vormen het historisch economisch hart van Woerden. Ze
hebben een gemengd karakter en huisvesten de traditionele pijlers onder de lokale economie:
36
industrie, bouwnijverheid en handel. Het betreft overwegend bedrijven voor wie prijs en functionaliteit
zwaarder wegen dan representativiteit en uitstraling. De kantorenhausse heeft deze terreinen
grotendeels onberoerd gelaten. Hoewel incidenteel vernieuwing van bedrijfspanden en wisseling van
bedrijfsactiviteiten plaatsvond hebben zich hier geen ingrijpende veranderingen in de historisch
gegroeide situatie voorgedaan.
De instroom van kantoren en distributiebedrijven richtte zich met name op de modernere, beter
gesitueerde terreinen in het zuiden. Hier ontstond een modern economisch hart waar tevens
grootschalige publieke voorzieningen een plek kregen.
5.2 Het huisvestingsaanbod voor reguliere bedrijvigheid
De bedrijfsruimtemarkt
De traditioneel terreingebonden bedrijfssectoren, industrie, handel en distributie, kunnen binnen
Woerden in principe uit een breed scala aan vestingmogelijkheden kiezen; van laagwaardig en
goedkoop tot meer representatief en duur.
Het terreinareaal is in beweging. Enerzijds zijn of worden een aantal verouderde locaties, de Hoge
Rijndijk, het Defensieterrein en het Campinaterrein (totaal circa 8 ha), aan de voorraad onttrokken en
anderzijds zijn drie nieuwe locaties, Barwoutswaarder-west, Zegveld en Breeveld (totaal 7 ha), als
restcapaciteit aan de voorraad toegevoegd. Van deze restcapaciteit is 7 ha direct uitgeefbaar. Gelet
op wat als standaard gebruikelijk is, is dit een zeer beperkte reserve. Normaliter wordt als zogeheten
‘ijzeren voorraad’ ongeveer vijf maal de gemiddelde jaarlijkse uitgifte over de afgelopen tien jaar
aangehouden wat voor Woerden zou neerkomen op een harde reserve van 18 ha.
De leegstand aan bedrijfsruimte ligt met 3% ver onder het landelijke (6%) gemiddelde en ook onder
hetgeen als frictieleegstand (5%) wenselijk is. In Woerden is er dus sprake van een krappe
bedrijfsruimte markt.
Kaart 5.1: Bedrijventerreinen en kantoorlocaties in Woerden
Breeveld
DefensieHoge
Campinaterrei
barwoutswaard
Honthor
Middelland-Noord
Middelland-Zuid
Polanen
37
De gesteldheid en toekomstwaarde van de bedrijventerreinen
Terreinen
Typering
Huidige
gesteldheid
Toekomstwaarde
Streefbeeld/activiteit
als bedrijventerrein
Gemengd bedrijventerrein
Gemengd bedrijventerrein
Kleinschalig-functioneel
+/+/-
+/+
-
Functiekeuze in structuurvisie
Revitaliseren/herontwikkelen
Functiekeuze in structuurvisie
Kantoorlocatie
Modern-representatief
Modern-representatief
+/+
++
+/+
+
Functiekeuze in structuurvisie
Handhaven huidige kwaliteitsniveau
Handhaven huidige kwaliteitsniveau
Putkop ,Harmelen (27ha)
Kleinschalig-functioneel
+/-
+
Herstructureren oude deel
Nijverheidsbuurt,
Zegveld (1,7 ha)
Kleinschalig-functioneel
-
+
Revitaliseren
Nijverheidsweg/
handelsweg,
Kamerik (2 ha)
Kleinschalig-functioneel
+
+
Handhaven huidige kwaliteitsniveau
Terreinen ten noorden van
het spoor:
Honthorst (18 ha)
Barwoutswaarder (41 ha)
Breeveld / Den Oudsten
Terreinen ten zuiden van
het spoor:
Middeland-Noord (57 ha)
Middeland-Zuid (27 ha)
Polanen (33 ha)
Terreinen in de kernen:
Huidige gesteldheid:
++: goede kwaliteit; +: voldoet; +/-: redelijk/matig; -:voldoet niet
Toekomstwaarde als bedrijventerrein:
+: heeft toekomstwaarde; +/-: behoeft aanpassingen; -: weinig toekomstwaarde; - -: geen toekomstwaarde
Overige vestigingsmogelijkheden
De geldende planologische en milieuregelgeving biedt weinig ruimte voor de vestiging van reguliere
bedrijfsactiviteiten in woongebieden.
In standaard woonwijken zijn slechts lichtere (milieu categorie1 en 2) en beperkt
verkeersaantrekkende activiteiten toegestaan hetgeen een grote groep productie- en handelsbedrijven
(drukkerijen, autohandel, metaalbedrijven, distributie etc.) uitsluit.
In het buitengebied zijn de vestigingsmogelijkheden ruimer. Vrijkomende agrarische bebouwing mag
onder voorwaarden tot een maximum van 250m2 aangewend worden voor niet aan het buitengebied
gebonden reguliere bedrijvigheid zoals bouwbedrijven, houtbewerkingsbedrijven, metaalbewerking,
productie en reparatie. Transportbedrijven en autoreparatie zijn expliciet niet toegestaan.
Een belangrijke voorwaarde is dat hetzelfde oppervlakte als in gebruik genomen wordt door een nietagrarisch bedrijf, gesloopt wordt.
5.3 Het huisvestingsaanbod voor kantoren
38
De lokale kantorenmarkt
Zoals gezegd is er ten zuiden van het spoor in korte tijd een forse voorraad aan kantoorruimte
ontwikkeld. Bijna 80% van het Woerdense kantorenaanbod is op Middelland geconcentreerd. De
overige 20%, die veelal kleinschalige eenheden omvat, ligt verspreid over de andere terreinen.
Door faillissementen, sluiting van regiovestigingen, vertrek van bedrijven naar Utrecht en vraaguitval
ontstond de afgelopen jaren een leegstand die tot de hoogste van Nederland behoort (27.5 % in
Woerden versus 14% Nederlands gemiddelde). In totaal gaat het om een oppervlakte van 50.000 m2.
Een deel van deze leegstand betreft incourante kantoorpanden die economisch en technisch zodanig
verouderd zijn dat ze alleen tegen zeer hoge investeringen weer ‘marktconform’ te maken zijn. En dan
nog valt sterk te betwijfelen of, gezien het concurrerend aanbod in Utrecht en de verwachte
stabilisatie van de vraag naar kantoorruimte, dit metrage volledig door de markt zal worden
opgenomen.
Nu al wordt de Woerdense kantorenmarkt door de interne vraag gedomineerd, bijna 90% van de
lokale kantoortransacties over de afgelopen jaren betreft binnengemeentelijke verplaatsingen en
slechts 10% vestigingen van buiten, en deze vraag is qua omvang en grootteklasse aanzienlijk
bescheidener dan wat er momenteel aan kantoren leegstaat
Mede onder invloed van bovenstaande ontwikkelingen heeft de gemeente het areaal aan
restcapaciteit drastisch gereduceerd. De oorspronkelijk op locatie Snellerpoort bij het NS Station
geprojecteerde 200.000 m2 kantoren is inmiddels terug gebracht tot 60.000 m2.
Waarschijnlijk is dit niet voldoende om vraag en aanbod kwantitatief en kwalitatief meer met elkaar in
balans te brengen. Aanvullend is een reductie en een gedeeltelijke vervanging van het bestaande
kantorenareaal nodig hetgeen zich uiteraard richt op de incourante onderdelen ervan.
De gesteldheid en toekomstwaarde van de kantorenterreinen
Middeland-Noord (57 ha)
Middeland-Zuid (27 ha)
Kantoorlocatie
Modern-representatief
+/+
+/+
Functiekeuze in structuurvisie
Handhaven huidige kwaliteitsniveau
Overige huisvestingsmogelijkheden
In standaard woonwijken is het onder bepaalde voorwaarden toegestaan om kantoor/praktijk/atelier
aan huis te houden. Deze voorwaarden zijn erop gericht om de belasting van het woon- en leefmilieu
binnen de perken te houden. Zo mag, om te garanderen dat wonen de hoofdfunctie blijft, het totale
bedrijfsvloeroppervlakte niet meer dan 20% van het woonvloeroppervlakte bedragen met een
maximum van 50 m2, zijn slechts lichte bedrijfsactiviteiten toegestaan (cat. 1 en 2), mag geen
onevenredige verkeerstoename plaatsvinden, dienen reclame-uitingen bescheiden van aard te zijn en
mag de bedrijfsuitoefening uitsluitend door de bewoner zelf plaatsvinden. Wel mogen eventuele
bijgebouwen volledig bedrijfsmatig aangewend worden. Deze regeling biedt voldoende ruimte voor
kleinschalige startersinitiatieven.
Voor de wat grootschaligere startersinitiatieven zijn in het verleden in bepaalde (woon)gebieden
mogelijkheden geboden in de vorm van woon-werkeenheden en atelierwoningen..
De belangstelling voor deze eenheden bleek echter gering en volgens de geraadpleegde makelaars is
er voor dergelijke combinaties in Woerden weinig markt.
In het buitengebied tenslotte is het tot een maximumvloeroppervlakte van 50 m2 toegestaan om
kantoor aan huis te houden.
39
5.4 Overige vestigingsaspecten
Bereikbaarheid
Woerden is centraal gelegen aan de belangrijkste verkeersassen tussen Utrecht en Den
Haag/Rotterdam: het spoor en de A12. De bereikbaarheid per spoor is slechts van betekenis voor een
kleine groep bedrijven die veel personeel van buiten de gemeente in dienst hebben en bovendien
dichtbij het station liggen (Middelland-noord).
Voor het leeuwendeel van de Woerdense bedrijven is de bereikbaarheid over de weg het belangrijkst.
De huidige bereikbaarheidssituatie wordt alom als problematisch en economisch bedreigend ervaren.
Het zou het vestigingsklimaat ondergraven en bedrijven doen besluiten om Woerden de rug toe te
keren.
Een en ander verdient echter enige nuancering.
Het fileleed concentreert zich op de spitsuren en berokkent met name die groep van weggebruikers
schade die debet aan het probleem is: het pendelend kantoorpersoneel van elders. De toename van
de kantorenleegstand ging dan ook gepaard met een afname van de filedruk. Vrachtvervoer en
overig zakelijk verkeer (klanten, leveranciers etc.) speelt zich hoofdzakelijk buiten de spitsuren af en
dan zijn de werkgebieden goed bereikbaar.
De slechte bereikbaarheid is een dus zowel een qua tijd als reikwijdte begrensd probleem.
De op stapel staande Bravo projecten zullen het spitsprobleem verlichten maar niet oplossen. De
ervaring leert dat extra wegcapaciteit weliswaar op korte termijn de verkeersdruk zal verminderen
maar op langere termijn benut zal worden door nieuw verkeer wat op dit moment bijvoorbeeld langs
sluipwegen gaat.. De aanleg van meer asfalt dient dan ook geflankeerd te worden door maatregelen
in de sfeer van vervoersmanagement (bevordering gebruik alternatieve vervoerswijzen,
instandhouding stedelijk busnet, flexibilisering werktijden). Een oplossing kan tevens gezocht worden
in het terugbrengen van de kantoormetrages.
Woon- en leefklimaat
Woerden heeft een gevarieerd woningaanbod. Maar liefst 40% van de woningvoorraad bestaat uit
grote (gezins-)woningen, tegenover 35% in de rest van het Groene Hart. Bovendien is twee op de drie
woningen een koopwoning, waardoor de betrokkenheid en binding van –nieuwe- inwoners met
Woerden vaak groot zal zijn.
Behalve de diversiteit aan woningen zelf, zorgt het voorzieningenaanbod voor een gunstig
woonklimaat in Woerden.
Gerelateerd aan haar inwonertal zijn basisvoorzieningen als scholen, huisartsen, tandartsen en
verzorgingshuizen in Woerden ruim aanwezig. Enig minpunt op het gebied van voorzieningen is, zeker
gezien haar historische binnenstad, het aanbod van cultuur en horeca.
Kwaliteit beroepsbevolking
Zoals eerder opgemerkt kent Woerden een goedopgeleide beroepsbevolking wat mede te danken is
aan het niveau van de in Woerden gevestigde opleidingen.
Tussen onderwijsinstituten en regionaal bedrijfsleven bestaan weliswaar samenwerkingsverbanden
maar deze hebben tot nu toe nog niet geleid tot een optimale afstemming tussen vraag en aanbod.
Binnen de beroepskolom VMBO-MBO wordt de noodzaak onderkend om de inhoud van de
opleidingen beter toe te snijden op de vraag vanuit het regionale bedrijfsleven. Dit om de
loopbaanperspectieven van hun leerlingen te vergroten. Anderzijds is er vanuit het regionale
bedrijfsleven behoefte aan passend opgeleid personeel en met name bij kleinschalige bedrijven
tevens aan gerichte ondersteuning bij het opfrissen en uitbereiden van de aanwezige kennis en
kunde. Met een krimpende en vergrijzende beroepsbevolking in het verschiet wordt dit laatste steeds
belangrijker.
40
5.5 De ondernemers aan het woord
Naar alle op bedrijventerreinen en kantorenterreinen gevestigde bedrijven zijn enquêtes verstuurd.
De totale respons op deze enquête bedroeg 26%.
Vestigingsreden
De centrale ligging in de randstad, het huisvestingsaanbod (kavel, pand), maar ook de woonplaats
van directeur of eigenaar zijn de belangrijkste redenen geweest om zich in Woerden te vestigen.
Factoren als beschikbaarheid van personeel, nabijheid van toeleveranciers en woon- en leefklimaat
speelden daarbij nauwelijks een rol. Voor de bedrijven op Middelland vormde de bereikbaarheid per
openbaar vervoer een belangrijke vestigingsreden.
Beoordeling ondernemingsklimaat
De ondernemers zijn met een gemiddeld gegeven rapportcijfer van 6.5 redelijk tevreden over het
ondernemingsklimaat in Woerden. Als belangrijkste minpunt komt de bereikbaarheid naar voren. De
ondernemers op Barwoutswaarder en Middelland zijn het meest negatief over dit aspect De slechte
bereikbaarheid wordt tevens als een belangrijkste reden genoemd om naar elders te verhuizen.
Beoordeling vestigingslocatie
De ondernemers zijn met een gemiddeld gegeven rapportcijfer van 7 tevreden over hun huidige pand
en locatie. De ondernemers op Honthorst zijn het minst tevreden en die op Polanen het meeste.
De verhuisgeneigdheid op Middelland en Putkop is het grootst. De belangrijkste reden is de slechte
bereikbaarheid gevolgd door het gebrek aan uitbreidingsmogelijkheden.
5.6 Conclusies
Een krap en deels verouderd huisvestingsaanbod voor reguliere bedrijvigheid
• De ruimteaanbod voor reguliere bedrijvigheid is, zeker nu de economie weer aantrekt, in
kwantitatief opzicht krap te noemen. De direct uitgeefbare reserves aan bedrijfsgrond (6ha) en
bedrijfsruimten (3% leegstand) liggen onder hetgeen respectievelijk als ijzeren voorraad (18
ha) en frictieleegstand (5%) de basisnorm is. In de kleine kernen is geen enkele m2
bedrijfsgrond meer uitgeefbaar en zijn expanderende bedrijven aangewezen op vrijkomende
panden elders op het terrein dan wel op de hoofdkern Woerden
•
De toekomstwaarde van Breeveld en Honthorst als gemengd bedrijventerrein wordt sterk
betwijfeld; Breeveld vanwege haar geringe omvang, woonomgeving en perifere ligging en
Honthorst vanwege haar woonomgeving en nabijheid van het centrum. Beide locaties hebben
meer potentie voor andere stedelijke functies (voorzieningen, wonen).
•
De overige terreinen in Woerden en de kleine kernen hebben een duidelijk bestaansrecht als
gemengd bedrijventerrein. Voor een aantal verouderde terreinen zijn, om als zodanig in de
toekomst te kunnen blijven functioneren, wel enige ingrepen nodig.
Op Barwoutswaarder komen de zone langs Barwoutswaarder en het centrale deel in
aanmerking voor herontwikkeling. Op de rest van het terrein zijn verspreid een aantal
revitaliseringsingrepen nodig. Nijverheidsbuurt/Zegveld komt in aanmerking voor revitalisering
Een overvloedige en deels incourante kantoorcapaciteit
• Woerden beschikt in de vorm van leegstaande panden (ca 50.000m2) en nog te ontwikkelen
terrein (60.000m2) over een zeer ruime kantoorcapaciteit. Deze capaciteit zal gelet op het
41
concurrerend aanbod in Utrecht waarschijnlijk niet meer volledig door de markt opgenomen
zal worden, zelfs als er een ingrijpende modernisering van verouderde panden plaatsvindt en
de markt fors aantrekt. Een afslanking van de kantoorvoorraad lijkt dus geboden waarbij de
incourante panden als eerste voor een functietransformatie in aanmerking komen.
•
De hoge concentratie aan incourante kantoorpanden geeft aanleiding tot een integrale
herbezinning op de toekomstige functie van Middelland Noord.
•
Het veel modernere en courantere Middelland zuid heeft daarentegen duidelijk
toekomstpotenties als kantorenlocatie.
De overige vestigingsfactoren
• Het slechte bereikbaarheidsimago van Woerden is enigszins overtrokken. Het betreft
uitsluitend een spitsprobleem waarvan slechts een beperkte groep weggebruikers de dupe
zijn; de werknemers van elders. Het vracht en overig zakelijk verkeer valt buiten de spitsuren
en dan zijn de werkgebieden goed bereikbaar.
•
Uitsluitend extra asfalt zal geen soelaas bieden voor de spitsproblematiek. Daarvoor zijn
flankerende maatregelen in de sfeer van vervoersmanagement en, in structurele zin, mogelijk
een inkrimping van het kantorenmetrage nodig.
•
Woerden heeft een goed opgeleide beroepsbevolking. Optimalere kennisinteractie tussen
beroepsopleidingen en bedrijfsleven is nodig om nieuw beroepspersoneel de passende te
verschaffen en de kennis van bestaand personeel actueel te houden.
De ondernemers aan het woord
• Ligging, een geschikt bedrijfspand of kavel en de woonplaats van de directeur/eigenaar zijn de
belangrijkste redenen waarom bedrijven zich in Woerden gevestigd hebben. Factoren als
woon en leefklimaat, nabijheid afzetmarkt en aanwezigheid personeel speelden daarbij een
ondergeschikte rol.
•
De gevestigde ondernemers zijn overwegend positief over het ondernemingsklimaat in
Woerden en over hun bedrijfslocatie. Wat het laatste betreft varieert het oordeel van
‘voldoende’ op het vestigingstechnisch slechtste bedrijventerrein Honthorst tot ruim
voldoende op het moderne Polanen.
•
Als belangrijkste negatief punt komt de bereikbaarheid naar boven. Tezamen met het gebrek
aan uitbreidingsmogelijkheden vormt dit de belangrijkste reden om naar een locatie buiten de
gemeente uit te zien.
42
6 Doorkijk naar de toekomst
Niet alleen de actuele situatie zoals die in de voorgaande hoofdstukken beschreven is , maar ook zich
aftekenende economische en demografische veranderingen nopen tot een herbezinning op de
economische toekomst van Woerden.
Zo krijgt Woerden evenals andere gemeenten mogelijk te maken met een stagnerende en
vergrijzende bevolking hetgeen niet alleen de lokale economie maar ook ‘bevolkingsvolgende’
beleidssectoren als wonen, recreatie, gezondheidszorg zal raken. Hoe de toekomst er precies zal
uitzien valt op dit moment moeilijk te voorspellen. Het ‘doorvertalen’ van demografische processen
naar maatschappelijke effecten staat nog in haar kinderschoenen.
Wel is duidelijk dat de toekomst minder om uitbreiding (kwantiteit) en meer om opwaardering van het
bestaande (kwaliteit) zal vragen.
Aan de hand van voorspellingen van het CBS en het CPB en rapportages van het NICIS en de VROM
raad zijn in dit hoofdstuk de belangrijkste trends op een rijtje gezet en is waar mogelijk een
doorvertaling gemaakt naar de lokale Woerdense situatie. Uiteraard vormen deze trends geen
blauwdruk voor de toekomst, maar geven ze een indicatie van wat kan gebeuren als bepaalde
lopende processen zich voortzetten.
6.1 Economische veranderingen
Binnen de Nederlandse economie voltrekken zich een aantal belangrijke verschuivingen die mede
van invloed zijn op de Woerdense economie en haar beslag op de ruimte.
Het betreft autonome trends en ontwikkelingen waar de overheid weinig invloed op kan uitoefenen en
die min of meer als ‘onvermijdelijk’ gegeven dienen te worden geaccepteerd.
Verdienstelijking
De afgelopen decennia is de Nederlandse economie in een rap tempo ‘verdienstelijkt’.
Het aandeel van deze sector nam sterk toe en ook in andere sectoren vond een verschuiving van
productie- naar kantoorwerkzaamheden plaats en daarmee van sectoren met een groot ruimtebeslag
per werkende (industrie en logistiek) naar sectoren met een klein ruimteslag (kantoren). De
verdienstelijking verandert ondermeer het aanzien (kantoorachtige uitstraling) en omgevingseffecten
(minder milieuhinder, meer verkeersaantrekking) van bedrijventerreinen. Tevens maakt het een
sterkere menging met andere stedelijke functies mogelijk. Zo kunnen kleinschalige vormen van dit
type schone bedrijvigheid (ateliers, artsenpraktijk, makelaar, financiele dienstverlening etc) zonder
veel milieubezwaren in woonwijken of vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen gevestigd worden.
De verwachting is dat het proces van verdienstelijking zich de komende decennia zal voortzetten.
Kennisintensivering
Als gevolg van de snelle technologische ontwikkelingen en de verplaatsing van arbeidsintensief en
laaggeschoold werk is er binnen de Nederlandse economie sprake van een toenemende
kennisintensivering van producten en diensten. Doordat het succesvol functioneren van bedrijven in
toenemende mate wordt bepaald door hun vermogen om tijdig de juiste nieuwe technologieeen in hun
producten, productieprocessen of diensten toe te passen is kennis- en kennisinnovatie een belangrijke
concurrentiefactor geworden. De aanwezigheid van goed gekwalificeerd personeel en kenniscentra
zal dan ook een steeds belangrijkere vestigingsfactor gaan vormen.
Dankzij haar goed opgeleide beroepsbevolking en het aanwezige beroepsonderwijs verkeert Woerden
wat dat aangaat in een gunstige uitgangspositie. Om optimaal van deze positie te kunnen profiteren is
het zaak om arbeidsmarkt en onderwijs goed op elkaar te laten aansluiten. Het samen met het lokale
bedrijfsleven ontwikkelen van op de marktbehoefte afgestemde (bij) scholingsprogramma’s kan daar
een belangrijke bijdrage aan leveren.
43
Internationalisering en globalisering
Mede door de razendsnelle ontwikkelingen op communicatie en informaticagebied opereren bedrijven
in toenemende mate op mondiaal niveau en zijn ze minder gebonden aan plaats of regio.
Anderzijds leidt een toenemende specialisatie in productieprocessen tot geografische clustering van
bepaalde bedrijfsactiviteiten.
Op de regiogebonden bedrijven en instellingen zal dit weinig invloed hebben. De niet regiogebonden
bedrijfstakken zullen daarentegen mogelijk nog meer ‘foot loose’worden dan ze nu al zijn,
6.2 Demografische veranderingen
Minder jongeren, meer ouderen en minder mensen
Na een eeuw van explosieve bevolkingsgroei wordt voor deze eeuw een periode van stagnatie en
uiteindelijk krimp voorspeld. Volgens de CBS prognoses zal de Nederlandse bevolking tot 2035 nog
enigszins toenemen (met 4%, evenveel als over de laatste 8 jaar) en zet daarna structureel de daling
in. In sommige regio’s buiten de randstad vindt dit al eerder plaats.
Debet aan deze ontwikkeling is het lage geboortecijfer dat gaandeweg geen compensatie meer kan
bieden voor het sterftecijfer. Dat de bevolking tot 2035 toch nog licht stijgt is te danken aan de
migratieaanwas. Pakt deze lager uit, bijvoorbeeld door het aanscherpen van de toelatingsregels, dan
komt het groeiomslagpunt eerder in de tijd te liggen.
De verwachte bevolkingsdaling valt slechts te keren met een forse groei van het geboortecijfer en/of
een massale instroom van migranten. Een actieve geboortepolitiek zal waarschijnlijk op weinig
maatschappelijke bijval kunnen rekenen evenals het op grote schaal binnenhalen van migranten.
Bovendien stokt ook elders in Europa de bevolkingsgroei en zal dit op termijn eveneens in de andere
werelddelen het geval zijn.
Daarnaast wordt het demografisch beeld van Nederland de komende decennia gekleurd door
ontgroening en vergrijzing. Het aandeel jongeren ( 0- 15 jaar) daalt licht terwijl het aandeel senioren (>
65 jaar) fors toeneemt. De ontgroeningsgolf is reeds achter de rug maar de vergrijzing bereikt volgens
de CBS prognoses pas in 2038 zijn top.
44
Figuur 6.1: Bevolkingsontwikkeling Woerden 2006-2025
51000
50000
49000
48000
47000
2006
2010
2015
2020
2025
Bron: CBS/RPD/Primos
De hiervoor geschetste trends varieren per regio en gemeente. Het CBS verwacht voor Woerden tot
2025 een sterkere bevolkingstoename dan landelijk en een iets minder sterke dan provinciaal (5.1%
tegen respectievelijk 3.7% en 5.5%) hetgeen te danken is aan de jeugdige bevolkingsopbouw. Tegen
2025 stabiliseert de bevolkingsomvang zich op een niveau van rond de 50.000 inwoners.
Verder zal in Woerden het proces van ontgroening en vergrijzing waarschijnlijk sneller verlopen dan
elders waardoor de gemeentelijke leeftijdsopbouw rond 2025 vrijwel in de pas loopt met landelijke en
provinciale gemiddelde.
De effecten voor de arbeidsmarkt
In het kielzog van de hiervoor geschetste demografische trends wordt tevens een stabilisatie en krimp
van het landelijke arbeidsaanbod verwacht.
Het Nederlandse arbeidsreservoir, de potentiele beroepsbevolking van 15-64 jarigen, groeit volgens
de CBS prognoses tot 2011 nog licht (met 0.3%) en gaat daarna structureel dalen.
De vergrijzing is daar debet aan. In sommige (sterk vergrijsde) provincies en regio’s is de krimp al
begonnen.
Deze trend zet in op het moment dat de economie aantrekt en de vraag naar arbeid toeneemt.
Om in de vraag te kunnen voorzien zal in eerste instantie de ‘stille reserve’ binnen dit arbeidsreservoir
aangesproken worden; de werklozen, de ouderen, de gedeeltelijk afgekeurden, de vrouwen etc. Naar
verwachting is deze bron over 5-10 jaar, wanneer de arbeidsparticipatie haar maximum en het
werkloosheidsniveau haar minimum (=frictiewerkloosheid van 3%) bereikt heeft, uitgeput.
Vanaf dat moment gaat het aanbod aan arbeidskrachten structureel dalen, eerst licht en vanaf 2020
sterker. Indien er zich geen schokkende ontwikkelingen aan de vraagkant voordoen (economische
depressie, grootschalige bedrijfsverplaatsingen naar lage lonenlanden) dan zal dit resulteren in een
krapte op de arbeidsmarkt.
De arbeidsmarkt verschuift dan geleidelijk van een vraaggestuurde naar een aanbodsgestuurde
markt. In een dergelijke situatie groeit de concurrentie tussen bedrijven en regio’s om arbeidskrachten
waarbij niet-materiele factoren (aantrekkelijkheid werkplek, voorzieningenaanbod werkomgeving etc)
nadrukkelijker gaan meetellen bij de keuze voor een baan. Bij de bouw van bedrijfspanden en de
(her)ontwikkeling van werkgebieden dient dan ook goed op deze concurrentieaspecten ingespeeld te
worden. Daarnaast zal de personeelskrapte bedrijven stimuleren om voor arbeidsintensief en
laaggeschoold werk goedkope buitenlandse arbeidskrachten in te schakelen dan wel dit type werk af
te stoten naar lage lonen landen
In een toekomst waarin elke arbeidskracht telt is het verder des te noodzakelijk om de
beroepsopleiding van bestaande en nieuwe werknemers goed te laten aansluiten op de vraag vanuit
de markt.
45
Naast krimp tekent zich ook een (verdere) vergrijzing van het arbeidsaanbod af; tussen nu en 2025
zal het aandeel 55-65 jarigen in de potentiele beroepsbevolking met bijna 25% stijgen. Oudere
werknemers zijn over het algemeen minder pendel- en verhuisgeneigd en voor werk dan ook meer op
de directe omgeving georienteerd. Een deel na pensioen vanuit huis mogelijk economisch nog actief
willen blijven (adviseurschap, coaching etc).
Figuur 6.2: Ontwikkeling potentiële beroepsbevolking Woerden 2006-2025
34000
33000
32000
31000
2006
2010
2015
2020
2025
Bron: CBS/RPD/Primos
Figuur 6.3: Leeftijdsopbouw Woerdense beroepsbevolking in 2006 en 2025
40
35
30
25
2006
20
2025
15
10
5
0
15-29 jaar
30-44 jaar
45-55 jaar
55-65 jaar
Bron: CBS/RPD/Primos
Het Woerdense toekomstbeeld wijkt niet veel van het hiervoor geschetste landelijke gemiddelde af.
De potentiele beroepsbevolking zal volgens de CBS prognoses tot 2025 licht dalen (ca 1.3 %). Deze
daling zit tussen het landelijke (3.2%) en provinciale (0.6%) gemiddelde in. De ‘stille reserve’ binnen
het lokale arbeidspotentieel is echter beperkt. De werkloosheid zit al bijna op het minimumniveau
(3.4% versus 3% frictieniveau) en de arbeidsparticipatie op het landelijke en provinciale gemiddelde.
Voor de komende decennia moet dan ook rekening gehouden worden met een stabilisatie en mogelijk
lichte daling van de arbeidsbehoefte vanuit de lokale bevolking. Dit toekomstperspectief geeft in ieder
geval geen aanleiding tot het voeren van een actief werkgelegenheidsbeleid.
Verder vergrijst ook in Woerden het arbeidspotentieel. Het aandeel 55-65 jarigen in de
beroepsbevolking neemt naar verwachting tot 2025 met meer dan 25% toe. Het gevarieerde
banenaanbod binnen de eigen gemeentegrenzen kan wat dat aangaat een pré genoemd worden.
46
De effecten voor de economische structuur
Zoals gezegd is nog maar amper begonnnen met het vertalen van demografische processen naar
economische effecten. Uit de geraadpleegde onderzoeksrapporten en artikelen vallen desalniettemin
een aantal relevante lijnen te destilleren.
Detailhandel
De veranderende demografie heeft grote gevolgen voor wat, wanneer en waar besteed wordt.
Bevolkingskrimp en vergrijzing zijn zowel van invloed op de omvang als de samenstelling van het
winkelbestand. De negatieve effecten van de bevolkingsdaling worden voor de buurt- en
wijkwinkelcentra mogelijk gecompenseerd door de groeiende groep senioren die voor de dagelijkse
inkopen op het winkelaanbod in de directe omgeving georienteerd is.
Beide ontwikkelingen, in combinatie met toenemende aankopen van duurzame goederen langs
electronische weg, zetten mogelijk wel het consumentendraagvlak van hoofdwinkelcentra onder druk.
Woerden bevindt zich wat het laatste betreft in een gunstige uitgangspositie. Het hoofdwinkelaanbod
is altijd aan de krappe kant geweest, de binnenstad is recentelijk vernieuwd en het regionale
klantenpotentieel wordt met de ontwikkeling van Leidse Rijn aanmerkelijk uitgebreid. Aanvullend zou
geprofiteerd kunnen worden van de (toenemende) negatieve aspecten van het winkelen in grotere
centra als Utrecht, Den Haag en Rotterdam; onveiligheid, slechte bereikbaarheid, te weinig en dure
parkeervoorzieningen. Woerden zal zich dan wel nadrukkelijker moeten profileren als regionaal
koopcentrum.
Overige bevolkingsverzorgende bedrijvigheid
De vergrijzing zal naar verwacht een impuls geven aan de bouwsector en de
(gezondheids)zorgindustrie’. Ouderen willen langer zelfstandig blijven wonen en daarop ondermeer
hun woningen en zorg aangepast hebben. Dit biedt kansen om de regionale positie van Woerden op
het vlak van gezondheidszorg en bouw verder te versterken. Verder zijn de senioren van de toekomst
actiever en sportiever dan de senioren van nu hetgeen een specifieke vraag naar vrije
tijdsvoorzieningen met zich mee zal brengen.
Anderzijds zal de behoefte aan typische jongerenvoorzieningen als onderwijs, horeca en sport
afnemen dan wel een andere inkleuring krijgen. Zo zal de om- her en bijscholing van werkend
personeel een belangrijke groeimarkt worden als de krapte op de arbeidsmarkt structurele vormen
gaat aannemen. Dit biedt mogelijk kansen om de onderwijspositie van Woerden te versterken.
Industriele bedrijvigheid
De krapte op de arbeidsmarkt en de daarmee gepaard gaande opwaartse loondruk zullen de uitstoot
van arbeidsintensief en laaggeschoold werk naar lage lonenlanden bevorderen. Het gaat dan om nietregiogebonden activiteiten als productieonderdelen van industrie en transport. Het verlies van dit type
bedrijvigheid, dat veelal terreingebonden is, kan van invloed zijn op de vraag naar bedrijventerreinen.
Voor Woerden zal dit effect minder spelen omdat hier geen grootschalige en arbeidsintensieve
productiebedrijven gevestigd zijn. De aanwezige bedrijven zijn voor het merendeel te kleinschalig en
te ambachtelijke om overheveling van productieonderdelen lonend te maken.
6.3 De toekomstige behoefte aan bedrijven- en kantorenterreinen
Van een uitbreidings- naar een vervangingsmarkt
De landelijke markt voor bedrijventerreinen lijkt gaandeweg volgroeid te raken. De sectoren die zich
van oudsher op bedrijventerreinen vestigen, industrie, logistiek en handel, vertonen slechts een
beperkte werkgelegenheidsgroei. Automatisering en de uitstoot van arbeidsintensieve
productiewerkzaamheden naar lage lonenlanden zijn daar onder meer debet aan. Het CPB verwacht
47
in haar behoefteprognoses dat slechts 10% van de toekomstige vraag naar bedrijventerreinen
daadwerkelijk voortvloeit uit bedrijfsgroei cq productie- en werkgelegenheidsgroei.
De resterende vraag komt van bedrijven die op hun huidige locatie bedrijfseconomisch dan wel
milieutechnisch niet langer uit de voeten kunnen en deze willen inruilen voor een modernere, beter
geoutilleerde ruimte.
De vraag naar bedrijventerreinen is dus vooral een vervangingsvraag aan het worden.
Om te voorkomen dat de aanleg van nieuwe terreinen tot leegloop en verpaupering van de minder
courante delen van de bestaande voorraad leidt dient nieuwontwikkeling gepaard te gaan met
kwaliteitsinvesteringen in het bestaande.
Ook de landelijke kantorenmarkt lijkt haar verzadigingspunt te naderen en meer dan in het verleden
een vervangingsmarkt te worden.
De lokale Woerdense marktsituatie is grosso modo vergelijkbaar met het hiervoor geschetste
landelijke beeld met twee kanttekeningen.
Om te beginnen zal de lokale vraag naar bedrijventerreinen vanwege het ambachtelijke en
kleinschalige karakter van de bedrijvigheid waarschijnlijk minder beinvloed en daarmee minder
getemperd worden door uitstootprocessen naar lage lonenlanden.
Verder zal de vervangingsmarkt in Woerden hoofdzakelijk bestaan uit ‘stuivertje wisselen’ op
bedrijventerreinen, hetgeen de herbestemmingsvrijheid voor individuele incourante bedrijfslokaties
aanzienlijk inperkt. Het verplaatsingsproces van verspreid gevestigde bedrijven naar
bedrijventerreinen is immers grotendeels voltooid en wat nog aan solitaire vestigingen in de bebouwde
kom en het buitengebied resteert is kleinschalig, niet hinderlijk voor de omgeving en nauwelijks
verhuisgeneigd. In een dergelijke situatie zal de aanleg van nieuw bedrijventerrein directe weerslag
hebben op het functioneren van de bestaande voorraad.
De verwachte vraag naar bedrijven- en kantorenlokaties
Het CPB verwacht in haar meest recente ramingen (2005) dat de landelijke bedrijventerreinvoorraad
de komende 15 jaar nog met zo’n 0.4-1.5% per jaar moet groeien om in de behoefte te kunnen
voorzien hetgeen lager is dan in de jaren ’90 (2.4% per jaar). In de randstad zal onder invloed van de
hoge grondprijzen de groei wat achterblijven bij het landelijk gemiddelde.
Dat de vraag naar bedrijventerreinen ondanks de stagnerende beroepsbevolking en verdere
verdienstelijking voorlopig nog doorgroeit heeft te maken met het een toenemend ruimtegebruik per
werknemer in industrie en logistiek en bedrijfsverplaatsing vanuit bebouwde kom en buitengebied.
Vanaf 2020 gaan krimpfactoren als vergrijzing, verdienstelijking en dalende beroepsbevolking
geleidelijk domineren en zwakt de groei af. In drie van de vier door het CPB gehanteerde
toekomstscenario’s is de behoefte na 2020 zelfs negatief. Het laatste kan een daling van de
grondprijzen, informeel gebruik door andere functies en, in het uiterste geval, leegstand en
verpaupering tot gevolg hebben.
Bij een afnemende groei van het terreinareaal wordt een goed beheer en gerichte opwaardering van
de bestaande bedrijventerreinen steeds belangrijker.
De behoefteverwachtingen voor kantoorruimte zijn ongeveer hetzelfde als die voor bedrijventerreinen.
Door de voortschrijdende verdienstelijking zal de vraag de komende 15 jaar nog enigszins groeien.
Om hierin te kunnen voorzien, zo becijfert het CPB, zal de landelijke kantorenvoorraad tot 2020
jaarlijks met 0.6-1.7% moeten uitbreiden. Dit is een aanzienlijk lager groeitempo dan in de jaren ’90.
Na 2020 neemt de vraag geleidelijk af en wordt in twee van de vier CBP toekomstscenario’s zelfs
negatief.
Hoewel de ramingen op regionaal en lokaal niveau enigszins kunnen uiteenlopen lijkt een
behoefteomslag op langere termijn aannemelijk en zullen de regionale en lokale overheden zich
hierop dienen te prepareren. Zo moet bij nieuw te ontwikkelen werkgebieden meer dan in het verleden
48
aandacht besteed worden aan faseerbaarheid en functionele flexibiliteit bij een mogelijk teruglopende
vraag.
Op basis van het historische uitgiftepatroon, de recent uitgevoerde ondernemersenquete en de CBP
toekomstscenario’s naar de Woerdense situatie is een inschatting gemaakt van de lokale vraag naar
bedrijven en kantorenterreinen tot 2020. De regionale behoefte is hierin dus niet meegenomen.
Voor de behoefteraming kunnen verschillende methoden gevolgd worden.
Tabel 6.1: Verwachte ruimtevraag volgens verschillende prognosemethoden
Gemiddeld per jaar
Totaal 2006-2020
Historische trend
3.6 ha
50 ha.
Ondernemersopgave
1.4 – 1.6 ha
19.6 – 22.4 ha.
CPB scenario’s
0.5 – 1.5 ha
7 – 21 ha.
Wordt de trend van de afgelopen 10 jaar doorgetrokken dan zou er tot 2020 gemiddeld 3.6 ha per jaar
aan netto bedrijventerrein nodig zijn om in de vraag van het lokale bedrijfsleven te kunnen voorzien.
Hierbij dient aangetekend te worden dat de historische uitgifte in belangrijke mate gestuwd werd door
twee processen die inmiddels verleden tijd lijken te zijn: bedrijfsverplaatsing vanuit solitaire locaties in
de bebouwde kom en het buitengebied en de instroom van bedrijven en instellingen in de
dienstverleningssfeer. Een forse neerwaartse correctie van dit cijfer is dus alleszins te rechtvaardigen.
Worden de door het bedrijfsleven opgegeven uitbreidingsplannen (PAR enquete, Stogo onderzoek,
gemeentelijke ondernemersenquete) als richtsnoer genomen dan zou er per jaar gemiddeld 1.4 – 1.6
ha netto terrein nodig zijn om in deze behoefte te voorzien. De enqueteresultaten zijn slechts een
momentopname van de behoefte op korte termijn (0-5 jaar) en mogen dus niet zonder meer
doorgetrokken worden.
Worden de groeipercentages van de CPB scenario’s gehanteerd dan is er volgens het meest sombere
scenario 0,5 ha en volgens het meest optimistische scenario 1.6 ha netto terrein per jaar nodig. Deze
percentages zijn landelijk en kunnen afhankelijk van de samenstelling van de plaatselijke economie
lokaal en regionaal aanzienlijk verschillen. Voor de Woerdense situatie lijkt dit scenario aan de
sombere kant. In tegenstelling tot het landelijk beeld vertoont de werkgelegenheid op de Woerdense
bedrijventerreinen nog positieve groeicijfers en zullen er minder bedrijfsactiviteiten naar lage
lonenlanden afgestoten worden. Bovendien werd er zelfs op het dieptepunt van het economische dal
(2003 en 2004) nog 1 ha netto per jaar uitgegeven
Gelet op het voorgaande wordt tot 2020 veiligheidshalve van een gemiddelde behoefte van 1-1.5 ha
netto per jaar uitgegaan wat nog enigszins aan de voorzichtige kant is. Naar het zich laat aanzien zal
deze behoefte voornamelijk gegeneerd worden door expanderende bedrijven die reeds op één van de
Woerdense bedrijventerreinen gevestigd zijn.
De lokale vraag naar kantoorruimte zal door het wegvallen van de overloopfunctie waarschijnlijk fors
lager uitpakken dan in het verleden. Om in de eigen Woerdense behoefte te kunnen voorzien is
volgens de CPB scenario’s tot 2020 jaarlijks gemiddeld 4000 - 5000 m2 vloeroppervlakte
kantoorruimte nodig. De lokale vraag zal met name kleinere units (250-500 m2) betreffen.
Tenslotte zal met de verdere verdienstelijking van de economie en de vergrijzing van de
beroepsbevolking de behoefte aan kleinschalige werkruimte aan huis toenemen. Om in deze behoefte
49
vanuit de ‘micro economie’ te kunnen voldoen zijn in de geldende bestemmingsplannen voor het
buitengebied en stedelijk gebied reeds specifieke regelingen voor hergebruik van agrarische
bebouwing respectievelijk bedrijf aan huis opgenomen.
Hiermee is het uitoefenen van beroep aan huis in bestaande (woon- en agrarische) panden afdoende
gefaciliteerd. Aanvullend is het aan te bevelen om in nieuw te ontwikkelen woonwijken een deel van
de voorraad (bijvoorbeeld 5 %) te laten bestaan uit grotere werkwoningen die zodanig flexibel
indeelbaar zijn dat ze ook voor andere nevenfuncties (bijvoorbeeld zorg, kinderopvang) aangewend
kunnen worden. Dit type woningen zou bij voorkeur zo dicht mogelijk bij winkelcentra,
zorgknooppunten en/of verkeersroutes gesitueerd moeten worden.
Wil Woerden volledig in de verwachte vraag kunnen voorzien dan zal er tot 2020 nog ca 15-22 ha
netto (= 20 – 30 ha bruto) aan extra bedrijventerreincapaciteit gezocht moeten worden.
Wordt tevens besloten om een deel van de bestaande terreinen (Honthorst, Spoorzone Middelland) uit
de markt te nemen en voor andere functies aan te wenden dan komt daar nog eens een
vervangingsbehoefte van 10 – 20 ha netto (= 13 – 26 ha bruto) bij.
Opgemerkt dient te worden deze cijfers slechts een indicatie en geen blauwdruk van de toekomstige
behoefte aan bedrijventerreinen geven. Zij maken in ieder geval duidelijke dat de ruimtbehoefte voor
economische activiteiten niet per heden stopt maar nog een tijd, zij het op een lager niveau dan in het
verleden, zal doorgroeien.
6.4 Conclusies
•
•
•
•
•
•
•
Het proces van verdienstelijking zal het uiterlijk van bedrijventerreinen en hun effecten op de
omgeving veranderen. Anderzijds zal het de (milieu)barrieres voor bedrijfsvestiging buiten de
traditionele concentratiegebieden verlagen en een nauwere menging van werken met andere
functies (wonen, landbouw etc) mogelijk maken.
Het voortschrijdende proces van kennisintensivering en ‘verkrapping’ van het
personeelaanbod maken het des te noodzakelijk om op regionaal niveau onderwijs en
arbeidsmarkt goed op elkaar te laten aan te sluiten.
Het proces van vergrijzing biedt voor Woerden kansen om haar regionale positie op het vlak
van gezondheidszorg, bouw en welzijn te versterken en zal haar positie als winkelstad
waarschijnlijk niet bedreigen.
Bij een voortzetting van de huidige demografische trends staat Woerden evenals andere
Nederlandse gemeenten de komende 20 jaar een vergrijzing, stagnatie en mogelijke krimp
van haar beroepsbevolking te wachten. Om ook in de toekomst in de arbeidsbehoefte van de
eigen bevolking te kunnen voorzien hoeft dus geen expansief werkgelegenheidsbeleid
gevoerd te worden.
Door het wegvallen van de overloopfunctie in stadsgewestelijk verband en de voltooing van
het bedrijfsverplaatsingsproces vanuit bebouwde kom en buitengebied zal de vraag naar
bedrijven- en kantorenterrein in Woerden de komende jaren structureel lager uitvallen dan in
het verleden. Voorzichtig ingeschat is er tot 2020 per jaar gemiddeld 1-1.5 ha bedrijventerrein
netto en 40.000 - 50.000m2 kantoorruimte nodig om de groei van het lokale bedrijfsleven te
kunnen voorzien. Hierbij is geen rekening gehouden met een regionale opvangfunctie.
De vraag naar bedrijventerrein zal hoofdzakelijk afkomstig zijn van bedrijven die reeds op een
bedrijventerrein gevestigd zijn hetgeen een zorgvuldige afstemming tussen nieuwontwikkeling
verwachte behoefte en aanpak incourante voorraad. De aanmaak van meer bedrijventerrein
dan de behoefte groot is zal onherroepelijk leegstand in en mogelijke verpaupering van het
incourante deel van de bestaande terreinvoorraad tot gevolg hebben.
Landelijk wordt na 2020 een stagnatie en mogelijke krimp van de vraag naar bedrijventerrein
en kantoorruimte verwacht. Of dit fenomeen zich op dat moment en in die mate ook in
50
•
•
Woerden zal manifesteren valt niet te voorspellen. Bij de planning en ontwikkeling van nieuwe
werkgebieden dient een eventuele vraaguitval ingecalculeerd te worden. In een dergelijke
situatie moet de lopende ontwikkeling zonder hoge maatschappelijke kosten afgebouwd dan
wel voor andere functies aangewend kunnen worden.
Om het risico van overaanbod en kapitaalvernietiging te beperken is het aan te bevelen om de
bedrijventerreinplanning in regionaal af te stemmen en eventuele initiatieven voor nieuwe
terreinen zoveel mogelijk te bundelen.
Buiten de traditionele bedrijfsconcentratiegebieden zal voldoende ruimte geboden moeten
worden voor de stedelijke micro economie. Aanvullend op de bestaande regelingen is het aan
te bevelen om in nieuwe woongebieden ca 5 % van de voorraad uit zogeheten grotere
werkwoningen te laten bestaan
51
7 Toekomstvisie
7.1 Een gunstige vertreksituatie
Schema 1: Swot analyse
Sterk
Zwak
Economie
.economische structuur
.ruimtelijke concentratie bedrijvigheid
.oprichtingsdynamiek
.lokale binding kantorensector
.toeristische sector
.commerciele vrije tijdssector
Welvaart & welzijn
.banenaanbod
.arbeidsdeelname
.arbeidsbinding aan eigen gemeente
.opleidingsniveau
.gemiddeld inkomen
Productiemilieu
.geografische ligging
.variatie vestigingsmilieu’s
.woon/leefklimaat
.bereikbaarheid tijdens spits
.aanbod vrije kavels en bedrijfspanden
.gesteldheid deel bedrijventerreinvoorraad
.courantheid deel kantorenvoorraad
Gesteld kan worden dat Woerden zich momenteel in een tamelijk riante economische uitgangspositie
bevindt.
Om te beginnen kenmerkt de lokale economie zich niet zoals in het verleden met de steen, pannnen
en kaasfabricage door een monocultuur, maar berust ze op meerdere pijlers. Van deze pijlers zijn de
de traditioneel kleinstedelijke bedrijvigheid en de regionaal verzorgende bedrijvigheid de stabiele
factoren en is de kantorensector, en dan met name het commerciële gedeelte, aanmerkelijk
gevoeliger voor conjuncturele schommelingen en trends op de huisvestingsmarkt.
Op het vlak van toerisme en commerciele vrije tijdsbesteding is sprake van een onderbenutting van de
aanwezige potenties en liggen er duidelijk kansen om de stedelijke economie te verbreden.
Verder kan gesteld worden dat het uiteindelijke oogmerk van economische ontwikkeling, het
welbevinden van de eigen bevolking, in grote lijnen gehaald is. Het lokale banenaanbod is ruim en
gevarieerd en verschaft het leeuwendeel van de eigen beroepsbevolking werk, de werkloosheid zit
bijna op minimum niveau en het gemiddeld inkomen van de Woerdenaren is relatief hoog. Uit
welvaarts- en welzijnsoogpunt geredeneerd heeft behoud en kwalitatief versterken van hetgeen
bereikt is een hogere prioriteit dan een groei van het aantal banen en bedrijven.
Het productiemilieu tenslotte kent zowel plus als minpunten.
De centrale ligging in de randstad en aan twee hoofdtransportassen vormt van oudsher een
economisch ijzersterk gegeven. Dat de gevestigde dienstverlening en logistiek het regionale niveau
ontstijgt is in belangrijke mate daaraan te danken. Deze vestigingskwaliteit lijkt inmiddels tijdens de
spitsuren ingehaald te worden door haar succes. .
Tenslotte zijn onderdelen van het gevarieerde terreinaanbod in Woerden aan vernieuwing dan wel
vervanging toe.
52
7.2 Een beheerste economische groei
Meer bedrijven en meer werkgelegenheid: noodzakelijk noch gewenst
Gelet op de aanwezige overmaat aan werkgelegenheid, de extreem lage werkloosheid, de al zeer
hoge eigen arbeidsbinding en de verwachte stagnatie van de beroepsbevolking bestaat er geen
enkele noodzaak om (nog) meer bedrijven en arbeidsplaatsen naar Woerden te halen. Een dergelijk
expansief beleid zal alleen maar leiden tot extra pendel en ruimtebeslag zonder dat daar
maatschappelijk rendement tegenover staat.
Ontwikkeling naar eigen behoefte
In plaats van het traditionele economische groeidenken wordt gekozen voor een ontwikkelingskoers
die de eigen behoefte en het eigen gemeentelijk karakter als vertrekpunt neemt.
Behoud en versterking van bedrijfstakken die essentieel zijn voor de arbeidsvoorziening van de
Woerdense bevolking staat daarin centraal. Het gaat dan om traditionele sectoren als industrie,
handel, bouw, reparatie etc en om typisch regionale verzorgingsfuncties als detailhandel, onderwijs en
gezondheidszorg. Daarnaast zullen de kansen op het vlak van streekeigen toerisme en vrije
tijdsbesteding benut worden om het fundament onder de lokale economie te verbreden..
Ten aanzien van de kantorensector wordt een pas op de plaats gemaakt en een
afslanking/herstructurering van incourante metrages voorgestaan.
Zorgvuldig woekeren met de ruimte
Gelet op de ruimteschaartse binnen de ‘rode contour’ en de kwetsbaarheid van de groene omgeving
is bij het ruimtelijk faciliteren van deze beheerste groei de nodige zorgvuldigheid geboden. Ten einde
de economische claim op nieuwe ruimte zo beperkt mogelijk te houden wordt ernaar gestreefd om de
bestaande voorraad optimaal te benutten (intensivering ruimtegebruik en herontwikkeling incourant
vastgoed).
Om de verhuisgeneigdheid en daarmee de behoefte aan nieuw terrein in te dammen zal daarnaast de
veroudering van bestaande terreinen tegengegaan dan wel aangepakt worden.
Centrale beleidsthema’s
Het economische beleid voor de toekomst concentreert zich rond de volgende centrale thema’s:
• Behoud traditionele bedrijfssectoren
• Herprofileren kantorenfunctie
• Versterken positie als streekcentrum
• Uitbouwen toeristische functie
• Verantwoord ruimtegebruik
7.3
Behoud traditionele bedrijfssectoren
Traditionele bedrijfssectoren als industrie, bouwnijverheid, handel en reparatie vormen de ruggengraat
van de stedelijke economie. Ze zijn belangrijke werkverschaffers voor met name het lagere en
middelbaar opgeleide segment van de lokale beroepsbevolking, zijn debet aan de hoge
arbeidsbinding aan de eigen gemeente en zijn door hun sterke lokale geworteldheid minder gevoelig
voor ‘de economische waan van de dag’. Genoemde sectoren zijn kortom essentieel voor het welzijn
en de welvaart van de Woerdense bevolking en dienen dan ook voor de gemeente behouden te
blijven.
Voldoende aanbod van passend opgeleid personeel, goede bereikbaarheid en geschikte en
betaalbare werklokaties zijn daarvoor de basisvoorwaarden. Wat het laatste betreft dient er genoeg
53
ruimte geboden te worden om autonome groei mogelijk te maken cq in de eigen uitbreidingsbehoefte
te voorzien.
Verder heeft Woerden, getuige de hoge bedrijfsoprichtingsdynamiek, een ondernemende bevolking.
Aangezien startende bedrijven vaak een belangrijke vernieuwingsbron voor lokale economieen
vormen is het zaak om deze ‘ondernemingszin’ ruimtelijk goed te faciliteren.
Bedrijfsinstroom van elders dient daarentegen zo veel mogelijk ingedamd te worden. Met dat doel
mogen er niet meer werkgebieden ontwikkeld worden dan de eigen behoefte groot is en moeten
vrijkomende en nieuwe werklocaties bij voorkeur aan lokale bedrijven toegewezen worden.
7.4 Herprofilering van de kantorenfunctie
Gelet op de concurrentiepositie van Utrecht en het verwachte negatieve effect op de woon-werkbalans
wordt geen verdere uitbouw van Woerdens positie als kantorenstad voorgestaan.
Vooralsnog wordt dan ook pas op de plaats gemaakt met de ontwikkeling van nieuwe
kantoorgebieden. Aangezien de gemeente qua kantoormetrage structureel waarschijnlijk te ruim in
haar jasje komt te zitten, ligt inkrimping van de bestaande voorraad eerder voor de hand.
Het technisch verouderde deel van de kantorenvoorraad komt daarvoor als eerste in aanmerking.
Omdat ingrijpende modernisering van deze panden waarschijnlijk niet lonend is lijkt onttrekking aan de
kantorenmarkt en herontwikkeling voor andere stedelijke functies de enige optie. Verder biedt ombouw
tot kleinere kantoorunits voor de lokale markt (< 500m2) mogelijk een wenkend perspectief voor het
minder verouderde deel van de voorraad.
Geschetste ombouw- en herontwikkelingsopgave concentreert zich op Middelland-Noord. De
structuurvisie zal uitsluitsel geven over de gewenste ruimtelijk-functionele invulling van dit gebied.
Een eventueel vertrek van commerciele kantooractiviteiten naar Utrecht zal als onvermijdelijk gevolg
van de veranderde concurrentie verhoudingen worden geaccepteerd. Wel zal de gemeente zich
inspannen om de ondervertegenwoordigde niet-commerciele dienstensector te versterken met enige
landelijke/regionale overheidsinstellingen.
7.5 Versterking positie als streekcentrum
Woerden vervult zowel op het vlak van detailhandel, gezondheidszorg als onderwijs een belangrijke
verzorgingsfunctie voor de omringende gemeenten. De huidige situatie en de toekomstige
ontwikkelingen bieden aanknopingspunten om deze positie te versterken.
Uitbouwen positie als vrije tijds- en winkelstad
Zoals gezegd is er geen aanleiding om de bestaande winkelstructuur aan te passen dan wel uit te
breiden. Het winkelhart van Woerden is recentelijk vernieuwd en voldoet inmiddels aan de eisen van
een modern regionaal koopcentrum. Eerst zullen de effecten van deze opwaardering afgewacht
worden voordat eventuele aanvullende ingrepen aan de orde zijn. De gemeente zal deze effecten
nauwlettend volgen.
Het groeiende consumentenpotentieel in Leidsche Rijn biedt Woerden goede kansen om haar positie
als winkelstad te versterken. Samen met de ondernemers zal bekeken worden hoe een en ander
vormgegeven kan worden, bijvoorbeeld middels een gerichte stadspromotie.
Los hiervan vragen veranderingen in het koopgedrag en demografische processen als ontgroening en
vergrijzing om een samenhangende visie op de toekomstige detailhandelsstructuur van Woerden aan
de hand waarvan gericht beleid gevoerd kan worden. Daartoe zal een gemeentebrede
detailhandelsnota worden opgesteld.
54
Verbreding van de positie als gezondheidscentrum
De toenemende vergrijzing biedt aansluitend bij de reeds aanwezige infrastructuur (ziekenhuis),
kansen om de regionale positie op het vlak van gezondheid uit te bouwen.
Versterking samenwerking onderwijs-bedrijfsleven
Met een vergrijzende, stagnerende en mogelijk krimpende beroepsbevolking in het verschiet wordt het
steeds belangrijker om opleiding en arbeidsmarkt goed op elkaar te laten aansluiten. Naast de
scholing van nieuwe werknemers gaat het daarbij in toenemende mate om permanente
kennisinnovatie van het bestaande werknemersbestand. In regio’s als Woerden waar veel vraag is
naar vakmensen en bedrijven te klein zijn om bij- en herscholing op eigen houtje op te pakken zullen
het georganiseerd bedrijfsleven en de onderwijsinstellingen de handen ineen moeten slaan.
De gemeente zal samen met de betrokken partijen onderzoeken of, en zo ja in welke vorm een
dergelijke samenwerking tot stand gebracht kan worden.
7.6 Uitbouwen toeristische functie
Woerden heeft met haar romeinse verleden, historische binnenstad, fraaie groene omgeving en
nabijheid van toeristische trekpleisters als Utrecht, Amsterdam en Den Haag een aantal belangrijke
basiskwaliteiten in huis om zich toeristisch beter op de kaart te zetten. Voor toeristen die verblijf in een
rustige kleinstedelijke omgeving prefereren boven de drukte van de grote stad vormt Woerden een
aantrekkelijke uitvalsbasis voor bezoek aan omringende steden en/of het groene hart.
Daarnaast biedt de aanwezigheid van de haven mogelijk aanknopingspunten voor een versterking van
de watersportfunctie en zou middels het organiseren van evenementen met een landelijke uitstraling
meer toeristisch dagbezoek gelokt kunnen worden.
Om meer toeristen te trekken zal behalve het (fysieke) aanbod (verblijfsaccommodatie, horeca) ook de
beeldvorming van Woerden versterkt dienen te worden. De vraag is bij welk thema daarvoor het beste
aangesloten kan worden: Woerden romeinse stad, Woerden historische stad in het groen en/of
Woerden vestingsstad?
Hoewel toerisme nooit tot een hoofddrager van de stedelijke economie zal uitgroeien, daarvoor is het
Woerdens potentieel te klein, kan het wel een versterking in de breedte opleveren.
Om de aanwezige potenties en lopende initiatieven optimaal te benutten zal de gemeente een
samenhangend toeristisch beleid gaan ontwikkelen.
7.7 Verantwoord gebruik van de ruimte
De ruimte in Woerden is schaars en verspilling ervan dient dan ook voorkomen te worden. Optimale
benutting van de bestaande terreinvoorraad en een zo intensief mogelijk ruimtegebruik op nog te
ontwikkelen locaties zijn dan ook sleutelthema’s voor de planning van bedrijventerreinen.
Nieuwe ruimte blijft nodig
Voldoende gevarieerd aanbod aan bedrijventerrein is een basisvoorwaarde om de aanwezige
reguliere bedrijvigheid voor de gemeente te behouden. In hoofdstuk 6 is becijferd dat er de komende
15 jaar nog ca 15-22 ha netto bedrijventerrein nodig is om de groei van het lokale bedrijfsleven te
kunnen opvangen. Een eventuele regionale opvangtaak is daar nog niet in meegenomen.
Deze capaciteit kan slechts in beperkte mate gevonden worden in een intensievere benutting van het
bestaande bedrijventerreinareaal (gestapeld bouwen, collectief grondgebruik).
Hiervoor is veelal sloop van de bestaande bedrijfspanden en verplaatsing van de gevestigde
bedrijven nodig. Voor het eerste zullen investeerders gezocht moeten worden, wat gelet op de geringe
toegevoegde vastgoedwaarde van intensievere nieuwbouw, geen eenvoudige opgave zal zijn. Voor
het tweede vervangende bedrijfsruimte hetgeen binnen Woerden momenteel echter nauwelijks
voorhanden is.
55
Bovendien lenen veel terreingebonden bedrijfsactiviteiten (industrie reparatie, distributie, logistiek) zich
moeilijk voor stapeling of gemeenschappelijk grondgebruik (parkeren, kantine).
Kortom: van ruimteintensivering mogen geen al te hoge verwachtingen gekoesterd worden.
Desalniettemin zal de gemeente intensief grondgebruik zoveel mogelijk stimuleren door waar mogelijk
en zinvol de geldende bestemmingsplanregelingen inzake bebouwingshoogten en percentages te
verruimen.
De verwachte behoefte aan kantoorruimte, becijferd op 40- 50.000 m2 tot 2011, kan volledig binnen
de bestaande capaciteit (leegstaande panden en restcapaciteit in Snellerpoort) opgevangen worden.
Er blijft dan nog 60-70.000 m2 over om in een een eventueel sterker aantrekkende vraag te voorzien.
Nieuwe kantorenterreinen zijn dus voorlopig niet nodig.
Gelet op de schaarste aan bedrijfsruimte is vestiging van niet-terreingebonden activiteiten in
leegstaande bedrijfshallen (kartbanen, sportscholen, kerkgenootschappen, dansscholen,
kinderopvang, perifere detailhandel etc) in zijn algemeenheid ongewenst. Een dergelijke ‘sluipende’
onttrekking van bedrijfsgronden is uitsluitend aanvaardbaar op terreinen waar expliciet gekozen is
voor een functieverkleuring. In afwachting van de structuurvisie zullen vooralsnog op geen van de
Woerdense bedrijventerreinen functiewijzigingen tbv niet-terreingebonden activiteiten worden
toegestaan.
Functiewijziging van leegstaande kantoorpanden zal selectief toegestaan worden. In Middelland-Zuid
dienen deze in principe hun huidige functie te behouden. In incidentele gevallen kan hierop een
uitzondering gemaakt worden indien het betreffende pand aantoonbaar incourant is als kantoorpand
en het beoogde toekomstig gebruik gelieerd is aan het functioneren van het terrein. Bij het laatste kan
gedacht worden aan gemaksfuncties voor werknemers als horeca, fitness en kinderopvang.
In Middelland- Noord zal daarentegen, afhankelijk van de in de structuurvisie te maken keuzes,
ruimhartiger meegewerkt worden aan functietransformaties van incourante kantoorpanden.
Op peil brengen en houden van bestaande terreinvoorraad
Om de behoefte aan nieuwe ruimte in te dammen is het zaak om de bestaande bedrijventerreinen
economisch aantrekkelijk te houden.
Een deel van het terreinaanbod voldoet niet aan de huidige maatstaven, zal zonder ingrepen (verder)
in verval raken en daarmee haar vermogen om bedrijven vast te houden verliezen. Revitalisering
(opknappen openbare en private ruimte) en, in het zwaarste geval, herontwikkeling (sloop en
nieuwbouw bedrijfspanden) is nodig om een dergelijke neerwaartse spiraal te keren.
De revitalisering van het bedrijventerrein Putkop is inmiddels gestart. Op Barwoutswaarder is een
combinatie van herontwikkelings- en revitaliseringsmaatregelen nodig en op Nijverheidsbuurt/Zegveld
alleen revitaliseringsmaatregelen. Voor beide terreinen zal een revitaliseringsplan opgesteld worden.
Met betrekking tot de toekomstige functie van Honthorst staan in principe twee keuzes open:
handhaven als bedrijventerrein of gedeeltelijk herontwikkelen voor centrumfuncties.
In het eerste geval is een ingrijpende opwaardering van de openbare ruimte nodig, in het tweede
geval vervangende ruimte voor de gevestigde bedrijven. In de structuurvisie zullen dienaangaande
nadere ruimtelijke en functionele keuzes gemaakt worden.
Ongeacht deze keuze zal op korte termijn het ergste achterstallig onderhoud op Honthorst
weggewerkt worden.
Tenslotte is het van belang de kwaliteit van terreinvoorraad (slijtage, netheid, veiligheid) nauwlettend
te bewaken en tijdig in te grijpen als veroudering dreigt. Voorkomen is immers goedkoper dan
genezen.
De gemeente wil daartoe apart overleg in het leven roepen met de gevestigde bedrijven en tevens
jaarlijks met hen een terreinschouw organiseren.
56
Recyling van incourant bedrijfsvastgoed
Zoals gezegd heeft een deel van het incourante kantoorvastgoed weinig kansen voor commercieel
hergebruik in zijn huidige functie. Voor deze panden, die zich hoofdzakelijk op Middelland Noord
bevinden, is herontwikkeling voor een andere bestemming waarschijnlijk de enige oplossing.
Een functietransformatie is voor een private partij pas interessant als het een financieel toegevoegde
waarde heeft wat in geval van kantoren slechts een woonfunctie kan zijn.
Echt incourant bedrijventerrein kent Woerden niet; wel terreinen die zich vanwege hun ligging en/of
schaal minder lenen voor een traditionele bedrijfsfunctie als Honthorst en Breeveld.
Voor beide terreinen staan meerdere ‘waardetoevoegende’ alternatieven open bijvoorbeeld: wonen,
grootschalige detailhandel of centrumvoorzieningen. Vanwege de schaarste aan bedrijventerrein zal
een eventuele onttrekking van deze terreinen aan de voorraad elders gecompenseerd worden.
Een en ander zal in structuurvisieverband nader op wenselijkheid en haalbaarheid onderzocht en
afgewogen worden.
Passende menging met andere stedelijke functies
Naarmate de economie verder verdienstelijkt, verkantoriseert en daarmee milieuvriendelijker wordt,
verliezen monofunctionele bedrijven- en kantorenterreinen hun exclusiviteit als economische
vestigingsgebied. Een aantal bedrijfsactiviteiten (ateliers, IT bedrijfjes, makelaars, adviesbureau)
verdraagt zich goed met een woon of landelijke omgeving en kunnen daar aan huis of in vrijkomende
bebouwing onderdak geboden worden. Dit beperkt op haar beurt weer de behoefte aan
bedrijventerrein en verlevendigt bovendien de veelal monofunctionele (woon)omgeving.
Aangezien de huidige bestemmingsplanregelingen voldoende speelruimte voor economisch mede en
hergebruik van bestaande bebouwing bieden hoeft op dit punt geen nieuw beleid ontwikkeld te
worden.
Verder is het gewenst om in de programmering voor nieuwe woongebieden de bouw van grotere
werkwoningen mee te nemen en dan bij voorkeur langs doorgaande routes.
7.8 De beleidskeuzes op een rijtje
Een beheerste economische groei
• Behoud traditionele bedrijfssectoren
• Herprofileren kantorenfunctie
• Versterken positie als streekcentrum
• Uitbouwen toeristische functie
• Verantwoord ruimtegebruik
Behoud traditionele bedrijfssectoren
• bieden van voldoende, geschikte ruimte voor doorgroei gevestigde bedrijven
• op peil houden en waar nodig verbeteren kwaliteit bedrijfsomgeving
• goed faciliteren startende bedrijven
Herprofileren kantorenfunctie
• geen overloopfunctie meer in stadsgewestelijk verband
• uit de markt (laten) nemen van structureel overtollige kantoormetrages
• ombouwen economisch verouderde kantoorpanden voor lokale kantorenmarkt
Versterken positie als streekcentrum
• Goed moniteren effecten Hoochwoert
• Versterken winkelfunctie door aanboren consumentenpotentieel Leidsche Rijn
57
•
•
•
Ontwikkelen gemeente overkoepelend detailhandelsbeleid
Verbreden functie als gezondheidscentrum
Opzetten samenwerkingsverband overheid-bedrijfsleven tbv scholing en kennisinnovatie
Uitbouwen toeristische functie
• Betere benutting potenties voor toeristisch verblijf- en watersport
• Ontwikkelen samenhangend toeristisch beleid
Zorgvuldig gebruik van de ruimte
• Tot 2015 ca 15-22 ha. extra bedrijventerreincapaciteit bieden voor de doorgroei van lokale
bedrijvigheid
• Stimuleren intensivering ruimtegebruik op bestaande terreinen ondermeer middels oprekken
van bebouwingsregels.
• Revitaliseren en mogelijk gedeeltelijk herontwikkelen van Barwoutswaarder, revitaliseren van
Nijverheidsbuurt/Zegveld
• Toekomstige ruimtelijk-functionele invulling Breeveld, Honthorst, Middelland Noord bepalen in
kader van structuurvisie
• Wegwerken achterstallig onderhoud Honthorst.
• Onttrekking van gemengd bedrijventerrein tbv andere stedelijke functies elders compenseren.
• Opzetten terreinbeheeroverleg met gevestigde bedrijven en houden jaarlijkse schouw.
• Behoudens bestaande plannen geen nieuwe kantorengebieden ontwikkelen. Toekomstige
behoefte aan kantoorruimte zoveel mogelijk opvangen binnen bestaande capaciteit.
• In woningbouwprogramma’s voor nieuwe woongebieden ruimte bieden voor werkwoningen.
• In afwachting van structuurvisie is op bestaande bedrijventerreinen vooralsnog geen
functiewijziging tbv niet terreingebonden activiteiten toegestaan.
58
8 Zoekrichtingen voor nieuwe ruimte
8.1 De zoekopgave
In het voorgaande is geconcludeerd dat de toekomstige behoefte aan extra doorgroeiruimte voor het
locale bedrijfsleven met name gemengd bedrijventerrein betreft.
Een grote uitbreiding van het winkelaanbod is gelet op de recente realisatie van Hooghwoert
(voorlopig) niet aan de orde. Wel is er grenzend aan en ter ondersteuning van de binnenstad enige
ruimte nodig voor grotere commerciele centrumvoorzieningen (bioscoop, sportschool etc).
Verder is er ook bij een aantrekkende markt nog voldoende kantoorcapaciteit (leegstaande panden, te
ontwikkelen Snellerpoort)voorhanden om in de locale behoefte te kunnen voorzien 9ca 110.000 m2).
Al met al hoeft voor de detailhandel en de kantorensector dus niet op zoek gegaan te worden naar
nieuwe ontwikkelingsgebieden.
Anders ligt dit met de terreingebonden bedrijfssectoren als industrie, logistiek, groothandel en bouw.
De restcapaciteit aan bedrijventerrein is uiterst beperkt en de leegstand aan bedrijfspanden zit met 3%
op een minimumniveau terwijl er de komende jaren minstens 15 ha netto aan extra capaciteit nodig
is. Wordt tevens besloten om een aantal terreinen die minder goed in de huidige stedelijke constellatie
passen te saneren dan komt daar nog eens zo’n 10-20 ha netto bij.
Om in de groeibehoefte te voorzien kunnen, afhankelijk van de overige politieke prioriteiten en de
beschikbare middelen, in principe de volgende wegen bewandeld worden:
•
‘Laissez faire’ : geen nieuw terrein ontwikkelen
•
Transformatie’ : herontwikkeling incourante locaties
•
Nieuwaanleg: ontwikkeling nieuw bedrijventerrein
8.2 Laissez faire
Uitgangspunten en veronderstellingen
In dit scenario wordt ervan uitgegaan dat op de bestaande bedrijventerreinen Honthorst en
Barwoutswaarder middels ruimte intensivering (gestapeld bouwen, dubbel grondgebruik (parkeren) en
collectieve voorzieningen) voldoende capaciteit te winnen valt om in de toekomstige behoefte te
kunnen voorzien. Door bewust schaarste te creeeren cq geen bedrijventerrein meer aan te leggen
gaan de prijzen omhoog en wordt het voor marktpartijen (projectontwikkelaars, vastgoedeigenaren)
vanzelf interessant om minder efficient ingerichte terreingedeelten te gaan herontwikkelen. In dit
scenario beperkt de overheidsbemoeienis zich tot planologische facilitering dwz het aanpassen van de
bebouwingsregels.
De mogelijke gevolgen voor de locale economie
Dit scenario plaatst gevestigde bedrijven met uitbreidingsbehoefte voor de volgende keuzes:
• Blijven zitten op huidige locatie en daar de uitbreiding realiseren
• Verhuizen naar een groter pand binnen de gemeente
• Verhuizen naar een lokatie buiten de gemeente
Bedrijven die een sterke binding met Woerden hebben zullen in eerste instantie een passend
huisvestingsalternatief binnen de gemeente zoeken. Aangezien de bedrijfsruimtemarkt nu al krap is,
en in dit scenario alleen maar krapper wordt, zal het gros van de bedrijven noodgedwongen op de
huidige locatie aangewezen blijven. Of dit een intensiever ruimtegebruik zal stimuleren, wat in de
meeste gevallen neerkomt op sloop en hogere en/of onderkelderde nieuwbouw, is nog maar de
59
vraag. Veel bedrijfsactiviteiten (drukkerijen, autoschadebedrijven, metaalbedrijven) lenen zich
eenvoudigweg niet voor stapeling of dubbel grondgebruik, (ver)nieuwbouw zal de bedrijfsvoering
danig in de war schoppen en de toegevoegde waarde van een dergelijke investering is in
vastgoedtermen gemeten hoogst twijfelachtig. Veel bedrijven zullen waarschijnlijk toch wachten tot
elders een betere locatie vrijkomt en tijdelijke maatregelen treffen om hun expansie te kunnen
verwezenlijken: huren van aanvullende ruimte elders in de gemeente, semi-permanente bijgebouwen
of beslaglegging op de openbare ruimte (opslag, parkeren, vrachtwagenstalling). Blijven
alternatieven uit en wordt de situatie op de bestaande lokatie onhoudbaar dan is het niet ondenbaar
dat deze bedrijven uiteindelijk hun heil buiten de gemeente gaan zoeken. De enqueteuitkomst geeft
aan dat gebrek aan uitbreidingsruimte een belangrijke potentiele vertrekreden vormt.
Bedrijven die minder sterk aan de gemeente gebonden zijn zullen dit besluit waarschijnlijk al eerder
nemen.
Kortom: dit scenario kan de natuurlijke groei van de locale economie afremmen en uiteindelijk leiden
tot verlies van bedrijven en arbeidsplaatsen die essentieel zijn voor de werkverschaffing van het lager
en middelbaar opgeleide deel van de beroepsbevolking.
De mogelijke gevolgen voor de bedrijventerreinen
De gedwongen realisering van ‘groei op eigen erf’ zal in eerste instantie leiden tot een (verdere)
verpaupering van de bestaande bedrijventerreinen in de vorm van semi- permanente bijgebouwen,
meer buitenopslag en meer parkeer- en laad en losdruk op de openbare ruimte.
De kapitaalkrachtige en minder lokaalgebonden bedrijven zullen vertrekken.
Op Honthorst zal de aldus vrijkomende ruimte waarschijnlijk snel door de markt worden opgenomen
en herontwikkeld. De ligging nabij het centrum maakt het terrein vooral interessant voor
centrumvoorzieningen die een maatje te groot zijn voor de binnenstad en die bovendien hogere
prijzen kunnen betalen dan reguliere bedrijvigheid. Een geleidelijke verkleuring van een gemengd
bedrijventerrein naar een multifunctioneel centrumrandgebied met voorzieningen, kleinschalige
werkunits en mogelijk wonen ligt dan in het verschiet. Uiteraard mits de gemeente meewerkt aan een
bestemmingswijziging.
Op Barwoutswaarder zal de ruimtenood mogelijk leiden tot een invulling van de lege plekken in de
zone langs Hoge Rijndijk. Verder kan het ontbreken van vervangende ruimte elders de gewenste
herontwikkeling van het verouderde centrale gedeelte in gevaar brengen.
8.3 Transformatie
Uitgangspunten en veronderstellingen
In dit scenario wordt onderkend dat de benodigde capaciteit aan bedrijventerrein niet via ruimte
intensivering gewonnen kan worden maar dat de ontwikkeling van nieuw terrein nodig is. Om de
groene omgeving te sparen wordt de deels extensief gebruikte (distributiebedrijven) en deels in
ongebruik geraakte (leegstaande kantoorpanden) zone ten zuiden van het spoor herontwikkeld tot
bedrijventerrein. Dit levert bij elkaar ca 12 ha netto bedrijventerrein op.
Aangezien de vastgoedwaarde in de huidige staat als kantoren en distributieterrein vele malen groter
is dan de herontwikkelingswaarde als bedrijventerrein zal dit scenario waarschijnlijk niet spontaan
door de markt worden opgepakt. Op elke m2 te transformeren terrein moet naarschatting maar liefst €
1100 toegelegd worden om op een marktconforme grondprijs voor bedrijventerrein uit te komen.
Hierbij dient aangetekend te worden dat de door Woerden gehanteerde grondprijs van € 220 per m2
al 10 % en 20% boven respectievelijk het Zuid-Hollandse en Utrechtse gemiddelde ligt.
Er is dus een aanzienlijke overheidsbijgedrage nodig ( ca € 120 miljoen) om dit scenario te doen
slagen.
60
De mogelijke gevolgen voor de locale economie
De te ontwikkelen capaciteit is net toereikend om in geraamde behoefte van 15 ha te kunnen voorzien
en deze raming is al enigszins aan de voorzichtige kant. Bij een sterker aantrekkende economie
ontstaan, weliswaar op beperktere schaal, dezelfde problemen als in het vorige scenario.
Om te voorkomen er bedrijven van buiten neerstrijken en locale ruimtezoekenden toch nog buiten de
boot vallen is het verder essentieel om met de betreffende eigenaren harde afspraken te maken over
de toewijzing van de bij verhuizing vrijkomende locaties.
Tenslotte is in dit scenario een eventuele opvangtaak voor de region volstrekt uitgesloten
De mogelijke gevolgen voor de bedrijventerreinen
De ontwikkeling van een vestigingsalternatief binnen de stad zal een natuurlijk doorstromingsproces
vanuit de bestaande terreinen op gang brengen wat kansen biedt om de de slechte gedeelten te
vernieuwen. Er komen meer kavels beschikbaar die tbv herstructurering door de overheid of
marktpartijen aangetrokken kunnen worden.
Op Honthorst zal zich waarschijnlijk evenals in het voorgaande scenario, en mogelijk in een sneller
tempo, een spontane functiewijziging gaan voltrekken en op Barwoutswaarder ontstaan
mogelijkheden om het verouderde centrale gedeelte te herontwikkelen.
Om structurele leegstand en verpaupering op de bestaande terreinen te voorkomen dient het
uitgiftetempo van het nieuwe terrein zorgvuldig afgestemd worden op de behoefte.
Bij een te ruime markt zal de interesse om in bestaande locaties te investeren afnemen.
Een zorgvuldige fasering is essentieel om wat dat aangaat voldoende druk op de ketel te houden.
8.4 Nieuwaanleg
Uitgangspunten
In dit scenario wordt buiten de rode contour, op een nog nader te bepalen locatie, nieuwe ruimte
aangesneden . Een nieuw bedrijventerrein zal naar verwachting minimaal kostenneutraal ontwikkeld
kunnen worden.
De mogelijke gevolgen voor de locale economie
In dit scenario kan volledig voorzien worden in de uitbreidingsbehoefte van het locale bedrijfsleven.
Bovendien ontstaat meer speelruimte om bedrijven uit de regio op te vangen.
Ook in dit scenario zullen harde afspraken over de vrijkomende locaties gemaakt moeten worden.
De mogelijke gevolgen voor de bedrijventerreinen
Zie transformatiescenario
Terreineisen
De omvang, lokatiekeuze en inrichting van een nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein dienen
toekomstbestendig te zijn. Hieruit vloeien de volgende algemene eisen voort:
• Korte afstand tot en goede bereikbaarheid vanaf de A 12
• Voldoende (uitbreidings) capaciteit om de lokale en eventueel regionale behoefte voor langere
termijn op te vangen.
• Voldoende omvang om collectieve voorzieningen en parkmanagement te kunnen realiseren
(kinderopvang, gemeenschappelijk parkeren, horeca etc.).
• Dusdanige situering ten opzichte van stedelijke contour dat toekomstige uitbreidingen niet
geblokkeerd worden en potentiele conflictsituaties met andere stedelijke functies vermeden
worden.
61
8.4 Vergelijking
De mogelijke consequenties
Financieel
Laissez faire
Geen
Transformatie
-€ 11000 per m2
Nieuwontwikkeling
Kostenneutraal
Economie
Werkgelegenheid
Stagnatie groei
Verpaupering terreinen
Vertrek bedrijven
Doorgroei bedrijven
Geen regionale opvangtaak
Geen vervangingscapaciteit
Doorgroei bedrijven
Regionale opvangtaak
Vervangingscapaciteit
Stagnatie werkgelegenheid
Verlies arbeidsplaatsen
Verlies arbeidsplaatsen
Autonome ontwikkeling
Financiele vergelijking
verwervingskosten
ontwikkelingskosten
opbrengsten
Laissez faire
Transformatie
Nvt
€ 300 – 700 per m2
?
€ 220 / m2
Nieuwontwikkeling
€ 30 per m2
Nvt
Bouw/woonrm € 35-45 / m2
Sloop-, milieu- kosten
Renteverliezen,
fondsafdrachten etc. ?
Bouw/ woonrm € 35 –45 m2
milieu- kosten
Renteverliezen,
fondsafdrachten etc. ?
€ 220 / m2
8.5 Conclusies
•
•
•
•
•
Om in de uitbreidingsbehoefte van het lokale bedrijfsleven te kunnen voorzien is tot 2025 1522 ha netto bedrijventerrein nodig.
De via ruimteintensivering en/of transformatie van bestaande bedrijventerreinen te winnen
capaciteit is ontoereikend. Er is aanvullend nieuw bedrijventerrein nodig om in de autonome
uitbreidingsbehoefte te kunnen voorzien.
Onvoldoende ruimte voor autonome groei kan leiden tot een ‘verrommeling’ van de bestaande
bedrijventerreinen en de economische vitaliteit van de gemeente op den duur ernstig
ondermijnen.
Transformatie van incourante bedrijven- en kantorenlocaties naar gemengd bedrijventerrein is
een uiterst kostbare operatie die waarschijnlijk niet spontaan door de markt zal worden
opgepakt.
In de structuurvisie dient een zorgvuldige afweging gemaakt te worden ten aanzien van de te
transformeren terreinen en de omvang en situering van het nieuwe bedrijventerrein.
62
9. Actieprogramma
Programmapunt
Toelichting/ acties
Actoren
Tijdspad
Bieden van voldoende geschikte ruimte voor uitbreiding
van gevestigde bedrijven
Zoekopgave starten voor een geschikte locatie
Start medio 2007
Op peil houden en, waar nodig brengen van de kwaliteit
van de bedrijfsomgeving
Opstellen van een revitaliseringsplan en benutten subsidiebronnen.
Provincie
Regiogemeenten
Gemeente
Bedrijfsleven
Gemeente
Faciliteren van startende bedrijven
Onderzoeken van mogelijkheden om in nieuw te ontwikkelen woonwijken een deel
van de voorraad (bijv. 5%) laten bestaan uit grotere werkwoningen die flexibel
indeelbaar zijn zodat ze ook voor andere nevenfuncties (bijv. zorg, kinderopvang)
aangewend kunnen worden.
Gemeente
Makelaars
Start medio 2008
Samen met de ondernemers bekijken hoe een en ander vormgegeven kan worden
middels een gerichte stadspromotie.
Opstellen overkoepelende detailhandelsnota
Gemeente
Bedrijfsleven
Gemeente
Bedrijfsleven
Gemeente
Gemeente
Onderwijsinstellingen
Bedrijfsleven
Start 2008
Behoud traditionele bedrijfssectoren
Start medio 2007
Versterken van de positie als
streekcentrum
Aanboren consumentenpotentieel Leidsche Rijn
Ontwikkelen gemeente overkoepelend
detailhandelsbeleid
Monitoring effecten van Hoochwoert
Uitvoeren jaarlijkse (branchering,koopstromenonderzoek, leegstand etc.)
Opzetten samenwerkingsverband onderwijs-bedrijfsleven Uitwerken plan met betrekking tot innovatiecentrum
Start 2008
Start 2008
Start medio 2007
Uitbouwen toeristische functie
Betere benutting potenties voor toeristisch verblijf en
bezoek door ontwikkeling van samenhangend toeristisch
beleid
Ontwikkeling samenhangend toeristisch beleid
Gemeente
Intermediairs
Bedrijfsleven
Start medio 2007
Bedrijfsleven
Start eind 2007
Verantwoord gebruik van de ruimte
Intensief ruimtegebruik op bestaande terreinen
stimuleren
Voorkomen terreinveroudering
Mogelijkheden voor intensief ruimtegebruik nader onderzoeken en mee nemen in de
op te stellen revitaliseringsplannen
Frequent overleg overheid - gevestigde bedrijven
63
Gemeente
Uitvoeren jaarlijkse terreinschouw
Start 2008
Monitoring economische ontwikkeling
Economische monitor Woerden
Monitor binnenstad
Jaarlijks terugkerende rapportage met kernachtig de stand van zaken met
betrekking tot verschillende aspecten van de Woerdense economie (structuur en
dynamiek) en vestigingsklimaat (arbeidsmarkt, ruimte voor bedrijven en kantoren)
Monitoring van de effecten van Hoochwoert
Gemeente
Start 2008
Gemeente
Start 2008
Bedrijfsleven
Gemeente
Gemeente
Regiogemeenten
Provincie
Bedrijfsleven
Gemeente
Eind 2007 moet de stichting
zelfstandig kunnen draaien
e
1 weg gereed 2010
Gemeente
Start medio 2007
Overig
Beveiliging bedrijventerreinen
Uitvoeren van het opgestelde beveiligingsplan voor bedrijventerreinen (SWBB).
Verbeteren bereikbaarheid dmv BRAVO
De gemeente participeert in het A12 Bravo-project
Labelen OZB
Labelen OZB-verhoging t.b.v. gebiedsgerichte projecten.
Eind 2006 heeft de gemeente hiervoor een workshop georganiseerd.
Bedrijfsleven is aan zet voor het geven van een vervolg.
Opstellen korte beleidsnotitie waaraan verzoeken om mee te werken aan
functiewijziging op bedrijven en kantorenterreinen op basis van de economische
visie getoetst kunnen worden (vooruitlopend op de structuurvisie)
Toetsing verzoeken vestiging niet-terrein gebonden
activiteiten in leegstaande kantoor- en bedrijfspanden
64
Download