zindelijkheidspoli

advertisement
zindelijkheidspoli
ZINDELIJK ZIJN IS HET IN STAAT ZIJN DE EIGEN NATUURLIJKE
BEHOEFTEN TE BEHEERSEN.
DEZE BEHOEFTE IS DAN MET NAME DE PRIKKEL DIE IEMAND
ERVAART OM ZICH TE ONTDOEN VAN URINE OF FAECES.
KINDEREN EN JONGE HUISDIEREN WORDEN GETRAIND OM ZICH
BEWUST TE WORDEN VAN DEZE PRIKKEL, EN OM ER
VERVOLGENS PAS OP EEN AANGEWEZEN LOCATIE GEVOLG AAN
TE GEVEN.
VOOR KINDEREN VAN ONGEVEER 2 À 4 JAAR BETEKENT DAT
HET LEREN GEBRUIKEN VAN EEN PO OF WC, MAAR HET IS NIET
ONGEBRUIKELIJK DAT KINDEREN ZELFS OP NOG WAT LATERE
LEEFTIJD LUIERS GEBRUIKEN. BIJ MENSEN WORDT DE PERIODE
WAARIN DE ZINDELIJKHEID WORDT AANGELEERD DE ANALE
FASE GENOEMD.
prevalentie
 15 % van de 6-jarigen plast in bed.
 1-2% van de pubers plast in bed
 1.5-2,8% van de kinderen ouders dan 4 jaar hebben
last van encopresis.
 80% van de kinderen met encopresis heeft last van
obstipatie
Obstipatie bij kinderen
Geschat wordt dat circa 100.000 kinderen in
Nederland hier problemen mee hebben.
(onderzoek M.Benninga et al , 2005)
Geen officiële definitie van obstipatie
 Wereldwijd is obstipatie een van de meest
voorkomende gastro intestinale stoornissen
op de kinderleeftijd
 Overeenstemming bereikt door kindergastro
-enterologen en kinderartsen
Er wordt gesproken van obstipatie als er gedurende 6 weken sprake is van twee of
meer van de volgende kenmerken
 2 x per week of minder defaecatie op het toilet
 Een keer of meer faecale incontinentie
 Een voorgeschiedenis van waarneembaar
ophoudgedrag (benen kruisen, billen samenknijpen,
wiegen)
 Voorgeschiedenis van pijnlijke of harde ontlasting
 Aanwezigheid van grote faecale massa in het rectum
 Een voorgeschiedenis van periodieke productie van
grote hoeveelheden ontlasting( verstopping van toilet)
 84 % van de geobstipeerde kinderen heeft last van
onvrijwillig verlies van ontlasting in het ondergoed.
 Faecale incontinentie wordt gezien als een van de
belangrijkste kenmerken van functionele obstipatie
 Bij 90 % van de kinderen met obstipatie wordt geen
specifieke organische of anatomische oorzaak gevonden.
In de familie komt vaak dezelfde klacht voor.
Zindelijkheidsontwikkeling is een van de vroegste sociale
vaardigheden
 Lichamelijke rijping
 Training
 Het verkrijgen van de beheersing over de
sluitspieren is een combinatie van
willekeurige en reflexgeïnduceerde
handelingen (Bosch, 1995)
 Kinderen verwerven normaliter eerder controle
over hun darmen en pas later over hun blaas
 Meeste kinderen tussen hun 2e/3e jaar volledige
beheersing over hun uitscheidingsorganen
 Meisjes net iets eerder dan jongens
Risicofactoren en kindfactoren
 Spanningsveld tussen het streven naar
autonomie versus angst tot separatie
 Koppigheid van het kind
 Informatie verwerkingsstoornis bij het kind
 Opvoedingstekort : tè strikt of tè tolerant zijn
•
ouders niet op een lijn
Risicofactoren en kindfactoren
 Gebrekkige afstemming tussen ouders en kind
 Overbezorgdheid van ouders
 Rijping; als ouders niet adequaat af stemmen op
lichamelijke conditie van hun kind.
(rond 2e jaar is het kind corticaal voldoende gerijpt om
met zindelijkheidstraining te starten dwz dat bij
aandrangprikkels de cortex de automatische lozing
bewust kan afremmen door de externe sluitspieren aan
te spannen.
 Bekrachtiging van leerproces in negatieve zin
problemen
 Somatogene en psychogene factoren kunnen
gelijktijdig en interactief werkzaam zijn.
(nature en nurture)
 Vanuit leertheoretische kader; biologische
factoren
en een foutief leerproces
 Vanuit psychodynamische kader: leren en
omgeving, bv separatie-individuatie problematiek
Onstaan vicieuze cirkel van aangeleerd gedrag
 Pijn in de buik
 Pijn bij defaecatie
 Gestraft worden
 Schaamte
 Schuldgevoel
 Doorgaan of stoppen met spelen
 Ontlasten wordt steeds pijnlijker
Encopresis en enuresis
 Primair encopresis en enuresis: kind is nooit
zindelijk geweest
 Secundaire encopresis en enuresis: kind is zindelijk
geweest
Gedrag
 Is zichtbaar
 Is hoorbaar
 Gedrag is niet de gedachte die wij hebben als wij
iemand iets zien of horen doen
Gedrag
 Is meetbaar:
 tellen hoe vaak een kind schreeuwt, plast, poept.
 Meten hoe lang het gedrag duurt
Gedrag
 Aangeboren: bv het water loopt in je mond als je iets
lekkers ziet
 Aangeleerd: manier van praten, spelen
 Kinderen leren van hun ouders en ouders leren van
hun kinderen
Aangeleerd gedrag
 Imitatie: leren eten van een lepel.
 Instructie: uitkleden
 Versterkers
Gewenst en ongewenst gedrag
 Probleemgedrag is ongewenst gedrag.
Als een kind op de wc poept is dat gewenst gedrag.
Als het kind in zijn broek poept is dit ongewenst
gedrag.
Ongewenst gedrag veranderen in gewenst gedrag:
Observeren van in welke situatie komt het voor
Observeren op welk tijdstip
Gevolg-gedrag
 Gedrag verandert als de gevolgen op gedrag
veranderen in positieve of in negatieve zin.
Positieve en negatieve gedragsconsequenties
Positief bekrachtigen
Negeren
Negatief bekrachtigen
versterkers
 Prettig gevolg op gedrag: materieel (tijdelijk) of
sociaal
 Meteen na gewenst gedrag
 Haalbaar
Enuresis nocturna en diurna
 Registratie
 Belonen
 Bewust maken
 Ik word de baas over mijn blaas!
Interventies enuresis nocturna
 Voldoende drinken overdag
 Geobstipeerd?
 Positief bekrachtigen
 Ontschuldigen
 Bewust wording
 Structuur in bedritueel/Wakker maken op dezelfde
tijd
 Wachtwoordmethode
 Plaswekker? Ja/nee
 One night bed training
Interventies Enuresis diurna
 Bewust worden
 Regelmatig plassen overdag
 Voldoende drinken
 Obstipatie
 Ontschuldigen
 Kampioensplas
 Plaswekker?
encopresis
 Interventies:
 Specifieke anamnese
 Dagboek bijhouden
 Kindfactoren in beeld brengen
 Gedragsbeschrijving van het kind
Valkuilen encopresis
 Verkeerd gedrag belonen; schonen broek
 Een te groot cadeau; teveel ineen keer
 Inconsequent belonen; demotiverend
 Uitgesteld belonen; werkt niet
 Zon en regenbui systeem; demotiverend
 Uitschakelen van negatieve bekrachtiger in de
omgeving; nadruk op ongewenst gedrag
Wat wel??
 Positieve bekrachtiging van kind en ouders!!!!!
Download