SLB CE-documenten

advertisement
SLB DOCUMENT
1.
2.
3.
4.
5.
POP VT2
POP VT3
Evaluatie verticale presentatie VT2
Evaluatie verticale presentatie VT3
SLB advies voor het competentie examen
1. POP VT2
Welke (beeldende) kwaliteiten ga ik ontwikkelen?
Praktijkvakken;
In het propedeusejaar ben ik bezig gegaan met wanneer ik iets 'mooi' en 'lelijk' vind. Ik wilde dit helder hebben om dit te
leren overstijgen. Daarin ben ik veel verder gekomen. Ik ben nu op een punt aangekomen waar ik de dingen die ik
esthetisch vind probeer te koppelen of door wil laten werken in de dingen die me verafschuwen of waar ik angst van
heb. Zo heb ik dode vogels (vind ik vies, eng, bah) gekoppeld aan theatraliteit in fotografie (theatraliteit vind ik iets
moois, en daar probeer ik graag te komen). In het propedeusejaar heb ik een 'interesse-hiërarchie' proberen vorm te
geven. Daarin ben ik tot op zekere hoogte geslaagd, en ik wil me dit jaar verdiepen en laten voeden in de gebieden die
daar hoog in staan. Dit zijn fotografie en film, en ook de conceptuele kant van het domein 3D. Wat ik volledig meeneem
van het eerste naar het tweede jaar is het leerdoel rondom het afronden van een beeldend proces, en daar waar het
keuzes maken betreft. Dit blijf ik moeilijk vinden, de angst om het fout te doen is daarin de leidende factor. Ik verwacht
daar dit jaar een ontwikkeling in te kunnen maken.
Theoretische vakken;
Binnen de kunsttheorie wil ik dit jaar leren hoofdzaken van bijzaken te scheiden. Mijn kunsttheorie docente is daarvan op
de hoogte, daarom verwacht ik dit doel zeker te behalen omdat ik daar gericht feedback over ontvang.
Binnen de onderwijstheorie kan ik grote stappen maken dit jaar, omdat de stage zich daar volledig op richt. We maken
een eigen stageplan, en daarin kan ik alle punten binnen de onderwijstheoretisch georiënteerde cc in verwerken.
Los van dit stageplan hoop ik de theorie in dit jaar overstijgend in te kunnen zetten. De drie domeinen mogen wat mij
betreft meer buiten het eigen domein treden en zich met elkaar verweven. Dat zal voor dit jaar betekenen dat in mijn
beeldend werk meer theoretische context verwerkt kan worden en in de stage meer punten uit de beeldende praktijk
meegenomen kunnen worden.
Welke kennis en vaardigheden heb ik daarvoor nodig? / Waar en bij wie kan ik werken
aan datgene waar ik in te kort schiet?
De kennis en vaardigheden die ik daarvoor nodig heb lijken me vrij voor de hand liggend. Ik moet
het op veel punten hebben van de stof die we krijgen in de les. En daarbij is het goed om de
docenten op de hoogte te brengen wanneer ik een leerdoel heb waarin ik hulp nodig heb. Ik kan
me voorstellen dat het niet overbodig is mijn 2D docent te betrekken bij mijn poging om meer
theoretische context of ondersteuning in mijn werk te brengen.
Welke hulpmiddelen kan/ moet ik gebruiken? / Welke beeldende/
kunstbeschouwlijke/ onderwijskundige bronnen wil ik aanboren?
Ik moet veel gaan 'zien'. Zowel in musea als in theater, film, fotografie e.d. Ik heb daarin ook de
verantwoordelijkheid de sfeer in de klas zo te sturen dat dit ook binnenschools mogelijk kan
worden, en er een open houding ten opzichte van elkaar komt.
Welke wensen/ leerpunten heb ik?
Net als in het eerste jaar wil ik nog alles heel goed doen. Dit moet ik wel leren nuanceren. Iets goed doen is een breed
begrip, ik doe iets goed als ik een 8 zou halen maar doe misschien iets beter als ik tegen een aantal grove fouten
aanloop en daardoor een 6 heb, maar wel een veel rijker leerproces heb gehad. Ik weet het, nu nog toepassen.
Op alle drie de domeinen hoop ik meer kennis te verzamelen. In de praktijk vooral door veel kunstenaars en werk te
zien, te herkennen. Op onderwijstheorie hoop ik door meer informatie, de schoolstructuur en de doelgroepen in kaart te
kunnen brengen en ik hoop aan het einde van dit jaar een voorzichtige uitspraak te kunnen doen over de doelgroep die
mijn voorkeur krijgt binnen het schoolse onderwijs. Binnen de kunsttheorie worden mijn wensen ongetwijfeld
gerealiseerd, want mijn wens om meer kennis op te doen zal worden getoetst door middel van onder andere een
schriftelijk tentamen. Het is wel aan mij om een leerstructuur toe te passen waardoor de kennis langdurig is en niet
slechts tot en met de toets.
Heb ik de juiste open, nieuwsgierige houding?
Ja, ik vind van wel. Het is geen bewuste keuze misschien. Maar omdat ik hier graag op de academie wil zijn en leren sta
ik er zelf professioneel in, en probeer geen schoolse student te zijn. Ik wil mijn eigen verantwoordelijkheid hebben, en ik
weet dat ik dit alleen kan hebben als ik deze verantwoordelijkheid in de eerste plaats erken en aanneem. Daarbij zijn alle
leerpunten voor dit jaar alleen succesvol te behalen als ik op de academie een open en leergierige houding heb.
Hoe ga ik om met kritiek?
Kritiek vind ik fijn, dan heb ik werkpunten. Ik moet ervoor waken dat ik geen positieve punten omzet in kritiek. Dit doe ik
omdat ik beter met kritiek en leerpunten om kan gaan dan met 'het is goed zo'. Dit komt door de angst voor 'de volgende
keer'. Als het nu goed is, dan kan het de volgende keer misschien wel beter, maar dan is het ook een keer iets minder. Ik
zie graag een stijgende lijn en niet een dalende, ongebalanceerde of stilstaande lijn. Ik focus me hier te veel op, en moet
daarin leren overstijgen.
2. POP VT3
Praktijkdomein en TDK
Blijvende punten voor het komend jaar zijn: Hoofd en bijzaken scheiden, keuzes maken. Soms wat meer impulsiviteit bij
kleine keuzes binnen een beeldend proces, maar dat komt ook weer terug in hoofd en bijzaken scheiden.
Ook wil ik mijn grenzen in kaart brengen. Ik kan vastlopen als het onderwerp dichterbij komt dan de fascinatie ervoor. Ik
wil inzicht krijgen in hoeverre het persoonlijke het universele wel raakt. Ik wil aan het einde van dit jaar mijn kwaliteiten,
valkuilen en opgedane kennis in kaart hebben gebracht. Vanuit daar kan ik kijken waar ik nog kennis mis om mijn
afstudeerjaar in te gaan en waar ik tijdens het afstuderen in wil verdiepen en waarop ik wil afstuderen binnen het
praktijkdomein, OT domein en TDK.
Ik heb ontdekt dat de start van een (theoretisch / beeldend) onderzoek bij mijn begint bij het opzoeken van de online of
fysieke mediatheek en hier ga speuren naar informatie over het onderwerp. Daarom blijft het net als vorig jaar
belangrijk, misschien nu wel met een grotere noodzaak, om veel te blijven zien. Theater, musea,
schouwburgvoorstellingen, etcetera. Ik moet mezelf visueel, beeldend, theateraal, muzikaal blijven voeden om niet te
te lang theoretisch te blijven.
Opmerking Praktijkdomein : December: Ali 3D: Ga beeld maken: pas op dat je niet blijft kleven in theoretische bronnen.
Opmerking Praktijkdomein: Juni : Huib bij domeinbeoordeling: Ik moet mezelf gaan zien als beeldenmaker. Ik wil elk
detail verantwoord hebben in mijn beeld. Bij zinvelden: het groen is groen, maar dit heeft nog geen reden dus vind ik
het nog geen op zichzelf staand beeld. Huib gaf aan dat dit groen groen kan zijn omdat het nou eenmaal groen is:
analyseer en redeneer je werk niet zelf kapot.
Reflectie: ik heb bij mijn pop aangegeven dat ik mijn theoretische start van een onderzoek prefereer, alleen het begint nu
ook als valkuil om de hoek te komen. In mijn pop voor volgend jaar moet ik dit zeker terug laten komen.
OT (Stageplan)
Voor de aankomende stage wil ik ingaan op een vraag wat vanuit mijn praktijkwerk naar voren kwam: ik wil;
verder in videowerk, daarvoor heb ik behoefte aan meer montage-oefeningen en ook technische kennis met
bijvoorbeeld camera's en lenzen. Daarom wil ik bij videobedrijf Red Sun Media gaan stage lopen. Deze uren
kunnen niet meetellen voor de verplichte uren (kunstoverdracht staat niet centraal) maar de uren die ik bij de
educatie afdeling kan maken wel. Het is een eerste buitenschoolse stage, omdat ik workshops ga uitvoeren voor
doelgroepen die Red sun media educatie geboekt hebben. Ik heb daarnaast de opdracht om voor het
basisonderwijs een workshop te maken. Ik heb in deze groep nog geen stage-ervaring dus het lijkt me goed om
deze ervaring op te doen.
Het ontwerpen van de workhops heeft me veel inzicht gegeven in mijn eigen onderwijs- en vakvisie. Dit heeft veel
gesprekken opgeleverd met mijn stagebegeleider. De grootste zoektocht zat hem in het onderzoek naar de vraag en
aanbod in het bestaande workshop-domein en hoe mijn workshops zich daarin onderscheiden of een meerwaarde
aanbieden. Uitvoering: Red Sun Media is niet geboekt tijdens de stageperiode, maar net na de week dat ik samen met
mijn begeleider en FCD'er de stage heb geëvalueerd. De week van de stagepresentatie heb ik twee workshops video
kunnen geven en in juni bij een sport en cultuur- workshop van de Nieuwe school een fotografie- en videoworkshop die
ik zelf had ontworpen. Deze laatste workshop wordt volgend jaar meegenomen in het educatieplan van Red Sun
Media: ik mag volgens jaar ook nieuwe workshops aandragen en met het team bespreken. Als de educatie geboekt
wordt zal ik ingehuurd worden als gastdocent vanuit Red Sun Media.
Contact met studenten: Niet vanuit de workshops. Red Sun media is ieder jaar ook een leerbedrijf voor studenten van
MBO's. (dit jaar)het Sint Lucas. Ik had door het ontbreken van boekingen tijd om een tweetal stagiaires te begeleiden.
Zo heb ik met ze het stagewerkplan doorgenomen en konden ze mijn inzetten om problemen uit de stage te bespreken
zonder daar direct onze gezamenlijke stagebegeleider te moeten spreken. Ook heb ik met ze naar hun praktijkwerk
gekeken en geprobeerd ze aan relevante kunstbronnen te helpen.
3. Evaluatie verticale presentatie
VT2
Iris de Vries
Bij 2D staat modeltekenen centraal. Het is nieuw voor mij, en ik vind het moeilijk. Mijn beeld van modeltekenen is
ondertussen van realistisch 'natekenen' naar een poging om de essentie van dit lichaam weer te geven. Ondertussen
ook om er een emotie aan te koppelen bij de toeschouwer, door middel van de houding en het materiaalgebruik. Dit wil
ik gaan versterken door er kleding / stof bij te betrekken. Het naakte blijft aanwezig, dus een wisselwerking tussen het
naakt en een vorm van bedekking / bekleding. Ik loop aan tegen het goed willen weergeven van het lichaam. Ik merk dat
de onkunde die ik bij mezelf zie me tegenhoud om me te laten gaan in het onderzoek tussen naakt en bedekking. De
feedback van de medestudenten hierop was dat de lichamen prima weergegeven waren, en dat ik de onkunde
voornamelijk zelf zie. Daarbij kwam dat ze zich afvroegen of het relevant is dat de lichamen realistisch zijn voor mijn
onderzoek.
3D. Het onderzoek naar objecten komt goed over, de feedback van de medestudenten was helder. Kleur vind ik een
lastig iets. De witte achtergrond en de zwarte kleding van 'de mens' lijken kleurloos, maar door het eenkleurige van het
object krijgt de kleur toch een belangrijkheid mee. Het zoeken naar samen smelting van mens, ruimte en object klonk
ietwat abstract, maar kwam wel duidelijk over. We kwamen op een belangrijke drijfveer voor mijn onderwerpen of
beeldende onderzoeken. Datgene wat ik eng vind, vies vind of boos van wordt trekt me aan, omdat ik daar een
zoektocht ervaar naar de grens tussen ethisch en esthetisch. Als voorbeeld liet ik foto's zien waarbij ik een aangereden
dode merel ondersteboven aan de waslijn heb opgehangen, eronder ben gaan zitten en een foto heb gemaakt. De
reacties van mijn omgeving waren wisselend, van 'lachen' tot 'belachelijk dat je zo met een dooie vogel omgaat en je
jezelf daarmee wil identificeren.' Daarbij heb ik ook een fascinatie voor iets door een ding / object, bijvoorbeeld de vorm,
materialiteit en constructie van een paraplu en een stoel.
Voor film en fotografie (4D) kwam naar voren dat ik het element tijd zoals deze in het theater bestaat probeer te
betrekken binnen fotografie en film. Theatraliteit door middel van ensceneringen die een narrativiteit met zich meebrengt.
We kwamen ook op effectiviteit van een proces. Dat ik zou kunnen leren om anderen om hulp te vragen en te betrekken
bij het proces. Zo voorkom ik dat ik bij elke stap weer veel moet ondernemen voor ik kan perfectioneren, omdat ik de
kennis nog niet heb. Als ik iemand in zou schakelen die dit al wel kan, leer ik sneller door na te doen. Ook de uitspraak:
'Er is niemand die zegt dat je niets mag' gevolgd door; 'Alles kan, tot iemand zegt dat het niet kan' kwamen ter sprake. Ik
moet kaders voor mezelf maken, maar daar minder streng in proberen te zijn.
Ik merk dat mijn wil om perfect te zijn in mijn werk, terwijl ik dit nog niet kan, me kan vertragen en zelfs
tegenhouden in het proces. Ik moet leren om hulp te vragen, en daarin ook samenwerken. Niet alles willen
kunnen en vooral prioriteiten leren stellen. Hoofdzaken van bijzaken scheiden, en de bijzaken minder aandacht
leren geven, zodat ik op een rustige en minder strenge manier aan de hoofdzaken kan werken. Ik moet
oppassen voor een dwangmatige hang naar en poging tot perfectie.
4 Evaluatie verticale presentatie VT3
Iris de Vries
Mijn proces bevond zich op moment van presentatie nog bij de net gestarte minor. Ik heb in mijn beeldend werk laten
zien waar ik inspiratie uit haal, en hoe ik deze inspiratie vertaal naar mijn eigen beeldtaal van afgelopen jaren tot nu. In
mijn projecten begin ik een rode lijn te zien, daarom heb ik niet alleen deze periode van praktijk meegenomen. Ik kan
verdwalen in mijn denkprocessen en daarmee in tijdnood komen wanneer ik toegekomen ben aan het maken van
beelden. Een tip aan de aanwezige eerste en tweedejaars is om veel musea te bekijken, en daarin een regel aan jezelf
te geven. Het absolute minimaal is één keer per maand.
De feedback; Een rode lijn is goed te ontdekken. Let er op dat je niet overal een verantwoording voor wilt hebben, toeval
lijkt de duivel in je werk en werkwijze. Denk na: is jouw werkwijze ontstaan uit kracht of uit angst voor het
onberekenbare?
5 SLB advies voor het Competentie Examen
Download