van dierenarts naar medi-arts

advertisement
MANAGEMENT
VAN DIERENARTS NAAR MEDI-ARTS
John Schut* en Fred Schaeffer**
In de voorgaande artikelen werd de diergeneeskundige actualiteit in een bedrijfskundig perspectief
geplaatst. In het laatste artikel van deze reeks bespreken we de verandering van het maatschappelijk speelveld. Dat wordt groter en ingewikkelder. Daarbij heeft de practicus te maken met meer richtlijnen en controles via kwaliteitsrichtlijnen van de CKRD en ISO. De dierenarts is in dit speelveld een hoeder van de volksgezondheid en het dierenwelzijn en medeaanjager van duurzaamheidsontwikkeling van mens en dier in relatie
tot het milieu. Met inbreng van een aantal materiedeskundigen werpen wij in dit artikel een blik op toekomst en stellen ons de vraag: wat wordt de toekomstige positie van de dierenarts?
BEHOEFTE ALS LEIDRAAD VOOR
De gezondheid van het dier is verweven met, dan wel de resultante van
deze drie indicatoren.
VERANDERING
De dierenarts heeft dagelijks te maken
met drie aandachtsvelden: de mens
(inclusief zichzelf), het dier en het
ecosysteem. Wanneer we mens, dier
en ecosysteem beschouwen als afzonderlijk levende systemen met elk
hun eigen behoeften, zijn daarin
dan overlappende behoeften te ontdekken?
Het dier
Onderzoek van de Animal Science
Group in Wageningen naar indicatoren voor welzijn geeft aan dat drie
behoeften bepalend zijn voor dierenwelzijn:
1. goede voeding
2. goede huisvesting
3. ruimte voor soorteigen gedrag
De mens
De klinisch psycholoog Maslow kenschetst de menselijke behoeften(1) in
vijf hiërarchische niveaus:
1. fysiologische behoefte
2. huisvesting en veiligheid
3. liefde en saamhorigheid
4. maatschappelijke erkenning
5. zelfverwerkelijking
Het ecosysteem
Wij beschreven eerder de kenmerkende factoren van het ecosysteem(2):
1. behoud van recurrentie
2. het behoud van het stelsel van
regelkringen
3. groeiende verscheidenheid van
verschijningsvormen
ECOSYSTEEM
MENS
evolutie
zelfverwerkelijking
DIER
dierenwelzijn
maatschappelijke
erkenning
diversiteit
liefde en
saamhorigheid
soorteigen gedrag
stelsel van
regelkringen
huisvesting
huisvesting
recurrentie
voeding
voeding
Figuur 1: parallelle behoeften
412
In deze behoeftepatronen zijn overeenkomstige niveaus te onderscheiden die een bijzonder licht werpen op
hun onderlinge verhoudingen. Is dit
een gemeenschappelijke bodem waarop onze opvatting over verandering
kan aangrijpen?
In Figuur 1 zijn de onderlinge overeenkomsten tussen de drie systemen
inzichtelijk gemaakt. Net als bij de
behoeftenhiërarchie van de mens is bij
het dier en het ecosysteem een vergelijkbare behoeftenhiërarchie te onderscheiden. Vanzelfsprekend streeft het
dier naar een veilige huisvesting, echter pas nadat voldoende voedsel
beschikbaar is. Is het dier voorzien
van voeding en huisvesting dan pas
kan het dier zich richten op de ontplooiing van soorteigen gedrag.
Hoewel de behoeften van de drie systemen natuurlijk van een andere maat
en aard zijn, hebben zij zeer vergelijkbare kenmerken met zeer sterke
onderlinge relaties. Er is in essentie
geen verschil in de evolutionaire
dynamiek van mens, dier en ecosysteem. Zij voldoen alle drie aan de kenmerken van zelforganiserende systemen. Met het stijgen van de beïnvloedingsmogelijkheden van de mens op
*
organisatieadviseur bij 4bkwadraat
Cultuuradvies
** dierenarts en organisatieadviseur
bij Curalis Dienstverlening BV.
© 2012 Fred Schaeffer / John Schut
nummer 12 2012
grondstoffen en bijbehorende productie processen.
Wij verantwoorden ons intern en
extern voor de duurzaamheid van
onze productieprocessen door middel van een Triple-P rapport, dat
wordt afgestempeld door accountants
en samen met het jaarverslag meegeleverd. Uiteindelijk zul je met je productiesystemen nauwe aansluiting
moeten houden met je omringende
ecosysteem.”
NIEUWE OVERTUIGINGEN
zijn omgeving, op zijn milieu, wordt
de maatschappelijke verantwoordelijkheid voor de gevolgen van het
menselijk handelen steeds groter.
Maatschappelijke erkenning voor het
dier en voor het ecosysteem is een
kritische behoefte geworden voor de
vitaliteit van de afzonderlijke systemen en hun samenhang. De erkenning van het welzijn van het dier
loopt via de maatschappelijke erkenning van het ecosysteem als geheel.
De dierenarts dient zichzelf wanneer
hij deze parallelle hiërarchieën respecteert. Daarbij dient opgemerkt dat
de parallelliteit geen prioritering
impliceert.
AFSTEMMING
Wij introduceren in dit verband een
nieuwe term: de MEDI-arts. MEDI-arts
staat voor: Mens Ecosysteem Dier
Integratie-arts. Integratie is het samenvoegen van verschillende componenten tot een groter geheel. De samenhang van de behoeften van mens,
ecosysteem en dier en de hiërarchie
daar- in staan centraal. Dierenartsen
hebben in het MEDI-verband een verantwoordelijke strategische en integrerende positie.
PAUL VAN DONGEN
Paul van Dongen is als ingenieur
betrokken bij de verbetering en ontwikkeling van productieprocessen bij
DSM:
nummer 12 2012
Zo zijn we in een partnership met
het wereldvoedselprogramma van de
Verenigde Naties zeer actief betrokken bij voedselhulpacties. Om te zorgen dat hongerende mensen naast
alleen koolhydraten ook essentiële
vitamines binnen krijgen, hebben we
hiervoor een speciale vitaminemix
ontwikkeld. Die mix kan als een
strooisel over de rijst. Dit zien wij
als onze maatschappelijke verantwoordelijkheid, die vanuit het hoogste managementniveau wordt uitgedragen.
Ik weet weinig van diergeneeskunde,
maar kan wel iets zeggen over de
duurzaamheid in productieketens
gericht op kwaliteit. Als ik kijk naar
de milieu-impact van de vleesproductie verbaas ik me over de enorme
hoeveelheid water die nodig is voor
een kilo rundvlees. Dat valt mij op
omdat we bij DSM veel aandacht
hebben voor de waterkringlopen in
relatie tot onze productieprocessen.
Als we in waterschaarste gebieden
zitten, dan proberen we juist het verbruik zo veel mogelijk te beperken.
En met een lifecycle assessment
bepalen we de ecologische footprint
van onze producten. Als onze producten en productieprocessen dan
beter zijn dan andere en vergelijkbare
producten, dan krijgen ze de ECOplus status mee.
In de productieketens beoordelen wij
niet alleen onszelf, maar ook onze
toeleveranciers. We kijken dus bij de
inkoop niet alleen naar de prijs, maar
ook naar de milieu-impact van die
De MEDI-arts is bij uitstek de verbindende adviseur van de boer of huisdiereigenaar. Dit gaat veel verder
dan: wat is de bijdrage van dit dier
aan mijn praktijkomzet? Voor de
bezitter van het gezelschapsdier zal
de positie van de dierenarts als
gesprekspartner en welzijnshoeder
steeds belangrijker worden. Voor de
diereigenaar is de dierenarts aanspreekbaar ten aanzien van het welzijn van het dier, van de diereigenaar
en van hun omgeving. Ook over even
banale als cruciale praktische zaken
als hondenpoep of harenoverlast
maar ook over complexere vraagstukken als zoönosen, diergedragsproblemen, fokkerijproblemen, allergieën
en meer.
KONINGIN VAN DE DUURZAAMHEID:
BÈTAMEISJE WORDT ALPHAVROUW
Marjan Minnesma, directeur van
actieorganisatie Urgenda, is voor de
tweede keer op rij gekozen tot duurzaamste Nederlander. Minnesma
scoorde het hoogst op daadkracht en
op innovatie bij de experts die de
Duurzame 100 hebben samengesteld;
“Na mijn atheneum
wilde ik dierenarts worden. Ik was een bètameisje van 18. Toen ik
het universitaire studieprogramma onderzocht, bleek dat ik
413
▲
“DSM is een bedrijf dat zich bezig
houdt met Life Science en Material
Science (van vitamines tot een super
sterke vezel).
De MEDI-arts is in staat om in brede
termen te denken. Het bevorderen
van de maatschappelijke erkenning
voor de positie van het dier dicteert
een andere vraagstelling bij het kijken naar dier en milieu: wat is de
bijdrage van dit dier, deze boerderij,
dit glas melk, deze parkiet aan de
duurzaamheid van het ecosysteem?
Hoe kan ik mijn kundigheid inzetten
om het welzijn te versterken?
▲
nummer 12 2012
idealen en zeker niet over wetenschappelijk onderzoek. Uiteindelijk
gaat het om de gezondheid van de
dieren én de mensen.
De voorlopers in duurzaamheidsontwikkeling bij zowel boeren als veeartsen moeten gestimuleerd en ondersteund worden. De verandering moet
komen uit het particuliere initiatief,
van de overheid hebben we weinig te
verwachten. Deze vraagstukken zijn
actueel en worden breed uitgemeten
in de media. Daar moet je als beroepsgroep bovenop zitten. Ik mis de dierenarts in het publieke debat. Ze zijn
misschien wel druk met elkaar maar
ik zie ze niet bij Pauw en Witteman,
Knevel en Van de Brink of op Facebook en Twitter als er weer iets speelt
op het gebied van grootschalige dierziekte of antibioticagebruik. De dierenartsen moeten misschien niet
vooraan staan in deze discussie. Ze
kunnen wel een belangrijke rol vervullen. Ik spreek met heel veel partijen in het publieke debat en dierenartsen zijn nu juist zo geschikt om
vanuit hun praktijk, input te geven
aan de beleidsmakers. Dierenartsen
moeten veel meer doen om de agenda
te bepalen van het debat. En dat doen
ze niet.”
NIEUWE MISSIE
De MEDI-arts zal meer verantwoording oppakken in de bewaking van
de humane gezondheidszorg. De
KNMvD ondersteunt deze gedachte
met de introductie van het One
Health principe. Hierin is met name
veel aandacht voor de samenwerking
met humane deskundigen op het
gebied van zoönosen. Door deze
samenwerking zal meer ruimte ontstaan om de specifieke competenties
van de dierenarts in bredere zin
inzetbaar te maken. De dierenarts kan
bij uitstek het overzicht bewaren en
daarbij ook aan de uitvoering deelnemen. In een complex ecosysteem is
de dierenarts-generalist met zijn/haar
brede gezichtsveld van onschatbare
waarde bij het verbinden van vele
specialismen.
Zo zou ook de faculteit van diergeneeskunde, naast het scholen van
vele gespecialiseerde dierenartsen,
over kunnen gaan op het scholen van
integrerende MEDI-artsen. ‘Huisartsen
voor dieren’ en ‘Boerderijartsen’. Dierenartsen die optreden als moderator
van beeldvorming en besluitvorming
bij interdisciplinaire samenwerking
op de boerderij en in de dierzorgketens en de voedselproductieketens.
Die dierenartsen communiceren net zo
makkelijk over een jaarbalans als over
achtergronden van heftige emoties of
over de grondslagen van gezondheidswinst. Zij kennen de invloeden
van vleesproductie op het ecosysteem
en vice versa. Zij kunnen verklaren
waarom bejaarden met huisdieren
gezonder zijn of hoe een ecologische
voetafdruk tot stand komt.
ORGANISATIESTRUCTUUR VAN
PIRAMIDAAL NAAR NETWERKEN
De praktijken zullen meer externe
deskundigheid ontsluiten. Daarmee
kunnen zij de bredere dienstverlening bieden die de complexe vraagstelling vereist. De beschikbaarheid
van verbindingen met vele disciplines wordt voorwaardelijk voor een
goed functionerende praktijk.
Nieuwe kansen liggen er voor coöperatieve diergezondheidscentra die in
staat zijn om zowel de breedheid van
de gevraagde dienstverlening te bieden alsook de benodigde diepte. Met
als gevolg dat generalisten en specialisten in één team werken. Dit team
zal bovendien met externe kennis en
kunde versterkt worden. Zoals bij de
dierenarts die samen met de hoefsmid
een hoefbevangen pony behandelt of
samen met een geriatrisch arts de
zorg voor de dieren van de ouderen
in een bejaardenhuis op zich neemt
of samenwerkt met de technisch specialist van de melkrobot bij chronisch
verhoogde celgetallen. Andere vakoverschrijdende voorbeelden zijn biotechnische oplossingen zoals de pacemaker die beschikbaar kwam door
nauwe samenwerking tussen instrumentmakers, medici en fysiologen en
het revalidatiebad voor honden voortgekomen uit samenwerking tussen
fysiotherapeuten, industrieel ontwerpers en dierenartsen. De dienstverlening vanuit dergelijke gezondheidscentra zal een veel breder spectrum
bestrijken dan kleinere praktijken
kunnen bieden. De kleinere praktijken hebben evenzeer bestaansrecht
op basis van het kunnen inspelen op
lokale of specifieke behoeften.
WIE IS DE KLANT?
Tot voor kort was de opdrachtgever
van de dierenarts vrijwel altijd de
eigenaar van het dier. In de toekomst
zullen daar andere partijen bijkomen,
415
▲
allemaal dingen moest doen met dieren die ik onzinnig vond en waar ik
niet onderuit kwam. Toen heb ik uiteindelijk gekozen voor de studies
bedrijfskunde, rechten en filosofie
met keuzevak ethiek. Die combinatie
komt goed van pas in mijn huidige
werk op het gebied van duurzaamheid. Wat betreft de duurzaamheid in
de diergeneeskunde zie ik veeartsen
en huisdierenartsen toch als verschillende beroepsgroepen, hoewel ze
allebei over moeten stappen naar een
geneeskunde die gericht is op preventie in plaats van op handelingen
verkopen. De duurzame samenleving, vrij vertaald de houdbare
samenleving, gaat over de vraag: hoe
houden we voor onze kinderen en
kleinkinderen een samenleving in
stand waar het prettig toeven is? Wij
pleiten voor een samenleving die
meer overgaat van de consumptie
van dierlijke eiwitten naar plantaardige eiwitten. Van de overblijvende
dierlijke eiwitconsumptie wil je dan
dat die zo gezond mogelijk is en het
dier een zo dierwaardig mogelijk
leven leidt. Waarbij ik niet zie dat de
mens boven het dier staat en wij het
maar als een soort productiemiddel
moeten houden. Dan kom je al gauw
op de discussie rond de megastallen.
De laatste jaren zijn er veel incidenten rond dierziektes en discussies
over antibioticagebruik geweest. Daarin speelt de dierenarts een belangrijke rol. We moeten van ziektebestrijding naar ziektepreventie. Dan kom
je al gauw op de vraag: waar haalt de
dierenarts zijn inkomen uit? Misschien moeten we wel toe naar een
zorgabonnement op de dierenarts. Ik
heb ook een onderhoudsabonnement
op mijn CV-ketel. Eén keer per jaar
komt de monteur langs om te controleren of alles in orde is. Als er iets
mis is wordt het gerepareerd. Ik heb
zelf drie katjes op mijn boerderij.
Misschien komt straks de dierenarts
een paar keer per jaar om te checken
of alles in orde is. Wat mij betreft zou
dat kunnen. Met een vast bedrag per
maand kom je dan ook niet voor
onverwacht hoge kosten te staan.
Voor de veehouders zou je hetzelfde
kunnen doen. Een zorgabonnement
voor de hele veestapel. Bij de stap
naar een duurzame veehouderij kan
de overgang van fossiele naar duurzame energie wellicht als voorbeeld
dienen. Je moet de dierenartsen en de
boeren doelgericht benaderen. Laat
de voorlopers op het gebied van
duurzaamheid aan het woord.
Benadruk als dierenarts de economische voordelen. Heb het niet over
Volgende. Bent u samen?
▲
de belangrijkste daarvan is de eindconsument van producten van dierlijke oorsprong. De bredere verantwoordelijkheid van de dierenarts in
het MEDI-verband betekent dat het
veel vaker zal voorkomen dat de
overheid, ketenpartijen, zorginstellingen, industrie, consumentenorganisaties, melkcoöperatie, onderzoeksinstellingen of partners in de humane
ketenzorg opdrachten geven aan de
dierenartsen. Niet alleen voor veterinaire handelingen of medicatie maar
ook voor informatie en adviesopdrachten. Deze bredere taakstelling
vereist een herijking van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en rolverwachting.
EVELINE MUS
Eveline Mus, allround dierenarts met
speciale interesse in One Health,
duurzaamheid en klimaatverandering heeft hierover een duidelijk
standpunt:
nummer 12 2012
ROALD VAN NOORT
Een belangrijk nieuw aspect van het
werk van de dierenarts is dat het
werk meer en meer onderdeel is van
een groter speelveld met gedeelde
verantwoordelijkheden ten aanzien
van diergezondheid, dierenwelzijn,
milieueffecten, volksgezondheid en
voedselveiligheid. Het zich ontwikkelende speelveld van de dierenarts
kenmerkt zich, net als het globale
ecosysteem, door een groeiend aantal
spelers met een toename van onderlinge relaties. Een belangrijke deelnemer in dit verbrede speelveld is de
CRV dat met 1500 medewerkers en
een omzet van 170 miljoen wereldwijd marktleider is in rundveeverbe-
tering. De CEO, Roald van Noort,
houdt zich onder meer bezig met
mondiale landbouwontwikkeling in
relatie tot de wereldvoedselproblematiek. Aan hem de vraag of er op
termijn voldoende voedsel voor
iedereen kan zijn en welke rol daarin
is weggelegd voor de dierhouderij en
dierenarts.
Roald van Noort: “Willen we in 2050 in staat
zijn om negen miljard
aardbewoners te voeden met de huidige
productietechnologie, dan hebben
we vier planeten nodig. Geen geruststellende gedachte. De agrosector
heeft als belangrijkste taak om voldoende en ook duurzaam voedsel te
produceren. Er moeten daarvoor
rigoureuze keuzes worden gemaakt!
Het boerenbedrijf van de toekomst
stoelt op drie pijlers: voedselzekerheid, energieproductie (biobrandstof)
en de reductie van fijnstof. Ik pleit
daarom voor een schaalvergroting in
de landbouw. Er moet in de toekomst
niet alleen meer voedsel geproduceerd worden, de kwaliteit en diversiteit van het voedselaanbod zal ook
moeten toenemen met het oog op de
volksgezondheid. Kennis van de epigenetica zal een sterk verfijnd eisenpakket geven ten aanzien van de
gezondheidsbepalende factoren van
voeding. De samenstelling van voedingsmiddelen zal in de toekomst
volledig afgestemd zijn op ons genenprofiel. De consument loopt dan met
een voedselscanner in zijn mobieltje
door de supermarkt om het product
te vinden dat het beste bij het eigen
DNA-profiel past. Om zo gezond te
blijven. Innoveren is het toverwoord
voor zowel de voedselproducent,
voor de verwerkende industrie als
voor zorg- en dienstverleners aan
deze sectoren. En dat biedt ook nieuwe kansen voor de dierenartsen.
Deze kunnen bijvoorbeeld in multidisciplinaire samenwerking met
landbouwdeskundigen tot verfijning
en verdieping van de dienstverlening
aan de innoverende voedselketen
komen. De nieuwe dierenarts is in
staat om de voortrekkersrol in die
innovatie te verduurzamen.”
ECOLOGISCHE ICT
Het informatiesysteem van de MEDIarts moet één op één aansluiten op
de ecologische werkelijkheid en is
te definiëren als een ecologisch ICTsysteem. Een ideaal ecologisch infor-
417
▲
“Vorig jaar heb ik mijn
carrière als allround
practicus onderbroken
voor een MSc-opleiding
Wild Animal Health in
Londen. Hier ben ik gaan inzien dat
juist onze beroepsgroep, door de zeer
brede opleiding en oriëntatie, beschikt
over inzicht in de samenhang van
humane gezondheid, diergezondheid,
ecosystemen en landbouw. De huidige voedselproductiesystemen zijn erg
belastend voor dier en milieu en
schieten op verschillende fronten
tekort. En dat in een wereld waarin
we de komende veertig jaar nog twee
miljard extra monden krijgen te voeden! In de diergeneeskunde zien wij
daarnaast opkomende infectieuze
ziekten overgebracht door muggen en
teken, maar wel als gevolg van klimaat veranderingen en de afname
van biodiversiteit. Als we de aarde
ook voor de generaties na ons netjes
willen achterlaten is het noodzakelijk te zoeken naar economisch, ecologisch en sociaal duurzame oplossingen. Dit is dé uitdaging voor ons
vakgebied. Ik vind dat we als beroepsgroep te veel naar binnen hebben gekeken en te bescheiden zijn geweest.
We hebben met onze klinische mogelijkheden een belangrijke onderbelichte maatschappelijke verantwoordelijkheid op het vlak van One
Health, duurzaamheid en goede
voedselvoorziening. In hoeverre we
deze handschoen oppakken zal voor
een belangrijk deel onze rol in de
samenleving van morgen bepalen.
Wie die rol zal vervullen is de vraag.
Want zal een middelbare scholier
voor het beroep van dierenarts kiezen, als de berichtgeving in de media
het beeld oproept van een beroepsgroep die overmatig antibiotica
gebruikt, een rol speelt in de bioindustrie en ingezet wordt bij ruimingen? Een weinig inspirerend
imago en net zo eenzijdig als het
voormalige romantische beeld van
de dierenarts. Er wordt gesuggereerd
dat de beroepsgroep feminiseert.
Afnemende status en teruglopend
inkomen zouden mannelijke middelbare scholieren weerhouden voor het
beroep te kiezen. Ik betwijfel dit. We
hebben als beroepsgroep nog steeds
het imago van (zeer) goed verdienend. Buiten de diergeneeskunde
ben ik nog niemand tegengekomen
die van de inkomensrealiteit op de
hoogte is. Inkomen en status zijn mijns
inziens niet de prikkels die ons goede
dierenartsen brengen. De samenleving heeft dierenartsen nodig die
bewust kiezen voor de inhoud van
ons vak. Een mooi vak met een dynamische toekomst midden in de maatschappij. Een beroep dus voor slimme
vrouwen én voor slimme mannen.
Als we dat collectief invullen en uitdragen volgen de passende status en
inkomen vanzelf.”
▲
matiesysteem gedraagt zich volgens
dezelfde principes als het ecosysteem.
Deze principes hebben wij samengevat als een trias eco-informatica.
DE TRIAS ECO-INFORMATICA
(SCHUT - SCHAEFFER)
Een ecologisch informatiesysteem is
een:
1. half open systeem
2. waarin elke regelkring in aanleg
een leerkring is
3. waarvan de levensduur van het
systeem is opgenomen in het ontwerp
KENMERKEN VAN EEN ECOLOGISCH
Figuur 3: Mieren vormen een netwerk met hun voelsprieten om te komen tot oplossingen en samenwerkingsgedrag
INFORMATIESYSTEEM
Wat zijn nu volgens deze trias de
onderscheidende kenmerken van een
ecologisch ICT-systeem? In Figuur 2
staan de kenmerken naast elkaar van
het traditionele informatiesysteem,
het ecologisch informatiesysteem en
het ecosysteem zelf. Een belangrijk
onderscheid tussen het ecologisch
ICT-systeem ten opzicht het traditionel ICT-systeem is de netwerkfunctie.
Met continue externe referentie kan
het ecologisch systeem de interne
kennis van processen en data toetsen,
spiegelen en aanpassen aan externe
informatie, richtlijnen en normen. De
ecologische ICT informeert bovendien en stuurt interne processen aan.
Beleidsnormen worden zo via richtlijnen doorgevoerd tot op de werkvloer. Tegelijkertijd worden de praktijkervaringsgegevens teruggemeld
naar beleidsniveau.
Die terugkoppeling garandeert dat
elke richtlijn een leerkring heeft. Zo
kenmerk
systeem
complexiteit
bouwplan systeem
structuur
uitwisselingsstandaard
bediening
sensorische data
regelkring
referentie
dataverwerking
data-interpretatie
leerkring
ontstaat wederkerige aansturing op
basis van de toetsing van de richtlijnen aan de actualiteit van de werkprocessen. Deze terugkoppeling is
onontbeerlijk voor een ecologisch
informatiesysteem en leidt tot voortschrijdend inzicht in een lerende
organisatie. Men werkt volgens een
dynamische collectieve richtlijn,
waarvan de norm voortdurend wordt
geoptimaliseerd. Hiermee komt de
best passende functionele afstemming binnen het MEDI-verband tot
stand. Een uniforme uitwisselingsstandaard met een universele code is
daarvoor voorwaardelijk. Het ecosysteem kent als universele code de
genetische digitale code geschreven
met de vier basen: guanine, cytosine,
adenine en thymine. ICT gebruikt
daarvoor het binaire systeem. Met de
binaire code kan de genetische code
volledig gespiegeld worden. Van
vitaal belang is de mogelijkheid om
bij overgang op een nieuwe systeemgeneratie de beschikking te houden
traditioneel
informatiesysteem
over data door opslag in een universele code. De binaire code voldoet
aan deze standaard. De binair opgeslagen data moeten beschikbaar en
inzetbaar blijven voor volgende
generaties ecologische informatiesysteem.
De procesaansturende mogelijkheden van ecologische ICT zijn optimaal bij goed gedetermineerde data,
maar kunnen nooit leiden tot volledige robotisering. De dierenarts blijft
onontbeerlijk op twee gebieden, aangeven onderin Figuur 2. Onmisbaar
is zijn interpretatiekracht en zijn vermogen tot triple loop learning.
Weliswaar zijn de mogelijkheden
van ICT steeds fijnmaziger en sensitiever, echter in complexe beslissingsmodellen is de menselijke geest
vooralsnog voorzien van de beste
software. Met zijn interpretatiekracht kan de dierenarts de deels
ongedetermineerde klinische data
steeds opnieuw wegen en duiden.
ecologisch
informatiesysteem
ecosysteem
hoog
gesloten
hiërarchisch
afwezig
expert
registratie
afwezig
intern
registratie
hoogst
hoger
half open
half open
netwerk
netwerk
uniform
uniform
universeel
universeel
verwerkbaar
verwerkbaar
aanwezig
aanwezig
intern en extern
intern en extern
registratie + interpretatie + sturing registratie + interpretatie + sturing
+ toetsing
+ toetsing
afwezig
complex
eenvoudig
TRADITIONEEL
MEDI-arts
single loop
triple loop
double loop
© 2012 John Schut
Figuur 2: Kenmerken van informatiesystemen
418
nummer 12 2012
De ruimte voor interpretatie door de
MEDI-arts moet ingebed zijn in het
ontwerp, de professionele interpretaties moeten echter wel registreerbaar
en communiceerbaar zijn.
RICHTLIJNEN EN WERKWIJZE
Wanneer op beleidsniveau helderheid is gecreëerd over de strategie en
doelen van een MEDI-systeem kunnen besturingsafspraken naar voren
komen in de vorm van richtlijnen. De
discussie rond de totstandkoming
van de richtlijnen vanuit het CKRD
in de diergeneeskunde is hiervoor
een goed voorbeeld. De richtlijnen
zijn er niet voor cosmetische of voor
juridische dekking van beleidsmakers maar moeten voortkomen uit, en
functioneel geïntegreerd zijn in, de
werkprocessen van de MEDI-artsen.
Dit vraagt om een begrijpelijke en
gedragen systematiek. Een stelsel van
formele richtlijnen met standaardisering waar mogelijk en vrijheid waar
nodig. Daarmee worden de dagelijkse
werkprocessen ingericht. Die inrichting is omschreven in Figuur 3.
In het model geven de pijlen naar
rechts de verschillende processtappen aan van een systematiek die
richtlijnen werkzaam maken van
beleidsniveau tot op de werkvloer en
terug. De pijlen naar links geven de
feedback mechanismen aan, deze
maken van de regelkring een leerkring. De leerkringen zorgen voor
voortschrijdend inzicht, verfijning
en groei. Zonder deze leerkring loopt
een richtlijn vroeger of later achter
bij de dagelijkse praktijk en wordt
standaardisering een vorm van geschiedschrijving in plaats van een
weg naar kwaliteitsverbetering. De
nummer 12 2012
RICHTLIJN
deeltaak
taakregel
taakregel
normtaak
deeltaak
taakregel
werkplan
formulier
taakregel
deeltaak
uitvoering
DATA
Dat betekent in de praktijk dat de
dierenarts eerst controleert of er een
richtlijn bestaat voor een bepaalde
(klinische) vraagstelling. Vervolgens
beoordeelt deze of de richtlijn passend is voor die situatie, om daarna
te beslissen volgens deze richtlijn
te gaan werken dan wel daar onderbouwd van af te wijken. Deze
manier van werken behelst ook het
principe van triple loop learning;
andere betekenis geven, anders denken, anders doen, wanneer de situatie hierom vraagt. De dierenarts kan
met zijn interpretatiekracht en leervermogen gekoppeld aan het ecologisch ICT-systeem de best passende
diergeneeskundige dienstverlening
bieden.
taakregel
taakregel
taakregel
© Fred Schaeffer
Figuur 3: Het ecologische informatiesysteem van de MEDI-arts
MEDI-arts echter kan te allen tijde
onderbouwd en geregistreerd afwijken van de standaard(3). Hij handelt
dan weliswaar buiten de richtlijn,
maar biedt wel de best passende
oplossing. Als noodzakelijke afwijking van een richtlijn vaker en bij
meerdere collega’s optreedt leidt dit
via de leerkring tot bijstelling van
de richtlijn. De implementatie van
de dynamische richtlijnen krijgt via
normtaken gestalte in het werkplanformulier. In het werkplanformulier
zijn de richtlijnen opgenomen als
vooringerichte, indicatiespecifieke
werkprocessen. Daarin treffen we
vele componenten aan zoals de standaard invulvelden van patiëntonderzoek, indicatie, therapievoorstel,
kostenopbouw, werkprotocol, rollen
en methoden. Tevens is in het werkplanformulier plaats ingeruimd voor
interpretatie, stappenplannen, én
wederom de mogelijkheid om op alle
punten onderbouwd af te wijken. De
rijkdom aan onderbouwde professionele kundigheid wordt zo een vanzelfsprekende mogelijkheid van heldere terugkoppeling naar de beleidsvormende organen en waar nodig
naar externe partners in het totale
MEDI-verband. Deze werkwijze biedt
de borging van een voortschrijdend
inzicht van de MEDI-arts en voor het
vertrouwen in de MEDI-arts als kennisautoriteit.
ring. De dierenarts wordt een MEDIarts in een groter speelveld en met
andere verantwoordelijkheden. De
MEDI-arts is een betrouwbare kennisautoriteit, een kundige verbinder van
dienstverleners aan dier, mens en
milieu. De MEDI-arts heeft aandacht
voor een duidelijk imago. De MEDIarts is impliciet ook een MEDIA-arts
die steeds bereid is zich ook in de
media publiekelijk te verantwoorden.
Meer dan ooit liggen er maatschappelijke taken en verantwoordelijkheden
die vragen om diergeneeskundige
invulling. Nooit eerder deed de
samenleving een veelomvattender
appèl op de kennis en kunde van de
dierenarts. De kansen zijn groot. De
MEDI-arts is aan zet. ■
Fotoverantwoording
Pasfoto Eveline Mus: Evelein Mesman fotografie
Referenties
1. Artikel DIER•EN•ARTS; duurzaamheid deel
2: ‘Slechts door dienen komt men tot
heersen’
2. Artikel DIER•EN•ARTS; duurzaamheid deel
1: ‘Inzicht en uitzicht’
3. Artikel DIER•EN•ARTS; ‘Centraal Kwaliteitsregister diergeneeskunde: einde of begin van
de dierenarts als professional’
SAMENVATTING VAN DEZE REEKS
ARTIKELEN
In deze reeks artikelen werd een
beeld geschetst van de veranderingen
in de diergeneeskunde. De diergeneeskunde is in beweging van een
klassieke naar een duurzame benade-
419
Download