Egyptenaren - Antonius Abt

advertisement
DaVinci: wereldverkenning
samen met ouders
‘Alles heeft te maken met al het andere,’ Leonardo DaVinci
De methode DaVinci
Leerkrachten geven geen aparte vakken aardrijkskunde, geschiedenis,
biologie, maatschappijleer, techniek, natuur- en scheikunde, verzorging,
filosofie en levensbeschouwing meer zoals in andere methodes op de
basisschool, maar bieden dit als geheel aan met één centrale les per week.
Op deze manier zullen kinderen verbanden zien tussen alles wat aangeboden
wordt.
Gebaseerd op de theorie van Maria Montessori over
Kosmisch Onderwijs en Opvoeding.
‘Verwondering staat aan het begin van wijsheid.’ Plato
Een voorbeeldthema: Egypte
Een voorbeeld: als we het over de Egyptenaren (geschiedenis) hebben,
bekijken we eerst de tijdlijn van de hele menselijke beschaving en de plaats
die de Egyptenaren daarin nemen. Vervolgens behandelen we de piramides.
Die piramides zijn gemaakt van zandsteen (aardrijkskunde) dus gaan we
kijken waar zandsteen voorkomt in Afrika. De piramides zijn gemaakt volgens
een bepaalde bouwtechniek (techniek). Ze werden gebouwd vanwege een
geloof in leven na de dood (levensbeschouwing), we kijken naar wat de
kinderen zelf geloven en of dat aansluit bij een van de wereldgodsdiensten of
juist niet. De Nijl speelt een belangrijke rol in het oude Egypte, we gaan
onderzoeken welke dieren en planten (biologie) er leven in en om de Nijl en
dat vergelijken met een rivier in de buurt van onze eigen woonplaats.
De thema’s
Onderbouw: seizoenen > Zomer, Herfst, Winter, Lente
Middenbouw: oriëntatie op jezelf en de wereld > Ontstaan van het heelal, de
aarde, de werelddelen, de kringloop van het water, bergen en vulkanen, de
natuur, het leven…
Bovenbouw: volken en tijdvakken uit de menselijke beschaving: Egyptenaren,
Grieken & Romeinen, Middeleeuwen, Indianen, Vikingen, Ottomanen,
Nieuwe Tijd, Maori, Aziaten, Nieuwste Tijd
Belangrijke onderdelen
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Hogere Orde denken
21th century Skills & Coöperatief werken
Overzichten & Mindmappen
Het Themawerkstuk
De Themamap
Ouders/verzorgers
1
Hogere orde denken:
4.
Analyseren: Kikkers vallen onder Amfibieën, die
vallen onder Gewervelden en er zijn ook Ongewervelden.
5.
Evalueren: Het is praktisch dat amfibieën zowel in
het water als op het land kunnen leven als er op één van
de twee gebieden gevaar dreigt.
6.
Creëren: Een kikker kan op de Noordpool overleven
als …
Lagere orde denken:
1.
Onthouden: Een kikker is een amfibie.
2.
Begrijpen: Een kikker is een amfibie omdat hij zowel
in het water als op het land leeft…
3.
Toepassen: Andere amfibieën zijn padden en
salamanders…
Heel veel
antwoorden
mogelijk.
Vaak één antwoord waarover consensus is.
Het ‘is waar’.
21th Century Skills
&
Coöperatief
werken
Wereldwijd worden verschillende definities en modellen van 21st
2
century skills gehanteerd. Op veel onderdelen
vertonen ze overeenkomsten, op sommige onderdelen wijken ze
van elkaar af of vullen ze elkaar aan. Hier een interpretatie van
Frank van den Oetelaar:
1.Samenwerking: Bij deze vaardigheid wordt uitgegaan van
leerarrangementen waarin leerlingen samenwerken. Hierbij kan
worden gedacht aan samenwerking tussen medeleerlingen, maar
ook met medeleerlingen en/of volwassenen buiten het klaslokaal
of de school. De nadruk bij deze vaardigheid ligt met name op de
kwaliteit van samenwerking. Hoge niveaus van samenwerking
worden bereikt wanneer leerlingen gedeelde
verantwoordelijkheid voor het werk hebben. Leerlingen leren
hierdoor belangrijke samenwerkingsvaardigheden als
onderhandelen, taken verdelen, luisteren naar ideeën en kennis
van anderen, en integratie van kennis in een samenhangend
geheel. Leerlingen hebben elkaar nodig om tot een product te
komen. Samenwerken kan plaatsvinden door middel van face-toface interactie of met behulp van technologie voor het delen van
ideeën of middelen.
2
Werkvormen binnen coöperatief werken:
A. Om de beurt antwoorden
– Na de opdracht en de denktijd geeft
ieder kind uit het tweetal of groepje om
de beurt een antwoord. Kan mondeling
en schriftelijk.
B. Elkaar coachen
– Na de opdracht en de denktijd begint A
te schrijven of vertellen en B coacht en
geeft feedback. Dan van rol wisselen.
C. Tweetallen vergelijken
– Na de opdracht en de denktijd gaan A
en B samen antwoorden formuleren.
– A en B presenteren hun antwoorden
aan C en D en vv.
D. Genummerde groepen
–Kinderen vormen in viertallen
groepjes, ieder kind heeft een
nummer: 1, 2, 3 of 4. (Ze
hebben altijd dat nummer of
krijgen het ter plekke.)
–Leerkracht geeft opdracht:
het groepje steekt de hoofden
bij elkaar en overlegt, komt tot
een antwoord.
•Alle nummers 1 komen bij elkaar
en wisselen uit. Idem voor de nr.
2, 3 en 4…
•Nummers 2 roepen tegelijk
hardop het antwoord.
•Nummers 3 schrijven het
antwoord op een bord.
•Nummers 1 wisselen van team
én komen terug
2
•
•
•
•
GIPS
Gelijke deelname van alle kinderen
Individuele aanspreekbaarheid
Positieve wederzijdse afhankelijkheid
Simultane actie
3
Overzichten
Tijdlijn van de Menselijke Beschaving:
Voor de bovenbouw biedt dit een overzicht voor de geschiedenis waarbij Nederland, Europa en
de wereld met elkaar vergeleken worden. Uit elk werelddeel wordt een volk behandeld en
daarmee alle topografie, alle klimaten, alle filosofieën, levensbeschouwingen, dieren en planten
…
3
Overzichten
3
Overzichten
3
Mindmappen
Elk kind
maakt per
thema
minstens 1
mindmap.
Ze houden
dit bij in
hun eigen
Helikoptermodel.
3
Mindmappen: Denkraam
De hersenen bestaan uit een linker- en een rechterhersenhelft. In elke helft
ontwikkelen zich andere capaciteiten: in de linkerhelft bijvoorbeeld taalvermogen,
rekenkundig in- zicht en analytisch denken en in de rechterhelft aanleg voor tekenen,
muziek, ruimtelijke besef en verbeelding. De hersenhelften zijn gescheiden systemen
die zelden samen worden gebruikt. Maar met het maken van een Denkraam worden
elementen uit beide hersenhelften tegelijk benut, zodat de hersenhelften elkaar
versterken. Daardoor beschik- ken de kinderen over een oneindig creatief potentieel,
een groter associatievermogen en meer intellectuele capaciteiten. De informatie wordt
op zo’n manier in kaart gebracht opdat de bovenstaande functies optimaal werken en
elkaar versterken.
3
Mindmappen: Denkraam
Er zijn 7 regels voor het maken van een Denkraam:
1. Start in het midden van een liggend vel papier.
2. Zet het hoofdthema in het midden, zowel geschreven als getekend.
3. Gebruik verschillende kleuren.
4. Verbind zijtakken aan het hoofdthema en verdeel die eventueel weer onder.
5. Zorg dat de zijtakken golven en overvloeien in elkaar.
6. Gebruik maar één woord per zijtak en zorg dat de tak even lang is als het woord.
7. Gebruik afbeeldingen en pictogrammen om het beeldend en dus memorabel te
maken.
4
Themawerkstukken
Ieder kind maakt 1 themawerkstuk bij elk
thema waarin hij zijn talenten kan laten zien
middels onderzoekend en ontwerpend
leren.
4
Stappen Themawerkstuk
Naam:
Groep:
Themawerkstuk:
Stap 1 Wat is mijn vraag, probleem of waar verwonder ik me over?
Stap 2 Wat is mijn onderzoeksvraag?
Stap 3 Zo zet ik mijn onderzoek op.
Stap 4 Ik voer mijn onderzoek uit.
Ik hou ook een tussenevaluatie.
Stap 5 Evaluatie
Stap 6 Conclusie met schema
Stap 7 Presentatie
Stap 8 Beoordeling
5
De themamap
Alle 2-dimensionale verwerkingen worden bewaard in de themamap.
Handig voor de kinderen: alles bij elkaar.
Interessant voor ouders om in te zien.
5
OUDERS
Om de golf van activiteit zo groot mogelijk te maken, betrekken we ouders
actief bij het thema. Het gaat er dan niet per se om nieuwe kennis over te
brengen, maar om de interactie tussen het kind, zijn ouders en de school.
Wat hebben ouders met het thema, wat interesseert hen? Kunnen en willen
zij daar misschien wat over vertellen of laten zien in de klas?
Bij elk thema vinden ouders boeken om samen met hun kind te lezen en
filosofische onderwerpen voor gesprekken met hun kind. Tevens zijn er
ideeën voor films en spellen en zijn er tips voor uitjes die ze kunnen
ondernemen zoals het bezoek van musea en andere culturele instellingen.
Het gaat er ook thuis om verwondering op te wekken voor de wereld om
ons heen en kinderen te stimuleren vragen te stellen. Op deze manier gaat
het thema nog meer leven bij de kinderen en ontstaat er een natuurlijke
samenhang tussen het leven van het kind op school en thuis.
www.davincivoorthuis.nl
5
Kunst: pilot
Als we toch bezig zijn om een thema van alle kanten te bekijken en we
hebben het bijvoorbeeld over de Maori: is het dan niet logisch te kijken naar
de kunst?
Wat voor gebouwen ontwierpen de Maori?
Wat voor muziek beluisterden ze?
Welke instrumenten hadden ze?
Zijn onze ontdekkingsreizigers beïnvloed door de Maori?
Welke dansen hadden ze?
…?
Dat doen we allemaal in de pilot Kunstzinnige Oriëntatie.
5
Kunst: pilot
Tijdens Kunstzinnige Oriëntatie gaat het over de vakken:
• Muziek
• Bewegen op muziek
• Taal & spel (drama)
• Beeldende vorming (tekenen, handvaardigheid, techniek, film en
fotografie, multimedia)
Vragen?
[email protected]
Download
Random flashcards
fff

2 Cards Rick Jimenez

mij droom land

4 Cards Lisandro Kurasaki DLuffy

Rekenen

3 Cards Patricia van Oirschot

Create flashcards