In het vorige artikeltje heb ik geprobeerd u te

advertisement
NOORDERLICHT/POOLLICHT
WIS EN WAS ONDERZOEK - 2008
POOLLICHT
Het poollicht is een lichtverschijnsel in de aardatmosfeer dat bij duisternis kan worden
waargenomen. Men ziet het vooral op hoge geografische breedtes en dat betekent dat het
verschijnsel vooral 's winters zichtbaar is. Andere namen zijn noorderlicht (aurora borealis) en
zuiderlicht (aurora australis). Als het poollicht zich voordoet zien we vaak een lichte gloed of is
het licht zichtbaar als bewegende bogen, stralenbundels of gordijnen van licht en heel zelden
is het zelfs vlammend. Soms staat aan de noordelijke horizon een boog waaruit de lichtstralen
als zoeklichten omhoog schieten.
INHOUD
1 Natuurkunde van het poollicht
2 Folklore en mythologie
3 Relatie met zonnevlekken
4 Waarneming
5 Op andere planeten
6 Externe links
7 Bronnen, noten en/of referenties
NATUURKUNDE VAN HET POOLLICHT
Het poollicht hangt samen met uitbarstingen (plasmawolken) op de zon, waarbij grote
hoeveelheden geladen deeltjes het heelal in geslingerd worden. Het aardmagnetisch veld zorgt
ervoor dat de deeltjesstroom in de omgeving van de aarde wordt afgebogen en in de buurt
van de Noord- en Zuidpool met verhoogde snelheid de atmosfeer binnendringt. De van de zon
afkomstige deeltjes bevatten veel energie, die in de bovenste kilometers van de atmosfeer
door botsingen wordt overgedragen op zuurstof- en stikstofatomen. Die energie komt
uiteindelijk weer vrij en wordt op 80 tot 1000 kilometer hoogte uitgestraald in de vorm van
het kleurrijke poollicht. Dit werd pas in 1957 ontdekt, tijdens het Internationaal Geofysisch
Jaar.
FOLKLORE EN MYTHOLOGIE
Voordat de wetenschap met de verklaring voor het ontstaan van het poollicht kwam, waren er
meerdere verklaringen voor het poollicht te vinden in de folklore en mythologieën van
verschillende culturen. Het beeld op leven en dood, het verband met de geestenwereld en de
strijd tussen bovennatuurlijke krachten in de hemel, zijn hiervan een voorbeeld. Men denkt
ook dat het verschijnsel voor veel mensen angstaanjagend was.
In de middeleeuwen zagen sommige Europeanen de roodgloeiende aurora als een voorteken
van onheil, oorlog en bloedvergieten. Er zijn ook nog andere gedachtegangen. Zo was er een
Noor die al in het jaar 1250 dacht dat het ijs op Groenland zo veel kracht genereerde dat het
licht van de aurora ermee kon ontstoken worden.
Andere Scandinaviërs vroegen zich af of het een weerspiegeling van de zee of zelfs van een
school haringen was.
De Cree-indianen geloofden dat wie stierf, in een dansende geest – de geest van de aurora –
belandt. Zij hebben de aurora’s altijd als heilig beschouwd. Ook de folklore en mythologie van
volkeren, zoals de Inuitmythologie en de Nieuw-Zeelandse Maori’s, staat bol van verwijzingen
naar de aurora’s, of “het branden van de hemel”.
RELATIE MET ZONNEVLEKKEN
Rond 1840 ontdekte de Ierse sterrenkundige en militair Sir Edward Sabine (1788 - 1883) dat
er een relatie bestaat tussen de activiteit van zonnevlekken en het magnetische veld van de
aarde. Sabine onderzocht magnetische stormen, die naalden van kompassen deden afwijken.
De wisselingen in het aardmagnetisme traden tegelijkertijd op met noorder- en zuiderlicht.
Om dit fenomeen verder te onderzoeken kreeg hij de Engelse regering zover dat zij in 1840
een netwerk van meetstations bouwde. Na analyse van zeer veel meetgegevens ontdekte
Sabine dat de magnetische stormen een cyclus hadden van tien tot elf jaar.
De Duitse apotheker en sterrenkundige Samuel Schwabe had sinds 1826 dagelijks het aantal
zonnevlekken geregistreerd. Ook hij nam een cyclus waar van tien à elf jaar. Sabine legde hun
gegevens naast elkaar en kwam tot de conclusie dat er een verband bestaat tussen
zonnevlekken en storingen in het aardmagnetisme.
WAARNEMING
De kans op poollicht is het grootst in jaren met grote activiteit op het oppervlak van de zon.
Om de elf jaar maakt de zon zo'n actieve periode door (het laatst in 2011), wat zich uit in een
groter aantal zonnevlekken. Wanneer zo'n zonnevlek naar de aarde is gericht kunnen de
geladen deeltjes die bij de uitbarsting vrijkomen de aardse atmosfeer bereiken en poollicht
veroorzaken. Radiozenders op de korte golf worden enige uren tevoren ernstig gestoord.
In Nederland wordt jaarlijks gemiddeld ongeveer zeven dagen poollicht waargenomen, het
vaakst in jaren met veel zonneactiviteit
OP ANDEREN PLANETEN
Zowel Jupiter als Saturnus hebben een sterker magnetisch veld dan de aarde: de veldsterkte
op de evenaar van Jupiter is 0,43 millitesla
, tegen 0,03 mT op aarde en beide planeten hebben stralingsgordels. Poollicht is op beide
planeten waargenomen, vooral door de Hubble Space Telescope. Ook Uranus en Neptunus
hebben volgens waarnemingen poollicht.
De poollichten op deze gasreuzen lijken net als op aarde veroorzaakt te worden door de
zonnewind. Maar ook de manen van Jupiter, vooral Io, leiden tot poollicht op Jupiter, door
elektrische stromen langs veldlijnen ("field aligned currents"), die opgewekt worden door een
dynamomechanisme ten gevolge van de onderlinge beweging van de draaiende planeet en de
maan. Io heeft actieve vulkanen en een ionosfeer en is een sterke bron. Haar elektrische
stromen geven ook radiostraling, die sinds 1955 onderzocht worden. Io heeft zelf ook
poollicht, net als de andere manen van Jupiter Europa en Ganymedes, zo bleek uit
waarnemingen van onder meer de Hubble Space Telescope. Deze aurora's ontstaan als plasma
uit de magnetosfeer van Jupiter invalt op hun ijle atmosferen.
Download