Voorkant Asbestherkenning

advertisement
INSTITUUT VOOR
MILIEUONDERZOEK
Asbestvoorlichting en Herkenning
AQUATEST
Zwartven 1
5527 AN Hapert
Tel: 0497-385024
Fax:0497-388904
Web-site: www.asbest.nl
EN-304
NEN-ISO-9001:2000
AO-47
SC-540
Inhoudsopgave
1.
ASBEST
2.
WETGEVING
3.
ASBESTHERKENNING EN TOEPASSINGEN
4.
ARBEIDSHYGIËNE
Bijlage:
Voorbeeld voorschriften Minerale vezels
Oefening asbestherkenning
HOOFDSTUK 1.
1.1.
ASBEST
INLEIDING
De doelstelling van dit hoofdstuk is de kennis over het materiaal asbest te vergroten, zodat de
cursist zich bewust wordt van o.a. de eigenschappen en de gezondheidsaspecten van het product
asbest.
Er komen diverse onderwerpen aan de orde. Hierbij kan men o.a. denken aan:
Wat is asbest
Soorten asbest
Eigenschappen van asbest
Toepassingen van asbest
Gezondheidsrisico’s van asbest
Asbest was in eerste instantie commercieel gezien een groot succesverhaal. Echter, ontstaan er al
rond 1900 verdenkingen tegen asbest. Asbest zou mogelijkerwijs risico’s m.b.t. gezondheid
kunnen inhouden.
In de jaren '70 begint de overheid in Nederland een actief beleid te voeren tegen de blootstelling
aan asbest voor werknemers van bedrijven waar asbest wordt bewerkt. Pas in 1993 stelt de
overheid voor het eerst een algemeen verbod in voor het bewerken, verwerken en het in voorraad
houden van asbesthoudende materialen.
1.2.
ASBEST
De definitie van asbest luidt:
Asbest is een verzamelnaam voor een groep natuurlijk voorkomende mineralen (bijvoorbeeld
Magnesium, Silicium, IJzer)
die zijn gekristalliseerd tot een vezelachtige structuur. De
duurzaamheid en de vezelachtige structuur zijn het gemeenschappelijke kenmerk van die mineralen
Asbest is een mineraal dat over de hele wereld wordt aangetroffen. De delfstof wordt in open
mijngroeven gewonnen . De belangrijkste mijnbouw vindt/vond plaats in de USA, Canada, Zuid
Afrika, China, Brazilië, Australië, Indiä, Cyprus en enkele voormalige Sovjet republieken.
Figuur 1.1 Open mijngroef in Quebec
Asbestherkenning en voorlichting / versie 1
Asbest
Soorten asbest
De verschillende soorten asbest onderscheiden zich van
elkaar in kleur, chemische samenstelling, morfologie
(vorm en opbouw van de vezels) en duurzaamheid.
Kleurverschillen zijn alleen bij het ruwe asbest te zien.
Tijdens de bewerking verdwijnen de kleuren. De
asbestsoorten zijn te verdelen in twee typen. Te weten
serpetijnen en de amfibolen.
Figuur 1.2 Ruwe asbest
De amfibolen
De amfibole vezel is een naaldvormige vezel (vergelijk met een staaldraad) bestaande uit naast
elkaar in de lengte richting gerangschikte vezels.
De vezel is vrij gemakkelijk splijtbaar in de lengterichting. Het gevolg is dat vezels ontstaan met een
zelfde lengterichting, maar een kleinere diameter.
De serpetijnen
De serpetijnen, dit type heeft slechts een vertegenwoordiger. Dat is chrysotiel ofwel witte asbest. De
serpetijnen vezel is een gekrulde vezel (vergelijk met een touw). Bij splijting zal deze vezel eerder
dwars splijten dan in de lengterichting. Het resultaat zijn kortere vezels
met een zelfde diameter als de oorspronkelijke.
soorten asbest
Serpetijnen
Hiertoe behoort Chrysotiel, ook wel witte asbest genoemd.
Amfibolen
Hiertoe behoren onder meer:
Crocidoliet (blauw asbest)
Amosiet (bruin asbest)
Actinoliet (groene asbest)
Anthophylliet (gele asbest)
Tremoliet (grijze asbest)
Chrysotiel is verreweg het meest verwerkt: in zo'n 90% van de producten waarin asbest verwerkt is
komen we chrysotiel tegen.
kristal
Chemische samenstelling en structuur
Asbest heeft een eenduidige vezelstructuur die onder de microscoop goed is te herkennen. De
vezels bestaan, zijn opgebouwd uit langwerpige kristallen. Met name deze langwerpige kristallen
zijn bepalend voor de eigenschappen van asbest. Juist omdat elk soort asbest zijn eigen
kristalstructuur heeft maakt dat er onderling verschillende eigenschappen zijn voor de diverse
soorten asbest.
Asbestherkenning en voorlichting / versie 1
Asbest
Chrysotiel
Figuur 1.3 geeft chrysotiel weer.
Figuur 1.3 Chrysotiel
Crocidoliet en amosiet
Figuur 1.4 en 1.5 geven respectievelijk Amosiet en Crocidoliet weer.
Figuur 1.4 Amosiet
Figuur 1.5 Crocidoliet
Asbestherkenning en voorlichting / versie 1
Asbest
Met betrekking tot de daadwerkelijke verwijdering is het van belang onderscheid te maken tussen
hecht- en niet hechtgebonden vezel (asbest).
hechtgebonden
Bij de verschillende materialen waarin asbest is maakt men onderscheidt in hechtgebonden en
niet-hechtgebonden materialen.
Definitie van hechtgebonden asbest:
Asbesthoudend materiaal waarin asbestvezels zodanig goed gebonden zijn dat ze onder normale
omstandigheden niet of nauwelijks vrijkomen.
Uit hechtgebonden materiaal komen asbestvezels alleen maar vrij bij bewerkingen (boren, zagen,
breken) of door geforceerde slijtage (schuren).
niet-hechtgebonden
Zoals de naam al zegt zal de asbestvezel bij niet-hechtgebonden materiaal veel makkelijker vrij
komen dan bij hechtgebonden materiaal.
Definitie van niet-hechtgebonden:
Asbesthoudend materiaal waarin de asbestvezels zodanig slecht gebonden zijn dat de
asbestvezels ook onder normale omstandigheden kunnen vrijkomen.
Niet-hechtgebonden materiaal is merendeels bros van aard. Hier is door slijtage en verwering een
veel groter risico op het voortdurend vrijkomen van asbestvezels.
eigenschappen
Eigenschappen van asbest
Gezien de bijzondere structuur van asbest heeft asbest een aantal eigenschappen die het altijd
bijzonder aantrekkelijk hebben gemaakt om het op grote schaal te gebruiken.
De eigenschappen van asbest zijn:
Hittebestendigheid
Grote slijtvastheid
Grote treksterkte
Bestand tegen zuren en logen (chemisch inert, ongevoelig)
Bestand tegen micro-organismen
Groot isolerend vermogen: hitte, geluid, elektriciteit
Grote duurzaamheid
Bestand tegen grote temperatuurschommelingen
Goed te verwerken met andere materialen
Goedkoop
Asbestherkenning en voorlichting / versie 1
Asbest
toepassingen
Voorbeelden van toepassingen
Deze eigenschappen en de lage kostprijs van winning hebben ervoor gezorgd dat asbest in een
ongekend groot aantal producten is toegepast. Wereldwijd zijn meer dan 3.500 verschillende
producten bekend.
asbestcement;
brandwerende platen in woningen en kantoren;
mortel, kit, gips;
remmen;
pakkingmaterialen, centrifugaalpompen, flenzen, zuigers en roerwerken;
koppelingsplaten;
afdichtingskoorden van gas- en waterleidingen;
ovenwanden;
asbestmatrassen;
isolatiemantel rond pijpleidingen;
hittewerende matten, doeken en kleding.
Spuitasbest
Spuitasbest is een mengsel van cement (of een ander bindmiddel) en asbest . in natte toestand
wordt het mengsel op de betreffende plaats gespoten.
Toepassingen:
Brandwerende laag voor verschillende staalconstructies, met name pijlers en
constructiebalken van bedrijfshallen en openbare gebouwen;
Als brandwerende- en isolatielaag (thermisch en akoestisch) op wanden en plafonds.
Voorbeelden: zwembaden sporthal theater, ziekenhuizen als wel parkeergarages.
Spuitasbest bestaat voor zo’n 85% uit asbest (meestal Crocidoliet). Het is een bros materiaal met
een losse structuur, waar gemakkelijk asbestvezel kunnen vrijkomen. Sinds 1993 is het toepassen
van spuitasbest verboden.
Asbestcement
Verreweg het meeste asbest is altijd verwerkt tot asbestcementproducten. De verhouding
cementasbest is bijna tegengesteld aan dat van spuitasbest. In asbestcement zit zo'n 10 tot 30%
asbest.
Asbestcement is in allerlei vormen te vervaardigen. Bovendien kan het materiaal goed afgewerkt
worden: kleuren, coaten, emailleren en harsen.
De toepassingen zijn dan ook vele. Enkele voorbeelden:
golfplaten (dakbedekking)
leien (dakbedekking)
systeemwanden, gevelplaten
tussenvloeren, vensterbanken
tafelbladen, traptreden
enkel- en dubbelwandige buissystemen (gas, riolering en drinkwater)
Asbestherkenning en voorlichting / versie 1
Asbest
Figuur 1.6 is een weergave van een asbestcement golfplaat. Deze golfplaten werden en zijn nog
veel toegepast in o.a. varkensstallen van boerderijen.
Figuur 1.6 Een asbest golfplaat
Tevens zijn veel toepassingen van asbesthoudende
luchtafvoerkanalen en luchtbehandelingskanalen.
materialen
terug
te
vinden
in
In figuur 1.7 is een weergave van een luchtbehandelingskanaal. Met name
luchtbehandelingskanalen zijn een groot gevaar voor de uitbreiding van de emissie in gebouwen.
Met name als de kanalen erg oud zijn. Het asbesthoudende materiaal wordt bros en breekt af.
Hierdoor is de kans groot dat door de luchtstroom een verspreiding van het asbest door het gehele
gebouw.
Figuur 1.7 Een luchtkanaal
Asbestherkenning en voorlichting / versie 1
Asbest
MMMF
Asbestvervangende materialen
De ontwikkelingen betreffende de gezondheidsrisico's heeft van asbest een duur product gemaakt.
Onderhoud en verwijdering zijn duur, nieuwe toepassingen zijn niet meer toegestaan sinds de
herziening van de wetgeving.
Alternatieven voor het gebruik van asbest zijn gevonden in de toepassing van verschillende andere,
door de mens gemaakte vezels, de M.M.M.F. = Man Made Mineral Fibers.
Voorbeelden zijn glas- en steenwol, keramische- en slakkenwol. Deze vezels hebben verschillende
eigenschappen welke de toepassing bepalen. Achtereenvolgens worden deze vezels besproken.
Glas- en steenwol
Glas- en steenwol worden vanwege hun overeenkomst gezamenlijk weergegeven.
Toepassingsmogelijkheden zijn er vele. Denk o.a. aan toepassingen als;
Keramische wol
Slakkenwol
substraat (onderlaag) in de tuinbouw;
warmte- en geluidsisolatie;
brandwerende isolatie;
plafondplaten;
dekens;
stukken voor pijpisolatie.
Keramische- en slakkenwol
Uit proefdiergegevens blijkt dat de kankerverwekkende eigenschappen van keramische
vezels
groter zijn dan die van glas- en steenwolvezels. Gegevens over het voorkomen van kanker ten
gevolge van blootstelling aan keramische vezels bij de beroepsbevolking zijn niet bekend.
Uit epidemiologische studies is gebleken dat beroepsmatige blootstelling aan slakkenwol een
verhoogd risico op longkanker kan betekenen. Voor slakkenwol geldt daarom dezelfde
grenswaarde als voor keramische wol. Bij het werken met keramische- en/of slakkenwol zijn
dezelfde arbeidshygiënische maatregelen van toepassing als bij het werken met asbest.
Slakkenwol kan radioactief zijn, de radioactiviteit kan variëren van zeer licht tot een hoog gehalte.
Voor concentraties hoger dan de MAC-waarde maakt men gebruik van persluchtmaskers of
onafhankelijke luchtmaskers tijdens de sanering.
Asbestherkenning en voorlichting / versie 1
Asbest
1.3. GEZONDHEIDSRISICO'S
In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de diverse vezels en de gezondheidsrisico's van de
asbestvezels. Blootstelling aan asbestvezels kan verschillende longziekten veroorzaken.
Wanneer iemand met asbest in aanraking komt, merkt hij dat meestal niet. Hij wordt niet acuut ziek
of misselijk, hij krijgt geen uitslag of jeuk. Het kan 10 jaar duren maar ook 60 jaar voordat iemand
klachten krijgt ten gevolge van blootstelling aan asbestvezels.
Omdat de gevolgen van blootstelling aan asbestvezels pas na lange tijd duidelijk worden kan het
moeilijk zijn de zin in te zien van het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen.
Juist daarom is het belangrijk te weten hoe vezels ons lichaam binnendringen en wat zij daar
teweeg brengen.
wijze van opname
risico
De wijze van opname
Voordat vezels een reactie in ons lichaam kunnen veroorzaken moeten zij daar eerst in binnen
dringen. Dit kan via 3 manieren:
1. de luchtwegen
2. het spijsverteringskanaal
3. de (defecte) huid
Het gevaar: de asbestvezel
Onderzoek naar de gezondheidsrisico's van asbest leidt al snel tot de conclusie dat het inademen
van asbestvezels de belangrijkste oorzaak tot de problemen vormt.
Asbestvezels zijn erg klein en licht en zweven, net als veel andere stofdeeltjes, in de lucht. Bij het
inademen kunnen er dus asbestvezels in de longen komen.
bronnen
De hoeveelheid asbestvezels in de lucht verschillen nogal. Dit is natuurlijk afhankelijk van mogelijke
bronnen, waar de vezels vandaan kunnen komen. Een drietal veelvoorkomende bronnen zijn:
longziekten
Als gevolg van slijtage van remvoeringen en frictieplaten. Hierdoor zal in binnensteden en in
tunnels een hogere concentratie asbestvezels aanwezig zijn.
Als gevolg van het loslaten van bindmiddelen in asbesthoudend materiaal, na verloop van tijd
(15 tot 20 jaar). Hierdoor zal in gebouwen, waar met niet-hechtgebonden asbestmateriaal is
gewerkt (bijvoorbeeld spuitasbest) de concentratie vezels oplopen in de tijd.
Bij het bewerken, verwerken en slopen van asbesthoudend materiaal. Als dit ondeskundig
gebeurt zal hierbij grote concentratie vezels in de lucht kunnen komen.
Verschillende longziekten worden direct met het inhaleren van asbestvezels in verband gebracht.
Dit zijn:
Asbestose
Mesothelioom
Asbestgerelateerde longkanker
Pleurale plaques
Overige aandoeningen
Hierna wordt enige informatie gegeven over deze longziekten.
Asbestherkenning en voorlichting / versie 1
Asbest
Asbestose
Asbestose is een vorm van longfibrose (verbindweefseling) die tot verlaging van de longcapaciteit
leidt en daarmee tot een overbelasting van het hart, wat tenslotte tot de dood kan leiden. De eerste
verschijnselen van asbestose verschijnen doorgaans 10 tot 30 jaar nadat men vrijwel dagelijkse in
aanraking is gekomen.
Bij het ontstaan van asbestose neemt de kans evenredig toe met de concentratie en duur van de
blootstelling aan asbest.
Mesothelioom
Een mesothelioom is een kwaadaardig langzaam groeiend borstvlies-, longvlies- of buikvliestumor.
Daar mesothelioom een zeldzaam voorkomend vrij specifiek ziektebeeld is, is het voorkomen veel
gemakkelijker in relatie te brengen met asbest. Het blijkt dat ca. 80 % van de gevallen met blootstelling aan asbest in verband kunnen worden gebracht.
Asbestgerelateerde longkanker
Beschikbare gegevens over alle soorten asbest duiden op een verhoging van het risico op
longkanker na asbestblootstelling. Dit risico wordt groter naarmate de cumulatieve (opstapelende)
blootstelling aan asbest toeneemt.
Het bestaan van een blootstellingsniveau waaronder geen longkanker zou optreden is niet
aangetoond.
De combinatie van blootstelling aan asbest en roken geeft een veel grotere kans op
longkanker dan asbest of roken alleen.
Er bestaat meestal een vrij lange latente periode (klachtenvrije periode) (langer dan 10 jaren)
tussen het begin van de blootstelling en het zich uiten van de ziekte.
De incubatietijd van longkanker is zo'n 10 tot 20 jaar.
Pleurale Plaques
Dit is een benaming voor verdikkingen in het borstvlies. Hierdoor vermindert de flexibiliteit van de
longen en wordt de ademhaling op den duur wat bemoeilijkt. Deze ziekte wordt niet altijd ontdekt bij
patiënten, omdat de symptomen niet altijd merkbaar zijn. Asbest wordt beschouwd als één van de
mogelijke veroorzakers van deze longziekte, maar niet als enige.
Overige aandoeningen (Asbestwratten)
Asbestwratten zijn goedaardige wratachtige aangroeiingen. Wanneer de vezel uit de huid
verwijderd wordt zal de wratvorming stoppen.
Asbestherkenning en voorlichting / versie 1
Asbest
HOOFSTUK 2.
2.1.
Plinius
WETGEVING INZAKE ASBEST
INLEIDING
Reeds honderd jaar voor Christus, wees de romein Plinius erop dat asbest de gezondheid
van de werkers in de asbestmijnen schaadt.
Sinds vorige eeuw echter, werd asbest op grote schaal toegepast. Het gebruik van asbest
groeide sneller dan het besef dat aan het gebruik gezondheidsrisico's waren verbonden.
Er zijn de afgelopen decennia met betrekking tot de
veranderingen opgetreden.
2.2.
wet- en regelgeving vrij veel
HUIDIGE WET- EN REGELGEVING M.B.T. ASBEST
Deze paragraaf beschrijft de actuele Arbo-wet- en regelgeving die van toepassing is op het
werken met asbest. Samenvattend, op 1 maart 2006 is het oude Asbestverwijderingsbesluit
(1993) ingetrokken en vervangen door het Asbestverwijderingsbesluit 2005.
zwarte lijst
algemeen verbod
Asbest
Doordat de overheid sinds 1970 de gevaren van asbest voor de volksgezondheid steeds
meer erkend wordt de regelgeving omtrent asbest steeds strenger.
In 1985 worden de asbestsoorten crocidoliet, chrysotiel en amosiet op de zwarte lijst
geplaatst ten behoeve van het milieubeleid. Dit betekent dat emissies van deze stoffen in het
milieu zo veel mogelijk moeten worden voorkomen.
Pas met de wijziging van het Asbestbesluit Arbeidsomstandighedenwet van 1993 wordt
een algemeen verbod afgekondigd op het bewerken of verwerken van asbest en het in
voorraad hebben van asbest of asbesthoudende materialen vanaf 1 januari 1994.
In 1997 vervalt het Asbestbesluit Arbeidsomstandighedenwet en wordt de regelgeving die
hierin is opgenomen vrijwel ongewijzigd overgenomen in het Arbobesluit.
De huidige wetgeving - het nieuwe Asbestverwijderingsbesluit 2005 is vanaf 1 maart
2006 van toepassing - als volgt samen te vatten:
Het nieuwe Asbestverwijderingsbesluit 2005 (Avb) is sinds 1 maart 2006 definitief
van kracht. Wet- en regelgeving zijn daarin aangescherpt ten opzichte van het vorige
besluit.
Eén van de directe gevolgen is dat asbestverwijderaars uiterlijk vanaf 1 januari 2008
moeten kunnen aantonen over voldoende vakbekwaamheid te beschikken.
Dat houdt in dat alle operationele medewerkers in de asbestverwijderingsbranche dan
over het persoonscertificaat Deskundig Asbestverwijderaar (DAV) moeten beschikken.
Asbestherkenning en voorlichting / versie1
Wetgeving
Voorafgaand aan de sanering van een object/bouwwerk dient een
asbestinventarisatierapport aanwezig te zijn. Dit rapport dient te worden opgesteld
door een gecertificeerd onderzoeksbureau welk is gecertificeerd volgens de BRL 5052
of volgens de richtlijn SC 540.
Op basis van dit rapport wordt immers bepaald:
waar de asbesthoudende materialen zich precies bevinden;
welke methode van sanering het best bruikbaar is;
welke arbeidshygiënische maatregelen bij dit project moeten worden toegepast.
aanduiding van de Risicoklasse indeling (1 t/m 3);
Een asbestinventarisatie is niet noodzakelijk indien er sprake is van de verwijdering
bestaat uit het geheel of gedeeltelijk verwijderen van:
- asbestcementhoudende buizen die deel uitmaken van het ondergrondse
openbare gas-, water- en rioleringsnetwerk;
- asbesthoudende rem- en frictiematerialen;
- asbesthoudende geklemde vloerplaten onder verwarmingstoestellen;
- asbesthoudende beglazingskit dat is verwerkt in de constructie van kassen;
- asbesthoudende pakkingen uit verbrandingsmotoren;
- asbesthoudende pakkingen dan wel delen ervan uit procesinstallaties;
- asbesthoudende verwarmingstoestellen (mits deze in zijn geheel worden
verwijderd);
- asbest of asbesthoudende producten uit wegen bedoeld in het Besluit
Asbestwegen;
In alle overige gevallen is er een asbestinventarisatie noodzakelijk. Deze
asbestinventarisatie omvat een beschrijving van de inschatting van de blootstelling aan
asbestvezels en deelt de werkzaamheden in een risicoklasse in.
Personen jonger dan 18 jaar mogen geen asbest verwijderingswerkzaamheden
(sanering) verrichten.
Asbestherkenning en voorlichting / versie1
Wetgeving
2.3.
HANDHAVING
Handhaving in het kader van de Arbowet
De handhaving in het kader van de Arbowet is in handen van de Arbeidsinspectie. De
Arbeidsinspectie is onderdeel van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Naast de handhaving van de Arbowet is de Arbeidsinspectie ook belast met toezicht op de
naleving van een aantal andere arbeidswetten.
Taken en bevoegdheden
Binnen het werk van de Arbeidsinspectie kan men twee soorten activiteiten onderscheiden:
Teken en
bevoegdheden
Activiteiten in reactie op signalen van buitenaf.
Voorbeelden hiervan zijn ongeval- en beroepsziekteonderzoek, klachtenbehandeling,
werkonderbreking en verzoeken om wetstoepassing.
Activiteiten op eigen initiatief.
Voorbeelden hiervan zijn algemene inspectieprogramma's en inspectieprojecten gericht op specifieke bedrijfstakken.
Om hun toezichthoudende taak goed te kunnen uitoefenen, hebben de inspecteurs van de
Arbeidsinspectie een aantal wettelijke bevoegdheden. De belangrijkste zijn:
1.
Een vrije toegang tot alle fabrieken, kantoren, e.d. (met uitzondering van woningen).
Ter plaatse zijn zij bevoegd om:
-
2.
alle gewenste onderzoeken in te stellen
personen te verhoren
dossiers in te zien en/of mee te nemen
voorwerpen in beslag te nemen voor verder onderzoek of als bewijsmateriaal
metingen uit te voeren, dan wel proeven te verrichten
(situatie-)tekeningen en foto's te maken
monstername te verrichten.
Een opsporingsbevoegdheid.
Dat wil zeggen dat zij bevoegd zijn om van een overtreding een proces-verbaal op te
maken en de zaak over te dragen aan het Openbaar Ministerie.
Overtreding van wet- en regelgeving
Tijdens een inspectie is het mogelijk dat de Arbeidsinspectie een overtreding van de wet
constateert. Zijn optreden is dan in eerste instantie afhankelijk van de ernst van de overtreding en de risico's die de werknemers daarbij lopen.
standaardwerkwijze
We kennen de zogenaamde standaardwerkwijze in het geval de overtreding niet ernstig is.
Als de risico's echter groot zijn voor de betrokken werknemers kan de Arbeidsinspectie het
werk stilleggen. Beide werkwijzen zullen kort worden toegelicht.
Standaardwerkwijze
De standaardwerkwijze wordt gevolgd als er geen sprake is van een ernstige overtreding.
Wanneer de arbeidsinspecteur een overtreding constateert, zal hij proberen met de werkgever afspraken te maken over de opheffing van deze tekortkoming.
Asbestherkenning en voorlichting / versie1
Wetgeving
afspraak
Deze afspraak kan geen betrekking hebben op de vraag of iets wel of niet veranderd moet
worden; dat ligt vast in de wet. Wel kunnen afspraken gemaakt worden over de termijn waarbinnen en de wijze waarop een tekortkoming wordt opgeheven. Deze afspraak wordt
bevestigd in een afsprakenbrief.
waarschuwing
Als de werkgever niet wil meewerken aan het maken van een afspraak, of als bij controle
blijkt dat een afspraak niet is nagekomen, volgt de tweede stap. In de meeste gevallen is dat
het geven van een waarschuwing.
aanwijzing
De Arbeidsinspectie geeft een waarschuwing als geen discussie mogelijk is over de wijze
waarop de tekortkoming moet worden opgeheven. Is hierover wel discussie mogelijk, dan
wordt een aanwijzing gegeven of een eis tot naleving gesteld. De aanwijzing of eis tot
naleving wordt altijd namens de regiodirecteur gegeven en is een formele bevoegdheid van
de Arbeidsinspectie. Hierbij wordt in feite aan de werkgever opgedragen hoe hij de tekortkoming moet opheffen.
eis tot naleving
Als de werkgever het niet eens is met hetgeen hij voorgeschreven krijgt, kan hij tegen de
aanwijzing of eis in beroep gaan.
proces-verbaal
Wanneer ook aan de waarschuwing, de aanwijzing of eis geen gehoor wordt gegeven, maakt
de inspecteur een proces-verbaal op. Daarmee wordt de zaak in handen gelegd van de
officier van justitie.
Stilleggen van het werk
Overtredingen waarbij direct gevaar bestaat voor de werknemers of derden, moeten zo snel
mogelijk opgeheven worden.
Meestal betekent dit dat het werk enige tijd wordt stilgelegd om passende maatregelen te
nemen. De arbeidsinspecteur zal met de werkgever een afspraak maken over directe opheffing van de ernstige overtreding.
De inspecteur zal tevens een proces-verbaal opmaken. Dit proces-verbaal wordt ook
opgemaakt, als de werkgever tegen de afspraken in de ernstige overtreding laat voortduren.
Asbestherkenning en voorlichting / versie1
Wetgeving
HOOFSTUK 3.
Asbestherkenning en toepassingen
INLEIDING
Er zijn meer dan 3.500 producten bekend waar asbest in verwerkt zit.
De volgende materialen zijn de meest voorkomende toepassingen waar asbest in is gebruikt.
ASBESTHERKENNING
Asbesthoudende producten zijn vaak te herkennen aan:
- De vezelachtige structuur, goed te zien op breukvlakken en bij niet hechtgebonden
asbesthoudende producten.
- De honingraatstructuur aan 1 zijde van het materiaal (voornamelijk bij asbestcement)
- De klank van het materiaal als men er op tikt met bijv. een schroevendraaier
(voornamelijk bij asbestcement).
Als asbestvervangende brandwerende beplating wordt er veel plaatmateriaal gebruikt met
daarin vezels verwerkt welke glinsteren.
Asbestherkenning en voorlichting / versie1
Asbestherkenning en toepassingen
TOEPASSINGEN
1. Golfplaten
Golfplaten als dakbedekking. Het asbest bevindt zich door het hele materiaal als bindmiddel
voor het cement. Platen zijn meestal gecoat ter bescherming tegen weersinvloeden.
Asbest: meestal chrysotiel; percentage ca. 15 - 30%
Hechtgebonden
Golfplaten onder CV-installaties
Asbestherkenning en voorlichting / versie1
Asbestherkenning en toepassingen
2. Asbesthoudend plaatmateriaal
In alle soorten, afmetingen en uitvoeringen denkbaar. Over het algemeen als bindmiddel voor
het cement door het gehele materiaal ter verkrijging van diverse eigenschappen. Percentage
van het asbest afhankelijk van de toepassing.
Asbest: chrysotiel; percentage 2- 30%
Hechtgebonden
Asbestherkenning en voorlichting / versie1
Asbestherkenning en toepassingen
3. Asbesthoudend plaatmateriaal (niet hechtgebonden)
In alle soorten, afmetingen en uitvoeringen denkbaar. Percentage van het asbest afhankelijk
van de toepassing.
Asbest: chrysotiel en amosiet; percentage 10-60%
Niet hechtgebonden
4. Asbesthoudende riolering/rookgaskanaal.
Asbestherkenning en voorlichting / versie1
Asbestherkenning en toepassingen
Leidingen. Het asbest bevindt zich door het hele materiaal als bindmiddel voor het cement.
Asbest: meestal chrysotiel; percentage ca. 10 - 30%
Hechtgebonden
Asbestherkenning en voorlichting / versie1
Asbestherkenning en toepassingen
5. Zeil
Het asbest bevindt zich in de onderlaag van het zeil. In de doorsnede van de vloerbedekking
is dat goed zichtbaar in de kleurverschillen tussen de lagen.
Asbest: meestal chrysotiel; percentage ca. 30 - 60%
Niet hechtgebonden
6. Colovinyltegels
In de jaren '70 veelvuldig toegepast als vloerbedekking in keukens, toiletten e.d. Het asbest
bevindt zich door het gehele materiaal, meestal in geringe concentraties. Belangrijk kenmerk
van het materiaal was de slijtvastheid.
asbest: chrysotiel of amosiet; percentage 0,1 - 2%
Hechtgebonden
Ook de onderliggende teerlaag is vaak asbesthoudend!
Asbestherkenning en voorlichting / versie1
Asbestherkenning en toepassingen
7. Spuitasbest
Vaak toegepast ter brandwering op constructiedelen (ca. 85% crocidoliet, niet
hechtgebonden) en ter isolatie bij leidingwerk (ca. 15-30% amosiet, niet hechtgebonden).
8. Pakkingmateriaal
Asbestherkenning en voorlichting / versie1
Asbestherkenning en toepassingen
9. Kachelkoord en afdichtingsdoek
Afdichtingsmateriaal ter isolatie en rookgasafdichting.
Bevat meestal 60-85% Chrysotiel.
Niet hechtgebonden.
10. Frictiemateriaal
Asbestherkenning en voorlichting / versie1
Asbestherkenning en toepassingen
11. Plantenbakken
asbest: chrysotiel; percentage 10 - 30%
Hechtgebonden
12. Kit
asbest: chrysotiel; percentage 0,1 - 2%
Hechtgebonden
Asbestherkenning en voorlichting / versie1
Asbestherkenning en toepassingen
HOOFDSTUK 4.
4.1.
Arbeidshygiëne
INLEIDING
Het werken met asbest brengt, indien men hierbij geen persoonlijke beschermingsmiddelen draagt,
grote risico’s met zich mee. De werkgever is vanuit de wetgeving verplicht om beschermende
maatregelen te treffen. Deze maatregelen moeten vervolgens doeltreffend zijn.
De arbeidshygiënische maatregelen of de arbeidshygiënische strategie omvat al die maatregelen
om te voorkomen dat werknemers tijdens hun werkzaamheden besmet worden met asbestvezels.
Uiteraard is het van wezenlijk belang dat niet alleen de werknemers (arbeidshygiënische strategie)
maar ook de omringende omgeving (milieuhygiënische strategie) tijdens de sanering niet besmet
raakt.
Het doel van deze maatregelen is eenduidig: “Het voorkomen dat de mens en de omgeving van het
object wat gesaneerd wordt, besmet raakt met asbestvezels”.
Dit hoofdstuk beschrijft achtereenvolgens
asbestsanering noodzakelijk is.
4.2.
de
arbeidshygiënische
strategie
die
bij
een
ARBEIDSHYGIËNE TIJDENS DE SANERING
Het doel van de arbeidshygiënische maatregelen is dus om te voorkomen dat werknemers tijdens
de saneringswerkzaamheden besmet raken met asbest.
Er zijn twee typen maatregelen die in de praktijk van belang zijn. Het betreft hier:
Voorkomen dat er veel asbestvezels zweven in de directe werkomgeving van de
medewerkers, zoals:
maak het te verwijderen materiaal vochtig, dan stuift het niet bij het verwijderen;
•
maak bij het verwijderen zo veel mogelijk gebruik van handkracht of hand•
gereedschap;
laat asbesthoudend materiaal zo veel mogelijk heel bij het verwijderen;
•
verwijder
het materiaal in zo groot mogelijke stukken;
•
pak
het
materiaal
direct in nadat het verwijderd is;
•
Tijdens de sanering is het volgende van belang:
verpak het asbesthoudend materiaal direct na verwijdering in niet-luchtdoorlatend
•
verpakkingsmateriaal (veelal 0,2 mm PE-folie)
Let bij het verpakken op:
•
Scherpe randen, metalen delen, spijkers en dergelijke. Hierdoor kan de afvalzak
gemakkelijk openscheuren;
Verwijder deze scherpe delen en pak ze apart in of tape ze af;
Het gewicht per zak. Zorg dat de zakken nog gemakkelijk te tillen zijn (richtlijn
maximaal 15 kilo);
Zuig de afvalzakken schoon en vacuüm;
Tape de afvalzakken luchtdicht;
Plaats de afvalzakken bij de ingang (binnenzijde) van het containment of –
indien aanwezig - bij de ingang van de aparte afvalsluis.
Asbestherkenning en voorlichting / versie 1
Arbeidshygiëne
4.3
PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMAATREGELEN
De persoonlijke beschermingsmaatregelen zijn te onderscheiden naar:
Algemene hygiënische maatregelen
Persoonlijke beschermingsmiddelen
4.3.1 Algemene hygiënische maatregelen
Compartimentering
Om aan de arbeidshygiënische en de milieuhygiënische aspecten te kunnen voldoen dient men de
werkruimte voldoende af te schermen. Hierbij voorkomt men dat de omgeving en de omringende
medewerkers worden besmet met asbestvezels.
Bij asbestverwijderingswerkzaamheden gebeurt dit o.a. met behulp van een containment (figuur
4.1). Personen die niet vanwege hun werkzaamheden in de besmette ruimte hoeven te zijn, mogen
daar zeer zeker geen toegang hebben.
Figuur 4.1 Binnenzijde containment “compartimentering”
Ontsmettingsmogelijkheid
Om de besmette ruimte veilig te kunnen verlaten moet er gelegenheid zijn om zich effectief te
kunnen reinigen van het asbeststof. Afhankelijk van de concrete situatie moeten er bepaalde
procedures gevolgd worden.
Asbestherkenning en voorlichting / versie 1
Arbeidshygiëne
4.3.2 Persoonlijke beschermingsmiddelen
Figuur 4.2 Volledige persoonlijke beschermingsmiddelen is een must
4.4 BESCHERMENDE KLEDING
Om het lichaam een totale bescherming te geven tegen het doordringen van asbeststof tot op de
huid en in het haar dient men beschermende kleding te gebruiken. De kleding en de accessoires
dienen daartoe éénmalig gebruikt te worden of eenvoudig en volkomen reinigbaar te zijn.
Onder lichaamsbescherming wordt verstaan:
werkkleding:
- wasbare of wegwerp-asbestoveralls;
zonodig wegwerp-veiligheidswerkhandschoenen;
Asbestherkenning en voorlichting / versie 1
Arbeidshygiëne
Er zijn een aantal eisen die aan de asbestoveralls moeten worden gesteld. Het betreft hier
bijvoorbeeld:
De asbestoveralls moeten niet-statisch zijn;
Voldoende sterk en slijtvast zijn;
Ze moeten een goede bewegingsvrijheid toelaten;
Ze moeten nagenoeg geen stof of vezels doorlaten;
Ook moeten ze gemakkelijk ontsmet kunnen worden (behoudens wegwerpoveralls).
Reiniging
Wasbare overalls moeten, bij kortdurende opdrachten aan het einde van het werk, maar anders
tenminste eenmaal per week bij een speciaalwasserij gewassen worden. De besmette overalls
moeten vochtig worden gemaakt en luchtdicht, dubbel verpakt worden. De waszak moet aan de
buitenzijde gekenmerkt zijn conform het verpakte asbestafval (asbestgevaar- en klasse 9-stickers).
Er bestaan ook speciale cellulose-waszakken die niet meer geopend hoeven te worden ten
behoeve van de reiniging, omdat ze tijdens het wassen in water oplossen (> 40 °C).
Ook de besmette onderkleding en sokken (en zonodig laarzen) kunnen als asbestbesmet wasgoed
bij een speciaalwasserij worden gereinigd.
Figuur 4.3:
De standaarduitrusting van de medewerker bij asbestsloop
Asbestherkenning en voorlichting / versie 1
Arbeidshygiëne
4.5 ADEMBESCHERMINGSAPPARATUUR
Naast de beschermende kleding zijn ook nog de adembeschermingsmiddelen en apparatuur
van belang.
De werkgever is verantwoordelijk voor het ter beschikking stellen en het doen gebruiken van
persoonlijke beschermingsmiddelen. Daarnaast is de werkgever op grond van de
Arbeidsomstandighedenwetgeving verplicht de gebruikers voor te lichten over het doel en de
werking van deze middelen en de wijze waarop deze middelen moeten worden gebruikt. De
werknemers zijn verplicht de voor hen bestemde beschermingsmiddelen op de juiste wijze te
gebruiken.
In deze paragraaf bespreken we alleen het gebruik van ademhalingsbeschermingsmiddelen, omdat
op basis van de huidige stand van de medische kennis het gevaar van besmetting met asbeststof
zich met name richt op de ademhalingsorganen.
Soorten adembeschermingsapparatuur
De ademhalingsapparatuur kan in twee categorieën worden verdeeld. Het betreft hier:
Omgevingslucht-afhankelijke adembescherming.
Omgevingslucht-onafhankelijke adembescherming.
A. Omgevingslucht-afhankelijke adembescherming
Onder de omgevingslucht-afhankelijke adembescherming vallen alle adembeschermingsmiddelen die werken met filter-patronen = luchtzuiverende adembescherming.
Inzetbaar bij asbestverwijdering waar de werkzaamheden zijn ingedeeld in risicoklasse 2
Kan uit voorzorgsmaatregel ook worden gebruikt waar de werkzaamheden zijn ingedeeld in
risicoklasse indeling 1.
B. Omgevingslucht-onafhankelijke adembescherming
Onder de omgevingslucht-onafhankelijke adembescherming vallen alle
adembeschermingsmiddelen waarbij schone lucht wordt toegevoerd vanuit niet verontreinigde
buitenlucht. Hieronder valt bijvoorbeeld perslucht uit flessen, een meer-uren aansluiting op een
flessenbatterij c.q. compressor, slangapparaten op een ringleiding die gevoed wordt door perslucht
of een compressor.
Inzetbaar bij asbestverwijdering waar de werkzaamheden zijn ingedeeld in risicoklasse 3.
Asbestherkenning en voorlichting / versie 1
Arbeidshygiëne
PAPR
Bij de asbestsloop wordt door de werknemers merendeels gebruik gemaakt van een
volgelaatsmasker met geforceerde P-3-gefilterde luchttoevoer (aangedreven door een met een
oplaadbare accu gevoede ventilatormotor). Deze combinatie wordt ook wel een PAPR-systeem
genoemd.
Deze PAPR-systemen (PAPR = Powered Air Purifying Respirator) zijn omgevings-luchtafhankelijke adembeschermingsapparaten die werken volgens het constant-flow principe en
behoren tot de afhankelijke adembescherming.
Raadzaam is om ademhalingsbeschermingsmiddelen voor iedere werknemer persoonlijk aan te
schaffen. Dit in verband met de juiste maatvoering. Het volgelaatsmasker moet volkomen luchtdicht
op het gezicht aansluiten. Baarden en grote snorren maken een luchtdichte aansluiting
onmogelijk en zijn dus verboden. Brillen moeten vervangen worden door een veiligheidsinzetbril,
evenals contactlenzen.
In figuur 3.5 is een overzicht opgenomen waaruit zo’n PAPR systeem bestaat. Tijdens de
praktijkinstructie zal dit systeem uitvoerig worden behandeld. Uiteraard bestaan er een aantal
varianten welke veelvuldig worden gebruikt in de dagelijkse sanering.
Figuur 3.5:
Een ‘PAPR’-systeem met een volgelaatsmasker
Luchtzuiverende adembescherming
Luchtzuiverende ademhalingsmaskers halen beperkte concentraties schadelijke stoffen uit de
lucht, maar verbeteren of veranderen het zuurstofgehalte niet. Deze kunnen dus alleen gebruikt
worden in ruimtes waar genoeg zuurstof aanwezig is (> 20 vol%) en waar de hoeveelheid
schadelijke stoffen het maximaal afvangend vermogen van het filter niet overschrijden. De maskers
bestaan uit een zacht rubberen of siliconen (vol)gelaatstuk en een vervangbare filterbus.
Asbestherkenning en voorlichting / versie 1
Arbeidshygiëne
Filters
Bij de aanschaf van ademhalingsapparatuur is het aan te raden de eigenschappen en de capaciteit
van de voor het betreffende ademhalingsmiddel beschikbare filters goed te vergelijken, omdat in
een aantal aanblaas-units alleen merkgebonden filters kunnen worden toegepast.
Hierbij is het van belang voorafgaand aan de werkzaamheden zich goed te informeren welke filters
gebruikt moeten worden. Uw leverancier kan u daarbij van dienst zijn.
Om filters langer dan één shift te kunnen gebruiken, moeten ze in de doucheruimte aan de
buitenzijde op een eenvoudige en veilige manier afgedicht kunnen worden. Bij nagenoeg alle
systemen wordt deze afdichting bij de unit of het filter geleverd.
Omdat de vervuilde filters buiten het containment in schone ruimtes komen, is het van belang dat
de afdichting van het filter doeltreffend is en geborgd kan worden. Bij sommige systemen ontbreekt
de borging, of is de afdichting dermate gebrekkig, dat buiten het containment besmetting kan
worden veroorzaakt. Indien dit het geval is dient men de filters altijd te vervangen. Daarnaast is het
raadzaam om op een ander soort systeem over te stappen.
Motor-aangedreven ademhalingssystemen moeten tenminste 120 liter lucht per minuut leveren.
Keuring van adembeschermingsmiddelen
Een goed systeem van keuring en onderhoud zijn van levensbelang voor de gebruiker van deze
beschermingsmiddelen.
Draag ervoor zorg dat het masker is gekeurd dor een hiertoe bevoegde instantie. Keuring
gebeurt 1 maal per jaar. Geldige certificaten dienen altijd op locatie te zijn.
Asbestherkenning en voorlichting / versie 1
Arbeidshygiëne
Download