Hoge bloeddruk (hypertensie) is meestal een aandoening die over

advertisement
Hoge bloeddruk (hypertensie) is meestal een aandoening die over het algemeen geen symptomen veroorzaakt
en waarbij een abnormaal hoge druk in de slagaders een verhoogde kans geeft op aandoeningen als
herseninfarct, aneurysma, hartfalen, hartinfarct en nierbeschadiging.
Veel mensen associëren hoge bloeddruk met overmatige spanning, nervositeit of stress. Medisch gezien
verwijst de term echter naar elke vorm van verhoogde bloeddruk, ongeacht de oorzaak. Hoge bloeddruk wordt
wel de 'stille moordenaar' genoemd, omdat de aandoening vele jaren zonder symptomen kan bestaan tot er
een vitaal orgaan wordt beschadigd.
Naar schatting lijdt ongeveer 25% van de Nederlandse bevolking aan hoge bloeddruk. Ongeveer 75% van hen
wordt daarvoor behandeld.
Bij het meten van de bloeddruk worden steeds twee waarden bepaald. De hoogste waarde wordt gemeten
tijdens het samentrekken van het hart (systole), terwijl de laagste waarde wordt gemeten wanneer het hart
zich tussen twee slagen in ontspant (diastole). De bloeddruk wordt genoteerd als de systolische druk, gevolgd
door een schuine streep en dan de diastolische druk, bijvoorbeeld 120/80 mm Hg (millimeter kwik). Men
spreekt dan van een bloeddruk van 'honderdtwintig over tachtig'.
De definitie van hoge bloeddruk is een systolische bloeddruk in rust van gemiddeld 140 mm Hg of hoger, een
diastolische druk in rust van gemiddeld 90 mm Hg of hoger, of beide. In geval van hoge bloeddruk is vaak
zowel de systolische als de diastolische druk verhoogd.
Bij systolische hypertensie is de systolische druk 140 mm Hg of hoger, terwijl de diastolische druk normaal
is, dat wil zeggen lager dan 90 mm Hg. Systolische hypertensie komt vaker voor naarmate iemand ouder
wordt. Bij vrijwel iedereen neemt de bloeddruk toe met de leeftijd, waarbij de systolische druk tot zeker het
80ste levensjaar blijft toenemen, en de diastolische druk tot een leeftijd van 55 of 60 jaar, waarna de druk
constant blijft of zelfs daalt. Maligne hypertensie is een zeer ernstige vorm van hoge bloeddruk, waaraan de
patiënt zonder behandeling gewoonlijk binnen drie tot zes maanden overlijdt. Het is een tamelijk zeldzame
aandoening: slechts 1 op de 200 mensen met hoge bloeddruk lijdt eraan. Maar de aandoening komt veel vaker
voor bij mannen dan bij vrouwen, en vaker bij mensen uit de lagere sociaal-economische groepen dan bij
mensen met een hogere sociaal-economische status. Maligne hypertensie vereist onmiddellijk medisch
ingrijpen.
Indeling bloeddruk bij volwassenen
Als de systolische en de diastolische bloeddruk in verschillende categorieën vallen, wordt de hoogste categorie
gebruikt om de bloeddruk in te delen. Zo wordt een bloeddruk van 160/92 gerekend tot matig verhoogde
bloeddruk, terwijl 180/120 zeer ernstig verhoogde bloeddruk is. Het laagste risico van hart- en vaatproblemen
loopt men bij een bloeddruk lager dan 120/80 mm Hg, maar ongewoon lage metingen moeten nader worden
onderzocht.
Categorie
Systolische bloeddruk
Diastolische bloeddruk
Normale bloeddruk
Lager dan 130 mm Hg
Lager dan 85 mm Hg
Hoognormale bloeddruk
130-139
85-89
Licht verhoogde bloeddruk
140-159
90-99
Matig verhoogde bloeddruk
160-179
100-109
Ernstig verhoogde bloeddruk
180-209
110-119
Zeer ernstig verhoogde bloeddruk
210 of hoger
120 of hoger
Regulatie van de bloeddruk
Een verhoging van de druk in de slagaders kan op diverse manieren tot stand
komen. Om te beginnen kan het hart krachtiger gaan pompen, zodat er per
seconde meer bloed in de vaten wordt gepompt. Ook is het mogelijk dat de
grote slagaders hun elasticiteit verliezen en stug worden, zodat ze niet meer
kunnen uitzetten als het hart er bloed doorheen pompt. Dat betekent dat het
bloed bij elke hartslag door het hart in een kleinere ruimte wordt gepompt,
zodat de druk oploopt. Dit gebeurt bij ouderen die lijden aan arteriosclerose,
waarbij de wanden van de slagaders verdikken en stug worden. De bloeddruk
wordt ook hoger als de kleinere slagaders (arteriolen) zich tijdelijk
samentrekken (vasoconstrictie) als gevolg van stimulatie door zenuwen of door
hormonen in het bloed. Een derde oorzaak waardoor de bloeddruk kan worden
verhoogd, is door extra vloeistof in de bloedsomloop. Dat vindt plaats wanneer
de nieren niet goed werken en niet voldoende zout en water uit het lichaam
kunnen verwijderen. Het bloedvolume in het lichaam wordt dan groter en dus
stijgt de bloeddruk.
Omgekeerd daalt de bloeddruk als de pompwerking van het hart vermindert, als
de slagaders verwijd zijn of als er vloeistof aan de bloedsomloop wordt
onttrokken. Deze factoren worden beïnvloed door aanpassingen van de
nierfunctie en het autonome zenuwstelsel, het deel van het zenuwstelsel dat
allerlei lichaamsfuncties automatisch reguleert.
Een regelmechanisme voor
de bloeddruk: het renineangiotensine-aldosteronsysteem
Het sympathische zenuwstelsel, een deel van het autonome zenuwstelsel, kan
de bloeddruk tijdelijk verhogen bij de 'fight-or-flight' reactie, de reactie van het lichaam op gevaar. Het
sympathische zenuwstelsel verhoogt daarbij zowel de frequentie als de kracht van de hartslag. Ook zorgt het
ervoor dat de kleinere slagaders zich op de meeste plaatsen samentrekken, maar zich verwijden op die
plaatsen waar extra bloed nodig is, zoals in de skeletspieren. Verder zorgt het sympathische zenuwstelsel
ervoor dat de nieren minder water en zout uitscheiden, waardoor het bloedvolume van het lichaam toeneemt.
Ten slotte geeft het sympathische zenuwstelsel de hormonen epinefrine (adrenaline) en norepinefrine
(noradrenaline) af, die het hart en de bloedvaten stimuleren.
De nieren beïnvloeden de bloeddruk op diverse manieren. Als de bloeddruk stijgt, gaan ze meer water en zout
uitscheiden, zodat het bloedvolume daalt en de bloeddruk weer normaal wordt. Als daarentegen de bloeddruk
daalt, scheiden de nieren juist minder water en zout uit, zodat het bloedvolume toeneemt en de bloeddruk weer
naar normale waarden stijgt. De nieren kunnen de bloeddruk ook verhogen door het enzym renine af te
scheiden. Dit enzym zorgt voor de aanmaak van het hormoon angiotensine, dat op zijn beurt de afgifte van het
hormoon aldosteron op gang brengt.
Omdat de nieren een belangrijke rol spelen bij het regelen van de bloeddruk, leiden veel nieraandoeningen en afwijkingen tot hoge bloeddruk. Zo kan een vernauwing in de slagader die een van de nieren van bloed moet
voorzien (nierslagaderstenose) leiden tot hoge bloeddruk. Ook verschillende vormen van nierontsteking en
beschadigingen aan een of beide nieren kunnen de bloeddruk doen stijgen.
Als een verandering in het lichaam leidt tot toename van de bloeddruk, treedt er meteen een
compensatiemechanisme in werking dat probeert de bloeddruk weer naar een normaal peil te brengen. Als
bijvoorbeeld de hoeveelheid bloed dat door het hart wordt rondgepompt toeneemt, waardoor meestal de
bloeddruk stijgt, zetten de bloedvaten uit en scheiden de nieren meer zout en water uit, waardoor de bloeddruk
meestal weer daalt. Maar bij arteriosclerose verliezen de wanden van de slagaders hun elasticiteit, zodat ze niet
meer zo gemakkelijk kunnen uitzetten om de bloeddruk weer tot normale waarden te verlagen. Arteriosclerose
in de nieren kan tot gevolg hebben dat de nieren niet meer zo goed zout en water kunnen uitscheiden,
waardoor de bloeddruk vaak stijgt.
De pieken en dalen van de bloeddruk
Gedurende het leven vertoont de bloeddruk van nature een zekere variatie. Baby's en kinderen hebben
gewoonlijk een veel lagere bloeddruk dan volwassenen. Ook wordt de bloeddruk beïnvloed door inspanning:
tijdens activiteit heeft iemand een hogere bloeddruk dan in rust. Verder varieert de bloeddruk gedurende de
dag: 's morgens is deze het hoogst en 's nachts tijdens de slaap het laagst.
Oorzaken
Bij ongeveer 90% van de mensen met hoge bloeddruk is de oorzaak niet bekend en wordt de aandoening
essentiële, idiopathische of primaire hypertensie genoemd. Waarschijnlijk heeft een essentiële hypertensie
meerdere oorzaken. Mogelijk is een combinatie van diverse veranderingen in hart en bloedvaten
verantwoordelijk voor de verhoogde bloeddruk.
Als de oorzaak wél bekend is, spreekt men van secundaire hypertensie. Bij 5 tot 10% van de mensen wordt
hoge bloeddruk veroorzaakt door een nierziekte. Bij 1 tot 2% is de oorzaak een hormonale aandoening of het
gevolg van geneesmiddelengebruik, zoals orale anticonceptie. In zeldzame gevallen kan de hoge bloeddruk
worden veroorzaakt door een feochromocytoom, een tumor van de bijnier die de hormonen epinefrine
(adrenaline) en norepinefrine (noradrenaline) produceert.
Factoren als overgewicht, veel zitten, stress en overmatig gebruik van alcohol of zout kunnen een rol spelen bij
het ontstaan van hoge bloeddruk bij mensen die hiervoor een erfelijke aanleg hebben. Stress zorgt meestal
voor een tijdelijke verhoging van de bloeddruk, die weer tot normale waarden daalt zodra de stress voorbij is.
Dit verklaart de zogenaamde 'wittejashypertensie', waarbij tijdens een bezoek aan de arts de bloeddruk stijgt
door nervositeit van de patiënt. Deze stijging kan dusdanig zijn dat bij iemand die eigenlijk een normale
bloeddruk heeft toch de diagnose hoge bloeddruk wordt gesteld. Er wordt wel verondersteld dat bij mensen die
hiervoor gevoelig zijn dergelijke kortdurende verhogingen van de bloeddruk schade kunnen aanrichten die
uiteindelijk leidt tot een permanent verhoogde bloeddruk, zelfs als er geen sprake meer is van stress. Maar de
theorie dat tijdelijk verhoogde bloeddruk kan leiden tot permanente hoge bloeddruk is niet bewezen.
Symptomen
Bij de meeste mensen veroorzaakt hoge bloeddruk geen symptomen, al treden af en toe toevallig symptomen
op die vaak ten onrechte worden geassocieerd met hoge bloeddruk, zoals hoofdpijn, neusbloedingen,
duizeligheid, een rood aangelopen gezicht en vermoeidheid. Deze symptomen treden echter even vaak op bij
mensen met een normale bloeddruk.
Bij ernstige of langdurig verhoogde en niet behandelde bloeddruk kunnen symptomen als hoofdpijn,
vermoeidheid, misselijkheid, braken, kortademigheid, rusteloosheid en wazig zien optreden als gevolg van
beschadiging van hersenen, ogen, hart en nieren. Mensen met ernstig verhoogde bloeddruk kunnen soms
slaperig zijn of zelfs in coma raken als gevolg van het opzwellen van de hersenen (hersenoedeem). Deze
aandoening, die bekend staat als hypertensieve encefalopathie, moet onmiddellijk worden behandeld.
Diagnose
De bloeddruk wordt gemeten nadat de patiënt vijf minuten lang heeft gezeten of gelegen. Een bloeddruk van
140/90 mm Hg of hoger wordt als hoog beschouwd, maar de diagnose kan niet na één verhoogde meting
worden gesteld en soms zelfs niet na meerdere verhoogde metingen. Als bij de eerste meting de bloeddruk
verhoogd lijkt te zijn, wordt de druk nogmaals gemeten en daarna nog eens twee keer op minstens twee
andere dagen om zeker te weten of de verhoogde bloeddruk blijft bestaan. Met de metingen wordt niet alleen
de aanwezigheid maar ook de ernst van de hoge bloeddruk bepaald.
Als de diagnose hoge bloeddruk is gesteld, worden gewoonlijk de gevolgen daarvan voor de vitale organen,
vooral de bloedvaten, het hart, de hersenen en de nieren onderzocht. De enige plaats waar het effect van hoge
bloeddruk op de kleine slagaders rechtstreeks kan worden waargenomen, is het netvlies (de retina, de
lichtgevoelige membraan tegen de achterkant binnen in het oog). Daarbij wordt aangenomen dat de bloedvaten
elders in het lichaam (bijvoorbeeld in de nieren) soortgelijke veranderingen hebben ondergaan als die in het
netvlies. Het netvlies wordt onderzocht met behulp van een oftalmoscoop (een instrument waarmee de
binnenkant van het oog kan worden bekeken). De mate waarin het netvlies is aangetast (retinopathie), is een
indicatie voor de ernst van de hoge bloeddruk.
Veranderingen in het hart, vooral vergroting van het hart doordat het bloed tegen een hogere druk in moet
worden rondgepompt, hetgeen meer inspanning van het hart vergt, kunnen worden opgespoord met behulp
van elektrocardiografie
en thoraxfoto's. In een vroeg stadium zijn dergelijke afwijkingen het best te constateren met behulp van
echocardiografie (een onderzoek waarbij met behulp van ultrasone geluidstrillingen een afbeelding van het hart
wordt gemaakt).
Een van de eerste door hoge bloeddruk veroorzaakte veranderingen in het hart is een
abnormaal hartgeluid, de zogenaamde vierde harttoon die met een stethoscoop kan worden waargenomen.
De eerste aanwijzingen voor nierbeschadiging worden voornamelijk opgespoord door urineonderzoek. Als in de
urine bloedcellen en albumine (een bepaald type eiwit) worden aangetroffen, kan dit wijzen op beschadiging.
Ook zal worden gezocht naar de oorzaak van de hoge bloeddruk, vooral bij jongere mensen, al wordt bij slechts
minder dan 10% van de patiënten een oorzaak gevonden. Hoe hoger de bloeddruk en hoe jonger de patiënt,
des te uitgebreider er wordt gezocht naar een oorzaak. Dat kan gebeuren door middel van röntgenopnamen en
isotopenonderzoek van de nieren, thoraxfoto's en onderzoek van bloed en urine op de aanwezigheid van
bepaalde hormonen.
Om nierproblemen op te sporen, zal een arts eerst vragen naar de ziektegeschiedenis, vooral naar eerdere
nieraandoeningen. Tijdens het daaropvolgende lichamelijk onderzoek wordt bepaald of de buik ter hoogte van
de nieren gevoelig is. Met een stethoscoop wordt de buik beluisterd om te bepalen of er een 'bruit' te horen is
(het geluid dat het bloed maakt als het door een vernauwing in de nierslagader wordt geperst). Er kan een
urinemonster naar het laboratorium worden gestuurd voor analyse en zo nodig wordt met röntgenopnamen of
echoscopie de bloedtoevoer naar de nieren gecontroleerd of worden andere nierfunctietests uitgevoerd.
Als de hoge bloeddruk wordt veroorzaakt door een feochromocytoom, zijn er in de urine afbraakproducten te
vinden van de hormonen epinefrine (adrenaline) en norepinefrine (noradrenaline). De overmaat aan deze
hormonen leidt gewoonlijk ook tot symptomen als zware hoofdpijn, angstgevoelens, hartkloppingen (het gevoel
van een versnelde of onregelmatige hartslag), overmatig transpireren, trillende handen en een bleke huid.
Met behulp van bepaalde routineonderzoeken kunnen andere zeldzame oorzaken van hoge bloeddruk worden
opgespoord. Zo kan hyperaldosteronisme worden opgespoord door het kaliumgehalte in het bloed te meten
en kan door de bloeddruk in de beide armen te meten een coarctatie (vernauwing) van de aorta worden
vastgesteld.
Enkele oorzaken van secundaire hypertensie
Nierziekten
nierslagaderstenose
nierbekkenontsteking
glomerulonefritis
niertumoren
polycysteuze nierziekte (meestal erfelijk)
nierbeschadigingen
invloed van radiotherapie op de nieren
Hormonale aandoeningen
hyperaldosteronisme
syndroom van Cushing
feochromocytoom
Geneesmiddelen en aanverwante stoffen
orale anticonceptie
corticosteroïden
ciclosporine
erytropoëtine
cocaïne
alcoholmisbruik
drop (in overmatige hoeveelheden)
Andere oorzaken
vernauwing van de aorta (aortacoarctatie)
preëclampsie (zwangerschapsvergiftiging) als complicatie bij zwangerschap
acute intermitterende porfyrie
acute loodvergiftiging
Prognose
Bij onbehandelde hoge bloeddruk bestaat een verhoogde kans op het ontstaan van hartziekten (zoals hartfalen
of een hartinfarct), nierinsufficiëntie of een herseninfarct ('beroerte') op jonge leeftijd. Hoge bloeddruk is de
voornaamste risicofactor voor het ontstaan van een herseninfarct en is ook een van de drie belangrijke
risicofactoren voor een hartinfarct (myocardinfarct) waar men iets aan kan doen; de andere twee zijn roken en
een verhoogd cholesterolgehalte in het bloed. Als de hoge bloeddruk wordt behandeld, neemt de kans op een
herseninfarct of hartfalen sterk af; ook de kans op een hartinfarct kan dalen, zij het minder sterk. Van de
patiënten met maligne hypertensie is zonder behandeling minder dan 5% na een jaar nog in leven.
Behandeling
Essentiële hypertensie is niet te genezen, maar kan wel worden behandeld om complicaties te voorkomen.
Omdat hoge bloeddruk zelf geen symptomen veroorzaakt, worden gewoonlijk geen behandelingen
voorgeschreven die onaangenaam zijn of de patiënt dwingen de levenstijl te wijzigen. Vóór er medicijnen
worden voorgeschreven, worden eerst andere behandelwijzen uitgeprobeerd.
Patiënten met hoge bloeddruk die te zwaar zijn, krijgen het advies hun gewicht weer op peil te brengen.
Veranderingen in de eetgewoonten zijn voor mensen met diabetes mellitus, vetzucht of een te hoog
cholesterolgehalte in het bloed ook van belang voor de algehele conditie van hart en bloedvaten. Als de patiënt
minder dan 2,3 gram natrium of 6 gram natriumchloride per dag gebruikt (maar ondertussen wel zorgt dat
voldoende calcium, magnesium en kalium wordt ingenomen) en per dag niet meer dan 75 cl bier, 25 cl wijn of
5 cl sterke drank (met 50% alcohol) drinkt, is behandeling met geneesmiddelen tegen hoge bloeddruk soms
niet meer nodig. Niet al te intensieve aerobicsoefeningen kunnen ook zinvol zijn. Mensen met essentiële
hypertensie hoeven hun bezigheden niet te beperken, zolang hun bloeddruk onder controle blijft. Wel dienen ze
te stoppen met roken.
Mensen met hoge bloeddruk wordt vaak aangeraden regelmatig thuis hun bloeddruk te meten, aangezien dit er
vaak toe leidt dat ze de voorschriften van de arts beter opvolgen.
Behandeling met geneesmiddelen
Het is vrijwel altijd mogelijk om hoge bloeddruk te reguleren met een van de vele beschikbare geneesmiddelen,
maar de behandeling moet op de individuele patiënt worden toegespitst. Behandeling heeft de grootste kans
van slagen als de patiënt en de arts goed met elkaar overleggen en gezamenlijk aan een
behandelingsprogramma werken.
De deskundigen zijn het er nog niet over eens in welke mate hoge bloeddruk bij behandeling moet worden
verlaagd en wanneer en hoe een licht verhoogde bloeddruk (categorie 1) moet worden behandeld. Men is het er
echter wel over eens dat het risico toeneemt naarmate de bloeddruk stijgt, zelfs binnen de grenzen van een
normale bloeddruk. Sommige deskundigen zijn daarom van mening dat elke verhoging, hoe gering ook, dient
te worden behandeld en dat de hoge bloeddruk zoveel mogelijk moet worden teruggebracht. Anderen beweren
dat door de bloeddruk beneden een bepaald minimum te verlagen de kans op een hartinfarct of plotseling
overlijden juist kan toenemen, vooral bij mensen die lijden aan een ziekte van de kransslagaders.
De verschillende soorten geneesmiddelen verlagen de bloeddruk via uiteenlopende mechanismen. Sommige
artsen behandelen stapsgewijs met geneesmiddelen: ze beginnen met één medicijn en voegen daar dan indien
nodig andere middelen aan toe. Anderen passen de middelen liever één voor één toe: als het ene middel niet
blijkt te werken, vervangen ze het door een ander. Bij de keuze van geneesmiddelen wordt gelet op factoren
als leeftijd, geslacht en ras van de patiënt, de ernst van de hoge bloeddruk, eventuele andere aandoeningen,
zoals diabetes mellitus of een verhoogd cholesterolgehalte in het bloed, de mogelijke bijwerkingen die van
middel tot middel variëren en de kosten van de middelen zelf en van eventuele tests die nodig zijn om te
bepalen hoe veilig ze zijn.
De meeste mensen verdragen de voorgeschreven middelen tegen hoge bloeddruk (antihypertensiva) goed,
maar elk middel kan bijwerkingen veroorzaken. Als dergelijke bijwerkingen zich voordoen, moet de patiënt dit
melden aan de arts, zodat de dosis kan worden aangepast of kan worden overgeschakeld op een ander middel.
De eerste middelen waarmee meestal wordt geprobeerd de hoge bloeddruk te verlagen zijn thiaziden of
thiazide-achtige middelen, vochtafdrijvende middelen op thiazidebasis (zgn. thiazidediuretica). Dergelijke
middelen helpen de nieren bij het uitscheiden van zout en water, waardoor het totale vochtvolume in het
lichaam afneemt zodat de bloeddruk daalt. Deze middelen zorgen er ook voor dat de bloedvaten worden
verwijd. Aangezien het gebruik van vochtafdrijvende middelen er ook toe leidt dat kalium wordt uitgescheiden
in de urine, moet de patiënt tegelijk met deze middelen soms extra kalium innemen of middelen die het
kaliumverlies beperken (kaliumsparende medicijnen). Vochtafdrijvende middelen werken vooral goed bij
ouderen, mensen met overgewicht en patiënten met hartfalen of chronische nierinsuffiëntie. Adrenerge
receptorblokkerende stoffen, een groep geneesmiddelen waartoe de alfablokkers, de bètablokkers en de
alfa-bètablokker labetalol behoren, blokkeren de werking van het sympathische zenuwstelsel, het stelsel dat
snel op stress kan reageren door de bloeddruk te verhogen. De bètablokkers zijn de meest gebruikte soort in
deze categorie: ze worden vooral toegepast bij jonge mensen en bij mensen die een hartinfarct hebben gehad
of die last hebben van een te snelle hartslag, pijn op de borst (angina pectoris) of migraine. 'Angiotensinconverting enzyme'-remmers (ACE-remmers) verlagen de bloeddruk door de slagaders te verwijden. Ze
worden vooral toegepast bij jonge mensen, bij mensen met hartfalen of met eiwit in de urine als gevolg van
chronische of diabetische nierziekten en bij mannen die impotent zijn als bijwerking van een ander middel.
Angiotensine II-blokkers verlagen de bloeddruk via een mechanisme dat lijkt op dat van de ACE-remmers,
maar veel directer werkt. Het lijkt erop dat deze middelen door de wijze waarop ze werken minder bijwerkingen
veroorzaken. Calciumantagonisten zorgen ook voor verwijding van de bloedvaten, maar werken via een
geheel ander mechanisme. Ze worden vooral toegepast bij ouderen en bij patiënten met pijn op de borst
(angina pectoris), bepaalde vormen van te snelle hartslag of migraine. Recente meldingen duiden erop dat
mensen die snelwerkende calciumantagonisten gebruiken een grotere kans hebben om te overlijden aan een
hartinfarct, maar dergelijke effecten zijn tot nu toe niet gemeld met betrekking tot langwerkende
calciumantagonisten. Rechtstreeks werkende vaatverwijdende middelen zorgen voor verwijding van de
bloedvaten via weer een ander mechanisme. Middelen uit deze groep worden nooit afzonderlijk gegeven, maar
worden als tweede geneesmiddel toegevoegd als een ander middel de bloeddruk onvoldoende doet dalen. Bij
noodsituaties als gevolg van hoge bloeddruk, bijvoorbeeld maligne hypertensie, moet de bloeddruk snel
worden verlaagd. Daarvoor bestaan diverse middelen, waarvan de meeste intraveneus worden toegediend.
Deze middelen zijn onder meer diazoxide, nitroprusside, nitroglycerine en labetalol. Nifedipine, een
calciumantagonist, werkt zeer snel en kan oraal worden toegediend; het kan echter leiden tot te lage
bloeddruk, zodat de patiënt zorgvuldig moet worden gecontroleerd.
Behandeling van secundaire hypertensie
Behandeling van secundaire hypertensie hangt af van de onderliggende oorzaak van de hoge bloeddruk. Als er
sprake is van een nierziekte, kan behandeling daarvan soms ertoe leiden dat de bloeddruk weer normaal wordt
of ten minste daalt, zodat behandeling met geneesmiddelen effectiever is. Een vernauwing in de slagader naar
de nieren kan worden verholpen door een katheter met een ballonnetje aan het uiteinde in de slagader te
brengen en vervolgens het ballonnetje op te blazen. Ook is het mogelijk een omleiding aan te leggen om het
vernauwde deel van de slagader. Vaak wordt met een dergelijke behandeling ook de hoge bloeddruk
opgeheven. Als de hoge bloeddruk wordt veroorzaakt door een tumor, zoals een feochromocytoom, kan de
tumor meestal operatief worden verwijderd.
Download