Enkele voorbeelden van contextualisatie Preken is contextualiseren. En contextualiseren betekent dat we het verhaal van de ander ‘binnengaan’ en van binnenuit veranderen. In dit artikel, min of meer een letterlijke weergave van een deel van lezingen van Tim Keller (2004). Hier zaten enkele kerkplanters waaronder Theo Visser een dag bij Tim Keller om hun voordeel te doen met zijn ervaring op dit gebied. Dit document is een bewerking van de aangeboden stof van die dag. Hier volgen enkele interessante voorbeelden van contextualisatie: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 Zonde als slavernij Het gezag van de Bijbel De werkelijkheid van God De noodzaak van de verzoening Het oordeel De uitverkiezing en de soevereiniteit van God De realiteit van de hel De uniciteit van Christus De hypocrisie van het cynisme blootleggen 1 Zonde als slavernij Duidelijk maken wat ‘zonde’ is Zonde als ontregelde liefde Wanneer je je identiteit bouwt op iets anders dan God, leidt dit in de eerste plaats inwendig tot disoriëntatie, wanorde en verslaving. Wat bedoelen we daarmee? In het begin neemt een toekomstige verslaafde iets tot zich waarvan hij weet dat die hem kan vernietigen. Met het verstrijken van de tijd komt hij erachter dat hij meer en meer de vernieling ingaat door zijn verslaving. Maar in plaats van te stoppen, geeft hij zich er steeds meer aan over, zonder dat iemand (inclusief hijzelf) daarvoor een reden kan geven. Ten slotte zit hij helemaal vast. Hij zal sterven, tenzij de slavernij wordt gebroken door (in de terminologie van de zelfhulpgroep) ‘een hogere macht’. Op dezelfde manier – duizenden maatschappelijk werkers en therapeuten hebben dit tot hun eindeloze frustratie ontdekt – is het menselijk ras hopeloos verslaafd aan dingen die schadelijk voor ons zijn: het najagen van macht, hebzucht, genot ten koste van anderen enzovoort. Ons ras is als een drugsverslaafde optima forma. Waarom? De Deense schrijfster Isak Dinesen (die vrijwel zeker haar inspiratie put uit Kierkegaard) schreef: “Trots is dat we geloven in het idee dat God had toen Hij ons maakte. Mensen die zich niet bewust zijn van enig idee van God toen Hij hen schiep … zullen als succes moeten accepteren wat anderen hen toestaan om te vinden. Zij zullen hun geluk, zelfs hun eigen identiteit, moeten ontlenen aan de waan van de dag”. Zij herschrijft Kierkegaards visie op geloven. Christelijk geloof is ‘trots’ (tegenwoordig zouden we misschien de versleten term ‘zelfrespect’ gebruiken), die voortkomt uit het feit dat we onze identiteit bouwen op Gods liefde en waardering voor ons. Mensen die niet diep geworteld zijn in die kennis, zullen iets anders moeten kiezen op hun trots of identiteit op te baseren. Maar als je dat doet, word je een slaaf van dat ‘iets’. Zoals Dinesen zegt: wat het ook is, je moet het hebben. Als wij dingen die goed zijn, maken tot dingen van beslissend belang voor ons… als dit de dingen zijn die ons aantrekkelijk en betekenisvol maken, meer dan God dat doet, dan zullen zij de richting van ons leven bepalen, zij zullen ons definiëren, daarvoor zullen we leven, zij geven ons veiligheid en waarde, zij beheersen ons leven. Zonder dat hebben we geen waarde of doel en daarom moeten we ze hebben. Als iets ons in de weg staat om ze te verwerven, worden we onbeheerst boos en bitter. Als iets onze ‘afgoden’ alleen maar bedreigt, worden we onbeheerst bang en vreesachtig. Als wijzelf er niet in slagen om ze te bereiken, worden we onbeheerst schuldbewust, beschaamd of we kruipen in onze schulp. Het is daarom een illusie om te denken dat iemand werkelijk ‘vrij en onafhankelijk’ kan zijn. Wij controleren onszelf niet, maar worden gecontroleerd door datgene waarop wij onze identiteit bouwen. Zonde als uitsluiting Wat is ‘uitsluiting’? Uitsluiting vindt plaats wanneer je de ‘ander’ gaat zien als iemand die zo laag staat, dat de ‘Gulden Regel’ niet op hem van toepassing is. Je kunt je in het geheel niet meer met hem identificeren. Je kunt je nog geen begin van een voorstelling maken van de redenen waarom de ander doet wat hij doet. Daarom voel je je niet langer gedrongen om hem te behandelen zoals je zelf behandeld zou willen worden. Uitsluiting neemt verschillende vormen aan. Misschien sluiten we de ander buiten door hem simpelweg te verjagen of hem te vermijden. Misschien proberen we hem tot assimilatie te bewegen, door hem te dwingen precies als wij te zijn. Uiteindelijk proberen we wellicht de anderen te onderwerpen en hen openlijk te controleren en te schaden. Wat we ook doen, in alle situaties worden de normale gemeenschapsbanden – wederzijds geven en ontvangen – doorgesneden. Waarom gebeurt dit? Wanneer wij onze identiteit bouwen op iets wat wij hebben gepresteerd, vormen wij ons zelfbeeld en onze eigenwaarde door anderen te verachten die datgene niet hebben gepresteerd. Als je identiteit en eigenwaarde vooral is gebaseerd op je harde werk, moet je wel degenen verachten die je als lui beschouwt. Of als je identiteit en gevoel van betekenis vooral gebaseerd is op je fatsoen, moet je wel neerkijken op degenen die je beschouwt als immoreel. Of als je voornaamste bron van betekenis is dat je een tolerant persoon bent, die zich veel bezighoudt met de rechten van anderen, moet je wel neerkijken op degenen die in jouw visie intolerant of bevooroordeeld zijn. Maar een christen zegt: ‘Ik word bemind omdat Jezus, toen ik al deze verkeerde dingen geloofde, kwam en in mijn werkelijkheid naar binnen ging. Hij nam de zwakheid op zich van mij menselijke natuur, paste zijn leven radicaal aan omwille van mij en Hij stierf voor mij’. De eigenwaarde van een christen is gebaseerd op degene die uitgesloten werd voor ons: Jezus werd in sociaal en geestelijk opzicht buitengeworpen. Nu kunnen wij het oneens zijn met mensen – hevig oneens zelfs – en dit toch doen zonder enige kwade trouw jegens hen, zonder de behoefte om ons terug te trekken of macht uit te oefenen in onze relaties met hen. Je hebt het vermogen ontvangen om het oneens te zijn met iemand in liefde, respect en nederigheid, zonder innerlijke behoefte om per se te winnen. 2 Het gezag van de Bijbel Traditionele manieren om de onfeilbaarheid van de Bijbel te beargumenteren zijn de volgende: (1) via de ‘bewijzen’ (archeologie, vervulde profetieën, historische argumenten of ooggetuigenverslagen enz.); (2) via de zgn. ‘vooronderstellingen’ (C. van Til): de enige manier om het leven te begrijpen; (3) gematigde methode van historiciteit toepassen, vervolgens geloven in Christus: dat Hij was wie Hij zei dat Hij was. Daarna ingaan op Christus’ getuigenis aangaande de Bijbel. Het probleem is dat elk van deze methoden er van uit lijkt te gaan dat de luisteraar een modern mens is, beïnvloed door de Verlichting en dat zijn ‘verhaal’ is gebaseerd op de rede en de wetenschap. Een alternatieve mogelijkheid ziet er zo uit: de meeste mensen van tegenwoordig zijn allergisch voor het idee van absolute waarheid en een onfeilbare Bijbel. Je kunt dit verhaal ‘binnengaan’ door de nadruk te leggen op het verlangen om een intieme persoonlijke relatie met God te hebben. Zou jij geen God willen hebben, met Wie je een intieme, levende, persoonlijke relatie kunt hebben? Vervolgens zul je hen uit kunnen dagen, als volgt: als je een persoonlijke relatie wilt, zal de ander in staat moeten zijn je tegen te spreken. Als een vrouw haar man nooit kan tegenspreken, hebben zij geen echte persoonlijke relatie. Dus als je uitkiest uit de Bijbel wat je bevalt en de rest laat liggen, hoe kun je dan ooit een God hebben die je kan tegenspreken? Alleen als God iets kan zijn of zeggen dat je boos maakt of teleurstelt, weet je dat je te maken hebt met een echte God en niet met een product van je fantasie. Daarom is een Bijbel met gezag niet de vijand van een persoonlijke, ‘mystieke’ omgang met God. Het is de voorwaarde van zo’n relatie! Jezus had een relatie met God op basis van de Bijbel. Je zult je eigen verhaal nooit af kunnen maken, zonder de Bijbel waarin Jezus geloofde. 3 De werkelijkheid van God Annie Dillard (Pilgrim at Tinker Creek) woonde bij een beek in de bergen van Virginia, om zo de ‘natuur’ te kunnen observeren. Zij was geschokt door het geweld dat zij zag. Zij realiseerde zich dat de natuur slechts werd geregeerd door één ding: de macht van de sterken over de zwakken. Geloof ze niet als ze je vertellen hoe uitgebalanceerd en prachtig de natuur is. Stel dat je de manager bent van de Nationale Spoorwegen. Jij rekent uit dat je locomotieven nodig hebt voor een bepaald traject. Het gaat hier om een traject op een geweldig steile helling. Met een enorme inspanning en tegen hoge kosten weet je 9000 locomotieven te produceren. Vervolgens laat je ze alle 9000 in het wilde weg heen en weer rijden, zodat ze in ravijnen storten, botsen, in puin gaan, ontsporen, ontploffen, gekraakt worden en verbranden. Uiteindelijk houd je 3 locs over en zoveel heb je er ook nodig voor het bewuste traject. Je gaat naar de directie en laat hun zien wat je hebt gedaan om deze 3 geweldige locomotieven te krijgen. Je weet wat ze je zullen zeggen: ‘Wat is dit voor manier om een spoorwegmaatschappij te leiden?’. Maar is het dan beter om een heelal op deze manier te leiden? De evolutie houdt meer van de dood dan van jou of van mij (of van wie dan ook). Ik was van plan geweest om te gaan wonen aan de rand van de beek om zo mijn leven te laten drijven op zijn stroom. Maar ik schijn een punt te hebben bereikt waarop ik een streep moet trekken. Ik moet afstand maken tot de enige wereld die ik ken. Kijk maar: een roodborstje kan op de gruwelijkst denkbare manier sterven, maar de natuur maalt er echt niet om. De zon komt op, de beek stroomt lieflijk voort en de overlevenden zingen nog steeds. Maar ik kan niet op dezelfde manier voelen over jouw dood en jij niet over de mijne en wij kunnen geen van beiden zo voelen over het roodborstje. Wij hechten enorme waarde aan het individu, terwijl de natuur geen snars om hem geeft. Het lijkt erop dat ik dit leven in en om de beek moet verwerpen, tenzij ik voortdurend gepijnigd wil worden. Of deze wereld – mijn moeder – is een monster, of ik ben gek. Laten we eerst eens kijken naar de eerste mogelijkheid: de wereld is een monster. Er is geen volk in de wereld dat zich zo slecht gedraagt als bidsprinkhanen. Maar wacht, zeg je, er is geen goed of kwaad in de natuur; goed en kwaad is een menselijk concept. Precies! Wij zijn morele schepselen in een heelal dat op toeval en dood lijkt te lopen, blindelings heen en weer drijvend van nergens naar niets en dat tegelijk op de een of andere manier dat wonderlijke ‘ik’ heeft geproduceerd. Deze wereld draait op toeval en dood en macht, maar ik koester het leven en de rechten van de zwakken tegenover de sterken. Ik ben bij toeval uit de zee van aminozuren komen kruipen en nu moet ik ronddraaien en mijn vuist schudden tegen die zee en roepen ‘SCHANDE!’. Wij, kleine kluitjes van zacht weefsel, die rondkruipen over de huid van deze planeet, hebben gelijk en het hele heelal heeft het mis. De wereld is een monster. Laten we nu eens kijken naar het alternatief: de natuur is er prima aan toe, maar onze gevoelens zijn volkomen verstoord. De kikker die zojuist werd leeggezogen door de reusachtige waterkever had een flits van gevoel die misschien een seconde duurde, voordat zijn brein veranderde in brei. Maar ik heb al jaren bijna elke dag last van dit incident. Vooruit dan, onze gevoelens en waarden zijn het die overhoop liggen, niet de natuur. Wij zijn gek en de wereld is ok! Laten we allemaal hersenoperaties ondergaan om ons terug te brengen naar een natuurlijke staat. We kunnen dan de bibliotheek achter ons laten en terugkeren naar de beek, met aanzienlijk minder hersens. Dan kunnen we op haar oevers voortleven, met net zo weinig problemen als een muskusrat of een rietstengel. Jij eerst. Punt van binnenkomst: het geloof dat het verkeerd is voor sterke individuen of groepen om zwakkeren te onderdrukken. 1) We weten allemaal dat het volkomen natuurlijk is in deze wereld dat de sterken de zwakken eten. Dat is het wezen van evolutie: de ‘survival of the fittest’. 2) Wij geloven ook dat onderdrukking verkeerd is, dat het misschien wel volkomen natuurlijk is dat de sterken de zwakken opeten, maar dat het niettemin volkomen verkeerd is als sterke mensen of mensengroepen zwakkeren onderdrukken. Punt van uitdaging: 1) Maar als er niets anders is dan de natuur, waarom zou het dan verkeerd zijn voor sterke mensen om de zwakken te vertrappen? Hoe kunnen we weten dat de natuur ‘abnormaal’(??) is, tenzij er een standaard is buiten de natuur (een ‘boven-natuurlijke’ standaard), die ons dat vertelt? 2) Als je vooronderstelling (dat er geen bovennatuurlijke werkelijkheid of God is) je tot conclusies leidt, waarvan je weet dat ze verkeerd zijn (nl. dat mijn gevoel van morele onrechtvaardigheid een illusie zou zijn), waarom zou je die vooronderstelling dan niet veranderen? 3) De Bijbel geeft betekenis aan deze dingen: (a) als er geen God was, zouden we op geen enkele manier kunnen weten dat de natuur abnormaal is; (b) als er geen Zondeval was, zouden we niet kunnen uitleggen waarom God een wereld als deze zou maken. Maar de Bijbel vertelt ons dat deze wereld geschapen is en gevallen. Als je zegt dat (a) de natuur vol geweld is, maar (b) dat wij niet op die manier zouden moeten leven, dan ben je bezig te veronderstellen en te geloven en te leven alsof de God van de Bijbel bestaat. Het is niet integer om te leven alsof Hij er is en tegelijk Hem niet te erkennen. 4 De noodzaak van de verzoening Moderne mensen hebben hiermee ernstige moeite. Waarom is een verzoening nodig? En (daarom): waarom zegt het christendom dat Jezus moest sterven om ons weer te verzoenen met God? Waarom kan God ons niet gewoon vergeven? Het antwoord is dat niemand ‘gewoon’ iets kan vergeven dat echt mis was. Als iemand jou echt heeft bedrogen of laten vallen en je veel kwaad heeft gedaan, hoe kun je zo iemand dan vergeven? Vergeving betekent dat je afziet van wraakacties, terwijl je de ander flink zou willen laten betalen voor wat hij heeft gedaan. Het betekent dat je weigert om hen door het slijk te halen bij anderen, terwijl je niets liever zou willen dan hun reputatie te fileren en te verwoesten. Het betekent zelfs dat we afzien van kwade gedachten of kwade trouw en het omkeren van onze gedachten in mededogen en hoop op verandering van de ander. Met het verstrijken van de tijd (en als je op deze koers blijft varen) zal je boosheid dan verdwijnen en dan is de vergeving compleet. Zoals iedereen weet die dit ooit heeft geprobeerd, is vergeving uiterst pijnlijk, kostbaar en moeilijk. Als je niet vergeeft, word je hard en boos op jezelf. Dan begint een cyclus van wraak en conflict, waaraan nooit een einde komt. Het kwaad triomfeert dan. Anderzijds, als je de weg van vergeving gaat, zul je veel pijn mee moeten maken en je zult zelf lijden. Er is echter geen tussenweg. Of je kunt proberen de overtreder te laten boeten voor de schuld die hij bij je heeft en die je voelt (je snijdt het uit zijn huid in wraak) of jij betaalt de schuld, totdat de boosheid is verdwenen. Wat je ook doet, iemand zal moeten lijden en betalen. In de sfeer van de economie is dit net zo als in de psychologie. Als iemand jouw lamp van € 100,- omvergooit en zegt ‘o, het spijt me zo’ en jij zegt ‘het geeft niets’, dan heb je hem vergeven. Maar de schuld van € 100,- verdwijnt niet in het luchtledige. Of je laat de ander betalen, of je ‘absorbeert’ zelf de schuld (door een nieuwe lamp te kopen, of het voortaan te stellen zonder licht in die hoek). Zo zien we dus een belangrijk principe: als een ernstige overtreding is begaan, is er een besef dat er een ‘schuld’ is die niet kan worden genegeerd en waaraan we niet zomaar kunnen voorbijgaan. We moeten hem behandelen en dat zal moeten gebeuren door een vorm van lijden. Als we dit principe zien werken op ons menselijke niveau – dat de enige weg om het kwaad te verslaan is dat wij een ander vergeven en dat dit gebeurt door lijden – waarom zijn we dan verbaasd als we God horen zeggen tegen ons dat het bij Hem ook zo gaat? Als wij, wanneer wijzelf kwaad hebben ondervonden, een schuld voelen die niet zomaar weggewuifd kan worden, een schuld waarvoor betaald moet worden, hoeveel te meer is God zich dan bewust van de enorme schuld van de zonde van mensen tegen elkaar en tegen de schepping en tegen God zelf? Dit betekent overigens niet dat Gods probleem met ons alleen maar emotioneel is. De bedoeling is te laten zien dat onze emoties een voorbeeld kunnen zijn van hoe het ‘werkt’ vanuit Gods perspectief. Dus: of er moet oordeel zijn waardoor wij lijden, of er moet vergeving zijn, waardoor God lijdt. Er is geen tussenweg. Hij kan niet ‘zomaar’ vergeven. Aan het kruis heeft God zelf de schuld betaald. Hier zien we op een geestelijk en kosmisch niveau gebeuren wat wij al weten op het psychologische en relationele niveau. 5 Het oordeel Arthur Miller schrijft in zijn boek After the Fall: “Jarenlang heb ik het leven gezien als een rechtszaak. Het was een reeks van bewijzen. Als je jong bent, bewijs je hoe dapper je bent, of hoe slim. Vervolgens bewijs je dat je een goede minnaar bent. Later bewijs je wat een goede vader of echtgenoot je bent. Tenslotte bewijs je hoe wijs of machtig je bent of wat dan ook. Maar onder dit alles, zo zie ik nu, lag een vooronderstelling. Die hield in dat je op weg was op een opwaarts pad naar een soort hoogtepunt, waar – ik weet niet precies hoe of wat – ik dan zou worden vrijgesproken of veroordeeld: in elk geval een soort vonnis zou ondergaan. Ik denk dat mijn rampzaligheid pas echt begon, toen ik op een dag opkeek en zag dat de rechterstoel leeg was! Er was geen rechter te zien. En al wat overbleef was de eindeloze discussie met jezelf, die nutteloze rechtvaardiging van je bestaan voor een lege rechterstoel. Hetgeen natuurlijk een andere manier is om wanhoop te omschrijven”. Punt van binnenkomst: betekenis vinden in je leven. 1) Arthur Miller citeren is zelf al een manier om binnen te komen. 2) Miller laat zien dat wij allen het nodig hebben om te geloven in een soort standaard buiten ons, waaraan wij ons afmeten, om zin en betekenis te ervaren in ons leven. Wij werken zo hard, maar waarvoor? Tenzij er een rechter is, een objectieve morele standaard, kan er geen gevoel zijn van ‘vooruit’ of ‘achteruit’ gaan. Punt van uitdaging: de lege rechterstoel is de seculiere visie op de wereld. Maar als we zeggen dat ‘alles relatief is’, betekent dit dat we ons afsluiten voor de eindeloze discussie binnenin jezelf, omdat je nooit in staat zult zijn om te stoppen met streven. Conclusie: als je vooronderstelling (dat de rechterstoel van het heelal leeg is) je leidt tot een conclusie waarvan je weet dat hij niet waar is (dat er geen betekenis is in het leven, dat er geen reden is om verder te gaan), waarom zou je dan je vooronderstelling niet veranderen? Vergelijk het volgende citaat van de Kroatische theoloog Miroslav Volf, in zijn Exclusion and Embrace: “Mijn stelling is dat de praktijk van geweldloosheid het geloof in de goddelijke wraak nodig heeft. Deze stelling zal niet populair zijn bij velen in het westen. Maar stel je eens voor dat je spreekt tot mensen (zoals ik vaak heb gedaan), wier steden en dorpen eerst zijn geplunderd, toen verbrand en met de grond gelijk gemaakt, wier dochters en zusters zijn verkracht, terwijl hun vaders en broers de keel werd doorgesneden… Uw oproep aan hen is: wij moeten geen vergelding zoeken? Waarom niet? Ik zeg dat de enige manier waarop wij geweld kunnen verbieden is dat wij eraan vasthouden dat geweld alleen gewettigd is wanneer dit van God komt. Geweld stijgt vandaag de dag tot grote hoogten, in het geheim gevoed door het geloof dat God weigert het zwaard op te nemen. Er is de rust van een veilige suburb voor nodig om de stelling in de mond te durven nemen dat menselijke geweldloosheid het resultaat is van een God die weigert te oordelen. In een zwartgeblakerd land, doordrenkt van onschuldig bloed, zal dit idee altijd uitsterven, evenals andere plezierige stokpaardjes van de liberale geest. Als God NIET zou toornen over onrecht en teleurstelling en in de toekomst GEEN einde zou maken aan het geweld, zou die God geen verering waard zijn”. Punt van binnenkomst: vrede stichten; het lijden van de verdrukten. 1) Een van onze grootste problemen is tegenwoordig hoe wij mensen die diepgaand van elkaar verschillen in vrede kunnen laten samenleven. Hoe kunnen wij de eindeloze cycli van wraak en geweld stoppen? 2) De meeste seculiere mensen geloven dat religie deze geweldsspiralen alleen maar erger maakt. Het zou voor de vrede beter zijn wanneer meer mensen religieuze sceptici waren, zoals de meeste westerse intellectuelen dat zijn. Punt van uitdaging: 1) Dit is een naïeve visie, die alleen wordt aangehangen door mensen die zelf niet hebben geleden onder geweld. 2) Wanneer ik moet lijden onder geweld, kan alleen een diepgaand geloof in de God van gerechtigheid mij in staat stellen om af te zien van het opnemen van het zwaard en het bewerkstelligen van mijn eigen recht. 3) De enige weg naar geweldloosheid is het geloof in een God die oordeelt en wraak oefent. Opmerking SP: dit is ook een manier om een aantal van de ‘wraakpsalmen’ in het OT opnieuw te lezen. Mij valt op dat sommige van die Pss op naam van David staan. Nu, hij was niet geheel machteloos. Zelfs in de tijd dat hij nog geen koning was, had hij toch honderden strijders onder zich. Hij was, met andere woorden, in staat om heel wat eigenrichting te plegen. In de tijd dat hij wel koning was, zou hij toch weinig moeite gehad moeten hebben met de ‘goddelozen’ en de ‘mannen des bloeds’ (Ps. 139:19-20). Hij had hen toch zelf wel kunnen ‘ombrengen’? Zou de wraakpsalm, vanuit dit perspectief bekeken, niet juist een afzien van wraak zijn, in het geloof dat God de wraak toekomt? Zou dit zo niet een illustratie kunnen zijn van wat Volf zegt: omdat God wreekt, hoeven wij dat niet te doen? 6 De uitverkiezing en de soevereiniteit van God Punt van binnenkomst: liefde voor genade. Als je een God hebt, zou je dan niet willen dat dit een God zou zijn, die je liefheeft uit genade? Punt van uitdaging: waarom ben jij een christen en je buurman niet? Tenzij je zegt ‘alleen omdat God mijn hart opende’, zul je moeten zeggen dat je een christen bent omdat je (ook al is het maar een beetje) opener, berouwvoller of nederiger bent dan je buurman. Punt van binnenkomst: de wens om de ‘ander’ te respecteren. Zou je niet willen dat je relatie met God je nederig maakte, zodat je een basis ontvangt voor respect en wederzijdsheid in de omgang met de ‘ander’: iemand van een ander geloof of uit een andere cultuur? Punt van uitdaging: als ik geloof dat ik uitverkoren ben, kan er geen sprake zijn van superioriteit wanneer ik spreek met een niet-christen. Deze persoon kan wel veel vriendelijker, wijzer en hoogstaander zijn dan ik. Andere religies leiden je tot het geloof dat je in enig opzicht superieur moet zijn, omdat jij gelooft en anderen niet. Maar het geloof in de uitverkiezing leidt ons tot absoluut respect voor de ‘ander’, de ongelovige. Punt van binnenkomst: liefde voor het ‘mysterieuze’. “Maar dit is toch oneerlijk”. Zeker weten dat het een probleem is! Punt van uitdaging: maar het probleem komt vooral voort vanuit de veronderstelling dat je stiekem naar binnen bent gekropen. Je bedenkt: als God harten niet opent op basis van verdienste, moeten zijn keuzes wel willekeurig zijn. Maar dit is nu juist waar het mysterie om de hoek komt kijken. Ik weet niet hoe, maar wanneer we het hele plaatje mogen zien, zullen we niet denken dat Hij onwijs of oneerlijk is geweest. Wij zullen dan denken dat hij volkomen wijs en eerlijk is geweest. Aldus de profeten en de apostelen. 7 De realiteit van de hel Punt van binnenkomst: vrijheid. Punt van uitdaging: de voorstelling van de hel door C.S. Lewis in De grote scheiding, waar de mensen die in de hel gevangen zijn daar zitten door hun eigen ontkenning, misleiding en de ellende die zij zichzelf aandoen (vergelijkbaar met verslavingen). Je moet zonde leren zien als slavernij. Het loon van de zonde is slavernij, blindheid, gevangenschap. Dat zien we al op aarde. De hel is in feite dezelfde dynamiek, maar dan voor eeuwig, omdat we daar altijd doorgaan. God houdt mensen verantwoordelijk genoeg en Hij laat hen vrij genoeg om hun eigen eeuwige misère te scheppen, door te kiezen voor de trotse en zelfzuchtige manier. Punt van binnenkomst: de liefde van God en genade. Punt van uitdaging: “Ik geloof niet dat God werkelijk iemand naar de hel zou laten gaan. Ik geloof niet dat de hel het gevolg is van de zonde”. Vraag eens aan zo iemand: “Wat kostte het jouw God dan om ons lief te hebben en ons te omhelzen? Waar was zijn pijn, waar zijn de spijkers en de doorns? Wat moest Hij doen om ons lief te hebben?”. Het enige antwoord is: “Ik denk niet dat dat nodig was”. Hoe ironisch is dit! In een poging om God liefdevoller te maken (door de hel als straf voor de zonde af te wijzen) heb je Hem minder liefdevol gemaakt. De aanbidding van een God-zonder-hel zal vooral ethisch, cognitief en onpersoonlijk zijn. Je kunt dankbaar zijn dat Hij zo tot aanvaarding geneigd is, maar je zult niet op Hem reageren met hartstocht, intensiteit en verwondering. Zijn liefde is niet ‘so amazing, so divine / demands my soul, my life, my all’. Deze ‘gevoelige’ benadering van de hel maakt God onpersoonlijk. De klassieke christelijke God moest echter lijden aan het kruis om ons te redden van de onvermijdelijke consequentie van de zonde: de hel. 8 De uniciteit van Christus Punt van binnenkomst: inclusiviteit. Punt van uitdaging: dit is de enige manier om te geloven in genade, zonder universalisme. Als je niet hoeft te geloven in Jezus, dan zijn goede werken genoeg. En als goede werken voldoende zijn, dan is prestatie de manier waarop God mensen tot Zich neemt. Ergens moet er dan wel een ‘grens’ zijn voor zulke morele prestatie, goedheid van hart enz. Er komt een moment dat God zegt ‘dit is nog net goed genoeg, maar dat niet meer’. Dat is nogal exclusief. Wat als je geboren bent in een gezin waarin misbruik tiert? Welke kans heb je dan om een aardig en vriendelijk mens te worden? Het is niet eerlijk. Het Jezus-Evangelie is de enige religie die rechtvaardiging claimt door genade/geloof alleen. Het is niet ‘de goeden zijn binnen en de slechten buiten’, maar de nederigen zijn binnen en de trotsen blijven buiten. Punt van binnenkomst: nederigheid, eerlijkheid. “Hoe kun je zeggen dat jullie manier de beste is en die van alle anderen verkeerd?”. Punt van uitdaging: maar jij doet hetzelfde, alleen veel erger. Een voorbeeld: zijn religies inderdaad allemaal zoals die blinde mannen die dezelfde olifant proberen te beschrijven? Ieder van hen voelt een ander onderdeel van de olifant, maar geen van hen ziet de hele waarheid. Of zijn alle religies in werkelijkheid veel wegen die allemaal naar dezelfde bergtop leiden? De enige manier waarop je deze gelijkenissen kunt vertellen, is wanneer jij zelf de hele olifant ziet en wanneer jij op de bergtop staat. Met andere woorden: jij zegt ‘mijn relativistische manier is goed en jullie hebben het verkeerd’. Jouw positie veronderstelt een dieper geestelijk inzicht dan die van alle wereldgodsdiensten. Jij zegt: “Mijn idee van de goddelijke werkelijkheid is juist en dat van jou is fout”. En tegelijk vertel je christenen dat zij niet hetzelfde mogen zeggen. Christenen zijn ten minste nog eerlijk over hun ‘exclusivisme’. Van jou kunnen we dat niet zeggen. 9 De hypocrisie van het cynisme blootleggen C.S. Lewis schrijft in zijn De afschaffing van de mens: “Je kunt niet altijd maar doorgaan met dingen weg te verklaren. Uiteindelijk zul je dan merken dat je de verklaring zelf wegverklaard hebt. Je kunt niet altijd maar doorgaan met ‘door dingen heen te kijken’. Het hele punt van iets doorzien is dat je iets anders erdoorheen ziet. Het is goed om door een raam heen te kunnen kijken, omdat de tuin erachter anders niet te zien is. Maar als je overal doorheen kunt kijken, dan is alles doorzichtig. Een wereld die helemaal doorzichtig is, is een onzichtbare wereld. Daarom is ‘alles doorzien’ hetzelfde als helemaal niets zien”. Punt van binnenkomst: de behoefte om niet gefopt te worden; minachting voor sentimentaliteit. Het christendom is geen religie! Een religie zegt dat mensen goed of slecht zijn. Een religie zegt dat je jezelf kunt verbeteren, als je het tenminste echt probeert. Religie en moralisme leiden tot ‘inspirationalisme’ en sentimentaliteit en een ontkenning van frustratie en teleurstelling en de onophoudelijke gebrokenheid van het leven. Maar het alternatief van religie kan nooit een diepe irreligiositeit of cynisme zijn. Punt van uitdaging: 1) Het antwoord kan nooit een algeheel cynisme zijn. Zoiets bestaat niet. 2) Verborgen in het hart van de gemiddelde cynische twijfelaar ligt een diep geloof in zijn eigen vermogen om alle waarheid te bepalen. 3) Die hypocrisie van ‘me nergens aan geven’ wordt blootgelegd als je nadenkt over de implicaties van je beweringen. Als, zoals Nietzsche zegt, alle waarheidsclaims niet meer zijn dan een greep naar macht, dan geldt dat ook voor zijn waarheidsclaim. Waarom zouden we dan naar hem luisteren? En als, zoals Freud zegt, elke visie op God in feite niet meer is dan een psychologische projectie, waardoor we kunnen omgaan met onze eigen schuld en onzekerheid, dan geldt dat toch ook voor die van hem? Waarom zouden we dan naar hem luisteren? Als, zoals de evolutiepsychologen zeggen, dat wat mijn brein mij vertelt over moraliteit, liefde en schoonheid geen werkelijkheid is, maar niet meer dan chemische reacties die slechts mijn genetische codes willen veilig stellen en doorgeven, dan geldt dat ook voor wat hun hersens hun vertellen over de wereld. Waarom zou ik dan naar hen luisteren? Kortom, alles doorzien is hetzelfde als niet zien. 4) Cynisme kan alleen overleven door de weigering hetzelfde scheermes dat je bij anderen aanlegt, toe te passen op jezelf. Diep verborgen achter het masker van ‘jezelf niet geven’ ligt een krachtig geloof in je eigen vermogen om goed van kwaad te onderscheiden, om alles wat nep is te deconstrueren. Al deze 9 voorbeelden laten zien hoe we mensen vandaag kunnen bereiken in hun eigen context. Het toont aan hoe relevant het Evangelie is voor dat wat vandaag speelt. Op deze creatieve manier mogen wij zoeken het Evangelie te brengen aan postmoderne mensen.