Een man met bekkenpijn, wat te doen? | SpringerLink

advertisement
EEN MAN MET BEKKENPIJN, WAT TE DOEN?
Een man met bekkenpijn, wat te doen?
E.J. Messelink *
Samenvatting
In de afgelopen jaren is er een duidelijke verschuiving opgetreden waar het gaat om de benadering, diagnostiek en behandeling van mannen met chronische bekkenpijn. Urologen
hebben als taak om bekende aandoeningen die de pijn kunnen veroorzaken aan te tonen en te behandelen, dan wel uit
te sluiten. De richtlijn ‘Chronic Pelvic Pain’ van de European
Association of Urology is voor urologen de meest geschikte
bron. In dit artikel wordt een vertaling geboden van deze
richtlijn naar de praktijk van alledag.
Trefwoorden: bekkenpijn, mannen, multidisciplinair, chronische pijn
Summary
A man with pelvic pain
In the past 10 years there has been a great shift in the approach,
diagnostics and treatment of male patients with chronic pelvic pain. For urologists, the first task is to treat well known
diseases, or to make sure there are no confusable diseases
present. The guideline on Chronic Pelvic Pain issued by the
European Association of Urology is the most appropriate
source for urologists. This article serves as a translation from
this guideline to daily practice.
Keywords: pelvic pain, male, multidisciplinary, chronic pain
‘Pijn is van iedereen en van niemand’, zo sprak Frank
Huygen toen hij hoogleraar Pijngeneeskunde werd. ‘Er
zijn heel veel patiënten met chronische pijn en er is
geen dokter die het echt tot zijn terrein rekent.’ In zijn
Cantate 25 laat Johan Sebastiaan Bach ons hetzelfde
horen als hij de tenor laat zingen: ‘Die ganze Welt ist
nur ein Hospital. Wer ist mein Arzt, wer hilft mir wieder?’
A anle i di ng
De volgende patiënt op uw spreekuur is een man van
37 jaar. De huisarts heeft hem verwezen. In de verwijsbrief staat het volgende. ‘Gezonde man met prostatitisklachten. Antibiotica hielpen kortdurend. Ook wat
moeilijker plassen. Belemmert hem in zijn werk.
Graag je hulp.’ Een voor iedere uroloog herkenbare
verwijsbrief. Door velen nog steeds ervaren als een las-
*
drs. E.J. Messelink, uroloog, afdeling Urologie,
Universitair Medische Centrum Groningen, Groningen
Correspondentie
[email protected]
Tijdschrift voor Urologie februari 2014 - nr. 1
tige klacht bij een lastige patiëntengroep. Mannen met
pijn, een lastige combinatie. Wat te doen?
Omgaan met pijnpatiënten
In de afgelopen jaren is er een duidelijke verschuiving
opgetreden waar het gaat om de benadering, diagnostiek en behandeling van mannen met chronische pijn.
De belangrijkste verandering is dat niet het orgaan
maar het mechanisme centraal komt te staan. Geneeskunde is van oudsher georiënteerd op de organen en
wat daarmee misgaat in de anatomie en fysiologie. Het
grootste deel van onze diagnostiek is gericht op die organen. We hebben een geweldig arsenaal aan diagnostische middelen opgebouwd en zetten die ook veelvuldig in. Dat blijkt in de praktijk geen succesverhaal als
het om chronische bekkenpijn bij mannen gaat. Het
uitvoeren van diagnostiek geeft de patiënt hoop dat er
een oorzaak wordt gevonden, én het bevestigt zijn vermoeden dat er iets aan de hand is met het lichaam. De
teleurstelling als er niets wordt gevonden, versterkt de
psychologische mechanismen die de pijn in stand
houden. Een gestructureerde en duidelijke aanpak is
voor patiënt en uroloog van groot belang. Een dergelijke aanpak kan in verschillende richtlijnen worden
gevonden. Voor urologen is de richtlijn ‘Chronic Pelvic Pain’ van de European Association of Urology de
geschiktste bron.1 In dit artikel wordt een vertaling van
deze richtlijn naar de praktijk van alledag geboden.
Pi j n
De definitie van pijn is vastgesteld door de International Association for the Study of Pain (IASP). Ze
luidt: ‘Pijn is een onplezierige, sensorische en emotionele ervaring die gepaard gaat met feitelijke of mogelijke weefselbeschadiging of die beschreven wordt in
termen van een dergelijke beschadiging’.2 Belangrijke
aspecten in deze definitie zijn: het gaat om wat patienten ervaren. Pijn is wat de patiënt zegt dat het is en
het is er telkens als hij zegt dat het er is. Naast gevoel
(sensorisch) zijn er ook emoties: boosheid, verdriet
en angst, een kenmerk van pijn. Een ander aspect is
de beschadiging waarover wordt gesproken. Pijn refereert altijd aan beschadiging en niemand wil beschadigd raken, niemand wil schade oplopen. En dus gaat
ons alarmsysteem in werking bij pijn. Hier stuiten we
op een belangrijk verschil tussen acute en chronische
pijn. Bij acute pijn is die alarmfunctie van levensbelang. Bij chronische pijn heeft ze haar functie volledig
verloren. Er is dan geen sprake meer van een dreigende beschadiging die vraagt om actie teneinde er31
EEN MAN MET BEKKENPIJN, WAT TE DOEN?
ger te voorkomen. De blijvende alarmfunctie maakt
patiënten angstig en onzeker als geen oorzaak wordt
gevonden.
De EAU heeft in haar richtlijn de term ‘chronic pelvic
pain’ (CPP) gedefinieerd als: ‘chronische of voortdurende pijn gevoeld in structuren die in verbinding
staan met het bekken. De pijn gaat vaak gepaard met
negatieve cognitieve, gedrags-, seksuele en emotionele consequenties. Tevens zijn er vaak symptomen
van disfunctie van de lage urinewegen, de darm, het
seksuele functioneren, de bekkenbodem en gynaecologische disfuncties’. Een overzicht over het ontstaan
van de richtlijn, de ideeën erachter en de wetenschappelijke onderbouwing is recent gepubliceerd.3
Een grote epidemiologische studie in Europa heeft laten zien dat chronische pijn heel veel voorkomt en dat
de zorg voor de patiënten met deze vorm van pijn beter kan.4 In Nederland zijn er meer dan 2 miljoen mensen met een vorm van chronische pijn.5
D e pi j npati ë nt
Dé pijnpatiënt bestaat niet. Elke patiënt heeft zijn eigen karakteristieke kenmerken. Het voorbeeld van de
sneeuwvlok wordt in de literatuur vaak gebruikt: allemaal sneeuwvlokken en toch zijn er geen twee hetzelfde (figuur 1). Het in kaart brengen van die kenmerken
wordt steeds meer als basis voor de diagnostiek gezien.
We noemen dit fenotypering. De EAU heeft hiervoor
in haar richtlijn al vanaf het begin aandacht gevraagd
en inmiddels zijn klinisch bruikbare systemen ontwikkeld om het fenotype van de pijnpatiënt te achterhalen.
Het toepassen van fenotypering levert veel informatie
op en veel aanknopingspunten voor diagnostiek en behandeling. Voor de uroloog is het UPOINT-systeem
het meest direct toepasbaar.6
Assessement
Treatment
Urine culture
Grade A recommended
UPOINT
Urinary
Tenderness
Psychosocial
Neurologic/
Systemic
Organ Specific
Infection
Figuur 1. De sneeuwvlokhypothese van de fenotypering.4
Feno typeri ng
In het UPOINT-systeem wordt een zestal gebieden onderscheiden, die elk weer hun eigen aspecten hebben.
1. Urologisch: uroflow, mictiedagboek, echo prostaat
2. Psychologisch: depressie, verliesmomenten, copingmechanismen
3. Orgaanspecifiek: defecatieklachten, seksuele disfunctie
4. Infectie: urine- en semenkweken
5. Neurologisch: verlies sensibiliteit, dysesthesie, reflexen
6. Triggerpoints: pijnpunten in de spieren, overactiviteit
Urologisch
Mannen met bekkenpijn zullen vaak worden verwezen
met ‘chronische prostatitis’ of ‘balpijn’. De EAU-richtlijn geeft algoritmes voor deze klachten (figuur 2 en 3).
Alpha-blockers when duration is < 1 year
Single use antibiotics (6 weeks) when duration is < 1 year
Uroflometry
High dose Pentosam polysulfate to improve QoL and symptoms
Transrectal US prostate
NIH-CPSI scoring list
Grade B recommended
NSAID’s. Be aware of long-term side effects
Phytotherapy
Phenotyping
Perineal extracorporeal shockwave therapy
Pelvic floor muscle testing
Electroacupuncture
Percuteneous tibial nerve stimulation (PTNS)
Psychological treatment focussed on the pain
Figuur 2. Algoritme ‘Prostaat-pijn-syndroom’. Bron: EAU Guidelines on Chronic Pelvic Pain.1
32
Tijdschrift voor Urologie februari 2014 - nr. 1
Assessement
Treatment
Semen culture
Grade A recommended
General treatment options for chronic pelvic pain - chapter 10
Microsurgical denervation of the spermatic cord
Uroflometry
Inform patients undergoing vasectomy about the risk of pain
Ultrasound scrotum
(see text)
For surgeons: open hernia repair yields less scrotal pain
Pelvic floor muscle testing
For surgeons: identify all nerves during hernia repair
Phenotyping
Grade B recommended
Epididymectomy, in case patient did not benefit from denervation
Other comments
Orchiectomy is a last resort option, when everything else had failed
Ultrasound had no clinical implications on the further treatment
although physicians tend to use ultrasound to reassure the patient
Figuur 3. Algoritme ‘Scrotum-pijn-syndroom’. Bron: EAU Guidelines on Chronic Pelvic Pain.1
Over de terminologie is internationaal wel consensus
bereikt. De uitgangen ‘-itis’ en ‘-algie’ zijn niet adequaat. De termen op het gebied van pijn zijn opgebouwd als: orgaan-pijn-syndroom.7 Hierbij geeft het
orgaan (of lichaamsgebied) de plek aan waar de patiënt
de pijn voelt. Het zegt niets over een causaal verband
tussen dat orgaan/gebied en de pijn. Naast de pijn zijn
er vaak functiestoornissen in de zin van bijvoorbeeld
mictieklachten aanwezig. De uroloog die deze patiënt
ziet, heeft als eerste en belangrijkste taak het uitsluiten
van bekende aandoeningen die de functieklachten en
de pijn kunnen verklaren. Basale diagnostiek van de
lage urinewegen zoals vermeld in de richtlijnen over
bijvoorbeeld lower urinary tract-symptoms (LUTS) en
overactieve urineblaas (OAB), wordt ingezet om de
bekende aandoeningen uit te sluiten. Als er afwijkingen worden gevonden, zal een specifiek daarop gerichte behandeling worden ingezet. In de follow-up wordt
vervolgens gekeken naar het effect op de mictieklachten én op de pijn, en bij goed resultaat wordt de behandeling afgesloten. Het is van belang om te beseffen dat
regelmatig slechts kortdurend succes kan worden behaald. Een goede follow-up na 6 maanden of langer is
daarom van belang. Als de pijn niet verdwijnt, wordt
de patiënt verder benaderd als chronische-bekkenpijnpatiënt. Vermijd in die situatie het opstarten van
een hernieuwde ronde van diagnostiek en (proef)behandeling. De pijn is niet langer een symptoom, maar
een aandoening op zichzelf geworden. Snelle actie gericht op behandeling van de pijn als ziekte is geboden.
Juist de psychologische en myofasciale problemen herstellen sneller als de behandeling eerder wordt ingezet.
Psychologisch
De mens is lichaam en geest. In de geschiedenis is hier
veel over gefilosofeerd en er is helaas een scheiding
Tijdschrift voor Urologie februari 2014 - nr. 1
van deze twee te zien in onze zorg. We hebben de somatische zorg (huisarts, specialist, fysiotherapeut) en
de geestelijke gezondheidszorg (psychiater, psycholoog, seksuoloog). Voor de uroloog is het van belang te
beseffen dat de psychologische aspecten zeker bij pijnpatiënten, altijd een rol spelen. Aandacht geven hieraan is het halve werk voor de uroloog en een grote stap
vooruit voor de patiënt. Pijn heeft altijd gevolgen voor
de patiënt, zijn welbevinden, zijn relaties, zijn werk en
zijn hobby’s. Het verdient aanbeveling al in een eerste
gesprek hier aandacht aan te geven. Dit kan eenvoudig
door te vragen naar gebeurtenissen in de periode rond
het ontstaan van de klachten en te vragen naar verliesmomenten (werk, geliefden). Een ander belangrijk gegeven is de manier waarop patiënten met hun klachten
omgaan. Het blijkt dat vooral mensen die catastroferen
(ik wordt nooit meer beter) in de loop van de tijd meer
pijn krijgen en steeds minder kunnen.8 Veel patiënten
met chronische pijn worden bang en die angst (voor de
pijn, voor de gevolgen) verlamt letterlijk en figuurlijk.
Angstreductie via specifieke psychologische ondersteuning kan veel verbetering bieden. Aandacht voor
de gevolgen van de pijn maakt dat de patiënt zich gehoord voelt. De onzekerheid van een aandoening waar
maar geen oorzaak voor wordt gevonden, maakt patienten somber, eenzaam en kwetsbaar. Een dokter die
luistert en aan alle aspecten aandacht geeft, is een
steun en daarmee de eerste stap naar vermindering
van de pijn.
Orgaanspecifiek
Chronische bekkenpijn bij de man gaat, naast urologische klachten, ook vaak gepaard met defecatieklachten
en seksuele disfuncties. Voor de patiënt is dit een extra
reden om te denken dat er toch wel echt iets mis moet
zijn met dat lichaam. Uitvragen van de defecatie bete33
EEN MAN MET BEKKENPIJN, WAT TE DOEN?
kent vragen naar: incontinentie, moeite met ontlasten
en pijn rond de ontlasting. Seksuele disfuncties bij
mannen uitvragen behoort tot de standaardanamnese
van de uroloog. Seksuele disfuncties zijn bij pijnpatienten extra belangrijk, omdat ze een negatief effect
hebben op het welbevinden en de relatie. Voor mannen die pijn hebben, daardoor afhankelijk zijn geworden en ook seksueel niet meer kunnen presteren, lijkt
de wereld ingestort. Mannen gaan vervolgens vermijden om seks te hebben, om niet teleurgesteld te worden, dan wel om minder pijn te hebben. Uit onderzoek
blijkt dat seksuele activiteit ook kan leiden tot afname
van de pijn.9 Daarom is specifieke aanpak van de seksuele disfunctie van belang. De patiënt wordt in overleg verwezen naar een psycholoog/seksuoloog-NVVS
voor therapie en begeleiding. Een seksuoloog-NVVS
vindt u via www.nvvs.info.
Infectie
De uroloog zal infecties uitsluiten als zijnde bekende
aandoeningen die pijn kunnen veroorzaken. Onderzoek van urine en semen zijn daarbij, naast lichamelijk
onderzoek, een eerste stap. Zoals gezegd wordt een
eventuele infectie van de urinewegen volgens de geldende richtlijn behandeld.
Neurologisch
In de anamnese wordt gevraagd naar uitvalsverschijnselen, zowel motorisch als sensibel. De laatste zullen
het meest frequent worden genoemd. Naast uitval in
de zin van afwezige en verminderde sensibiliteit, komt
dysesthesie vaak voor. Het gevoel is anders en aanraking wordt bijvoorbeeld als pijn gevoeld. Het is duidelijk dat dysesthesie in het genitale gebied ook weer effect heeft op het seksueel functioneren. Chronische
bekkenpijn kan zich manifesteren als neuropathische
pijn; de pijn is dan gebaseerd op een beschadiging van
het zenuwstelsel. Neuropathische pijn is hevig, vaak
brandend of juist ijskoud van karakter. Deze pijn beperkt mensen heel fors in hun activiteiten. De pijn is
zeer hevig en komt onverwacht opzetten. Het zenuwstelsel speelt bij chronische pijn een grote en misschien
wel doorslaggevende rol. Chronische pijn zit niet in
het bekken, maar in de hersenen. De signalen vanuit
het bekken (aandrang, aanraking) worden als pijn ervaren, omdat het zenuwstelsel de signalen verkeerd
interpreteert. In de loop der tijd wordt dit steeds heviger, we noemen dat centrale sensitisatie. Deze ‘allergie’
van het zenuwstelsel is een mechanisme dat goed aan
de patiënt is uit te leggen. Als is vastgesteld dat bekende aandoeningen zijn uitgesloten, kan aan de patiënt
worden verteld dat het beïnvloeden van het centrale
zenuwstelsel de belangrijkste ingang is geworden.
Goede uitleg over hoe ons zenuwstelsel werkt, helpt de
patiënt het proces te begrijpen en vermindert de angst
en onzekerheid. Patiënten denken vaak dat het ‘tussen
34
de oren zitten’ betekent dat ze zich aanstellen of dat ze
voor gek worden versleten. Niets is minder waar.
Triggerpoints
Naast de psychologische aspecten zijn de myofasciale
afwijkingen van belang. Deze aspecten betrekken bij
de benadering en behandeling van de man met chronische bekkenpijn, vergroot de kans op vermindering
van de pijn in sterke mate. Niet alleen de bekkenbodem, ook de buik-, been- en bilspieren spelen een rol
in het ontstaan en in stand houden van chronische
bekkenpijn. De bekkenbodem speelt een dubbele rol
bij chronische bekkenpijn: zowel bij de pijn als bij de
functieklachten. De beste verklaring voor beide aspecten wordt geleverd door een overactieve bekkenbodem. De overactiviteit geeft aanleiding tot pijnklachten, de pijn geeft weer toename van spanning en daardoor meer pijn. Op den duur ontstaan pijnpunten
(triggerpoints) in de spieren die veel pijn veroorzaken
en de spierfunctie sterk beperken. De overactiviteit
heeft ook haar effect op de functie van de organen in
het bekken. De klachten met plassen, ontlasting en
seks kunnen vaak heel goed verklaard worden door
een overactieve bekkenbodem. Door de overactiviteit
wordt de straal slechter, omdat de uitstroomweerstand
toeneemt. Voor de ontlasting geldt een vergelijkbaar
mechanisme waardoor obstructieve defecatie ontstaat.
Het in kaart brengen van de bekkenbodem wordt gedaan door de functie te testen tijdens het lichamelijk
onderzoek (rectaal toucher). Testen van aan- en ontspanning, vrijwillig en onvrijwillig, is de eerste beoordeling van de functie.10 Uiteraard wordt ook gekeken
of het aanraken van de bekkenbodem pijnlijk is. Iedere
uroloog kan dit doen en het levert in korte tijd veel
informatie op.
Naast de bekkenbodem kunnen ook alle andere spieren rondom het bekken een rol spelen bij de pijn. De
stabilisatie van het bekken en de lage rug vraagt veel
activiteit van spieren. Pijn in het bekken beïnvloedt het
gebruik van de spieren, onder andere door aanpassing
van de houding bij zitten en lopen. Op haar beurt
brengt dit het hele systeem uit balans, wat weer leidt
tot meer pijn. De bekkenfysiotherapeut kan aandacht
besteden aan zowel de bekkenbodem als de spieren
rondom het bekken. Een geregistreerd bekkenfysiotherapeut vindt u op www.defysiotherapeut.com. Een
toenemend aantal bekkenfysiotherapeuten legt zich
toe op de behandeling van chronische bekkenpijn. Het
is praktisch om in de eigen regio een bekkenfysiotherapeut te kennen die interesse heeft voor en ervaring
heeft met bekkenpijn, dat maakt verwijzen effectiever.
Fysiotherapeuten kijken ook naar de inpassing van de
klachten (met name de pijn) in het dagelijks leven.
Pijnpatiënten hebben de neiging om stil te gaan zitten
en niets te doen om pijn te vermijden. Op de lange termijn verergert dit echter zelfs de pijn. Juist verantTijdschrift voor Urologie februari 2014 - nr. 1
woord bewegen helpt de pijn te verminderen, een proces dat bij uitstek binnen het domein van de fysiotherapeut valt. In een aantal gevallen zal verwijzing voor
speciale pijnrevalidatie aangewezen zijn.
Ro l van de uro lo o g
De rol van de huisarts bestaat uit het behandelen van
acute pijn en het voorkomen dat acute pijn chronisch
wordt. Dit laatste zal niet altijd mogelijk zijn en de uroloog is dan de meest aangewezen medisch specialist
om mannen met bekkenpijn te behandelen. De uroloog kent de meeste aandoeningen die bij mannen pijn
in het bekken kunnen veroorzaken. De uroloog heeft
vanuit de andrologie ook de mogelijkheid om de seksuele disfunctie te behandelen. Dit vraagt wel om een
open houding ten opzichte van de pijnpatiënt. Open
voor het feit dat er vaak geen lichamelijke oorzaak
wordt gevonden, open voor het feit dat psychologische
aspecten een grote rol spelen. Open voor het feit dat er
meestal geen urologische afwijking wordt gevonden.
Open voor een snelle verwijzing naar een team dat ervaring heeft met bekkenpijn. De uroloog die op deze
open wijze de man met bekkenpijn wil benaderen en
die de hierboven bij fenotypering genoemde zaken wil
toepassen, heeft de man met pijn veel te bieden.
als aandoening op zichzelf moet worden beschouwd.
Verwijs hem naar een bekkenbodemcentrum waar
men ervaring heeft met chronische pijn.
In zo’n centrum zal de patiënt worden benaderd als
een pijnpatiënt. Van patiënt met pijn naar pijnpatiënt,
dat is de cruciale stap. Chronische pijn is een ziekte en
geen symptoom en die ziekte kan worden behandeld,
net als iedere andere aandoening. In een centrum zullen meerdere disciplines naar een patiënt kijken. Minimaal aanwezig zijn: uroloog, fysiotherapeut, psycholoog/seksuoloog. Een mooie beschrijving van de zorg
voor mannen met chronische bekkenpijn vanuit een
pijncentrum in Londen is recent gepubliceerd.11
Succe s
Ik wens u succes bij het gaan toepassen van het stappenplan. Dan kunt u de man met bekkenpijn ook weer
succes wensen.
Literatuur
1. Engeler D, Baranowski AP, Elneil S, et al. EAU Guidelines on
Chronic Pelvic Pain. 2012.
2. IASP task force on Taxonomy. Classification of Chronic Pain. Suite,
Washington DC: IASP Press; 1994. pp. 209-14.
3. Engeler D, Baranowski AP, Elneil S, et al. The 2013 EAU Guidelines
on chronic pelvic pain: is management of chronic pelvic pain a
D e prak ti j k
We keren teug naar de man van 37 jaar die werd verwezen door de huisarts. Verwijsbrief: ‘Gezonde man
met prostatitisklachten. Antibiotica hielpen kortdurend. Ook wat moeilijker plassen. Belemmert hem in
zijn werk. Graag je hulp.’ Hier volgt een stappenplan
voor deze patiënt.
Stap 1. Tijdens het eerste gesprek legt u de patiënt uit
wat hij van u mag verwachten: u gaat op zoek naar bekende aandoeningen die de pijn kunnen veroorzaken.
Stap 2. U neemt een brede anamnese af met aandacht
voor mictie, defecatie en seks. Het hoeft geen diepteinterview te worden. Enkele korte vragen per onderwerp geven al veel informatie. Hiervoor kunnen ook
vragenlijsten worden gebruikt.
Stap 3. U doet lichamelijk onderzoek met aandacht
voor de genitale regio en de liezen. Middels rectaal
toucher onderzoekt u prostaat en bekkenbodem.
Stap 4. Op basis van bovenstaande kan er een indicatie
bestaan voor aanvullende diagnostiek (TRUS, cystoscopie, echografie, CT/MRI).
Stap 5. Behandel de door u gevonden bekende aandoening op de gebruikelijke wijze.
Stap 6. Indien er geen afwijkingen worden gevonden
of indien behandeling onvoldoende helpt voor de pijn,
legt u aan de patiënt uit dat er geen bekende aandoening is gevonden die de pijn veroorzaakt en dat de pijn
Tijdschrift voor Urologie februari 2014 - nr. 1
habit, a philosophy, or a science? 10 years of development. Eur
Urol. 2013;64:431-9.
4. Breivik H, Collett B, Ventafridda V, et al. Survey of chronic pain in
Europe: prevalence, impact on daily life, and treatment. Eur J Pain.
2006 May;10(4):287-333.
5. Regieraad Kwaliteit van Zorg. Rapport Chronische pijn. Den Haag;
2011.
6. Shoskes DA, Nickel JC, Dolinga R, et al. Clinical phenotyping of
patients with chronic prostatitis/chronic pelvic pain syndrome and
correlation with symptom severity. Urology. 2009;73:538-42.
7. Ramakers M, Messelink EJ. Chronische buik- en bekkenpijn:
definities, nomenclatuur en classificatie. Tijdschrift voor
Seksuologie. 2013;37(2):34-40.
8. Tripp DA, Nickel JC, Wang Y, et al. Catastrophizing and paincontingent rest predict patient adjustment in men with chronic
prostatitis/chronic pelvic pain syndrome. J Pain. 2006;7:697-708.
9. Davis SNP, Binik YM, Carrier S. Sexual dysfunction and pelvic
pain in men: a male sexual pain disorder? J Sex Marital Ther.
2009;35:182-205.
10. Messelink B, Benson T, Berghmans B, et al. Standardization of
terminology of pelvic floor muscle function and dysfunction:
report from the pelvic floor clinical assessment group of
the International Continence Society. Neurourol Urodyn.
2005;24(4):374-80.
11. Baranowski AP, Mandeville AL, Edwards S, et al. Male chronic
pelvic pain syndrome and the role of interdisciplinary pain
management. World J Urol. 2013;31(4):779-84.
35
Download