Interview met Hanna Jansen - Skript Historisch Tijdschrift

advertisement
De promovendus
‘Een onbegrensde
nieuwsgierigheid tussen
Oost en West’
Interview met Hanna Jansen
Mascha van Nieuwkerk
In navolging van de beroemde literatuurwetenschapper Edward Saïd
wordt het oriëntalisme normaliter geassocieerd met de westerse manier
van denken, schrijven en spreken over de ‘Oriënt’, als de ‘ander’
waartegenover de eigen identiteit kan worden bepaald. Saïd’s analyse richt
zich zodoende op de beeldvorming van het ‘Oosten’ in West-Europa en
Amerika. Aan de speciale relatie van Rusland (of de Sovjet Unie) met de
Oriënt wordt door Saïd echter geen aandacht besteed. Dit is precies waar
Hanna Jansen, promovendus bij de projectgroep Europese Studies aan de
Universiteit van Amsterdam, juist verder gaat.
Met haar onderzoek naar de ontwikkelingen binnen het Instituut voor Sovjet-Oosterse
Studies in Moskou in de tweede helft van de twintigste eeuw, geeft Jansen weer hoe
in Rusland ideeën over de Oriënt werden ontwikkeld en ingezet voor politieke en
culturele doeleinden. Deze ideeën waren expliciet anders dan de ‘westerse’ ideeën over
het Oosten zoals Saïd die beschrijft. De Sovjets, zo vertelt ze, verwierpen de westerse
‘burgerlijke’ traditie van de Oosterse Studies die in hun ogen een imperialistische en
neokoloniale agenda ondersteunden. Toch was ook in Rusland het oriëntalistische
academische discours sterk politiek gekleurd. Jansen constateert hier een interessante
tegenstelling. Terwijl de Sovjets aan de ene kant hun nauwe band met het Oosten
benadrukten met bijvoorbeeld het discours van de ‘Vriendschap der Volkeren’,
zagen zij de Islam in de moslimrepublieken van de Sovjet-Unie (in Centraal-Azië,
de Kaukasus, en de Wolga-Oeral) als een overblijfsel van het feodalisme, dat moest
worden overwonnen door het socialisme. Dit roept vragen op over de rol die de
Islam speelde in de vorming van Russische oriëntalistische ideeën.
Jansen’s studie maakt onderdeel uit van het grotere onderzoeksproject The
Legacy of Soviet Oriental Studies: Networks, Institutions, Discourses dat in 2013
zal worden afgerond. Binnen dit grotere project onderzoekt Jansen als casestudy
de levens van de twee belangrijkste directeuren van het Moskouse wetenschappelijke instituut. Wat deze figuren interessant maakt zijn de ‘oriëntaalse’ achtergrond
en politieke carrière van Bobodzhan Gafurov en de latere politieke invloed van
Evgenii Primakov. Gafurov was van Tadzjiekse komaf en had een bloeinde carrière
onder Stalin, en Primakov werd na zijn directeurschap minister van Buitenlandse
112
34.2 echt.indd 112
17.06.2012 23:22:06
Zaken (1996-1998) en minister president (1998-1999) van Rusland. Zo worden zowel de vraag naar de rol van de Islam in het Russische oriëntalisme als de politieke
functie ervan in Jansen’s onderzoek betrokken.
���������������������������������������������������������������������������
Dit is precies wat haar hierin aantrok. Al tijdens haar bachelor geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam raakte zij gefascineerd door beeldvorming
rond de Islam, en de ontwikkeling van nationalisme op de Balkan. Haar interesse
voor dit onderwerp werd gewekt tijdens de Grand Tour van studievereniging Kleio
naar de Balkan, waar ze in haar tweede jaar aan deelnam. ‘Dat was pure romantiek. Oriëntalistische ‘liefde op het eerste gezicht’. Mannen met gouden tanden,
stinkend naar uien en oud zweet, zinderende hitte, ruïnes, nationalisme. Die hele
combinatie was zo romantisch dat ik het niet kon weerstaan.’ Jansen was toen al
erg geïnteresseerd in de oorsprong van nationaal exclusiviteitsdenken. ‘Van daaruit heb ik me toegespitst op polarisatie tussen Islam en Christendom en dan kom
je al snel bij Saïd terecht.’
De keuze voor de bestudering van de biografieën van de twee directeuren van
het Instituut voor Sovjet-Oosterse Studies in Moskou stelt Jansen in staat om vanuit
microniveau grotere ontwikkelingen te bekijken, zonder het contact met de primaire
bronnen te verliezen. Bij haar onderzoek naar het agency traject van deze belangrijke individuen en ‘hoe zij zich gedragen binnen het spel van grote ideologieën dat
de Sovjet-Unie heet’, komen grote thema’s steeds aan bod binnen de context van het
wetenschappelijk instituut. ‘Een directeur geeft richting aan een Instituut en de vraag
is: hoe verwerkt hij de schommelende situaties binnen de Sovjet-Unie in zijn programma?’ Zij hoopt dat dit onderzoek op deze manier een nieuw perspectief kan bieden op
grote thema’s zoals de Koude Oorlog en het internationale beleid van de Sovjet-Unie.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat Jansen zich niet in een specifieke stroming in de
historiografie van de Sovjet-Unie laat plaatsen. Ze verplaatst zich in de motieven en
doelen van de directeuren en vanuit hun perspectief weet Jansen de grote thema’s te
belichten.
Jansen is tijdens haar promotietraject soms tegelijkertijd student, promovendus
en docent geweest. In de collegebanken verbeterde ze haar Russisch, hetgeen ze tot nu
toe het best heeft geleerd tijdens haar bezoeken aan Rusland voor taalcursussen en het
bekijken van archieven in Moskou. Jansen nam daar een groot aantal interviews af
met mensen die de directeuren Gafurov en Primakov hebben gekend. Deze gesprekken hebben haar enorm geholpen om het beeld dat zij uit de primaire en secundaire
bronnen had gekregen in te kleuren. Er moet lef voor nodig zijn geweest om als Nederlandse met een beperkte Russische woordenschat urenlang in de wachtkamer van
een wetenschappelijk instituut in Moskou te gaan zitten in de hoop stukken te mogen
bekijken die normaal niet bezichtigd mogen worden. Maar, zo vertelt Jansen, deze
bezoeken aan Rusland zijn onmisbaar geweest voor haar onderzoek.
Als Jansen’s boek over een jaar in de schappen van de boekhandels ligt wil zij
het liefst bezig zijn met een nieuw onderzoek. Waar dit over moet gaan is nog niet
duidelijk omlijnd, maar Jansen ziet er vooral naar uit om de ervaringen die zij bij haar
dissertatie heeft opgedaan mee te nemen in een nieuwe zoektocht. ‘Een historicus moet
een onbegrensde nieuwsgierigheid hebben. Dan wordt het vak nooit saai en lijkt het
onderzoek nooit af te zijn.’
Skript Historisch Tijdschrift 34.2
34.2 echt.indd 113
113
17.06.2012 23:22:06
Download