Laat je team de rebus maken: “Iemand aan de tand voelen.” Laat je

advertisement
Laat je team de rebus maken:
“Iemand aan de tand voelen.”
Laat je team de rebus maken:
“Hoge bomen vangen veel wind.”
Laat je team de rebus maken:
“Hij staat bij mij in het krijt.”
Laat je team de rebus maken:
“Iemand blij maken met een dooie mus.”
Laat je team de rebus maken:
“Iemand de oren van het hoofd kletsen.”
Laat je team de rebus maken:
“Iemand het hemd van het lijf vragen.”
Laat je team de rebus maken:
“Iemand om de tuin leiden.”
Laat je team de rebus maken:
“Iemand op heterdaad betrappen.”
Laat je team de rebus maken:
“Je beste beentje voor zetten.”
Laat je team de rebus maken:
“Je snijdt jezelf in de vingers.”
Laat je team de rebus maken:
“Met het verkeerde been uit bed stappen.”
Laat je team de rebus maken:
“Over een nacht ijs gaan.”
Laat je team de rebus maken:
“Oost west, thuis best.”
Laat je team de rebus maken:
“Daar komt de aap uit de mouw.”
Laat je team de rebus maken:
“Dat is het neusje van de zalm.”
Laat je team de rebus maken:
“Dat is me een doorn in het oog.”
Laat je team de rebus maken:
“Elk huisje heeft zijn kruisje.”
Laat je team de rebus maken:
“Vele handen maken licht werk.”
Laat je team de rebus maken:
“Dat kun je op je buik schrijven.”
Laat je team de rebus maken:
“Haastige spoed is zelden goed.”
Download
Random flashcards
fff

2 Cards Rick Jimenez

Create flashcards