Mededeelingen van de Afdeeling voor Plantenziekten

advertisement
+
'
DEPARTEMENT VAN LANDBOUW,
NIJVERHEID EN HANDEL.
MEDEDEELINGEN
VAN DE
AFDEELINGïooR PLANTENZIEKTEN,
No.
1.
Onderzoekingen over den Cacaokanker.
A. L.
Dr. A.
(VVitli
a
RUTGERS.
summary
in English).
Verkrijgbaar
Q.
KOLFF
<S
Prijs
Gedrukt
G.
KOLFF &
bij
Co.,
1912
— Batavia.
bij
Co.-Batavia
ƒ
0.50.
DEPARTEMENT VAN LANDBOUW,
NIJVERHEID EN HANDEL.
MEDEDEELINGEN
VAN DE
AFDEELING
VOOR
PLANTENZIEKTEN.
No.
1.
Onderzoekingen over den Cacaokanker.
Dr. A.
A. L.
RUTGERS.
(With a summary
in
English).
Verkrijgbaar
bij
G KOLFF & Co.— Batavia
Prijs
Gedrukt
G.
KOLFF &
bij
Co.,
1912
— Batavia.
ƒ
0.50.
x';^
1
ONDERZOEKINGEN OVER DEN CACAO-KANKER.
*
§
Omtrent het voorkomen van cacaokanker op Java staan ons enkele
korte en niet zeer belangrijke mededeelingen van Zehntner, Kamerling en
tiental jaren
Ook
in
gesignaleerd;
ter
de meeste andere cacaolanden
in
sommige landen
Van Ceylon
is
de
de
rol,
is
die
het
hij
voorkomen van kanker
speelt of gespeeld heeft
in
berichten over den kanker af-
ernstige
meest verwoestend
het
was daar dermate verontrustend,
bestudeering
niet
is
eerste
daar wel
door het Gouvernement,
is
De
opgetreden.
dat de cacaoplanters, gesteund
1897 een botanicus, Carruthers, speciaal voor
dezer ziekte lieten uitkomen. Hoe groot de schade was,
nauwkeurig op
te
geven; wel
blijkt,
dat in
die
meer werd bijgeplant met het oog op den kanker.
hiervan: „Hoeveel schade werd aangericht voor
„strijding
dat sedert een vijf-
op Java.
zijn
komstig; de ziekte
toestand
uit,
kanker op Java voorkomt.
veel belangrijker dan
de
Hier blijkt echter
beschikking.
van het kwaad
is
moeilijk
te
jaren
geen cacao
Carruthers
men stappen nam
schatten,
maar een zeer
1)
zegt
ter
be-
ernstig
„üogstverlies werd door den kanker veroorzaakt, en een nog ernstiger verlies
„aan boomen; sommige ondernemingen waren geheel of bijna geheel
vrij
„van de ziekte, terwijl andere geheel of bijna geheel weggevaagd werden".
In
1898 waren op Ceylon minstens
1)
13.
2)
15.
Carruthers, 1901.
„
1905.
30%
vos
QARBaN
KORT OVERZICHT VAN ONZE KENNIS OMTRENT DEN
CACAOKANKER IN DE VERSCHILLENDE CACAOLANDEN.
1.
Zimmermann
V'
der cacaoboomen kankerziek
2).
—
de bestrijding krachtig
Sedert
een
in
minder
veel
2
ernstig aanzien
—
hand
ter
gekregen.
1903 kon Carruthers constateeren
is
in
toom wisten
van het nut der bestrijding wees
voorbeeld
sprekend
heeft de ziekte
Ceylon
vertrek van
zijn
dat de meeste ondernemingen
1).
door 'doeltreffende bestrijdingsmiddelen de ziekte
Als
genomen,
Bij
te
houden.
op den
hij
cacaoaanplant van het Experiment Station, Gangaruwa. In 1898 waren
150 acres grooten aanplant 10'. der boomen
dezen
gedaan
aan
en
toen
overging, waren 96
-
aan
1902
de aanplant' in
werd
ziek, er
het
in
niets
Gouvernement
boomen door kanker aangetast Toen werd de
der
bestrijding— uitsnijden, bespuiten, verzamelen der zieke xTuchten en scba-
—
duwvermindering
percentage
slechts 5
boomen van
zieke
';
der
ter
hand genomen, met het gevolg dat het
jaar
op
jaar verminderde en in 1905
nog
boomen bedroeg.
Trinidad heeft de kanker eveneens groote verwoestingen aangericht
In
en
-
krachtig
ook
werden
daar
gelijktijdig
belangrijke verliezen geleden door het
vruchtrot 2). Rorer 3) deelt mede, hoe
mingen
op sommige der oudere onderne-
een vierde der boomen door kanker
minstens
bovendien de produktie der overige aanzienlijk
40—50-.
waren
regentijd
aangetast;
zelfs
wordt
der
geplukte
is
vruchten
geval vermeld, waar 75
een
is
gedood,
achteruitgegaan.
door het
''z
terwijl
In
den
\Tuchtrot
der vruchten aan
vruchtrot leed.
Ook op de andere Engelsche
Grenada
en
Dominica
eveneens
komt de kanker voor;
.Antillen
ernstig,
in
St.
Lucia.
St.
in
Vincent en
Jamaica slechts sporadisch.
In
Suriname
is
de kanker
in
de cacao ook
lang bekend
4t,
Camithers, 1905.
1)
15.
2)
De namen
, bruinrot'"
en
„zwartrot" zijn door enkele schrijvers beiden ge^
voor Phytophthora-rot; door anderen, vooral
bruikt
al sedert
in VX'esl-Indië,
wordt doorloopend
onderscheid gemaakt tusschen ,black-rot", veroorzaakt door Phytophihora, en ,brownrot",
veroorzaakt door Diplodia, terwijl de Duitsche schrijvers geregeld ,Braunfaale"
gebruiken voor de door Phytophthora aangetaste vruchten.
men wordt
gelaten
hier gesproken
wordt,
en
in
Om vem-arring te voorko-
van vruchtrot, wanneer de oorzaak der ziekte
in het
midden
aansluiting aan von Faber (18. 1909), van ,Phytophtbofa-rot".
wanneer de door Phytophthora
3)
44. Rorer, 1910.
4)
23.
te
weeg gebrachte
Mevr. van Hall-de Jonge, 1909.
ziekte bedoeld
wordt
doch
schade,
de
Alleen
eraan
Van
kwaad,
weinig
is
1907
kwaal
deze
50
Ook
Kameroen echter
%
zoowel kanker
Hoe groot de aangerichte schade
Ook
In
van
landen
is
er
de
in
De kanker
zijn.
als vruchtrot voor;
is
niet
na
maar
te
of
aangerichte
hij
laatste
schijnt zich
de kanker nog
breidt zich uit 3).
gaan.
schade
zonder dat
4),
nadere
gegevens
In
enkele
die eveneens een groote rol spelen als cacaoproducenten,
Thomé
Van
cacaoproducenten.
niet gesignaleerd; dit
is
met name het
en de Goudkust, thans drie der voornaamste
de eerste twee moet echter gezegd worden, dat
de ziekten der cacao daar nog zeer onvoldoende
zijn
bestudeerd.
VOORKOMEN VAN DEN CACAOKANKER OP
De kanker
onderzoek.
zoodat
aantal cacaolanden, zoowel in Azië, als in Afrika en
groot
geval met Ecuador, San
2.
zij
den oogst door vruchtrot op
dus het voorkomen van den kanker geconstateerd.
echter,
§
waar
1),
door de zorgeloosheid
2),
de kanker waargenomen
voorkomen van kanker nog
het
Kameroen
in
zijn.
een
is
is,
is
verspreiding
de
gepubliceerd
(Bahia)
Brazilië
in
over
Amerika
boomen
vele
breiden.
niet uit te
Op Samoa komen
is
slechts in een bepaald gedeelte van het eiland,
echter
gingen
het vruchtrot deed er aan-
geworden
sommige ondernemingen geen zeldzaamheid
in
algemeen zeer gering.
het
in
jaar
de kanker
epidemie
meer dan
van
verliezen
nnar
ware
een
tot
is
werd waargenomen.
1903
planters
jaren
regenrijke
nog minder beteekenis
in
vankelijk
der
daar aanricht,
zij
gronde.
te
eerst
het
die
buitengewoon
het
in
-
3
Wel
is
zijn
op Java nog
er
eenige
niet
korte
JAVA.
onderwerp geweest van grondig
mededeelingen over gepubliceerd,
maar een overzicht van de door kanker aangerichte schade
is
nog
niet
gegeven; een nauwkeurig onderzoek naar de oorzaak van den kanker heeft
nog
niet plaats
gehad en systematische proeven over de bestrijding
1)
18.
von Faber,
1908.
2)
19.
von Faber,
1909.
3)
21.
Gehrmann,
1910.
4)
30.
Hemple, 1904.
zijn
dusver voar Java nog
tot
—
genomen. De oudste mededeeling over het
niet
kanker op Java
van
optreden
4
van Kamerling en Zehntner
is
voorloopig overzicht van de ziekten en plagen, die
voorkomen, gepubliceerd
zij
in
„De Indische Natuur" van
onder „ziekten, waarvan de oorzaak nog
de „schorsziekte", waarvan
„uit
weinig
„bruin
nauwkeurig bekend
dan
af.
de snijvlakte
is
paars,
of
„gezonde
Van buiten
is
van
dit
is",
Wat
twijfel
schors oppertol
aangetaste plekken
is vrij
scherp".
wordt hiermede de kanker bedoeld
het
betreft
men de
van de geelachtig witte kleur van de
De grens van de
snijvlakte.
Zonder
wat donkerder en
de aangetaste plekken roodachtig
bij
tegenstelling
in
rottingsproces betrek-
het aangetaste deel kleurt zich
zien,
te
latere stadiën der ziekte vochtig; snijdt
in
„vlakkig
noemen
het jaar 1900.
door het inrotten van de schors van den stam en de dikke
zich
„wordt
niet
In het
1).
de cacao op Java
deze beschrijving geven: „De schorsziekte
zij
„takken van oude boomen.
„kclijk
in
voorkomen op de cacaoondernemingen merken de
soms
schrijvers op, dat „de ziekte
veel
kwaad
doet, vooral in
oude aan-
plantingen, maar weinig besmettelijk schijnt te zijn".
Zimmermann
van de
heeft Zehntner
Op
2) vermeldt de cacaokanker in een overzicht der ziekten
zonder mededeeling van verdere bijzonderheden.
cacao,
ondernemingen
enkele
1902 ondanks
sedert
In
1904
weder eenige mededeelingen over den kanker gepubliceerd
m
Kendal en
minutieus
uitsnijden
ondernemingen daarentegen was de ziekte
3).
Pekalongan had de kanker zich
sterk
tot
uitgebreid.
Op
andere
staan of zelfs tot achteruit-
gang gebracht, zonder dat Zehntner voor deze verschillen een alleszins
bevredigende verklaring wist
Op
grond
cacaokanker
van
voor
deze
te
einde
het
geven.
berichten
der
van beteekcnis heeft aangericht.
mag aangenomen worden,
dat de
negentiger jaren op Java geen schade
Volkomen hiermede
in
overeenstemming
zijn
de inlichtingen van de oudere cacaoplanters, dat eerst omstreeks dien
tijd
de cacaokanker op hunne ondernemingen
1)
32.
Kamerling en Zchnlner, 1900.
2)
53.
Zimmermann,
3)
52. Zehntner, 1904.
1901.
is
opgetreden.
Neemt men
zich
eerst
8—15
dat de allereerste cacaoaanplanliiig op
aniuncrkiiig,
in
werd aangelegd, dan
Tlogo
op
1884
Java
in
vertoond
blijkt
dus, dat de kanker
de oudste Cacaotuinen een
toen
heeft,
leeftijd
van
jaar bereikt hadden.
Interessant
zijn
verband de mededeelingen
dit
in
in
het
bovenge-
genoeiiide artikel van Kamerling en Zehntner over de vroegere cacaokultuur
in
de Minahassa (ontleend aan het Natuurkundig Tijdschrift voor Neder-
landsch
te
wordt
of
Iiidië,
XX,
1860), die na een betrekkelijk korte periode van bloei
gronde ging tengevolge van
,,
verrotting of
der
Het
wortels".
allerlei
waaronder ook genoemd
ziekten,
vermolming van gedeelten van den stam, der takken
de hand
voor
ligt
aan kanker
hierbij
te
denken,
waarbij dan ook weer het optreden van den kanker eerst plaats had, toen
de cacaoaanplantingen een zekeren
leeftijd
bereikt hadden.
Door de Afdeeling voor Plantenziekten van
bouw werd
voorkomen
Hierop
het
Departement van Land-
Februari 1912 eene enquête ingesteld ingesteld naar het huidige
in
van
werden
den
61
kanker
op
antwoorden
de verschillende cacaoondernemingen.
ontvangen, terwijl 106 circulaires onbe-
antwoord bleven.
Van de 61 ondernemingen,
28
hun
cacao-aanplant
reeds
die de circulaire
afgeschreven,
ten
ziekten en plagen, waaraan de cacao onderhevig
De
aanplant
beantwoordden, hadden
wegens de
deele
overige 33 antwoorden vertegenwoordigden 10.400
in
Midden- en Oost-Java.
Hiervan
vele
is.
kwam op
12
bouws cacao-
ondernemingen
met 3200 bouws aanplant geen kanker voor; op 13 andere ondernemingen
met 5100 bouws aanplant
bedroeg
niet
kwam
sporadisch kanker voor, d.w.z. de sterfte
meer dan enkele boomen per bouw per
jaar, terwijl
van 8
ondernemingen met 2100 bouws aanplant bericht ontvangen werd, dat
Aan de
veel of zeer veel van kanker te lijden hadden.
op grond van mondelinge mededeelingen nog
1
laatste
zij
groep kan
onderneming met ongeveer
400 bouws aanplant toegevoegd worden.
Hieruit
woestingen
blijkt al
aanricht
dadelijk, dat de
als
op Ceylon
cacaokanker op Java
of in
Trinidad het geval geweest
Drie van de 9 ondernemingen, die zwaar van kanker
zijn
aan elkander grenzende perceelen
in
niet die ver-
te lijden
is.
hebben,
het Pekalongansche, drie andere
-
6
zijn
aan elkander grenzende perccelcn
dernemingen
het
Oost-Java
in
Kendalsche
Behalve
gelegen
in
het Klatensche. terwijl 2 onder-
zijn,
en de laatstgenoemde der 9
in
ligt.
negental
dit
zonder
er echter
zijn
ondernemingen, die ernstig van den kanker
te
nog wel andere
twijfel
lijden
hebben
Samenvattend kunnen we dus zeggen, dat de kanker sedert ongeveer
15
de
op Java voorkomt, over geheel Java verspreid
jaren
ondernemingen
meeste
3.
Het
De
op verreweg
op enkele,
van
cacao-kanker
den
in
is
alle
landen vrijwel
verschillen betreffen slechts ondergeschikte punten en vinden
hunnen grond
den meer
in
Het meest typisch
optreedt.
is.
slechts
HET ZIEKTEBEELD EN HET ZIEKTEVERLOOP.
ziektebeeld
hetzelfde.
en
doet,
verwoestend optreedt.
veruiteenliggende ondernemingen
§
schade
weinig
minder foudroyanten vorm, waarin de ziekte
of
is
het ziektebeeld daar,
waar de ziekte plotseling
hevig optreedt.
Mevrouw van
Hall-de Jonge
een dergelijken hevigen aanval
in
1) geeft
van de ziekteverschijnselen
Suriname, waar
in
zware regenval gepaard met hooge waterstanden den voor en na dien
sporadisch optredenden kanker
tot
bij
1907 een buitengemeen
tijd
een ware epidemie maakten, de volgende
beschrijving:
„De
ziekte uit zich allereerst door het optreden van vochtige plekken
„op de schors, welke veroorzaakt worden door vocht, dat van binnen naar
„buiten
uitsijpelt,
somtijds
in
vrij
Waar
groote hoeveelheid.
„opdroogt, neemt de plek een roestige kleur aan.
Zieke
dit
vocht
boomen vertoonen
„zulke plekken bijna steeds aan den stam en de dikkere takken, somtijds
„ook aan de jongere takken.
„oppervlakkig
af,
dan
blijkt
Snijdt
zij
men op
zulk een
plaats de
van binnen een wijnkleurige
tint te
schors
hebben
„aangenomen; deze wijnkleurige plek wordt omgeven door een smallen
„donkeren rand, die haar scherp afscheidt van het nog gezonde omgevende
„weefsel, dat de
gewone geelachtig roode
„Zulke plekken komen gewoonlijk
1)
23
.Vk-vr
van Hall-dc Jonge, 1909.
in
kleur vertoont.
vrij
groot aantal op een zieken
—
„boom voor;
„Ook kan
den
zelfs
twee,
„vloeien
strekken
zij
kunnen
„en
soms
zicli
stam
den
uit
Niet
zelden
later
samen.
voorkomen, dat de ziekte
het
groote oppervlakte
vrij
van elkaar ontstane plekken
geheel
tak
schors, naar binnen doordringt, zich
„de
over een
omgeven.
of
onafhankelijk
—
7
ontstaat aan de oppervlak'e van
de binnenste lagen der schors
in
„verspreidt en een eindweegs verder weer naar buiten dringt.
„De kleur der
schors
zieke
is
„De
echter aan de lucht bloot-
plek
wordt de kleur spoedig donkerder.
„gesteld, dan
„zelden
steeds donker wijnrood, maar
niet
„vaak meer lichtrood; wordt zulk een
ziekte
door
de schors, maar dringt niet
niet steeds beperkt tot
blijft
somtijds
hout,
het
in
tot
zelfs
op eenige cM.
tot
diepte.
„Het zieke hout neemt daarbij gewoonlijk een donkerbruine, somtijds een
„meer
roode
kleur
aan.
en
2
Fig.
3
geven een
')
illustratie
van het
„meest gewone geval, dat slechts een smalle rand van het hout de ver-
Een zeer typisch verschijnsel
„kleuring vertoont.
„kleuring van
het hout zich
zeer
„vrij
lange,
„ook
tot in het
„zelden
van
smalle
hout
is
dikwijls
uit
Waar de
in
ziekte
doorgedrongen, hebben schors en hout zich
niet
heeft zich in de zoo ontstane ruimte
en
gomachtige vloeistof opgehoopt,
„vaak een
dat de donkere ver-
is,
de eigenlijke zieke plek
longitudinale strepen voortzet.
gescheiden
elkaar
van
terwijl
later allerlei
insecten
„zich gaarne hier nestelen.
„Soms
„
nomen
is
het duidelijk, dat een kankerplek haar oorsprong heeft ge-
een
bij
wond, maar de ruwe oppervlakte van de cacao-schors,
„waarop kleine wonden
moeilijk
„onmogelijk met zekerheid
„kleine
wond
„Nadat
uit
te
de
zieke
maken,
uit.
zij
1)
maakt
de ziekte
al
het
dan
gewoonlijk
niet
door een
tot stilstand
komen en
in dat
geval breidt
Eronder vormt zich een wondweefsel, zoo-
van de gezonde omgeving geheel geïsoleerd wordt; de zieke plek
„wordt daarbij dof-bruin en droogt
ndat
of
zijn,
plek een meer of minder groote uitbreiding heeft
„de plek zich niet verder
zij
vinden
binnengedrongen.
is
„gekregen, kan de ziekte locaal
„dat
te
in
en
laat
dan min
of
gemakkelijk kan worden verwijderd.
Op
plaat
I
en
II
van
23^
Mevrouw van
Hall-de
Jünf,'L'.
1909
meer
los,
zoo-
-
8
-
.Het bovenbeschreven proces, waarbij de
.dat een bijzondere bestrijdingsmaatregel
,of
ander middel
eenig
—
—
werd toegepast, werd
het Saramacca-district zeer algemeen
.1907
in
-plek
was
nog aanwezig
veel gevallen
in
boom
zicli herstelt,
hetzij uitsnijden
in
den drogen
waargenomen.
een
als
zonder
der zieke deelen
droog
tijd
De
van
zieke
stuk schors,
op het daaronder gevormde wondweefsel.
,los liggende
,A\el de ziekte gaat gewoonlijk bladahal gepaard, zoodat de kroon
.allengs
wordt.
ijler
Is
verloop gehad, dan
.snel
echter hevig en heeft de ziekte een
de aanval
sterft
boom
de
reeds voordat een eenigszins
.merkbare bladafval heeft plaats gevonden.
.Hoeveel
.sterft,
kan
ik
begin der ziekte totdat de
tijd
verloopt vanaf
niet
met zekerheid zeggen.
het
.plaats vinden binnen enkele maanden, aangezien in Juli
boomen gestor\en waren,
.scheidene
.(begonnen
.Maart)
in
boom
Waarschijnlijk kan dit reeds
1907 reeds ver-
die blijkbaar niet voor den regentijd
waren aangetast".
Deze beschrijving geldt zooals gezegd een foudroyant optreden van
den kanker.
Op
Java heeft de ziekte meestal een meer chronisch verloop. Aan-
ongewoon
komen op Java
tastingen van takken, ook in
Kameroen
hoc^t zelden
de kleur van de kankerplekken dikwijls niet
t)'pisch
gemerkt
zijn
is
niet
rood, maar van een meer neutrale
tint,
1 ),
wat ook op Ceylon
Het afster\en van boomen schijnt op Java ook
2).
werk
plekken
Ook
voor.
te
indroging een
nemingen, waar de kanker
heerscht, vindt
men
op-
dienovereenkomstig het genezen van kanker-
gaan, terwijl
door
is
niet snel in
zeer
in
de
gewoon
verschijnsel
oudere aanplantingen
is.
in
Op
onder-
hevige mate
zeker tienmaal meer verdroogde, genezen kankerplekken
dan versche, zich nog uitbreidende aantastingen.
In het
in
algemeen kan gezegd worden, dat het verloop van den kanker
hooge mate afhankelijk
de vochtigheid de grootste
1)
ia von Fabcr.
2)
40 Petch, 1910.
190».
is
van de uitwendige omstandigheden, waarbij
rol speelt.
_
§
—
9
HET ONDERZOEK NAAR DE OORZAAK VAN DEN CACAO-KANKER.
4.
Over de oorzaak van den kanker
lieerscht groot verschil
van meening.
getwijfeld, namelijk, dat de wijnroode
Aan één ding wordt door niemand
kankerplekken hun ontstaan danken aan een schimmel, maar over de vraag,
welke schimmel
ook voor de
dit
is,
loopen de meeningen uiteen.
Dit punt
is
echter,
bestijding, van het meeste gewicht.
Carruthers
1)
meende aangetoond
te
hebben, dat de kanker veroor-
zaakt werd door een Nectria-soort en schreef aan dezelfde Nectria ook het
zwart worden der vruchten
de infectieproeven.
Later
toe, ja
deed
hij
mededeeling van geslaag-
zelfs
worden der vruchten aan
bleek, dat het zwart
Phytophthora (Phytophthora Faberi Maubl.) 2) moest worden toege-
een
schreven
en
werd het waarschijnlijk, dat Carruthers zich
Na Carruthers hebben een
proeven.
zijne
vergist
had
bij
aantal onderzoekers zich met
de vraag naar de oorzaak van den kanker bezig gehouden en verschillende
Nectria- en Fusarium-soorten
Juni
In
1910
als
verscheen
de vermoedelijke schuldigen aangewezen.
eene
van
publicatie
Rorer 3) (Trinidadt,
waarin de schrijver, na een geschiedkundig overzicht van het kankervraag-
mededeeling doet van de proeven, die hem
stuk,
er toe
genoemde Phytophthora Faberi Maubl. welke
reeds
vruchten veroorzaakt, ook
te
beschouwen
als
gebracht hebben, de
het zwart
worden der
de oorzaak van den cacao-
kanker.
November
In
1910, dus slechts eenige
(Ceylon) een onderzoek
bij
cacao
aan
Phytophthora
ook kanker en vruchtrot
maanden
later,
gaf Petch 4)
het licht, waarin niet alleen kanker en vruchtrot
in
bij
Faberi
Hevea.
Maubl. werden toegeschreven, maar
Zoowel Petch
als
Rorer staafden hunne
beweringen met infectieproeven.
De
stand van zaken
is
dus op het oogenblik zoo, dat aan den eenen
kant Rorer en Petch verklaren, dat de kanker
1)
13.
Carruthers, 1901.
2)
In
aansluiting
aan
16.
Coleman, 1910.
3)
44. Rorer,
4)
40. Petch, 1910.
1910.
Trinidad en Ceylon door
Rorer en Petch wordt hier gesproken van Phytophthora
Faberi Maubl., hoewel het twijfelachtig
(vgl.
in
42. Peters,
is,
1912l
of
deze soortsnaani recht van bestaan heeft
:
-
kant
of
Maubl.
Faberi
Phytophthora
10
-
wordt veroorzaakt,
terwijl
aan den anderen
van onderzoekers de meening hebben uitgesproken, dat de een
tal
andere Nectria (of Fusarium) aansprakelijk moet gesteld worden voor
het optreden dezer ziekte.
Carruthers
1)
en Howard
Van deze onderzoekers vermelden echter
alleen
maar deze onder-
2) geslaagde infectieproeven,
zoekers werkten niet met reinkulturen.
Van Phytophthora Faberi Maubl. scheen
het dus bewezen, dat
zij
kanker
kon veroorzaken, van een Fusarium spec. (Carruthers), van Nectria Theo-
bromae (Howard) en C^lonectria
zende proeven beweerd,
op C^cao
zijn
flavida
(Howard)
tenvijl
aangetroffen, zonder dat omtrent
zekerheid kon worden verkregen
(lamerunensis Appel
het
is
zonder bewij-
verder de volgende Nectria's en Fusariums
(zie
o.a.
16.
hun pathogene beteekenis
von Faber 1909): Nectria
Strunk, Nectria striatospora Zimm., Nectria coffeicola
et
Zimm.. Nectria Huberiana P. Henn Nectria Bainii Massee, Nectria Jungneri
,
P.
Henn., Nectria diversispora Petch., Nectria spec. von Faber, Calonectria
cremea Zimm., Ophionectria Theobromae Patouillard, Calonectria
Hemple,
Fusarium
Fusarium Theobromae Appel
L
ahiensis
colorans de Jonge, Fusarium album Sacc,
(Spicaria)
et
Strunk.
Totdat een nauwkeurig vergelijkend onderzoek het tegendeel bewijst
aanbeveling
verdient
het
met de
oorspronkelijke
van
Petch
3).
al
deze
soorten
naast elkander
handhaven
dat Nectria Camerunensis .-^ppel et Strunk, Nectria Bainii
A\assee, Nectria diversispora Petch en Nectria coffeicola
allen
te
diagnosen van de auteurs; opmerkingen als die
Zimm. vermoedelijk
een soort moeten gebracht worden, kunnen, zoolang ze niet door
tot
waarnemingen aan reinkulturen gestaafd worden, alleen dienen om de
verwarring
te
vergrooten.
Twee wegen
staan open
om
te
bepalen, welke schimmel een ziekte
veroorzaakt
lo.
het
steriel
isoleeren
van
fungi
uit
het zieke weefsel, en 2o.
infectieproeven met verdachte schimmels. Zekerheid heeft
l>
U. Carruthers
2\
31.
3)
40. Petch. 1910.
Howard
1901
1901.
men
eerst
wanneer
het gelukt,
infectie
met een door
van
een
waarna dan voor
isolatie uit ziek
boom de
gezonden
alle
—
11
zekerheid
uit
weefsel verkregen schimmel door
ziekte
weer
te
weeg
te
brengen,
gemaakte weefsel
het kunstmatig ziek
de schimmel nog eens geïsoleerd kan worden.
Isolaties der
1.
in
goed
Fusariumstammen.
verband met de moeilijkheden verbonden aan het verkrijgen van
kankermateriaal
versch
van
de
in
Midden- en Oost-Java gelegen
cacaoondernemingen, werd bijna uitsluitend gebruik gemaakt van kankerzieke
te
boomen
in
den Cultuurtuin
te
Buitenzorg,
om
de schimmel
daaruit
isoleeren.
geschikt voor dit doel bleek een aanplant in den Cultuurtuin,
Zeer
welke
28en
aanplant
Juli
1911
eenigszins verwaarloosd en zwaar kankerziek was.
werd deze op kanker onderzocht;
de
102 nog aanwezige
26
boomen
virulent
aan, hoe deze
Den
daarbij bleek, dat van
boomen 36 boomen gezond, 40 boomen genezen,
kankerziek waren.
boomen over den aanplant
Onderstaande
platte
grond geeft
verspreid waren.
0®®0(D(D0
0O0CDOe
0(D® .O00 -OCDQOeO-O
0O0OOOO -CDOOOOOO
CDCDo .oo©
.oeeoooo
QQOoo .00 e©0Ooe
•
•
•
.
c
•
•OCDCDOOO^© -o® -OCDG
@
»
(D
Q o o
.
o ©
Tl/t/lJ'MI^ /^£i.V.,l'v3^JH^
.
o o
-
De bitomcn 1—8 der
gekozen.
In
rijen A.
uitwendig
bast
H. werden voor verder onderzoek
bast
door onderdompeling
gesteriliseerd
en
uitgesneden
steriel
uit
in
ieder dezer
Daartoe werd een stuk
parasiet te isoleeren.
in
sublimaat-
Vervolgens werd een
gevolgd door afbranden van den alcohol.
alcohol,
stukje
tot
-
vak waren 13 virulent zieke boomen en
dit
hoornen werd beproefd den
zieke
12
een doos met agarvoedingsbodem
gelegd. Als voedingsbodem werd gebruikt :water lOOOccm, ammoniumnitraat
20
dikaliumphosphaat lOgr., magnesiumsufaat 5
gr.,
gr.,
agar 20gr. (bodem
42 van Appel en Wollenweber, Monographie der Gattung Fusarium,
No.
1910).
Bij
materiaal
dezer
vijf
werd aangeteekend:
isolaties
nog voldoende virulent
„twijfelachtig of het
is".
Behalve deze 13 genummerde boomen dienden nog 2 andere boomen
uitgangspunt,
als
nl.
boom
één
uit
een anderen tuin
boom van de onderneming Bodeg
en één
De
ging
isolatie
gemakkelijk,
zeer
bast (donkerrood en nat) na eenige
bij
den Cultuurtuin
in
Kiaten.
daar
uit
versche, virulent zieke
dagen steeds een schimmel opkwam.
Voor
Merkwaardig was daarbij de eenvormigheid der aanvangskulturen.
iedere isolatie
werden 3 doozen ieder met 2
Meestal ontwikkelde zich
van een
drietal
I,
III
en
is
op
plaat
Op
V),
I
uit alle
schilfers dezelfde
deze wijze werden
fungus
te
De
bchooren
15
(zie
geïsoleerde
de platen
fungi
II
IV,
IX,
VIII.
II,
vier
III,
te
in
boomen
15
reinkultuur voort-
vergelijken en voor infectie-
en
bleken allen
III).
VI en XIII
stammen
bij
Bij
tot
het geslacht Fusarium te
nader onderzoek konden twee vor-
grootsporigc,
roodkleurende vorm (de
X. XI. XII) en een kleinsporige (de
V, VI, VII, XIII, XIV, XV).
I,
kwam,
gebruiken.
men onderscheiden worden, een
stammen
voorschijn
15 verschillende kankerzieke
uit
gekweekt werden, teneinde hen onderling
te
foto
weergegeven.
stammen verkregen, welke 15 stammen naast elkander
proeven
Een
week oude aanvangskulturen (de stammen
dergelijke, een
waar
of 3 schilfers bast gebruikt.
schilfers bast dezelfde fungus.
uit alle
stammen
1.
11, III.
Van de kleinsporige vorm leverden de stammen
kuituur
op hout
altijd
Nectria-peritheciën, de andere
nooit.
Vergelijking
dezer Fusariums met beschrijvingen en origineele kul-
-
-
13
turen van Fusariuni (Spicaria) colorans de Jonge 1) en Fusarium theobromae
Appel
et
rende
vorm identiek
Strunk 2) leidden
is
het resultaat dat de grootsporige, roodkleu-
tot
Fusarium (Spicaria) colorans de Jonge
met
de kleinsporige met Fusarium theobromae Appel
plaat
II),
plaat
III).
Over deze Fusariums en de
bij
Strunk
et
worden
3).
2.
Infectieproeven met de geïsoleerde Fiisarniin-stammen.
De
groote
het
bij
(zie
Fusarium theobromae behoorende
Ncctria zal ter andere plaatse uitvoeriger bericht
voegd
(zie
overeenstemming tusschen de 15 geïsoleerde
fungi, ge-
dat deze zelfde schimmels ook door vroegere onderzoe-
feit,
kers op kaïikerzieke cacao waren aangetroffen, maakte het waarschijnlijk dat
zij
de oorzaak van den kanker waren; hierover kon echter eerst door in-
fectieproeven zekerheid verkregen worden.
Om
over voldoende materiaal voor de infecties
werden de schimmels vermenigvuldigd
op
een
fectie
snijding
2
in
op gekookte
rijst,
dan
bij
met myceel
eerst
iedere in-
den bast gebracht werden. Steeds werd boven iedere
infectie
infecties)
ieder
een controle-insnijding gemaakt, waarna de
met een glazen trechter werden toegedekt, waarvan
om zoodoende de omgeving
houden.
te
De
terwijl
een in-
randen met watten werden dichtgestopt,
vochtig
kunnen beschikken,
in
3 sneden
of
later
te
wijdmondsche Erlenmeijers,
schilfer hout of later eenige rijstkorrels
boven iedere 2
(of
de
cacaohout,
schilfers
in
resultaten dezer infectieproeven, welke
Cultuurtuin
te
genomen werden
Buitenzorg, waren geheel negatief, evenals
bij
in
den
de infectie-
proeven door Mevr. van Hall-de Jonge verricht met Fusarium colorans
Suriname.
2
weken
infectie
De
en
infectieproeven en controle-insnijdingen werden na
4
weken
geconstateerd
onderzocht,
kon
negatief resultaat, verkregen
Xll
en
met
1)
23.
2)
I.
3)
In
worden.
1
in
week,
zonder dat ook maar een begin van
Het
volgende
overzicht
moge
met de door mij geïsoleerde stammen
II,
dit
V
en
eene origineele kuituur van Fusarium (Spicaria) colorans de
Mevr. van Hall-de Jonge, 1909.
Appel und Strunk, 1904.
de Annales du Jardin Botanique de Buitenzorg.
Jon^c,
14
ontvangen van de Centralstelle
afkomstig
uit
Suriname, nader
fiir
illustreereii.
Pilzkiiltureii
w Amsterdam
en
noemden aanplant
den Cultmirtuin
in
Amsterdam ontvangen
aangebracht.
gaan;
bij
Phytophthora
Twaalf dagen
steriel
roode plekken van
Op
later,
Buitenzorg 5 infecties met de van
te
den 24en Februari werden deze nage5 infecties geslaagd en de
alle
De
gebleven.
3—8
met 5 controle-insnijdingen
Faberi
afschaving van den bast bleken
controle-insnijdingen
natte
15
zieke plekken waren typische
cM. doorsnede.
dezelfde wijze werden 19 Maart 1912 20 infecties met 10 con-
trole-insnijdingen verricht met de Phytophthora Faberi, geïsoleerd uit een
zieke cacaovrucht van Djati Roenggo. Tien dagen later, 29 Maart
deze nagegaan; de 20 infecties
kankerpiekken
April
van 3 — 8 cM.
waren
doosnede.
De
alle
resultaten
positief.
der
zij
Den
met
lOden April en den 22en
;
zij
hadden nog het
meer schenen
zich niet
infectieproeven
werden
geslaagd en vertoonden typische
werden deze plekken nog eens nagegaan
van een versche kankerplek, hoewel
dus
alle
Phytophthora
uit te
uiterlijk
breiden.
Faberi waren
:
-
16
-
voor de cultuur van Phytophthora niet deugde.
bodem bestaande
een
gesteriliseerd in
Toen voor
den
voorschijn
Beter leende zich hiertoe
deel
rijst
niet,
den kankerparasiet deze bodem gebruikt
zooals
bij
den agarbodem. dat steeds Fusarium
doch somtijds Phmphthora
trad.
Phytophthora en Fusarium, en somtijds Fusarium
van deze 3 gevallen bleek voor
uit
de
isolatie plaats
een virulente en niet
te
werd uitgesneden
vond,
alleen,
Het eerste
in reinkultuur.
den
uit
waar
het stukje bast,
uitersten rand van
oude kankerplek.
al te
vond
isolatie plaats
niet
meer
met Phuophthora,
hetzij
uit
cM
een stukje, een
hetzij
of verder
oude kankeraantastingen, waarbij
In eenigszins
van den rand af gelegen.
dus de zieke plek zich
somtijds
in reinkultuur,
komen wanneer
Fusarium daarent^en vertoonde zich,
wanneer de
met 3 deelen water
autoclaaf'.
het isoleeren van
werd, was het resultaat
te
d
uit geko<ilcte rijst
de Fusarium reeds
uitbreidt, bleek
tot
den rand van het zieke weefsel doorgedrongen.
Niet alleen bq de spontaan in den aanplant optredende kankerplekken
opeenvolging van
deze
bleek
kunstnutige infecties
na de
Ph)tophthora en
kwam de Fusarium
te
Fusarium,
ook
midden der zieke plek voor de
infectie stukjes bast uit het
bij
de
voorschqn, wanneer drie weken
isolatie
gebruikt werden.
Dat
bij
de eerste isolatieproeven en ook
bij
proeven van vroegere
onderzoekers Fusarium in reinkultuur voor den dag
zicht
den indruk maakte de kankerparasiet
kwam
te zijn, ligt
en
in dit
op-
dus aan twee om-
standigheden:
de kankerplekken Ph)'tophthora op den voet
lo.
Fusarium volgt
2o.
de groei van Fusarium
bodems een
4.
veel snellere
in
is
op de meest gebruikelijke voedings-
dan die van Ph>lophthora.
Rol van Phytophthora en Fusarium
bij
Ph)tophthora en Fusarium komen beiden
welke
den Cacao-kanker.
in
door kanker aangetasten
Cacaobast voor; de vraag
rijst,
de Ph)'tophthora alleen
de ziekteverwekker beschouwd moet worden.
Het
zieke
of
optreden
van
als
rol
niet-parasitaire
gedoode plantendeelen
is
de Fusarium
saprophtj'ische
speelt,
zoo toch
schimmels
een algemeen verschijnsel.
De
in
grens
17
-
parasieten
is
saprophyten
tusschen
onder
saprophyten
vele
levende
planten
en
in
scherp
niet
omstandigheden
bijzondere
stervingsziekte veroorzaakt
De saprophyten
natuur,
daar
gedood
van
groote beteekenis in de huishouding der
deze, dat
is
De gewone
doode plantendeelen, onverschillig waardoor
door een aantal verschillende saprophytische schimmels
zijn,
wanneer tenminste voldoende vocht aanwezig
aangetast,
de saprophyten
dringen
plantendeelen
kort na het afsterven binnen, waarbij nu eens de eene,
Ook
is.
meestal
dan weder de an-
Het merkwaardige
dere schimmel op den voorgrond treedt.
is
in-
1).
zijn
door ziekte gedoode
in
de omstandigheden gun-
de plantenresten en voor de humusvorming.
gang van zaken
worden
in
voor hun deel mede zorg dragen voor de opruiming en
zij
omzetting van
zij
als
Hevea en andere planten levend aantast en dan de
Cacao,
zijn.
ook
staat zijn
dringen, zooals bv. Thyridaria (Diplodia), een zeer
te
algemeen voorkomende saprophyt, die echter,
stig
daar
trekken,
te
in
bij
den kanker
nu, dat hier na den eigenlijken parasiet, na de Phytophthora dus, niet
verschillende schimmels binnendringen, maar dat steeds in de oudere
allerlei
kankerplekken Fusarium wordt aangetroffen en dat
Dit
is,
feit
is
De Fusarium
als
in
Suriname enz.
dringt dus den kankerzieken bast binnen
op een oogen-
maar zooals boven
deze
dat
blik,
is
uiteengezet,
ook
elders,
op Ceylon,
voor andere saprophyten nog niet bruikbaar
geïsoleerd
altijd
reinkultuur.
in
opmerkelijker, waar dit niet alleen op Java het geval
te
vooruitgaanden
parasiet,
is.
Op
Phytophthora, volgt
in
den
dit
geval
een eveneens geïsoleerd wandelende saprophyt, Fusarium. En deze
volgt
den parasiet
een
niet
geruimen
tijd
op grooten afstand, maar met
later,
zeer korte tusschenruimte, zoodat de afstand tusschen den groeirand
van de Phytophthora en van de Fusarium
niet
meer dan hoogstens enkele
cM. bedraagt.
Wat
de zaak nog opmerkelijker maakt
200 verschillende Fusariumsoorten
vormen
gevonden
werden
(die
tot
3
Bancroft
1911.
het
missschien zelfs
zouden kunnen worden), die deze curieuze
1)
is
feit,
dat onder de bijna
nu toe slechts enkele nauw verwante
rol
tot
één soort vereenigd
spelen.
-
18
-
Rol van de saprophyten (Fusarium en Diplodia)
5.
Soortgelijke resultaten als
Ook
verkregen.
vruchten
Diplodia)
voorschyn. tenvijl
te
aanvankelijk
saproph.Men
de
alleen
altijd
den kanker werden ook
bij
kwamen
daar
in
het vruchtrot
bij
ingezonden
de
uit
zieke
ook
naast Fusarium
dit geval
toen alleen met kolven in het eerste
later,
stadium der ziekte gewerkt werd,
bij het vruchtrot.
ingezonden kolven Ph\iophthora
alle
uit
kon geïsoleerd worden.
nog
Uit
der
Phytophthora
te
waarbij dus nog een deel
vruchten,
verrotte
geheel
niet
volkomen
gezond
isoleeren
Het meest duidelijke beeld van de opeenvolging
vruchtschil
was,
gelukte
het mij tenslotte altijd.
van PhUophthora en Fusarium leverde een nagenoeg volwassen kolf van
de onderneming Djati-Roenggo
derden
de
typisch
geheel
eerste
gezond,
geheel
uit
de
in
na
wikkeling, die
bij
uitwendige
de tweede
zesde
sterilisatie
vijf
en
schijf
alle schrijven
schijf praktisch uit
vrijwel
waren op de tweede en derde
uitsluitend
schijf
uit
de punt van de
tot
zesde
glasdoozen
een krachtige myceelont-
een reinkultuur van Phytoph-
overwegend met Phjtoph-
Fusarium.
De
schijven
dagen
Eenige
later
nog vlokjes Phytophthora-myceel
op de andere schijven had de Fusarium
vinden;
gesneden,
De tweede
maar daarnaast ook Fusarium vertoonden.
leverden
zes
was voor twee
schijven
gesteriliseerde
in
thora bestond, terwijl de derde en vierde schijf
thora bedekt waren,
kolf
6
derde, vierde, vijfde en zesde
dus de
waarbij
Na twee dagen vertoonden
gelegd.
De
Java.
werd
waar de aantasting begonnen was.
werden
schijf
kolf
weefsel,
ziek
uit
weefsel,
ziek
Midden
in
De
verrot.
gezond weefsel bestaande, de tweede ten deele
uit
deele
ten
bevatfe,
kolf
bruin
alles
overwoekerd.
te
Bij
een andere vrucht was de verhouding voor de PhMophthora nog ongunstiger:
was na
daar
Ph)tophthora
Naast
te
de
een
week op geen der
schijven iets
meer van de
vinden.
Fusarium
Diplodia (Thyridaria<
')
treedt
op de vruchten
op, die vooral buiten
in
vele
gevallen ook
op de vruchten
rijkelijk
de
bekende zwarte sporen vormt.
Het Diplodia-rot der vruchten
It
3.
Bancroft. 1911.
is
in
onderscheidene landen als eene
-
Daar Diplodia een saprophyt
afzonderlijke ziekte beschreven.
bekend
het
aantast,
dat
is,
het
is
hij
schimmels
cacaovruchten
gevoegd
het
bij
dat
ook
hij
De
aantast.
dat Zehntner 1) en
feit,
hier
zonder
Mevrouw van
Diplodia-rot door kunstmatige infectie met Diplodia-
trachtten
veroorzaken, maken het echter onwaarschijnlijk.
van Mevr. van Hall-de Jonge
3),
De
Gevallen van vruchtrot, veroorzaakt door Colletotrichum
nog
niet
handen gekomen.
in
optreedt
parasitisch
bestaat dan ook, dat
is
een zelfde
zij
opvatting
dat Diplodia-rot eigenlijk niet anders
dan Phytophthora-rot gevolgd door Diplodia, schijnt ook mij de
werkelijk
ervaringen,
Hall- de Jonge 2)
tevergeefs
dusver
waarvan
hulp van andere
medegedeelde
sporen
te
is,
somtijds als parasiet optreedt en levend weefsel
onmogelijk,
niet
-
19
nog
Het bewijs,
niet
geleverd
rol speelt bij het
is
juiste te zijn.
zijn
ons
tot
dat
deze schimmel
en
de mogelijkheid
vruchtrot als Fusariiim
en Diplodia.
Voor de beantwoording der vraag, hoe groot de door Phytophthorarot
teweeggebrachte
Wanneer Zehntner
moet
hierbij
schade
4)
is,
dat
zijn
deze
resultaten
van
groot
belang.
Phytophthora-rot op Java zeldzaam
oog gehouden worden, dat
het
in
zegt,
tophthora-rot niet als zoodanig door
hem herkend
is,
in
vele gevallen Phy-
zal
zijn.
Toch
is
het
gelukkig zeker waar, dat het Phytophthora-rot op Java op verre na niet
die schade doet,
welke het
in
andere landen aanricht. Gevallen van meer
dan 50 Yo verlies der vruchten, zooals die op Ceylon,
Trinidad
Het
zijn
verlies
voorgekomen,
door
zijn
tot
in
Kameroen en
in
dusver voor Java niet bekend geworden.
Phytophthorarot bedraagt
die veel van kanker te lijden hebben, naar
hier,
ook op ondernemingen
ruwe schatting
niet
meer dan
hoogstens eenige procenten.
Wijze van
6.
Rorer
5)
is
infectie.
op grond van infectieproeven en waarnemingen
in
het
veld van meening (en Petch 6) sluit zich hierbij aan), dat de zieke cacao-
1)
52.
2)
24.
3)
23.
Zehntner 1904.
Mevr. van Hall-de Jonge en Drost. 1909.
Mevr. van Hall-de Jonge. 1909.
4)
52. Zehntner.
5)
44.
Rorer. 1910.
G)
40.
Petch. 1910.
1904,
'
-
-
20
kolven üc \<,Mirnaamsic bron van infectie vormen voor de stammen, daar
de Ph)'tophthora door de vnichtsteel overgaat
medegedeelde waarnemingen
mij
op Java nooit gelukt
ook daar
\indeii,
in
Toch
waar de kanker
Het
hevige mate heerschte.
in
het
is
aangetaste \Tuchtstelen te
in het veld dergelijke
niet,
De door Rorer
den bast
inderdaad zeer sprekend.
zijn
scbqnt dus, dat de groote uitbreiding van de kanker hier nog een andere
hebben dan de
ooTTaak moet
ook het
pleit
feit.
door de vruchtstelen.
infectie
op Java
dat
zeHs op ondernemingen waar veel kanker
duidelqk
op
verschil
Daarvoor
betrekkelijk weinig vruchtrot voorkomt.
In het
is
algemeen
is
er een
merken tusschen de verschillende landen, wat
te
den aard der door Phnophthora teweeg gebrachte schade.
betreft
In
Kameroen. Trinidad. Suriname heeft de kanker minder beteekenis dan op
maar veroorzaakt het
Java.
dit
dan
is
meest
gewone
in
is
niet
aan
of
de
infectie afliankelijk is
Waaraan
ligt
daarin
infectie ten deele
Welke wijze van
de genoemde landen.
is,
geven, maar wel
te
op Java misschien de wqze van
een vingerwqzing. dat
anders
beduidend meer nadeel.
^-ruchtrot
moet worden toegeschreven
infectie hier
de
van de aanwezigheid van
vruchten en of de Ph>tophthora ook zonder voorafgaande verwon-
zieke
ding den bast kan binnendringen,
infectieproeven
beschreven
zijn
nog open vragen.
welke op
zonder verwonding,
gang gezet werden, slaagde er
in
ven zullen over deze vragen nader
§
Terloops
zij
licht
tiental
niet één.
Voortgezette proe-
moeten verspreiden.
DE HE\'EA-KANKER.
5.
Van een
dezelfde wijze als boven
1)
hier vermeld, dat volgens Petch
2)
op Ceylon ook
bij
Hevea kanker voorkomt met soortgelqk ziektebeeld als de cacaokanker.
Het gelukte Petch
iv^leeren.
uit
Heveabasi Ph)'tophthora Faberi Maubl.
zieken
Infectieproeven
met deze schimmel
zaakten een typische kankerplek. terwijl
tophthora Heveastammen bleek
Oolc
soms
1)
zelfs
op Java komt
in
in
hevige mate.
te
op cacaoboomen veroor-
omgekeerd ook de cacao-Phy-
kunnen aantasten.
oudere aanplantingen de Heveakanker voor,
De gevolgen
zijn vooral
ernstig doordat de
Me<ledeeltag No. 2 ran de Afdeeüag roor PUntenziekten. welke eerstdaags
verschqnt, haadctt over den Hevea-Kanker.
2)
te
40 ca
41. Petch. 1910
en 1911.
—
genezing gepaard gaat
niet
21
-
vorming van wondweefsei,
boom
achtige houtmassa's in den bast, die den
Betreffende
is
gelukt
vrijwel
nog veel
valt
waardeloos maken.
onderzoeken.
te
Het
Buitenzorg door kunstmatige infectie met de
in
cacao geïsoleerde Phytophthora
uit
te
reeds
echter
Heveakanker
den
druipsteen-
grillige,
typische kankerplekken
in
Heveabast
veroorzaken.
De waarschuwing van Petch
is
dus volkomen gewettigd: plant geen
Hevea tusschen kankerzieke cacao.
§
ENKELE OPMERKINGEN OVER DE BESTRIJDING
6.
VAN DEN CACAO-KANKER.
De
leiding van Carruthers
bevolen maatregelen
gelang
den kanker werd het
bestrijding van
nomen onder
nog
zijn
tot
nu
omstandigheden
van
op
1)
dit
in
eerst krachtig ter
hand ge-
Ceylon en de door hem aan-
oogenbiik de beste, waarbij naar
eens meer den nadruk op de eene, dan
meer op de andere maatregel gelegd moet worden.
De
niet
bestrijdingsmiddelen van de
cacao-Phytophthora zullen op Java
volkomen op dezelfde wijze aangewend moeten worden
landen, bv. Kameroen.
Daar toch
richt zich
de
andere
als in
de eerste plaats
in
strijd
tegen het zwart worden der vruchten, terwijl dit euvel op Java van geringe
beteekenis
maar de Phytophthora
is,
delen andere
worden.
zorg
is
De
zijn,
is
het niet
is
om
het veroor-
blijkbaar
de mogelijkheid geopend, dat hier met dezelfde mid-
— hetzij
praktijk
geducht
Waar de omstandigheden dus zoo
zaken van den stamkanker.
verschillend
hier vooral
meer
moet
of
minder bevredigende
hier het laatste
—
resultaten verkregen
woord hebben.
mogelijk de daarvoor noodige proeven
In of bij
te
Buiten-
doen. Dit moet
op de ondernemingen zelve onder leiding van het personeel van een Proefstation geschieden.
Uitsnijden.
eerste
Carruthers
2) beval als
direct bestrijdingsmiddel
plaats het uitsnijden van het zieke weefsel aan.
men hiermede
zeer gunstige resultaten bereikt.
1)
13.
Carruthers 1901.
2)
15.
Carruthers 1905.
Op
in
de
Ceylon heeft
Zoo verminderde
in
velden
van het proefstation
werd
doorgevoerd
5 Vo
in
-
22
Peradeniya, waar deze bestrijdingsmethode krachtig
boomen van 96
zieke
aantal
het
Op
ondernemingen
de
was de vermindering
Carruthers toeschreef aan onvoldoende zorg
hand
de
voor
echter
gewoon
verschijnsel,
waargenomen
bovendien
ook
in
epidemische
regenval
moeilijk dezen laatsten factor
is
zeker.
beteekenis
rainfall
was exceptionally heavy
and
this
was
is
hij
in
Het
den
is
toch een
juiste
in
de jaren 1902 en
verkregen resultaten.
waarde
te
schrijft hierover:
2)
is
tijd,
afneemt; terwijl
hevigheid
in die jaren
op de
Petch
in
ligt
in
ziekte na eenigen
Peradeniya
te
1903 mogelijk invloed heeft gehad op de
groote
Het
wending
gunstige
den cacaokanker herhaaldelijk
bij
ernstige
zoo groot, wat
niet
de behandeling.
danken was.
te
bestrijdingsmiddelen,
verschil
het
dat
een
dat
1),
bijzondere
zonder
vermoeden,
te
bij
de
dat
mede aan andere oorzaken
proeftuin
Het
tot
1905.
in
zeer
Mei 1902
in
°/o
schatten
van
;
1902 the
„In
October and November (42.5 inches),
1903
May
(2.7 inches)
was
therefore a very unfavourable year for cacao.
but November
and September were above the average,
In
8 inches below; and as June, July. August were also below the average,
this
was
a favourable year".
Het uitsnijden der zieke plekken
is
waarde voor het behoud van den boom.
ik
gezien,
waar
in
volstrekt niet de onmisbare voor-
Verscheidene ondernemingen heb
tuinen van 10 jaar oud en ouder geen
boom
te
vinden
was, die niet een genezen kankerplek vertoonde, terwijl toch deze plekken
nooit
aangesneden waren.
zieke
plekken
dat
de
boom
is
Oppervlakkig afschuren of afschaven van de
ook aangeraden en hiertegen bestaat
zelve er te zeer door beschadigd wordt.
niet het
bezwaar,
Daar op het
af-
schaven dikwijls uitdrogen en afstooten van het zieke weefsel volgt, wordt
het
als
verwijderen
van de kankeraantasting er vaak evengoed mede bereikt
door het minder onschuldige uitsnijden.
Behalve voor het
behoud van den zieken boom
zelf heeft
het uit-
snijden en vernietigen van de zieke bast echter nog een andere beteekenis.
Mevr. van Hall-de Jonge. 1909.
1)
23.
2)
40. Petch. 1910.
p.
16.
—
23
—
Het vermindert het gevaar voor besmetting en
men een aanplant
beslist noodzakelijk, wil
is
Waarschijnlijk zijn de goede
werkelijk kankervrij maken.
gevolgen van het uitsnijden op Ceylon dan ook voor een belangrijk deel
Het uitsnijden van de zieke bast
hieraan toe te schrijven.
het oogenblik
genoemde
nog een der beste bestrijdingsmiddelen.
richting
succes
zoo nu en dan eens plaats
hebben, dan
heeft,
is
maar dat het met minstens evenveel zorg
Ook voor de
dus noodig een vaste ploeg koelies aan
het
is
die geregeld de tuinen rondgaan
in
het noodzakelijk, dat het niet
geschiedt als het zoeken en uitsnijden van boorders.
kerbestrijding
dan ook op
is
Wil het echter
om
kanker
Verzamelen der zieke vruchten,
in
te
stellen,
snijden.
te
uit
kan-
landen, waar het vruchtrot ernstig
optreedt, wordt als voornaamste bestrijdingsmiddel tegen vruchtrot en kan-
beiden
ker
van
alle
met
het
korte
tusschenpoozen, bv. 4
vruchten aangeraden
aangetaste
van dezen maatregel minder
dat
is
de beteekenis van dezen
Voor Java, waar vruchtrot betrekkelijk zeldzaam
maatregel zeer groot
is
dagen, inzamelen
Vooral daar, waar de infectie
van den stam door de vruchtsteel plaats heeft,
valt
of 5
te
verwachten.
Toch moet, nu
is,
het zeker
schimmel kanker en vruchtrot veroorzaakt, aangedrongen
dezelfde
worden op een stelselmatig door een vaste ploeg koelies doen verzamelen
van
alle
door vruchtrot aangetaste cacaokolven
Over het nut van bespuiting van cacaotuinen met Bor-
Bespuiten.
deauxsche pap (andere middelen
meeningen
de omstandigheden
verschillen
Rorer
pap
bij
en
1
)
in
zijn
tot
dusver niet beproefd) loopen de
het
oog gehouden worden, dat
de verschillende cacao
produceerende landen zeer
Ook
uiteen.
hierbij
moet
in
dus ook het van dezen maatregel
heeft
cacao
te
verwachten
resultaat.
met veel succes bespuitingsproeven met Bordeauxsche
genomen voornamelijk tegen
resultaten zijner proeven
het vruchtrot.
Hij
vond de
ook met het oog op de kankerbestrijding zeer aan-
moedigend. Petch 2) verwacht eveneens goede gevolgen van het bespuiten.
In
al
deze gevallen werd de geheele cacaoboom bespoten, daar het
zwaartepunt gelegen was
1)
45. Rorer.
2)
40. Petch;
1911.
1910.
in
de bestrijding van het vruchtrot.
-
heele
zij
;
wisselen van 0.2
boomen
Waar
1 ).
ding van het vruchtrot
van
dan zeker op
niet
bouw
op Java
doen
te
stam en hoofdtakken.
2 5 cent per
tot
het
is.
1
niet in
boom voor
cent per 3
het groot
in
mochten aantoonen, dat bespuiting inderdaad
per keer.
te
bestrij-
komen de kosten
Indien de proefnemingen, welke in gang gezet
per
zijn,
bezwaar
om
worden met bespuiting
boomen, dus ongeveer een gul-
den
ten dus geen
bespuiting van ge-
de eerste plaats
kan hier volstaan
toepassing
Bij
meer dan
-
dergelijke bespuitingen zijn nogal uiteen-
De kostenberekeningen voor
loopend
24
behoeven de kos-
helpt,
zijn.
Hygiënische maatregelen. Naast de directe bestrijdingsmiddelen moeten
op ondernemingen, die zwaar van kanker
mogelijk
die
omstandigheden
mogelijk
gunstig
afdoende,
te
lijden
hebben, zoo zorgvuldig
maatregelen genomen worden, welke kunnen dienen
voor
te
de ontwikkeling
Op
maken.
maar daarom
mogen
van
om
de
de kankerschimmel zoo on-
zichzelf zijn
ook deze maatregelen
niet
ze toch niet nagelaten worden, daar
met de directe bestrijding gecombineerd zonder
twijfel
zij
een gunstigen in-
vloed hebben.
De
belangrijkste
factoren,
die
de kanker
in
de hand werken
zijn:
zware beschaduwing, dichte plantwijze, en grondwater. Tegen kanker moet
men dus de schaduw
en
tot
een
minimum beperken, de boomen opsnoeien
uitdunnen, zoodat licht en lucht onder de kruinen doorspelen kunnen,
en zorgen voor voldoende drainage.
1)
Vgl. 22. van Hall. 191
1
;
40. Pctch. 1910;
45 Rorer. 1911;
50.
Wright
1904.
—
§
1.
De Cacaokanker komt
streek treedt
2.
CONCLUSIES.
7.
reeds sedert lang
ook de kanker meestal
De oorzaak van den cacaokanker
zelfde
in
Nederlandsch-Indië voor;
worden der aanplantingen
uitbreiding en ouder
bij
—
25
in
een bepaalde
in
heviger mate op.
Phytophthora Faberi Alaubi. De-
is
schimmel veroorzaakt ook het Phytophthora-rot der vruchten,
dat echter op Java betrekkelijk weinig voorkomt.
3.
Zoowel
op
in
den zieken bast
als
in
zieke vruchten wordt de Phytophthora
den voet gevolgd door Nectria (Fusarium),
in
de vruchten ook
door Thyridaria (Diplodia).
4.
Als
bestrijdingsmiddelen
tegen cacaokanker worden aanbevolen:
uitsnijden van zieken bast, vermindering van
uitdunnen,
verzamelen
der
schaduw, opsnoeien en
zieke vruchten, draineeren en bespuiten
met Bordeauxsche pap.
5.
Phytophthora Faberi Maubl. veroorzaakt ook kanker
bij
Hevea.
Tus-
dus
beslist
schenplanting van kankerzieke Cacaotuinen met Hevea
af te
Na
en
afsluiting van het manuscript
Fredholm
2)
over
beschouwingen over de
rusten op zulke
vatting
te
is
raden.
kwamen
den Cacaokanker
rol
Het
mij de artikelen
handen.
De
tegelijkertijd
zij
van Essed
bij
den kanker
geen aanleiding gaven mijne op-
verschenen
artikel
van
South
waarin een overzicht van de ziekten van de Cacao gegeven wordt,
heel in
overeenstemming met de
kanker en Phytophthora-rot.
1)
2)
3)
17.
20.
46.
Essed. 1912.
Fredholm
South. 1912
1912.
in
1)
daarin gegeven
van Fusarium en Phytophthora
zwakke gronden, dat
wijzigen.
in
is
3),
ge-
deze publicatie gegeven meening over
:
—
-
26
SUMMARY.
1.
Cacao-canker
years.
present
The damage done
The theory
of
in
the
Dutch East Indies
to the cacao-plantations
in
for niany
Java
is
not so
damage reported from Trinidad and Ccyion.
serious as the
2.
been
has
Rorer and Petch, that Phytophthora Faberi Maubl.
is
cause of both the canker and fruit-rot of cacao, could be con-
the
firmed.
3.
Phytophthora-rot of the
4.
Both
in
closeiy
also
5.
cankered
foliowed
and
by
in
frequent
diseased
(Fusarium).
Nectria
in
Java.
the Piiytophthora
fruits
in
the
fruits
is
sometimes
by Thyridaria (Diplodia).
The measures,
a.
fruits is not
bark
to
be recommended, are the following
Giving access
to air
and
iight
by thinning out and pruning the
cacaotrees as wel! as the shade trees.
b.
6.
coliecting and destroying the diseased fruits.
c.
scraping
(/.
spraying the stem and branches with Bordeaux mixture.
off
the diseased parts of the bark.
Phytophthora Faberi Maubl. also causes canker on Hevea, intcrplanting
of cankered cacao with
Hevea
is
therefore not advisable.
LITERATUUR.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
13.
Appel, O. iind Strunk, H. F., Uber einige in Kamerun auf Theobroma
Cacao beobachtete Pilze. Centralbl. f. Bakt. 2e. Abt., XI. 1904. p. 632.
Appel, O. und Wollenwcher, H. W., Grundlagen einer Monographie
der Gattung Fiisarium (Link). Arb. a.d. Kais. Biol. Anstalt f. Landund Forstwirtschaft. Berlin 1910.
Bancroft, K., The die-back fungus of Para rubber and of Cacao (Thyridaria tarda n. sp.) Buil. 9. 1911. Dep. of Agric. Fed. Maiay States.
Barretf. O. W., Cacao pests, preliminary report. Agr. Society Paper No.
253. Proc. of the Agr. Society of Trinidad and Tobago Vil, p. 107. 1907.
Cacao cultivation. Paper No. 257. Ibid. VII, p. 131. 1907.
Cacao cultivation. Paper No. 263. Ibid. VII, p. 167. 1907.
Cacao pests of Trinidad. Paper No. 280. Ibid VII, p. 281. 1907.
Busse, W.. Reisebericht über die pflanzenpathologische Expedition
nach Westafrika. Tropenpflanzer IX, p. 25. 1905.
Carruthers. J. B., Interim report on Cacao disease. Printed bij Planters
Association of Ceylon.
Herdrukt in Trop. Agriculturist. XVII, p. 851
1898, en in Planting Opinion. III. p. 266. 1898.
Second report on Cacao disease. Printed bij Planters Association of Ceylon, Herdrukt in Trop. Agriculturist XVIII, p. 359. 1898,
en in Planting Opinion. III, p. 590. 1898.
Additional report on Cacao disease. Printed bij Planters Association of Ceylon. Herdrukt in Trop. Agriculturist XVIII, p. 505. 1898,
en in Planting Opinion. IV, p. 18, 1899.
Proceedings of the Linnean Society, 112th Session. 1900, p. 7.
,
,
,
,
,
,
Cacao canker in Ceylon. Circ. Roy. Bot. Gardens Ceylon. 1,
1901, p. 296.
Carruthers, J. B., Circ. Roy. Bot. Gardens Ceylon. II. 1904, p. 223.
Trop. Agriculturist. XXIV. p. 449. 1905.
Coleman, Leslie C, Diseases of the Areca Palm. Koleroga. Dep. of
Agric. Mysore State. Mycol. Series. Buil. 2. 1910.
Esscd, E., Cacao canker. West indian Bulletin. XII, p. 302. 1912.
Fabcr, F. C. von., Untersuchungen über Krankheiten des Kakaos in
Kamerun. Arb. a. d. Kais. Biol. Anstalt f. Land- und Forstwirtschaft.
,
23,
14.
15.
16.
17.
18.
,
Berlin.
19.
,
p.
20.
21.
22.
1908, p. 385.
Die Krankheiten und Parasiten des Kakaobaumes.
ibid.
1909.
193.
Fredholm, A., A possible inference to be drawn from the studies on
Cacao canker West Indian Bulletin. Xil, p. 308. 191Z
Gehrmann, A'., Uber die Rindenfaule des Kakaobaumes auf Samoa. Vortrag. Sonderabdruckausder „SamoanischeZeitung" vom 16 April 1910.
Hall, C. J. J. van, Bespuiting van cacaoboomen met Bordeauxsche
pap. Teysmannia XXII, p. 575.
1911.
23.
24.
25
-
Hall-Je Jonge. Mevr. A. E.. Kanker of roodrot van den cacaoboom
vercHTzaakt door Spicaria colorans n. sp Buil. 20. Dep v. Landbouw. Suriname. 1909. In het Engelsch verschenen in Ree. des
Travau.x bot. Neerl. Vol. VI. 1909.
,
en Drost, A. U'., De instervingsziekte der Cacaoboomen en hel
bruinrot der Cacaovruchten veroorzaakt door Diplodia cacoicola.
Ibid. Buil. 20. Ibid. Vol. VI. 1909.
Harrison
B.. Cacao disease in Grenada. Aangehaald in Buil. Misc.
J.
Trinidad.
inf.
26.
28
III.
167. 1899.
p.
Report on A^cultural work in the Botanie Gardens, British
Guvana. Ten deele herdrukt in Proc. Agr. Soc Trinidad and To.
bago
II.
p. 220.
1897.
28.
Hart. J. H.. Cacao disease. Agr. Societ>- Paper. No. 100. Proc. Agr.
Societ\ Trinidad an Tobago 111. p. 122. 1898.
,
Cacao pod disease. Buil. .Misc. Inf. Trinidad. UI, p. 167. 1899.
29.
30.
Hemple.
27
Ibid.
.
III.
p.
1899.
species of
182.
fungus producing canker in cacao
Boletim de .Agricultxira. Sao Paulo, 5 ser. No. 1. p. 22. 1904.
Hauard. .4.. The fungoid diseases of cacao in the West-lndies. West
Indian Buil. II. p. 190. Herdrukt met aanteekeningen door Hart in
Buil. -Misc. Inf. Trinidad. IV. p. 365. 1901.
Kamerling, Z. en Zehntner. L.. Voorloopig overzicht over de ziekten
en plagen, die in de cacao op Java voorkomen. De Indische
Natuur I. p. 43. 1900.
Lcwton-Brain, L.. Fungoid diseases of cacao. West Indian Buil. VI,
.4.
A
new
trees.
31.
32.
33.
p.
34.
35.
Buil.
36.
37.
38.
1905.
85.
Marryat, A. P.. Carmody, P.. and Hart, J. H. Report of the Cacao
comittee on ..Cacao pod disease". Agr. Societ)- Paper No. 111.
Proc. Agr. Societj- Trinidad and Tobago. III. p. 203. 1899.
Massee. G.. Cacao pod disease Buil. .Wisc. Inf. Kew No. 145. 1899.
Herdrukt in Buil. Misc. Inf. Trinidad lil, p. 167. 1899. West Indian
I.
p. 422.
1900.
cacao bark from Trinidad. Agr. Societ)- Paper No.
132. Proc. Agric. Society- Trinidad and Tobago. III, p. 317. 1899.
Trop. .Agriculturist XIX, 'p. 478. 1900.
Maublanc. C. .Waladies du cacaover. Agriculture pratique des pays
chauds. LX. 2. p. 314. 1909.
Morris, D.. Massee, G, and Willis, J. C. The cacao canker II. Circ.
Rov. Bot. Gardens Cevlon, Series I No. 3. Herdrukt in Trop Agri.
Diseased
XVII. p. 430 1897.
Annual Report of the Mycologist. Trop. Agriculturist, suppl.
to Vol. XXIX. No. 2. 19r»7. Ten deele herdrukt in Proc. Agr. Society
Trinidad and Tobago. VIL p. 181. 1907.
Cacao and Hevea canker. Circ Rov. Bot. Gardens, Ceylon, V.
cul'turist
39.
40
Petch
T..
,
143. 1910.
London. 1911.
Physiolog)' and diseases of Hevea brasiliensis.
Peters, Uber eine Fruchtfaule von Hevea brasiliensis in Kamerun.
Mitt. a.d. Kais. Biol. Anstalt f Land- und Forst* irtschaft. Beriin. 1912.
Rorer. J. B. The relation of black-rot of cacao-pods to the canker of
cacao trees. Buil. No. 64. Dep. of Agric. Trinidad IX. p. 38. 1910.
Pod-Rot. canker and chupon-wilt of cacao. Buil. No. 65.
Dep. of .Agric. Trinidad. IX. p- 79. 1910.
13. p.
41.
42.
43.
44.
.
.
45.
II).
Report of Mycologist for year ending March 31, 1911 (Part.
,
Circ. No. 4. Board of Agric. Trinidad and Tobago. 1911.
—
46.
47.
48.
49.
50.
51.
52.
53.
29
-
South, F. W., Fungus diseases of Cacao. West Indian Bulletin. XII,
p. 277. 1912.
Stockdale F. A. Cacao disease in Trinidad. Agric. News. Barbados.
V, p 266 1906.
Willis, J.
and Green, E. E., The cacao canker, Ciic. Roy. bot.
Gardens Ceyion Series I. No. 2. Herdrukt in Trop Agriculturist.
XVll. p. 272, 1897.
Fungus diseases of Cacao. Pamphlet Series No. 54. Imperial
Department of Agricuiture for the West Indies. 1908. West Indian
Bul!. IX. p. 166. 1909 Geheel of ten deele herdrukt in Bulletin of
the Department of Agricuiture Jamaica. New Series I, p 116.1909.
Agric Society Paper No. 324. Proc. of the Agr. Society of Trinidad
and Tobago VIII. p. 1908. 279.
Wright, H., A report by the controller of the Experiment Station. Circ.
Roy. bot. Gardens Ceyion. Series II. No. 3, p. 49. 1903.
Cacao canker and spraying in Ceyion. Circ. Roy. bot.
Gardens Ceyion Series II, 21, p. 339. 1904.
Zehntner. L., Rort over de werkzaamheden Maart en April 1904.
Korte Mededeelingen van het Proefstation voor cacao. No. 11.
Salatiga. 1904.
Zimmcrmann. A., Die Parasiten des Kakaos. Sammelreferat. Centralbl.
f.
Bakt. 2e Abt. VII, p. 914-924. 1901.
C
,
,
30
-
VERKLARING DER PLATEN.
Plaatl.
Fotografische opname van de agarculturen, opgekomen uit
stukjes kankerzieke bast bij de isoleering van de Fusariumstammen I, III
en V.
Plaat II. Fusarium (Spicaria) cojorans de Jonge. Sikkeisporen der
geïsoleerde grootsporige vormen met ter vergelijking sporen van een
origineele kuituur uit Suriname afkomstig en verkregen door bemiddeling
van de Centraistelie fiir Pilzkulturen te Amsterdam, Vergrooting 600 XFig. 1.
Origineele kuituur van Mevr. van Hall- de Jonge.
2
Stam IV (Buitenzorg).
„
Stam VIII (
„
)
Stam IX (
„
)
5.
Stam X
„
„
)
(
6.
Stam XI (
„
„
)
7.
Stam XII (
„
„
)
Plaat III.
Fusarium theobromae Appel et Strunk. Sikkeisporen der
geïsoleerde kleinsporige vormen met ter vergelijking sporen van eene
„
3.
„
5.
origineele kuituur afkomstig van de Centraistelie fur Pilzkulturen te Amster-
dam. Vergrooting 600 XFig.
1.
INHOUD.
Bladz.
§
1.
Kort overzicht van
§
2.
Voorkomen van den Cacao-kanker op Java
§
3.
Het ziektebeeld en het ziekteverloop
§
4.
Het onderzoek naar de oorzaak van den Cacao-kanker
lende landen
.
onze
den Cacao-lonker
kennis omtrent
in
de verschil1.
.
...
3.
...
Fusariumstammen en bijbehoorende Nectria
1.
isolatie der
2.
Infectieproeven met de
3.
Infectieproeven met Phytophthora Faberi
4.
Rol van Phytophthora en Fusarium
5
Rol van de saprophyten (Fusarium en Diplodia)
6.
Wijze van infectie
6.
9.
.
:
...
.
Fusariumstammen
11.
13
Maubl
;
isolatie
van Phytophthora
Faberi Maubl. uit de kankerplekken
14.
bij
den Cacaokanker
bij
.16.
.
het vruchtrot.
.
.
18.
19.
§
5.
De Hevea-kanker
§
6.
Enkele opmerkingen over de bestrijding van den Cacao-kanker
§
7.
Conclusies
25.
Summary
26.
Literatuurlijst
27-
Verklaring der platen
30.
Iiilumd
20.
.
.
.
.
21.
Plaat
I.
Plaat
]I.
Plaat
^
a
4
^
]II.
DEPARTEMENT VAN LANDBOUW,
NIJVERHEID EN HANDEL.
MEDEDEELINGEN
VAN DE
AFDEELING
voor
PLANTENZIEKTEN.
No.
2.
Hevea-Kanker.
Dr.
A. A. L.
RUTGERS.
(With a sumraary
in Eoglish).
BUITENZORG,
DRUKKERIJ VAN HET DEPARTEMENT.
1912.
Verkrijgbaar bij
G.
KOLFF &
PrÜR
f
Co. Batavia.
O.SO.
DEPARTEMENT VAN LANDBOUW,
N
IJ
VERHEID EN HANDEL.
MEDEDEELINGEN
VAN DE
AFDEELING
voor
PLANTENZIEKTEN.
No.
2.
Hevea-Kanker.
Dr.
A. A. L.
RUTGERS.
(With a summary
in English).
BUITENZORG,
DRUKKERIJ VAN HET DEPARTEMENT.
1912.
Mededeelixgen van de Afdeeling voor Plantexziektex No.
2.
HEVEA-KANKER.
V oorloopige Mededeeling.
H^,
BOTANICA]
In aansluiting aan een onderzoek over den Cacao kanker i)
werd een aanvang gemaakt met de bestudeering van den Hevea-
kanker.
Hoewel
dusver
dit
onderzoek
verkregen
werd deze
in
resultaten
nog
niet
reeds
is
afgeloopen, zijn de tot
van dien aard, dat besloten
een voorloopige mededeeling neer te leggen.
-)
Spoedige publicatie der beseliikbare gegevens werd gewenscht
omdat belangrijke feiten over deze ziekte aan
gekomen, maar meer nog omdat gebleken is, dat
geacht, niet slechts
den
dag
zijn
kanker reeds een groote verspreiding heeft en groote schade
zoodat de rubberplanters gewaarschuwd moeten
de
veroorzaakt,
worden,
tijdig
te nemen tegen uitbreiding der ziekte.
De Hevea-kanker is op Ceylon het eerst
maatregelen
Optreden op Java.
waargenomen, tusschen 1900 en 1904. Naar het schijnt is de
schade door kanker veroorzaakt op Ceylon nooit zeer ernstig
geweest ^. De hier waargenomen verschijnselen wijken echter
vrij
aanzienlijk af van de door Petch voor Ceylon gegeven
beschrijving.
Voor Java is de Hevea-kanker tot dusver nog niet beschreven.
De Afdeeling voor Plantenziekten ontving de eerste hierop
Sedert hoelang de
betrekking hebbende inzendingen in 1911.
ziekte op Java voorkomt, is niet uit te maken, in de enkele
oude
aanplantingen
(bv.
die in
vermoedelijk reeds sedert langen
den Cultuurtuin
te
Buitenzorg)
tijd.
Verspreidivg.
In Augustus 1912 werd door den Chef der
genoemde Afdeeling een circulaire gericht aan alle rubberplanters,
Mededeeling No. 1 van de Afd. Plantenziekten van het Dept. van Landb.
1)
N. en H. 1912.
Op de vergadering der Eubberplanters-Vereeniging van 14 Oct 1912 werden
2)
deze resultaten efeneens medegedeeld, vyaarvan een résumé in de Notulen zal worden
opgenomen.
3)
V.
p.
Petch,
T.,
166. 1910.
Cacao
and Hevea canker. Circulars Roy
Bot.
Gardens.
Ceylon.
met het verzoek om inlichtingen over eenige ziekteverschijnselen,
waarvan de aard en samenhang' toen nog duister waren, maar
waarvan sedert gebleken is, dat zij allen aan kanker moeten
worden toegeschreven.
Van 118 ondernemingen werd antwoord ontvangen, waarvan
«u 01' .Tava en 38 op de buitenbezittingen, h
01 dezer ondernemingen waren aan het tappen en op 2-")
dezer komt volgens de antwoorden in meerder of minder mate
Bovendien werd nog op een tweetal andere onderkanker voor.
nemingen kanker geconstateerd.
De genoemde 25 antwoorden waren als volgt verdeeld.
Oostkust van Sumatra: 4, waarvan 1 ..eenice duizenden
boomen".
Z.
en O. Afdeeling van Borneo:
W.-Afdeeling van Borneo:
1,
in
in
2,
vrij
geringe mate.
hevige mate.
waarvan 1 vrij ernstig.
waarvan meerdere ernstig.
Res. Preanger-Regentschappen: 4, waarvan 2
het Bandjarsche als in het Westen.
Res. Semarang: 2, waarvan 1 vrij ernstig.
Res. Pasoeroean: 2, waarvan 1 ernstig.
Res. Batavia: 3,
Res. Bantam: 6,
in
Res. Kediri:
in geringe
1,
ernstig,
zoowel
mate.
ingekomen antwoorden een getrouw
beeld van den toestand geven, kunnen wij uit deze gegevens
concludeeren, dat de kanker vrijwel overal verspreid is, op bijna
de helft der produceerende ondernemingen geconstateerd is, en
Aannemende,
op een
(op
dat
de
tiental dezer reeds een vrij ernstig aanzien heeft
ver-schillende
ondernemingen
zijn
gekregen
complexen met 10
— 20yg
aangetaste boomen).
Ook in de Hevea-aanplantingen in den Cultuurtuin te Buitenkomt de kanker voor en wel in zeer hevige mate.
In den proeftuin van het Agricultuur Chemisch Laboratorium
eveneens, duch in niet zeer hevige mate (+ 5°/^ der getapte
boomen), maar deze aanplant is nog vrij jong {6 jaar.)
zorg
In een 25 jaren ouden aangeplant in den Cultuurtuin te
Buitenzorg vertoonen van de 02 boomen 33, dus 5"//^ een meer
1)
t'
.Aan alle Administrnteurs. die zich de moeite- gegeven hebben ons inlichtingen
n is deze Mededeeling toegezonden. Moclit een van hen haar niet ont'
'
•
\
II.
1
•n.
dan
zal de
Afdteling voor Plantenziekten gaarne alsnog een exem-
of
kankeraantasting.
ernstige
mindei'
gevaar
voor
-
y
Dit wijst er op, dat het
boomen grooter
oudere
dan
is
een jongen
voor
ainplant, wat trouwens op theoretisclie gi'onden reeds te voorspel-
was.
len
Het
Ziektebeeld.
ophouden
het
der
eerst
waarneembare
latex-produktie,
ziekteverschijnsel
op
hetzij
is
tapsneden, of
alle
op enkele of op één, of zelfs slechts
hij een deel van een tapsnede. i)
ophouden van latex geven gepaard met
het optreden van. eene bruine of donkergrijze verkleuring van
den binnenkant van den bast over een meer of minder groote
Gewoonlijk gaat
Op de tapsneden doet deze verkleuring
uitgestrektheid.
voor
dit
als vuilbruine of grijze strepen
omgevende gezonde
dergele
of stippen in de
zich
meer
hel-
bast.
Naast deze verkleuring van den binnenbast treedt een veel
verkleuring
intensievere
bij
pas
verkleuring,
met
een
in
van den buitenbast
boomen een
aangetaste
later
Deze vertoont
op.
grijsbruine of lichtroode
grijze,
stadium een roode of roodbruine plek
duidelijk begrensden rand,
dii;
zich echte)' (yver een veel kleinere
oppervlakte uitstrekt dan de verkleuring van den binnenbast. Zonder
van
afschaven
niet
echter
afschaving
Bij
\an
een
gewone gezonde groene kleur
zwartachtige
kleur,
waaronder
de
heeft
bruin
reeds
bast
deze verkleuring
plek merkt
en
maar een
roode plek
tasting reeds van ouderen datum, dan
taste
is
zieke
men
dat de onder de kurklaag gelegen buitenbast
dadelijk op,
niet zijn
van de schors
kurklaag
de
zien.
te
verdroogd
is
zeer donkere
Is de aan-
ligt.
de door de ziekte aange-
en laat zich gemakkelijk
van de nog gezonde overige bast atlichten.
Deze
roode
plekken gaan meestal uit van de tapsneden en
zich in hoofdzaak benedenwaarts.
verspreiden
den aan den stam
Met
de
zijn zij
genoemde
Ook
elders bene-
echter te vinden.
verkleuring
van
buiten-
en binnenbast
gaat een ander ziekteverschijnsel gepaard of volgt er op, namelijk
het optreden van hout woekeringen in het bastweefsel.
dun nemen deze woekeringen soms
waardoor de boomen met zieken
bast dikwijls reeds op grooten afstand te herkennen zijn. Deze
grillig gevormde, druipsteenachtige houtwoekeringen in den bast
Aanvankelijk
buitengewoon
1)
in
klein
Ter vermijding van
ophouden van
en
omvang
toe,
misverstand moge er op gewezen worden, dat niet
aan kanker moet worden teegeschreven.
latex- vloeiing
alle
gemakkelijk
latt-n
dan dikwijls
van het overige schorsweefsel en kiinm-ii
los
hun geheel
in
uitgelicht
worden,
i)
Deze abnormale schors vorming kan zich geruimen
zetten. Of
zich niet
na korter of langer
altijd
zij
tijd
voort-
tijd
komt,
tot staan
met zekerheid zeggen. In sommige gevallen zeker
laat
wel:
in andere gevallen schijnen de hout woekeringen echter jaren lang
in
omvang
nemen.
toe te
In elk geval blijft het secundaire
kankerplek reeds lang genezen
Op grond van
deze
van
cambium
zeer vaak voort-
met de vorming der houtwoekeringen nadat de
gaan
5
tuinen
de
op
eerst
ziekte
jaar
bereikt
zijn,
kan
tot
eigenlijke
is.
dusver verzamelde gegevens schijnt
te treden
wanneer de boomen den
leeftijd
hebben en op ondernemingen, waar oudere
men
het
in
algemeen zeggen, dat de oudste
tuinen het meest te. lijden hebben.
hetgeen
Uit
dat
zelden
een
dusver op Java waargenomen werd
tot
boom aan kanker
sterft
- hoewel
dit
blijkt.
soms
voor-
komt-, maar
dat de misvormingen van den bast, die er het gevolg
van
latex
zijn,
tot een
de
-
onbeduidend
Wat
verminderen, soms
productie
ernstig
minimum
reduceeren.
zelfs
de latex-productie betreft, het gedeelte van den stam,
dat door kanker
is
aangetast, vertoont een vermindering of alge-
ophouden van den latex-stroom. Dit euvel kan van tijdelijken
aard zijn en niet zelden vloeit de latex weer normaal als de
kankerplek genezen is.
Is echter eenmaal de abnormale houtvorming ingetreden, dan is de productie van latex op dit gedeelte
gewoonlijk zeer gering.
Indien de abnormale houtvorming zich
heel
alleen uitstrekt over het benedengedeelte
het gedeelte waar getapt
is,
van den stam
(b.v.
over
zooals dat vaak voorkomt), dan kan
de planter zich dikwijls nog behelpen met het daarboven gelegen,
nog gave
gedeelte
te
gaan tappen.
Hij ondervindt dan echter
de bezwaren die het ..high-tapping" met zich meebrengt.
bovendien
ziekte
ook
sleclvts
op
dit
uitstel
van
bovendeel
gewoonlijk nauwelijks mogelijk
executie,
van
zijn
want vertoont
Het
is
zich de
den stam, dan zal het later
weer hooger te gaan tappen.
1)
Derpelüke grillig gevormde, druipsteenachtige houtwoekeringen in den bast
srhijnen soms ook na ernstige venvondingen op te treden. Zoo .sehynt b^ivoorbeeld
na het gebniik van den prikker dergelijke hout vorming geconstateeid. Volkomen
helder is deze zaak echter nog niet.
Het
Ziekteverloop.
hebben wij ons
kankerschimmel
de
Is
veroorzaakt
daar
hij
van
verloop
den stamkanker
Hevea
bij
volgt voor te stellen.
als
een
den
in
roode,
binnengedrongen, dan
bast
zieke
natte,
plek,
die echter
na afschaven van de kurklaag zichtbaar wordt (Plaat I en H).
Twee gevallen zijn nu mogelijk: of de aantasting is zeer hevig,
eerst
de
schimmel
dringt
door tot het cambium, de zieke plek
snel
breidt zich snel uit, en een grooter of kleiner stuk
sterft
op
tot
hout
het
waarbij
afgestooten,
toe
hout
het
van den bast
en wordt eenige maanden later
af
komt
bloot
te
In zeer
liggen.
ernstige gevallen sterft zelfs de geheele boom.
minder
Bij
schimmel
Ware
tingen
uit
vrij
de
maar doodt
dringt
de
alleen
de
die dus later bruin en verdroogd
hiermede
het
onschadelijk
Dit
zijn.
uit,
worden
dan zouden deze aantas-
echter niet het geval.
is
Van
kankerplek, die meestal aan den rand van de
eigenlijke
gevonden
tapsnede
ziektegevallen
cambium,
het
tot
schorslagen,
buitenste
afgestooten.
verloopende
ernstig
door
niet
wordt,
verbreidt zich in de binnenste lagen
van den bast een bruine verkleuring, soms over een uitgestrektheid van ettelijke decimeters (Plaat
de schimmel
zelf,
In het
afgescheiden giftige stoffen.
kleuring
is
Deze
II).
doordringt,
die hierin
Vermoedelijk
is
het niet
maar door de schimmel
gebied van deze bruine ver-
de bast volkomen droog en geeft geen latex.
bruine
verkleuring kan zeer lang stand houden, zelfs
lang nadat van de eigenlijke kankerplek niets meer te vinden
is.
Of vanzelf genezing of afstooting van dezen verkleurden bast kan
Wel staat het vast,
optreden, is thans nog niet uit te maken.
dat
in
tal
van gevallen, mogelijk
zelfs' in
alle gevallen,
in
deze
verkleurde bast houtwoekeringen optreden (Plaat III en V).
men
Onderzoekt
dan
mikroskopisch,
het eerste optreden van deze woekeringen
blijkt
dat
het,
om
de bruine, doode cellen
de omgevende levende bastcellen zich gaan deelen en een secundair
cambium vormen, dat de
secundaire cambium
Dit
het
dus
(dat
in
den bast
is
gelegen buiten
cambium) voimt om de bruine cellen als
zoodat houtmassa's ontstaan, die met het bloote
eigenlijke primaire
centrum
oog
bruine cellen geheel omgeeft (Plaat VI).
hout,
bezien
vertoonen,
van
de
binnen
doode
gegeven hebben (Plaat
altijd
cellen,
V
fijne,
die
boven).
tot
bruine stippen of streepen
de houtvorming aanleiding
Dikwijls
de
nemen deze
buitenlagen
zich
latex
lioutniassa's zoo in
omvang
toe,
dat in
den bast groote scheuren optreden, waarin
van
ophoopt,
de
terwijl
binnenste bastlagen platgedrukt
worden, en het secundaire hout somtijds met den centralen houtDit verschijnsel is den meesten rubberplanters
cylinder vergroeit.
zeker welbekend (Plaat
Deze zoo ontstane
lil).
')
grillige,
druipsteenachtige houtmassa's zijn
hun onregelmatigen vorm een beletsel voor het
tappen, zij sluiten ook, door de plaats waar zij gevormd worden,
het meest latexhoudende deel van den ba.st van den tap uit.
Door hun zeer onregelmatigen groei veroorzaken zij voorts
scheuren en holten in den bast, waaromheen weer bast afsterft
niet alleen door
en dus de stam nog verder vernield wordt
Het ziektebeeld van een door kanker aangetasten boom kan
dus
waar
zeer
hevige
is
verschillend
Soms een schijnbaar gezonde boom
komt voor bij een versche,
zijn.
latex uit den bast druppelt (dit
kankeraantasting), dan weer een boom, die door boeboek
aangetast (wanneer namelijk stukken bast tot op het hout door
kanker
gedood
dan weer een sterk misvormde boom met
zijn),
scheuren en holten, gevuld met gecoaguleerde latex, (wanneer de
secundaire
houtwoekeringen
verkregen hebben).
reeds
een
aanzienlijken
umvang
In alle gevallen echter een zeer ernstige en
dikwijls onherstelbare beschadiging van den bast en een ernstige
vermindering der latex-productie.
Bestrijding.
Wat
staat ons te doen ter bestrijding van den
Hevea-kanker?
In de eerste plaats moeten maatregelen genomen worden ter
voorkoming va,n uitbreiding der ziekte, daar wij hier te doen
hebben met een besmettelijke ziekte, terwijl daarnaast gi'tracht
moet worden de zieke boomen alsnog te behouden.
Beide punten zijn van groot belang en met nadruk moet er
gewezen worden, dat stilzitten en afwachten bedenkelijke
gevolgen kan hebben.
De kanker in de Hevea is nog in zijn
begin.
Oude aanpiantingen van Hevea hebben wij, om zoo te
op
zeggen, op Java nog niet.
Maar de schade, nu reeds door kanker
1) Misvormingen van don stam tengevolge van slech; tappen zgn zeer wel hiervan
to underschoiilen; soms reeds up het eerste gezicht door de plaats, waar zü optreden
IVi, en anders door het feit, dat do houtwookorins; een uitgroeiing is van het
(I'l!i:it
•eniralo hout, niet eon luiso
niouwvunning
iu
den
bast.
—
;
een
wettigt
aangericht,
ernstige
waarsclunving
en
eischt een
ernstig ingrijpen.
Proeven
^
over
bestrijding van den
de
Heveakanker
zijn
op
Hetgeen wij van den Cacaokanker
weten, wijst ons echter den weg, die naar
Java nog vrijwel niet genomen.
en
bestrijding
zijne
waarschijnlijkheid tot het gewenschte doel zal leiden
alle
Vochtigheid
Ie.
de tuinen werkt de ziekte sterk
in
i).
in
de
Dichtgeplante tuinen hebben dan ook het meest last van
hand.
licht en luchtig gemaakt worden.
moet uitgedund worden als de
kronen laag en dicht zijn, moeten de boomen opgesnoeid worden
indien robusta is tusschengeplant, moet deze uitgedund of zoo noodig
geheel verwijderd worden; waar noodig, moet gedraineerd worden.
2e.
Om de zieke boomen op te sporen en te merken — een
De tuinen moeten dus
de kwaal.
Zoo
te dicht
er
geplant
is
;
waarschuwing voor de tappers om den boom met rust te laten
moet iedere onderneming beschikken over een vaste ploeg arbeiders, die niets anders ie doen hebben dan den kanker te
De ploeg is grooter of kleiner naarmate er veel of
behandelen.
weinig kanker
3e.
bestaan
op de onderneming.
is
De behandeling der zieke boomen door deze ploeg moet
in
het afschaven van de kankerplek in den buitenbast,
en van het verkleurde deel van den binnenbast, en, waar reeds het
abnormale hout gevormd
maal houtweefsel
Het
ie.
ook
het afschaven van alle abnor-
in
boomen gemerkt en van den
zieke
alle
is,
den binnenbast, tot vlakophetcambium, terwijl
in
afschaven
van
de
worden
tap
kankerplek
in
uitgesloten.
den buitenbast
moet natuurlijk zoo spoedig mogelijk geschieden teneinde de kwaal
genezen in haar eerste begin en liefst nog vóórdat de abnormale houtvorming in de schors is begonnen.
Ook de boomen, waar reeds de abnormale houtvorming
öe.
te
is
begonnen,
abnormale
noodig
dat
worden afgeschaafd, en wel zóó, dat het
hiervoor is het
wordt afgeschaafd
wordt weggenomen tot op enkele millimeters
moeten
weefsel
alles
van het cambiilm
geheel
af.
Dit
;
is
een moeielijk en delicaat werk, dat
slechts aan enkele der handigste koelies
Een
handige
kan
koelie
ongeveer
O
mag worden
toevertrouwd.
boomen per dag op deze
wijze behandelen.
6e.
Bestijdingsmaatregelen,
waarvan
de
noodzakelijkheid
van Hall: De Cacaokanker op Java en
Mededeelingen van het Proefstation Midden-Java No. 6. 1912.
1).
Zie ook Dr. C.
J.
J.
zijne bestryding
—
—
8
nog niet vollconien vaststaat, doch die voorloopig voor
heid toch zijn aan te bevelen, zijn
a.
het ontsmetten van de tapmessen.
b.
i\c
Wat
eerste
de tapsnede,
bij
boomen met Bordeauxsche pap.
bespuiting der
het
punt
Het
boom gedrongen.
de besmetting van den
de kanker begint zeer vaak
beti-eft,
dit geval
in
is
de infectie door het tapvlak in den
onmogelijk, dat dan het tapmes
nirt
is
eenen boom op den anderen heeft over-
Ontsmetting der tapine.ssen
gebracht.
alle zeker-
:
is
dus voor
alle
zekerheid
gewenscht. Hiertoe kan aan iedere tapkuelie een bamboekokeitje
formaline-oplossing medegeven worden, om telkens
met een
4%
na het tappen van een boom
desinfecteerende
maline
heeft
op
ging
te
het dubbele
mes
zijn
daarin te steken. Andere
natuurlijk ook goed,
zijn
maar
for-
voordeel minder gevaar voor vergifti-
leveren dan sublimaat en audere middelen en op de
van invloed
alleen
latex
vloeistoffen
te zijn
in
zooverre dat het de coagula-
vertraagt.
tie
Wat
bespuiting
de
ten doel, de
heeft alleen
niut
Bordeauxsche
stammen
pai)
betreft,
M deze
bedekken met een bescher-
te
nieuwe infectie tegenhoudt; reeds aanwezige
echter door deze behandeling niet genezen.
worden
kankerplekken
mend
laagje,
Voorloopig
zal
dat
aan
het
te
bevelen
zijn,
de bespuiting aan het
eind van den Oostmoesson of in het begin van den Westraoesson
toe te passen en te herhalen, indien
na een paar maanden
blijkt,
dat van het laagje der eeiste bespuiting weinig meer overgeble-
ven
is.
Voorloopig
is
alleen ^'oor sterk geïnfecteerde aanplan-
met Bordeauxsche pap aan te raden.
De kosten zijn veel minder hoog dan men gewoonlijk meent.
Aan werkloon en chemicaliön komen zij op ongeveer f 1. — per houw
per keer. Voor iedere 2ö0 boomen heeft men ongeveer 80 Liter
Bordeauxsche pap noodig, terwijl een koelie per dag ongeveer
ÖOO boomen kan bespuiten. Dé bespuiting zal waai-schijnlijk
eenige keeren per jaar herhaald moeten wonlen.
tingen zulk een behandeling
Buiti;nzoh(;,
ó Noveml)er
1'.)12.
A. A. L. KUTGERS.
De Afdceling voor Plantonziokten
gaarne aan lederen aanvrager oen korte
iiiteunzetting tloen tookünion, waarin de berouliug van Bordofiuxsi-ho pap in détail
'i
is
besclireven.
zal
SUMMARY.
1.
2.
Hevea-canker has been
foiind in Java, Sumatra and Borneo.
The symptoms of canker appear in the following order
lo.
The disease is usually discovered by the cessation
:
.
of the latex-flow.
when
seen,
cork-layers of the bark are shaved
the
many
In
off.
bark claretcoloured patches are to be
outer
the
In
2o.
cases these patches begin at the cuts
and run downwards.
3o.
A
discolouration
sets
in
of the inner layers of the
cortex which become greyish or slightly brown-coloured
from
cambium.
the
outside
just
starts
This discolouration
the claret-coloured patches, but extends
over a iarger area and subsists after the disappearence
of the patches.
4o.
Woody
tissue
formed round the dead brown
is
by the action
in the inner cortex,
wound-cambium. This formation
cells
of a secondary or
of
wood
in the cor-
tex goes on for several months, perhaps for years
ter the canker-infection
3.
The
measures
advisable
to
is
get
af-
over.
rid
of the canker are the
following.
lo.
By
all
possible measures lessen the humidity of the
plantation and give free access to air and sunlight; for
this
purpose removing the intercrops, thinning-out and
pruning
the
trees
or
draining
may
be
advisable
according to circnmstances.
2o.
Cut out thoroughly
but
gang
3o.
leave
the
all
cambium
diseased tissues of the cortex
undisturbed. Train a special
of labourers for this
Desinfect the tap
-
work.
knives by
means
of formaline and
spray the sterns with Bordeaux mixture.
VKRKLARIXG DER PLATEN
Piaat
I.
Kankenianiastins in ongetapten bast
Hevea
Pi'i'if
TI.
in
Kankeraant^-
-
een
2ö-jai-igen
jonge, ongetapte Hevea, een
-ien
,
Boven en onder de donker
weinig geschematizeerd.
roolbniine
bij
luin te Buitenzorg.
«i
':
!:
zijn insnijdingen
gemaakt,
om
verkleuring van den binnenbast
te d'3en zie:.
zich veel verder uitstrekt dan de eigenlijke kankerplek.
Plaat III.
Twee boomen
den
uit
Cultuurtuin
t.>Dnend,
een 12 jarigen Hevea-aanplant in
te
Buitenzorg,
vero'jrzaakt door
de
bastgezwellen
als gevolg
ver-
van kanker
optredende hout woekeringen.
Plaat IV.
Onregelmatig stamoppervlak van een 25-jarigen Hevea
in
den Cultuurtuin te Buitenzorg, veroorzaakt
wonden eener vorige
Plaat V.
tapping.
Stuk bast van een 2ö-jarigen Hevea in den Cultuurtuin te Buitenzorg met houtwoekeringen ten gevolge
van kanker.
.Jonge
{>ene>ien
I
>
9 "^^^ natuurlijk grootte (boven).
houtwoekeringen, na kanker optredend, uitge-
prepareerd
Plaat VI.
d«>3r
van het centrale hout op tap-
uitgroeien
plaaiaêlijk
1
uit
den
bast.
millimeter.
1/9
Dikte van het stuk links
der
natuurlijke
van
kankerzieken
grootte
i>eneden).
Mikroskopische
doorsnede
bast,
waarin de hout vorming begint op te treden. Vorming
van secundair cambium om de doode ^bastcellen.
Veigrö«jting
200 maal.
^"V>
V*
ra*-
Plaat
I.
Kankerplek
2Ü-.IARIGE
in
Hevea.
ongetapten
basï
bij
een
PliKil
ff
KaNKEUI'I.EK
BIJ
met
VEBKLEL'KINt;
EEX 3-.iABHiE Hevea.
VAN
I>EN
BINNEXBAST
Phldt III. DijUK KAXKJ-R VEROORZAAKTE
IX
HOUTWOEKERINGEN
DKX BAST VAN 12-JARIGE HeVEA's.
Phint IV.
WuKKKKlNti
EKNKR
VAN
VOHICK
HKT
itNTRALK
TAPl'INC
Uit
KKN
lli.LT
Ol'
TATWoXDEX
2-J-JAKI(:K
HkVEA.
Plaat V. HOUTWOEKEKIXGEX Ulï KAXKEKZIEKEN BA^T.
Boven een stuk bast met hout vormingen.
Beneden jonge houtwoekeringen uitgeprepareerd. i/2 der natuurlijke grootte.
Plaal VJ. Bkcmn pkr
houtvormino. Vorming vax een secundair
CAMBIUM OM DE
DOODIO BASTC'KLLKN.
VeRGROOïING 200 MAAL.
DEPARTEMENT VAN LANDBOUW,
NIJVERHEID EN HANDEL.
MEDEDEELINGEN
VAN DE
AFDEELING
voor
PLANTENZIEKTEN.
No.
3.
De Hevea-termiet op
Dr.
K.
Java.
W. DAMMERMAN.
Verkrijgbaar
KOLFF &
O.
bij
Co. Batavia.
Prijs f 0.50.
BUITENZORG
DRUKKERIJ VAN HET DEPARTEMENT.
1913.
DEPARTEMENT VAN LANDBOUW,
N
IJ
VERHEID EN HANDEL.
MEDEDEELINGEN
VAN DE
AFDEELING
voor
PLAPITENZIEKTEN.
"^«eA,.
De Hevea-termiet op
Dr.
K.
Java.
W. DAMMERMAN.
BUITEN ZORG
DRUKKERIJ VAN HET DEPARTEMENT.
1913.
van de Afdeeling voor Plaxtenziekten No.
Mededeelixgen
3.
DE HEVEA-TERMIET OP JAVA.
'""
Dr. K.
NEW
VORtC
botaNICal
W. Dammerman.
aAR»6P*-
VOORKOMEN OP
-lAVA.
was men van meening dat de HeveaWasm.) niet op .Java voorkwam.
De laatste twee jaren (lüll en 1912) zijn echter meer dan
eens aan het Departement van Landbouw Hevea- en ook Ficusötammen ingezonden, die dooi' termieten heetten gedood te zijn.
Tot
termiet
voor korten
tijd
{Coptotermes ge-stroi
Daar
het
aantal
gevallen
veimeerderde,
steeds
werd
de
waarschijnlijkheid grooter dat gestroi ook op Java zou voorkomen,
en
aan
Dr.
werden
zekerheid
Holmgren
te
hadden
doen
met
den
termieten
liedoelde
opge-
Stockholm, een specialist op het
Het bleek toen dat
van deze insectenorde.
gebied
te
afdoende
voor
zonden
reeds
de
uit
Straits
v\'e
ook hier
zoo bekenden
Hevea- termiet.
Ofschoon
ingevoerd
gedacht
eerst
werd,
dat
misschien
gestroi
was met zaden en stumps, werd
hier
het weldra duidelijk
dat dit niet juist was, en gestrui ook op .Java thuishoorde. Reeds
een tiental jaren geleden
niet in
Hevea maar
nog geen melding gemaakt.
onbekende,
geen
onderscheiden
derlijken
naam
deze soort hier schadelijk op, wel
ti-ad
kapok;
in
tenminste
immers
deze
in
de literatuur
Toch
niet
soort
is
W.
in
In Malakka,
Sumatra en Borneo
vrij
zeldzaam;
zij
schap
50
echter,
bepaalde
met een
afzon-
deze termietensoort
is
zal
wezen, daar ze tot nu hier onbeschreven
ruim
Java; de inlanders hier
van andere
(rinjoeh w-arangas).
wildhoutbosschen
reeds
was hiervan echter
Ooptotcrmes gestroi op .Java
soorten
levend
boomsooi'ten,
Ned.-Indië
uit
hout
dit
is
op
in
de
Java ook we]
gebleven, ofschoon toch
-bekend
zijn.
De
eigen-
aan te tasten, en de voorkeur voor
maakt
gestroi.
uiterst
geschikt
om
zich
blijvend
te
nebtelen
te
vermeerderen en
bepaalde aanplantingen, zich daar sterk
in
tot
een plaag te worden.
Alvorens echter over levenswijze en schade verder te spreken,
men den Heveatermiet kan onderscheiden
wil ik eerst aangeven hoe
van anderen.
ONDERSCHEID TUSSCHEX DEN HEVEATERMIET
EN ANDERE TERMIETEN.
Er
zijn
men
enkele kenmerken, waaraan
spoedig gesiroi kan herkennen.
vrij
in
het veld reeds
Vooreerst dan de voorkeur
levend hout, ofschoon hier reeds dadelijk vermeld moet
worden, dat ook dood hout niet versmaad wordt. Verder hebben
voor
.
arbeiders en soldaten van deze soort, een eigenaardige langgerekte
vorm
(zie
teekening) en zijn veelal opvallend wit gekleurd, terwijl
de meeste andere .soorten meer geel
Maar vooral de soldaten
met
andere.
Ze bezitten zeer scherpe smalle kaken en wanneer men
de gangen openbreekt en met de vingertoppen dicht bij hen
komt, bijten ze onmiddelijk en laten niet los: eerder kan men ze
vaneen rijten.
Reeds bij dit bijten kan het dier uit een opening
zijn.
in
indien
het
men
\oorhoofd
ze
eenmaal
zijn.
kent. moeilijk te verwarren
een melkachtige witte vloeistof te voorschijn
I
Soldaat.
nat grootU en 10 y^ vtrgroot.
Arbeideb.
nat. grootte en 10
X
vergroot.
-
-
y
brengen, die echter op de huid niet de minste uitwerking heeft,
wordt op plaatsen waar het
terwijl het bijten alleen gevoeld
zeer dun
Men
kan
ook
zijn,
Heeft
is
men
het
Ik
witte vochtdruppels, die een verweermiddel
deze
wanneer men de soldaten voortdurend
met een houtje op het achterlijf drukt.
zien krijgen,
te
verontrust of ze
dan
dergelijke soldaten
zeker dat
vrij
Lichaam
eivormig;
kaken
;
doen heeft.
mm., met de kaken
51/2
6
mm.
lang.
naar het uiteinde zwart. Kop
roodbruin
voorhoofd vertoont een verhevenheid, die eindigt
het
een scherpomrande
in
nog levende boomen,
in
gestroi te
i).
wit, langgerekt,
geelbruin
gevonden
men met
nu de kenmerken volgen, waardeerde gedroi-
hier
laat
soldaat zich onderscheidt
Kop
vel
is.
groote opening,
vrij
„fontanel" geheeten,
gevaar een melkachtig vocht wordt afgescheiden. Deze
waaruit
bij
opening
ligt
Oogen ontbreken. Het
vertikaal boven het epistoom.
labrum (bovenlip) reikt tot het midden der kaken, deze zijn smal,
sikkelvormig, eindigend met scherpe gebogen punt, de binnenrand
is
ongetand. Sprieten met 15 leedjes, het tweede
„pronotum"
derde
het
als het eerste,
lid
veel kleiner
rugschild)
(eerste
smaller dan
is
lichaam
twee kleine
Heel
niet
veel
is
bekend,
hartvormig
Aan
uitsteeksels,
LEVENSWl.JZE
nog
is
zwak ingebogen.
achterrand slechts
achterlijf zijn
voorraad
de
uit,
E.\
de
Het
kop en bijna
boven de onderzijde van
vlak, de zijranden steken slechts weinig
het
half zoo groot
lid
dan het tweede.
het
ingesneden,
uiteinde van
de
het
„styli", aanwezig.
SCHADELLJKHEID.
omtrent de levenswijze van Goptotermes gestroi
en vooral de wijze van vermenigvuldiging is
nog niet geheel opgehelderd.
Zooals
men
weet,
termietenkolonie verschillende
bevat eeu
Gewoonlijk zijn in een nest
aanwezig een koningin, een koning, soldaten en arbeiders, behalve
van individuen.
klassen of kasten
broed
van
allerlei
leeftijd.
koningin van gestroi;
maar
1).
dan
zijn
bij
Nu
komt
gewoonlijk
vindt
echter
men
bij
zeer
zelden
meer soorten
aanvullings-koninginnen
een
voor,
(jonge
riantenziekten van het Dep. v. Landbouw
twijfelt, is de Afd
toezending van materiaal de noodige inlichtingen te geven.
Waar men nog
steeds bereid
er
dit
geworden) maar
dieren, die door s]>eciale voeding ^eslachtsrijp zijn
ook deze
zijn
den Heveatermiet onbekend.
bij
In de nesten bevindt zich dan ook geen koninginnecel, ik he!'
nog
die althans
opgebouwd
Alle nesten die ik zag
niet aangetroffen.
uit klei.
door de termieten waarschijnlijk uit hout gevormd
stof,
De buitenste
2).
fig.
waren
bekleed met een uiterst dun laagje kartonachtige
laag
(zie Plaat II
harder en veel minder door gangen
is
doorbroken dan het middengedeelte. Deze nesten vindt
men
veelal
onder boomen of aan den rand van gooten, soms ook binnen
in
het hout.
men gewoonlijk deschimmeltuinen van
In de nabijheid treft
deze soort aan. Dit zijn kleine holten in den bodem, waarbinnen
sponsachtige
1) los
tig.
massa's
van
liggen; hierop
fijne
korrelige structuur (zie Plaat
II
worden schimmels gekweekt, waarmee
het jonge broed zich voedt.
Deze schimmeltuinen staan met het nest
in
verbinding door
middel van platte gangen, welke ongeveer 2 cM. breed en 2 tot
3
mM. hoog
Dergelijke gangen gaan ook van het nest uit
zijn.
naar de boomen die aangetast worden. Behalve deze lage gangen
is
dikwijls
er
ook
bindingsgangen
een hoofdgang die veel grooter
liggen
overal
niet
even diep,
is.
De
ver-
hangt af van
dit
van het grondwater. Op vochtige lage gronden vindt
den
stand
men
ze gewoonlijk een voet diep in den bodem, op droog heuvel-
achtig terrein worden ze tot 80 cM. diep aangelegd.
gronden
is
Op
vochtige
ook het aantal Hevea-termieten veel grooter. Bereikt
nu een gang een wortel van een Hevea, dan wordt deze meestal
gevolgd en vreten de termieten zich in het hout een weg, zoodat
zij
het inwendige van den
daarvan
Ijreed
iets
boom
bereiken, zonder dat van buiten
gemerkt wordt. De gangen
in het
hout
zijn
eveneens
en plat.
Is
de vochtigheid van de lucht groot genoeg, dan bekleeden
den stam ook wel aan de buitenzijde met klei;
bouwen dan zelden lange smalle overdekte gaanderijen zooals
andere soorten, maar omgeven den geheelen stam rondom met
een kleimantel, die tot twee Meter hoog kan zijn.
Niet zelden
de
termieten
zij
dringen
zij
dan
ook
van de buitenkant af eerst
vervolgens in het hout door;
als
regel.
verder
Bij
Hevea
doorgedrongen
zijn
dan
bij
in
ka|»okboomen vond
de
bast en
ik dit zelfs
de arbeiders binnenin gewoonlijk veel
aan de
Ituitenzijde,
meestal
blijft
de
volkomen
bast
men
vindt
I.
fig.
ongeschonden
men deze
en wanneer
verwijdert
onmiddelijk daai'onder de gangen in het hout (Plaat
1.)
Tengevolge
gomvloeiing,
van
de
Hevea
bij
aanta.-,tiiig
kan
kapok
l)ij
en
kanari
latexuitvloeiing plaats hebhen, en dikwijls
den grond onder de Hevea langzamerhand een
gecoaguleerde latex.
Bevindt zich een
nest onder den boom dan krijgt men wel eens den indi'uk, dat deze
verzamelt zich
door
i-nbl)er
nimmer
de tei'mieten daar bijeengebracht
het
de suldaten afscheiden, heeft
melksap van Hevea aangezien, doch ook
volgt
dit
reeds
het
uit
wordt
door
arbeiders
de
voet
boom
maar
Dan
om.
blijven
meer
in
de Hevea's,
verlaten
tenslotte, althans
is
wind
of
bij
Zoo
(zie
zware regens
aan
Plaat
I
stort de
de termieten den stam volstrekt niet
daaiin nog voortvreten, zelfs
afgestorven.
geheel
in
over dan alleen de bast
minsten
den
bij
vi-eterij
en deze scheiden juist geen
verricht
sterk aangetast, dan
veel
niet
en
2)
"tig.
dit is natuurlijk onjuist;
af.
boom
een
Is
den
Ook
men weleens voor
dat er talrijke termieten-soldaten
feit,
aangetroffen; trouwens, alle
vocht aan den kop
echter
is
verweermiddel beschikken en nimmer
die over hetzelfde
zijn,
Hevea worden
Dit
is.
de termieten verzamelen geen rubber.
geval,
dat
vocht,
het
in
hoeveelheid
groote
vrij
vindt
al
men dan ook
is
de
boom
reeds
de Hevea-termiet
nog in stronken en stammen van reeds jaren geleden gevelde
boomen. In oudere aanplantingen, waar het oorspronkelijke Irout
reeds
geheel verteerd
is,
zal
men
natuurlijk de nesten bijna uit-
sluitend onder de Hevea's zelf vinden, doch in jongere aanplantingen
kan
men
een
stronk
lür
bijna steeds in de nabijheid
van
zijn verschillende
termiet
vindt
leeft;
men
van aangetaste rubberboomen
een wildhoutboom vinden met een gestroi-nest.
een
lijst
achter dit
wildhoutboomen bekend, waarin de Heveavan alle tot nu toe bekende voedsterplanten
stuk.
De voornaamste kultuui-boomen, die
Kapok, Hevea en Ficus.
De meening, dat gestroi eerst optreedt wanneer Hevea in het
Overal, waar deze dieren nu
groot wordt aangeplant, is onjuist.
schadelijk optreden, waren ze oorspronkelijk ook aanwezig, al
was het in geringer aantal., Ze kwamen i'eeds voor in booinen
van
van
dit
het
ginning,
insect te Hjden hebben, zijn
oerbosch
dan
;
zullen
zijn
deze niet geheel opgeruimd
bij
de ont-
de termieten, wanneer een boomsoort aan-
—
—
niet wacliten met deze aan te
boomen en de kapok ondervond
groote schade door gestroi toen nog zoo goed als geen
geplant
wordt
die
tasten.
Kapok
is
reeds
«i
hun smaakt,
een
dezer
werd
Hevea op Java
Komt na
gekweekt.
het
oerbosch een
aanplanting van boomen, waarop gestroi niet gesteld
is, dan zijn
verdwenen wanneer de voorraad wildhout
Plant men op zulke oude landen later Hevea,
geheel vergaan is.
Het
dan zal men bijna nooit last» hebben van genoemde plaag.
schijnt n.1. uitgesloten, dat gestroi van het oerbosch uit kultuur-
ze
gewoonlijk
allen
Xooit
binnendringt.
land
men gevonden,
heeft
Hevea's
dat
grenzende aan oerbo.^ch, eerder of heviger werden aangetast dan
de boomen midden
Van
vijanden
den aanplant.
in
heeft
niet
gestroi
De soldaten worden door
soorten.
meer
te lijden
dan andere
kleinere dieren zelfs gevreesd.
Zelfs zulk een geduchte mier als Odontomachus een groote zwart-
bruine soort die steeds met zeer wijd geopende kaken rond loopt,
geen
durft
wagen
aanval
tegen geHtroisoMaten.
BESTRI.TDIXG.
Waar we op -Java nog niet over praktische ervaring beschikken omtrent de bestrijding van den Hevea-termiet, daar zijn w^e
aangewezen
Straits,
methoden
de
op
die
Vooreerst dan, wat te doen
hier
Een
voornamelijk
elders,
in
de
gevolgd worden.
l>ij
nieuwe ontginningen?
boom gedroi
of daar in een gevelden
degelijke cerbranding der gecelde
l»at
huist, is bijna zeker.
stammen
is
dus zeer gtwenscht.
en zelfs algehtele opruiming der stronken, door middel van dynamiet
bc,
is
aan
te
raden,
ook
al
met het oog op worteischimmel.
Eventueel aanwezige termietennesten onder die stronken worden
aldus ook vernietigd.
Ziet
dan
men wegens
verdient
waarin g<stroi
te
toch
het
kan
hooge kosten af van zulke maatregelen,
aanbeveling,
voorkomen
(zie
tenminste
die
boomen,
achterstaande opgave», goed
verbranden en de stronken daarvan op te ruimen.
Het hout
van sommige stronken immers vergaat zeer langzaam, vooral
te
als
kan
men
men
Hevea
deze
de wortels ongeschonden
nog dikwijls
na Ficus
boomen,
gestroi
of
kapok,
nadat
ze
dan
geveld
laat,
hierin
en na meer dan O jaar
aantreffen.
spreekt
zijn.
het
moet
Plant
vanzelf dat
verwijderen
:
men
men
ook
—
de
van
wortels
moeten
hoornen
die
—
(
uitgegraven
en verbrand
worden.
men
Verwijdert
dan
men
zal
de
termiet hebben,
maai'
graag op
wel
stamps
ze zelden
jaai'
stammen
waar weinig
is
ot jonge
last
niet,
van den
boomen aanvreet,
dan komen de termieten er
of luulei',
af.
men een
Heeft
Hevea-aanplanting en
bestaande
men
termiet aan,' dan vernietige
de
hierin
daai-
de Hevea 4
is
gevaarlijke stronken en
de
eerste jaren
treft
die door middel
men
van
arsenicurn of door middel van zwavdarsenicum- dampen.
Alvorens over
gaan tot de beschrijving dezer verdelgings-
te
waarschuwen voor een andere methode, die
nog al eens wordt toegepast, doch met weinig succes, nl. het
uitgraven der nesten met het doel de koningin te vinden.
Deze
maatregel, die zeer tijdroovend is en veel arbeid eischt, is weinig
moet
methoden,
Zooals
afdoende.
zal
dus
den
niet
maar een
zeei'
is
dan heeft
men
men
men
men
toch
zeldzaam;
vinden zonder hare majesteit; en zet
voort,
Vernietigt
bereikt.
gestr o i-koniugm
de
gezegd,
talrijke nesten
arbeid
niets
ik
totdat
men
gevonden
zij
is,
het nest, dan verdelgt
klein gedeelte der termieten,
de meeste toch zijn
Inntenshuis, en bovendien vlucht ^-ps^roi ijlings, indien er gegraven
wanneer de grond dreunt door bijlslagen, w^aarmee men
raakt, waaronder een nest zich bevindt.
Heeft men
het geluk een koningin te kunnen dooden, dan is wel voor een
wordt
of
boom
den
tijdje
een gevoelige slag toegebracht aan de uitbreiding der kolonie,
maar na korten tijd herstelt deze zich toch weer.
Meer succes'kan men verwachten van het dooden der dieren door
de reeds genoemde middelen, arsenicum en zwavelarsenicum-dampen.
De zwavelarsenicumdampen worden als volgt toegepast.
Allereerst zoekt met in den aanplant zooveel mogelijk alle
Gedurende den regentijd
plaatsen op, waar zich gcstroi bevindt.
zijn ze gemakkelijk te vinden daar ze dan vooral hun kleimantels
om den stam bouwen. Heeft men een boom gevonden, waarbij
gestroi voorkomt, dan wordt deze gemerkt bv. met een witte ring
Men kijkt nu rond of niet iti de nabijheid een doode stam
of
stronk
aanwezig
is;
is
deze
dan vindt men gewoonlijk
er,
daar ook de termiet en zeer waarschijnlijk
van
besmetting.
omtrek
van
Vervolgens
gaat
men
zulk een stronk of stam
;
is
alle
treft
dit
een middelpunt
boomen na
men
bij
in
den
graven aan
—
ö
—
wortelhaLs gestroi aan, dan worden ook deze
-leii
Men zoeke zoo
steeds wijder kring lot
in
smette gebied bepaald heeft.
Dit
is
boomen gemerkt.
men
het geheele be-
niet steeds gemakkelijk; het
nest kan op zeer grooten afstand liggen. 100 M. en zelfs verder
verwijderd
een
staan terwijl die in de onraiddelijke nabijheid nog
rij
ongeschonden
Het
boom dan
om
makkelijk
ook
duwen,
te
als
moeten
zijn,
nest kan natuurlijk ook onder een
zijn.
zelf zijn: is de
men,
en de aangetaste boomen kunnen dan soms op
zijn.
lange
men
niet
zeer sterk aangetast, dan
of klinkt zelfs hol
bij
Hevea
dikwijls ge-
is hij
bekloppen. Zulke boo-
wind of regen omgevallen
meer herplant worden maar in hun geheel
er vindt die door
vernietigd.
men nu een besmet gebied bepaald door de boomen
dan begint men met rondom dit stuk een goot te
Heeft
te
merken,
graven, van
80—100
Men kan
dikwijls
cM. diep.
met succes gebruik maken van bestaande
men gaat behandelen, iets grooterneraen.
men dan nagaan, of de goot ook eigens ingestort is,
ook takken of stammen een verbinding vormen tusschen
gooten en het stuk, dat
Alleen moet
of
er
beide kanten en of er ook bruggen over liggen.
men
verbindingen, dan moet
Zijn er dergelijke
deze eerst verwijderen.
Binnen het gemerkte gebied graaft men nu weer een diepe
goot
i-ondom
of boom. welke verc ndersteld wordt
stronk
dien
het nest te bevatten.
Men
dien
in
overdekte
wacht nu
tijd
deze
gangen.
of twee dagen.
Zijn
er
dergelijke
het geheele stuk omsluit, dan moet
die
naar
boomen,
waarin
nog binnen het
te
De termieten hebben
bouwen van
gestroi
gangen ook in den goot,
men nog verder zoeken
Ook deze worden dan
voorkomt.
behandelen stuk grond opgenomen.
De overdekte gangen worden opgebroken om de termieten
ontvluchten te beletten, zij wagen zich immers niet gaarne
het
in
één
hindernis ovenvonnen door het
het <iaglicht.
Men
verwijdert nu alle stronken en
al
het doode
hout, waarin gestroi voorkomt, uit dit gebied, hetzij door alles te
verbranden of nog beter door het te behandelen met zwavelarsenicumdampen.
De zwavelarsenicum-dampen worden door middel van een
bepaalde pomp in de gangen geblazen de beste pomp, waar:
m»-"
m<n
'"
''•
^t.-iir-
f-n
in
Z. Afrika zeer veel succes heeft
gehad,
machine
Deze
kleine
Destroyer"
of
„Ameisentödter
i)
Universal".
een
Ant
„Universal
de
is
9
bestaat
uit
twee deelen, een luchtponip en
oven, die verbonden zijn door middel van een slang.
De oven wordt gevuld met gloeiende houtskool en met een deksel
afgesloten.
Aan de oven is een buigbare ijzereti slang bevestigd
met spits toeloopend mondstuk. Men lette erop, dat dit
mondstuk afschroefbaar is en het is goed, mondstukken van
verschillende wijdte voorradig te hebben.
Gebruikt men den
pomp, dan moet de oven goed heet zijn, evenals de ijzeren slang.
Aan den voet van iedere stronk, waarin gestroi vooi'komt,
boort men nu een gat, gi'oot genoeg om het mondstuk in 'te brengen,
en
sluit
alle
op
het
men
(2
tot
maal
4
openingen met
verdere
houtskoolvuur een
klei af.
vol
lepel
zooveel arsenicum
als
Vervolgens werpt
zwavel en arsenicum
zwavell, sluit de deksel
pompt gedurende minstens 8 minuten. Behandelt men
gevelde boomstammen, dan brengt men het mondstuk aan het eene
uiteinde in, sluit weer alles met klei en pompt nu de arsenicumdampen erin; ontsnappen deze nog hier of daar, dan stopt men
dit gat onmiddellijk met klei. Dik\vijls is één pomping niet voldoende; in grootere stammen moet men op andere plaatsen dan
nog eens een gat boren en er dampen injagen.
stevig en
Heeft
men
zoekt
men,
bij
men
in
aldus de centra van besmetting vernietigd, dan
de gegraven gooten daaromheen naar de gangen, die
het verstoren van de overdekte gaanderijen, vooraf door
stokjes of iets dergelijks heeft herkenbaar gemaakt. In deze gangen
zoowel
als in die,
welke men vindt
besmette stuk omgeeft, pompt
in
den goot, welke het geheele
men eveneens
de vergiftige dampen.
De Heveaboomen binnen het gebied worden thans ook aan hun
voet
aangeboord
en,
zoo ze hol worden bevonden, worden ook
pomp behandeld. De behandeling kan zonder gevaar
den boom geschieden, indien men het boorgaat maar later
deze met den
voor
weer
Men
sluit
drijft
door middel van een houten pen, die vooraf geteerd
dezen pen
in
het gat, snijdt alles
bij
is.
en teert de wond-
vlakte.
Is
het aangetaste gebied niet groot en het aantal holle hoo-
rnen gering, dan kan
men
de arseniatm-methode toepassen.
Eerst
Ned. Indische firma's houden deze pomp niet meer voorradig, ze is echter
1)
verkrijgbaar o. a bü de Firma Cobb te Kuala Lumpur en iiost ongeveer 50 gld.
:
men weer
van
dit
-
om
stuk diep
...
-.nt
-
-
dan met den grond
te patjoUea. nadat natuurlijk eei^t aJ het
doodgr«>c
de termiet voorkomt
n
het gebied.
de vorige methode.
bij
...»^a.
h*
-
-
van de
jangen in
;
bodem. Zooals reeds vermeld^ liggen deze gangen in drogen
'--'^..
-; "
:
Bij de bewerking
ZT'j'Tii ve-r"
•ien
-
ZtL.
WC'! dl
H]-en'C»r
-
gTKi'^n.
^i)
n zaagseJ
1.;
afeTand rc-ndom de
...^...._,.
..--jsei
met
1
gewichtsdeel
kan men ook op eenigen
boomen aanbrengen.
•:d. maar
Xiet alleen de termieten
-van hun
-1. <Jaar"'-^
^
-la.nderd
in het lichaam.
-
r
st.er'd?
-
'2-
daT
:nrT
IL-
aerj
i-omp netzy op de
mei
-.i
l>ewerkt heeft, moet men
uei oog iiouden en wanneer mc^lijkerwijs nog levend
Hevea-termieten opnieuw optreden, deze onmiddelijk
ze
laaij"-
_.,-^
grond begraven.
rj
meiigi mt:-
PaTTi^:-ii
blijft
'
-
m
..-^'
-
-
dat
men voor bruggen
en
moet gebruik maken van
Hevea-hout of ei^ andere houtsoort, die door gesüroi wordt
aMr.
^
-
--:-!
'
jKJtzakelijk
BUITEXZOBO. 20 December
r cn>k
het hout. dat
1912.
men
K.
arsMBCTwn en rwaxt-l.
W.
aanwendt,, van
Djuimeemas.
g'?n>«»g>d
met
suik'er.
.
VAX PLAXTEN WELKE DOOR C0PT0TE11ME6
GESTBOI WORDEN AANGETAST.
LIJST
Afzelia palembanica
Bak.
Palembangscli yzerhout, mal. merbaoe.
Albizzia procera Benth.
wangkal of
jav.
tveroe.
Arau ca ria -soorten
Artocarpus blumei
soend. kihijang.
i).
Wilde broodboom,
Trecul.
maL
Wilde
jav.
terap,
Bombax malabaricum
benda
,
soend. teureup.
D.C.
kapokboom, jav. randoe agoeng of randoe
alas,
soend.
randoe leuweung.
C
an ar
u
i
ra
mmune
c o
Ij.
Kanariboom.
Cocos
n iicifera
L.
Klapperboom.
Dacrydiu m._i)
D a ra m a r a o r e n t a
i
1 i
s
Lam. h
damar minjak.
mal.
Dye ra- soorten.
mal. djeloetoeng
Er
F
i
i
n d r o n a n f r a c t u o s u m D. C.
Kapokboom, mal. jav. soend. randoe.
o d e
c u s
e
.
1
ast
i
ca
Roxb.
mal. rambong, jav. soend. karet.
Hevea brasiliensis Müll. Arg.
K m p a s s a ra a a c c e n s s Ma ing.
LI
i
1
i
mal. kempas.
Deze boomen werden in 1878 in den Botanischen tuin te Singapore door ter1).
mieten binnenin uitgetiold en gedood. Ridley (Bu)l. of the Straits and F. M. S.
Bd. 4, 1905; meent, dat dit gestroi moet zi.jn geweest.
.
.M
a
11
g
i
f
e r
o d o
;\
r a t
a
12
-
Grift'.
mal. bembem, jav. koetceni of kwmi, soend. kaïceni.
nchanostachys amentacea
Mast.
mal. pe taling.
(J
n c o s p e
r
m
a f
i
1
a
m
e
11
1
u s
Xiboi.ngpalm, mal. niboeng,
l) r
o X y
1
o n
i
n d
i
c u
m
LI
ja.\.
m
BI.
gendiivoeng, soend. handhcoeng.
Vent.
mal. parangparang, jav. moengli of woengli, soend. pongporang.
S h o
r e
a
-
soorten,
mal. meranti.
PLAAT
Fig.
1.
5— jarige
gestroi,
I.
Hevea-stam, geheel verwoest, door Copto/^z-mes
de schors met kleimantel
om de gangen
is
gedeeltelijk verwijderd
te laten zien.
Fig.
2.
ö —jarige stam in doorsnede van binnen geheel uitgevreten.
Fig.
3.
4— jarige
stam met begin van aantasting, van buiten
nog geheel gezond.
Plaat
Fig 2
*«.;c^
Fig.
1
I.
i'LAA'1' II.
Fig.
1.
Schimmeltuinen van Coptotcrmes
gcstroi
Wasm.,
i/^nat.
grootte.
Fig.
2.
Gedeelte van het nest van denzelfde, nat. grootte.
Plaat
Fig.
Fig.
1.
2.
II.
DEPARTEMENTVANLANDBQUW,
N IJ VERHEIDEN
HANDEL.
MEDEDEELINGEN
VAN DE
AFDEELING
voor
No.
PLANTENZIEKTEN.
4.
Waarnemingen over Hevea-kanker
Plagen van Hevea in de
Ziekten en
Dr. A. A. L.
ÏI.
F.M.S.
RUTGERS.
BUITENZORG
DRUKKERIJ VAN HET DEPARTEMENT.
1913.
O.
Verkrijebaar bU
Co. Bstavto.
KOLFF &
Prijs f 0.30
DEPARTEMENT VAN LANDBOUW,
N
IJ
VERHEID EN HANDEL.
MEDEDEELINGEN
VAN DE
AFDEELING
voor
No.
PLANTENZIEKTEN.
4.
Waarnemingen over Hevea-kanker
en Plagen van Hevea in de
Ziekten
Dr. A. A. L.
RUTGERS.
BUITENZORO
DRUKKERIJ VAN HET DEPARTEMENT.
1913.
IL
F.M.S.
Mfdedeelixoen VAX DE Afdeelixg vook Plaxtenziekten No.
HEVEA-KANKER.
Nieuive ziektsoerschijnsiden
II.
kanker.
bij
Medeüeeling No. 2 van de Afdeeling voor PlMiitiMiziekten
ïn
(lul 2)
i.
werd een
gegeven van het ziekte-
vooi'.ooiiige beschiijving
beeld van den kanker, zooals deze zich op Java vertoont en werden
tevens eenige wenken
voor de bestrijding gegeven.
Sedert dien heeft de kanker zich gedui-ende den We.stmoesson
u\j
nieuwen vorm voorgedaan,
No. 2 gegeven be-
soinniige ondeineniingen onder een
H'elke
met behulp van
de
Mededeeling
in
herkennen is. In de volgende
nieuwe verschijnselen weergegeven en mewelke bestrijdingsmiddelen werden aangeraden.
.schrijving niet of uiterst moeilijk te
bladzijden
deze
zijn
degedeeld,
OXDERXEMIXCr A.
Optreden
kanker
den vorigen
in
Westmoesson
vorigen
(.Januari
tot
Westmoesson.
Maart
11)12)
Reeds in den
werd van deze
onderneming liericht ontvangen, dat daai' kanker vuurkwam en
werd materiaal voor onderzoek opgezonden aan de Afdeelmg
voor Plantenziekten.
(3ndergeteekende wenschte toen reeds een
bezoek aan de ondeineming te b]-engen, maar zag zich genoodzaakt
voorgeuijmen
het
bestrijdingsmaatregelen
bezoek
weer
af
te
telegrafeeren.
De
tegen deze toenmaals van Java nog niet
bekende ziekte (uitsnijden van de zieke plekken en teeren) werden
rigoureus
duidelijk
doorgevoerd
zichtbaar
de ziekte geheel
-Met
echter
in
ondanks
zoodat
ten
he'i
(waarvan
waren) en
wongen
in
in
te zijn.
het doorkomen der i-egens
(Ictober
de
einde
ook
de
Januaiu. 1913 de sporen nog
den Oostmoesson 1912 scheen
ziekte
in
bestrijdingsmaatregelen,
December de
toestand
vorigen jare omtrent denzelfden
Ziektecerschijnselen.
jaar vertoonden,
De
dezen Westmoe.sson begon
zich
weer
bi'eidde
veel
te
zij
vertoonen en,
zich
snel
uit,
ongunstiger was dan
tijd.
ziekteverschijnselen,
waren zoo afwijkend van de
tot
die
dusver
zich
ais
dit
typisch
beschouwde kankerverschijnselen, dat de Administrateur aanvan-
meende mer een nieuwe ziekte te doen te hebben. Deze
waren tot dusver bij kanker slechts uiteret sporadisch waargenomen en zijn dan ook niet beschreven in de in
December 1^12 door de Afdeeling voor Plantenziekten uitgegekeiijk
verscliijnselen
Mededeeling over Hevea-kanker.
ven
-
Ook ondergeteekende kon
nauwkeurige vergelijking van
eerst door
allerlei
o vergangs voormen
met zekerheid zeggen, dat werkelijk alle waargenomen ziekteverschijnselen aan kanker moeten worden tc»egeschreven.
De bedoelde ziekteverschijnselen — waarvan de Administrateur, voor mijn bezoek reeds een nauwkeurige beschrijving op
schrift gesteld had — werden door hem als volgt zeer juist beschreven:
„Het eerste verschijnsel van deze ziekte
„worden van een zwarte, ronde vlek of vlekjes
.dit l»egint gewoonlijk
is
het zichtbaar
in
de tapsned-
op de onderste tapsnede.
„Na eenige dagen bemerkt men boven deze zwarte vlekken
„zwarte
verticale
„misschien slechts
„zichtig
1
mm.
er
die
streepjes,
breed
met een mesje het
zijn.
zeer
onschuldig uitzien en
Schaafr
laagje bast eraf,
men
dan
echter voor-
ziet
men, dat
„de verticale vlek breeder en breeder wordt en zich tot
„in
vrij
diep
het hout voortzet.
„Door de boom op de gewone wijze door te tappen vermede vlekken zich en worden deze breeder en bree-
„nigvuldigen
ze langzamerhand na ongeveer twee a drie
totdat
„der,
weken
„over de geheele lengte van de tapsnede zich tot eene evenwij-
zwarte
van
„dige
serie
„deze
periode
geeft
de
strejiten
boom
uitgebreid hebt»en.
zijn
gewone
Gedurende
eu is
latex product
„deze latex normaal.
.Indien
men
verticale
„alle
men
deze ziekte gewoon laat voortwoekeren, totdat
vlekken
zich
tot
een geheel aaneensluiten, dan
De aangetaste bast
weeke massa geworden. Vaak ziet men
.dan een donkergrijze schimmel op dit weeke gedeelte.
.Men kan het rottingsproces constateeren, door even met
„ziet
„is
„de
dan
hand
pas het rottingsproces duidelijk.
een zwarte,
over het rotte gedeelte te wrijven, waardoor de bast
„direkt van de
stam
los zal
laten".
de thans up deze onderneming
voorkomende vorm van kanker zeer juist weer. Dat men hier
inderdaad met kanker te doen heeft, was reeds waarschijnlijk
omdat ten vorigen jare typische Hevea- kanker optrad en ook
Deze
beschrijving
g<;eft
:
thans
verscheidene
van
tal
typische
maar zekerheid
geti'offen,
kan leer ple lelden
i'oode
werd
verkregen
werden aan-
door het onderzoek
van gevallen, waarbij zich nit de zwarte plekken boven
de tapsneile tj'pische roode, rotte plekken
in
en onder de tapsnede
ontwikkelden.
De
Schade.
gebracht,
door dezen
scha<le,
v(-)rm
van kanker te weeg
zeer groot.
is
In den Westnioesson 1U11-'1:3 werden van ongeveer 1000
boomen kankerplekken uitgesneden en de weggenomen stukken
bast waren in vele gevallen zoo groot, dat de wonden zich
waarschijnlijk nooit meer sluiten. Bovendien wenlen nog ongeveer
1000 boomen, welke lichter aangetast waren, met carbolineum
behandeld en
tijdelijk
van den tap uitgesloten.
Dit jaar treedt de ziekte veel heviger op.
In een afdeeling van + 60 bouw V)-jarige Hevea's waren
van de 10000 tapbare boomen op 14 .Januari (iOOO aangetasten
daarom van den tap uitgesloten.
afdeeling van + 60 bouw 5-jarige Hevea's waren
12000 tapbare boomen op 14 -Januari ongeveer 5000
aangetast en van den tap uitgesloten.
Door deze vermindering van het aantal getapte boomen
daalde de produktie op de helft, wat zoolang deze toestand
voortduurt, een oogstvermindering van + 1000 Kg. per maand
beteekent, dus een netto verlies van minstens f4000.— per maand.
Directe Bestrijdingsmiddelen.
De directe bestrijdingsmiddelen
(merken en van den tap uitsluiten, uitsnijden, waar noodig,
anders met carbulineum bestrijken) werden met ki'acht ten uitvoer
In
van
een
de
gelegd, en aangezien over de doeltreffendheid van andere maatregelen
in
deze richting nog geen proeven
mede op grond
den,
maatregelen
deze
van
voort
Ie
het
genomen
reeds
gaan.
De
zijn,
verkregen
werd aangeraresultaat,
met
behandeling verloopt als
volgt
In
eiken tuin zijn speciale koelies belast met het opzoeken
merken
tap worden
van
en
tapsneden
alle zieke
uitgesloten.
alle
4 of 5
bolineum Plantarium
;
boomen, welke onmiddellijk van den
De gemerkte boomen worden op de zieke
dagen bestreken met 50% oplossing Car-
is
het optreden van de ziekte tijdig ontdekt
en de boom behandeld, dan kan na ongeveer 4 weken weer getapt
worden.
Bij
boomen, welke de typische roode, rotte kankei'plekken
-
4
-
— wat echter thans op deze onderneming zeldzaam vi «ui
komt — worden deze in hun geheel uitgesneden.
De meeste boomen worden op deze wijze met Carbolineum
Na
behandeld, wanneer de ziekte nog in haar eerste begin is.
ongeveer 4 weken (de jui.ste tijd is afhankelijk van den graad
van aantasting) zijn de boomen hersteld en kunnen zij weer getapt
worden. De kleine wonden (op de zwarte streepen en vlekken)
vertoonen
in
den nieuwen bast heelen zich dan ook weer volkomen.
De blijvende gevolgen van dezen vorm van kanker zijn dus
veel
minder ernstig dan van de andere vormen, die
in den bast aanleiding geven. Toch
tot de groote
knobbelvormingen
is
de schade
niet gering door de groote tijdelijke oogstvermindering,
zien van al het
Indirecte
werk en de kosten, aan de
Bestrijdingsmiddelen.
Xaast
nog
afge-
bestrijding verbonden.
de
directe
bestrijding
werden ook reeds maatregelen genomen om de voorwaarden voor
de ontwikkeling en verspreiding van de kankerschimmel zoo onmogelijk te maken. Daartoe was een aanvang gemaakt
met opsnoeien en uitdunnen van den aanplant en met het ontsmetten der tapmessen, wat hier door middel van sublimaat plaats vond.
De verdere bestrijding zal zich op deze punten moeten con-
gun.stig
centreeren.
Daartoe dient eerst de vraag gesteld, waaraan het is toe te
dat de kanker op deze onderneming een dusdanige
schrijven,
uitbreiding
gekregen.
heeft
genoemd worden, zonder dat
Verschillende factoren kunnen hier
het met zekerheid te zeggen
is,
welke
van deze den grootsten invloed uitgeoefend heeft.
Ite
I.
groote
in de hand gewerkt hebben.
moet zeker genoemd worden de
omstandigheden welke kanker hier
In
de
eerste
het
regenval;
plaat?
naastbijzijnde
regenstation
heeft
gemid-
3500 mM. per jaar en volgens den Administrateur valt op
Vooral de laatste maanden viel
de onderneming nog meer regen.
er zeer veel regen en was de lucht dagen lang bewolkt; November 1912 had 042, December 1031, 1-14 Januari 350 niM.
deld
regen.
II.
kunien
Het
te
nauwe plantverband (zelf;< 12'X12' en 16'X1«'
is mede een factor, die de algerneene vochtig-
nog voor)
heid der tuinen en dus schiinmelziekten in de
laat
opsnoeien heeft
In
het
in dezelfde richting
hand werkt.
Te
gewerkt.
l>ovengenoemde stuk van den Administrateur staat
dan ook
te
„woedt
op
„Opmerkelijk
lezen:
de
is
het,
plekken
laaggelegen
dat de ziekte het hevigst
waar de aanplant het
en
„dichtste is."
Bij
III.
het tappen wordt in afvoerkanaal en tapsnede veel
water gebruikt.
wordt,
gebracht
besmet
dit
zal zeer waarschijnlijk,
zoo het water eenmaal
de hand werken.
Vooral
van
die
den
moet
kanker,
gebruik
het
bij
in de
tapsnede
een schimmel als de Phj^tophthoi-a
uitstek op vochtigheid
is aangewezen,
van water zooveel mogelijk beperkt worden.
bij
Gaan we van deze gezichtspunten
ding,
water
der ziekte op bedenkelijke wijze in
verspreiding
de
is,
Het kwastje, waarmede
de verdere bestrij-
uit bij
dan volgt hieruit, dat de volgende maatregelen gewenscht
schijnen.
lo.
Uitdunnen en opsnoeien der tuinen. Hiermede
is
reeds
een aanvang gemaakt; het komt schrijver dezes echter gewenscht
voor,
op dit punt nog eens zeer speciaal den nadruk
Op de meeste Rubberondernemingen
en
wordt
getroffen
laat
te
mijn
bij
uitgedund
bezoek
en
aan
O))
Java
is
opgesnoeid.
te
te leggen.
dicht geplant
Het
heeft
mij
de Federated Malay States, hoe
thans 15'X30' of 1S'X24' goede plantverbanden geacht
worden voor ondernemingen, die in de eerste jaren van productie
Bovendien snoeit men daar zoo vroeg mogelijk op en geven
zijn.
tuinen een zeer vrij doorzicht door de stammen,
iets oudere
daar
eerst op groote hoogte beginnen.
Met het oog op de hygiëne van den aanplant is dit een zeer
juiste methode en voor ondernemingen, die last van kanker
hebben, is uitdunnen en opsnoeien zeker een eerste vereischtf.
Het voorkomen van de infectie bij het tappen. Reeds
•2o.
omdat de bladerkronen
noemde
ik
het
niet-gebruiken
is.
Op de
in
overvloedige
van
water
in
watergebruik.
Men
zegt, dat
bij
de tapsueden de productie m.inder
October 1U12 gehouden vergadering der Rubher-
planters-vereeniging werd het omgekeerde beweerd.
Op de ondernemingen
in
de Federated Malay States, die ik
werd alleen water gebruikt in de afvoergoot of in de
cups en ook dit gebruik nog zooveel doenlijk beperkt. Ook beweerde men daar, dat bij het gebruik van water in de tapsneden
Afgezien van de vraag, wie hierin gelijk
de productie vermindert.
heeft, lijkt het mij met het oog op den kanker noodzakelijk het
watergebruik tot een minimum te beperken, althans geen water
bezocht,
—
tapsneden
de
langs
te
doen
—
<i
\'loeien
en zoo mogelijk ook niet
langs de middengoot.
Wij mogen hoop hebben,
gelen
uitdunnen
nl.:
dat,
indien deze-bestijdingsmaatre-
totdat een plantverband van bv. 15'X30'
18'X--1 verkregen is, hoog opsnoeien, en geen water meer
gebruiken op de tapsneden, worden toegepast, en bovendien wordt
voortgegaan met de carbolineum-methode, de kanker zal verminderen.
of
Erkend moet echter worden, dat een regenval als in Decemen Januari jl. op deze onderneming werd ondervonden de
bestrijding van den kanker zeer bemoeielijkt en dat, indien in
ber
Westmoesson zulk een regenval regel is, telken jare in dit
min of meer hevige uitbreiding van den kanker te verwachten is, waartegen nauwelijks te strijden zal zijn.
OXDEBXEMING B.
De Administrateur van deze onderneming schreef dato 23
den
seizoen
Februari
aan
de
schijnsel,
dat
mogelijk
voor Plantenziekten over _een ver-
Afdeeling
ook een uiting van kanker
is,
mogelijk
ook wat anders".
De beschrijving van dit verschijnsel luidde als volgt:
.Op het afgetapte vlak van de laatste twee maanden + 21/0 cm.
(
„breed)
de overgebleven dunne laag bast normaal lichtbruin
is
„verkleurd;
bij
verscheidene boomen echter en voornamelijk van
begint die normaal verkleurde bast eenigszins te ver-
.onderen,
„schromp»elen,
zonder van kleur te veranderen; allengs ontstaan
„er dan verticale barstjes, die als zwarte streepjes te onderscheiden
Wanneer we daar en
.zijn.
.komt
.de
geen latex
er
uit
er direct
en lichten
normaal lichtgroen
bast
omheen
we den
te zijn,
in
den bast prikken,
bast weg, dan blijkt
maar het
barstje zelf lijkt
„een verrotting te zijn die in het hout doordringt, in den vorm
zwarte streep. Deze zwarte verrotte streep in het
evenwel veel langer dan het zelfde streepje in den dunnen
„van
een
.hout
is
^bast,
en
dit
streepje
„uit naar boven.
.ftelden
bast,
in
het
hout
strekt
zich
voornamelijk
Verder blijken onder den eenigszins verschrom-
waar
zich
nog geen zwarte streepjes in den bast
aanwezig te zijn: terwijl
„vert<x)nen. in het hout reeds meerdere
„beneden of boven deze verschijnselen, onder den onaangetapten
waar te nemen".
Ter bestrijding werden door de Afdeeling voor Plantenziekten
dezelfde middelen aangeraden, die op Onderneming A. reeds met
„bast, niets bijzonders valt
aanvankelijk succes werden toegepast, daar
met
we
hier ongetwijfeld
dezelfde verschijnselen te doen hebben.
Indien deze kankerverschijnselen, die tot dusver nog niet de
aandacht
getrokken
ondernemingen
ook
op
andere
hebben (hoewel reeds van nog een tweetal
werd over dergelijke zwarte streepen),
bericht
rubberondernemingen worden waargenomen,
zal
de Afdeeling voor Plantenziekten daarvan gaarne bericht ontvangen.
A. A. L. RUTGERS.
BuiTENZORG, 25 Februari 1913.
ZIEKTEN EN PLAGEN VAN HEVEA IN DE
FEDERATED MALAY STATES.
Ink idtng.
geven enkele opmerkingen over
van Hevea in de Federated Malay States,
j
van de aanteektningen door schrijver dezes ge-rven
kort bezoek aan Kuala Lumpur en eenige
volgende
l*v
ziekten
en
D
n
bladzijden
plagen
-
nib&erondememingen in den omtrek.
Het is niet de bedoeling hier een overzicht
de rubberkultuur in de Federated Malay States,
van
overzicht
de
ziekteen
en
plagen
der
te
geven van
zelfs niet
nihberkultuur.
een
Het
bezoek aan de F.M.S. was daartoe te kort en de verzamelde gegevens te onvolledig. De hier gegeven opmerkingen kunnen dan
ook s]echts ten deele als algemeen geldig voor de rubl>erkiiltuur
in
^e F.M.S. t>eschouwd worden.
Het doel der reis was ten opzichte van verschillende ziekten
meer J*ejaa3d vanden kanker— van Hevea na te gaan. of en
io hoeverre ze in de F.M.S. v<x»rkwamen, ter plaatse te vernemen
keen inzicht
of men met de bestrijding succes had enz
— en
te verkrijgen in de factoren, die op het a!
-tig
optreden
van bepaiilde ziekten invloed uitoefenden. Dienovereenkomstig wor.
in de Federated Malay States in de valgen<l'
'
:vï«
.i-
hei standpunt tan den phytopatholoog
nieuwe gezichtspunten voor de
van de ziekten op Java wenscht te vinden.
Aan de Ambtenaren van het Departement van Landbouw
op
Java,
die
door
vergelijking
'•tstrijding
-
-
,
.,
^-etuig ik hier
iitiiig,
die ik
van hen mocht ontvangen, zonder welke het doel van mijn bezoek
zeker niet bereikt zou
zijn.
Hecea-kank«r in de Federaled Malay Staies.
Over het v<x»rkomen van Hevea-kanker in de Federated
Malay States werd tot dusver nog niets gepuMiceerd. Volgens
Mycologen
de
van
Schrijver dezes
van
Lamihouw
op grond van hetgeen
is
Hij
gezien heett van
hij
zag èn op de ondernemingen,
den aanphi,nt achter het Departementsgebouvv
in
Kuala
te
er niet V(3or.
een andere meening.
bezocht èn
Departement
het
Lumpur komt kanker
-
y
die
te
hij
Kuahi
Lumpur een
aantal boomen met groote knobbels en bastgezwellen.
vernam hij, dat op sommige ondernemingen deze
knobbelboomen in verontrustend groot aantal voorkomen.
Was het volgens do waarnemingen op Java reeds waarschijnlijk,
dat ook hier deze knobbels aan kanker waren toe te schrijven,
zeker was het niet, daar deze houtvormingen misschien ook door
andere omstandigheden veroorzaakt kunnen worden, zooals men
Bovendien
ook
dit
Kuala Lumpur meent.
te
Een der misvormde boomen
zware
een
te
Kuala Lumpur vertoonde echter
kankeraantasting; een groot deel van den bast was
typisch donkerrood en week-sappig
met een
duidelijke grenslijn,
zoodat dit geval alleen reeds voldoende bewijs was.
boom
zochte ondernemingen werd een
groote
verdroogde
donkere
kankerplek
vertoonde.
boom
Deze
naar
boven
gaf
Hevea-kanker uok
in
het
is
tal
van minder
voldoende bewijzen waren, dat de
van
kanker schijnt zich daar echter
beperken tot enkele sporadische gevallen.
vraaraan
cambium
de Federated Malay States voorkomt.
voorkomen
Het
het
aansnijding bijzonder veel latex.
bij
duidelijke, die echter voor mij
en beneden de
bij
deze enkele typische gevallen waren er
Belialve
te
ver
van den binnenbast vlak
verkleuring
Op een der berondom een
aangetroffen, die
toe
te
schrijven,
dat
De vraag
altijd
rijst
dus,
op .Java de kanker een
De volgende factoren kunnen
hunnen invloed doen gelden:
Het klimaat, meer bepaald de regenval.
lo.
zooveel ernstiger karakter draagt.
daarbij
Over
zich
laat
den
regenval
in het
a/gemem
op
de
iiiteenloopend, zelfs op zeer dicht
Wel
is
nhn
of
meer
aanzien
ernstig
vochtigheid liebben.
den
bij
Westmoesson
periode viirmt.
heeft,
— 6000 mM.
Daai
bij
is
van Java
deze veel te
elkaar gelegen ondernemingen.
het gebleken dat de ondernemingen,
grooten regenval (3000
in
rubberondernemingen
niets zeggen; daarvoor
in
waar de kanker een
het algemeen een zeer
per jaar) en een hooge mate van
komt, dat het overgroote deel hiervan
valt en
deze dus een buitengewoon natte
:
-
10
-
De regenval in de Federated Malaj- States
meen ver beneden de genoemde getallen en
i.s
blijft
in
het alge-
veel regelmatiger
over het jaar verdeeld, zoodat buitengewoon regenrijke maanden,
als
bij
ons
voorkomen,
in
in
Westmoesson op sommige ondernemingen
den
de statistieken niet te vinden
De gemiddelde regenval over
in
van
de
staten
de
zijn.
van de 18 regenstations
Selangor en Negri Sembilan (waarin 98°/^
rubberondernemingen
inches ^= 2325
Deze
Perak,
7 jaren
in
de
F.M.S. gelegen
zijn)
is
93
mM.
regenval
is
vrij
gelijkmatig
verdeeld; alleen zijn de
maanden Juni tot Augustus gewoonlijk onder en October tot
December boven het gemiddelde. Als voorbeeld moge de gemiddelde regenval van Kuala Lumpur over de jaren 1904 — 1911
dienen
Toch
loont
-
moeite op dit punt nog een oogenbUlc
de
het
11
omdat men de gevaren verbonden aan
nader
in
dichte
aanplantingen gewoonlijk onderschat en aan den anderen
gaan,
te
te
kant denkbeeldige bezwaren inbrengt tegen het uitdunnen.
In de F. M. S. wordt thans voor tuinen, die in de eerste
jaren van produktie zijn 18'X24' of 15'X30' een goed plantverband geacht. Dit komt dus neer op 96 boomen per acre of 168
Voor
bouw.
per
12-jarige tuinen spreekt
men van 25'X25'
of
30'X30', dus 60 of 4S boomen per acre of 95 of zelfs 84
per bouw.
Op Java zijn 5 jarige tuinen (en nog oudere!) met plantverzelfs
van 16'X16', 15'Xlö', 12'Xl-' en
banden
Men gaat over
zeldzaamheid.
zelfs
tot uitdunnen; zeker,
10'XIO' geen
maar veel te
en veel te langzaam, terwijl intusschen de ziekten in
weifelend
de gelegenheid gesteld worden vasten voet te krijgen. Bovendien
wordt de groei der boomen tegengehouden en de bastvernieuwing
is
langzamer en slechter dan
veel
zöu
geval
komt men
Daartegenover
men
produktie;
men nu
bij
ruimer plantverband het
zijn.
de
altijd
met het argument van de
heeft zoolang op produkt
moeten wachten, dat
maken met het
zooveel mogelijk wil
jaren
eerste
resultaat, dat veel te laat w^ordt uitgedund.
Dit standpunt
M.
die op tyd
S.,
is
der
boomen had uitgedund, maakte meer
toen het tappen begon, dan oorspronkelijk voor het dub-
latex,
bele aantal Ijoomen
50%
geheel onjuist. Een onderneming in de F.
50%
uitdunde
was
begroot.
maanden
weer evenveel produkt
natuurlijk
met
Het
F.
M.
S.
oorzaken
Een andere onderneming,
die
de tap reeds begonnen was, maakte na 6
toen
als
vóór het uitdunnen, thans
aanzienlijk geringer tapkosten.
dan ook geen twijfel, of in vergelijking met de
op Java de nauwe plantwijze een der belangrijkste
dat op sommige ondernemingen de kanker zoo welig
lijdt
is
tiert.
8o.
Tusschenplanting.
ïu.sschenplanting
veel voor, in de F.
het
op
gebruiken
het
gevaar
(koffie,
M.
S.
coca, enz.)
van catchcrops
wijzen
komt op Java nog
vrij
vrijwel niet. Zonder in het algemeen
dat
te
het
willen ontraden
optreden
moet
ik toch
van schimmelziekten
hierdoor bevorderd kan worden, vooral wanneer
men
de robusta
tijdig uilkapt.
niet
kappen van
4o.
alle
12
-
waar
In tunit-n.
zich
kanker vertoonr
i- nir-
tussclienkulturen aan te bevelen.
Snfjei.
de
In
F.
M.
wurden
S.
buuiuen
de
Men wenscht
gesnoeid.
geregeld
recht
van den aanvang af
opgaande
hoofdtakken,
zoodat de kronen hoog worden, zonder dat gevaar voor inscheuren
en afbreken van takken ontstaat. De dicht
bij den grond uitloopende
moeten zoo vroeg mogelijk weggenomen wurden. terwijl
Het is dan cok
later met snoeien geleidelijk hooger gaat.
takken
men
hoezeer
opvallend,
F.
de
algemeene
van
aanblik
van de tuinen
in
de
op vele ondernemingen op -Java.
hier het uitzicht dikwijls belemmerd door neerhangende
M.
verschilt
S.
Wordt
takken, in de F. M.
S.
dien
men over
kijkt
groote afstanden heen df»or
de stammen en rechtopgaande hoofdtakken, terwijl het bladerdak
hoog boven den grond eerst begint.
Met het oog op den kanker is dit verschilpunt niet zonder
gewicht. Licht en lucht kunnen veel beter toetreden tot de
groote vochtigheid wordt er door tegengegaan.
staramen
en
Ook deze
factor werkt dus
maken dan
te
lijker
te
in
mede.
de F. M.
om
de kanker op Java gevaar-
S.
Opsnoeien moet dus mede
genoemd worden onder de maatregelen
tot bestrijding
van den
kanker.
Gebruik tan water
5o.
bij
het tappen.
van ondernemingen op Java -en daaronder eenige, die
veel van kanker te lijden hebben— gel'niiken bij het tappen water
Tal
in
de tapsneden en in de afvoergoot.
de F. M.
In
S.
gebruikt
Naar mij verzekerd werd,
water
te
in
Waar
en
om
i)
bij
gebruik van
terwijl het
de Heveakanker schier uitsluitend begint
Phytophthora,
de
w;iter in de tapsneden.
on noodig geacht werd water
het percentage scraps te verminderen.
de tapsneden,
gebruiken
men geen
de productie geringer
is
die
er
de ooizaak van
is
in
de tapsneden
meer nog dan
schimmels op vochtigheid is aangewezen, ttehoeft het
van hoeveel belang het voor de kankerbestrijding
geen water te gebruiken in de tapsneden.
Daar komt nog
andere
geen
is,
betoog,
dat
bij,
het
gemakkelijk
Il
Ook
'I'pod.iau.
lip
watei-
een
.lava
zelf,
bron
dat
van
men
bij
infectie
het tapjx-n gebruikt, zeer
kan
worden. Een dei^lijk
hebben reeds verschillende administrateurs dezelfde ervaring
geval
ouk
men
heeft
water,
met
dat
wanneer .gesiramd wordt met
is.
Men waakt daar dan
gebruiken van besmet water.
liet
echter
het
is
tabak,
-
Phytophthora besmet
zorgvuldig tegen
tapwater
de
bij
13
men onbesmet water
een
en daarna weer
in
verspreiding
van
snelle
het
gebruikt, daar hetzelfde water voor eenige
honderden sneden gebruikt wordt en het kwastje
aanraakt
Bij
voldoende zich te verzekeren, dat
niet
het water gaat.
deze sneden
al
De
condities voor
de schimmel zijn dus zoo gun.stig
mogelijk.
Ondernemingen,
water
geen
ervarmgen
die
kanker hebben, moeten dus
gebruiken,
daar
volgens
dit
de
is.
Witte loortelschirnmel
van
van
de F.M.S. onnoodig en met het oog op den kanker
in
zeer gevaarlijk
Door
last
tapsneden
de
in
(Fomes s'emitostus)
wehvillende
de
Landbouw
ondernemingen
Kuala
te
tusschenkomst
in
de Hevea.
van het Departement
Lumpur was ik in staat een tweetal
Fomes semitostus veel schade
bezoeken, waar
te
aanrichtte.
Op een dezer ondernemingen deed de wortelschimmel meer
kwaad dan ik op Java ooit gezien heb. Niet slechts enkele
verspreide boomen, maar kleine cumplexen waren door Fomes
gedood.
De behandeling richtte zich niet op het genezen van
de aangetaste, maar alleen op het onschadelijk maken van de
dood e boomen.
Was
een
boom
door
goot van 2 voet diepte
om
Fomes gedood, dan werd
Binnen
ver als het plantverband het toeliet.
terrein
met
werd
^/2
ingebuet.
in
alle
eerst een
den boom gelegd op een afstand
liet
zoci
zoo omgrensde
hout opgegraven en verbrand, daarna het terrein
inch kalk bestrooid en gepatjold.
Een der
factoren, die
de F.M.S. maken,
is
Fomes
Later werd dan weer
tot een gevaarlijken vijand
de groote hoeveelheid hout en stompen,
men op Java uiterst zelden in die mate ziet. De wijze
van optreden van Fomes is uit de literatuur voldoende bekend.
Alleen maakt men zich thans veel minder ongerust over deze
welke
ziekte dan eenige jaren geleden, daar
bij
het ouder
worden van
den aanplant de ziekte minder gevaarlijk wordt. Zoodra de boomstronken eenmaal verrot zijn en de tuinen van het doode hout gezuiverd raken,
verminderen ook de gevallen van wortelsehimmei.
-
14
-
Op een der bezochte ondernemingen
van Fomes
loog van het
mij
mij de toestand
d.it
echter,
vrij
zas; ik
zoo veel gevallen
verontrustend scheen; de myco-
Landbouw Departement, «lie mij vergezelde, verzekerde
dat indien men slechts doorging met de boven
beschreven behandeling het aantal gevallen vanzelf zou vermin-
zouden er natuurlijk
de eerstvolgende jaren nog een
deren,
al
aantal
boomen aan Fomes bezwijken.
Coptotermes gestroi
Wasm.
De witt« mieren
zijn
rubberkuit uur
in
in
nog
de F. M. S.
altijd
Men
is
geduchte vijanden van de
er echter in geslaagd, ook
hiertegen een afdoende bestrijdingswijze te vinden en ik
was zoo
gelukkig, deze op een der bezochte ondernemingen in toepassing
Genoemde onderneming had voor een oppervlakte
1)
800 acres (ongeveer 4<50 bouws) vier vaste ploegen van 2
man in actie ter bestrijding van de termieten. ledere ploeg was
voorzien van een . Ant-destroyer". het apparaat dat gebruikt
wordt om de zwavelarsenicumdampen te ontwikkelen, waarme-
te
zien.
van
de de termieten gedood worden.
Deze
mieren
ploegen gingen geregeld rond
vier
aangetaste
boomen op
te zoeken,
om
waarin
de door witte
zij
natuurlijk
gaandeweg groote bedrevenheid verkregen. ledere aangetaste boom
werd behandeld indien de aantas ting nog vrijwel geheel uitwendig
was, werd de boom zelf niet aangeboord, maar de dampen werden
:
onder den wortelhals
in den grond gedreven, waarbij de bovenlaag
van den grond zoo veel mogelijk vastgetrapt werd. om het ontsnappen
der dampen te voorkomen, Was de boom reeds hol, dan werd een
gat in den stam geboord en werden de dampen daardoor naar binnen
gedreven.
ledere aldus behandelde
voorzien:
na
hoornen;
2
bleken
boom werd van een
dagen keerde de ploeg terug
er
bij
witt-en ring
de behandelde
nog levende termieten aanwezig, dan werd
de behandeling herhaald en de bDom van een tweeden witten ring
was zelfs een derde behandeling noodig.
De Administrateur was zeer tevreden over deze werkwijze:
tallooze boomen waren er door behouden. Naar men mij verze-
voorzien: een enkele maal
kerde
en
is
zijn
de
_
ant-destroyer" algemeen in gebruik in de F. M.
S.
de resultaten zeer gunstig.
Zie ook Meded. No. 3. van de Afd. t. Plantenziekten. De He rea-wnniet op
It
Java door Dr. K W. Dammebmas. Buitenzorg. 1912.
,,
Burrs'
'
(Enoten
15
-
— Pea-disea^e.)
te
Op een der bezochte ondernemingen werd een zeer interressanwaarneming gedaan over de plaats, waar de echte „erwten"
in
den
Hevea-bast
ontstaan.
Zoowel
voor
den Heer Bateson,
Mj'coloog te Kuala Lumpur, als voor den Adminibtrateur als voor
was dit een nieuwe ontdekking.
boom werden 5 erwten uitgehaald, van
schrijver dezes
Uit een
middellijn,
welke allen
in
1/2 tot
1
cM
bladlidteekens op den stam zaten. Zooals
zijn de lidteekens van de afgevallen bladeren op den stam
nog vele jaren zichtbaar als weinig gebogen halvemanen van ongeveer 10 cM. lengte. Boven het eigenlijke lidteeken is een kleine
bekend
inzinking in den bast,
waarschijnlijk het lidteeken van den oksel-
knop van het blad. Tusschen deze beiden in, half onder het bladlidteeken, werden de erwten aangetroffen.
Bij
een anderen boom werden 3 erwten uitgehaald, welke
precies op dezelfde plaats voorkwamen.
Deze waarnemingen zijn een krachtige steun voor de theorie,
dat de eclite erwten hun onstaan danken aan de inkapseling van
niet uitgeloopen
knoppen, en dus echte „mazelknolletjes"
Kopersulfaat en
zijn
i).
latex.
Door de Afdeeling voor Plantenziekten werd aangeraden Heveastammen met Bordeauxsche pap te bespuiten, hetzij tegen djamoer
oepas, hetzij (als proef) tegen kanker.
Bij
een bezoek aan „Merboeh" wees de houtvester van Gelder
mij er op, dat volgens berichten uit de F.M.S. reeds sporen koper
voldoende zouden
zijn
om
Inderdaad vernam ik
kopersulfaat
de rubber pekkig te maken.
te
Kuala Lumpur, dat het gebruik van
met het oog op de
men
Wel
raadt
ook
bespuiting
in de F.M.S.
in
latex zeer gevaarlijk geacht wordt.
ernstige djamoer oepas gevallen
met Bordeauxsche
maar men waakt
met kopersulfaat. 2)
Kuala Lumpur, deelde mij
pap
aan,
angstvallig voor verontreiniging van de latex
Bateson, Mycoloog te
een geval mede van een Administrateur, die getracht had
latex te desinfecteeren met kopersulfaat tegen „spots" op
De Heer
zelfs
zijn
Sedert myn bezoek aan de F.M.S. kon
1).
ondernemingen op Java nader bevestigen.
2).
Januari
ik deze
waarnemingen op een
drietal
Zie hierover ook het verslag der bespuitingsproeven in het Agr. Buil. F.M.S-
1913 door Keith Bancroft.
lubber,
zijn
Ui
met het gevolg, dat
uit
de aldus behandelde latex
geen verkoopbaar product raeer kon gewonnen worden.
Het
deauxsche
is
dus
jiap
noodzakelijk
zorgvuldig
t^'
bij
hespuitingsproeven met Borwak^n te^en vênmtreiniging van de
latex.
A. A. L. Kl'tgers.
BuiTE.NzoRCJ, 4
Maart
iyi<3.
DEPARTEMENT VAN LANDBOUW,
NIJVERHEIDENHANDEL.
MEDEDEELINGEN
VAN DE
AFDEELING
voor
PLANTENZIEKTEN.
No.
5.
De door de
bevolking toegepaste wijzen van bestrijding
der rattenplaag in de contróle-afdeeling Tjitjalengka
en de resultaten der aldaar genomen proeven
met andere bestrijdingsmiddelen.
DOOR
W. M. GUTTELING.
BÜITENZORa
DRUKKERIJ VAN HET DEPARTEMENT.
1913.
G.
Verkrijgbaar bIJ
A Co. Batarla
KOLFF
Prijs
f
0.30.
DEPARTEMENT VAN LANDBOUW,
N
IJ
VERHEID EN HAN DEL.
MEDEDEELINGEN
VAN DE
AFDEELING
voor
PLANTENZIEKTEN.
No.
5.
De door de bevolking toegepaste
wijzen van bestrijding
der rattenplaag in de contróle-afdeeling Tjitjalengka
en de resultaten der aldaar genomen proeven
met andere bestrijdingsmiddelen.
W. M. GUTTELING.
I-IBRAKV
M:VV VOKK
«OTaNJCAL
BUITENZORO.
DRUKKERIJ VAN HET DEPARTEMENT.
1913.
G.
Verkrijgbaar bIJ
Co. Batavia.
KOLFF 4
Prijs
f
0.30.
Mededeelingen van de Afdeeling voor Plantenziekten No.
De door de bevolking toegepaste
der
wijzen van bestrijding
rattenplaag in de controle-afdeeling Tjitjalengka
en de resultaten der aldaar genomen proeven
met andere bestrijdingsmiddelen.
DOOR
W. M. GUTTELING.
Het vangen en dooden van ratten door klopjachten.
Vuor deze klopjachten
moeten zich een
groot
aantal personen vereenigen, voorzien van eenige
honden
en de volgende
huliiniiddelen
a.
:
stukken bamboevlecht-
werk
(gëdeg) van
VU. hoogstens
1
a
2 M.
lengte en ongeveer 70
a 80 cM. hoogte, aan
den
onderkant
zien van
1
voor-
of 2 aange-
punte bamboestijltjes.
(zie
h.
tig.
1.)
veel langere en buig-
zamere stukken bamboe vlechtwerk (gédeg), die oprolbaar zijn,
eveneens aan den onderkant voorzien van
eenige bamboepunten.
a\g.
(zie
tig.
2.)
.
-
2
fuikfii.
(boeboe) (zie
fig.
3.)
knuppels.
pieken.
Fi'.
(
toenibak
)
(zip fig. 4.)
1)1
(
aas roe ren.
soempit
).
patjoels.
Fig.
De jacht
4.
met een door ratten aangetast sawahvak,
begint
drooggelegd, te omheinen met
behulp der sub a
genoemde stukken gëdeg, die daartoe in eikaars verlengde in
den grond worden vastgezet en wel zó(3 dat geen rat dour deze
omheininc kan ontsnajipen. Op de twee hoeken van het vak
worden fuiken (boeboe) geplaatst. Het is'onnoodig ook de vierde
zijde van het sawahvak te omheinen, aangezien zich hier een
naast elkaar staande menschen opstelt.
In gesloten gelid
rij
dat
vooraf
is
vooruitgaande,
drijven
deze
de
lieden
ratten,
die
zij
door ge-
schreeuw en geraasmakende instrumenten hebben opgejaagd, voor
zich uit in de richting der fuiken.
Buiten wordt door een aantal
dat
geen
vrij
dicht
bij
de fuiken gekomen, dan wordt achter hen een vierde
omheining van stukken gëdeg,
aangeliracht,
kiijgt,
fuiken
zoodat
waarin
zijn.
mannen en honden gewaakt,
door de omheining ontsnapt. Zijn de rattenjagers
rat
Jn
de
men
eenige
die
die aansluit
een aan
alle
uitgangen
met de reeds bestaande,
kanten afgesloten ruimte
de
toegang.sopeningen der
geheel ompaggerde ruimte (tingkëran) wor-
den de ratten door nog meer geraas en met behulp van honden
opgejaagd,
zoodat
zij,
geen
openingen der fuiken trachten
anderen uitgang vindende, door de
te
ontvluchten.
De
ratten, die dat
worden door de honden doodgebeten of door de jagers
afgemaakt met knuppels, pieken, of ook wel met blaasroeren.
Zijn al de ratten, die zich binnen het omheinde terrein bevonden,
in de fuiken geloopen of door de jagers en honden gedood, dan
worden de stukken gëdeg weer uit den grond getrokken, om een
niet doen.
3
volgend sawahvak op gelijke wijze
te
omrasteren. De met levende
ratten gevulde fuiken, waarin vaak een 30 a 50 ratten gevangen
worden gedurende 5 minuten onder water gehouden om de
te verdrinken. De staarten van alle gedoode ratten en
muizen worden verzameld en liij het underdi.sti'ictslioofd ingezitten,
dieren
leveid.
Voor
gegeven
vangen
het
maakt men
waarmede
een
wroeten en
gedeelte
ratten
het
in
b
krabben, dan
De
uit elkaar gepatjoeld.
in
tig
i^
weer-
Begint een hond voor een gat
dit
is
Op
bevinden.
hol
ratten in de galëngans
genoemde en
een galëngan, waarin zich ratten-
\'an
wordt omheind.
te
van
dijoleii
buigzamei-e stukken bamboevleclitwerk,
veel langere en
gaten bevinden
te
en
van de suh
gebruik
het
uit
een aanwdjzing, dat er zich
wordt de galëngan
die plaats
hol
\duchtende
i'atten
kunnen
de omheining niet uit en woi'den door de zich daaiin bevindende
menschen
honden van kant gemaakt.
of
Voordat men
aanplant tracht
op bovenstaande wijze de
\'erdelgen,
te
i'atten
een padi-
in
worden de sawahvakken,
die afge-
jaagd zullen woi'den drooggelegd.
de
een
zeer
dei'
de
een door
randen van een sawahvak aan.
i-atten
aangetaste sawali
is
daar-
typisch en reeds op een afstand waar te nemen,
groene
vreterij
van
verondersteld worden, tasten de ratten
langs
padijilanten
Het ziektebeeld
door
mag
bekend
Zooals
nooit
van
rand
ratten
van padistroo.
(zie
-
gezonde
planten,
waarbinnen
— door
n.1.
de
de aanplant voor een groot deel de tint heeft
fig.
5.)
Aangezien
het
van
er
aangetaste
nenste
zoo'n
van
sawahvak
niets
terecht komt,
langs
bin-
gedeelte
de
liet
Patih
on-
van
Bandoeng — bij wijze
van proef— een aantal
van
die
aangetaste
sawahs droogleggen en
;^m
Fig.
daarna
het
vernielde
binnenste gedeelte van
elk
vak kort boven den grond afsnijden.
De aanplant was toen
-
4
-
Het afgesneden stroo werd dan liuiten
IV2 niaand oud.
sawahs op een hoop gelegd en \\'il)iand. de vakken daarna
circa
de
goed schoon gewied, en de eventueel
gen
en
in
il;-
aanwezige ratten gevan-
Vervolgens werd het water wec-r
gedood.
tut
aldus
(h;
behandelde vakken toegelaten.
De gezonde planten langs tien rand groeien en rijpen normaal
\'an het afgemaaide gekunnen o\) tijd gesneden worden.
deelte is alleen nog overgebleven het wortelstelsel en de z.g.
en
Na
uitstoelingsknoop (stengelvoet) der padiplanten.
ontstaan er nieuwe zijstengels
deze wijze vernieuwde aanplant kan later nog een
— oogst
kleinere
gedeelten
vernielde
van
passing
Waar
opleveren.
niets
zou worden,
maatregel
— hoewel
veel
is
het door toe-
mogelijk er eenigen
nog eenig product van binnen
later althans
tijd
De op
anders van de door de ratten
geoogst
bovenstaanden
eenigen
den uitstoelingsknoop.
uit
te
tijd
halen.
Uit eigen beweging zullen vele Inlandsche landbouwers uit
piëteit
voor Nji Sri (de godin van den landbouw) tot dezen maat-
regel echter niet licht overgaan.
Wat
de
tani in het
is,
na
drooglegging
de
10
rijen
buigen
Bandoengsche echter wel
ratten bang
zooveel licht
hun
is
volgens hun zeggen
worden den aanplant, waar tengevolge dier gangetjes
in kmnt, aan te tasten, evenmin als zij liet wagen
vernielingswerk
hetgeen
Dit
tegen de rattenplaag, omdat daardoor de
middel
preventief
om
waardoor dus op regelmatige afstanden. gangetjes
door den aanplant worden gemaakt.
een
veel toepast,
sawahs, de padiplanten regelmatig
een afstand van ongeveer O voet) van elkaar
(d.i.
(.soewaj),
der
duidelijk
uit
blijkt
te
uit
voeren
liet
dicht
langs
de galengans,
geheel onaangetast laten staan
der padijdanten, die binnen een paar voet afstand van de randen
der sawahvakken staan.
wordt
<»(jk
nog
als
een
voorbehoedmiddel
toegepast
het
het plaatsen van smalle reepen bladscheeden van pisangbladeren
(gedebog)
de galengans en in de gangetjes, omdat de ratten,
op
deze glin.sterende
reepen
voor slangen aanziende, zich daardoor
niet op zoo'n vak zouden durven
Door
beviilen.
stikken,
afgebeeltl.
wagen.—
den Regent van Bandoeng werd nog een iniiMel aan-
n.1.
om
liet
door berooken de ratten
in
hunne holen
daarvoor uitgedachte toestel (lamboes)
is
te
op
doen
tig
6
:
Het rookiippaiaat
üa)
van
is
blilc
een
en bestaat uit
cylinder,
die
weerszijden
uitloopt
een
buis,
smalle
cylinder, die
aan
ia
welke
metderook-
voortbrengende
brand-
wordt gevuld, om-
stof
geven
is
door een cylin-
dervormigen mantel
(zie
lengte- doorsnee
in
de
Fig
(fig.
gpheel vervaardigd
6d en de dwarsdoor6e). De ruimte tusschen
fig
6.
snee
dien
in
flg
en den inwendigen
wordt met water gevuld.
mantel
cylinder
De
van
rook,
die
door het aansteken
de
brandstof
(stroo)
cylinder
ontstaat,
wordt
tijd
gat.
lang
geblazen
in
in
den
eenigen
een ratten-
Door de bevolking wordt
rattenverdelgingsmiddel echter
dit
zel-
den toegepast.
Fia-.
6a.
De genomen proeven met andere
bestrijdingsmiddelen.
Met twee bestrijdingsmiddelen werden proeven genomen
a.
het
vergiftigen
van
ratten
en
b.
het
verstikken
van
ratten
en
muizen met
muizen door
fosfor,
middel
zwavelkoolstof.
Laatstgenoemd middel werd op twee wijzen toegepast:
1. de zwavelkoolstof werd aangestoken.
2. de zwavelkoolstof werd niet aangestoken.
van
-Met
het
vergift
nomen, omdat deze
wenlon geen proeven geBandoeng en te Batavia
b.tiiiimcarboiiaat
stof in de apotlieken te
verkrijgen was.
niet
te
a.
Het
verfjiffigi'n
can ratten en muizen met fosfur.
werd toegepast in den vorm van z.g. fosfoi-pap,
werd
SOO (iram meel inet 200 gram stroop werden met een weinig
water tot ccii luipje \"ermengd.
\\\ een porceleinen schaal
werd
kokend water gegoten en daarin 20 gram witte fosfor
1/2 L.
Xadat de tosfor gesmolten was, werd onder aanhoudend
gebraclit.
omroeran met een houten spatel het papje van meel en stroop
Dit
midilel
die als volgt bereid
:
toegevoegd.
Den
met
Den volgenden
dag bleken verscheidene dier dichtgostopte gaten weer door ratten
geopend te zijn. In een 50 tal daarvan werden toen eenige korte
stroohalmen gestopt, die vooraf in de fosforpap waren gedoopt,
waarna de gaten werden dicht gemaakt.
Wanneer een rat of muis in de nauwe gang de met een
laagje fosforpap omgeven stroohalmen passeert, blijft wat van
Maart
18'^'^"
weirjen een groot aantal rattengaten
een aardkluit dichtgestopt on met stokje gemerkt.
het vergift aan het vel hangen, het dier
Het
is
evenwel
mogelijk,
dat
likt
het er af en sterft.
de dit;ren door een
andere
gang naar buiten gaan en dus niet in aanraking komen met het
vergift.
Ook bhjft steeds de mogelijkheid bestaan, dat de ratten
of muizen ergens buiten hut hol ddor athkkcn van hun huid wat
van de fosfor in him maag krijgen en sterven, waardnur de kans
zeei' klein wordt, dat hij het contn.ileei'en van het
i'esultaat het
dier wordt teiaiggevonden.
Met zekerheid kan men dus UDoit
düüde
wat het
een
effect is
geweest van
dit
[irecies
te
weten komen,
verdelgingsraiddel.
2 van de 50 op deze wijze behandelde gaten
Slechts
in
«;ioute
doode
rat
gevonden,
terwijl
werd
even buiten een derde
gat ook een doode rat werd aangetroffen.
Door de onmogelijkheid
om met
dezer bestiijdingswijze na te gaan,
niet andere
methoden geheel
is
eenige zekerheid het effect
natuurlijk eene vergelijking
uitgesloten.
:
Hef iXTstikkeu van ratten en muizen door
b.
nikldel nat
zwnoel-
vei'scliilleiidi:'
wijzen
koulstof.
Dit
Wfid
bi'.strijdingsmiddel
twee
op
toegepast
1.
de zwavellvoulstof werd aangestoken.
2.
de zwavellcdolstof werd niet aangestoiven.
Wordt een zekere hoeveelheid zwavelkoolstof
en
gegoten
daarna
kleine explosie vei'branden.
(CS9)
open
een
in
dan
aangestoken,
verbranding van zwavelkoolstof
Bij
schaal zal er niets overblijven aangezien de
verbrandingsproducten SO2 en CO2, beide gassen, zich
De verbi-anding
verspreiden.
een
In
hol
echter
heeft dan
verbranding (vooral
toe,
in
gevolg
gaten
er
den regel een
in
gegoten.
Bij
verbinding
en
C
de
.toestand
v\'elke
zijn
oxydeeren
te
om
kool
is)
dikwijls
wand
men
behandeld, vindt
in
zonder
is
de
het hol be-
in
te
is;
gering,
de
^S
der gang in
opengraven
waarvan eene
SO2
vei'bi-andt tot
verdeelden,
fijn
van
rattengangen,
met zwavelkoolstof
dat de wanden zwart zijn.
eeni'g toezieh
dikwijls,
een gat, waai'in zich latten of muizen bevinden,
een prop van met zwavelkoolstof gedrenkte watten, en sluit
daarna (zonder aansteken) de opening goed
stof
't
groote hoeveelheid CS2
te
meestal
het
Bij
af.
Inlanders
men
in
een onvolledige
zal
de koolstof en de zwavel dezer
ge^olg
het
zet zich langs den
als
Stopt
dan
verbranding
door
daaivan
aansteken
het
schikbai'e hoeveelheid zuurstof
onvolledige
de lucht
Past de bevolking zonder toezicht zwavelkoolstof
zijn.
wordt
dan
de
;
de hoeveelheid CS2 wat groot
als
in
volledig plaats.
de hoeveelheid danijikringslucht,
is
bijzonder de zuurstof daarin, beperk!
het
een gang
in
de xdoeistof met een
zal
verdampen. De zeer
vei'giftige en
af,
dan
men
zwavelkool-
zal de
zware zwavelkoolstofdampen
dalen naar de laagste punten van de gangen en holen en blijven
er
De
hangen, tei'stond
alle
er zich in bevindende dieren doodende.
zwavelkoolstofdampen
zijn
uiterst
giftig;
ratten en n'iuizen
gaan er zeer snel door dood.
De
resultaten
in
de
Federated Malay States verkregen
bij
toepassing van zwavelkoolstof als rattenverdelgingsmiddel zonder
deze aan te steken zijn zeer gunstig.
methode
nog
nooit beproefd
geworden
Op Java was
;
steeds had
echter deze
men
toe de zwavelkoolstof in de rattengaten aangestoken.
tot
nu
:
:
::
-
s
-
Hot ne;iien van tH'ii vergelijkende proef niet (ie beide manieren,
waarop zwavelkoolstof kan worden aangewend als be.strijilingsmiddel voor ratten en muizen, was dus gewenscht.
en 18''"'' Maart werden van de rattengaten,
IS'"""
(>p den
welke, na den vorigen dag te zijn diclit getrapt, weer open gevonden werden, een gelijk aantal gaten behandeld met een bepaalde
hoeveelheid
(een
klein
maatglaasje)
der bovengenoemde manieren.
1.")
.Maart
zwavelkoolstof volgens elk
Het resultaat was
lUl
CS.2
aantal behandelde gaten
aantal doode ratten
:
aantal levende ratten
18 Maart
aantal
behandelde gaten
aantal doode ratten
aantal le\eiide ratten
:
l'.tl8.
ÜLDKje-
als
volgt:
EPARTEMENT
V
f
lANDB<
NIJVERHEID EN
M U t U L h L HN' U
iL
AFDEELING
voor
kruliii-'iuv
-/dn
kalja'
N
PLANTENZIEKTEN.
No,
De
1^
6.
DEPARTEMENT VAN LANDBOUW
,
NIJVERHEID EN HANDEL.
MEDEDEELINGEN
VAN DE
AFDEELING
voor
PLANTENZIEKTEN.
No.
De
krulziekte
6.
van katjang tanah (Arachis hypogaea
L.).
DOOR
Dr. A. A. L.
RUTGERS.
BUITENZORG,
DRUKKERIJ VAN HET DEPARTEMENl
1913.
Verkrijgbaar
O.
KOLFF &
Prijs
bIJ
Co. Batavia.
f
0.30
Mededeelingen van BR Afdeeling voor Plantenzfekten No.
6.
DE KRULZIEKTE VAN KATJANG TANAH
(ARACHIS HYPOGAEA L.).
In
adviseur
Mei 1912 werd van den Heer Zegers Ryser, Landbouwvan Modjokerto (Residentie Soerabaja) levend materiaal
ontvangen van typisch door
De
zieke planten
ls;rulziekte
aangetaste Araciiis-planten.
waren afkomstig van de demonstratievelden
Kertoredjo, waar deze ziekte, zoover bekend
is,
in
te
1908 voor het
was opgetreden, in 1911 de aandacht begon te trekken en
in dezelfde vakken in sterkere mate optrad.
In den omtrek werd de ziekte in 1912 ook in den bevolkingsaanplant waargenomen, waar zij ook reeds eenige jaren schijnt
voor te komen; voor den Landbouwadviseur, den Heer Zegers
Ryser, was het een volkomen nieuwe ziekte ook bij de Afd. voor
Plantenziekten was geen geval van vroeger optreden op Java
bekend, terwijl ook de ambtenaren van den Selectietuin voor rijst
en tweede gewassen de ziekte niet kenden. In Buitenzorg is zij
eerst
1912
in
;
dus naar het schijnt nog nooit opgetreden, daar de typische habitus
der zieke planten deze in het veld dadelijk
Slechts
hem
of
een
gevallen
der
in
het optreden dezer ziekte bekend waren,
van
gaf een positief antwoord: Dr. Gehrmanx,
tijdelijk
vertoevende, beweerde, dat deze ziekte zich in
had
het oog doet vallen.
personen, aan wien schrijver dezes vroeg,
te Bui ten zorg-
Kameroen vertoond
een aanplant verkregen uit zaad, dat direct vnn Bin'tenzorg
in
geïmporteerd was. De geheele
partij
zaad met de daaruit verkregen
planten was daarom vernietigd.
In twee mededeelingen
werd de krulziekte van katjang tanah
beschreven door Prof. Zimmermann.
De
„Der
was
Pflanzer"
in
— tevens
— verscheen
eerste mededeeling
over deze ziekte
ratuur
de jaren
(.Juli
het eerste beiicht in de
in
lite-
den derden jaargang van
De krulziekte („Krauselkrankheit")
1907).
1905—1907
opgetreden in het Lindi-district in
Duitsch Oost-Afrika, waai' dientegevolge de uitvoer van 80000
in
1903-04
daalde op 40000
M
in
1904-05, 18000
M
in
1905
-
M
06
2UU00 M
maar
en
HJ00,U7. Wel werden geregeld weer aaiihiuten
in
weer nieuwe mib^oogsten tenge-
ieder jaar l'ijuht
geplant,
volge van de krulziekte, waardoor de productie van de aangetaste
lO%
op hoog-stens 5 of
planten
van het noiinale teruggebracht
werd.
De
is
dezer
tweede
dagen
verschenen
deze
den
het
aan
is
Sedert
1913).
(Februari
ziekte
eveneens van Prof. Zimniermann,
negenden jaargang van „Der Ptlanzer"
mededeeling,
in
de
vorige
gekomen,
licht
dat
publicatie over
ook
elders
de
in
Kolonie groote schade door krul/.iekte veroorzaakt wordt.
Waar
een
het hier, blijkens de in D.0. Afrika opgedane ervaringen,
ziekte
gevaarlijke
waargenomen,
werd
bekendheid
kennis
te
te
op Java thans voor het eerst
het gew'en.scht hieraan in breeder kring
geven, en daaraan het verzoek toe te voegen, van
optreden
mogelijk
die
geldt,
is
dezer
andere
op
ziekte
plaatsen onverwijld
geven aan den Landbouwleeraar of Landbouwadviseur
van de betreffende residentie, of zoo daar geen Landbouwkundige
is,
aan
de
Afdeeling
voor Plantenziekten van het Departement
van Landbouw, Nijverheid en Handel
te
Buitenzorg.
meer is het noodzakelijk ten deze waakzaamheid te
betrachten, omdat wel het ziektebeeld volkomen duidelijk is en
de groote schadelijkheid vaststaat, maar men nog volkomen in
het duister tast wat betreft de oorzaak, de eventueele besmetTe
telijkheid en de bestrijding.
De
eerste
Zimmerniann (1907) geeft een
van
mededeeling
duidelijke beschrijving van het ziektebeeld.
„De zieke planten
wanneer ze sterk aangetast
zijn,
„de ziekte, dadelijk daaraan te herkennen, dat de
„planten
„kort
over
blijven
„zoüdat
den
en
bodem
evenals
dichtbebladerde,
voortgroeiende
de
hoofdstengel
bijna
bolvormige
bij
zijn
door
de normale
lange
zijtakken zeer
naar
boven groeien,
struikjes
ontstaan.
„Daar zich nu de vruchten bij de normale planten hoofdzakelijk
„aan de op den bodem liggende zijtakken bevinden, is het zonder
„meer begrijpelijk, dat de zieke pl.niien relatief weinig viuchten
„vormen, in vele gevallen hoogstens 1/10 of 1/20 van het aantaal
„van gezonde planten.
De bladeren der aangetaste planten be„zitten een lichter groene, meer geelachtige kleur en een geringere
„grootte als normale bladeren.
„de randen gegolfd of gekruld.
Bij
sterke aantasting zijn
zij
aan
Dikwijls gedragen ook verschillende
-
-
3
„deelen van een blad zich verschillend
Het
wortelstelsel
„van zieke planten vertoont geen bijzondere eigenaardigheden".
De oorzaak der ziekte wist Ziramermann in 1907 nog niet
mede te deelen; dierlijke noch plantaardige organismen werden
gevonden,
die
afwijking,
terwijl
kwam,
aansprakelijk
minsten
den
niet
steun
publicatie van
voor het aannemen
opleverde
van bodem- of klimaatsomstandigheden
De tweede
worden voor deze
konden
gesteld
wijze waarop de ziekte in het veld voor-
de
als oorzaak.
Zimmermann
aan de hand van goed geslaagde
(Februari
lï)
13) geeft
nogmaals een beschrijving
foto's
van de ziekte en daarbij het resultaat van de proeven, genomen
om
de ziekte-oorzaak uit
Met deze
dat
te
foto's voor
vinden.
oogen
lijdt
het niet den minsten twijfel,
de in Kertoredjo opgetreden ziekte met die
Het onderzoek op dierlijke
had weer volkomen negatief resultaat.
identiek
Zimmermann
oorzaken
in
Eerder
is
D. O. Afrika
acht het onwaarschijnlijk, dat hier chemische
het
mestingsproeven
in
of plantaardige parasieten
is.
spel
in
hij
zijn,
daar de ziekte op een veld met be-
de verschillende vakken op gelijke wijze opti'ad.
geneigd
aan
physische
oorzaken
te
denken,
hoewel de zeer onregelmatige verspreiding der zieke planten over
de
Nergens werd opge-
velden ook dit onwaarschijnlijk maakt.
merkt, dat de ziekte op vochtige of lage plekken bijzonder sterk
optrad.
Als degeneratie verschijnsel acht
klaarbaar,
daar
zij
de ziekte ook niet ver-
hij
versch uit Senpgambië via Marseille ge-
bij
ïmporteerd zaad zich eveneens vertoonde.
waarover
t.g.t.
De ervaringen
komen overeen met
Het ziektebeeld
nader bericht
dusver
tot
in
Landbouw
De ziekte
bepaalt
gang
vol-
Zimmermann.
verschilt alleen in zooverre, dat de bladeren
werd
adviseur
opgedaan, stemmen
.lava
de mededeelingen van
stemt het volkomen overeen
dusver
in
worden.
zal
hoogst zelden gekruld zijn en dan nog
Tot
Amani proeven
richtingen zijn in
verschillende
In
gezet,
de
van
(zie
Plaat
in
I,
ziekte alleen
Modjokerto,
geringe mate. Overigens
fig.
1
en
2).
waargenomen dour den
den
Heer Zegers Ryser.
zich tot de desa Kertoredjo, trad op het de-
monstratieveld duidelijk op in 1911 en in 1912 opnieuw in sterkere
mate, terwijl ook
er
den bevolkingsaanplant de ziekte zich schijnt
in
te breiden.
uit
De bevolking heeft nog geen naam voor deze ziekte, wat
wijst, dat we met een nieuwe ziekte te doen hebben.
op
Behalve
katjang
ook
schijnt
terong
(Solanum melongena)
aangetast te worden, misschien ook Crotalaria verrucosa.
Tevergeefs werd in de aangetaste planten gezocht naar dierlijke of
Geen organismen werden gevonden,
konden worden voor het abnormale
plantaardige parasieten.
gesteld
aansprakelijk
die
voorkomen der planten.
na te gaan, of de ziekte besmettelijk is, werden 3
proeven genomen, welke allen negatieve resultaten hadden.
In de eerste plaats werd de grond van het demonstratieveld
Teneinde
te
Kertoredjo ontsmet.
behandeld,
de
terwijl
Van
met 500,
resp.
andere
4
9 bedden werden 5 met chlumkalk
250,
gram
225, 75 en 50.
als controle dienst deden.
M^,
\>ev
Uitwerking van
de grondontsmetting werd niet waargenomen.
In de tweede plaats werden 30 katjangzaden uitgelegd
in
(i
pot-
waarvan de grond gemengd was met fijn gemaakte zieke
planten met wortels en kluit. De in deze potten gekweekte
planten werden gezet naast 2 potten niet zieke planten. Resultaten werden hiervan niet gezien, maar daar de jonge [jlanten
sterk aangevreten waren, werd de proef voor alle zekerheid nog
ten,
eens herhaald.
Daartoe werden S zieke planten (uit Kei'toredjo ontvangen)
met kluit uitgeplant in 8 potten in den fultuurtuin te Buiteiizorg.
Toen de planten afgestorven waren, werden alle overblijfselen
door den grond van de potten gemengd en daarna in lederen pot
5 zaden uitgelegd. De 40 planten slaagden prachtig, bloeiden en
zetten vrucht, maar vertoonden geen spoor van de ziekte.
Voorloopig wijst dus niets er op, dat de ziekte besmettelijk
zou
zijn.
Wij
raadsel
treft
dus
l)etreft
tot
de
heden
vooi-
een
vulkoineii (Hiopgidost
oorzaak en dientengevolge ouk wat be-
de bestiijding dezer ziekte.
Bij
weg
staan
wat
den tegenwoordigen stand onzer kiMiiiis
zekere voor het onzekere te ncincn,
het
besmettelijkheid
dubieus
toch
waa'- deze ziekte zich vertoont.
(/'-m
h-'tljdiifj
(e
is
het de veiligste
en.
ook
al
is
de
planten op velden,
1'LAAT
Fig:
1.
Habitusbeeli) vax eex stekk
TOKl'LANT
VAX
khulzieke
KlAEA PA-IONU
BIJ
II.
kra-
TjIANDJOER
(Javai.
Fig:
2.
Takkenvan
Pajüng
Boven
bij
krui.zieke kijathki-lanten
vaxKiaha
Tjiandjoer (Java).
.sterk
aangetast,
in
aanoetast, beneden gezond.
het midden licht
Gezien
verkreeg,
krasse
ware
de
en
te
die de ziekte in
teweeggebrachte schade
(die
desnoods
is
D.0. Afiika
een dergelijke
met zachten dwang
voeren) volkomen gerechtvaardigd, daar de ziekte
nog
slechts
misschien nog geheel
28
uitbreiding,
daar
bestrijdingsmaatregel
door
thans
zich
snelle
de
-
5
te
op
één
enkele plaats vertoont en dus
onderdrukken
is.
Juni 1913.
A. A. L.
RUTGERS.
Bij
het ter perse gaan dezer mededeeling werden van den
Heer Hamaker, Administrateur van de onderneming Kiaia Pajong
eenige
Tjiandjoer
bij
kratokplanten
(Phaseolus
Mungo
L.) ont-
vangen, welke ook de boven beschreven ziekteverschijnselen ver-
toonden (Plaat
II,
fig.
1
en
2).
Verder werd van den Heer Zegers Ryseb bericht ontvangen,
dat
dezelfde
ziekteverschijnselen
thans ook vertoonen
laria
verrucosa
L.
bij
zich op de demonstratievelden
Dolichos biflorus (een boonsoort), Crota-
(Gigirin
djantan)
en
Poeloetan
(Triumfetta
rhomboidea Jacq.?).
17
Juli
1913.
A. A. L.
RUTGERS.
DEPARTEMENT VAN LANDBOUW
,
NIJVERHEID EN HANDEL.
MEDEDEELINGEN
VAN DE
AFDEELING VOOR PLANTENZIEKTEN.
No.
De hoorders
7.
in Ficus elastica Roxb.
DOOR
Dr. K.
W. DAMMERMAN.
BATAVIA
RUYGROK &
Co.
1913.
Verkrijgbaar bij:
G. KOLFF
& Co., Batavia.
ƒ 1.75.
Prijs
MEDEDEELINGEN
VAN DE
AFDEELING VOOR PLANTENZIEKTEN.
No.
De hoorders
in
7.
Ficus elastica Roxb.
DOOR
Dr. K.
W. DAMMERMAN.
BATAVIA
RUYGROK &
1913.
Co.
INHOUD
BLZ.
1.
2.
Geschiedenis van de Boorderplaag
Beschrijving der Kevers
Lijst
in
Ficus
elastica.
1
3
der Ficiis-boorders
3
A.
Boktorren
4
B.
Snuitkevers
9
3.
Levensgeschiedenis der Hoorders
10
A.
Batocera-soorten
10
Levenswijze der kevers
10
B.
Het eierleggen en de eieren
11
De larven
De Poppen
12
Voortplanting
16
Epepeotes-soorten
18
Levenswijze der kevers
18
Het eierleggen en de eieren
18
De larven
De Poppen
20
15
18
Voortplanting en vermenigvuldiging
21
C.
Andere Boktorren
28
D.
De Ficus-Snuitkever
29
E.
Een Onbekende Larve
F.
Korte Samenvatting der Levensgeschiedenis der Boorders
4.
Voedsterplanten der Boorderlarven
Lijst
5.
6.
31
.
.
32
33
van voedsterplanten der Ficus-boorders
Vijanden en Parasieten
34
Bestrijding
34
Het vernietigen der larven
35
Het opstellen van vanghout
36
Het vangen der kevers
38
Insecticiden
39
41
Voorzorgsmaatregelen
7.
8.
31
Korte samenvatting van de
Literatuuropgave
te
nemen maatregelen.
.
.
42
44
GESCHIEDENIS VAN DE BOORDERPLAAQ
1.
IN
FICUS ELASTICA.
De
Ficiis,
die melding maai<t van het voorkomen van hoorders in den
Koningsberger (Literatuur No. 2) die Batocera aibofasciata de G.
als hoorder in West Java.
in lietzeifde jaar (1901) doet Zimmereerste,
is
noemt
mann
No. 3 en 4) een mededeeling over ernstige schade die hoktor-
(Lit.
larven
Ficustuinen
in
het Zuidergehergte aanrichten; niet minder dan
90 "o der hoomen werd gedood. De toegezonden larven konden tot kevers
opgekweekt worden, en het eierieggen werd waargenomen. Het hleek dat
in
hier een andere soort (Epepeotes meridianus Paso.) de schuldige was.
1903
fasciata,
maar nadien
over Ficus-boorders niets nieuws gekomen.
is
overige publicaties, hierachter genoemd, handelen over hoorders
hoomen
hi
No. 6) beschrijft Koningsberger ook de larve van Batocera aibo-
(Lit.
thans
die
ook
eerst
Ficus gevonden
in
zijn,
uit
of herhalen
De
andere
slechts
wat Koningsberger en Zimmerman gevonden hadden.
Met deze weinige gegevens stond men tegenover deze
Een afdoende oplossing
der Ficus-cultuur.
de Hevea overal doordrong;
toen
op
men
kapte alle halfdoode en bijna geen
meer gevende karethoomen weg en
latex
Sumatra
trouwens
op
voor
gedeelte
grootste
het
Zoo verdwenen
plantte Hevea.
na
uitzonderingen
enkele
ernstige plaag
zekeren zin werd gevonden
in
alle
Ficus-aanplantingen,
die
reeds vernield waren door de
toch
hoorders; op Java hield alleen het Gouvernement uitgestrekte aanplantingen
aan, de meeste particulieren toch gingen
De eenige
die
bestrijding,
men
ook
maar hierdoor verminderde de
uitsnijden,
plaag
Oostmoesson was men de dieren schijnbaar
had een nieuwe inval van hoorders
vandaan
kwamen.
bosschen.
tijd
of
als
Dit
hier
op
plaats,
kwijt,
is
de Hevea.
en
weinig;
slechts
in
den
maar eiken Westmoesson
men vroeg
Gewoonlijk dacht men aan een
punt
tot
tegen de boktorlarven toepaste, was
thans opgelost, de hoorders
inval
zich
af,
waar ze
vanuit de wild-
maken
in
den drogen
een „droogte-slaap" door, en nauwelijks vallen de eerste flinke buien
ze
ontwaken,
volwassen
buitengewoon
heeft
regentijd,
gevallen,
door en verpoppen
vreten
larven
den
vruchtbaar
zijn
men binnen
Oostmoesson
de
en
drie
Daar
snel, daar
ze gewoonlijk
Daar de
ontwikkeling zeer snel gaat
maanden, nadat de Westmoesson
weder duizenden hoorders
voortleven,
vrij
doormaken.
in
zijn
kevers
in
is
den
in-
aanplant.
geen acht sloeg op de kevers, en deze ongestoord liet
verwaarloosde men een der voornaamste bestrijdingsmiddelen
men
;
immers,
weg
moeilijker
den
boom moet
aanplant
te
of
wordt
Ook
te
vernietigen.
om
Ficus-hout
eieren in
op zonder het
bij
leggen.
te
dood hout
veel
te
voorname
zeer
eieren
in
geveld hout
de
strijdingsmethode,
men
na 6
te
leggen heeft echter geleid
bestaat,
hierin
8 weken moet
tot
De voorkeur
infectie.
het hout zoolang
vol boorderlarven
;
dit
om
dit
er haar eieren
dit
verzuimt, en
middel eerder de plaag
in
dit
te
zit
in
in
om
haar
den aante
leggen;
dan gewoonlijk
lang wacht met de
de hand.
de Gouvernementstuinen wordt op onze aanwijzing sinds 1912 een
In
doelmatige bestrijding overal doorgevoerd, waardoor men thans
de
wederom
een practische be-
hout dan vernietigd worden, het
wanneer men echter
opruiming dan werkt
tot
was
der wijfjes
men gesnoeid hout
dat
en hiermede de wijfjes lokt
opstelt
plant
van
bron
den
weg
voorkeur door de wijfjes
Liet
staan tot de kevers ontwikkeld en uitgevlogen waren, dan
een
in
tijdig
hout ontwikkelde zich een groote
dit
In
afstervend
haar
men
liet
het gesnoeide hout
stapelde
daar
bezorgt ons honderden larven, die
dan de kevers, en waarbij men steeds
zijn
beschadii^en.
boorders,
gezocht
laat leven,
zoeken
te
of
staan,
brengen
massa
men
wijfje dat
elk
veel
plaag
zoo
in
behoeft
boorders
toom
te
houden, dat de Ficus-kultuur
opgegeven
andere opzichten nog loonend
Toch
worden,
zoolang
althans
in staat is,
meer om de
die kuituur in
blijft.
men voortdurend waakzaam moeten blijven, want geheel
men de plaag niet, nu de boorders zich gedurende zooveel
zal
kwijt
raakt
jaren
hebben kunnen nestelen
De
te
niet
bestrijding kan echter
in
de aanplantingen.
nog veel zorgvuldiger geschieden, dan thans
over het algemeen gebeurt.
Hier
Veth
in
kleurde
zijn
moge nog een woord van dank op
zijn
plaats zijn aan Dr. H.
J.
den Haag, die zoo vriendelijk was voor mij de proefdruk der geplaten,
gedrukt door de firma Trap
zeer gewaardeerde hulp verleende
behandelde kevers.
bij
het
te
Leiden, na
te
zien,
en mij
op naam brengen der hieronder
Beschrijving der kevers.
2.
Daar
noemen,
we,
is
over
liet
boorders sprekende, telkens namen zullen moeten
de
gewenscht,
vooraf
de
verschillende
Op
larven in Ficus leven, in het kort te beschrijven.
naamste kevers afgebeeld, waarvan de larven
Hieronder volgt nog een
gedrukte
soorten
voorkomen, de met
nog
het
is
lijst
in
kevers,
Plaat
geheel
zeker,
de meest belangrijke soorten.
Lamiinae.
Stamboorders.
De Panterboktor.
De Groote Ficusboktor.
Batocera^albofasciata de Geer.
De Dadapboktor.
Apriona flavescens Kaup.
De kleine Ficusboktor.
De Castilloa-boktor.
Dihammus fistulator Germ. De Pijperboktor.
Pelargoderus bipunctatus Dalm.
De Reeboktor.
Agelasta spec.
De Grauwe Ficusboktor.
Epepeotes meridianus
Epepeotes luscus Fabr.
Pasc.
Mylothris irrorata Fabr.
Gerania bosci Fabr.
letter
dat ze in Ficus elastica
Cerambycidae, Boktorren.
Batocera hector Dej.
de voor-
der Ficus-boorders; van de met kleine
niet
vette letter gedrukte zijn
Batocera gigas Drap.
waarvan de
zijn
Ficus boren.
Lijst der Ficusboorders.
1
1
De spinpootboktor.
2 Takboorders.
Olenecamptus bilobus Fabr.
Pothyne spec A De Ficustakboorder.
Pothyne spec B.
Neopharsalia vagans Kann.
Curculionidae, Sniiitkevers.
Aclees birmanus Faust. De Ficussnuitkever.
Mecopus bispinosus Web. De Gedoomde Ficussnuitkever.
_
De bedoelde
kevers behooren tot twee groepen, die der boktorren en
die der snuitkevers,
schadelijk
van
is,
4 -
onder de iaatsten
de
er eigenlijk
is
doen
boktorren
echter
maar één die werkelijk
versciiillende
soorten
zeer
met deze zullen we dan ook beginnen.
veel schade en
A. Boktorren.
Batocera albofasciata de Geer
De
(F^i.
gevaarlijkste boorder van den
om
fasciata niet alleen
Deze
fraaie
gemakkelijk
is
1)
te
De
Panterboktor.
ongetwijfeld Batocera all)o-
is
maar ook door
zijn grootte
boktor
fig.
1
Ficus
zijn
veelvuldig voorkomen.
herkennen aan de teekening op
halsschiid en achterlijf.
De
na
beide vlekken op het halsschiid
dood oranje en
den
dekschild
zijn
vanaf
leven
het
bij
exemplaren na eenigen
tijd
oog langs de
het
donkersteenrood, worden echter
zijn
het schildje en de vier vlekken op elk
later geel,
zwavelgeel,
deze
van het lichaam
zijden
kleur wordt
bij
opgezette
Een breede zwavelgele zoom loopt
zuiver wit.
tot
halverwege de
laatste
achterlijfsring.
De
bruin
rest
van het lichaam
muisgrijs, terwijl de sprieten
is
Dikwijls
komen exemplaren
voor,
de gele vlekken kunnen dan opgelost
dit
is
wat afwijkend geteekend
twee
in
zoo
verdwijnen;
paar, een hoogst enkele maal
of
zijn;
meer kleinere vlekjes;
missen
sommigen
het laatste
ook het voorlaatste paar plekken afwezig.
is
vindt buiten echter dikvyijls kevers, die eenige witte plekken verloren
hebben,
van
die
zijn
nogal eens het geval met het tweede paar vlekken op de dekschilden.
Ook kunnen vlekken
Men
meer donker-
zijn.
dit
zijn
namelijk wijfjes, wier rug door het vele paren langzamerhand
teekening
alle
ontdaan
wordt, zoodat de fraaie dekschilden tenslotte
glanzig bruin worden.
De weinige
allen
kleur
in
dekschilden
was
kevers
die
van
de
af
meer
Sumatra's Oostkust verkreeg, weken
van
ik
exemplaren
en
bruin
niet
van
grijs,
Java.
De grondkleur der
was de teekening
overigens
dezelfde.
Mannetjes en wijfjes onderscheiden zich van elkaar vooreerst door de
grootte,
de
mannetjes
het
is
wijfjes
mannetje veel
weinig
in
zijn
gewoonlijk
grooter
langer
dan
bij
het wijfje,
zijn
de sprieten
bij
waar ze het lichaam slechts
lengte overtreffen.
Gemiddelde
lengte bedraagt 40
mm., max. 49 mm., min. 29 mm.
men vindt, is ongeveer gelijk.
genoemd „enggi-enggi toetoel" d.i.
Het aantal mannetjes en wijfjes, dat
in
en breeder, het achterlijf der
naar het uiteinde toe meer versmald, ook
het
Javaansch
„panter-boktor."
wordt
dit
dier
Deze soort komt over geheel Indië voor, ook in Voor-lndië. ')
Batocera gigas. Drap. De Groote Ficusöoktör, een aan de vorige naiiwverwante soort. (PI.
fig. 2) is weinig minder scliadelijk dan de zooeven
beschrevene, zij komt in de aanplantingcn wel niet zoo veelvoudig voor
1.
als
Bat.
het
algemeen
maar toch nog
albofasciata
het
halsschild
bij
Bat.
in
fijn
komen twee steenroode vlekken
albofasciata
vindt, het
schildje
is
in
kaneel-bruin behaard, op
voor, zooals
zwavelgeel
is
de zijden van het lichaam vanaf het oog
langs
De kever
aanzienlijk aantal.
grooter, het lichaam zeer
iets
tot
men
ook
die
evenals een
zoom
aan den laatste achter-
lijfsring.
De dekschilden missen
drukken, die
elke teekening, alleen op de plaatsen
de gele vlekken aanwezig
albofasciata
Bat.
sterker behaard zijn.
iets
zijn,
zijn
waar
bij
hier zeer vlakke in-
Sprieten en pooten zijn meer rood-
bruin.
De
verschillen tusschen mannetjes en wijfjes zijn dezelfde als
Bat.
bij
albofasciata.
Gemiddelde lengte 45 mm. max. 56 mm. min 36 mm.
De
soort
komt
over geheel Java voor.
Batocera hector
maar
lichaam
het
De Dadapboktor
Dej.
gelijkt veel
naar verhouding echter smaller.
is
de twee roode vlekken, maar op dezelfde plaats
vorm aanwezig.
lijken
onregelmatig
soms met meer
behaard,
goudgrijs
De
roodbruin,
het mannetje
bij
inzinkingen van ge-
Schildje donkergrijs, dekschilden zonder teekening
langsstrepen.
zijstreep
grijze
Deze, vooral door
zijn
op de vorige soort
Het halsschild mist
zijn
kever komt niet zelden
in
vrij
is
minder
of
duidelijke
achter de oogen zeer smal. Sprieten
krachtig
gedoomd.
verwoestingen
in
den dadap berucht geworden
Ficusaanplantingen voor, zoowel op Java als op
Sumatra.
De
39
naam
Javaansche
(wegens
de
grootte).
is
„enggi-enggi
badak"
Gemiddelde lengte 55 mm.,
=
rhinocerosboktor
max.
66 mm., min.
mm.
Een met Batocera verwante kever, Apriona flavescens Kaup, werd op verschillende
nog al eens in Ficus-tuinen gevonden, maar het gelukte nog niet deze soort
plaatsen
uit
Ficushout op
te
Deze boktor
is
kweeken, wel
voorzien van vlekken, maar
daarentegen
van
het
laatste
')
6.
zijn glad,
is
In
in
Castilloa.
zeer onregelmatig gegroefd en geplooid; de dekschilden
De
zwart, van de andere leedjes
lijn
op
zijde
sprieten zijn ongedoord, het eerste, tweede en
is
de onderste helft grauw gekleurd.
Handbuch (Lit. No. 16) staat, dat volgens Preuss, Bat. alboKameroen voorkomt. Op de aangehaalde plaats „Tropenpflanzer Bd.
201". wordt echter alleen melding gemaakt van het voorkomen op Java.
ook
1902 S.
de larve bekend als boorder
glanzend en gelijkmatig geelgrauw behaard; de witte
lichaam ontbreekt geheel.
lid
fasciata
is
een weinig kleiner dan Batocera gigas; het halsschild isechterniet
Sorauers
in
Met
Batocera
Kpepeotes
te
vormen
albofasciata
twee
van den Ficuskultuur.
ergste vijanden
lusciis.
5)De
(PI. Ifig.
i
Het
kleinere
zijn
boktorren, de drie
de twee volgende:
Castilloaboktor.
Deze isgcmakkelijk
herkennen aan twee halvemaanvormige fluweelzwarte vlekken vóór aan
de schouders, het lichaam
bevinden
drie
vlekje
zich
in
het iiaisschiid vindt
de
tusschen
en
eikander,
zijn versierd
met kleine gele vlekjes,
achter elk oog, twee tusschen de oogen en één onder
Aan weerszijden van
elk oog.
achter
grijsachtig bruin, de dekschilden onregelmatig
is
gemarmerd, kop en halsschild
lichtgrijs
men
van elke
laatste
drie van deze vlekjes
nog een liartvormig
rij
midden.
't
De Javanen noemen dezen kever „enggi-enggi sapi"
Gemiddelde lengte 24 mm.
Zeer algemeen op Java, ook
(PI.
fig.
1
3)
De
Kleine Ficiisboktor
andere zeer schadelijke soort, een kever van dezelfde grootte
gaande, kenbaar aan een fluweelzwarte halvemaanvormige vlek
aan de buitenzijde
en
onregelmatiger,
stippen,
van
dikwijls
een
dekschild;
elk
dergelijke
maar
bruin,
is
grijsgeel
fijn
als
') is
de
de voor-
in het
midden
kleinere vlek
maar
opgelost en omgeven door zwarte
gedeeltelijk
komt voor tusschen de groote vlek en
Het lichaam
koeboktor.
de Straits aangetroffen.
in
Epepeotes meridianiis Pasc
= de
het uiteinde der dekschilden.
behaard.
Gemiddelde lengte 24 mm.
Eveneens over geheel Java algemeen.
Dihammus
dezen
is
in
't
algemeen
1.
fig.
4)
De
Pijperboktor.
Ook
moeten we
kleiner dan Epepeotes meridianus
iets
denzelfden vorm, de dekschilden
maar
(PI.
noemen.
als Ficusvijand
Deze
Germ.
fistulator
nauwverwant met de twee voorgaande soorten,
boktor,
onregelmatig
goudgeel
streepjes overal verspreid
Gemiddelde lengte
21
zijn
behaard,
waardoor kleine bruine vlekjes en
Het schildje
overbijven.
mm.
maar van
echter geheel zonder zwarte teekening,
is
geelwit.
Deze soort komt voor zoowel op Java
als
Sumatra en Borneo.
De Grauwe
Agelasta spec.
Deze soort kreeg
ik
Fieiisboktor.
dikwijls uit aanplantingen toegezonden, eerst den
laatsten tijd is het mij gelukt vast te stellen dat deze hoorder werkelijk in
Ficus eiastica
Deze
maal zoolang
en
halsschild
')
leeft.
boktor
is
nogal gedrongen van vorm, niet veel meer dan twee-
als breed, bijna
is
het geheele lichaam
deze beharing
in
Deze soort door Zimmcrrnann
publicaties
Monohamnuis
lateralis
is
grijs
behaard, op kop
langsstreepen gerangschikt, op de dek-
voor
GuL'r.
een
Epiceclia
genoemd, maar
Epepeotes meridianus Pasc. en Monoliammus
lateralis
Kclunidcii,
het
Is
neg
wordt
niet
Guér. synoniem zijn.
in
latere
zeker
of
schilden
vertooneii
zich
eenige duidelijke zigzaglijiien,
de beharing meer kaneelbruin.
schildje
is
tweede
sprietlid en de eerste helft
De
rondom
het grijze
sprieten zijn donker
van het 3e, 4e en 5e. sprietlid
maar het
is
grijs.
Gemiddelde lengte 18 mm. Over geheel Java vrij algemeen.
Pelargoderus bipiiiictatus Daim. (PI.
fig. 6) De Rceboktor.
Eveneens een grijze kever maar met twee duidlijke glanzend zwarte
stippen op
den rug.
Pelargodenis bipiinctatus is meer bekend als
cacaoboorder, wordt echter in Ficustuinen dikwijls in vrij grout aantal
1
gevonden.
De kop van dezen kever is versierd met kleine gele vlekjes en slippen
waarvan vooral opvallen de vlekjes achter de oogen, die geheel door glanzend
zwart omgeven
Het schildje
zijn.
De Javaansche naam
Vooral
Twee
de larven
Midden-Java
in
is
= Ree-boktor.
deze soort algemeen.
soorten, die ook vrijveel
in
ook wel
in
waarschiinlijk
wit.
is
„enggi-enggi kidang"
is
Ficus^anplantingen gevonden worden, en waarvan
karetboomen boeren, moeten
de
hier
nog even
besproken worden:
is
Fabr.
irrorata.
Mylotliris
lichaam
iets
is
minder lang dan Agclasta maar veel smaller, het
grysbehaard met groote zwarte stippen;
de lengte loopt midden over hals-
in
schiid en dekschilden een breede zwarte streep, de sprieten zijn zwart.
Gerania bosci Fabr, De Spinpootboktor.
Hiervan valt vooral het mannetje op door
terwijl het lichaam l'/j cM. lang wordt,
worden de voorpooten meer dan 4 cM. lang, ook de sprieten overtreffen hier het lichaam
meer dan tweemaal in lengte. In de teekening komen mannetje en wijfje echter vrijwel
overeen, de grondkleur der bovenzijde is bruingrijs, op het halsschild komen de volgende
zijn
zwarte
dunne zwarte pooten
lange
reusachtig
vlekken
vooral
naast elkaar twee kleine ronde, aan den
weerszijden
aan
uit:
;
voorrand eveneens twee nagenoeg ronde vlekken en daarachter één enkele langwerpige
De dekschilden
dwarsvlek.
een buitenste
de buitenste
rij
rij
zijn
van bruine vlekken voorzien, en wel op elk dekschild
van vier vlekken, langs den naad staan drie vlekken, tusschen deze en
vlekken zijn er nog vier geplaatst, ook zijn voorrand en schouders van
de schilden bruin.
Van
de
in
vooral
alle
tot
dikkere
in
Een
nu toe besproken kevers leven de larven
takken
van Ficus, thans zullen
als het
kop
in
den stam en
soorten behandelen die
dunnere takken leven.
is
een buitengewoon
Olenecamptus bilobus
is
we
fraai
geteekend kevertje:
Fabr. (PI.
1.
fig. 7).
Bovenzijde van het lichaam
ware lichtkaneelbruin bepoederd, onderzijde en voorkant van den
zilvergrijs,
voorste gedeelte
het
van
eerste
sprietlid,
het
uiteinde
va.i
het halsschild het
de dekschilden, de dijen en schenen der pooten
zijn
lichtblauwgrijs.
Het
vlekken,
4'lekken
lichtgeel.
schildje
is
peervormig
zijn
bij
het
wit,
onmiddelijk
met de
spitse
daar
einden
achter
vindt
men twee oog-
naar elkaar toegekeerd, deze
leven helder oranjerood worden echter na den dood
Op
v"< dekscliiki
van
evenver
nicn twee ronde witte stippen aan, die ongeveer
treft
verwijderd
eikander
ais
zijn
zelve van
zij
liet
begin en
liet
uiteinde der schilden.
De
sprieten zijn geelbruin en
mannetje meer dan tweemaal zoo
liet
bij
lang als het lichaam.
Eenmaal
kreeg
ik
bij
kweeken
liet
uit
typisch geteekende ouders, een
zeer klein exemplaar, waarbij de beide laatste witte stippen
op
het achterlijf
ontbraken, de voorste waren zeer klein, maar de oranje vlekken zeer sterk
ontwikkeld.
Deze
maar
ik
wordt
soort
fraaie
verkreeg ze geregeld
Ficustuinen
de
in
uit
iiout dat
niet
vaak
gevonden,
de aanplantingen toegezonden
uit
werd.
Gemiddelde
mm.
18
lengte
Verspreid over Java en Sumatra
Pothyne
Veel
is
spec. A.
tot
Voor-lndië.
De Ficustakboorder
algemeener en
in
(PI.
1
fig.
dunnere takken dikwijls
8).
bij
massa's
te
vinden
deze eigenaardig geteekende en van zeer lange dunne sprieten voorziene
Het
boktor.
dier
op
donkerroodbruin,
is
de dekschilden bevinden zich
vele geelbruine streepjes evenwijdig aan elkaar en
dwarsvlekken
smalle
zeer
met elkaar verbonden,
witte
lijntjes
welke
bruine grondkleur der schilden.
tusschen
echter
overal
Het halsschild
op enkele plaatsen door
deze gele strepen loopen
begrensd blijven door de
is
donkerbruin met ondui-
delijke roodbruine langsstreepen, de sprieten zeer lang en
fijn,
de vier eerste
leden aan de onderzijde sterk behaard.
Gemiddelde lengte 18 mm.
Zeer algemeen op Java; ook op Sumatra gevonden.
Pothyne spec
Deze
zijn
B.
nauwverwant met de vorige en gelijkt er zeer veelup. Halsschild en rug
echter alleen grauw geteel<end, het halsschild Is van vrij sterke dwarsplooien
is
voorzien, de
streepjes,
vloeien
tcekening
gedeeltelijk
behaard.
op de dekschilden
op het voorste derde
Lengte 20
tezamen.
De
eerste
ook
tot
reeds
we van
dezelfde
dood
staan
die
streepjes
uit
langs-
veel dichter bijeen en
vier sprietlcden eveneens van onderen lang
mm.
Neopharsalia vagans Kann
Voordat
ook hier voornamelijk
bestaat
gedeelte
(f^l.
1.
fig.
9).
de boktorren afstappen wil
familie
behoorcnd
Ficus-liout en vindt
;
hem
men
treft
vrijveel
in
ik
nog dezen kever noemen,
hem aan
in
afstervend of
door boorders aangetaste
tuinen.
Het
grijze
is
een
kleine, kever, roodbruin, het dekschild
met geelbruine en
oogvlekjes die vooral aan de schouders en het laatste derde gedeelte
der schilden dicht bijeen staan.
Gemiddelde
lengte:
12'/2
"'"i-
Verspreid over Java en Sumatra.
•;
B. Snuitkevers.
De
Aclees birmaniis Faust.
Dit
kan
Ficus
de
is
uitgekomen
Maar
worden.
kever
ware
als
het
de
onderzijde
is
zeer
deze
zijkanten
eigenaardig
de
ook
dan
is
lichaam
paarsrose
een
10).
voor
schadelijk
De pas
algemeen.
zeer
is
fig.
1
larve
op verschillende plaatsen
zoo
poeder,
op
de poolen,
van het halsschild, de schouders, het uiteinde
rondom
vooral treedt deze kleur sterk op
en midden van de dekschilden;
een
waarvan
het
fraai,
met
bestoven
én
Ficus-sniiitkever (PI.
snuitkever
eenige
gevormde vlek op
laatste gedeelte der dekschilden.
het
kleur zeer gauw
slijt deze
komen roodbruin, de grondkleur van het
Gemeenlijk
en
af
vindt
men de
Het halsschild
lichaam.
van diepe putten, evenals de dekschilden, waarop
zij
dieren volis
in langsrijen
voorzien
geordend
zijn.
Gemiddelde lengte zonder
snuit:
mm.
lO'/a
snuit 2'/^ mni.
Over ge-
heel Java verspreid.
Mecopus
bispinosiis
Web.
(PI.
1.
fig.
11)
De
Gedoomde
Ficiis-
snuitkever.
Dit
andere
een
is
snuitkever, die in Ficus leeft doch meestal zich in
afgestorven takken ontwikkelt.
Het wijfje is zeer gemakkelijk te herkennen aan twee sterke lange
doorns die onder den kop tusschen de voorpooten recht naar voren steken.
De kop is rond en wordt bijna geheel door de groote oogen ingeno-
men, de snuit
lichaam
ken,
die
is
zeer lang, de pooten eveneens bijzonder lang en dun, het
wit en zwart gevlekt, op het halsschild vallen vier zwarte vlek-
is
alle
dekschilden
vier
even
vertoonen
ver
elkander verwijderd
van
eveneens
zwarte
zijn,
zeer op.
vlekjes tusschen witte en
De
bruine
stipjes.
Gemiddelde lengte zonder
Komt voor zoowel op Java
snuit: 6
als
mm.
snuit 3
op Sumatra.
mm.
bij
het wijfje 4
mm.
-
—
10
Levensgeschiedenis der hoorders.
3.
A. Batocera-Soorten.
L
Het
een
zal
w
e V e n s
der kevers.
z c
ij
zwaar door hoorders aangetaste Ficus-
een
die
ieder,
men zoo
aanpianting doorwandelt, opvallen, dat
moet geweten worden aan de
Dit
over dag liouden de boktorren zich schuil en
te
Zoolang het
vinden.
den
van
spleten
in
hetzij
halfgesloten bladeren, of
Over dag nemen
De
Batocera's
is
stam,
zitten
men
zien krijgt.
te
hoog
hetzij
nauwgezet zoeken
zijn eerst bij
de kevers
in
de
hun schuilhoeken,
in
stil
boomen tusschen nog
ook wel op den grond onder een afgevallen
ook zelden voedsel
zij
en alleen wanneer
licht
zelden een kever
naciitelijke leefwijze dezer dieren;
ze aanvat
tot zich,
komt
er leven
beginnen dan heftig
in.
piepen, door kop en halsschild
te
met een op-en-neergaande beweging tegen het vooreinde van het
te
De Javanen hebben daarom deze
schuren.
algemeen, naar deze gewoonte een zeer aardigen naam gegeven,
Soenda-landen
de
boktorren
heeten
achterlijf
dieren, en boktorren in het
enggi", zooveel als „jaja-zeggers" (enggi beteekent
In
blad.
slapen eigenlijk voortdurend
n.1.
„enggi-
ja).
meer
„engket-engket"
of
„sesongket", een klanknabootsing van het piepend geluid.
De kevers
te
zich verder
trachten
houden en eenmaal
bijten
los,
met pooten en kaken overal aan vast
ze dikwijls niet ongevoelig in de vingers
van hun rustverstoorder.
's
dan
Nachts
vliegen
komt
echter
ze
er
door
rond
onder deze schade-aanbrengers;
eerst leven
den
aanplant,
dan heeft de paring
plaats,
en
leggen de wijfjes hun eieren.
Ook wordt gewoonlijk
wat van
snoepen
nerven, vooral van
nachts
's
alleen
voedsel
de kevers
genoten,
de jonge uitloopers, of knagen aan bladstelen en blad-
weeke bladeren.
De jonge nog in roode bladscheden besloten bladknoppen worden
soms geheel opgevreten terwijl van de bladeren meestal alleen de bladnerf
gegeten wordt.
(Pi. 3. fig. 1).
Ook aan de schors van takken wordt nog
al
is
eens geknaagd.
keverschade
de
vergelijking met de schade die de larven aanrichten
In
nog rekenen de beten
Daar nu
leggen.
in
te
te
leggen,
worden
er
om
in
die de wijfjes in
niet elke
nog
Deze wonden worden
gezocht
onbeteekenend.
echter
den bast
al
dan
te
Tot die schade kan men ook
den bast geven
om
plek geschikt geacht wordt
er
hun eieren
om
een
ei
in
eens beten gemaakt die niet gebruikt worden.
bij
door schorskevertjes (boeboek)
voorkeur
dringen, daar
in
den omtrek, van den wond het
weefsel geen melksap meer geeft.
Ofschoon men een enkele maal ook wel overdag kevers parende
geschiedt
de
copulatie
toch
voornamelijk als het reeds donker
verschillende uren van den nacht.
is,
vindt,
en op
—
zelden
verjaagt het eene mannetje het andere
nemen,
gewoonlijk
Niet
bezit
te
daarbij
na
volkomen onaangedaan,
om
van het wijfje
verwoed gevecht, waarbij vooral de
moeten ontgelden. Het wijfje blijft
een
de tarsen der pooten het
en
sprieten
—
11
meestal rustig zitten, en eet niet zelden
blijft
kalm door onder de paring.
Na de paring
houdt
mannetje
gewoonlijk
den
dikwijls
dag het
geheelen
ook dan
iaat zich
niet
en ook
wijfje,
zijn
bij
dag vindt men de Batocera-paartjes nog
daarbij
voorpooten vast en
mannetje
het
blijft
daaropvolgenden
den
bijeen, het
met
wijfje
zoo gemakkelijk van
zijn
wijfje
zijn
scheiden.
Daar
kevers
de
meermalen
plaats
zij
;
lang leven, tot 7
zeer
maanden
vindt copulatie
toe,
vangt eenige dagen na het uitkomen der kevers reeds aan.
Het eierleggen en de eieren.
week
het wijfje een
Is
te
op
stammen
de
zetten.
een
gezonde boomen,
hoofdstam
den
tak
een
of
of tien oud,
nachts geschiedt.
's
zoeken
en
af
gave,
Bij
dag
of een
leggen, hetgeen uitsluitend
geschikte
om
haar eieren
af te
waar een
uitsluitend daar
dikkeren tak verlaat, maar
een
zijtak
plek
dit bijna
is
dan begint het eieren
Daartoe komen de wijfjes
zijn
er
wonden aanwezig, dan is het vooral in de nabijheid daarvan dat de beten
worden gemaakt om den legboor in te brengen. Er vloeit in de nabijheid
van wonden gewoonlijk minder melksap uit, het weefsel is in den omtrek
en daar overvloedig uitstroomen van latex de kevers hin-
eenigszins
ziek,
derlijk
leggen
is,
Vandaar,
vinden
dat
de
wijfjes
verschoond
Ficus-blad
blijven
van
blad
te
snijdt,
het
vloeit er
bijt,
donker;
dadelijk
dat
zoodat
altijd
te
de meeste boorgangen
geen
terwijl
de kevers wel
zijn
houden; wanneer een kever
latex
als
uit,
te
als
staat het
in
een versch
in
wond
de omgeving van de
men met een mes even
kleurt
er naast in het
een witte druppel verschijnt.
Het schijnt dus
de
melksapvloeiing
van de kevers de eigenschap
Ook
heeft,
de kevers eten, vloeit er ruim speeksel
voedselbeten
de
Toch
hoorders.
er onmiddellijk
speeksel
verhinderen.
bek,
voorkeur hare eieren op zulke plaatsen.
en jonge, geheel gezonde, nog niet aangetapte boomen gewoonlijk
zijn,
uitvloeien van melksap tegen
zich
bij
van tapsneden
buurt
de
in
geheel
van
speeksel
doortrokken
uit
den
worden
opgenomen.
in
te
Met haar kaken
leggen.
den
bast
brengt
en
hierin
bijt
haar legboor waarbij het
den legboor uiteengedrongen weefsel
bij
beet,
door
het bijten
de
kever gemaakt,
bewaard
is
gebleven.
haar eieren
ze zoo diep mogelijk een dwarse spleet
van bast en hout boven den beet wordt afgezet.
de
om
geschiedt nu, zoo het wijfje een beet maakt
Hetzelfde
in
sluit zich
wordt
(PI.
2.
eenigszins
afgesloten
op den grens
ei
fig.
la.).
om
met
het
Het door
ei,
terwijl
knaagsel,
dat
—
De
omgeving van de gemaakte verwonding
gelieele
en het weefsel
Het
daar reeds
sterft
Batocera
van
ei
—
12
vóórdat
af,
albofasciata
jonge
liet
De
aan het eene uiteinde wat spitser dan aan het andere.
de
5', 2
Tim,
iets
grooter
breedte
en
bijna
2
De
IV2 mf"-
is
mm.
De
uitkomt.
geelwit van kleur,
langwerpig,
is
bruin
kleurt zicli
larfje
lengte bedraagt
eieren van Batocera gigas zijn nog
schaal
perkanientachtig en de opper-
is
volkomen glad en eenigszins glanzend.
vlakte
Na
7
8 dagen
tot
met den kop naar
komen de
beneden
eieren
het
uit
waar
de
legboor
werd ingebracht.
langs
in
tweeen,
de eene
onder het jonge
ongeveer
een
beneden
de
bewegen
waar
ei
de
het
geschikte
kruipt
eihuid
splijt
zijn
in
geheel over-
lang doet over het uitkomen en eerst na
al
tot
piek
en
nog
dier, dat
larfje
de richting van de spleet
in
bevindt zich dan boven, de andere helft
helft
dag overgaat
De
pasgeboren
het
uit,
dus
ei,
het uitvreten van een
kleine ovale ruimte
en waarin het zich nu wat vrijer kan
lag
waarin
zoeken
kan
richting
het
verder
zal
vreten.
Over
den;
het
hier
Bat.
aantal
moge
albofasciata
eieren,
alleen
op
een wijfje
dat
198
eieren
er
28
getal is ongetwijfeld veel te hoog, en
wijfjes
gevangschap
in
hun
eieren
is
werden
wel
nog
al
eens
later
gesproken wor-
bij
eieren
In
de
M^.
bij
Dit
waarop de
afgesneden stukken
voorkeur aan de beide uiteinden,
hier de bast het eerst uitdroogt,
aangetroffen
waarbinnen
ontwikkeld had maar verdroogd binnen de eischaal
De
dus
wijten aan de wijze
te
was afgezaagd, en daar
hout
het
zal
uitkwamen
niet
afzetten.
Ficushout legden de wijfjes de eieren
waar
legt,
nog vermeld worden, dat gevonden werd, dat
het
larfje
zich
lag.
larven.
/
Het pasgeboren
volwassen
mm.
larve.
larfje
wijkt in
bouw
en teekeningen geheel af van de
De pasgeboren larve van Batocera albofasciata is 5' '2
mm. breed. (Pi.2.fig.l b.) Naar achteren is
lang en het borststuk 1,8
het lichaam gelijkmatig versmald en de derde tot en
lijfsring
Is
bogen tandje van bruine
het
kleur,
openen en verlaten van het
deze
haakjes voor goed.
schild
is
met de tiende achter-
aan weerszijden voorzien van een krachtig naar achteren omge-
welke tandjes waarschijnlijk dienstig
ei,
bij
zijn bij
de eerste vervelling toch verdwijnen
Kopschild en kaken
zijn
roodbruin, en het hals-
voorzien van vele kleine bruine stipjes en verhevenheden, die te-
zamen een breede vlek vormen, welke naar de voor- en achterhoeken van
het
borststuk
uilioopen in breede stompe horens.
Het geheele lichaam
is
bezet met korte haartjes.
De pasgeboren
larve
van
Batocera gigas
scheiden van dien van B. aiiofasciata.
is
praktisch niet
te
onder-
—
De volwassen
Bat.
bij
wordt
larve
8 cM.
albofasciata
alle
bij
lang
-
13
drie de Batocera-soorten zeer groot;
nog
Bat. gigas
bij
grooter,
iets
bij
Bat.
hcctor tot 10 cM.
Bat. albofasciata
Bij
is
het lichaam van de
larve (PI. 2
langge-
fig. Ic.)
geelwit van kleur, de kop donker roodbruin, het halsschild met bruine
rekt,
chitineplaten, de ademhalingsopeningen zijn eveneens bruin.
De kaken
bijna zwart evenals de voorrand van het kopschild zoo-
zijn
wel aan onder als bovenkant.
2
fig.
en
Ie.
witte
Het borststuk
Een groot bruin
If.).
neemt bijna het geheele bovenvlak
lijn
voorrand
bevinden
voorhoeken
twee
zich
is
eigenaardig geteekend
(PI.
schild in tweeën gedeeld door een fijne
Nabij deze
in.
lijn
aan den
De
witte punten waarin een haartje staat.
onderbroken door een kleine witte inham en hangen daar-
zijn
vóór aan weerzijden even samen met een lange smalle zijdelingsche bruine
De
plaat.
achterste helft van de groote bruine plaat
is
bezet met donkerbruine
chitinetandjes welke vooral sterk in de uithoeken optreden. Een halvemaan-
vormig gedeelte aan den achterrand van het borststuk
buisvormige
van
chitinestukjes,
en de zijkanten
halsschild
het
vindt
men
beide
buitenste
niet één groote plaat
maar
sterk behaard.
de
binnenste
binnenrand en achter buitenrand rond afgeboekt,
bezet
is
De voorrand
Op
de onderzijde
De geheele
gescheiden.
alle
schoon
larvenstadien
hier
de
onduidelijk kan
De
kleur
onderzijde
terug
van
te
hun achterste
in
bij
het halsschild
van
larfjes
de platen op het halsschild nog zeer
welke
boven en onderzijde,
voorzien
zijn
van
Door middel
het
in
midden
op de
maar twee
van deze ruwe verhevenheden kan de larve zich
gang bewegen, daar de gang maar
maar daarbuiten
zelf,
en
flets
tandjes,
fijne
rugzijde bezit elke wrat vier rijen van zulke tandjes, op de buikzijde
rijen.
is in
cM., of-
1
zijn.
verhevenheden,
snel in haar
helft
twee gedeelten
behalve op de bruine platen van
vinden, reeds
achterlijfs-ringen bezitten aan
wratachtige
is
Deze typische teekening van
bruine haartjes voorzien.
aan hun voor
zijn
terwijl
met bruine puntjes, welke door een ondiepe groef
is
bijna
zijn.
vier bruine platen naast elkaar; de
rechthoekig,
bijna
zijn
zijn
bezet met kleine
is
aan het uiteinde zwart
die
is
het
een
iets
hooger
is
vrij
dan het dier
hulpeloos schepsel dat zich nauwelijks
van de plaats kan bewegen, en dan ook steeds een prooi wordt van eiken
vijand,
zelfs
deze hiertegen
Bij
grooter,
kleine
mieren
iets
kan doen.
slepen
Bat. gigas worden, zooals reeds gezegd, de volwassen larven iets
maar overigens
kan men
van die van Bat. albofasciata.
te
dan een groote larve mee zonder dat
Ook
de larven praktisch niet onderscheiden
de larven van Bat. hcctor
onderscheiden van die der beide vorige soorten, maar hier
ning van het borststuk toch eenigszins anders.
alleen
het
De bovenzijde
halvemaanvormig stuk aan den achterrand van
zijn moeilijk
is
de teeke-
wijkt weinig
af,
het borststuk
is
—
—
14
miiulLT duiciclijk afgcsclicidcii van de grootc chitiiicplaat en eigenlijk slechts
aangeduid
van
De onderkant
De beide buitenste
eenige sterker optredende bruine puntjes.
door
borststuk vertoont echter grooter verschillen.
het
chifineplaten
eveneens
zijn
De
driehoek.
afscheiding
maar
rechthoekig,
met den punt naar voren naar eikander
toe,
de twee middelste loopen
en vormen tezamen meer een
twee gedeelten van deze platen
in
hier
is
ook
veel scherper.
Hoeveel
de
vervellingen
larve
doormaakt
verschillende stadia zijn echter niet van elkaar
verborgen
levenswijze
der
larven
is
nog
niet
uitgemaakt, de
onderscheiden, en
bij
de
waarneming der vervellingen
direkte
Alleen het pasgeboren
uiterst moeilijk.
is
te
eenigszins anders gebouwd,
larfje is
zooals boven reeds vermeld.
De jonge
grens
de
gang en
begint gewoonlijk met recht naar boven een gang op
larve
van
de
bast en
wordt
hout
gom
gewoonlijk boormeel of
gebeten,
heeft
in
stouwt
later
gang op,
zijn
te
maar
vreten,
en
fig.
het begin treedt
In
1).
uit
de wond, die het moederdier
de
larve
en
hier
bijt
heel spoedig kronkelt zich
al
zeer onregelmatig (PI. IV
boormeel
en
daar een dunne sleuf
in
den bast
in
knaagsel
achter zich
den bast die
naar buiten opent en waardoor soms eveneens boormeel naar buiten wordt
gewerkt.
Vooral
maken van dwarse gangen verstoren de
het
bij
larven spoedig
de sapstrooming van den boom, en werken meerdere larven tegelijk op een
bepaalde plaats van den stam, dan gebeurt het
De boom
geringd wordt.
van
boven
luchtwortels
stam
gehouden,
is
bodem
boom
reeds
gauw, dat de boom
al
heel
te
komen door
half
dood voor deze wortels den
Gewoonlijk vermijden de larven eikaars gangen
maar
in
zijn
is
dit
niet
het geval,
weg komt.
Enkele
om
een jongere larve
en
kunnen
voldoende
Bij
popholte
dan
voedsel
beten met de krachtige kaken
zijn
en
gunstig
gewoonlijk
zich te verpoppen, de
zij
Ze
hun hol
voldoende
weer groeien de larven zeer snel
na twee maanden het hout binnendringen
reeds
in
om op
genoeg
doen omkomen.
te
maken,
te
als er ruimte
dan doodt de grootste larve de kleinere die
het hout
doen
ze
dit
al
om
een
vóórdat ze plan hebben
gemaakte gang biedt hun toch een veel
betere beschutting dan het eenvoudig verblijf onder den schors.
uit
vormen
bereiken.
is,
dan
het
maar wanneer de Ficus op één
verwonding,
de
de
is
boven
tracht dit wel
de oude plaats rustig
te
vreten,
bij
Ze komen
gevaar trekken
zich dan dadelijk binnen het hout terug en zijn dan moeilijk te vervolgen.
gaan
dan
achterwaarts
hun gang binnen en
kaken vlak achter den ingang, en
waarbij
ze
dikwijls
laten trekken
dan
zoo
loslaten.
bijten
verwoed
zitten
in
met hun geduchte
alles
wat binnendringt,
stevig vastbijten, dat ze zich eerder uit hun hol
—
Is
de
—
15
de larve eindelijk geheel volgroeid, dan vreet ze aan het einde van
vanaf den ingang krom naar boven
die
holte,
het hont verloopt, de
in
poppenwieg, de ruimte waarin ze zich gaat verpoppen (PI. 4. fig. 2)
Deze wordt zóó gemaakt, dat tusschen het vooreinde ervan en de
buitenwereld slechts een dun laagje hout en bast overblijft, hetwelk de
z.g.
uitkomende kever slechts heeft door
Voor
om
knagen
te
vrij
te
maken van gang en poppenwieg nemen de
het
komen.
larven ongeveer
2 weken.
De toegang naar beneden wordt
knaagsel,
is
de
zich
verpoppende
stevig afgesloten met boornieel en
gang opvult
de geheele
dat
tot
aan de poppenwieg.
Hierdoor
beschermd tegen vijanden van
voldoende
larve
Ook de poppenwieg wordt bekleed met houtsplinters.
De geheele duur van het larve-stadium is bij Bat. albofasciata
buiten.
gunstige omstandigheden twee en een half
tot
drie
maanden,
b\]
in
But. gigas
gemiddeld drie maanden.
Koningsberger
(Lit.
den duur van het larvestadium van
geeft voor
1)
Bai. hector drie jaar op, hetgeen, gezien de veel snellere ontwikkeling van de
genoemde soorten, moeilijk als het normale geval beschouwd
Wel kan het larvestadium onder ongunstige omstandigheden zeer
beide zooeven
kan worden.
lang duren,
bij
Bat. albofasciata b.v. in volkomen droog hout een half jaar
en misschen nog langer, maar
meer
in
het
algemeen zullen de larven
dan één oostmoesson overblijven
om
dan tegen den daaropvolgenden west-
moesson
komen.
te
verpoppen en
uit
te
niet
De poppen.
Heeft de larve de poppenwieg geheel afgemaakt, dan treedt een rust-
periode
in,
waarbij de larve zeer in lengte afneemt, ineenkrimpt en dikker
Dan
treden reeds inwendig de belangrijke
wordt, en bijna bewegingloos
is.
veranderingen op, die
popstadium
ook haar oude huid
(PI.
2
fig.
ld)
is
af
iets
tot het
Eindelijk werpt de larve
leiden.
nu pop geworden. De pop van Bat. albofasciata
kleiner dan de kever, geelwit van kleur, alleen de
en
ademhalingsopeningen op
is
zijde
der
en
borstringen
aan de rugzijde der
De pop
eerste 5 achterlijfsringen gelegen, zijn donkerbruin.
is
slechts zeer
spaarzaam behaard, alleen een ronde knobbel midden boven op den middelsten en achtersten borstring en langwerpige dwarse wratten op de eerste
achterlijfsringen zijn bezet
ring
bezit
een
driehoekig
met korte bruine
borstels,
de
uitsteeksel dat vertikaal naar
laatste achterlijfs-
boven eindigt
in
Door middel hiervan en van de borstels op den rug
kan de pop zich in haar enge ruimte nog omdraaien en eenigszins bewegen.
Tegen het uitkomen kleuren zich eerst de oogen en kaken zwart, later ook
een
spitsen
doorn.
de rest van het lichaam.
Het geheele popstadium duurt 14-18 dagen,
in
ongunstige omstandig-
echter
heÜLMi
is
lanijer.
de kever eindelijk
Is
nog zwak en week en
hij
weg
Bcit.
donker
volkomen op
i^iiJliis
Rnkele
7-10 dagen voordat het
het
pasuitgekomen
o o \\\)\ a n
de
kevers
t
i
nog
of
zijn
van
bevruchte
niet
vangen
uitgekomen,
afzet.
te
gaan werden
samengebracht
wijfjes in een kooi
(-').
ze aan te
duurt ongeveer
liet
één wijfje (.) na
zoo mogelijk even oud mannetje
met een
poppen van
n g.
bevruchte eieren
wijfje
nakomelingen
aantal
liout,
doen wat gewoonlijk plaats
grootte gelijken de
in
gewoonlijk des nachts geschiedt, maar
hetgeen
Om
wat binnen het
of
die van Bat. alhofasciata.
nadat
dagen,
de popluiid t^ekropeii, dan
vreten en door een nagenoeg zuiver
Behalve
is.
V
paren,
te
intrede in de buitenwereld te
zijn
als het reeds
heeft
uit
nog een dag
verblijft
alvorens zich naar buiten een
rond vlieggat
—
16
de kooi werd dan een
In
stuk Ficushout, dat boordervrij was, geplaatst, van ongeveer een halve Meter
10-20»c.M.
en
lengte
week
middellijn.
Na
een versch stuk hout.
Van
geteld.
worden.
bijgaande
daarin
eieren
Tenslotte
gelegd
der
minder
wordt,
zal
opgegeven hoe lang telkens een stuk
het aantal
dagen dat deze dus gelegenheid
tevens het aantal uitgekomen larven dat in
is
opgegeven hoeveel dagen het
werden
geheel
het
in
gevonden.
de
in
natuur zal
vrije
dit
wijfje
opgegeven komt
H",,,
percentage zeer zeker veel
daar hier het hout veel minder plaatselijk zal uitdrogen.
den
anderen kant staan buiten de kevers aan vijanden bloot en
zelden een wijfje een natuurlijken dood sterven, de laatste twee of drie
weken van haar bestaan toch waren de wijfjes in gevangenschap
konden zich slechts met moeite voortbewegen en waren
en
instaat
sel
leefde en
Het aantal eieren, dat
veel groofer: zooals reeds eerder
niet uit.
zijn,
Aan
nu
is
leggen,
te
onderaan
is
larven
eieren
tabel
werd aangetroffen.
elk stuk hout
hoeveel
14 dagen werd dan het aantal uitgekomen larfjes
het wijfje bleef, en
bij
werd dan ongeveer een
genomen en vervangen door
kon op deze wijze de nakomelingschap nagegaan
vier wijfjes
In
Ficushout
had
Dit stuk hout
het wijfje gelaten, daarna uit de kooi
bij
tegen
het
hout
gegeven werden,
te
of
in
hoogste
hout
cijfer
slechts
niet
meer
de aanwezige Ficusbladeren, die als voed-
klimmen.
Het grootste aantal eieren per dag, dat larven oplevert,
het
zeer traag
vindt
men
in
den tabel
4 dagen (10-13 Jan.)
bij
bij
is
ongeveer
5;
No. 4: 27 larven nadat het
het wijfje
was
gelaten.
Overigens
geschiedt het eierleggen zeer onregelmatig, en er kon noch met den regenval
Wel
noch met de vochtigheid van de lucht eenig verband gevonden worden.
is
leggen
de
de
gesteldheid
kevers
werd en na eenigen
niet
tijd
van het hout een groote factor,
gaarne
eieren, zelfs bij hout dat
eerst in de kooien geplaatst,
in
te
versch hout
gezaagd bewaard
kon men waarnemen.
—
dat de kevers de eerste
het stnk als het
17
—
dagen veel minder eieren legden dan nadat
ware vertrouwd waren geraakt.
Nakomelingschap van Batocera
,
albofasciata.
zij
met
50
in
was
dus,
maar één
het begin
in
Deze
aanplant vinden.
zijn
2500
levert een derde generatie van
wijfjes
men
waarde, maar men
cijfers
aanwezig, reeds 125.000 larven
hebben
natuurlijk een zeer betrekkelijke
aldus toch de mogelijkheid
ziet
meerdering van het aantal boorders
en na een jaar zal
wijfjes,
wijfje
korten
in
van een enorme ver-
in
tijd.
B. Epepeotes-soorten.
Levenswijze der kevers.
De levensgeschiedenis van beide Epepeotes-soorten
vertoont zeer veel
overeenkomst, en de verschillende ontwikkelingsstadia van deze dieren
zijn
elkaar te onderscheiden; met die van Batocera vertoonen ze
van
moeilijk
echter gelijke verschillen.
Wat
kevers
de
betreft,
zelf
hun doen en
in
weinig anders dan de Batocera-soorten, en
Epepeotes
dood,
zich
wordt
zich echter
laat
waarbij
korter
Soms
rondvoeren.
zelfs overal
langer
of
men
gelegen
verstijving
een spriet opgenomen
bij
blijven ze lang in deze houding, een ander
weg na maar even dood-
hebben.
te
Ook
lusten
als alle boktorren.
voorgewende
deze
tijd
een kever
echter huppelen ze als het ware zeer snel
maal
gedragen ze zich
laten
algemeen
aanraking onmiddellijk vallen en houdt
bij
en dan kan
volgehouden,
in het
vreten
op eenigszins andere wijze aan de Ficusbladeren; wel
zij
even graag de jonge uitloopers, maar van de dikkere stelen en
ze
hoofdnerf van het blad eten ze
voorkeur
bij
worden groote stukken gevreten
3
(PI.
fig.
de geheele bladschijf
uit
niet,
Evenals Batocera mogen ze
2).
ook graag aan versche bast knagen en kunnen dikwijls
daaruit wegvreten (PI.
3.
fig.
vrij
groote plekken
4).
Het eierleggen en de eieren.
Ook
in
om
dan
bij
zijn.
leggen
der eieren
's
den legboor
in te
brengen
nachts, en
De
beten,
ook
hier
bij
die Epepeotes
(PI. 3. fig. 4) zijn
ongeveer de
dikwijls
meer dan een c.M. lang
De eieren zijn van denzelfden vorm maar
mm. breed en bijna wit van kleur (PI. 2 fig.
slechts 3'/2 mi"- l'Tig en
kleiner
Het
ei
is
niet
het uiteinde, dat
zijn
het
wonde plekken en tapsneden
nabij
den bast geeft
helft
0.8
geschiedt
hier
voorkeur
kop
tweeën
komen
te
langs
uit
Batocera waar ze
naar
beneden
voorschijn
de
na 6
2a).
zuiver elliptisch maar, evenals
komt.
zijdi.'n
—7
van
is
De
gekeerd
eihuid
splijt
het lichaam van
Batocera, spitser aan
bij
waar de jonge
en
ook
larve
met
hier in zijn geheel
het jonge dier.
De
in
eieren
dagen.
De larven.
Het pasgeboren
larfje
is
nog maar zeer
klein,
2.7
mm.
lang en 0.9
mm.
—
breed
(PI.
2.
op de achterste
geelwit van
is
derde
van een geelbruin tandje.
voorzien
Het halsschiid
midden
het
In
deze
zijn
Het lichaam
sterk lichtgeel behaard.
vrij
De volwassen
worden
larven
4'/2 tot 5 c.M.
de ademhalingsopeningen bruin.
halsschiid
het
lang (PI.
2.
fig.
2c),
zijn
kop roodbruin, kaken en voorrand van het kopschild zwart,
de
geelwit,
van
geel,
bezet met bruine puntjes, welke een vlek vormen
helft
puntjes van elkaar gescheiden door een witte ruimte.
bruine
meer
het kopschild
i<ieur,
met de achtste achterlijfsring aan
en
tot
naar de achteruithoeken meer spits uitloopt.
die
is
de
eveneens
weerszijden
is
Het
2b).
fig.
kaken roodbruin,
de
—
19
Alleen
de
verschillen
de teekening van de bovenzijde
in
van mcridianus
larven
en luscus iets
van elkaar.
Epepeotes
Bij
dit
luscus
soorten vindt
men
groef;
voorrand
het
is
3)
ook
de voor- en zijrand lichtbruin;
is
geval (PI. 2
het
nu
is
hoek slechts zwak
gevormde
hoek
deze
dwars doorheen
hier
groefje
fijn
juist
2e);
fig.
beide
bij
luscus de door dezen groef en den bruinen
bij
halsschiid
een scherp geteekend lichtgolvend bruin
terwijl
een
fig.
aan den binnenkant van de bruine zijplaten een ondiepe
lichtgekleurde
van
2
(PI.
meridianus
Epepeotes
bij
is
loopt,
lijntje
meridianus
bij
getint,
brliin
aan de onderzijde van
daarentegen
donkerder bruin getint en de achterrand van het
veel
groefje niet scherp bruin belijnd.
Bij
jongere luscus-larven
is
de teekening op de bovenzijde van het hals-
maar
schiid wel eens minder duidelijk,
bijna altijd
weer
te
vinden.
het bruine lijntje achter de groef
men aan de
beide soorten vindt
Bij
van het halsschiid aan de buitenzijde twee ovale bruine vlekken
De ontwikkeling van de
Batocera.
pasgeboren
Het
onder de plaats, waar het
dan
gewoonlijk
fig.
reeds
is
4
bij
a).
dadelijk
te
Oudere
is
zien
vermengd
naar
met
buiten
knaagt
(PI. 2. fig. 2f).
op dezelfde wijze plaats
ook
als bij
hier een kleine ruimte
vrij
afgezet; het knaagsel uit die ruimte wordt
beet,
larven
boordergang
of
het
die
wijfje
in
den bast maakte, naar
een klein bruin worstje
als
er een
jong
larfje
uit
en hier-
uitgekomen
is
(PI.
3
verraden zich dikwijls, doordat boormeel en
wondgom op
komen
en
willekeurige
plaatsen
klodders
bruinzwarte
als
van
aan
de
den
hangen.
Deze larven
hout
ei
den
uitwerpselen
boom
larfje
gewerkt; het hangt er dan
buiten
aan
door
larven heeft
is
onderzijde
bij
een
zijn
eveneens kannibalen.
groot aantal wijfjes
zet,
Wanneer men
kleine stukken
dan vindt men na eenigen
tijd
zeer
maar spoedig blijven alleen de grootste over en worden
afgemaakt. Zoo werden in een stuk Ficushout van 50 cM.
veel jonge larven,
de
kleintjes
lengte
die
en
7
cM.
uitgekomen
middellijn,
waren,
doch
binnen het hout aangetroffen.
74
eieren
later
van Epepeotes meridianus geteld,
werden
slechts
12
volwassen larven
—
Heeft de larve een gang
onder
vreet
knaagd.
Slechts
ook van het hout nog
niet zelden
terwijl
komen
De duur van
het
fig.
waardoor eigenaardige vraatfiguren
Boven zulk een ruimte komt dan
3).
te
voor-
het vlieggat
waar de kever naar buiten komt.
zien,
te
4.
(Pi.
stuk van
wordt wegge-
iets
boven deze ruimte een dun schorslaagje gespaard,
blijft
dat later verdroogt en afspringt,
schijn
nog dikwijls
beide Epcpeotcs-soorifin
bij
rondom den ingang een cirkelvormig
gewoonlijk
dan
ze
den bast weg,
het hout gemaakt, dan keert ze
in
van den bast terug, en
oppervlakte
de
—
20
jaar;
tamelijk
zeer
regentijd
is
korf,
zeer afhankelijk van den
dan twee
tot
van
tijd
gedurende den oostmoesson echter
Onder gunstige omstandigheden
lang.
niet langer
larve-stadium
het
den
in
duurt
larve-stadium
het
twee en een halve maand.
Treedt echter de droge
tijd
vóórdat de larven geheel volgroeid
in
zijn,
dan blijven ze binnen het hout een rustperiode doormaken, een „droogtewaaruit
slaap",
ze
ontwaken,
niet
voordat de regens weder invallen en
de vochtigheid van de lucht voldoende hoog
Zoo werden tusschen 9 en
anus eieren gelegd
is.
1912 door Epepeotcs meridi-
Februari
een stuk Ficushout, dat voortdurend droog binnen het
in
13 Februari 1913 werd in
bewaard werd;
laboratorium
11
levende larve aangetroffen; andere larven leefden
van
van
1
1912
April
6
April
tot
15 Februari
tot
1913.
in
Epepeotcs
Bij
hout nog één
dit
volkomen droog hout
litscus \Qeïden larven
nimmer bevochtigd werd.
17 Augustus 1912 in hout, dat
De looppen.
De poppen van Epepeofes meridianus
Epepeotes luscus
te
schoudervlekken
meridianus zwart
bij
zijn
luscus
fig.
en
2d)
onderscheiden
dagen voor het uitkomen wordt het verschil zeer
de
2
(PI.
zeer moeilijk van elkaar
zijn
;
van
die
eerst eenige
duidelijk, daar
dan reeds
en de beide vlekken op elk dekschild
gekleurd; op dat tijdstip
zijn
ook de oogen
al
bij
zwart.
Beide poppen onderscheiden zich van die van Batoccra vooreerst na-
door de veel geringere grootte, maar ook de borstelwratten op den
tuurlijk
rug
anders
zijn
V
punt van de
op de
op de
op de borstringen hebben
reikt tot het
eerste
is
voorzien
met vele
is
een V-vormige gedaante, de
dwars geplaatst en
rugsegmenten een groot aantal
achterlijf bezit
zij
midden van den achterrand van eiken
achterlijfsringen zijn de wratten
Het
bezet
;
vrij
borstring,
bezitten vooral
lange roodbruine borstels.
een stomp stempelvormig uiteinde, dat aan
korte
zijn
rand
stekels en lange borstels, en aan de bovenzijde
van een klein bruin chitine-tandje van dezen vorm: T.
De poptoestand
duurt
slechts kort, 10-12 dagen, althans in gunstige
omstandigheden.
Koningsberger
(Lit.
Nu. 6) deelt mede, dat
bij
Dihanimus fistulalor,
die
-
—
21
poppen
zich in koffietakken ontwikkelde, de
eerst na
opleverden.
17—19 dagen
kevers
•:
Voortplanting en vermenigvuldiging.
De mannetjes
en
die
wijfjes,
volkomen geslachtsrijp
direkt
nachts zijn uitgekomen, zijn nog niet
's
het duurt 7
;
— 11
dagen vóór
afgezet (zie de tabellen op de volgende bladzijden).
werd ook
hier telkens
hout gelaten van
gedurende korten
8%
Epepeotes
bij
om gedurende
staat
in
stierf
het
Sept.,
en werd
mannetje
bij
Ofschoon
van
langen
Epepeotes
toch
waaruit
behooren
is
meridianus
eerste huwelijk.
No. 2
1
zetten; zoo
af te
van
de
26
tabel,
in
was
staat
in
het wijfje te
de 6 daaropvolgende dagen echter maar 3
bij
wien deze
laatste
kinderen
maar die 48 waren ongetwijfeld nog
duidelijk,
Bij
No.
dagen na den dood van het eerste
6
ook 3 larven verschenen;
niet
echter eenige
de
in
mannetje, 48 bevruchte eieren,
eieren,
toch na één paring het
is
bevruchte eieren
tijd
mannetje eerst na een week
dit
5,2"/,,
nieuw mannetje, dat 25 Sept. was uitgekomen,
het wijfje een
dit
legde
Monohammus
(65 op 818).
Ofschoon de kevers voortdurend copuleeren,
wijfje
bevruchten,
eerste
dat uitgekomen was.
larfjes geteld,
eieren, dat niet uitkomt, bedraagt bij
aantal
(38 op 729),
gezet.
De
gewoonlijk twee weken nadat het
tijd,
was, het aantal jonge
verwijderd
Het
een paartje een stuk Ficus-
bij
M. lengte en van ongeveer 10 cM. doorsnee.
hand werden dan na een bepaalden
hout
tijd
worden
eiken dag nagegaan of er reeds eieren gelegd waren, nader-
werd
dagen
'/a
er eieren
de kweekproeven
Bij
stierf
weken oud, werd
uit het
4 Nov. het mannetje; een ander mannetje,
toen
het wijfje gebracht; het eierleggen
bi]
ging ononderbroken door, steeg zelfs aanzienlijk, waaruit wellicht de gevolgtrekking
moet gemaakt worden, dat het jong gestorven mannetje
vruchtbaar was.
Later,
16
— 19
Dec,
daarna onmiddellijk weer.
stijgt
niet
daalt het cijfer plotseling tot 8,
Mannetje
conditie; een oorzaak voor deze daling
is
en wijfje waren toen
niet
aan
in
zoo
maar
goede
geven; wellicht was het
te
Gewoonlijk overleefde het mannetje het
niet naar hun smaak.
maar toch nooit langer dan een paar weken.
Uit de tabellen ziet men ook, dat de wijfjes in den regentijd veel meer
stuk hout
wijfje,
eieren
leggen,
dan gedurende de droge maanden.
meridianiis in het stuk hout van
eerst,
de kooi was geraakt;
later
tweede
dat wellicht een
verkregen
cijfers
bij
gewoon groot
te
wijfje
Oct.,
duidelijk, dat
Ook
144
Toen
ik
dit
we
het meridianus
aantal eieren legde, blijkt
bij
larven telde,
ongemerkt met het hout
onderzoek bleek
werd
geval voor ons hadden.
8—15
No. 3 van
meende
ik
of het voedsel in
niet het geval te zijn, en uit
hier volstrekt geen abnormaal
wijfje
No.
2,
gemiddeld per dag
dat een buitenniet
meer eieren
leggen dan de andere wijfjes.
Het
grootste
aantal bevruchte eieren, gemiddeld
op één nacht gelegd.
—
bedroeg
dagen
Dec,
bij
188,
in
mciidianiis
10—13
19
No.
—
2
31
dagen 76)
bij
(bij
Jan. in 4
7 dagen 138, 31
22
Dec.
1912-9
Jan.
Dec.
1912— 9 Jan.
litscus
1913
in
19,8
(bij
1
2,
10 dagen 198).
Nakomelingschap van Epepeotes meridianus.
No.
1913, in 10
No.
2—8
-
23
—
Nakomelingschap van Epepeotes
No.
1.
luscus.
24
voortbrengen,
wikkeling
ais
en
dit
terwijl
de
—
wijfjes
dan
niet
eens meer
in
volle ont-
zijn.
De duur van de geheele ontwikkeling van ei tot kever bedraagt, zoowe gezien hebben, voor Batocera albo/asciafa 3—4 maanden, voor
Epepeotes meridianiis en Epcpeotcs
eieren, gelegd tussclien
28 Januari
en
1
15 en 21
Februari
liiscus 2\'
November
1913, van
zelfde dagen, kreeg ik kevers
2— 3 maanden. Van
mcridianiis-
1912, verkreeg ik kevers tussclien
/«sa/s-eieren, afgezet gedurende de-
op 5 Februari 1913.
—
25
-
Epepeotes meridianus.
Data waarop
eieren gelegd.
voort
en
toch
1912
de
uitkomen.
nog
Juni
den
We
het
tabel
300
larven
wijfjes.
wijfjes
dan
blijft
nu
wij
intreden van
het
gemiddeld
Januari
tabel)
aantal
dus Januari
uit,
algemeen
het
in
oostmoesson,
den
de
in
tot
niet
ont-
No. 3 van den
meridianus-wijfje
het
in
Januari 300 kevers opleveren, dus 150
November komen 400 larven
verschijnen, en in December 250
bijgaande
die
algemeen slechts 2 generaties van kevers
eens
In
(zie
eieren,
uitgesteld tot den daarop volgenden west-
welke
October,
in
de
September uitkwam, dan komen hiervan ongeveer
22, dat eind
blz.
groeien hebben
te
van
en
levert larven op, die
het
krijgen dus in het
Nemen
jaar.
op
vóór
zijn
de eerste
In
den westmoesson leggen, komen de kevers nog
van
kever
tot
moesson.
zonder veel
tijd
vruchtbaar
zeer
zijn
tweede generatie
volwassen zullen
wikkeling
kevers
de laatste maanden van dien moesson
of
Deze
Maart.
die
in
October en November, verschijnen tallooze
regentijd,
deze
begin
het
midden
in
groot aantal
vrij
larven, in April geboren, in
vluggen groei nog kevers
zelfs bij
waarvan de larven den drogen
kevers,
doorgemaakt;
het
om
genoeg
maand een
die
in
waren de
lusctis
optreden van de kevers heeft dus als volgt plaats.
Het
in
Epep.
leveren.
te
maanden van
zij
1912 deed reeds
Bij
niet groot
maand op
Juni
in
m.M.) abnormaal hoog was; gemiddeld
voor die maanden 272 en 259; de groote vochtigheid
cijfers
lucht in Juni
kevers
—
nog op gewezen, dat de regenval
er
zij
553 en 567
(resp.
de
zijn
van
Hierbij
zetten.
te
Juli
26
deze
AI
wijfjes
uit,
waarvan
larven,
in
met 125
Februari dus 200
wijfjes in Maart,
minder vruchtbaar;
zijn
nakomelingen hiervan op 500.
leggen dus elk 500 bevruchte eieren, waarvan
De 150
er,
we
stellen
wijfjes
van
we zeggen
laten
160 op Jan., 240 op Febr. en 100 op Maart komen.
Van
X
150
die
^60 larven van Januari konu-n de kevers nog
April zegge 24.000 kevers,
Deze
12.000
wijfjes
waarvan 12.000
leveren
in
uit
in
wijfjes.
April
tot
12000
Juni
X
500 larven,
welke tegen October, November 6.000.000 kevers zullen geven.
De
den
X
150
240 larven van Febr. ontwikkelen zich
Oostmoesson,
deze
ten getale van
X
November, leveren
in
niet tot
verschijnen eerst in den volgenden
=
kevers
in
Westmoesson
X
100 larven van Maart,
150
240
36000. Van de 150
komen evenzoo in Oct. Nov. 15000 kevers.
De 200 wijfjes in Febr. uitgekomen, afkomstig van de 400 larven van
tijd
niet
Febr. tot Apr. 200
X
500 larven, die vóór den regen-
volwassen zullen worden; van deze wijfjes verschijnen dus nog
in
Oct. Nov. 100.000 kevers.
De
125
wijfjes
van
geven evenzoo tegen dien
Van één
in
wijfje
Maart,
tijd
geboren
in
125
afkomstig
X
500
van
de
= 62500
250 larven van Dec.
kevers.
het begin van den regentijd, krijgen
Jan. tot Maart 950 kevers, een tweede generatie verschijnt
nog
we dus
in
April
met 24000 kevers,
men
terwijl
in
—
27
begin van den volgenden Westmoes-
liet
meer dan 6.200.000 nakomelingen kan
son, van dit ééne wijfje
krijgen (zie
tabel).
Nakomelingschap van één Epepeotes
— wijfje
één jaar.
in
?
1
Oct. 300 larven.
Nov. 400 larven.
Dec. 250 larven.
Jan.
300 kevers.
150$?
y
Jan.
150X160
Febr. 400 kevers
larven.
200 ? ?
Febr.
150X240
larven.
y
Mrt. 250 kevers
y
125??
Maart
24000 kevers
April
150
X 100 larven.
12000??
|
Febr.-April
y
200X5001arv.
Mrt.-Mei
April-Juni
j
125X500
I
12000X500
larven.
Oct.-Nov. 6.000.000
15.000
36.000
larven.
62.500
100.000
kevers.
Dit
alles
We
ziet.
werkelijkheid
nu
larven in leven,
ouderdom
elk wijfje van
het
dergenen
getal
gelegd
zijn,
als
het eruit
oplevert,
niet
den
aan
elk
anderen
wordt
geval
geen
kever
begin
van
kan
den
omkomen
die reeds
kant
zijn
het
vinden
regentijd
zijn,
verder veronderstelden
te
dat
voordat nog maar weinige eieren
berekenen, zeker ook aanzienlijk.
we ook maar van één
begrijpelijk,
en
we
en het volle aantal eieren kon afzetten, maar
stierf
ofschoon niet
is,
zoo schrikbarend
maar het aantal dat kevers
zeker maar een klein deel hiervan
zal
in
in
is
lieten alle
dat,
ook geen
terwijl
borende
Maar
enkel wijfje uitgegaan,
men
in
den drogen
tijd
larven, plotseling in het
duizenden en duizenden kevers verschijnen van
zij van buitenaf den aanplant zijn binnen-
welke men dan veronderstelt, dat
gevallen.
Ook
begrijpt
men
spoedig mogelijk onschadelijk
nu,
te
welk groot nut het heeft elke kever zoo
maken.
;
-
Andere Boktorren.
C.
we
Hierover kunnen
-
28
kort zijn, daar deze boktorren in het
schade doen; uitvoerige onderzoekingen
we wat
Alleen willen
we
reeds
hier
langer stilstaan
het begin van ons
bij
bij
algemeen minder
hierover dan ook niet gedaan.
zijn
0/e«ecampto
ö//oö«s Fabr. Daar
boorderonderzoek over veel levend
materiaal beschikten, kon de geheele levensgeschiedenis nagegaan worden.
De
op
houden zich
kevcrtjes
en
dan
vreten
voorkeur aan de onderzijde van het blad
bij
dwarsrichting
in
bladmoes weg,
het
hierbij
de
blijft
hoofdnerf meestal gespaard, terwijl ook het weefsel van de bladschijf nog
gedeeltelijk
vooral
samenhangen
en
zichtbaar,
moeielijk
stukken
blijft
(PI.
111.
wordt
hout,
de
De
3).
door
aanwezigheid
wijfjes leggen de eieren
wordt
veel weggevreten.
vrij
nauwelijks
wijst
een weinig
De
maar ook van
herkennen, ze worden
larven van Olenecamptiis bilobus
volwassen toestand hoogstens
zijn
gemakkelijk
2'
ciM lang en bezitten een zeer eigenaardig geteekend halsschild (PI.
2
Het
te
sterk behaard en heeft
is
zijn
kleine
in
het knaagsel en de uitwerpselen
al
Niet alleen van den bast
de gangen opgehoopt.
in
het hout
van vele larven
zelfs
merkbaar,
niets
boormeel op hun werkzaamheid, bijna
worden
fig.
dunnere takken, de beten, waar de legboor wordt ingebracht,
in
in
op de achterste
11
fig.
4)
een bijna zuiver recht-
helft
hoekige chitine plaat, dof en lichtbruin van kleur, alleen de voorrand van
dien plaat
is
onregelmatig ingesneden, ook op de plaat
witte streepjes en puntjes die aan de
talrijke
hand hebben, dat de bruine vlek meer Irapeezvormig
deze
Behalve
groote
dadelijk
in
't
bevinden zich
zelf
voorhoeken zoozeer de overer uitziet.
oog vallende
plaat bevinden
zich
terweerszijden daarvan meer of minder duidelijk nog twee kleinere plaatjes,
gewoonlijk
lichter
nog
halsschild
kerder geel dan het
ook
terwijl
getint,
lichtgele
achterlijf,
op
het
voorste
De
doorschemeren.
vlekken
gedeelte
van
onderzijde
is
het
don-
en vertoont aan de zijkanten bruine vlekken,
die dikwijls zeer vaag zijn.
De
en
kevers verpoppen weer binnen het hout, de poppen
sierlijk,
vindt
men
slechts één
nog
daarvóór
zijn
zeer slank
de lange sprieten sterk ineengerold, op de eerste rugsegmenten
eenige
rij
borstels aan den achterraiid,
verspreide
borstels
bij.
op de andere komen
Het achterlijf bezit slechts
een zeer klein tandje op het stempelvormig uiteinde.
De
geheele
ontwikkeling
van
ei
tot
maanden onder gunstige omstandigheden;
Febr.
1912
kevers;
in
in
een
tak
hetzelfde hout
van
werd
kever duurt slechts zeer kort, 2
eieren gelegd tusschen 8 en
11
Artocarpus blumei, leverden reeds 17 April
veel later,
17 Juli,
nog
1
larve aangetroffen
andere kevers deden over de geheele ontwikkeling van midden Febr. 1912
tot
eind Augustus en September, terwijl eveneens
schenen
van
eieren, die
midden
Juli
de groei der larven door langdurige
in
waren gelegd.
droogte
September kevers ver-
Ook
vertraagd.
In
hier
wordt dus
gevangenschap
—
leefden
tot
kevers,
buiten gevangen waren van 26 Januari tot 6 April
die
maanden kunnen
3
Nog van
—
29
ze dus minstens
;
2
oud worden.
een ander boktorretje werden larven en poppen gekweekt,
nl.
van Neopharsalia vagans Kann.
men
Buiten vindt
het
ook
zich
liet
De
larven
halsschild
is
gewoonlijk meer
diertje
dit
reeds dood hout, maar
in
zeer versch Ficushout grootbrengen.
in
worden weinig grooter dan
wederom anders geteekend.
die van Olenecamptus,
Ook
maar
het
bevindt zich op de
hier
achterste helft een bruine chitineplaat, de achterhoeken daarvan zijn echter
breed
afgerond,
midden
diep
halsschild
voorrand
de
insnijding
wit.
zelf
donker, ook hier bevinden zich op
vrij
is
golvend, en veel donkerder bruin,
is
de
ingesneden,
in
het
De voorrand van
het
zij
twee lichtere platen,
op de onderzijde vindt men aan weerszijden een ovale bruine
zooals
bij
dat
Epepeotes
bij
Olenecamptus
maar
wel
op dezelfde wijze geplaatst
aan
stekel
veel
het
vlek,
op
borstels
ongeveer
langer dan
veel
niet
den rug
zijn
loopt
achterlijf
slechts
één
in
enkele
Aciees birmaniis Faust, de Ficus=snuitkever.
Deze kevertjes houden zich
bladeren,
uitloopers.
vrij
de
breeder,
is
uit.
D.
plooide
De pop
is.
Epepeotes, maar de naar boven gerichte
als bij
van
uiteinde
het
spitse punt
geval
het
en
Typisch
deze
is
bij
voorkeur op tusschen de nog niet ont-
dan
vreten
van
gaarne
vreterij
niet,
het roode
schutblad
der
ook van oudere bladeren worden
aanzienlijke stukken weggevreten door zulke kleine kevers, op de wijze
ongeveer zooals ook Epepeotes dat doet.
Met de lange
snuit boren de wijfjes een gat in den bast
einde van zulk een gang een
wonde
een
plek,
afgebroken.
grooter
en
bast
wordend,
boktorren.
larfje
maakt
Deze
hout.
te
de
larve
Volwassen wordt
aan het
afgezaagd
is
of
waar een
tak
is
boort gewoonlijk eerst recht naar boven maar
een veel onregelmatiger gang tusschen
wijkt in
larve
om
Gewoonlijk kiezen ze hiervoor
leggen.
waar het hout
daar
Het jonge
ei
zij
bouw
geheel af van die der gemelde
niet grooter
dan 15mm., het
wordt steeds gekromd gehouden, althans buiten de gang
(PI.
lijf is
II
rond en
fig.
5 a en
kop bruin, de kaken nog donkerder, het geheele
lichaam is met vrij lange bruine haartjes bezet, de ademhalingsopeningen
aan weerszijden zijn lichtbruin, het halsschild bezit aan de rugzijde twee
b.),
de kleur
is
geelwit, de
zeer lichtbruin getinte vlekken, die tusschen elkaar een ongekleurde ruimte
laten,
welke
Al
schuilplaats
Men
iets
spoedig
nog
smaller
dringt
is
de
dikwijls
dan elke vlek op
larve
het
hout
strooptochten
zichzelf.
binnen
onder
den
teneinde van
bast
te
uit
deze
ondernemen.
vindt in dergelijke holten (zie tekstfiguur) de larve dus met den kop
naar de opening gekeerd.
Gaat het dier verpoppen dan
blijft
het in deze
30
houding en keert zich
—
om
niet
de boktorlarven doen.
zooals
kever komt dus
De volwassen
hetzelfde gat te voorschijn
uit
waar
als
de
hout
het
larve
binnendrong. Verpopt de larve
in
dan
hout,
iiel
met
ze
sluit
ingang
de
knaagsel
tot
poppenwieg af, de uitkomende snuitkever heeft dan
de
maar deze prop
alleen
om
wijderen
naar
komen. De pop
la.it
te
2 fig 5. c)
(PI.
dadelijk den
vorm van den
herkennen,
kever
ver-
te
buiten
ze
is
bijna
wit van kleur, alleen de oogen
worden
getint.
spoedig roodbruin
al
De
rugzijde
is
spaarzaam
bezet met korte bruine stekel-
waarvan
tjes,
voorkomen
op de pooten.
eindigt
spitse
bruin gepunt
tint
hij
de
groote
vrij
zijn.
Ficus-tak met popholten van
zwarte
het
larve
verloopen
Aclees birmanus.
oogen, spoedig wordt de kleur donkerbruin en verschijnt
paars-roode
gaat
in
poeder op het lichaam.
verpoppen
ongeveer
levende
tot
10 dagen.
neemt slechts 40 dagen
gelegd
dan
uit,
eerst lichtgeelbruin ge-
niet
levens
achterlijf
stekels, die
Komt de kever
is
en
snuit
Het
twee
in
uitstaande
ook enkele
er
op den
in
Vanaf het oogenblik dat
komen van den kever
De geheele ontwikkeling van ei tot kever
het
beslag.
Ficusboompjes,
te
tevoorschijn
Tusschen 4 en 9 Februari werden eieren
de
kevers verschenen reeds 16 en
17
Maart; andere eieren, tusschen 18 en 23 Februari gelegd, leverden 30 Maart
volwassen kevers.
Ook
deze dieren leven
genschap meer dan een maand
in
het
vrij
leven.
lang,
ik
hield
ze in gevan-
—
31
Een onbekende
E.
Een eigenaardige
nog
Ficushout
in
larve.
larve i<omt
Deze
voor.
larven kunnen tot S'/aC.M. lang
worden,
rolrond en bezitten
zijn
opgezwollen
een
tekstfiguur)
twee
rijen
lange
borstels
De
kop
borstuk
voorzien
dat
dichtopeenstaande
aan de buikzijde.
de
geel.
is
vooral
in
zwarte
punt.
de
zijkanten,
achterhoeken,
Het
kaken
lichter
iets
is
donkerder
een
De
De
roodbruin.
halsschild
gedeelte
achterste
(zie
van
is
getinte
chitineplaat,
putten.
ring
zeer scherp afgeknot, de geheele rand
is
achterlijfsringen zijn
De
is
van
voorzien
De
nagenoeg cylindrisch.
groote
van lange bruine haren.
donkerbruin met
zijn
dan de kop en bezit op het
vrij
laatste
bezet met een dichte krans
geheele buikzijde van het dier
is
sterk behaard,
de rugzijde slechts spaarzaam.
Het
is
nu toe
mij tot
niet gelukt
zich gemakkelijk in Ficus-hout
Deze
ook vond
De kevers
'sNachts
zijn
de
daar
legboor
aan
volwassen
insekt.
Ficus elastica aan-
zelden op de boomen, ze verschuilen zich dan
af
om
daartoe een dwarse spleet
bijten
in,
op de boomen
wijfjes
de eieren af
in
de snuitkevers boren hun snuit
eerder.
eieren
Het
uit,
bij
jonge
kleinere soorten en
larfje
bij
vreet dadelijk een
te
zetten.
den bast en brengen
in
het uiteinde van de gemaakte holte gelegd.
week komen de
reeds
in
echter zeer levendig, vliegen rond, dan vindt paring
ze
komen de
De boktorren
wordt
algemeen
spleten van den stam of onder dorre bladeren op den grond.
in
en
kweeken, ze boren
exemplaren op Deli (Sumatra).
ik
men overdag
ziet
de toppen,
plaats
vrij
te
ik het
samenvatting der levensgeschiedenis der hoorders.
F. Korte
in
deze larven op
maar nimmer kreeg
werd over geheel Java
larve
getroffen,
in,
den bast en het
ei
Na ongeveer een
de snuitkevers wellicht
gang op de grens van
bast en hout, juist het levende en sappigste weefsel voor zich nemend.
De
larven
spoedig geringd kan
Na
korter
larven
verpoppen,
ofschoon
zulk een holte
10
tot
geheele
aanwezigheid
bij
rondom den stam
boom
van meerdere larven, een
zijn.
of langer
dringen de
vreten dikwijls
boktorren
grootere
der
waardoor vooral
heen
tijd,
hout
het
bijna
maken om
al
naar de grootte der verschillende kevers,
binnen,
volgroeide
gewoonlijk eerst tegen den
larven
dikwijls
als schuilplaats te dienen.
reeds
tijd
iets
van
eerder
De poptoestand duurt
De
18 dagen, verschillend voor de grootere of kleinere hoorders.
ontwikkeling
loopt
onder
gunstige omstandigheden zeer snel
af,
—
32
—
voor den Ficussniiitkever duurt het maar 40 dagen, voor middelmatig gronte
boktorren zooais Epcpeotes 2'/2
maanden.
den drogen
In
3 maanden, voor de Batocera's 3 tot 4
tot
maken de
echter
tijd
•
larven een „droogte-slaap"
door, waaruit ze niet ontwaken vóór het begin van den westmoesson dan
verpoppen
en
snel
ze
duizenden
vruchtbaarheid van de kevers
maanden
leven, tot 7 en 8
gelegd.
regentijd
van
generatie
verschijnen.
vóór
De
uit.
omdat ze zoo lang
toe; het grootste aantal eieren wordt
midden van den
het
tegelijkertijd
weer
in
den
tweede
regentijd verschijnt een
kevers, soms kan nog een derde generatie tegen het einde
De nakomelingen van deze twee generaties zijn niet volwassen
van
begin
het
drogen
den
tijd,
den Oostmoesson; deze larven
een droogteslaap doormaken, en allen ongeveer terzelfder
die
het,
In
komen
kevers
zeer groot, vooral ook
is
zijn
tijd,
in
''^'•
^
'
Van
,j.^^„^
de kleinere soorten boktorren en van de snuitkevers kunnen natuurlijk drie
ion
of zelfs vier of vijf generaties in één jaar vallen.
'^'
twee maanden van den volgenden Westmoesson, uitkomen.
de eerste
V'oed.sterplanten der boorderlarven.
4.
Het
vanzelf
spreekt
hoorders
de
Java,
Ficus-soort
n.
Batocera
niet
F.
1.
dat
een
in
alleen
hispida,
in
vond
zoo
land
Ficus
aan Ficussoorten als
rijk
leven.
elastica
voorkeur gezocht worden,
vooral
melksaphoudende
Artocarpus en Mangifera en dan ook Castilloa.
boomsoorten,
reeds
een
der
boven
boktorlarven
bekende
Ficus
ook
in
bij
Ficusboorders.
Di
ham mus
schijnt niet
van Ficus, en komt ook wel eens
dus van belang
is
in
kort
Ook in Hevea op Java
kwamen echter niet overeen met
Batocera hector schijnt den dadap
fistulator en Pelargoderus
leven vooral in cacao, de eerste volgens Zehntner
Epepeotes luscus
is
hoorder binnen
ze
Ricinus en Datura en volgens Koningsberger
Het
Ceylon
(In
L.) als
Hevea beschreven).
aangetroffen,
verkiezen,
te
bipunctatus
die
een verwante Batocera (rubra
het hout en onder den bast van
zijn
in
(Lit.
(Lit.
No. 6) ook
minder van Castilloa
te
No. 5)
in koffie.
houden dan
cacao voor.
een Ficusaanplant, geen der andere voed-
sterplanten te laten staan, daar dit allicht broeinesten van hoorders worden.
Zoo zag
Ficus
van
op
ik
boorders,
carpus
liet
natuurlijk
planten
in
men
nooit
der
Sumatra's Oostkust een onderneming, waar tusschen den
Artocarpus-soorten
talrijke
stonden.
De
geheele aanplant wemelde
Ficus werden de larven weggezocht, maar die
steeds
ongemoeid;
meester worden.
Ficusboorders,
•.,,.
luscus en meridianus,
Aclees birmanus. Verder zijn het
en
zooais
door Green
een andere
Epepeotes
albofasciata,
Olenecamptus bilobus
geleden
In
de voornaamste hoorders terug, n.1.
ik
voor
op
deze
wijze kan
Hierbij volgt een
zoover
thans
kan zien op welke hoornen men acht moet slaan.
lijst
bekend,
in
Arto-
men de plaag
van de voedsteren waaruit
men
"^
LIJST
33
-
VAN VOEDSTERPLANTEN DER FICUS— BOORDERS.
VOEDSTERPLANTEN.
—
Zeer
hebben de Ficus-bourders
vijanden
veel
dieren
onder den bast en nog beter
spechten
azen
bij
zij
het hout.
in
voorkeur op deze larven; ze weten ze niet
weg
alleen van onder den bast
te
pikken, maar kunnen ook het hout zoover
open hakken, dat ze een reeds daarin doorgedrongen
larve te
pakken krijgen
IV. fig. 4).
(PI.
is
zoo luilpeloos als
niet,
buiten de gang, zoo goed beschermd en verborgen zijn
zijn
Alleen
—
Vijanden en parasieten.
5.
de
34
Door het kloppen met den snavel bemerken ze spoedig waar de gang
maken meestal juist daar, waar de larve zit, een gat om de vette buit
voorschijn te halen.
Of kraaien ook larven kunnen wegpikken uit den
en
te
bast
achterlijf
aanplant
weinig
maar
zeker,
niet
is
dikke
rustig
volwassen kevers vooral het
ze lusten graag de
dus goed deze vogels
den
van
de Batocera's.
Het
hun
gang
gaan ofschoon men er meestal maar
te
laten
is
in
daar een aanplant uitsluitend van Ficus zeer slechte nestgele-
ziet,
genheid biedt.
Tot
wel
nu
heb
toe
slechts één enkele maal een parasiet ontdekt en
ik
pootlooze witte larve van ongeveer 13
zat een
zuigsnuit
in
uit
te
een
zijn
stadia
voorschijn moest komen, vooral ook omdat ik
te
of
althans
ik
echter een zestal kevertjes, welke
om weer
Ook
ik
bracht
een
Vermoedelijk
te
den
van
vijand
een enkele maal ook
Alle pogingen
van
lengte met den spitsen
verpopten en de pop deed mij
Dastarcus confinis Pasc, een Colydiide.
hyperparasiet
mislukten.
den rug van elk slachtoffer
mm.
door boorders aangetast Ficushout een paar vliegen had ver-
Dezen Dastarcus verkreeg
hout.
drietal
Na enkele weken verschenen
kregen.
dus
Een
de huid geboord.
vermoeden, dat een vlieg
éénmaal
bleken
Op
larven van Epcpcotcs meridianus.
bij
uit
Epepeotes en Batocera, van
ei
stukken
tot
dit
andere stukken Ficus-
levend materiaal van parasieten
Buitenzorg
is
boorderparasiet.
te
verkrijgen
Ficushout met
volwassen
larve,
allerlei
bijna
elke
week vanaf November tot begin Mei in een aanplant van Ficus elastica, maar
nimmer mocht ik nadat het hout ongeveer een maand daar gebleven was,
ook maar één enkele
larve geparasiteerd vinden.
6.
Bij
de
bestrijding
Bestrijding.
van boorders
larven en volwassen insekten het
is
het
van de volwassen insekten echter wordt nog
men
in
ze niet
voldoende kent,
hun verborgen
naam punt
bij
wegzoeken en vernietigen van
aangewezen bestrijdingsmiddel. Het vangen
hetzij
schuilplaatsen
op
te
eens nagelaten,
al
omdat men
hetzij
omdat
het te moeilijk acht de dieren
sporen.
Toch
de bestrijding van elke boorderplaag.
is
dit
een
voor-
—
Naast het wegvangen
te
de methode,
is
houden door lokmiddelen, van zeer
om
de dieren van de boomen
voedsterboom
meer geliefden
daar de
den boom
Een
wijfjes geveld hout
gezonden
in
dan
om
Wanneer de volwassen
de
boomen
dieren van de
af te
of bestrijkt
zetten in
houden,
af te
met een
den
men ook
zou
insecticied,
bast.
eten van de bladeren der
insekten veel
waarin hun larven leven, dan beproeft
door de boomen
boomen,
dikwijls de dieren te
dooden
bespuiten met een giftige vloeistof.
te
Behalve rechtstreeksche bestrijdingsmiddelen komt natuurlijk steeds
aanmerking
de
te
van Ficus elastica toch verkiezen boven
weerhoudt hun eieren
dat de insekten
de hoorders niet van een
bij
de Ficus elastica afkomstig behoeft
kunnen bestaan dat men deze bespuit
daarin
af
hier
staat.
middel
ander
komen
veel waarde. Lokplanten
aanmerking, maar wel geveld hout, dat
niet in
zijn,
-
35
indirecte bestrijding, die hierin bestaat, dat
men
in
zorgt dat
de tuinen zoo worden onderhouden, dat de vermenigvuldiging der boorders
zoo beperkt mogelijk
blijft.
men nog
Eindelijk kan
trachten de boorders
te
lijf
te
gaan met behulp
van hun natuurlijke vijanden of parasieten. De Ficusboorders bezitten echter
maar weinig vijanden,
zeer
en
deze aan
te
kweeken
De hoogst zeldzame parasiet,
aanmerking komen voor bestrijding.
lastig.
niet in
stuk hierover gezegd
Alleen
de
is,
in
een Ficus-aanplant
gevonden
Na hetgeen
is,
is
kan ook nog
in het
vorig hoofd-
zullen wij daarop niet meer terugkomen.
methoden
andere
worden en nagegaan,
die
hoeverre
in
hieronder
zullen
zij
in
uitvoeriger
besproken
aanmerking komen tegen de Ficus-
boorders.
Het vernietigen der larven.
Het uitsnijden der larven uit de boomen,
paste
cacaoboorders
is
de meest toege-
voor de hand liggende bestrijdingswijze, welke ook tegen
en meest
en
hier
in
landen
andere
min
of
meer algemeen wordt
toegepast.
Op
de Ficusondernemingen vindt deze methode van bestrijding ook geen meestal bepaalt men zich hiertoe; bovendien geschiedt
woonlijk plaats,
het
uitsnijden der boorders
nog dikwijls onvoldoende en verkeerd. Onvoltot de meest in het oog vallende en gemak-
doende, omdat men zich beperkt
kelijkst bereikbare
boorgangen, en verkeerd, omdat men door ongeoefende
wonden in den boom laat maken.
Het boorders=uitsnijden moet geschieden door een vasten ploeg,
arbeiders onnoodig diepe
met
uitsluitend
die
dit
werk
belast
blijft,
zoodat de arbeiders groote
routine krijgen in het opsporen der larven en het minst den
digen
bij
De
glad
boom bescha-
het uithalen der boorders.
arbeiders
bijsnijden
moeten
om
de
wond zoo weinig
mogelijk diep maken en
een gelijkmatige vergroeiing en
later
weder een goed
tapvlak
De wond moet
verkrijgen.
te
-
36
geteerd of met carboliiieum behan-
deld worden.
Larven
die reeds in
gedrongen, worden met een stevig,
zijn
iiout
liet
dik en puntig yzerdraad doodgeprikt.
Om
na
te
gaan
de ploeg goed werkt,
of
is
vooreerst noodig, dat
liet
gevonden larven worden ingeleverd en
de
steeds
vernietigd.
kan
Hierbij
een premie uitgereikt worden aan de arbeiders, die de meeste larven
nog
binnenbrengen.
Verder
het noodig de ploeg
is
ploeg arbeiders, die
eti
in
doen controleeren door een tweede
te
de afgezochte tuinen nog eens naar boorders zoekt
voor eiken boorder of voor een zeker aantal boorders een kleine premie
ontvangt; deze premies kunnen dan
worden van
geheel of gedeeltelijk afgehouden
b.v.
Deze controle moet echter
het dagloon der eerste ploeg.
niet
geregeld en op bepaalde tijden geschieden, daar het anders licht voorkomt,
(zooals
de
in
degenen,
larven
op
de
tikken, een ruime hoeveelheid
deelen.
te
waarop men de Ficiis-boorders moet wegzoeken
tijden
nadat het tappen
geen geval
plaats gevonden, daar
heeft
Zes weleen na dien
verwachten kan.
in
moeten
de hooge premies die daar later voor gegeven
worden, met de tweede ploeg
De
dat de eerste ploeg, in afspraak met
is)
vingers
om dan
zitten,
laat
gebleken
praktijk
hen
die
men dan
terugkeeren.
Wacht men
overgeslagen
zijn,
langer
dan
drie weleen
dus negen weken na het tappen,
tijd,
moet de ploeg boorderzoekers,
later,
is
vele jonge larven
kunnen
in
denzeljden
tuin
vorige maal
larven, die de
hebben en uitgevlogen
zich reeds tot kevers ontwikkeld
zijn.
Het opstellen van vahghout.—
Toen op een
der Gouvernementsondernemingen
werd
zeer geklaagd
over boorders, bleek dat de voornaamste oorzaak van de groote uitbreiding
der
plaag
geweten
worden
moest
gesnoeide hout zeer lang— 3
het
tot
omstandigheid,
aan de
4 maanden
—
liet
dat
men
het
staan in de tuinen, voordat
werd opgeruimd.
Dit hout, rechtovereind gezet in bundels, zat stikvol met larven, terwijl
reeds zeer veel kevers waren uitgekomen.
Dit bracht ons op het denkbeeld, dergelijke bundels hout geregeld op
te
stellen
om
de
kevers
natuurlijk na korten
tigen.
Deze
tijd
methode
is
hun eieren
er
op
te
ruimen en
trouwens
ook
in
te
alle
elders
tegen den cacaoboorder door Guppy, en
Indië
reeds
zeer
oude
bestrijdingswijze
van
leggen, maar het dan
laten
aanwezige larven
al
aanbevolen,
komt
te
vernie-
b.v.
eigenlijk neer
in
W.
op de
het lokken van schadelijke dieren
door middel van vangplanten.
De volgende
proef werd
genomen op de bovengemelde Gouvernements-
onderneming met hout van een
In
vier
naast
elkaar
viertal
liggende
voedsterplanten der boorders.
tuinen, elk één H.A. groot,
midden
in
-
37
—
den aanplant gelegen, werden in eiken tuin 25 stokken van pols- tot armdikte
en anderhalve meter leigte opgesteld, de stokken werden overeind geplaatst
telkens
in
5
bundels
van
5 stuks elk.
Het hout was versch en op het
oog boordervrij.
den eersten
tuin werden stokken von Albizzia stipulata opgesteld,
tweeden takken van Ficus hispida, in den derden van Artocarpiis
integrifolia en in den vierden tuin van Ficus elastica.
In
in
den
Hieronder volgt nu de uitkomst van de proef, met opgave van den tijd,
het hout opgesteld bleef en het aantal larven en poppen van de verschillende hoorders dat gevonden werd.
dat
VANGHOUT.
-
38
-
Het is bij het opstellen van vanghoiit van groot belang dat het
hout overeind staat, daar anders veel minder kevers gelukt worden men
late verder het hout nooit langer staan dan zes weken, en waar men
veel last heeft van den snuitkever-boorder, moet men het hout
;
na een maand vernietigen.
reeds
Dezelfde proef met vangliout als hierboven vermeld, werd later
drogen
Na ruim 6 weken werd
Het heeft alleen
stellen;
den
in
nog eens herhaald, maar uitsluitend met Ficus elastica-hout.
tijd
vanghout gedurende den regentijd op
Oostmoesson
den
in
enkele larve gevonden.
toen echter geen
/.in,
zijn
er
de
in
zoo
tuinen
te
weinig kevers
aanwezig, dat het de moeite niet zou Iconen.
Het
hitte
van
vernietigen
wegen
grootere
te
kleine hoopjes, daar groote vuren
in
veel
te
geven en het loof der nabijzijnde boomen beschadigen.
diep of stroomend water
Is
daarin werpen.
men zorg
Als
komen de aanwezige
steekt,
zekerheid
trent
te
krijgen,
staand water geworpen
werd
en
vanghout geschiedt het best door het op de
het
verbranden
;
de nabijheid, dan kan men de takken ook
in
draagt, dat het hout niet
boven het water
werd Ficushout met
na 2
bevonden, dat van
X
alle
uit-
Ten einde hierom-
larven in enkele dagen om.
vele boorders erin in
stil-
24 uur werden de stukken hout onderzocht
larven er 169
dood waren en 9 nog zeer
zwakke levensteekenen gaven.
Het vaiigen der kevers.
Dit geschiedt het best door middel van het premiestelsel
kevers geeft
of elk tiental
men een
;
voor elke kever
zekere som, afhangend van het aantal dat
binnenkomt. Zoo werden op een der ondernemingen, waar men met het kevcrsvangen was begonnen, geen Batocera's binnengebracht.
ƒ 0.25
Er werd toen
voor elke Batocera uitgeloofd en den vcMgenden dag brachten de inlan-
ders reeds zooveel van deze kevers binnen,
dat
men de premie daarop
lot
5 cent het stuk verlaagde.
Een ander maal waren de arbeiders
bij
het snoeien
in
de gelegenheid
door opensplijten der takken duizenden takboorders (Pothyne spec. A.)
te
betaald.
Na
beduiden, welke kevers bedoeld worden, kan
men
bemachtigen; hiervoor werd toen slechts
I
cent voor de tien
afloop van het snoeien werd de premie weer verhoogd.
Om
hun
te
de inlanders
Plaat
toonen
1
verzamelen
en
te
;
op
nog beter
te
zetten,
is
en hun dan de dieren zelf
Meestal kennen de inlanders de Ficus-boorders wel
is
het
niet
hoktorrcn zal
leverde
men
die
in
moeilijk, de kevers,
men
zich
kevers een exemplaar
het van al deze
waar
niet vergissen,
het
;
te
op aankomt,
te
mefi lette er echter
herkennen; met
op dat de inge-
snuitkevers werkelijk Ficussniiitkcvers (Aclees birmaiuis)
de
aanplantingen
echter onschadelijk
dikwijls
zijn,
laten zien.
ook voor het personeel
zijn,
nog andere soorten snuitkevers
hoogstens
wat
aan de
daar
vindt,
bladeren knabbelen.
—
De
waar
plaatsen,
de
woonlijk
lager
boomen
de
in
verwelkende bladeren
goeden
van
Verder
uitslag.
—
te
vinden
kevers
spoedig kennen; zoo weten
heel
39
op den grond
of
leeren de inlanders
zijn,
al
winden de kevers ge-
dat na hevige
ze,
zijn
Ook op
vinden.
te
pas afgesneden takken zoeken ze dikwijls met
zien de inlanders, vooral de tappers en boorder-
hoog
zoekers, er ook niet tegen op
de
in
boomen
klimmen, waar
te
zij
dan
de meeste kevers opsporen.
Vaak
wordt
het uitloven van premies de groote fout gemaakt, dat
bij
men ermede ophoudt,
gewoonlijk
dat
de
te
over het optreden der kevers, en als er
controle
dan
maar zeer weinig kevers binnenkomen, zooals
is.
Daardoor verliest men
als
den Oostmoesson het geval
in
weer duizenden
plotseling
vinden
te
den Westmoesson
in
merkt men het gewoonlijk
zijn,
Daarom is het noodzakelijk nooit het ke vervangen
waakzaam te zijn zoodra de regentijd invalt.
laat.
te staken,
en dubbel
Getracht werd nog de kevers
lokken met vanglantaarns, doch
te
kwamen zoo goed
bleek niet doeltreffend, de kevers
dit
op het
als niet
middel
licht af.
Insecticiden.
Deze kunnen op tweeërlei wijze aangewend worden:
kunnen gericht
zij
tegen de kevers of tegen de larven.
zijn
men
Wil
moeten
groote
zulke
kevers
hetzij
boomen
weinige,
het
bij
de
bespuiten,
de
dat
kunnen worden,
kevers
die
hoogte
Daar de kevers nog minder van den
nog
bast
bast
om
minder
van insecticiden.
een
Bij
doeltreffend,
de eieren
naar binnen.
niets
met
dan
en
eten
te
en
bij
bezwaren mee, en
allerlei
voorkeur
bij
zeer
men hiermee
nog de
veel bereiken zal.
bespuiting van den
is
maken van
spleten
leggen krijgen de kevers waarschijnlijk
lO/o
parijsgroen
bespoten stuk Ficushout, werden twee
wederom bespoten, maar dit verhinderde de kevers
zetten.
Den derden dag werd het stuk hout weggenomen
niet
;
deze proef
ei
blijkt
tevens, dat
af te
werden
later
hierin
en het inboren
in
ook de jonge larven
werd het
hun eieren
12 larven aangetroffen, terwijl ook de kevers daarna nog langen
het
den
A priori was dus al weinig te verwachten van toepassing
De volgende proef bevestigde dit vermoeden.
stuk
van
in
het geheel
in
paartjes van Baiocera albofasciaia geplaatst; den volgenden dag
Uit
half
goed bespoten
moeilijk
bast eten,
het
Het bespuiten van
schors.
brengt echter
de
in
de
of
het niet te verwachten dat
is
dan zou men de boomen
vergift bestrijden,
bladeren
Ficus
als
bladknoppen,
gesloten
met
de
bij
tijd
leefden.
het verlaten
den bast geen nadeel ondervinden van
het
op de schors gespoten parijsgroen.
Ook
het
onderneming
plekken
dringt
teren van de
te
binnen.
zien
is,
tapsneden
geeft
niets.
Zooals op bijna elke
dringen de boorders na eenigen
Eenigszins
sterkere
uitwerking
meer door en zou wegens de sterkere
lucht
heeft
tijd
ook de geteerde
karbolineum; het
ook wellicht
te
verkiezen
—
—
de kevers worden er echter evenmin door verhinderd hun eieren
zijn;
de hiermee behandelde stammen
Zoo
bO^
40
plaatste
ik
Het
dianus.
begonnen
jonge
maanden
hout bleef
de
larfjes
een
was
karbolineum
o
stuk
Ficushout,
bestreken,
6 dagen
kevers eieren
te
bij
dat
aan
alle
werden
zijden
goed met
eenige paartjes van Epepeotes meri-
bij
de kevers en, zoodra het droog was,
De
leggen.
eieren
kwamen op
drongen voor een deel reeds zeer vroeg
later
in
leggen.
te
in
tijd
het hout
;
uit;
de
een paar
groote larven gevonden, terwijl de bast geheel
16
opgevreten was.
Karbolineum
verhindert
dus
evenmin
als
parijsgroen
eieren te leggen in den bast, noch werkt het zoo op den bast
etende larven
legd
zijn
is
het als
men karbolineum aanwendt nadat
of de larven reeds uitgekomen.
enkele dagen
bij
wijderd en een
twee weken
later
werd de eene
helft
"/o
karbolineum.
helft
van het stuk met
onbehandeld gelaten.
kreeg toen de volgende resultaten.
Zijde behandeld inet
50
de eieren ge-
Stukken Ficushout werden eerst
eenige paartjes van Bat. albofaseiata gelaten, daarna ver-
tot
karbolineum bestreken, de andere
Ik
om
dat daarvan
omkomen.
anders
Iets
de kevers
in,
Het
is
om
-
41
dus dat 50"'o karbolineum, van buiten aangewend,
blijkt
bast te dooden, 257o
wel
werkzaam middel om
een
dooden.
Het beste
tijdstip
daarvoor
50%
karbolineum
behandelen,
is
heel
wat eieren en jonge larven
te
twee
is
dige
schade
eens
te
Het
larven
de buurt der tap-
Het
aangericht.
goed de behandeling 3 weken
is
na
dadelijk
tappen teren of bestrijken met karbolineum van
liet
geen
heeft
we
zooals
nut,
op dat oogenblik
er
zijn
gezien hebben. Eieren of jonge
de tapsneden gewoonlijk maar zeer
nabij
weinig en de kevers komen na korten
toch lustig eieren leggen.
tijd
Het inbrengen van insecticiden (b.v. zwavelkoolstof)
onder
de
schors,
gelmatige
toch
van
vergroeiing
om
bijsnijden
men op deze
passen, daar
te
wond zou
de
te
den van de gang den boorder zeker
in
het hout
Men moet
de gangen
dan
boorgang
kunnen
het hout
in
pakken
te
krijgt.
men
bij
Alleen wanneer
Maar wanneer de
spuiten.
het
is
het opensnij-
doorgedrongen zou men een scherpe vloeistof
is
is
krijgen, en
vooraf aanwenden van een insecticied onnoodig daar
reeds
de boorgangen
wijze een zeer onre-
krijgen.
weer een glad tapvlak
later
in
hoorders wel wordt toegepast,
andere
tegen
zooals
den Ficus niet toe
bij
nog
later
herhalen.
tapsneden
de
in
hebben de uitgekomen larven nog geen noemenswaar-
zetten en
af te
te
weken na het tappen,
tot drie
dan hebben de kevers gelegenheid gehad hun eieren
sneden
den
in
De lapsneden en
echter reeds minder werkzaam.
is
een strook terweerszijden daarvan met
dus
in staat
een groot aantal van de eieren en van de nog jonge larven
in
larve de
hij
de
gang
naar buiten toe reeds heeft afgesloten met houtknaagsel, dan dringt de vloeikrachtig spuiten toch niet door tot aan de larve.
stof zelfs bij
Zoo spoot
50
gevolg
dat
vloeistoffen
in
ik
3
12 gesloten boorgangen van Epepeotes in Ficushout
in
karbolineum
0/0
door middel
zooals formaline,
het geheel niet door.
dood
larve
kelijk
van
een
dood gingen en 9
larven
dat
Beter
is
nog
het
al
om
auto-oliespuit,
niet
het
met het geringe
minste leden.
Andere
eens wordt aanbevolen, dringen
in
dit geval
te
trachten de larve
met een yzerdraad zooals vroeger reeds vermeld; als de
de gang nog niet heeft afgesloten is dit ai zeer eenvoudig en gemakte
prikken
uit
te
voeren.
Voorzorgsmaatregelen.
We
hebben
bij
bespreken
het
van
methode van
de
het vanghout,
gezien welk een gevaar geveld Ficushout in de tuinen oplevert.
men
Niet alleen de gesnoeide takken, zoo
staan,
ook elke zieke
nog aan
den
boom
hoorders worden, des
Ficus-hout
zelfs
weer
bij
blijft
doode boom,
of
of
reeds afgevallen,
te gevaarlijker
zeer
vochtig
elke
lang
ze lang in den aanplant laat
doode
of stervende tak hetzij
kan spoedig een broeinest van
naarmate men het langer ongemoeid
groen,
overeind
weder en loopen
uit.
gezette
Op
laat.
takken wortelen
deze wijze kunnen de
—
maanden achtereen
kevers
Men meent
zetten.
42
nog gebruiken om hun eieren
hout
dit
—
af
Ie
maanden te ver vergaan
zouden komen, doch dit is volstrekt
dikwijls dat het hout na enkele
nog op
dan
dat
de
onjuist,
het
hout wordt eerder door de hoorders geheel verteerd dan dat
is
het
kevers
er
af
op andere wijze zou vergaan.
Daarom
het van het meeste belang dat al het doode en zieke hout zoo
is
spoedig mogelijk verwijderd en vernietigd wordt. Velt men geheele boomen,
moeten
dan
deze
worden,
ontschorst
onmiddelijk
opdat de kevers geen
eieren zullen leggen, en reeds aanwezige larven dadelijk een prooi
worden
van mieren of andere vijanden.
Dunner hout wordt verbrand
of in
diep of stroomend water geworpen.
Het gesnoeide hout moet op dezelfde wijze behandeld worden
het eerst wil opstellen als vanghout.
Juist
tenzij
men
nu wij de vangtakken-methode
kennen, levert het snoeien van den Ficus niet meer een bezwaar op; snoeit
men
geleidelijk en gebruikt
om
middel
krachtig
men de takken
de boorders tegen
als
vanghout dan
is dit
gaan, maar dan moet
te
mede een
men ook
het hout niet langer laten staan dan vier tot zes weken.
Korte samenvatting van de
7.
1
Houdt
.
Ficus-boomen
de
boorders geringd
Verwijder
te
nemen maatregelen.
op één stam, daar het gevaar door
worden dan zooveel grooter
doode hout
het
niet
te
uit
is.
den aanplant en
laat het
onkruid onder
de boomen niet zoo hoog opschieten, dat men afgevallen takken of omgevallen
boomen vanaf de wegen
Duldt
leven (Zie
tuinen
moesson
uw
Lijst
Een
2.
de
in
afzonderlijke
ploeg arbeiders moet vóór de tappers uitgaan,
van dood hout, de boomen snoeien en
gedeelte
bundels zetten.
boomen waarin de boorders kunnen
der voedsterplanten).
zuiveren
een
moeilijk kan zien.
aanplant geen andere
van
het
in
den West-
gesnoeide hout als vanghout overeind
Al het andere hout, dat hiervoor niet gebruikt wordt,
in
moet
Worden geheele
in diep of stroomend water gegooid.
boomen geveld dan moeten deze onmiddelijk ontschorst en aldus voor boorders onbruikbaar gemaakt worden, tenzij men ze in hun gelieel uit den
verbrand worden of
aanplant verwijderen en vernietigen kan.
Dezelfde ploeg arbeiders of een tweede ploeg moet tegelijkertijd naar
de
kevers zoeken, daar
verontrust worden.
komen
3.
ploeg
er
bij
het snoeien en opruimen van hout vele kevers
Het vangen der kevers
mag nimmer ophouden, ook
al
maar weinige binnen.
Achter
arbeiders
de
die
tappers
de
aan
komt, drie weken na den tap, een vaste
tapwonden en een strook terweerszijden daarvan
behandelt met SO^/q karbolincum, die de larven
uitsnijdt,
de gemaakte won-
—
den
bijsnijdt en
geval
tater,
teert of
moeten
De gevonden
Een
andere
zij
Biiitenzorg, Juni
Na
6 weken,
in
geen
denzelfden tuin terugkeeren.
larven
en wel niet later dan 4
-
met karbolineum insmeert.
in
groep
43
worden eiken dag ingeleverd en
ruimt
tot
dan
het
vangliout
op
en
6 weken nadat het opgesteld
vernietigd.
verbrandt
is.
1913.
K.
W. Dammerman.
het,
.
Literatuur,
8.
1.
1897.
J.
C.
Java
2.
19Ü1.
J.
C.
De
Koningsbeiger.
1.
Mededeeiing
dierlijke
Koningsberger en A Zimmermann.
der Koffiecultunr op Java
3.
1901.
A.
vijanden der Koffieciiltiuir up
'sLands Plantentnin XX.
uit
Zimmermann.
2.
Med.
Over Boktorren
De
dierlijke vijanden
Lands Piantentuin XLIV.
uit 's
Teijsman-
Ficus elastica.
uit
nia XII.
4.
1901.
A.
Zimmermann.
Die Thierisclien und Pflanzlichen Feinde der
Kautscluik und Guttaperchapflanzen.
Buil. de l'lnstitut
Botanique
de Buitenzorg X.
5.
1903.
Zehntner.
L.
Jaarverslag
Proefstation voor cacao.
1902/1903.
Buil. 6
6.
1903.
J.
uit
7.
1903.
's
die door Insecten
1905.
A
Castilioa borer. Agric. Buil. of the Straits and.
1907.
S.H. Koorders en
Ch.
L.
Notes
Bernard.
maladies
de
(Phytopathologie
10.
1907.
Ch.
Over eenige ziekten en plagen.
Zehntner.
de
Cultuurgids
pathologie
aux Indes Néerl.
1908.
12.
1908.
13.
1911.
14.
1911.
Koningsberger.
ten van Java.
pathologie
Buil.
vegetale
III.
Sur quelques
du Dép. de l'Agriculture
Buil.
(Phytopathologie
XII.
Tweede
Med. van
Koningsberger.
quelques
de Hevea
I
).
Notes de
Bernard.
Sur
elastica, et
du Dép. de l'Agriculture aux Indes Néerl. VI
I
maladies des plantes a caoutchouc.
1 1
VII.
végétale
Thea assamica, de Kickxia
brasiliensis. Buil.
III).
overzicht der schadelijke en nuttige insechet Dep. van
Landbouw
Vl.
Short Notes on Economical Entomology.
du Dep. de l'Agriculture aux Indes Néerl. XX. (Zoölogie
W. Roepke.
Med. van
Fed
II.
van Ficus elastica Roxb.
9.
worden veroorzaakt. Med.
Lands Piantentuin LXIV.
Ridley.
Mal. States Vol.
8.
Tabak, Thee en andere
C. Koningsberger. Ziekten van Rijst,
Cultuurgewassen,
Ili).
Overzicht van de op Java bekende Rubberinsecten.
het Alg. Proefstation
W. Roepke. Over den
op Java
te
Salatiga.
III.
7.
huldigen stand van het vraagstuk van de
Cacao-boorders op Java. Med. van het Proefstation Midden-Java
15.
1912.
K.
W. Dammerman. Over de boorders
in
Ficus elastica.
1.
Verslag
van de eerste Verg. van het techisch personeel van de particuliere
Proefstations en van ambtenaren van het Dep. van
Nijverheid en Handel, gehouden
16.
1912.
Sorauer.
Ilandbuch
te
Bandoeng
der Pdanzenkrankheiten.
Landbouw,
(1912).
Bd.
111.
Lief.
24.
PI. I.
papWHTrap
iKm
eclC-Alje ge;
unpi-
PLAAT
1.
Fig.
1.
Batocera albofasciata de G. $ De Panterboktor,
Fig.
2.
Batocera gigas Drap.
Fig.
3.
Epepeotes mcridianus Pasc. ?
Fig.
4.
Dihammus
nat.
d
(klein exemplaar).
nat. gr.
De Groote Ficusboktor
gr.
fistulator
De
Kleine Ficusboktor. nat.
Germ. $ De Pijperboktor,
nat.
Fig.
5.
Epepeotes luscus Fabr. $ De Castilloa-boktor.
Fig.
6.
Pelargoderus bipanctatiis Dalm. $ De Ree-boktor,
Fig.
7.
Olenecamptus bilobus Fabr.
Fig.
8.
Pothync spec. A.
Fig.
9.
Ncopharsalia vagans Kann.
Fig.
\0.
Fig.
11.
cf
d
nat.
a Aclecs birmanus Faust.
nat.
gr.
nat.
gr.
gr.
De Ficus-takboorder.
d
nat.
nat.
gr.
gr.
De Ficus— snuitkever.
vergr.
b Dezelfde van terzijde, nat.
gr.
ö Mecopus bispinosus Web. $
De gedoomde Ficus— snuitkever.
b Dezelfde, nat. gr.
gr.
gr.
vergr.
PLAAT
Fig.
Batoccra ulhofasciata de G.
1.
a Stuk
Ficus-liout met
ei
b Pasgeboren larve van
Fig.
2.
op den grens van bast en hout.
boven, vergr.
10.
c
Volwassen larve van
(/
Pop van
e
Kopborststuk van de larve van boven, vergr. 3
ƒ
Hetzelfde van onder, vergr. 3
terzijde,
terzijde, nat. gr.
nat.
gr.
Ei,
10
vergr.
X-
b Pasgeboren larve van boven, vergr. 10.
c
Volwassen larve van boven,
d Pop van boven, nat
e
./'
nat.
X-
gr.
gr.
Kopborststuk van de larve van boven, vergr. 4
Hetzelfde van onder, vergr.
Epepeotes
3.
Itisciis
4.
4.
Fig.
5.
X-
X-
Fabr.
Kopborststuk van de larve van boven, vergr. 4
Fig.
X-
X-
Epcpeotcs meridianus Pasc.
2.
a
Fig.
X-
X-
Olcnecamptus bilobus Fabr.
Kopborststuk van de larve van boven, vergr. 7
Acices birnianns Faust.
a Larve van terzijde, vergr.
b Larve, nat.
c
gr.
Pop van onder,
vergr. 4
X-
X-
nat. gr.
PI.
r
7
é^
^^S
II.
1
^
£1
~\^
,.
\
\cl.
r
A
^
i
eiiM.Alje get.
jf
^
.
,
i
PLAAT
Fig.
1.
Ficusstam beschadigd door larven van Batocera gigas,
Gangen blootgelegd en
Fig.
2.
4.
',3
nat.
gr.
boorineel verwijderd.
Inwendige beschadiging van een Ficusstam door larven van Batocera albofasciata.
'lat.
V3
gr.
treedt de larve binnen in het hout, verpopt aan het einde
Onderaan
van de gang, waarna de uitkomende kever zich naar buiten boort.
Fig.
3.
waarop
Wijze
'(3
nat.
dicht
Epepeotes-soorten
de
Rondom
gr.
met
gemaakt
het
vraatfiguren
elk
houtsplinters,
ronde
open
Ficusstammen beschadigen.
waar de
gat
valt
vlieggat
larve in het hout dringt,
de schors
af;
boven deze
waardoor de kever
naar
buiten komt.
Fig.
4.
Ficusstam
aangetast
door spechten,
'/s
door Epepeotes-\avven, welke weggepikt
nat gr.
Bij
—>
gedrongen waren, door spechten
De
zijn larven,
welke reeds
in het
zijn
hout
eruit gehaald.
kleine ronde gaatjes in de schors zijn veroorzaakt door schors-
kevertjes (boeboek).
'
PI.
II
-_
,^, \>v..
-•- ,^
f:.i
K
IJ.
K.
W.
Uaiiim.
fut.
+-^
lY
DEPARTEMENT VAN LANDBOUW,
NIJVERHEID EN HANDEL.
MEDEDEEL
I
NGEN
VAN DE
AFDEELING
VOOR
PLANTENZIEKTEN.
I^Jo.
8.
Het Vraagstuk der Fruit-vliegen voor Java.
DOOR
Dr.
K.
W. DAMMERMAN.
BUITENZORG,
DRUKKERU VAN HET DEPARTEMENT.
1914.
G.
Verkrijgbaar WJ
Co. Batavia.
KOLFF &
Prijs
f
0.50.
DEPARTEMENT VAN LANDBOUW,
NIJVERHEID EN HANDEL.
MEDEDEELINGEN
VAN DE
AFDEEUNG
voor
PLANTENZIEKTEN.
No.
8.
Het Vraagstuk der Fruit-vliegen voor Java.
Dr.
K.
W. DAMMERMAN.
MhW
Vw.K.
«AKUËN.
BUITENZORG,
DRUKKERIJ VAN HET DEPARTEMENT.
1914.
INHOUD.
Blz.
1.
Het gevaar
fruitvlieg
van
van
uit
invoer
van de Middellandschezee-
Australië in Nederlandsch Indië.
2.
Australische Fruit- vliegen
3.
Javaansche
4.
Bestrijding
Fruit-vliegen
der ï'ruit-vliegen
1
2
6
9
van de Apdeeling vooe Plantenziekten No.
Mededeelingen
8.
HET GEVAAR VAN INVOER VAN DE MIDDELLANDSCHE - ZEE-FRUITVLIEG VAN UIT AUSTRALIË IN NEDERLANDSCH INDIË.
1.
voortdurend
het
Bij
Nederlandsch-Indië
toenemend
Australië
en
worden van den uitvoer van
het
noodzakelijk
toe
van Java naar Australië wordt
dat wederzijds met het fruit geen
der vruchtenkultuur zijn zeker de fruit-
de Middellandsche-zee-fruitvlieg {Oeratitis capitata) die
een,
er
over bijna de geheele wereld verspreid
Deze
aanbrengt.
komt nu
ropeesch
reeds
fruit
is
en overal enorme schade
die vrijwel alle zachte
vruchten aantast,
sinds jaren in Australië voor,
waar ze met Eu-
soort,
ingevoerd, echter gelukkig nog niet in Neder-
is
Het is vooral tegen deze vlieg dat
schermen moeten. Niet alleen zou de vruchtenkultuur
landsch-Indië.
schade
Oeratitis capitata hier vasten
als
lijden,
andere landen zouden allicht den invoer van
In
uiterst
Niet
het
California,
alleen
is
vruchtenland
alle
dat aanwezig
is
echter
dooden,
bij
uitnemendheid,
is
men.
alle
schepen die
uit zulke landen
drie mijlen buiten de kust alle
aanfruit,
ten behoeve van de passagiers, overboord te gooien.
gebleken
zeewater niet eens
te
maar
Nederlandsch-
invoer van fruit uit landen waar deze vlieg
zijn zelfs verplicht,
Daar
voet kreeg,
fruit uit
de Middellandsche-zee-fruitvlieg binnen te halen.
bezorgd
voorkomt verboden, maar
komen
wij ons be-
hier ernstige
verbieden indien deze fruitvlieg zich hier vestigde.
geheel
Indië
tusschen
allengs van beteekenis
familie der Trypetidae of Trypaneidae, en hieronder
de
vliegen,
is
plaag
grootste
fruit
vruchten ver voer
het
worden ingevoerd.
gevaarlijke insecten
De
te zien,
en
is
dat een verblijf van twee dagen in
in staat is alle
maden
in aangeta.ste
vruchten
wordt door sommigen op nog strengere maatregelen
aangedrongen.
Andere Australische fruitvliegen zijn van minder beteekenis
Badrocera of Bacus tryuni wordt thans voor hetzelfde
insekt gehouden als onze ^. /er/M^rmea, de Mangga-vlieg, die vooral
voor ons.
schade
veel
aan
doet
den
2
-
lombok,
wier
voor het rijpen doet afvallen en rotten.
twee verschillende soorten
gelijk dat het
zaam
toe
te zien,
in
in
nog
Australië
is
zijn,
en
het niet onmoblijft
niet
geldt dit voor onze
voorkomt.
Deze soort
komkommerachtige gewassen, en mochten
B. cucurbüae, die
leeft
voornamelijk
mettertijd van hier
komkommers uitgevoerd worden, dan is
men volkomen maden-vrije vruchten
Teneinde te voorkomen dat Ceiatitis capitata
meloenen
het raad-
dat deze vliegen niet buiten hun gebied ver-
Nog meer
spreid worden.
vruchten deze vlieg
Toch
of
streng toe te zien dat
het zaak
verzendt.
of
andere
fruitvliegen vanuit Australië hier ingevoerd worden, is het noodzakelijk dat de ingevoerde
vruchten vandaar afkomstig aan een strenge
controle worden onderworpen, waarbij alleen fruit dat volkomen
gezond
is
bevonden, wordt toegelaten.
Deze controle is vastgesteld bij de Ordonnantie van 28 Januari 1914 (Staatsblad No. löl).
(Zie verder: De ordonnantie op den invoer van Australisch
fruit
No. O van de Korte gegevens betreffende ziekten en plagen
der cultuurgewassen.)
Teneinde
sprake
tralische
belang
de
venschillende fruitvliegen,
waarvan
hier boven
leeren kennen, volgt hier een beschrijving der Aus-
te
is,
dan
en
der Javaansche fruitvliegen, die voor ons van
zijn.
AUSTRALISCHE FRUITVLIEGEN.
2.
CERATITIS CAPITATA
De
Wikd.
Middellandsche-zee-fruitvlieg.
(The Mediterranean Fruit-Fly).
Dit
KS2'.)
al
maar
zij
de meest beruchte van
is
bekend
is
als
de grootste
alle
fruitvliegen;
zij
is
vanaf
plaag der sinaasappel-kultuur,
langzamerhand gevaarlijk geworden voor bijna
alle
zachte vruchten en heeft zich, waarschijnlijk vanuit Spanje, over
bijna de geheele wereld
verbreid.
Beschrijving.
Lengte
voorhoofd
4—5
een
nnri.
geel, oogen donker, boven op het
met twee krachtige zwarte borstels,
Kop
zwarte; \iU-k
PLAAT
Dk Middellandsche Zee- Fuüitvlieg
I.
(Cekatitis capitata).
\
.,^^'c^
Fig.
1.
Fig.
2.
1.
Cehatitis
2.
FhuitvliE(;e.\ op sixaa^appkl. Nat.
cAi'iTATA.
VergT. (naar Frü^'gall.
gi".
l.s'.iui.
(naar (iuniL'\-
l'.»!;
3
thorax
bovenzijde
geel,
aardige
(PI.
zwart met een eigen-
glanzend
echter
teelvening
grijze
fig.
1
met twee
Schildje zwart
1)
paar zeer lange zwarte borstels.
Achterlijf geelbruin, de ringen zwart gerand, op de voorste
twee
helft
De
en
tuur
zijn;
dwarsbanden.
grijze
vleugels
(PI.
bezitten
Il
Het mannetje
De pooten
zwart omzoomd
die
De
twee
fig.
zijn
(ï)
alle
bij
van
fruitvliegen
de volwassen larve hoogstens
De kop
bezit een paar
aan weerszijden
zijn
1
De
De
lengte bedraagt
cM.
gebogen zwarte kaken. Achter de kop
ademhalingsopeningen
door middel van trachëen of lucht-buizen
met de
voorkomen
hetzelfd*.'
en vertoonen het gewone type van een vlieglarve.
toegespitst, het uiteinde echter stomp.
is
platte ruitvormige
stoeltjes.
larven.
Deze
(PI. II
zijn geel.
bezit op het voorhoofd
aanhangsels op zeer dunne
bij
dwarsbanden
overal verspreid tusschen de nerven staan donkere vlekken
en zwarte blokjes.
kop
vertoonen een eigenaardige nerva-
1)
fig.
geelbruine
achterste ademhalingsopeningen
(PI.
(b) in
11
Deze
(c).
6
fig
bij a),
die
verbinding staan
zijn
de ver-
bij
schillende soorten van fruitvliegen eenigszins verschillend gerang-
Zie tektstfiguur.
schikt.
Bij
Ceratitis capitata
is
de afstand tusschen de twee voorste
<=::d^^
Ceratitis
capitata
Wiuii.
openingen anderhalf maal de lengte van
iedere
opening
cera ferrnginea
op
is
zichzelf,
bij
Bactro-
die afstand slechts iets
meer dan de lengte van elke opening,
bij
Rioxü musac vormen de lijnen die
de binnenhoeken der buitenste openingen met elkaar verbinden
een trapezium en geen rechthoek zooalsbij de twee genoemde soorten.
Rioxa musae Frogg.
Ook de kaken
maar
in
het
verschillen iets in
algemeen
kan
vorm
bij
men zonder goed
deze drie soorten,
vergelijkingsraa-
de
teriaal
larven
verschillende soorten moeilijk van elkaai-
der
opkweeken der volwassen vliegen is een
betrouwbaarder middel om te weten welke soort men voor zich
Het
onderscheiden.
heeft.
Leefwijze.
De levensgeschiedenis van
vliegen
is
Het
Ceratitis en
van andei'e
die
fruit-
als volgt.
met haar legboor door de
wijfje steekt
schil der
vruchten
heen en maakt onder den schil een kleine eikamer waarin 5 tot
Spoedig wordt de plek zacht waar
15 eieren afgezet worden.
vrucht
de
is
aangestoken, en
bij
druk verschijnt
uit een kleine
opening een vochtdruppel; later kleurt de plek zich bruin.
Na
gangen
2
in
—3
eieren
hebben de gewoonte om
De larven
vruchten
komen de
dagen
De larven boren
uit.
het vruchtvleesch waarbij dit spoedig gaat rotten.
weg
te springen, ze
krommen
bij
het openen van de
daartoe beide lichaams-
uiteinden tezamen en vestigen de kaken in een holte juist onder
anus, door vervolgens het lichaam te spannen en de kaken
den
plotseling terug te trekken
Gewoonlijk
de
vallen
larven volwassen
zijn,
kunnen ze een eind weegs ver springen.
vruchten
af
tegen
den
tijd
dat de
deze boren zich dan naar buiten, kruipen
bodem en verpoppen daar op een afstand van 2 — 5 cM
oppervlakte.
Soms verpoppen ze zich echter ook in
De pop is een eenvoudig rond tonde verdrogende vruchten.
den
in
onder
de
netje,
dat van voren openspringt als de vlieg naar buiten komt.
De poptoestand
duurt 7 tot 14 dagen, de geheele ontwikkeling
neemt ongeveer een maand
in beslag. De vliegen
kunnen eveneens bij aanwezigheid van voedsel een maand lang
leven, sommige soorten zijn echter 9 weken in het leven geHet eierleggen vindt reeds plaats als de wijfjes 4 dagen
houden.
oud zijn.
van
ei
tot vlieg
Voedsterplanten.
Alle
is
vruchten op
eigenlijk onnoodig;
nieuwe vruchtsoorten
vruchten
Jiet
aangetast,
vliegwijfje
to
in
bij
noemen waarin
worden
elk land
ontdekt.
waarvan de
met haar
Ceratitis capitata leeft,
er telkens
In het algemeen
schil zacht
leghoui' (lunrbuoi'd
te
genoeg
weereenige
worden
is
kunnen
om
alle
door
woi'dcn.
Het
meest berucht
deze
is
van
verder
Citrus-Aoovten,
fruitvlieg
(tbrikozen,
als
vijand van alle
druiven, peren, per-
appels,
pruimen en vijgen.
Voor ons is het verder van belang dat deze vlieg ook gevonden is in ananas, advocaten, pisang, kaki's of dadelpruimen
ziken,
(Diospyros), djamboes [Eugenia],
koffiehesscn, mangga's,
Passifl.ora-
vruchten, papaya's, spaansche-peper en tomaten.
Verspreiding.
Het oorsprongsland
van
Vandaaruit
capitata
Geratitis
rondom de Middellandsche
het gebied
is
heeft de soort zich verbreid over bijna alle tro-
pische en subtropische landen.
Bij
Parijs
is
de vlieg nu en dan
opgetreden maar noordelijker komt ze niet voor
in
Afrika
Z.
van
oostkust
men
acht
Zeker
is
ontdekt
werd de
is
soort
Bermuda en
.Jamaica.
en wel met de Europeesche vruchtenkul-
ingevoerd,
werd
Australië en op Hawaii.
Middellandsche
de
te Gaildford
Evenals
(Lit. 9).
ook ingevoerd aan den
fruitvlieg
ze aangetroffen.
Ccratitis capitata in
1897
In
deze
tropisch Z. Amerika, en op
Ook op de Azoren
tuur.
waarschijnlijk
zee.
Perth
bij
gevonden
New
in
W.
in
het
zee-fruitvlieg
Australië. Korten
South Wales, en ook
tijd
in
eerst
later
Queens-
land en Victoiia.
De
Staten,
het ergst te lijden hebben van deze plaag,
die
West-Australië en
zijn
New
South Wales.
RIOXA (TRYPETA) MUSAE
(The Island
Deze fruitvlieg
en
is
is
van minder beteekenis dan de voorafgaande
nu toe alleen
tot
FroCxG.
Fruit-Fly).
Australië en op de
in
Nieuw Hybriden
aangetroffen.
Het volwassen insekt
fraai
geteekende
vleugels
is
heikennen aandegroote
dadelijk te
(PI.
II.
fig.
Het lichaam
2).
is
geel,
de punt van het achterlijf zwart, het schildje draagt twee burstels.
De larve is donkerder gekleurd dan die der andere fruitvliegen,
de achterste ademhalingsopeningen
Het
is
beschadigd
niet
of
soort gevonden
aangestoken
m
zijn
afgebeeld op
t)lz.
o.
onwaarschijnlijk dat Rio.ra musae slechts reeds
fruit aantast,
die vruchten
aangestoken worden.
in
hoofdzaak wordt de
welke ook door
Geratitis capitata
De
derde, economisch belangrijke Australische soort
niem gehouden met D.
is
Bac-
maar deze wordt thans voor syno-
irocera (Dacus) trijoni Frogg.,
ferriiginea Fabr.
waarover hieronder nader.
JAVAANSCHE FRUITVLIEGEN.
3.
BACTROCEK A FER
1!
UGIN EA
Fabr.
De Mangga-vlieg.
(The Mango-Fruit Fly).
Dit
meest
de
is
mangga's ook
halve
schadelijke fruit- vlieg op Java, welke be-
allerlei
andere vruchten aantast en ook zeer
kan optreden in den spaansche peper of lombok.
Koningsberger (Lit. 13) heeft vroeger fruitvliegen uit lombok
beschreven en vermoedde dat dit Dacus caudatus Fabr. was; daar
echter alle door mij uit lombok verkregen fruitvliegen ferrtiginea's
verwoestend
waren,
•den
en
naam
in
het
Museum
te
Buitenzorg geen fruitvliegen onder
caudatus aanw'ezig waren,
van caudatus
Ook de
meen
ik
dat het voorkomen
spaansche peper nog niet vaststaat.
in
1897
in
door Koxingsberger
(Lit
12) beschreven
Bactrocera conformis Dol. uit koffiebessen blijkt volgens nieuwere
onderzoekingen sjmoniem
te zijn
met B.
ferruginea.
Beschrijving.
Deze soort is zeer variabel in kleur; de grondkleur der thorax
kan zwart zijn maar ook rossig, het achterlijf bruin totgeelrood.
De lengte bedraagt 5 tot 71/2 mm.
De kop is roodbruin, de oogen zijn zwart, op het voorhoofd
staan boven de monddeelen twee zwarte ronde vlekjes. De thorax
bezit
gele
schouders en
een gele overlangsche plek boven voor
en achter elke vleugelbasis.
Het schildje is eveneens
geel
en
eenigszins opgericht, en
bezit één paar naar achter gerichte bortels.
Het achterlijf bezit drie zwarte dwarsbanden, vanaf het midden
van den laatsten band loopt een zwarte streep in de lengterichting
over de tweede helft van het achterlijf.
De vleugels zijn doorschijnend (PI. H fig. 4); twee derden
van den voorrand is donker getint, evenzoo de anaalcel.
De pooten
zijn
lichtgeel, alleen de
schenen
zijn
bij
het wijfje
donker.
Er
wordt
nog een
var.
mangiferae Cot onderscheiden, die
s
van
lichter
kleur
en
is
bij
welke het
achterlijf smaller is
borststuk; de geheele voorrand vau den vleugel
is
dan het
donker
getint.
houdt deze variëteit voor pas uitgekomen ferruginea's maar de ferraginea's, die ik opkweekte zoowel uit raanggaals
uit lombok, kwamen reeds dadelijk overeen met de volwassen ouders.
Bezzi
(Lit.
De Bacus
Fruit
Fly)
mangiferae;
welwillend
tryoni (PI. II flg 3) van Froggatt (The Queensland
houdt Bezzi
voor
exemplaren
uit
komen
afstond,
maar
ferruginea,
van
2)
synoniem
var.
Wales, die Mr. Froggatt ons
echter
meer overeen met de echte
licht getint,
zijn
met B. ferruginea
S.
N.
ook loopt nog over het midden
thorax gewoonlijk een gele streep, maar deze kan ook
den
ontbreken.
Leefwijze.
Deze komt geheel overeen met die der andere fruitvliegen.
kweekte uit een enkele vuistgroote mangga eens meer dan
dertig nakomelingen van een enkel wijfje; de eerste vlieg verscheen reeds na drie weken, de groote massa echter na een maand.
Ik
KoningsberctEe vond tot 10 larven toe in één enkele
,hes
koffie-
12).
(Lit.
Voedsterplanten.
In
en
de
lombok,
eerste
maar
plaats
zij
tast
is
ook
ferruginea schadelijk voor mangga'
tal
van andere vruchten aan, zooals
reeds vermeld ook koffiehesstn, verder saoe manilla (Achras sapota)
,en
djamboe (Eugenia).
In
vruchten
van de familie der Cucurbitaceen schijnt deze
soort niet of zelden voor te komen.
In
Australië
maar ook
leeft
in allerlei
tryoni vooral in Citrus-soovten en pisang,
andere vruchten waaronder tomaten en perziken.
Verspreiding.
De soort komt voor
en de Philippijnen
(Lit.
in Indië,
11),
verder
Ceylon, de Indische Archipel
in
indien althans tryoni geen echte soort
Queensland en N.S. Wales,
is.
BACTROCERA CUCURBITAE
CoQ.
De Komkommervlieg.
(The Melon or Bitter Gourd-Fruit
Fly).
Deze vlieg bepaalt zich tot een andere groep van vruchten
dan de vorige soort, is namelijk zeer schadelijk voor alle Cucurbitacëen-vruchten.
.
-
-
8
beteekenis voor Java werd deze soort nog niet
maar men kan ze tooh dikwijls in k(jmkommerachtige
van
Als
vermeld,
vruchten hier vinden.
Besch'ijviny.
B.
in 't algemeen iets grooter dan de vorige
is
kop is geel, de oogen zijn donker, boven de monddeelen
twee ronde zwarte vlekken, de thorax is lichtbruin met
cucurhit'ie
soort, de
staan
gele vlekken als
ferruginea, alleen zijn deze vlekken begeleid
bij
van zwarte strepen; ook op het midden van don thorax bevindt
zich een gele streep, omlijnd met zwart.
Het schildje
geel
is
met
één paar borstels,
donkere dwarsbanden op de voorste
over het midden van de achterste helft.
drie
het achterlijf
met
en een langstreep
helft
De vleugels (PI. Il fig. 5) zijn doorschijnend, twee-derde van den
is donker gekleurd met een donkere vlek aan het uiteinde.
Anaalcel eveneens donker, achterste dwarsader breed met zwart
omzoomd, voorste dwarsader met slechts weinig zwart.
voorrand
Leefwijze.
De
ze
ook
vlieg zet haar eieren
de
op de vruchten
worden uitgevreten en dan wegrotten.
in
af,
maar soms steekt
stengels aan, die door de zich ontwikkelende larven
r)e
larven verpoppen zich
den grond.
Voedsterplaten
Het
zijn,
als gezegd,
voornamelijk de Cucurbitaceen, die van
deze vlieg te lijden hebben: meloenen, komkommers, watermeloenen,
kolokwinten (Citrullus); ook kweekte ik ze uit parija's {Momordica).
Verder
komt
ze
nog voor
in
tomaten en snijboonen,
in
rijpe
mangga's en papaya's.
Verspreiding.
Zeer algemeen
Op Hawaii
Indië, Ceylon, en .Java.
in
is
de
1897 en aldaar de volgende jaren tot een groote
plaag geworden voor de meloenkweekers (Lit. -5).
soort ingevoerd in
BACTROCERA CAUDATA
Deze
mogelijk
reeds
ook
in
zeer
tal
lang
van
.lava
Fabk.
bekende
soort,
kumt
hier
van viiiditen voor en kan wellicht nu en
dan schadelijk optreden.
De
vlieg
gelijkt o]i B. cucurhitue
maai"
te onder-
dadelijlv
is
scheiden aan de twrc paar borstels op het schildje, ook de vleugels
gelijken zeer op die van cucurbikie, maar de donkere omzooming
van de achterste
warsader ontbreekt.
d
Verspreid over Indië, Ceylon, Java en Porraosa.
BESTRIJDING DER FRUITVLIEGEN.
4.
Een afdoende bestrijding van deze ernstige plaag
eigenlijk
is
nog niet gevonden.
Het beste middel
onder
genheid hebben
nog,
is
boomen weg
de
den grond
in
het geïnfecteerde fruit dagelijks
al
te zoeken,
zoodat de larven weinig gele-
kruipen
te
om
te
verpoppen.
Wan-
de nabijheid boomen staan, in wiei- vruchten de fruitvlieg
neei' in
ook leeft, dan moeten ook hiervan de afgevallen vruchten verzameld worden.
Minstens eens in de week worden de verzamelde vruchten
verbrand of gedurende
De
vruchten
vijftien
begraven
te
een voet diep begraven waren,
vliegen
kwamen
Ook
het water werpen
45
in
uur
in
is
niet aan te raden;
kwamen nog
uit
poppen
die
en de volwassen
gemakkelijk aan de oppervlakte van den bodem.
is
niet afdoende, zelfs uit vruchten die
zeewater hadden gelegen, ontwikkelden zich nog de
evenzoo
insekten,
minuten inkokend water gehouden.
uit
vruchten
die
waren
met cyaandampen
behandeld.
Ook na een
verblijf
de larven nog en
Wanneer het
worden
tegen
papieren
of
Ie
van 3 weken
fijne
vrieskamer verpopten
6).
vruchten betreft, kunnen deze beschermd
fruitvliegen
linnen
in de
veerden vliegen op. (Lit.
door ze dadelijk na de bestuiving
zakjes te sluiten.
Op Hawaii
doet
men
in
dit
met de meloenen.
In Zuid-Afrika heeft
ken met gaasdoek maar
men
dit
getracht geheele
middel
is
boomen
te
bedek-
veel te kostbaar gebleken:
waar insekten de bestuiving der bloesems bezorgen,
is
zulk een
afsluiten natuurlijk ook niet aan te laden.
Grondbewerking is ook nuttig, hierdoor komen de poppen
aan de oppervlakte waar ze of uitdrogen of door vogels of andere
dieren
worden weggehaald.
Wanneer men den grond rondom de boomen gedurende eenigen
tijd
10
-
onder water kan zetten, verstikken de aanwezige poppen of
kunnen ook tal van uitkomende vliegen zich niet naar
werken als de bodem door langdurige regens dichtslaat.
Tegen de volwassen vliegen is weinig uit te richten. Toen
larven; zoo
buiten
in
West-Australië ontdekt wp.rd, dat Ceratitis capitata op 'petroleum
afkwam, heeft men zeer veel ophef daarvan gemaakt, maar later
werd ontdekt, dat alleen mannetjes erdoor gelokt werden, men
kreeg hiermede slechts 0.3Vo wijfjes.
Hetzelfde geldt voor citronella-olie, waarmee
men
Bactrocera
kan lokken; uok hiermede vangt
men alleen mannetjes; het lokmiddel komt overeen met de geur
ferruginea
die
de
en
zonata
wijfjes
zouden rieken
Een
verspreiden,
iLit.
ander
heeft
die
inderdaad
naar
citronella-olie
17).
middel
bestaat hierin, dat
Berlese
(persicae)
om
men een
in
Italië
de
volwassen vliegen
vergiftigd lokaas op de
te
verdelgen
boomen
het volgend mengsel tegen de
vlieg aanbevolen:
Melasse
spuit,
olijf-
PLAAT
IL
Pig.
6.
vebgb. Obig.
Rio.ra nmsae Frogg. vergr. en nat. gr (naar Froggatt. 1899).^
Bactrocera ferriiginea trijoni Frogg. vergk. en nat. gr. (naar Iroggatt.
Vleugel van Bactr. ferniginta. vergr. ohig.
Vleugel van Hacir. cucurbitae. verge. orig.
Laeve van Ceratitis capitata. vergr. (naar Gurney 1912.)
Vleugel van
Ceratitis capitata.
te
hangen
bereid
vanaf
door
den
deel
1
-
11
boom bloeit. De lijm wordt
verwarmen en daarin op te
dat de
tijd
castorolie
te
lossen 21/2 deel fijngepoederde hars.
Wat
de
parasieten der fruitvliegen betreft hierover
te doen geweest, het rapport van Proggatt, den
is
veel
Entomoloog van
New
South Wales, geeft daarover leerzame bijzonderheden.
Er gingen verhalen rond, dat in Brazilië de fruitvliegen
volkomen in bedwang werden gehouden door een klein kort
schildkevertje (Staphylinide).
Uit West-Australië werden herhaalondernomen naar Bahia om den kostbaren vijand
Evenzoo gingen entomologen uit Z. Afrika naar dat land
te halen.
van belofte. Maar zij werden zeer teleurgesteld. Niet alleen
trad daar de fruitvlieg nog erger op dan in de Kaap, maar van
den beroemden kever konden zij er zelfs niet één machtig worden.
Naar West-Australië heeft men dezen vijand wel levend
kunnen overbrengen, maar hij is nooit buiten het insectarium
van den entomoloog gezien. Toch werd beweerd dat men thans
Zoowel officieel als in
de fruitvlieg had weten te bedwingen.
de dagbladen werd gepocht over het succes dat men nu bereikt
had, maar men heeft er thans nog evenveel last van den
delijk
reizen
fruitvlieg als vroeger.
wespen
Parasitaire
ook
zijn
in
alle
landen
aangetroffen,
maar ontwikkelen zich bijna uitsluitend uit kleine vruchten;
waar toch de fruitvlieg-larven diep in het vruchtvleesch kunnen doordringen
In
ze onbereikbaar voor den legboor van het wespje.
zijn
New
Queensland
South
fruit-tly
Braconide {Opius
Wales
is
door G-urney een parasiet van de
(Bactrocera
ferruginea-tryonï) gevonden, een
tryoni Cam.) die ook Geratitis-\^\-\ex\ aansteekt,
maar van groote beteekenis
is
wespje nog
dit
niet.
We zien dus,
dat er voorloopig weinig anders tegen de fruitvliegen te doen
is,
dan het aangetaste fruit zoo spoedig mogelijk te vernietigen.
Tenslotte
fruitvlieg
een
zij
nog
opgemerkt,
belangrijke
rol
dat in
speelt,
alle landen,
wetten
waar de
bestaan,
die
bestrijding der fruitvliegen verplichtend stellen; hoofdzakelijk wordt
gelet op het schoonhouden der tuinen en het geregeld vernie-
tigen van al het aangetaste fruit.
3 5185 00288 9671
Download