Stanze di Raffaello

advertisement
http://www.dbnl.org
Stanze di Raffaello
De vier Stanze di Raffaello in het Apostolisch Paleis in het Vaticaan zijn vier kamers in het publieke gedeelte van het
paleis, die bekend zijn geworden door de fresco’s van Rafaël Santi en zijn assistenten/leerlingen. De opdracht voor
de decoratie van deze kamers werd rond 1508 gegeven aan de kunstenaar door paus Julius II. Hiermee wilde Julius
II de pauselijke vertrekken van zijn voorganger paus Alexander VI qua grandeur overtreffen. In 1531 was het hele
project voltooid.
Rafaël Santi’s eerste fresco, de School van Athene, liet een grote indruk na bij paus Julius II, die daarop besloot de
kunstenaar de supervisie te geven over alle decoraties. Op 4 oktober 1509 werd hij benoemd tot ‘’scriptor
brevium’’, wat garant stond voor een jaargeld maar hem tevens tot pauselijk hoveling maakte.
Het werk Brand in Brogo is een werk dat in de eetkamer te zien is. De Kamer was oorspronkelijk bedoeld voor de
rechtspraak, maar werd door paus Leo X gebruikt als eetkamer. 1
1
wikipedia
Pre-Iconografische beschrijving
Links
Op de achtergrond de brand die in alle hevigheid woedt. Een oude
man wordt door een schaars geklede man naar buiten gedragen.
Hiernaast een evenzo schaars geklede jongen. Daarachter een loopt
een vrouw die een aantal kleden draagt. Een naakte man die van
een muur af lijkt te klimmen
en daarboven een naakte vrouw die
een kind gewikkeld in een kleed naar beneden aangeeft. Een man
reikt uit om het kind te pakken Midden
De man die in het raam staat en zijn arm naar boven heft. Onder
zijn raam staat op de uur te lezen LEO.PP.IIII.
Onder deze man zie
je op de begane grond smekende mensen die naar hem op kijken en
met hun armen naar boven reiken. Voor de rest een redelijk leeg
plein. Op de voorgrond vier vrouwen en vier kinderen. Eén van de
vrouwen gekleed in goudkleurige kleding en een met blauw en
rood. Van de kinderen is er één gekleed en drie ongekleed. De
vrouw in goudkleurige kleding zit op haar knieën en heft haar beide
handen op richting de man in het raam. De vrouw in rood-blauw
kleding heeft een kind over haar schoot en kijkt naar de man die de
oude man draagt. De derde vrouw draagt kleden over haar linker
arm en met haar rechter arm lijkt ze aanwijzingen te geven naar de
twee naakte kinderen die voor haar staan. Beide kinderen kijken
naar haar om. De vierde vrouw kijkt naar wat er op het plein
gebeurd samen met het vierde kind. Het kind wijst naar de man in
het raam.
Rechts Een vrouw in het wit pakt schalen en vazen aan. Er staat ook een
vrouw met een grote vaas op haar hoofd en een vaas in haar hand
in een redelijk passieve houding, ze stapt van een soort platform. De
vrouw in het wit lijkt wel naar haar te roepen. De vrouw in het wit pakt zonder te kijken de schaal
en vaas aan terwijl de man die ze aangeeft ook niet kijkt naar deze handeling. Deze zelfde man en
een man met een baard kijken de zelfde kant op naar het vuur. Het thema van deze kamer was het leven van de pausen Leo III en Leo IV. Het grootste deel van de fresco’s werd
uitgevoerd door de assistenten van Rafaël. De vier fresco’s in de kamer zijn2:




De Eed van Leo III: Paus Leo III legt op eigen initiatief een eed van verlossing af, nadat hij door de neven
van zijn voorganger Adrianus I beschuldigd was van wangedrag.
De kroning van Karel de Grote: 25 december 800
Brand in Borgo: Een brand die uitbrak in het district Borgo wordt bedwongen door de zegening van paus
Leo IV (847)
De Slag bij Ostia: De gewonnen zeeslag door paus Leo IV, waarbij de Saracenen verslagen werden (849) De fresco’s zijn alle vervaardigd rondom een bepaald thema, waarbij de macht van de kerk en de rol van de paus in
het verkrijgen van die macht centraal staan.
2
De stanze van Rafaël in Vaticaanstad, Roberto Salvini
Iconografische beschrijving
Borgo is een deel in Rome en vlakbij de Sint Pieters Basiliek ontstond een brand
in 847. Volgens Liber Pontificalis wist Paus Leo IV deze brand te blussen met
alleen maar zijn zegen. Zo kon de Basiliek niet in vuur opgaan en bleven de
mensen in leven.
Het linkse tafereel waar de man de oude man draagt dan ziet u de vergelijking
met Aeneas. In de Griekse mythologie draagt Aeneas zijn vader weg bij de
brand in Troje. Eigenlijk wordt dit dus gebruikt als metafoor. Volgens de
mythologie zullen de nakomelingen van Aeneas de stad Rome stichten. Aeneas
was een mythologische Trojaanse held. Aeneas is de zoon van de godin
Aphrodite (Venus in de Romeinse mythologie) en een sterfelijke man. De
vrouwen voor zijn mogelijk Helleense vrouwen die amforen die het beeld van Troje versterken. 3
Aangekomen in Italië waren de problemen en avonturen nog niet voorbij. In Cumae, in de buurt van Napels, gingen
Aeneas en zijn vrienden aan land om daar de Sibylle van Cumae, de priesteres van Apollo, te raadplegen. Samen
met haar daalde Aeneas af in de onderwereld om daar zijn inmiddels overleden vader Anchises om raad te vragen.
Die bevestigde dat Aeneas in Italië de grondslag moest leggen voor een rijk met een grootse toekomst, het latere
Romeinse rijk.
Aeneas was één van de Trojaanse helden. Troje was een stad in het noordwesten van het huidige Turkije, vlakbij de
Bosporus. Rond 1100 v.C. werd dit Troje aangevallen en belegerd door de Grieken. Tien lange jaren had de strijd
geduurd, toen eindelijk door de list met het houten paard (Odysseus) Troje ingenomen
worden. De Trojaanse helden – ook Aeneas - verweerden zich dapper tegen de Grieken,
maar dreigden toch het onderspit te delven. De halve stad stond al in brand, vele
Trojaanse mannen hadden al de dood gevonden. Aeneas hield nog dapper stand. Opeens,
middenin de strijd verscheen aan hem zijn moeder, Venus, onzichtbaar voor de anderen.
Zij zei tegen hem: ‘Zoon, verlaat het brandende Troje, denk aan je zoon en je oude vader,
neem hen mee en sticht elders een nieuw Troje’. Aeneas wilde niet. Een held vlucht niet.
Dat is laf. Maar Venus bleef aandringen.
Uiteindelijk zwicht Aeneas, ook een held moet de goden gehoorzamen. Hij zoekt zijn
manschappen die nog leven bij elkaar, neemt zijn vader op de schouders, zijn zoontje Iulus
bij de hand en gaat zo met z’n allen naar de kust en aan boord van enkele schepen. Met
onbekende bestemming steken ze van wal. De goden zullen uiteindelijk wel laten merken,
waar hij de nieuwe stad moet stichten.
Na de inname van Troje vluchtte Aeneas met zijn familie weg uit de brandende stad. Hij
droeg zijn vader Anchises op zijn rug en hield zijn zoontje Askanios aan de hand. Zijn
vrouw Kreousa raakte hij echter in de chaos van de verwoeste stad kwijt. Samen met zijn
vader, zoontje en een groep vrienden begon hij een lange zeereis naar Italië. Er was hem
namelijk voorspeld dat hij koning van de Trojanen zou worden en dat hij een stad zou
stichten in Italië. De 'laren' en de 'penaten', de stadsgoden van Troje, had hij ook weten te
redden en die nam hij met zich mee.4
3
4
De stanze van Rafaël in Vaticaanstad, Roberto Salvini
www.wiebekoo.nl
Iconografische interpretatie
De Brand in de Borgo verwijst naar een episode uit het pausschap van Leo IV (847-855). Met opmerkelijke
archeologische nauwgezetheid heeft Rafaël de façade, het poortgebouw en gebouwen op het Sint Pietersplein in
zijn fresco gereconstrueerd.
Op de voorgrond schilderde hij, net als op de eerste twee fresco's in de audiëntiezaal, de hulpbehoevende
vrouwen en kinderen die de pausen presenteerden als rechtvaardiging van hun staatsgezag; met de allegorieën*
van overdaad en liefdadigheid vormen ze het nooit ontkiemde zaad voor een moderne iconografie van de
verzorgingsstaat. De zorg voor hulpbehoevenden speelde een grote rol in eigentijdse teksten waarin de
belastingheffing en de bestedingen daarvan werden gelegitimeerd.
Het blussen van de brand symboliseerde het beëindigen van schisma ** en oorlog. Extinctie was in dit verband een
gangbare metafoor. De vlammen in de stad zijn een uitwerking van het vuur op het land, zoals dat op de Verdrijving
van Attila was geschilderd. Deze pauselijke staatssymboliek brengt motieven in herinnering die eerder in het
stadhuis van Siena waren uitgebeeld: de stad in verval, het land in vuur en vlam en de verzaakte zorg voor
hulpbehoevenden door gezagsverlies van het centrale bestuur. De verwijzingen naar de actuele politiek en de
pauselijke doelstellingen op korte termijn werden op dit fresco slechts in geringe mate door portretten benadrukt.
Eigentijdse personen bleven beperkt tot het gezelschap in de loggia met links van de paus opnieuw de generaal van
de Heilige Liga. 5
*) Een allegorie is in de beeldende kunst een symbolische voorstelling waarbij een idee of abstract begrip (bijvoorbeeld deugden en ondeugden)
wordt verbeeld door één of meer personificaties, personen en concrete zaken.
**) Opsplitsing in twee of meer groepen van een kerkgenootschap of andere organisatie als gevolg van onenigheid tussen die groepen
Paus Julius II
De meest kostbare onderneming was de afbraak van de oude Sint Pieter en de bouw van een nog grotere kerk.
Daarvoor werden ontwerpen gemaakt door Bramante, Rafaël en Michelangelo. De kern van de nieuwe Sint Pieter
zou niet meer het graf van Petrus zijn, maar een vrijstaand monument van Christus' plaatsbekleder op aarde, Julius
ii (1503-1513). De Sint Pieter werd naast martelaarsgraf, pelgrimsoord en bisschopskerk in de zestiende eeuw
primair pauselijk gezag symbool. Door architectuur en inrichting werd de nadruk verschoven van de eerste bisschop
naar zijn zestiende-eeuwse opvolgers die zich als staatslieden ontwikkelden. Van liturgisch doelmatig kerkgebouw
werd de Sint Pieter tot pauselijk staatsmonument.
De pauselijke opdrachtverlening hing direct samen met de vorming van de Kerkelijke Staat, zoals deze in het begin
van de zestiende eeuw zijn beslag kreeg als resultaat van op korte termijn grillig verlopende ontwikkelingen in
allianties en oorlogen. Sinds de twaalfde eeuw wisten de pausen een centraal gezag te vestigen; zij handhaafden
hun kerkelijk gezag en verwierven daarbij een groeiende territoriale macht. De pauselijke invloed breidde zich
vanuit Rome uit naar het noorden, maar werd in de veertiende eeuw aangetast door de vestiging van de pausen in
Avignon en schisma's binnen de kerk. In de vijftiende eeuw werd het pauselijk gezag bedreigd door algemene
concilies waarop de vorsten buiten Italië een groeiende invloed lieten gelden, maar de territoriale macht in Italië
zelf werd versterkt.
De staatsvorming vanuit Rome bereikte onder Julius II een beslissende fase, ook omdat de centralisatie de paus in
conflict bracht met de heersers over andere, evenzeer groeiende staten, in het bijzonder Frankrijk waar zich
vergelijkbare processen van staats- en hofvorming hadden voorgedaan. De conflicten waarin Julius als staatsman
verzeild raakte, lieten zijn positie als bisschop van Rome en leider van de christelijke kerk niet onberoerd. Hij
ontplooide zich als een gewiekst diplomaat, bekwaam strateeg en gevreesd legerleider, maar moest dit bekopen
met toenemende kritiek op zijn aanspraken inzake het kerkelijk leiderschap. Binnen de christelijke kerk gingen
nationale kerkgemeenschappen zich onafhankelijker opstellen tegenover het pauselijk gezag terwijl ze meer
5
Bram Kempers, Kunst, macht en mecenaat
gebonden raakten aan de staten waarin ze gevestigd waren. De rechten op enige zelfstandigheid van de Franse
kerk waren geregeld in de ‘Pragmatieke Sanctie’ die in de zestiende eeuw onder een andere naam werd
bekrachtigd. Inzet van strijd was telkens enerzijds het benoemingsrecht van bisschoppen en abten, anderzijds de
zeggenschap over kerkelijke belastingen. In Engeland leidde deze strijd tot de vorming van de Anglicaanse kerk die
sterker aan de koning van Engeland dan aan de paus van Rome was gebonden. In veel Rijnlandse en Nederlandse
steden resulteerden conflicten over de verdeling van kerkelijke bevoegdheden in de vorming van protestantse
kerkgemeenschappen die zich nog sterker en met meer theologische argumenten losmaakten van het pauselijk
gezag. In Italië hadden deze ontwikkelingen in nationalisatie van de kerk daarentegen een toename van de
pauselijke macht tot gevolg, zowel in de kerkelijke organisaties als in het gebied van Midden-Italië. Deze
machtspositie werd op den duur gedoogd door de vorsten die elkaar de invloed in Italië betwistten en mede
daardoor onvoldoende in staat waren deze voor langere tijd op te eisen.
Binnen dit op korte termijn telkens precaire machtsevenwicht tussen staten werd cultureel vertoon van groot
gewicht. Julius II liet op ongekend grote schaal zijn gezagsaanspraken tot uitdrukking brengen. Hij gebruikte daarbij
verschillende iconografische tradities en verenigde deze in een samenhangende beschavings- en staatssymboliek,
ontworpen rond de paus als heerser over kerk en staat. De opdrachten die hij gaf leverden een aanzienlijke
bijdrage aan de verdere professionalisering van kunstenaars met als hoogtepunt het werk van Michelangelo en
Rafaël. 6
De 4 fresco’s zijn in de eetzaal terug te vinden. Hier werden de gasten ontvangen en geconfronteerd met de
afbeeldingen die zijn functioneren en actie konden legitimeren.
1
2
3
4
5
6
6
nl.wikipedia.org/wiki/Stanze_di_Raffaello
De stanze van Rafaël in Vaticaanstad, Roberto Salvini, Atrium cultuurgidsen, pagina 14
De stanze van Rafaël in Vaticaanstad, Roberto Salvini, Atrium cultuurgidsen, pagina 14
www.wiebekoo.nl/kt/kcv/lessen/2vwo/aeneasra.htm
Bram Kempers, Kunst, macht en mecenaat. Het beroep van schilder in sociale verhoudingen 12501600. De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen 1999 (vijfde druk) pagina 136
Bram Kempers, Kunst, macht en mecenaat. Het beroep van schilder in sociale verhoudingen 12501600. De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen 1999 (vijfde druk) pagina 278-281
Bram Kempers, Kunst, macht en mecenaat.
Download