BASS MUSIC: DANCE VOOR DE INTERNETGENERATIE Dubstep

advertisement
BASS MUSIC: DANCE VOOR DE INTERNETGENERATIE
Dubstep mengen met kitscherige trance, emotionele pianopartijen en lekker in het gehoor
liggende gitaarpartijen? Skrillex is er in een jaar tijd groot mee geworden. Goedkoop
sentiment? Misschien. Doet echter niets af aan de immense populariteit van de
Amerikaanse producer. En hij staat er niet alleen van voor. De toekomst van dance heet
bass music.
Door Theo Ploeg
“THE GEK! Hier kun je wel écht goed op dansen, maar dan mis je die mooie beelden. Dat
is wel jammer”, schreeuwt het meisje naast me. En weg is ze, op weg naar een plekje vlak
voor het podium waar Nobody Beats The Drum los gaat. Uitverkocht is het optreden van
het drietal op Nachtstroom in Nieuwe Nor vannacht niet. Druk is het wel. Gemiddelde
leeftijd? Ergens begin twintig. Eerder op de avond blijkt die jonge generatie danceliefhebbers in het aangrenzende café van het Heerlense poppodium te vallen voor
artiesten die allesbehalve stijlvast zijn. “Vorige week was ik bij het concert van Chase &
Status in Amsterdam en gisteren bij Skrillex in Paradiso. Die is niet te volgen. Hij propt
gewoon allerlei tempowisselingen in één nummer. Te gek is dat. Ik vind het wel jammer
dat je eigenlijk niet op z’n muziek kunt dansen, doorvoor wisselt hij te vaak van ritme. Maar
je kunt er wel heerlijk op springen. Er zit zoveel energie in zijn muziek, onvoorstelbaar!”,
vertelt het meisje, dat later uitgelaten op Nobody Beats The Drum danst, enthousiast. De
concerten van Chase & Status en Skrillex in respectievelijk Melkweg en Paradiso waren al
maanden stijf uitverkocht. Goed, de Britten van eerstgenoemde band timmeren al jaren
aan de weg. Skrillex niet. Hij was er, zo’n anderhalf jaar geleden, opeens. Als een duveltje
uit een doosje. Zijn stijl is met geen andere te vergelijken. In de Verenigde Staten mag
Sonny John Moore, zijn echte naam, zich een popster noemen. Opmerkelijk, gezien zijn
compromisloze stijl. De 23-jarige Amerikaan ziet er nog altijd net zo uit als ten tijde van zijn
eerste band: als een emokid. Met From First To Last maakte hij niet onverdienstelijk
posthardcore en bouwde een trouwe schare fans op. Als Twips en nu Skrillex tart hij alle
mogelijke muzikale hokjes, al is z’n muziek nog net zo emotioneel als tijdens zijn
posthardcore-periode. Misschien zou emostep een goede typering zijn voor zijn
eigenhandig gecreëerde nieuwe stijl. Maar Skrillex staat niet alleen.
GOED, HET MENGEN van stijlen is tegenwoordig hip. James Blake mengt dubstep met
introverte indiepop. Doet ie goed. En hij is niet de enige. In Nederland timmert zangeres
Chagall aan de weg met mooi luisterliedjes omfloerst door dubstep-ritmes. Op Studio
Brussel staat de Nesky-remix van Skreams Anticipate op high rotation. Dubstep dringt het
alternatieve rock- en popspectrum binnen. Noemen we voor het gemak postdubstep.
Natuurlijk, dat is geen nieuwe ontwikkeling. Chase & Status doet het al jaren. Maar er is
een verschil: de stijlen die de Britten mengen mogen op minder enthousiasme rekenen
van de zelfverklaarde muziekliefhebbers. Dubstep mengen met kitscherige trance,
emotionele pianopartijen en lekker in het gehoor liggende gitaarpartijen? Goedkoop
sentiment. Hetzelfde deden Australiërs Pendulum en Britten High Contrast met
drum’n’bass. Kon de goedkeuring van de puristen in het genre ook niet wegdragen. Het
alternatieve poppubliek denkt daar anders over en heeft het opportunistische mengen van
stijlen in de armen gesloten. Op Lowlands incasseerde Skrillex beduidend meer applaus
dan James Blake. In april staat hij in de Heineken Music Hall in Amsterdam. Gaat ie
geheid uitverkopen. De eigenwijze Zomby kan aan die populariteit niet tippen, maar is net
zo open minded. Hij schopte het met zijn tweede album Dedication tot de top-20 van beste
albums van 2011 volgens honderd Nederlandse popcritici. Tijdens het festival Le Guess
Who? in Utrecht joeg hij menig bezoeker tegen zich in het harnas door een rommelige set
te draaien van old school-hiphop. Beschamend, klonk het in recensies. De eigenwijsheid
die bij ‘m hoort, pareerden de liefhebbers. Wie er gelijk heeft? Niet interessant. Er is een
nieuwe groep muzikanten opgestaan die lak hebben aan muzikale hokjes, aan conventies,
aan regeltjes. Dat is niet alleen goed, maar ook bijzonder verfrissend.
DIE HOUDING BREEKT door naar de pop-mainstream. En, zoals eerder met drum’n’bass
gebeurde, zijn het popliefhebbers in de Verenigde Staten die voor eerst massaal voor dat
nieuwe geluid vallen. Elektronische dansmuziek is er nauwelijks te vinden, maar wanneer
rock, pop of r&b flirt met dance? Dan is het hek van de dam. De soundtrack van de
tekenfilm Spawn uit 1997 is daar een goed voorbeeld van. Slayer samen met Atari
Teenage Riot? Soul Coughing met Roni Size? Orbital met, eh, Kirk Hammett? Als dat
geen positieve reclame is. Een soortgelijke ontwikkeling was de afgelopen jaren
waarneembaar. Eerst sijpelde trance langzaam door in vrijwel alle commerciële popliedjes,
nu is het de beurt aan dubstep. Eind vorig jaar vond nu metal-band Korn - ook al present
op de Spawn-soundtrack, destijds met The Dust Brothers - zichzelf opnieuw uit. Op het
tiende studioalbum The Path Of Totality werken de rockers samen met twaalf dubstep- en
drum’n’bass-producers waaronder Skrillex en Noisia. Lang zal het niet meer duren voordat
Busta Rhymes claimt dat hij de uitvinder van dubstep is. “Jarenlang stonden we daar in
een bar te spelen, dat was niet bepaald leuk. Nu is dat compleet omgedraaid, je bent er nu
de held”, vertelt Nik Roos. Z’n muzikale partner Martijn van Sonderen valt hem bij: “in
Europa is iets eerst underground voordat het doorbreekt: kleine club, veel bas, serieuze
gezichten. In de VS is dat anders, daar kun je eigenlijk nauwelijks spreken van
underground.” Met Thijs de Vlieger vormt het duo Noisia, een dance-trio dat veelvuldig
wordt geprezen door de sleutelartiesten uit die nieuwe eclectische dancestroming. De
Groningers brengen albums uit op Mau5Trap, het platenlabel van Deadmau5 en delen
veelvuldig het podium met Skrillex. Het gerucht gaat dat de drie de voornaamste
inspiratiebron vormen voor het geluid van de jonge Amerikaan.
ROOS EN VAN SONDEREN ontkennen: “hij is hier een maand bij ons geweest, met ons
op stap geweest, met ons uit z’n dak gegaan en hij schreef z’n eerste single als Skrillex
hier. We hebben dus wel een bepaalde invloed gehad, ja. Laten we het zo zeggen: we
hebben niet aan de wieg gestaan, maar we waren er wel bij.” De plotselinge populariteit
van Skrillex verbaast ze. “Heel erg, maar ik ben er ook blij mee”, legt Roos uit. “Wij maken
al dertien jaar dezelfde muziek en plots is er die waardering. Ach, zo is het altijd gegaan
met dansmuziek. Rock’n’roll? Dat vonden mensen eerst ook maar niets. Muziek moet
bestaansrecht veroveren buiten de dansvloer.” Dat is Skrillex gelukt. Hoe dat komt? De
geluiden die hij gebruikt, klinken als ‘echte instrumenten’. “Die zijn niet bedoeld om de
opbouw te ondersteunen, maar staan op zichzelf. Ze hebben zelf betekenis, buiten de
context van de muziek en worden zo onderdeel van het muzikale vocabulaire”, doceert
Roos. “Mijn vader luisterde vroeger naar Paul Weller”, geeft hij een voorbeeld, “die liet
soms de gitaren stoppen om met synthesizers gekke geluiden te maken. daar schrokken
mensen niet van. Dat kwam omdat die gekke geluiden gekke geluiden waren. Bij Skrillex
staan die op zichzelf en hebben betekenis.” En door al die verschillende geluiden met een
eigen betekenis ontbeert het de muziek zelf aan context, drukt Van Sonderen de kers op
de slagroom. “Kan me voorstellen dat veel mensen die muziek maken, zoals wijzelf, een
afkeer van hem hebben. Dat komt omdat wij denken in hokjes, in context. Die is er bij
Skrillex niet. Zijn combinaties zijn volstrekt naïef, die kun je niet begrijpen. Dat is ook
precies de kracht: je hoeft geen voorkennis te hebben om zijn muziek te snappen. Skrillex
is een genre op zich.”
EEN GENRE DAT geen lang leven is beschoren, denkt Roos. “Het is muziek voor mensen
met een ongelooflijk korte aandachtspanne. Één liedje is al alsof je razendsnel op tv langs
reclames zapt. Bij de muziek die we als Noisia maken gaan we snel en intens te werkt met
veel tempowisseling, maar Skrillex is de overtreffende trap. Hij maakt een punt van het
verveeld zijn. Dat spreekt op dit moment aan bij een jongere generatie die zoveel
invloeden op zich af ziet komen en dan de keuze maakt om je er dan maar helemaal in
onder te dompelen.” De houdbaarheidsdatum is kort, geeft hij toe, maar het effent wel de
weg voor minder extreme muziek. Die van Noisia, bijvoorbeeld. Hoe je die muziek moet
noemen? Roos en Van Sonderen in koor: “bass music.” Hokjes, genres, altijd maar dat
classificeren. Dave Wallace en Kieron Bailey weten er alles van. Samen met Bret Newitt
maken zij als Aquasky al twintig jaar muziek die niet in bestaande hokjes past. “Elk nieuw
nummer levert weer een flinke discussie op met online-platforms als Beatport: we zijn
gewoon niet te plaatsen”, schampert Wallace. Ook zij verbazen zich op de plotselinge
populariteit van, eh, bass music. Vanuit hun studio in provincieplaats Bournemouth zien de
breakbeat-pioniers hoe Chase & Status, Pendulum en High Contrast de hitlijsten
bestormen. Hun kracht? Het mengen van melodie met harde bassen en breaks. “Doen wij
al jaren, nu is het geaccepteerd”, vat Bailey zonder een vleugje ironie in zijn stem samen.
De manier waarop Aquasky de laatste tien jaar allerlei genres door elkaar husselde, kon
alleen in beperkte kring op bijval rekenen. Maakt het drietal niet uit: “we deden wat we leuk
vinden. Het voelt goed dat dat eindelijk normaal begint te worden, ook al profiteren we
daar niet echt van.”
DAT VALT NOG te bezien. Nieuwe album Raise The Devil kan een doorbraak naar de
mainstream betekenen. Wallace nuanceert: “in vergelijking met Deadmau5 en Chase &
Status zijn we underground. Al kun je je afvragen wat dat nog betekent in deze tijd. Wij
gaan geen miljoenen albums verkopen. We hebben gewoon te weinig geld om in ons label
te investeren.” Maar toch, onderbreekt Bailey ‘m, is het geluid van de underground nu
commercieel geworden: “jongeren surfen op internet en luisteren van alles en nog wat, die
denken niet in genres en vinden het dus niet vreemd hoe bijvoorbeeld Chase & Status pop
en trance mengen met dubstep terwijl de dubstep-geeks ervan gruwen. Dat was destijds
ook zo met die drum’n’bass-remixen van popnummers. Dat vonden de puristen ook
helemaal niets.” Één van die puristen is inmiddels helemaal om. Sterker nog: Mark Hill is
sinds anderhalf jaar weer zelf aan het produceren geslagen. Eind jaren negentig en begin
deze eeuw oogstte Hill successen met The Artful Dodger en Craig David. Daarna verkaste
hij, teleurgesteld in het cynisme van de geldbeluste muziekindustrie, naar Ibiza en
Southampton. “Dat cynisme begint te verdwijnen”, constateert hij, “mensen accepteren
weer dat er allerlei muziekgenres door elkaar worden gedraaid. Al blijven de
muziekindustrie, radio en media nog wat achter.” De spanning die Hill in de begintijd van
The Artful Dodger voelde, is weer terug. “UK garage was in feite gewoon house met r&bvocalen en diepe baslijnen. Een mix van genres en dat werd gewoon geaccepteerd.
Daarna brak een tijd van purisme, cynisme en strakke muzikale hokjes aan. Vreselijk vond
ik dat.” Internet heeft popmuziek bevrijd, weet Hill zeker. “Op internet luister je alles door
elkaar. Daar bestaan hokjes niet, de enige context zijn de verbanden die je zelf aanbrengt.
Dat is ontzettend verfrissend.” Ach, hij wil nog wel een stap verder gaan: op het
wereldwijde web wordt muziek ook ontdaan van zijn historische lading.
DOET HILL DENKEN aan de muzikale vrijheid zo’n twintig jaar geleden toen elektronische
dansmuziek sowieso nog geen referentiekader had: toen kon en mocht ook alles. Die tijd
is terug, meent Hill. Al is dat nog niet overal zo: zijn nieuwe single Could Just Be The
Bassline bleek niet te plaatsen in de standaardhokjes bij Beatport en iTunes. De
ontwikkeling van nieuwe media, waaronder internet, hebben een enorme invloed gehad op
de manier waarop we tegenwoordig omgaan met popmuziek. Dat beweert de Britse
popjournalist Simon Reynolds in zijn boek Retromania: Pop Culture’s Addiction To Its Own
Past (2011). Op internet is vrijwel alle muziek altijd en overal te vinden. Andere
ontwikkeling: we leven in tijden van economische crisis en angst voor gezichtsloze
gevaren (van terrorisme tot gevaarlijke virussen). En dus wordt er terugverlangd naar de
tijd dat alles nog koek en ei was én er een rotsvast geloof was in de toekomst. De twee
ontwikkelingen samen zorgen voor ‘retromania’: een westerse maatschappij die
geobsedeerd is door het verleden. Daarin passen niet alleen de pop- en rockbandjes die
klinken alsof ze zo weggelopen zijn uit de jaren zeventig, maar ook de populariteit van
fotofilters als Instagram waarmee elke foto die nostalgische jaren zeventig-gloed krijgt.
Past het mengen van allerlei tegengestelde stijlen ook in die traditie? Zou kunnen, maar
dat is niet de essentie. Paul Rickus en Ivo Schmetz van platenlabel Basserk en grafisch
ontwerpbureau 310k weten het zeker: mensen zijn het zat. “Dat merk je aan alles.
Verworvenheden als abortus, euthanasie en softdrugs staan onder druk. Daar hebben we
heel lang voor gevochten. In Amsterdam worden homo’s in elkaar geslagen. Maar we
waren toch gay capital? En dan de stad zelf: lekker stoer doen met het project ‘I
Amsterdam’ en ondertussen sluitingstijden van drie uur aanhouden en moeilijk doen over
alles. Dat moet wel gaan botsen”, legt Schmetz uit.
RICKUS EN SCHMETZ zijn kinderen van de jaren negentig. Ze trokken naar Amsterdam
om er te studeren, kwamen terecht in de levendige kraakscene en organiseerden er
feesten. Mogelijkheden genoeg. Beiden hadden het idee: hier is alles mogelijk. “Dat zit
nog steeds in ons”, lacht Rickus. Dat maakte het er de afgelopen tien jaar niet
eenvoudiger op. Met electro-band 3-1 en later met platenlabel Basserk schoppen de twee
tegen muzikale hokjes aan. Schmetz: “We flirten met hoge en lage cultuur, balanceren
tussen underground, commercieel, cultureel verantwoord, visuele experimenten en het
behouden van onze eigen onafhankelijkheid. Het behouden van die balans is uiteindelijk
het belangrijkste. Daar passen geen hokjes bij.” Muzikale uitgangspunten zijn er niet,
benadrukt Rickus: “de muziek die we uitbrengen moet goed klinken op de dansvloer van
een feest waar ik zelf graag zou willen zijn.” Voor die muziek bedacht het label een eigen
genre: pistol pop. Kan dus van alles zijn, als er maar bassen inzitten en er op gedanst kan
worden. Inmiddels is Basserk uitgegroeid tot de thuishaven voor Nederlandse acts en
artiesten die niet bepaald stijlvast zijn, waaronder Nobody Beats The Drum. Rickus en
Schmetz merken dat het danspubliek langzaam maar zeker loskomt van bestaande
genres. Tijdens de dansavonden die de twee organiseren in OT301 kan steeds meer.
“Maar dat zijn mensen inmiddels wel van ons gewend”, nuanceert Schmetz. Toch: “De
essentie van de dansavond komt terug: lol hebben, uit je dak gaan. Niets pretentieus,
niets ingewikkeld, gewoon lekker dansen.” De tijdsgeest speelt een belangrijke rol. “Zo’n
financiële crisis helpt. Als je geen studio kunt betalen dan zul je ‘t toch zelf moeten doen.
Dat is het begin van nieuwe subculturen en die hebben we écht nodig.” Rickus, van
oorsprong Brit, vult aan: “dat is wat je nu ziet gebeuren in Engeland. Het is een kwestie
van tijd voordat dat hier in Nederland doordringt.”
KIJKT DE AMSTERDAMSE producer Robert Smit van der Schild reikhalzend naar uit. Als
Sick Boy wordt hij steevast in de hokjes electrohouse en fidget house gepropt. Klopt niets
van, legt hij in het café van de Amsterdamse Melkweg uit. Begrijpelijk is het wel. Muzikaal
zit Sick Boy in hetzelfde straatje als The Bloody Betroots, Boys Noize en oude Justice.
Maar ook weer niet. Zonder schroom mengt hij al jaren trance door zijn harde muziek.
“Trance is voor mij modern klassiek. Wim Mertens, Erik Satie, dat gevoel heeft trance voor
mij ook. Ik heb Tiësto altijd vet gevonden, ook toen ik nog punk maakte.” Later draaide hij
in zijn dj-sets voorzichtig klassieke muziek en een plaat van Kate Perry. Pas toen The
Bloody Beetroots een aantal jaar geleden succesvol waren, wist Smit van der Schild: nu
pikt het publiek alles. “Nirvana pakte punk en maakte er pop van, dat is wat de huidige
harde dance ook doet. De harde momenten worden afgewisseld met rustige, melodieuze
momenten. Dat is de kracht van de combinatie van hard en zacht.” Vroeger werd hij nog
meewarig aangekeken als hij zijn liefde voor de trance van Tiësto betuigde, nu merkt hij
dat die muziek plotseling hip is geworden. Samen met de Amerikaanse producer Steve
Aoki, drummer Erik Tunison (ex-Die Kreuzen) en Big John (voormalig gitarist van The
Exploited) maakte hij The Kids Will Have Their Say dat verschijnt op het nieuwe album van
Aoki. Een spijkerhard rocknummer, met meezing-refrein, rave-elementen en een
middenstuk met piano en klassieke violen. “Zou vroeger worden afgedaan als goedkoop
sentiment”, grinnikt hij. Waarom zulke stijlmengelingen nu wel worden geaccepteerd? “De
meeste muzikanten komen uit de punk- en rockhoek en staan open voor nieuwe dingen.
Er is ook een nieuwe groep jongeren die niet meer opkijkt van stijlwisselingen. Ze groeien
immers op met bands als Enter Shikari en 30 Seconds To Mars.” Dan is Skrillex een kleine
stap.
KOM NIET MET Skrillex aan bij Nobody Beats The Drum. Althans, niet bij Sjam
Sjamsoedin. “Skrillex is me te plat, te carnavaleske. Dat zou ik zelf niet zo snel draaien”,
zegt hij beslist. Maar toch: er is iets aan het veranderen. “Je hoort van die rave-piano’s en
vindt die plotseling niet eens meer gedateerd klinken”, vult Jori Collignon aan. “Precies”,
valt Sjamsoedin ‘m bij: “in het begin vond ik die lelijk, maar er is een moment dat je ze
opeens helemaal niet meer zo erg vindt.” Met videomaker Rogier van der Zwaag vormen
Sjamsoedin en Collignon Nobody Beats The Drum, een danceformatie die op het vorig
jaar verschenen album Currents bepaald niet stijlvast is. Sommige popjournalisten
spraken van een album met circusmuziek. “We proberen clichés, zoals zo’n rave-piano te
ontwijken. Zoiets is te gemakkelijk, we proberen zelf geluiden te maken die er op lijken”,
benadrukt Collignon. Hij begrijpt de aantrekkingskracht van de muziek van Skrillex wel: “hij
speelt in op emoties door die overdreven, epische elementen in zijn muziek. En dat werkt.”
Sjamsoedin lachend: “Bij z’n concerten zingen meisjes van vijftien met glowsticks in hun
haar huilend alle nummers mee. Dan weet je dat dubstep niet meer underground is.” Het
drietal uit Utrecht weet het zeker: elektronische muziek heeft de functie van punk
overgenomen. Tegenwoordig kan iedereen immers muziek maken. Dezelfde technologie
zorgt ervoor dat mensen muziek anders beleven: iedereen heeft een mp3-speler,
downloaden muziek en delen het via bijvoorbeeld YouTube. Zo komen mensen sneller in
contact met nieuwe muziek. Daardoor verdwijnen muzikale grenzen en uiteindelijk
subculturen. Collignon tot Sjamsoedin: “ik ben blij dat wij zijn opgegroeid met échte
apparaten. Een groot deel van de kids is gewend om alles te kunnen vinden en te kunnen
krijgen.”
DAT MAAKT DANCEMUZIEK nog vluchtiger dan ie al was. Collignon met een knipoog:
“daar ben ik wel jaloers op: wij zeulen van die zware apparatuur mee op het podium terwijl
van die pikkies van zeventien met een usb-stickie de wereld over vliegen.” Toch maakt
juist die zware apparatuur Nobody Beats The Drum live zo goed. De imposante
videobeelden zijn een vertaling van de muziek, legt Van der Zwaag uit: “en bedoeld om
mensen aan het dansen te krijgen. Je ziet steeds meer visuele installaties op het podium.
Daft Punk heeft daarin een standaard gezet die nog niet overtroffen is. Het gaat om een
totaalbeleving. In de jaren negentig was video nog iets van kunstacademie-studenten, nu
is beeld een belangrijke manier van communiceren naar je publiek toe. Dat zie je steeds
meer.” Geldt ook voor de prachtige videoclips waarmee het Utrechtse drietal de afgelopen
jaren furore maakte op internet. Van der Zwaag: “het gaat erom dat je als onafhankelijk
bandje opvalt, boven het maaiveld uitsteekt. Dat gebeurt sneller met een opvallende clip.”
Ook daarin vindt Nobody Beats The Drum aansluiting bij de voorhoede van de nieuwe
elektronische muziekelite. Noisia, High Contrast, Chase & Status en Deadmau5, allemaal
hebben ze op YouTube populaire videoclips die precies passen bij de eclectische muziek
die ze maken. Of de emotionele rollercoaster-muziek van Skrillex het haalt tot het einde
van dit jaar? Waarschijnlijk niet. Maar wat het in kleine kring populaire breakcore-genre
niet lukte, lukt hem wel: het doorbreken van alle denkbare muzikale hokjes. Alle ruimte dus
voor, eh, bass music om groot te worden. Al blijven de jongens van Basserk het vast
gewoon pistol pop noemen. Ach, hokjes.
ONDERSCHRIFT: HOREN HOE BASS MUSIC KLINKT? OP WWW.OOR.NL STAAN
PLAYLISTS.
Download