Voorgeschiedenis - Provincie Noord

advertisement
Plan van Aanpak Verplaatsing
intensieve veehouderijbedrijven
2003
Voor vaststelling in GS op 11 maart 2003
Versie 1.1
Conform bespreking in beleidsoverleg op 13 januari 2003
Inhoud
Voorgeschiedenis ................................................................................................................. 3
Doelstelling ....................................................................................................................... 3
Europese en juridische aspecten ............................................................................................... 3
Vergoedingen en randvoorwaarden ........................................................................................... 3
Aanpak .......................................................................................................................... 4
Juridische vorm ................................................................................................................... 5
Aanpak .......................................................................................................................... 5
Uitplaatsingsgebieden............................................................................................................ 5
Aanpak .......................................................................................................................... 6
Uitvoerende organisatie ......................................................................................................... 6
Betrekken gemeenten en waterschappen ..................................................................................... 6
Aanpak .......................................................................................................................... 7
Werving, selectie en prioritering bedrijven.................................................................................. 7
Aanpak .......................................................................................................................... 7
Planning............................................................................................................................ 7
317569242
p. 2
21 juli 2017
Versie 1.1
Conform bespreking in beleidsoverleg op 13 januari 2003
Voorgeschiedenis
Op 8 november hebben PS € 10 miljoen beschikbaar gesteld om een eerste start te maken met de verplaatsing van
intensieve veehouderijen in het kader van de Reconstructie Zandgronden. Het gaat dan om intensieve
veebedrijven die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vitaal zijn, maar op een locatie liggen, waar verdere groei
onmogelijk en / of onwenselijk is: rondom de EHS, in de GHS, waterbergingsgebieden, etc. Ofwel bedrijven
liggen in gebieden die naar verwachting in de extensiveringsgebieden komen te liggen die in het kader na
reconstructie worden aangewezen. Inplaatsing dient in landbouwontwikkelingsgebieden voor de intensieve
veehouderij of op duurzame (project)locaties plaats te vinden.
Eind 2002 hebben LNV, VROM, de provincies en de VNG een landelijk experiment met het verplaatsen van 15
urgente knelgevallen vanuit de (directe omgeving van) de EHS en uit de varkensvrije zones opgestart. Ten
behoeve van dit experiment is een systematiek ontwikkeld, die ook voor de uitvoering van deze Noord-Brabantse
operatie bruikbaar is. Deze operatie is aanvullend op dit landelijk experiment.
Doelstelling
Deze operatie heeft tot doel:
1. Op korte termijn 15 à 20 vitale intensieve veehouderijbedrijven verplaatsen uit (potentiële)
extensiveringsgebieden naar perspectiefvolle locaties;
2. Ervaring opdoen met de verplaatsing van intensieve veehouderijbedrijven met het oog op mogelijke volgende
operaties.
Achtergrond bij het op korte termijn willen verplaatsen is het verwachte positieve effect op het draagvlak voor
reconstructie ten tijde van de huidige cruciale fase van de planvorming. Dit tijdsaspect heeft consequenties voor
enkele keuzen in dit plan van aanpak. Het is zaak een zo eenvoudig mogelijke aanpak te kiezen, uitgaande van op
korte termijn inzetbare instrumenten.
Europese en juridische aspecten
Het financieel ondersteunen van vitale bedrijven bij het verplaatsen dient te voldoen aan de regels die de Europese
Unie stelt ten aanzien van bedrijfssteun. Deze steun mag de ondernemer geen voordeel opleveren.
Schadeloosstelling bij verplaatsing in het algemeen belang beschouwt de EU echter niet als steun. Dan dient de
schadeloosstelling wel marktconform te zijn, waarbij het toegestaan is deze te construeren wanneer er in feite
geen markt is voor de het bedrijf. Dit laatste is het geval bij deze operatie, intensieve veebedrijven op de beoogde
uitplaatsinglocaties hebben (nagenoeg) geen marktwaarde. Immers, zij kunnen zich daar niet verder ontwikkelen.
De Algemene Wet Bestuursrecht stelt regels bij het overdragen van overheidsgelden aan (rechts)personen. Er is
sprake van subsidie, tenzij het gaat om het inkopen van diensten of (onroerende) goederen. Het verlenen van
subsidies dient te voldoen aan de regels die de AWB daar aan stelt, hetgeen betekent dat er een subsidiekader
moet zijn vastgesteld.
Vergoedingen en randvoorwaarden
Gelet op de Europese regels inzake bedrijfssteun richt de overheidsinterventie in deze operatie zich op de
uitplaatsingslocatie. Dan is er sprake van het ‘uitkopen’ ten behoeve van het realiseren van maatschappelijke
doelen van de bedrijven, waarbij er geen sprake hoeft te zijn van bedrijfssteun. Financiële interventie aan de
inplaatsingskant is in dit licht al snel wèl bedrijfssteun.
Bovendien biedt het alleen interveniëren aan de uitplaatsingskant andere voordelen:
 De ondernemer heeft een zware eigen verantwoordelijkheid. Door niet te interveniëren aan de
inplaatsingskant vermijden we het risico dat de overheid deze gaat overnemen. Bovendien hebben we de
OMIV om ondernemers hierbij te begeleiden en ondersteunen.
317569242
p. 3
21 juli 2017
Versie 1.1
Conform bespreking in beleidsoverleg op 13 januari 2003

Tegelijkertijd interveniëren aan uitplaatsings- en inplaatsingszijde brengt de ondernemer in een te sterke
positie; door aan beide zijden eisen te stellen kan hij dan de overheid in een klem brengen.
Gelet op de Europese randvoorwaarden dient een vergoeding marktconform te zijn. De marktwaarde van
intensieve veehouderijen op uitplaatsingslocaties is echter nihil (immers; deze locaties bieden geen
ontwikkelingsmogelijkheden). Gebruikelijk en geaccepteerd is het berekenen van de zogenoemde ‘gecorrigeerde
vervangingswaarde1’. Deze geeft aan wat de marktwaarde zou zijn zonder de beperkingen en wordt bepaald op
basis van de nieuwwaarde, verminderd met de afschrijvingen die reeds op het gebouw en de inrichting hebben
plaatsgevonden. Ofwel hoe ouder de gebouwen en inrichting, hoe lager de gecorrigeerde vervangingswaarde.
In het landelijk experiment is er voor gekozen niet de gehele gecorrigeerde vervangingswaarde te vergoeden. Dit
omdat de ondernemer dan in de verleiding komt het verplaatsen uit te stellen, immers hij wordt er niet slechter
van als hij nog enkele jaren wacht. De vergoeding is daarom gesteld op 80% van de gecorrigeerde
vervangingswaarde.
Punt van aandacht is de waardevermeerdering op de inplaatsingslocatie. Het is van belang dat de ontwikkeling van
locaties dusdanig plaatsvindt, dat de waardevermeerdering van die locatie ten goede komt aan reconstructie,
bijvoorbeeld via de OMIV, een reconstructiefonds of rechtstreeks aan de verplaatser.
De leegkomende gebouwen moeten worden gesloopt. Indien ze een andere bestemming kunnen krijgen vertaalt
zich dit in een zekere marktwaarde en is vooralsnog een vergoeding van overheidswege niet aan de orde. De
sloopkosten kunnen worden vergoed door middel van de provinciale sloopregeling (B-sec). Deze is inmiddels
goedgekeurd door Brussel. Vooralsnog komt de sloopvergoeding (€ 22,50 per m2 stal) ten laste van de
€ 10 miljoen voor deze operatie.
Ten slotte is het noodzakelijk enkele eisen aan bedrijven te stellen om ervoor te zorgen dat financiële
ondersteuning leidt tot daadwerkelijke verplaatsing van perspectiefvolle bedrijven. De gekozen
vergoedingssystematiek bergt een natuurlijke selectie op perspectiefvol zijn van bedrijven in zich. Met de geboden
vergoeding kunnen alleen financieel gezonde bedrijven de benodigde investeringen opbrengen. Om verplaatsing
te borgen (het moet niet een luxe beëindigingsregeling worden) dienen bedrijven binnen één jaar na
ondertekening met DLG verplichtingen te zijn aangegaan ten aanzien van de inplaatsingslocatie en uiterlijk drie
jaar na ondertekening de uitplaatsingslocatie te hebben verlaten. En dergelijke termijn is nodig om het bedrijf de
gelegenheid te geven alle procedures te doorlopen. Deze voorwaarden sluiten aan bij het landelijk experiment.
Bij de verdere voorbereiding van de operatie werken we deze voorwaarden concreet uit als onderdeel van de
overeenkomst (zie hierna bij juridische vormgeving).
De inplaatsingslocatie dient aan alle wettelijke vereisten te (kunnen) voldoen en voldoende
ontwikkelingsmogelijkheden te beiden, een perspectiefvolle locatie dus. Dit betekent onder andere dat
verplaatsing alleen binnen het Concentratiegebied Zuid2 (de reconstructiegebieden in Noord-Brabant en Limburg)
kan plaatsvinden of naar het buitenland. Dit laatste zou op bezwaren kunnen stuiten omdat het dan moeilijker kan
zijn te toetsen of er daadwerkelijk is verplaatst binnen de daar geldende wettelijke kaders. Aan de andere kant is
in de verplaatsingsregeling voor de grondgebonden veehouderij verplaatsing naar het buitenland wel mogelijk. Dit
vergt wel een zorgvuldige uitwerking. Voor deze operatie is daarom het verstandig verplaatsing naar het
buitenland uit te sluiten. Bij het opstellen van een subsidiekader (zie volgende paragraaf) kan dit wel worden
betrokken.
Aanpak
A.
B.
C.
D.
De vergoeding richt zich op de uitplaatsingslocatie; de gebouwen dienen te worden gesloopt.
De vergoeding bestaat maximaal uit 80% van de gecorrigeerde vervangingswaarde plus de sloopkosten.
De sloopkosten worden vergoed middels de provinciale sloopregeling.
Bedrijven dienen binnen één jaar verplichtingen op de nieuwe locatie aan te gaan en uiterlijk drie jaar de
verplaatsing af te ronden.
E. De inplaatsingslocatie dient te voldoen aan alle wettelijke vereisten en perspectiefvol te zijn. Verplaatsing
naar het buitenland is in deze operatie uitgesloten,
1
2
De vergoedingen in de RBV zijn ook hierop gebaseerd.
Voor bedrijven in West-Brabant ligt dit anders [PM: uitzoeken hoe precies].
317569242
p. 4
21 juli 2017
Versie 1.1
Conform bespreking in beleidsoverleg op 13 januari 2003
Juridische vorm
Basis van de operatie is verwerving van de uitplaatsingslocatie door of namens de provincie. Deze aanpak voldoet
aan het vereiste van de AWB (want door de transactievorm is er geen sprake van subsidie), terwijl er geen
Brusselse toetsing vereist is.
Wel is het, met het oog op de verwachte wenselijkheid ook in de toekomst de verplaatsing van
veehouderijbedrijven (en andere typen) financieel te ondersteunen, wenselijk parallel aan de onderhavige
verplaatsingsoperatie een provinciaal subsidiekader te ontwikkelen (c.q. een element aan een bestaand
subsidiekader toe te voegen). Bij een eventuele volgende operatie is een dergelijk subsidiekader dan beschikbaar.
De ontwikkeling plannen we dan zo, dat we de ervaringen met de onderhavige operatie er in kunnen verwerken.
Punt van aandacht bij de gekozen juridische vorm is de bedrijfswoning. In principe blijft deze buiten de transactie.
De ondernemer is dan vrij –binnen de geldende regelgeving- er mee te doen wat hem goeddunkt. Verkoop kan zo
een financiële drager voor de verplaatsing van het bedrijf zijn. Mocht de ondernemer de woning tegelijk met de
gebouwen willen verkopen, dan zou dit in principe mogelijk moeten zijn, mits de prijsstelling dusdanig is, dat de
kans op een lagere verkoopprijs bij latere doorverkoop nihil is.
De uitvoerende organisatie voert gesprekken die resulteren in een concept-overeenkomst met de ondernemer.
De uitvoerende organisatie stelt vooraf een model-overeenkomst op, GS stellen deze vast. Nadat GS de conceptovereenkomst hebben goedgekeurd, kan de definitieve overeenkomst worden aangegaan.
Punt van aandacht is de positie van gemengde bedrijven. Het gedeeltelijk opkopen van een bedrijfskavel (alleen
het intensieve veehouderijdeel) kan praktisch lastig zijn (de varkensstallen liggen tussen de rundveestallen in). In
Noord-Brabant is het aantal gemengde bedrijven dat zal willen verplaatsen naar verwachting gering. Gelet op de
eenvoud is het verstandig in deze operatie gemengde bedrijven uit te sluiten. Wanneer er een subsidiekader is,
doet dit probleem zich niet meer voor (want dan vindt er geen transactie meer plaats) en kunnen ook gemengde
bedrijven worden bediend.
Het voorgaande is gebaseerd op de inrichting van het landelijk experiment en enkele gesprekken met juristen. Een
gedegener juridische toets en gedetailleerder uitwerking van de werkwijze vindt plaats in maart 2003 en zal door
GS worden vastgesteld alvorens de werving daadwerkelijk te starten.
Aanpak
F.
G.
H.
I.
Financiële ondersteuning vindt plaats in de vorm van de aankoop van de bedrijfsgebouwen.
Eventueel kan de bedrijfswoning in de transactie worden betrokken, mits het risico op verlies nihil is.
De operatie is beperkt tot gespecialiseerde intensieve veehouderijen.
Parallel aan en gebruik makend van de ervaringen in de operatie ontwikkelt de provincie een subsidiekader
voor verplaatsing van agrarische bedrijven.
Uitplaatsingsgebieden
Uitplaatsing is aan de orde in de potentiële extensiveringsgebieden, zoals deze zijn aangegeven in “Reconstructie
aan zet” (Koepelplan) en “Hand aan de Ploeg”. Volgens deze nota’s is afbouw van de intensieve veehouderij
voorzien in:
 (directe omgeving van de) EHS;
 250 m zones rondom de A-gebieden;
 GHS-natuur;
 kernrandzones (en zones rondom grotere stankgevoelige objecten);
 waterbergingsgebieden;
 varkensvrije zones voor wat betreft varkensbedrijven.
317569242
p. 5
21 juli 2017
Versie 1.1
Conform bespreking in beleidsoverleg op 13 januari 2003
Aangezien varkensvrije zones voortvloeien uit de reconstructiewet, is de eventueel benodigde financiering van
verplaatsing van bedrijven een rijksverantwoordelijkheid en is inzet van provinciale middelen niet aan de orde,
ook niet waar deze samenvalt met de andere gebiedstypen.
Het oplossen van stankproblemen is primair een gemeentelijke aangelegenheid. Bovendien kan dit veelal worden
gefinancierd uit de bestemmingswijziging van gronden (woningbouw e.d.). Inzet van provinciale middelen is hier
evenmin aan de orde. Wel kan zich de situatie voordoen dat er, naast oplossing van de stankproblematiek, ook
een belang is vanuit natuur en water. In dat geval is inzet van provinciale middelen als cofinanciering met
gemeentelijke (en eventueel waterschappelijke) gelden mogelijk. Daarover maakt de provincie dan vooraf
afspraken met de desbetreffende gemeente.
Voor waterberging geldt dat de waterschappen een financiële verantwoordelijkheid hebben. Medefinanciering
vanuit provinciale middelen is hier mogelijk, hierover dient de provincie nadere afspraken te maken.
Voor waterberging zijn de betreffende gebieden nog niet formeel vastgelegd. Eventuele financiële ondersteuning
van uitplaatsing kan alleen na een positief advies van de reconstructie- of gebiedscommissie.
Hoewel het budget voor deze operatie in eerste instantie bedoeld is voor de reconstructiegebieden, zijn er ook
argumenten om het in te zetten in West-Brabant. In West-Brabant liggen ook EHS, GHS-natuur, A-gebieden en
waterbergingsgebieden. Wel liggen er aanzienlijk minder intensieve veebedrijven in West-Brabant, waardoor de
daadwerkelijke inzet van financiële middelen beperkt zal zijn.
Aanpak
J.
Provinciale middelen zijn beschikbaar in de gehele provincie voor uitplaatsing uit: EHS, GHS-natuur, 250 m
rondom A-gebieden en –met medefinanciering vanuit de waterschappen- gebieden voor waterberging.
K. De provincie ondersteunt uitplaatsing van varkensbedrijven vanuit varkensvrije zones niet, ook niet als deze
samenvallen met de onder K genoemde zones.
L. Zolang de betreffende gebieden nog niet formeel zijn vastgesteld adviseert de reconstructie- of
gebiedscommissie over de noodzaak van uitplaatsing.
Uitvoerende organisatie
De Dienst Landelijk Gebied gaat de operatie uitvoeren. DLG is gewend om binnen strakke randvoorwaarden tot
afspraken komen met agrariërs.
Betrekken gemeenten en waterschappen
De gemeenten en waterschappen hebben eerder aangegeven te willen participeren in een verplaatsingsoperatie.
Dit wanneer dat gekoppeld wordt aan hun natuurlijke taken. Bij de gemeenten is dit vooral het oplossen van
stankproblematiek, bij de waterschappen is dat waterberging. Zoals al eerder aangegeven is inzet van provinciale
financiële middelen niet aan de rode bij het oplossen van stankproblemen.
Het is zaak om op korte termijn de betrokkenheid van beide partijen te verkennen. Na een ambtelijke
voorbereiding zou een eerste bestuurlijke bespreking begin februari moeten plaatsvinden, zodat definitieve
afspraken nog voor de statenverkiezingen kunnen worden gemaakt (in een optimistisch scenario).
Om de voortgang van de provinciale operatie niet afhankelijk te maken van afspraken met de gemeenten en
waterschappen, is het verstandig te werken volgens het zwaan-kleef-aan principe. Daarbij is het van belang dat de
juridische vormgeving en vergoedingssystematiek niet ter discussie staan. Wel is het punt van discussie of de DLG
ook dit deel zal uitvoeren of dat er gekozen wordt voor een andere uitvoerder (eigen grondbedrijven gemeenten,
eigen dienst waterschappen).
Het gesprek met de gemeenten en waterschappen gaat dan over:
 de omvang van het in te zetten budget;
 de beleidsdoelen waarvoor het wordt ingezet;
 de combinatiemogelijkheden met provinciale financiële middelen;
 de praktische uitwerking.
317569242
p. 6
21 juli 2017
Versie 1.1
Conform bespreking in beleidsoverleg op 13 januari 2003
Aanpak
M. Op korte termijn gesprek aan te gaan met de gemeenten en waterschappen over betrokkenheid binnen de
randvoorwaarden van de juridische vormgeving en vergoedingssystematiek.
Werving, selectie en prioritering bedrijven
Op dit moment hebben we een overzicht van bedrijven die in aanmerking (willen) komen voor verplaatsing. Deze
lijst is grofweg langs twee wegen tot stand gekomen: via de reconstructiecommissies en via de OMIV. Uit
oogpunt van goed bestuur is het wenselijk alle bedrijven die (kunnen) vallen binnen de hiervoor genoemde
criteria de kans te bieden deel te nemen aan de operatie. De meest praktische vorm is een advertentie te plaatsen
in enkele kranten e.d. waarin de provincie meedeelt dat bedrijven die denken te passen binnen de criteria zich
kunnen melden bij de Provincie Noord-Brabant (op een nader te bepalen datum).
Selectie en zal plaats vinden op volgorde van binnenkomst. Het alternatief, op basis van een prioritering,
gekoppeld aan de beleidswinst (hoe meer beleidsdoelen worden gediend, des te hoger de prioriteit) is lastig op
een juridisch sluitende manier vorm te geven.
Aanpak
N. Bedrijven worden breed geworven en afgehandeld op volgorde van aanmelding.
Planning
Maand
Februari
Maart
April
September
Oktober
December
317569242
Activiteit
 Vastellen PvA (GS) plus communicatie
hierover.
 Start voorbereiden werving
 Opstellen model-overeenkomst
 Opzetten logistieke organisatie indienen
aanvragen
 GS-besluit over:
* opdracht DLG
* juridische vorm inclusief
modelovereenkomst
* start werving
 Bestuurlijke afspraken met gemeenten en
waterschappen
 Sluitingsdatum werving
 Start afhandeling
 Einde afhandeling: laatste overeenkomst
ondertekend
 Start opstellen subsidiekader
 Subsidiekader gereed voor toetsing in
Brussel
Gereed op Opmerkingen
25-02-03
25-03-03
29-04-03
p. 7
21 juli 2017
Download