Inleiding - Calvary Chapel Haarlemmermeer

advertisement
40096 – Mattheüs 19:30 – 20:16 De laatsten en de eersten 1 van 2
I. God wordt er regelmatig van beschuldigd dat Hij oneerlijk is,
dat Hij oneerlijk handelt. Zowel ongelovigen als gelovigen beschuldigen God hiervan.
A. Als ik bijv. tegen iemand zeg dat God Marnie en mij voorzien heeft in een reis naar de V.S. dan vindt zo’n persoon dit
niet eerlijk; want hij moet er voor werken en sparen.
B. Of als bijv. een Christen door God rijkelijk gezegend wordt
in zijn/haar bediening en een andere Christen niet of in mindere mate, dan kan men dit niet eerlijk vinden van God.
i. Waarom hij/zij wél en ik niet?!?
C. Hoe dan ook, de mens is eigenlijk niet in staat om te kunnen beoordelen of God nu wél of niet eerlijk is. Want de mens
is zelf, van nature onvolmaakt in het eerlijk zijn. Dus zijn/haar
beoordeling van God zal altijd tekort schieten.
II. Het volk Israël had er ook een handje van om God ervan te
beschuldigen dat Hij oneerlijk was en oneerlijk handelde.
Dit was ook één van de vele redenen waarom God hen het land
had uitgezet, waardoor Israël in ballingschap terecht kwam.
A. Zo’n 590 jaar voor Christus, toen Israël in ballingschap was
zei God via de profeet Ezechiël tegen Israël:
i. Ezechiël 18:25 – “Jullie zeggen: ‘Wat de Heer doet, is
oneerlijk!’ Maar luister eens, Israëlieten! Jullie zijn zelf
oneerlijk!” (Bijbel in gewone taal)
a. Hiermee geeft God niet alleen aan dat de Israëlieten niet eerlijk zijn, maar de mensheid in het geheel.
b. En dus, wij die zelf niet geheel eerlijk zijn, zijn dus
niet in staat om God op Zijn eerlijkheid te beoordelen.
1. Dus, als je vanmorgen dit soort gedachten
over God koestert, dan is het mijn hoop en mijn
gebed dat God jou door Zijn woord en door de
Heilige Geest jou van gedachten zal doen veranderen.
Lees Mattheüs 19:30-20:16
I. De Heere zet in vers 30 d.m.v. een spreuk een principe neer.
Vervolgens legt hij het principe d.m.v. een gelijkenis uit, en tot
slot herhaalt Hij het principe.
Studie van het boek Mattheüs door Stan Marinussen, Cross Culture Calvary Chapel
zondag 07 december 2014
Pagina 1 van 8
40096 – Mattheüs 19:30 – 20:16 De laatsten en de eersten 1 van 2
Vers 30 – “30Maar veel eersten zullen de laatsten zijn, en veel
laatsten de eersten.”
I. De woorden “eersten en laatsten” hebben zowel met tijd alsook
met rang te maken. Dus eerste of laatste in tijd of rang.
II. Nu gebruikt Jezus deze spreuk op verschillende plekken in
de Evangeliën. En ik moet eerlijk bekennen dat ik het best wel
moeilijk vond om het te kunnen begrijpen.
A. Nadat ik m’n woordstudie had gedaan, nadat ik verschillende commentaren had gelezen om te zien of er een diepe theologische betekenis achter deze woorden zit, kwam ik tot de
conclusie om het anders aan te gaan pakken.
i. Ik ging gewoon kijken naar het idee, naar het concept
van de spreuk en kwam tot deze conclusie.
III. Ongeacht of Jezus met de eersten en de laatsten, tijd of
rang bedoelde, komt de conclusie op hetzelfde neer:
A. Als ik beredeneer dat de eersten de laatsten zullen zijn en
tegelijkertijd de laatsten de eersten, dan kan ik slechts tot één
conclusie komen.
i. Iedereen is gelijk! Toch?
a. Toen ik het op deze manier begon te zien werd
deze spreuk van Jezus zinnig, althans, ik begon de
spreuk te begrijpen. Vooral omdat de betekenis van de
gelijkenis dit ook bevestigd.
1. Als je het er niet mee eens bent, prima. Maar
dan hoor ik dat graag na de studie.
Vers 30 – “30Maar veel eersten zullen de laatsten zijn, en veel
laatsten de eersten.”
Vers 1-2 – “1Want het Koninkrijk der hemelen is als een heer
des huizes, die 's morgens vroeg eropuit ging om arbeiders voor
zijn wijngaard in te huren. 2Nadat hij het met de arbeiders eens
geworden was voor een penning per dag, zond hij hen zijn wijngaard in.”
I. Jezus vergelijkt het Koninkrijk van God (het eeuwig leven) met
deze landeigenaar die zijn oogst binnen moet halen en daarvoor dagloners inhuurt om hem daarbij te helpen.
Studie van het boek Mattheüs door Stan Marinussen, Cross Culture Calvary Chapel
zondag 07 december 2014
Pagina 2 van 8
40096 – Mattheüs 19:30 – 20:16 De laatsten en de eersten 1 van 2
II. Het was destijds gebruikelijk voor een landeigenaar om dagloners in te huren, want zodra de oogst rijp was moest het met
spoed geoogst worden.
Want als de regentijd aanbrak en de oogst was nog niet binnengehaald, dan zou de oogst door de regen verloren gaan.
III. Dus, gaat deze heer van de wijngaard er ‘s morgens heel
vroeg op uit om mannen in te huren.
A. In die tijd bestond de Joodse werkdag uit twaalf uur. Men
werkte van zes uur ‘s ochtends tot zes uur ‘s avonds. En dit
deden zij zes dagen in de week. Vandaar dat God de Sabbath
had ingesteld.
B. En voor een 12 urig werkdag kreeg men één penning, oftewel, één denarie. Dat was de gebruikelijke dagloon en dit bedrag had de heer van de wijngaard met deze eerste ploeg
dagloners afgesproken. Zij gingen daarmee akkoord!
Vers 3-4 – “3En toen hij omstreeks het derde uur eropuit ging,
zag hij anderen werkloos op de markt staan. 4Ook tegen hen zei
hij: Gaat u ook naar de wijngaard, en ik zal u geven wat rechtvaardig is. En zij gingen.”
I. Rond het derde uur, d.w.z. tussen 08:00-09:00 uur ging hij
erop uit om nog meer mankrachten in te huren.
A. Alleen met deze ploeg had hij geen loonafspraak gemaakt.
Deze gingen ervan uit dat de heer van de wijngaard een eerlijke man was en dat hij inderdaad zou geven wat rechtvaardig
is.
i. Deze ploeg zou hooguit negen uur lang werken.
Vers 5 – “5Toen hij nogmaals eropuit gegaan was, omstreeks het
zesde en het negende uur, deed hij hetzelfde.”
I. Tussen 11:00-12:00 uur én tussen 14:00-15:00 uur ging hij er
weer op uit en deed precies hetzelfde.
A. De ploeg van 12:00 uur zou hooguit zes uur lang werken.
B. De ploeg van 15:00 uur zou hooguit drie uur lang werken.
Vers 6-7 – “6En toen hij omstreeks het elfde uur eropuit ging,
vond hij weer anderen werkloos staan en hij zei tegen hen:
Waarom staat u hier heel de dag werkloos? 7Zij zeiden tegen
Studie van het boek Mattheüs door Stan Marinussen, Cross Culture Calvary Chapel
zondag 07 december 2014
Pagina 3 van 8
40096 – Mattheüs 19:30 – 20:16 De laatsten en de eersten 1 van 2
hem: Omdat niemand ons ingehuurd heeft. Hij zei tegen hen:
Gaat u ook naar de wijngaard en u zult ontvangen wat billijk is.”
I. Tegen het einde van de middag besefte de heer van de wijngaard dat hij nog meer hulp nodig had, dus ging hij tussen
16:00-17:00 uur ‘s middags er alsnog op uit om de laatste
ploeg in te huren.
II. De heer van de wijngaard wist dat als deze mannen niet aan
het werk kwamen, zij hun gezinnen niets te eten zouden kunnen geven. Dus, vraagt hij deze groep mannen waarom zij de
hele dag werkloos op de markt hebben gestaan.
A. Zij zeiden: “Omdat niemand ons ingehuurd heeft”.
B. Wellicht waren dit de minder bekwame arbeiders, of oudere arbeiders, of zelfs mindervalide arbeiders. Wellicht hadden
deze mannen veel minder te bieden?
C. Hoe dan ook, de heer van de wijngaard huurde hen in voor
het laatste uur van de dienst.
i. Deze ploeg zou hooguit één uur werken.
III. De heer des huizes had op die dag dus vijf ploegen in dienst
genomen:
A. De 1e ploeg werkte 12 uur.
B. De 2e ploeg werkte 9 uur.
C. De 3e ploeg werkte 6 uur.
D. De 4e ploeg werkte 3 uur.
E. De 5e ploeg werkte 1 uur.
Vers 8-9 – “8Toen het avond geworden was, zei de heer van de
wijngaard tegen zijn rentmeester: Roep de arbeiders en geef hun
het loon, te beginnen bij de laatsten, tot de eersten. 9En toen zij
kwamen die omstreeks het elfde uur ingehuurd waren, ontvingen
zij ieder een penning.”
I. Hier zien wij de kern van de gelijkenis. De heer van de wijngaard betaald eerst de laatste ploeg uit, dan de een na laatste,
dan de twee na laatste, enz. . . Hij draait het om!
II. De laatste ploeg die slechts één uur gewerkt heeft krijgt
ieder één penning. Zij kregen van de heer van de wijngaard
dus een gehele dagloon voor slechts één uur werk.
Studie van het boek Mattheüs door Stan Marinussen, Cross Culture Calvary Chapel
zondag 07 december 2014
Pagina 4 van 8
40096 – Mattheüs 19:30 – 20:16 De laatsten en de eersten 1 van 2
A. Zij waren ongetwijfeld stomverbaasd toen zij de volledige
dagloon van de heer van de wijngaard kregen.
B. Zij waren ongetwijfeld ook zeer dankbaar, want zij waren
er volkomen van bewust dat zij dit niet verdiend hadden.
Vers 10 – “10En toen de eersten kwamen, dachten zij dat zij
meer ontvangen zouden; maar ook zij ontvingen ieder een penning.”
I. Ik kan me voorstellen dat deze eerste ploeg, de ploeg die de
hele dag gewerkt had, dacht dat als de laatste ploeg die
slechtst één uur gewerkt heeft, één penning kreeg, dat zij op
twaalf penningen kunnen rekenen, want zij hebben twaalf uren
gewerkt.
A. Maar ook zij ontvingen ieder een penning.
Vers 11-12 – “11Toen zij die ontvangen hadden, morden zij tegen de heer des huizes 12en zeiden: Deze laatsten hebben maar
één uur gewerkt, en u hebt ze gelijkgesteld met ons, die de last
van de dag en de hitte verdragen hebben.”
I. Deze eerste ploeg vondt het niet eerlijk dat de laatste ploeg
dezelfde loon kreeg als zij.
Vers 13 – “13Maar hij antwoordde en zei tegen een van hen:
Vriend, ik doe u geen onrecht; bent u het niet met mij eens
geworden over een penning?”
I. Deze eerste ploeg had ‘s morgens vroeg met de heer van de
wijngaard hun loon onderhandeld en zij hadden afgesproken
dat zij voor twaalf uur werk één penning zouden krijgen.
Vers 14-15 – “14Neem wat van u is, en vertrek. Ik wil aan hem
die het laatst kwam, hetzelfde geven als aan u. 15Of is het mij
niet geoorloofd met het mijne te doen wat ik wil? Of bent u afgunstig omdat ik goed ben?”
En dan sluit Jezus het af met de spreuk:
Vers 16 – “16Zo zullen de laatsten de eersten zijn, en de eersten
de laatsten; want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.”
I. De heer van de wijngaard was totaal niet oneerlijk jegens de
eerste ploeg. Hij gaf hen precies wat zij overeengekomen waren, het exacte bedrag dat zij verdiend hadden.
Studie van het boek Mattheüs door Stan Marinussen, Cross Culture Calvary Chapel
zondag 07 december 2014
Pagina 5 van 8
40096 – Mattheüs 19:30 – 20:16 De laatsten en de eersten 1 van 2
II. Het probleem waarmee deze eerste ploeg te kampen had
was niet dat zij te weinig hadden gekregen, maar dat de anderen, in hun ogen veels te veel hadden gekregen.
A. Zij hadden moeite met de vrijgevigheid van de heer van de
wijngaard jegens degenen die minder gewerkt hadden.
B. Zij vonden dat degenen die minder gewerkt hadden minder
zouden moeten krijgen.
i. Uiteindelijk heeft deze kwestie van ‘oneerlijkheid’ niets
met eerlijkheid/oneerlijkheid te maken, het heeft met
afgunst te maken.
a. De eerste ploeg had de hele dag lopen zwoegen
om hun brood te verdienen en de laatste ploeg had
slechts een uurtje gewerkt.
C. Als dagloner was het noodzakelijk om je dagloon te verdienen, anders zou je je gezin niet te eten kunnen geven. In
het gebed “Onze Vader” zegt Jezus: “Geef ons heden ons
dagelijks brood”. Zij leefden echt van dag tot dag.
i. Als de heer van de wijngaard de laatste ploeg voor
slechts één uur werk had uitbetaald dan zouden zij die
avond en de volgende dag niet gegeten hebben.
ii. Maar nu, omdat de heer van de wijngaard dit wist en
niet wilde dat zij en hun gezinnen zouden lijden, gaf hij
hen de volledige dagloon.
iii. De eerste ploeg had eigenlijk hartstikke blij moeten zijn
voor de laatste ploeg, maar in plaats daarvan gunde zij
het de laatste ploeg niet.
III. De houding van de eerste ploeg is precies hetzelfde als de
houding van de oudere broer van de verloren zoon.
A. Lees Lukas 15:11-32
i. Wanneer deze gelijkenis aangehaald wordt dan ligt de
nadruk altijd op de verloren zoon en hoe de vader hem
met veel liefde en genade ontvangt.
a. En dit is inderdaad een prachtig beeld van hoe
God de Vader ons, als verloren mensen ontvangt.
ii. Maar, ik geloof dat Jezus deze gelijkenis gaf om aan de
Farizeeën en schriftgeleerden duidelijk te maken dat zij
waren zoals de oudste zoon. Jaloers en afgunstig.
Studie van het boek Mattheüs door Stan Marinussen, Cross Culture Calvary Chapel
zondag 07 december 2014
Pagina 6 van 8
40096 – Mattheüs 19:30 – 20:16 De laatsten en de eersten 1 van 2
I. Oke. Nu hebben we een beeld van wat de gelijkenis van de
arbeiders in de wijngaard betekent. Volgende week wil ik wat
tijd besteden aan het punt van deze gelijkenis en wat het voor
ons, anno 2014 betekent.
II.
Maar even in het kort dit:
A. In de gelijkenis is de heer van de wijngaard, God.
B. De wijngaard is het Koninkrijk van God, het Koninkrijk van
genade, het Koninkrijk van Gods heil, waar God regeert.
C. De arbeiders zijn wij, de gelovigen die Gods redding hebben aanvaardt.
D. De werkdag is een mensenleven hier op aarde.
E. De avond is de eeuwigheid.
F. De loon, oftewel, de penning is het eeuwig leven.
i. Volgens deze gelijkenis krijgen alle ware gelovigen
dezelfde loon, het eeuwig leven.
ii. Het maakt niet uit of je bij de eerste ploeg hoort of de
laatste ploeg.
iii. Het maakt niet uit of je je hele leven lang de Heere
hebt gedient, of als je op je sterfbed in de laatste minuten
van je leven hier op aarde, Jezus als Redder en Heere
hebt aanvaardt.
iv. Petrus, die bij de eerste ploeg hoorde, die zichzelf verloochend heeft, die zijn kruis omwille van Zijn geloof opnam, die alles achtergelaten heeft, die de Heere de rest
van zijn leven gediend heeft, werd omwille van Christus
ondersteboven gekruisigd.
v. Zo had je ook de misdadiger die samen met Jezus
gekruisigd werd. Hij werd voor zijn misdaden gekruisigd
en terwijl hij daar naast Jezus hing, kwam hij tot bekering
en Jezus zei tegen hem: “Heden zult u met mij in het
paradijs zijn”.
a. Zowel de eersten als de laatsten zullen het eeuwig
leven van God krijgen.
2 Petrus 3:9b – “. . . Hij heeft geduld met ons en wil niet dat
enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.”
Studie van het boek Mattheüs door Stan Marinussen, Cross Culture Calvary Chapel
zondag 07 december 2014
Pagina 7 van 8
40096 – Mattheüs 19:30 – 20:16 De laatsten en de eersten 1 van 2
I. God wil niet dat een mens verlorgen gaat en dus al moet Hij
iemand in het elfde uur redden, dan zal Hij dat doen. En die
persoon zal hetzelfde eeuwig leven krijgen als iemand die 10,
20, 40 of 60 jaar de Heere trouw gediend heeft.
A. De beloning voor de werken die zij in Christus gedaan hebben zullen verschillen, maar toegang tot het eeuwig leven met
God zal hetzelfde zijn.
Vers 17-19 – “17En toen Jezus naar Jeruzalem ging, nam Hij de
twaalf discipelen onderweg apart bij Zich en zei tegen hen: 18Zie,
wij gaan naar Jeruzalem en de Zoon des mensen zal aan de overpriesters en schriftgeleerden overgeleverd worden, en zij zullen
Hem ter dood veroordelen; 19en zij zullen Hem aan de heidenen
overleveren om Hem te bespotten en te geselen en te kruisigen;
maar op de derde dag zal Hij opgewekt worden.”
I. Jezus geeft hier voor de zoveelste maal aan dat Hij voor de
zonden van de mensheid gekruisigd gaat worden en dat Hij op
de derde dag uit de dood zal opstaan.
A. Toegang tot het eeuwig leven is voor mij alleen maar
mogelijk omdat Jezus Christus mijn straf op Zich genomen
heeft.
i. Jezus zei in Joh. 14:6 – “Ik ben de Weg, de Waarheid
en het Leven. Niemand komt tot God de Vader dan door
Mij.”
ii. Jezus heeft het Nieuw Verbond met de mensheid ingesteld en Hij heeft het ondertekend met Zijn bloed.
a.
Lees Mattheüs 26:26-28
Studie van het boek Mattheüs door Stan Marinussen, Cross Culture Calvary Chapel
zondag 07 december 2014
Pagina 8 van 8
Download