radiotherapie (bestraling)

advertisement
Oncologie/0142
RADIOTHERAPIE (BESTRALING)
Deze informatiebrochure is bestemd voor mensen die bestraling moeten krijgen.
We geven u een antwoord op volgende vragen:
1. Wat is radiotherapie?
2. Hoe wordt radiotherapie toegepast?
3. Wat is boogtherapie?
4. Uw eerste bezoek aan de afdeling radiotherapie.
5. De voorbereiding op de bestraling.
6. Uw eerste bestraling.
7. Wat zijn de mogelijke bijwerkingen?
8. Het einde van de bestraling en na de bestraling?
9. Brachytherapie.
Blijf niet met uw vragen zitten… stel ze gerust!
2
1. Wat is radiotherapie?
Bij u werd de diagnose gesteld van een kwaadaardig gezwel. Bestraling
(radiotherapie) zal een deel uitmaken van uw behandeling. Radiotherapie (radio =
straling, therapie = behandeling) is een behandeling d.m.v. ioniserende straling. De
bedoeling van radiotherapie is om onherstelbare schade toe te brengen aan de
kwaadaardige cellen waardoor ze afsterven. De gezonde weefsels in de omgeving
van het zieke weefsel raken tijdens de bestraling ook beschadigd, maar kunnen zich
in de rustperiode tussen de dagelijkse bestralingsbehandelingen door herstellen. De
werking van de bestraling zet zich nog geruime tijd voort. Hierdoor is het uiteindelijke
effect van de behandeling pas na vele weken te beoordelen.
De stralen zijn onzichtbaar, reukloos en niet te voelen. Het bestralen zelf is niet
pijnlijk, u wordt ook niet radioactief tijdens of na de behandeling.
2. Hoe wordt radiotherapie toegepast?
De bestralingsdosis wordt in verschillende keren (sessies) gegeven. Al deze
sessies samen heten een bestralingsreeks. De totale duur van de behandeling
verschilt van persoon tot persoon en zegt niets over de ernst van de ziekte. Soms
wordt het aantal bestralingen gewijzigd, waardoor een bestralingsreeks langer of
korter wordt.
3. Wat is boogtherapie?
IMAT = Intensiteits Gemoduleerde Arc (boog) Therapie
IMAT is een nieuwe vorm van radiotherapie waarbij het toestel (lineaire versneller)
rond u draait terwijl de bestraling bezig is. Dit zal gedurende een bestralingssessie
verschillende keren gebeuren.
3
Deze boogtherapie is de snelste manier om een behandeling toe te dienen die een
groot aantal bundelrichtingen vereist. Dit grote aantal bundelrichtingen bestaat uit
een voldoende dosis op de tumor en een zeer duidelijke afname van de dosis op de
omgevende gezonde weefsels. Een afname van de dosis ter hoogte van de gezonde
organen leidt rechtstreeks tot minder bijwerkingen ten gevolge van de radiotherapie.
Hoewel de kans dat bijwerkingen optreden met IMAT in belangrijke mate afneemt,
kunnen nog steeds klachten optreden. Als deze optreden gebeurt dit voornamelijk
naar het einde van de radiotherapie toe en zijn deze niet erg.
4. Uw eerste bezoek op de afdeling
4.1. Gesprek met de radiotherapeut
Bij het eerste bezoek op de raadpleging maakt u kennis met de radiotherapeut. Een
radiotherapeut
is
een
arts
gespecialiseerd
in
bestralingsbehandelingen
en
verantwoordelijk voor de goede uitvoering ervan. Hij bekijkt uw medische gegevens
4
en laat indien nodig nog bijkomende onderzoeken uitvoeren. Op grond daarvan stelt
hij het bestralingsplan op, eventueel in samenspraak met de chirurg, medisch
oncoloog, … Hij legt u uit hoe de bestraling werkt, welke voorbereidingen nodig zijn
en welke bijwerkingen kunnen voorkomen. Als u naar aanleiding van dit gesprek nog
verdere vragen heeft, kunt u er steeds terecht, hetzij op de simulatie, hetzij bij de
radiotherapeut verbonden aan het toestel waar uw bestraling plaatsvindt.
4. 2. Uw verdere afspraken
Op de raadpleging krijgt u een afsprakenbrief met een overzicht van uw afspraken
(afspraak simulatie, eerste bestraling, …). Bij de eerste bestraling kan u dan in
samenspraak met de verpleegkundigen van het bestralingstoestel uw verdere
afspraken voor de bestralingssessies vastleggen. In de mate van het mogelijke
trachten ze aan uw wensen te voldoen. Dit is echter niet steeds mogelijk en wij
vragen daarvoor uw begrip. In de meeste gevallen wordt u op het afgesproken uur
geholpen. Storingen aan de apparatuur of problemen met patiëntenzorg kunnen
vertraging in het behandelingsprogramma veroorzaken. Bij gevolg kan het
voorkomen dat u niet op tijd geholpen wordt. Ook daarvoor vragen wij uw begrip.
4. 3. Medicatiegebruik
Als u medicatie gebruikt, moet u dit laten weten door middel van een
medicatieoverzicht of door de originele verpakking mee te brengen. Het is belangrijk
dat u iedere verandering van medicatiegebruik meldt aan de arts of de
verpleegkundige. Ook na de behandeling moet u bij de controlebezoeken de arts op
de hoogte te houden van eventueel medicatiegebruik.
5. De voorbereiding op de bestraling
Voor u kan starten met de bestraling, worden verschillende processen doorlopen. Die
vergen tijd en aandacht, ze hebben echter maar één doel en dat is een maximale
kwaliteit leveren om uw bestraling correct uit te voeren.
5
5.1 De simulatie
Voordat de bestralingen kunnen beginnen, hebt u eerst een afspraak op de
simulator. Met dit apparaat kan niet worden bestraald. De simulator is een
röntgentoestel
waarmee
het
bestralingsveld
kan
worden
bepaald.
Het
bestralingsgebied wordt vastgelegd op röntgenfoto’s en op de huid afgetekend met
speciale inkt. De gemaakte tekening op de huid mag NIET worden afgewassen.
Deze is nodig om het bestralingsgebied te kunnen bepalen gedurende de rest van
bestralingsreeks. Als de tekening verdwijnt, moeten we de volledige voorbereiding
herhalen. U mag zich gerust douchen, maar u kan tijdens uw behandeling beter geen
bad nemen of gaan zwemmen. De speciale inkt waarmee afgetekend wordt, kan
vervagen en uw kledij kleuren. Het is meestal niet mogelijk om die vlekken uit te
wassen. Daarom raden wij u aan om bij de voorbereiding en tijdens de behandeling
rekening te houden met kledij (bv. donkere en wat oudere kledij),en bij voorkeur
katoenen ondergoed te dragen.
5.2 Het bestralingsplan
Voordat de bestraling kan beginnen, wordt een bestralingsplan opgesteld. Met een
computer wordt de bijhorende dosisverdeling in uw lichaam berekend. Aan de hand
hiervan kan een maximaal effect bereikt worden op het bestralingsgebied, terwijl de
gezonde weefsels zo veel mogelijk gespaard worden. Daarmee wordt de kans op
bijwerkingen zo klein mogelijk gehouden. Het maken van een bestralingsplan vraagt
veel tijd en aandacht. Afhankelijk van het soort bestraling dat u krijgt, kan de
werkduur om het bestralingsplan te maken, variëren. Daarom kan u pas een aantal
dagen na de voorbereiding daadwerkelijk starten met uw bestraling.
6
Voorbeeld van een bestralingsplan
6. Uw eerste bestraling
De
eerste
bestraling
duurt
gemiddeld
wat
langer
dan
de
volgende
bestralingssessies.
U gaat op de dag van uw eerste bestraling naar de wachtzaal van het
bestralingstoestel. De verpleegkundige zal uw naam afroepen als u aan de beurt
bent en zal u uitleggen wat er die dag zal gebeuren. Als er bijkomende vragen zijn,
aarzel dan niet om deze te stellen. De verpleegkundige zal u naar één van de
kleedkamers leiden waar u zich kan omkleden. Er zijn kamerjassen beschikbaar op
de afdeling. Als u dat wenst, mag u ook uw eigen kamerjas meebrengen.
Vervolgens wordt u begeleid naar de bestralingsruimte waar u op dezelfde manier
gepositioneerd wordt als tijdens de simulatie. Het bestralingsgebied wordt
nauwkeurig ingesteld. Dit gebeurt met behulp van de tekeningen die eerder bij de
simulatie werden aangebracht en met de lasers die op de wanden van de
bestralingsruimte bevestigd zijn. Het is van groot belang dat u rustig blijft liggen tot u
verneemt dat de bestraling gedaan is.
Tijdens de bestraling verlaten de verpleegkundigen de bestralingsbunker. U bent
dan een paar minuten alleen. Elk toestel is echter wel voorzien van een
intercomsysteem en camera’s waarmee u tijdens de bestralingssessie geobserveerd
wordt. Daardoor kan indien nodig de bestraling op elk moment onderbroken worden.
7
Het bestralingsapparaat wordt tijdens de bestraling gestuurd en bewaakt door een
computer die alle bestralingsgegevens bevat. De verpleegkundigen houden u, het
toestel en de computer in het oog tijdens de bestraling. Wanneer de bestralingsdosis
gegeven is, slaat het toestel automatisch af. Op dat moment is de straling verdwenen
en is er geen blootstelling aan straling meer voor u en uw omgeving. U wordt niet
radioactief door de bestraling.
Van de bestraling zelf merkt u niets, u hoort enkel het geluid van het
bestralingstoestel. Als u dat wenst, mag u een begeleider meenemen. Deze zal de
bestralingsruimte wel moeten verlaten tijdens de bestralingssessie.
Tijdens de bestralingsreeks wordt u wekelijks gezien door de radiotherapeut die
verantwoordelijk is voor het desbetreffende toestel. U kan dus met al uw mogelijke
vragen of problemen bij hem/haar terecht.
7. Mogelijke bijwerkingen
Door de radiotherapie kunnen er bijwerkingen optreden, zowel tijdens als na de
bestraling. Deze zijn o.a. afhankelijk van het gebied dat bestraald wordt en de
bestralingsdosis. Bijwerkingen treden meestal niet onmiddellijk op en kunnen van
persoon tot persoon sterk verschillen. Het is mogelijk dat u geen of slechts zeer
weinig klachten ondervindt. Als iets onduidelijk is, aarzel dan niet om dit te bespreken
met uw radiotherapeut of de verpleegkundigen.
Algemene klachten kunnen zijn: vermoeidheid, futloosheid of een gebrek aan
eetlust.
Lokale
bijwerkingen
zoals
stramheid
van
gewrichten,
functiebeperking,
huidreacties, … zijn afhankelijk van de grootte van het bestralingsgebied, de
stralingsdosis en het lichaamsdeel dat bestraald wordt. Haaruitval komt enkel voor
indien de zone binnen het bestralingsveld behaard is.
Een vaak voorkomende bijwerking is huidirritatie. U zal een voorschrift krijgen voor
een lipofiele crème, dit kan u alvast vanaf de eerste bestraling preventief gebruiken.
8
Aarzel niet om dit de melden aan de arts. Indien nodig wordt een meer aangepaste
crème voorgeschreven.
Wanneer contact opnemen:
Als de huid op de plaats van bestraling
 jeukt
 hevig rood wordt
 blaasjes vertoont
 vochtig en kleverig wordt
Wat kan u doen (huidzorg):
 Controleer dagelijks de bestraalde huid.
 U mag de bestraalde huid wassen met een neutrale, nietgeparfumeerde douche-olie.
 Gebruik bij voorkeur lauw water. Vermijd te koud of te warm
water.
 Neem liever een douche dan een bad. Door het liggen in een
bad
zal
uw
huid
te
vlug
verweken
en
kunnen
de
huidaftekeningen snel verdwijnen.
 Dep uw huid droog met zachte handdoeken, wrijf nooit hard
over uw bestraalde huid.
 Houd uw huidplooien altijd goed droog, want dit zijn plaatsen
waar de huid zeer gemakkelijk opengaat. Droog ze eventueel
met de koude lucht van een haardroger.
 Breng eventueel een kompres aan in uw huidplooien
(bijvoorbeeld onder de borsten).
 Vermijd deodorants, aftershave, parfum of geparfumeerde
zepen. Deze irriteren uw huid.
 Let op: gebruik nooit geparfumeerde lotions of crèmes!
9
 Wrijf de bestraalde huid vanaf de start van uw bestralingen
minstens twee keer per dag in met de vochtinbrengende
crème. Indien de huid droger wordt, wrijft u de bestraalde huid
drie tot vier keer daags in.
 U hoeft deze crème niet af te wassen voor de bestraling.
 Draag loszittende kledij, vermijd druk en wrijving (vrouwen
kunnen
bijvoorbeeld een katoenen hemdje onder de bh
dragen). Draag liefst 100% katoenen kledij, die is luchtiger.
 Scheer u enkel met een elektrisch apparaat, zo voorkomt u
wondjes.
 Gebruik een vochtinbrengende crème (een lipofiele crème) om
uitdroging te voorkomen. Een eerste tube krijgt u mee op de
dienst radiotherapie, samen met een voorschrift.
 Breng geen kleefpleisters aan in de bestraalde zone. Gebruik
ook geen ether.
 Stel uw bestraalde huid niet bloot aan de zon en de zonnebank.
Vermijd wind en koude ter hoogte van uw bestraalde huid.
 Gebruik geen warmwaterkruik of een elektrisch kussen/deken
ter hoogte van uw bestraalde huid.
 Ga niet zwemmen in chloorwater of in zoutwater. Dit heeft een
uitdrogend effect en zorgt voor verweking van de huid.
10
8. Het einde van de bestraling en na de bestraling
Het is meestal niet mogelijk om tijdens of aan het einde van de radiotherapie vast te
stellen of het beoogde doel van de behandeling is bereikt. Dit komt omdat het effect
van radiotherapie pas enkele weken na de beëindiging volledig wordt bereikt. U zal
na de laatste bestraling de nodige afspraken ontvangen voor verdere controle.
Het kan gebeuren dat u door meerdere specialisten wordt begeleid. De
radiotherapeut spreekt dan met u af bij wie de controles en eventuele onderzoeken
plaatsvinden.
U kan op dit moment ook uw “aanvraag voor tegemoetkoming in de reiskosten”
afgeven aan onze receptie in polikliniek 7. Dit formulier ontving u eerder bij uw eerste
bezoek aan de afdeling. Daarop vult u de data in van al uw bezoeken aan de afdeling
radiotherapie. Het formulier zal worden afgetekend waardoor terugbetaling door uw
ziekenfonds mogelijk wordt.
Ook al hebt u geen afspraak, dan nog kan u in geval van dringende zaken steeds uw
radiotherapeut raadplegen. De medewerkers zullen hun best doen om op een zo kort
mogelijke termijn een afspraak te maken.
Het is van groot belang dat u de huidmarkeringen na uw therapie niet probeert af te
wassen. Ze vervagen vanzelf. De huid blijft na de radiotherapie nog gevoelig dus u
moet uw huid tijdens de eerste weken na de bestraling nog steeds op dezelfde
manier verzorgen als tijdens de bestraling.
11
9. Brachytherapie
Soms wordt er gekozen om een uitwendige bestraling te combineren met een
inwendige bestraling. Bij een inwendige bestraling of ook brachytherapie
genoemd, wordt geen gebruik gemaakt van een lineaire versneller. We hebben
hiervoor een toestel waarmee straling vanuit een radioactieve bron wordt opgewekt
en in het lichaam wordt gebracht. Met de inwendige bestraling is het de bedoeling
om de straling precies af te geven in het gebied waar de tumor zat of zich nog kan
bevinden.
Met
deze
methode
wordt
de
straling
in
een
klein
gebied
geconcentreerd zodat de kans op beschadiging van omliggend weefsel meestal
gering is.
De tubes waar de radioactieve bronnen worden ingeschoven, worden tijdens de
operatie ingebracht. Om te vermijden dat de brachytubes verschuiven, kan het zijn
dat u bepaalde bewegingen (bijvoorbeeld het been plooien) niet mag uitvoeren
zolang deze tubes in het lichaam aanwezig zijn.
Tijdens de operatie worden ook 2 grote evacuatiesondes (drains) in het
operatiegebied aangebracht. Dit is nodig omdat een lokale bestraling steeds
aanleiding geeft tot een verhoogde vochtproductie in het wondgebied. Deze drains
blijven ter plaatse tot minimaal 5 dagen na het beëindigen van de inwendige
bestraling. Ongeveer 3 dagen na de ingreep wordt u overgebracht naar de afdeling
Radiotherapie – medische oncologie in kliniekgebouw 2 (K2) op de 4de verdieping.
Hier ligt u in een isolatiekamer. Tijdens deze opname mogen geen kinderen op
bezoek komen omwille van het stralingsgevaar voor uw familie.
De bestralingsduur is afhankelijk van:
 de sterkte van de bron
 de grootte van de tumor
 het aantal geplaatste tubes
12
Vaak wordt er gedurende 10 minuten per uur gestraald en dit gedurende 40 uur.
brachytubes
bestralingstoestel
Tijdens de bestraling moet uw bezoek de kamer telkens verlaten. Wanneer de dosis
gegeven is, worden de radioactieve bronnen automatisch teruggeschoven en is er
geen blootstelling meer voor u of uw omgeving.
Eens de totale dosis gegeven is, worden de brachytubes verwijderd. Nadien wordt u
terug overgebracht naar de chirurgische afdeling, waar u nog minstens 5 dagen moet
blijven tot de drains verwijderd worden. Na het ontslag kan het zijn dat er zich toch
nog vocht ophoopt in het wondgebied. Indien uw chirurg dit nodig acht, zal dit vocht
uitzonderlijk worden verwijderd bij een volgende consultatie. De huisarts mag dit
vocht NIET puncteren wegens de grote kans op infecties.
U krijgt vooraf de nodige inlichtingen en de kans om al uw vragen te stellen tijdens de
consultatie met de arts, verantwoordelijk voor de inwendige bestraling.
13
 Radiotherapie (radio = straling, therapie = behandeling) is
een behandeling d.m.v. ioniserende straling.
 De bestralingsdosis wordt in verschillende keren (sessies)
gegeven.
 De
simulator
is
een
röntgentoestel
waarmee
onder
doorlichting het bestralingsveld kan bepaald worden. Het
ingestelde bestralingsgebied wordt vastgelegd en op de
huid afgetekend met speciale inkt (deze zeker NIET
afwassen).
 Stralen werken alleen daar waar ze komen.
 Er kan huidirritatie ontstaan, verzorg de huid goed.
 Het effect van radiotherapie wordt pas enkele weken na de
beëindiging volledig bereikt.
 Bij inwendige bestraling is het de bedoeling om de straling
precies af te geven in het gebied waar een tumor zat of
zich nog kan bevinden.
____________________________________________
Referenties:


Het multidisciplinair team sarcomen en bottumoren UZ Gent
www.epa.gov

www.docmed.tv
14
Download