grondbewerking - Wikiwijs Maken

advertisement
Grondbewerking
Greenkeepers
Inhoud: Grondbewerking
 Grond
 Structuur/ profiel
 Grondverbetering
 Grondbewerking
 Grondbewerkingswertuigen
Waar bestaat grond uit?
 Vaste delen, onder te verdelen in; (Ca 50%)
- organische stof (humus, afval, plant, dier)
- anorganische stof (zand, klei, kalk, zouten)
 Poriën, onder te verdelen in; (Ca 2 x 25%)
- water (met daarin opgeloste zouten),
- lucht.
 Grondsoorten: zand, veen, klei, loss, leem en
zavel.
Structuur/ profiel
Structuur
De onderlinge
rangschikking en binding
van de afzonderlijke
bodemdeeltjes
Profiel
Verticale doorsnede van de
bodem, ook wel de
gelaagdheid.
Belang structuur
- aanwezigheid poriën en holten tussen vaste
gronddeeltjes groot belang voor eigenschappen,
- vanwege volgende factoren;
* lucht en warmte in de grond dringen,
* goede beworteling mogelijk,
* water in de grond vasthouden,
* te veel water kan worden afgevoerd.
Voor gunstige structuur is van belang;
 Voldoende hoeveelheid
poriën en holten in de grond,
 Een juiste verhouding tussen
deze poriën en holten,
 Voldoende stabiliteit en
 Voldoende bodemleven!
Structuurvormen
Wijze van rangschikking en het
veel/ weinig voorkomen van
poriën en holten;
 Kruimelstructuur
 Korrelstructuur
 Plaatstructuur
Kruimelstructuur
De gronddeeltjes zijn tot groepen
samengebundeld tot de zogenaamde
kruimels.
In de kruimel, tussen de poriën, is ruimte
voor water en tussen de kruimels is ruimte
voor lucht .
-> dit is de BESTE
Korrelstructuur
De afzonderlijke bodemdeeltjes liggen
geheel los van elkaar: Er is geen enkele
binding.
Voorbeeld: bak met knikkers.
Ook bij humusarme zandgronden en
vastgereden kleigrond kan de bovengrond
een korrelstructuur bezitten. Deze gronden
stuiven gemakkelijk en slempen bij
regenval snel dicht
-> is een losse bende!
Plaatstructuur
De horizontale gelaagdheid van bodem is te
zien, vaak op slempige gronden. Bij opdrogen
barsten de platen en krullen ze omhoog.
Ontstaan o.a. door zware druk van machines
die regelmatig een bodem berijden. Denk aan
de ploegzool bij een tractor of het rijden van
bouwverkeer bij nieuwbouw.
-> is een vaste plaat!
Profiel
Gevolgen slecht profiel:




Slechte doorworteling
Slechte doorluchting
Slechte doorwatering
Vruchtbaarheid kan in
gevaar komen
Profielverbetering is vaak
een kostbare zaak
Afweging:
-> de te maken kosten t.o.v.
de te verwachte opbrengsten
Profielverbetering wenselijk
in volgende omstandigheden:
 vaste lagen in de bouwvoor kunnen
ook dieper voorkomen dan de
bouwvoor,
 storende lagen die dieper in het
profiel zitten: oerbanken,
keileembanken, grind lagen,
 ongewenste volgorde van
grondlagen,
 ongelijke ligging van het maaiveld.
Grondbewerking wenselijk:








Slempen en stuiven oplossen
Plant- of zaai/ zode klaar maken
Profileren/ unduleren/ egaliseren terrein
Water- en luchthuishouding regelen
Breken storende lagen
Aanleg drainage/ leidingen/ etc.
Lagen verwisselen\ ontgravingen
Onderbrengen compost, stoppelresten,
stalmest, herbiciden en dergelijke +
bestrijden van onkruiden.
Grondbewerking
of
verbetering
Doel grondbewerking
 het gewas een zo gunstig
mogelijke bewortelingsplaats
te geven.
-> je hebt daarvoor voldoende
lucht, water en een goede
structuur nodig.
Grondverbetering
 Bekalken
 Organische bemesting
 Goede ontwatering
 Grondbewerking (op juiste moment)
Profilering t.b.v. ontwerp
 Voorbeelden van grondverzet zijn het
ontgraven, transporteren, ophogen en
egaliseren van grond.
 Je moet dan denken aan
werkzaamheden als hydraulische
graafmachines, dumper, laadschop,
bulldozer, etc.
Storingen in de bodem opheffen
 Voorbeelden van grondbewerking zijn:
het opheffen van een verdichting, het
breken van storende lagen en lagen te
wisselen.
 Je moet dan denken aan
werkzaamheden als diepploegen,
diepwoelen, draineren, etc.
Zaai- en plantklaar maken
of verzorging
 Je verplaatst de grond niet en bewerkt
deze niet dieper dan de bouwvoor.
 Voorbeelden van zaai- en plantklaar
maken zijn het bestrijden van onkruiden,
het uitvoeren en onderwerken van een
bemesting en het loswerken van de
bouwvoor voor het plantwerk.
Voorbeeld: De frees
- toplaagbegroeiing, onderwerken van mest, bestrijden van onkruid
of het maken van zaai- en plantbedden.
- niet gebruiken in te natte grond of als je veel regen verwacht.
- door de snijdende werking van de frees kun je in vaste grond
werken en planten verkleinen en vermengen.
- achter de frees zit een verstelbare kap waar de grond tegen
gegooid wordt. De grond wordt op deze manier nog meer
verkruimeld.
- afhankelijk van de draairichting kan een freesas met de
rijrichting meelopen (meelopende frees) of tegengesteld zijn
draaien (overtopfrees).
Inzet machines/ werktuigen
 De keuze wordt bepaald door -in veel gevallen
een combinatie- van de volgende factoren:







De grondsoort en draagkracht van de bodem.
Het tijdstip van de uitvoering van het grondwerk.
De diepte van het uit te voeren grondwerk.
Het beschikbare budget en/of beschikbare tijd.
De grootte van het object.
De bereikbaarheid van het object.
De hoeveelheid aan grondwerkzaamheden.
Aanbouwwerktuigen
 Achter of voor een een of tweeassige tractor, soms
aangedreven door de aftakas.
 Bewerkingsdiepte:
- ondergrondbewerking (dieper dan 30 cm) bv. woeler.
- hoofdgrondbewerking (van 0 tot 30 cm) bv. frees
spitmachine, triltandcultivator.
- voor- en nabewerking (van 0 tot 10 cm) bv. rotorkopeg,
egalisatiebak.
- verzorgende bewerking
(van 0 tot 5 cm) bv. schoffelmachine
t.b.v. onkruidbestrijding
Rotorkopeg
EINDE
Download