Dit materiaal heb je nodig: computer met internet

advertisement
Bloed (webopdracht)
Naam: ______________
Dit materiaal heb je nodig: computer met internet, pen en papier, hoofdtelefoon of luidsprekers
Zoveel tijd heb je nodig: 15 minuten
Dit ga je leren: uit welke stoffen je bloed bestaat en waar die verschillende stoffen goed voor zijn.
Meestal merk je weinig van je bloed, alleen als je je snijdt of als je hard valt. Dan krijg je soms een
wondje waar bloed uitkomt. Er komt een korstje op en na een paar dagen is het over. Toch is je bloed
onmisbaar voor je!
Ga naar de site: http://www.ikvanbinnen.nl/bloed/spel.html. Bekijk eerst het filmpje en klik
daarna op Speel het spel. Aan het eind kies je het filmpje Het zit in je bloed... Als je de filmpjes hebt
bekeken, beantwoord je de vragen hieronder. Lees de vragen vast even door. Dan weet je waar je op
moet letten tijdens het kijken.
Beantwoord de volgende vragen. Omcirkel de goede letter.
1 Bloed bestaat uit:
A.
Rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes.
B.
Rode bloedplaatjes, witte bloedplaatjes en bloedcellen.
C.
Rode bloedplaatjes en witte bloedcellen.
2 Wat geeft je bloed zijn rode kleur?
A.
Rode limonadesiroop.
B.
Rode bloedcellen.
C.
Rode bloedplaatjes.
3 Wat doen de rode bloedcellen?
A.
Ze vervoeren zuurstof.
B.
Ze vechten tegen indringers.
C.
Ze laten het bloed stollen.
4 Wat doen de witte bloedcellen?
A.
Ze vervoeren zuurstof.
B.
Ze vechten tegen indringers.
C.
Ze laten het bloed stollen.
5 Wat doen de bloedplaatjes?
A.
Ze vervoeren zuurstof.
B.
Ze vechten tegen indringers.
C.
Ze laten het bloed stollen.
6 Hoe het vloeibare deel van het bloed?
A.
Frambozensiroop.
B.
Water.
C.
Plasma.
Robots (webopdracht)
Naam:_________________
Dit materiaal heb je nodig: computer met internet, pen en papier.
Zoveel tijd heb je nodig: 15 minuten.
Dit ga je leren: hoe robots werken.
Robots in films en speelgoedrobots lijken vaak op mensen. Jij hebt geleerd dat dat in het echt meestal
niet zo is. Robots zijn geen namaakmensen, maar slimme machines die allerlei soorten werk kunnen
doen. Toch is het leuk om robots met mensen te vergelijken. Want ze lijken wel een béétje op elkaar ...
Ga naar de site:
http://mediatheek.thinkquest.nl/~ll106/Interactions/MimicHumans/main_D.html. Je ziet een
plaatje van een mens. Als je met je muis over een lichaamsdeel gaat, zie je hoe dat er van binnen
uitziet. Rechts lees je met welk onderdeel van een robot je dat lichaamsdeel kunt vergelijken.
Schrijf naast elk lichaamsdeel het onderdeel van een robot dat lijkt op dat lichaamsdeel.
Mens
Robot
De hersenen
_________________________________
De ogen
_________________________________
Het hart (en het bloed)
_________________________________
De arm (met gewrichten)
_________________________________
De hand
_________________________________
De spier
_________________________________
In de teksten staan een paar moeilijke woorden. Maar die hoef je niet te kennen om de opdracht te
kunnen maken. Wil je alles precies snappen? Lees dan hier wat de woorden betekenen.
autonome robots robots die (een beetje) kunnen denken
frequentie (van licht) Er zijn verschillende soorten licht, en die hebben elk een eigen frequentie. Dat
betekent dat de trilling van de lichtgolven sneller of minder snel gaat.
hydraulische systemen systemen die werken met waterdruk
immobiele robots robots die steeds op dezelfde plek blijven staan
legering een mengsel van twee metalen, in dit geval nikkel en titanium
optimaal zo goed mogelijk
pneumatische systemen systemen die werken met luchtdruk
zenuwimpulsen prikkels
Natuurgebieden (webopdracht)
Naam:___________
Dit materiaal heb je nodig: computer met internet, pen en papier.
Zoveel tijd heb je nodig: 15 minuten.
Dit ga je leren: welke natuurgebieden er bij jou in de buurt zijn. Je gaat een van die gebieden wat beter
bekijken.
Je hebt geleerd dat er organisaties zijn die de natuur beschermen. Ook in Nederland zijn er zulke
organisaties, bijvoorbeeld Natuurmonumenten. Natuurmonumenten koopt gebieden om daar de natuur
te beschermen. Verspreid over heel Nederland zijn dat nu bijna 350 gebieden. Jij gaat onderzoeken
welke natuurgebieden er bij jou in de buurt zijn. Ook zoek je informatie over een van die gebieden.
Ga naar de site: http://www.natuurmonumenten.nl/content/355-afwisselendenatuurgebieden. Klik op de provincie waar jij woont. Kijk op de kaart welke natuurgebieden er in de
buurt van jouw woonplaats zijn. Kies één natuurgebied uit en klik daarop. Lees de tekst over dat
natuurgebied en bekijk de foto’s.
Beantwoord de volgende vragen. Schrijf de antwoorden op.
1 Welk natuurgebied heb je uitgekozen?
2 Welke flora komt er voor in dat natuurgebied?
3 En welke fauna komt er voor in het gebied?
4 Kijk naar je antwoorden bij vraag 2 en 3. Zijn er
bedreigde of zeldzame soorten bij? Zet daar een streep onder.
5 Wat wordt er gedaan om de natuur in dit gebied te helpen of te beschermen?
Heb je tijd over? Zoek dan uit of er wel eens excursies of andere dingen voor kinderen worden
georganiseerd in ‘jouw’ natuurgebied!
Botten bekijken (webopdracht)
Naam:___________
Dit materiaal heb je nodig: computer met internet, pen en papier, hoofdtelefoon of luidsprekers.
Zoveel tijd heb je nodig: 15 minuten.
Dit ga je leren: de namen van een aantal botten. Ook leer je waardoor je ruggengraat zo soepel is en
hoe je hersenen beschermd worden.
Je hebt geleerd dat je skelet zorgt voor vorm en stevigheid van je lichaam. Ook beschermt je skelet
kwetsbare delen, zoals je hart en je longen. In deze opdracht ga je het skelet wat beter bekijken.
Ga naar de site: http://www.schooltv.nl/beeldbank/zoek/?o=1541288. Bekijk de filmpjes.
Als je de filmpjes hebt bekeken, beantwoord je de vragen hieronder. Lees de vragen vast even door. Dan
weet je waar je op moet letten tijdens het kijken.
Bekijk deze filmpjes:
Geraamte bovenlichaam
Geraamte arm
Geraamte been
Geraamte wervelkolom
Wervels
De schedel
Beantwoord de volgende vragen. Omcirkel de goede letter.
1 Welk bot zit niet in je been?
3 Je wervelkolom (of: ruggengraat) bestaat uit
A dijbeen
allemaal losse botjes. Hoe heten die?
B kuitbeen
A graten
C scheenbeen
B kootjes
D spaakbeen
C staartbeentjes
D wervels
2 Van welk bot heb je er maar één?
A borstbeen
4 Waardoor is je wervelkolom soepel?
B middenhandsbeen
A Doordat er kraakbeen tussen de botjes zit.
C schouderblad
B Doordat er spieren tussen de botjes zitten.
D sleutelbeen
C Doordat er vet tussen de botjes zit.
D Doordat er vocht tussen de botjes zit.
5 Je hersenen worden beschermd door ...
A de schedel
B vocht
C allebei
D geen van beide
Download